ANDRE ROUVOET: “ONDERHANDELEN OVER ZORGKOSTEN IS GOED”

27 Okt

Gepubliceerd in ANBO Magazine, oktober 2012.

Hij zat exact 5000 dagen in de Tweede Kamer en was bijna vier jaar minister en vice-premier. Tijd voor een nieuwe uitdaging, dacht André Rouvoet op zijn 50ste. Die vindt hij in zijn baan als voorzitter van brancheorganisatie Zorgverzekeraars Nederland (ZN).

Na zeventien jaar was u met het parlementaire bedrijf vergroeid. Is het erg wennen, een baan buiten Den Haag?

“Het is een stuk minder hectisch! Als ik voorheen ’s ochtends naar mijn werk reed, wist ik één ding: de dag gaat anders verlopen dan in mijn agenda staat gepland. In vergelijking daarmee is deze functie rustig. Toch kan ik nu bepaald niet achterover leunen. Daarvoor gebeurt er te veel in de zorg.”

Na uw politieke carrière lag de wereld voor u open. Waarom koos u voor Zorgverzekeraars Nederland?

“Ik vind het inspirerend om op het raakvlak van de publieke en private wereld te werken. Zorgverzekeraars zijn ondernemingen, maar ze dienen een maatschappelijk belang, namelijk goede zorg voor u en mij organiseren tegen een redelijke prijs. ”

Dus u komt in deze functie zowel op voor de zorgverzekeraars als voor de verzekerden?

“Jazeker, want uiteindelijk gaat het erom dat verzekerden waar voor hun geld krijgen. De zorgverzekering is anders dan andere verzekeringen: hij is voor iedereen toegankelijk, zonder dat er naar je risico – je ziektegeschiedenis – wordt gekeken. En je hoeft geen extra premie te betalen als je toevallig veel kosten maakt.”

Zo klinkt het werk van zorgverzekeraars wel heel idealistisch.

“Tot op zekere hoogte is het dat ook. In tegenstelling tot wat mensen vaak denken, zijn zorgverzekeraars bijvoorbeeld niet uit op winst.”

Pardon? Verzekeringsmaatschappijen willen toch geld verdienen?

“Dat is niet het voornaamste doel. Anders waren de premies al lang verdrievoudigd.”

Toch wordt er wel winst gemaakt.

“Sinds een paar jaar zijn zorgverzekeraars inderdaad uit de rode cijfers. Maar het geld dat ze overhouden, blijft in de zorg. Er zijn geen aandeelhouders die de winst in hun zak steken.”

Dus het idee dat zorgverzekeraars over de rug van zieke mensen rijk worden is onterecht?

“Absoluut. Van elke euro premie die je betaalt, gaat 95 cent naar de zorg. Vier cent is nodig voor het maken van polissen en het verwerken van de miljarden declaraties. De ene cent die overblijft, moeten zorgverzekeraars van de overheid verplicht als reserve op de bank houden.”

Een ander veelgehoord verwijt richting zorgverzekeraars is dat we steeds meer premie betalen, maar er steeds minder voor terugkrijgen.

“Ik snap dat gevoel heel goed. Het is tenslotte je zorgverzekeraar die je laat weten dat bijvoorbeeld een fysiotherapiebehandeling niet langer wordt vergoed. Wat mensen echter vergeten, is dat het niet de zorgverzekeraar, maar de politiek is die besluit wat er wel en niet in het basispakket zit. In het lenteakkoord is eerder dit jaar bijvoorbeeld afgesproken dat de rollator uit het pakket gaat, en dat patiënten voor elke dag dat ze in het ziekenhuis verblijven zeven euro vijftig liggeld moeten gaan betalen. Met dat besluit hebben zorgverzekeraars niets van doen, die voeren het alleen uit.”

Waarom gaat de premie dan toch elk jaar omhoog?

“Omdat het gebruik van de zorg  nog steeds toeneemt en omdat er steeds nieuwe, dure behandelingen bij komen die vanuit de basisverzekering worden vergoed.”

Als ik u zo beluister, kunnen zorgverzekeraars niets fout doen.

“Klanten beoordelen de dienstverlening van onze leden al jaren heel goed, gemiddeld met een 7,6. Maar het kan uiteraard altijd beter. Ik vind bijvoorbeeld dat als een klacht van een verzekerde gegrond is gebleken, zorgverzekeraars ervoor moeten zorgen dat die situatie zich in de toekomst niet meer kan voordoen, ook niet bij andere klanten.”

