DE DETECTIVES VAN DE ALLERGIEPOLI

15 Okt

Foto: Marc Driessen

Gepubliceerd in het Algemeen Dagblad, 6 oktober 2012

50% van de kinderen met een veronderstelde koemelkallergie blijkt die bij nader onderzoek niet te hebben.

“Kijk, ik heb weer een sticker verdiend!”

Vanaf haar bed in het dagziekenhuis houdt de zesjarige Lauren But trots haar ‘Het-gaat-me-lukken-kaart’ omhoog. Erop prijken drie roze Hello Kitty stickers, één voor elk flintertje amandel dat ze vanmorgen heeft gegeten. Er zijn nog vijf vakjes (en evenveel stukjes noot) te gaan.

In Laurens bloed zijn antistoffen tegen amandel gevonden. Vandaag wordt met een zogenaamde provocatietest onderzocht of ze daar daadwerkelijk allergisch voor is. Met tussenpozen van een half uur krijgt ze acht steeds grotere stukjes amandel. Als ze drie uur na het laatste hapje nog geen allergische reactie heeft gehad, is zeker dat ze er niet overgevoelig voor is. Voor het geval ze wél heftig op de nootjes reageert, liggen er medicijnen klaar. Een ernstige (voedsel)allergie kan namelijk levensbedreigend zijn.

Sinds 2009 organiseert het Amsterdamse Emma Kinderziekenhuis AMC wekelijks een speciale allergiepoli, waar jaarlijks honderden ouders met hun kinderen van 0 tot 18 uit heel Nederland op verwijzing van hun huisarts of specialist naartoe komen. De eerste vraag die aan de orde komt: is mijn kind daadwerkelijk allergisch, en zo ja, waarvoor?
“Die is meestal niet zo simpel te beantwoorden”, zegt Aline Sprikkelman, kinderarts-longarts en initiatiefneemster van de kinderallergiepoli. Ze overhandigt Lauren een bekertje met het vierde stukje amandel. Die heeft tot nu toe nergens last van. Terwijl ze braaf op het nootje kauwt, zoekt ze een nieuwe sticker uit.
“Met een bloedtest of een huidpriktest kun je zien of er antistoffen tegen bijvoorbeeld huisstofmijt of pinda in het bloed zitten”, vervolgt Sprikkelman. “In dat geval kan een kind er allergisch voor zijn. Ik zeg met nadruk ‘kan’, want het gebeurt ook dat je antistoffen tegen bijvoorbeeld kippenei vindt, maar dat zich bij het eten daarvan helemaal geen problemen voordoen. Andersom komt trouwens net zo goed voor. Het is dus echt detectivewerk.”

De enige manier om een allergie met 100% zekerheid vast te stellen, is door een provocatietest te doen, zoals Lauren vandaag krijgt. Daarbij wordt met opzet een mogelijke allergische reactie uitgelokt. Vanwege het potentiële risico – in het ergste geval kan een kind in shock raken – gebeurt dat altijd in het ziekenhuis.
Bij zo’n test blijkt regelmatig dat eerder de diagnose ‘allergie’ onterecht is gesteld. Met als gevolg dat een kind bijvoorbeeld onnodig aan een strikt dieet is onderworpen. Zo blijkt 50% van de kinderen met een veronderstelde koemelkallergie die bij een provocatietest toch niet te hebben.
“Ik zie regelmatig ondervoede kinderen op mijn spreekuur”, vertelt Sprikkelman. “Uit angst voor een ernstige reactie hebben de ouders allerlei voedingsmiddelen uitgebannen. Als het kind dan helemaal niet allergisch blijkt te zijn, is dat extra schrijnend.”

Naar schatting één op de drie kinderen krijgt tussen zijn geboorte en zijn 18e jaar last van een allergie, om onduidelijke redenen jongens iets vaker dan meisjes. Hun afweersysteem reageert overdreven heftig op een feitelijk onschadelijke stof. Bij baby’s is koemelk de grootste boosdoener. (Iets) oudere kinderen zijn – net als volwassenen – vaak allergisch voor grassen en pollen, honden en katten, huisstofmijt, of bepaalde voedingsmiddelen zoals noten, pinda’s, kippenei of sommige soorten fruit. Ook allergieën tegen insectensteken of geneesmiddelen komen voor, zij het in mindere mate.
Sommige allergieën zijn tijdelijk – 90% procent van de kinderen met een koemelkallergie groeit daar vóór zijn 3e jaar overheen. Hun immuunsysteem heeft zich dan zodanig ontwikkeld dat de intolerantie verdwijnt. Andere allergieën zijn hardnekkiger. Zo houdt 80% van de kinderen met een overgevoeligheid voor pinda’s of noten daar zijn hele leven last van.
De indruk bestaat dat het aantal kinderen met een (ernstige) allergie de laatste decennia stijgt. Over de reden doen allerlei verhalen de ronde, onder andere dat onze toegenomen hygiëne ervoor zorgt dat we steeds gevoeliger voor van alles en nog wat worden. Maar tot nu toe is voor niet één theorie hard bewijs gevonden. Waarschijnlijk is de stijging in ieder geval deels te verklaren uit het feit dat er meer aandacht is voor allergieën, en dat ze steeds eerder en beter worden herkend.