Eén van de verbeteringen waar ANBO al jaren voor pleit, is meer aandacht voor preventie. Maar tot nu toe vinden we daarvoor bij de zorgverzekeraars geen gehoor.

“Voor de duidelijkheid: veel vormen van preventie, zoals bloeddrukverlagers, zitten in het basispakket. Die krijgt iedereen dus vergoed. Alle behandelingen die daarbuiten vallen, ook preventieve, moeten ergens uit betaald worden. In de praktijk betekent dat: een hogere premie. Daar zitten de meeste verzekerden niet op te wachten.”

Met het voorkomen van ziektes en complicaties bespaar je toch juist geld?

“Natuurlijk, vandaar dat zorgverzekeraars zich ook steeds meer met preventie bezighouden. Het lastige is alleen dat je als klant ieder jaar van zorgverzekeraar mag wisselen. Een verzekeraar kan dus wel programma’s om af te vallen of te stoppen met roken voor je betalen, maar als je het jaar daarop naar een andere maatschappij overstapt, verdient die investering zich niet terug. Dat maakt het ingewikkeld.” 

Hoe helpen zorgverzekeraars dan om de zorg betaalbaar te houden?

“Door met zorgaanbieders te onderhandelen over de prijs van goede zorg. Scherpe afspraken over hoe de zorg beter en doeltreffender kan, drukken de kosten. Dat was één van de belangrijkste redenen om in 2006 gereguleerde marktwerking in te voeren. Het heeft een paar jaar gekost, maar de concurrentie begint zijn vruchten af te werpen.”

De PvdA en de SP hebben er in hun verkiezingscampagne voor gepleit om die concurrentie tussen zorgverzekeraars zo snel mogelijk weer af te schaffen.

“Het slechtste wat we kunnen doen is een aanpak die net goed begint te draaien aan de kant zetten voor een systeem waarvan we weten dat het niet werkt. Niet voor niets hebben we na dertig jaar discussie gekozen voor gereguleerde marktwerking. Dat levert de beste zorg op voor de beste prijs. Natuurlijk zijn er hier en daar problemen, maar herinvoering van een vorm van staatsgezondheidszorg lost die niet op. Sterker nog, de lange  wachtlijsten waar we na jaren hard werken eindelijk vanaf zijn, zouden in minder dan geen tijd terug zijn.”

Maar wie garandeert de patiënt dat zorgverzekeraars bij de onderhandelingen niet alleen naar de prijs, maar ook naar de kwaliteit van een behandeling kijken?

“Omdat dat in hun belang is. Als verzekerden ontevreden zijn over de zorg die ze krijgen vergoed, lopen ze immers snel weg. Overigens moeten we af van het idee dat het slecht zou zijn om over de kosten van zorg te onderhandelen. Het is uw en mijn premiegeld dat de zorgverzekeraar uitgeeft. Persoonlijk wil ik niet dat dat wordt verspild, bijvoorbeeld omdat patiënten na een operatie langer in het ziekenhuis blijven dan voor hun herstel noodzakelijk is. Dan kun je dat geld beter besteden aan het helpen van anderen, of aan het verlagen van de premie.”

Hoe kan het dat de ene zorgverzekeraar bijvoorbeeld de borstkankerzorg in een bepaald ziekenhuis onder de maat vindt, terwijl die voor een andere verzekeraar voldoende is? Dan weet je als patiënt toch niet meer wie je moet geloven?

“Dat is inderdaad verwarrend. Het heeft ermee te maken dat het onderhandelen over kwaliteit en prijs relatief nieuw is, voor zorgverzekeraars én voor zorgverleners.

Vóór 2006 wisten we helemaal niet of het ene ziekenhuis het misschien beter deed dan het andere. Daar komt langzaam verandering in, bijvoorbeeld doordat verenigingen van specialisten voor een bepaalde ziekte in kaart brengen wat wetenschappelijk bewezen goede zorg is. Die richtlijnen gebruiken zorgverzekeraars vervolgens bij het sluiten van contracten met ziekenhuizen. Langzamerhand komen er steeds meer van dat soort kwaliteitsgegevens beschikbaar, met als gevolg dat alle zorgverzekeraars dezelfde minimumkwaliteitseisen aan zorgverleners stellen.”

ANBO vindt dat voor verzekerden in één oogopslag duidelijk moet zijn waarom hun zorgverzekeraar wel of niet een contract