Een allergie kan heel vervelende klachten geven, van een jeukende mond, neus of ogen tot zwelling, galbulten, diarree, braken, benauwdheid en zelfs een levensgevaarlijke shock. Bovendien doen zich problemen voor waar je bij een allergie niet direct aan denkt.

Sprikkelman: “In de klas in slaap vallen, moeite met concentreren en chagrijnigheid: het zijn allemaal mogelijke effecten van een allergie. Die kan een kind namelijk volledig uitputten. Verder ken ik kinderen die door een heftige allergische reactie op voedsel zo bang zijn geworden dat ze nauwelijks meer iets in hun mond durven stoppen. Een allergie kan een kind ook eenzaam maken, bijvoorbeeld als het vanwege zijn hooikoorts niet kan buitenspelen of vanwege een voedselallergie niet welkom is op de crèche. Dat geeft dan weer extra druk op het gezin.”

Gelukkig is de aandoening in de meeste gevallen goed te behandelen. De simpelste oplossing is de probleemstof te vermijden. Helaas lukt dat niet altijd, bijvoorbeeld met grassen en pollen in de lucht. Dan kunnen medicijnen (pillen, smeersels en neussprays) uitkomst bieden. Welke (combinatie van) geneesmiddelen en leefstijladviezen het beste werkt, hangt af van de aard en de heftigheid van de klachten. Vandaar dat het multidisciplinaire team van de poli (bestaande uit een allergoloog, een kinderlongarts,  een kindermaagleverdarmarts, een dermatoloog en een diëtiste) voor elke patiënt een behandelplan op maat maakt.
Geven al die middelen onvoldoende verlichting (of veroorzaken ze veel bijwerkingen), dan is er nog immunotherapie, een behandeling die de oorzaak van de allergie aanpakt. Door hun lichaam langzaam aan een probleemstof te laten wennen, worden ernstig allergische kinderen vanaf zes jaar er ongevoelig (immuun) voor gemaakt. Deze behandeling vergt echter nogal wat van patiënten.
“Een arts spuit met tussenpozen van een week steeds oplopende hoeveelheden van de stof onder de huid, net zolang tot een onderhoudsdosis is bereikt”, vertelt Sprikkelman. “Daarna moet het kind gedurende drie tot vijf jaar elke maand opnieuw worden geïnjecteerd. Zolang duurt het namelijk om het lichaam blijvend ongevoelig te maken voor allergieveroorzakers. Overigens is er voor sommige allergieën, zoals tegen graspollen, inmiddels ook immunotherapie in tabletvorm.”

Immunotherapie werkt tegen hooikoorts en allergie voor huisstofmijt en insectensteken. Tegen een amandelallergie bestaat (nog) geen behandeling, maar gelukkig heeft Lauren die ook niet nodig. Zeven uur na haar eerste hapje noot zitten er acht stickers op haar ‘Het-gaat-me-lukken-kaart’ en mag ze eindelijk naar huis. Ondanks de antistoffen in haar bloed heeft ze geen klachten gekregen. Ze is dus officieel ‘niet allergisch’ verklaard. Tenminste, voor amandelen. Want voor pinda’s, cashew- en pistachenoten heeft ze óók positief getest. Voor elk daarvan moet ze met een tussenpose van een week een aparte provocatietest ondergaan. Eén troost: na vandaag weet ze in ieder geval zeker dat ze komende sinterklaas met een gerust hart zoveel amandelspijs en marsepein kan eten als ze wil.

[Kader]

Op het spreekuur van de kinderallergiepoli

  • Kevin de Boer (9) heeft astma en is jaren allergisch voor koemelk, honden, katten, huisstof, grassen en boompollen. Voor zijn astma en hooikoorts gebruikt hij dagelijks verschillende medicijnen, en dan nog heeft hij soms klachten. Bovendien is hij erg bang om onbekende dingen te eten, uit angst dat hij het benauwd krijgt of in shock raakt. Daarom willen hij en zijn moeder nog eens goed laten uitzoeken waar hij precies allergisch voor is, en hoe gevaarlijk dat is.
  • Duncan Lionarons (4) at toen hij negen maanden was voor het eerst een boterham met pindakaas. Meteen daarna kreeg hij zwellingen in zijn gezicht en werd hij suf en slap. Een ambulance bracht hem naar het ziekenhuis, waar hij voor een allergische reactie werd behandeld. Een bloedtest leverde geen antistoffen tegen pinda op, maar voor de zekerheid hebben zijn ouders sindsdien alle pinda’s en noten vermeden. Nu Duncan binnenkort naar de basisschool gaat, willen ze voor eens en voor altijd weten of hij daadwerkelijk allergisch is of niet. In overleg wordt besloten een nieuwe bloedtest en een provocatiest te doen.
  • Farshad Sohrabkhan (13) kreeg op zijn 4e hooikoorts. Hij heeft ook astma en een allergie voor pinda’s, noten en soja. Ondanks medicijnen werd de hooikoorts op een gegeven moment zo erg dat hij een groot deel van het jaar nauwelijks meer naar buiten kon. Daarom is Farshad in 2008 met immunotherapie gestart. Het effect was bijna direct merkbaar; hij kon weer zonder problemen buiten spelen. Inmiddels heeft hij er vier jaar maandelijkse injecties op zitten, maar die zijn het volgens hem meer dan waard.
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: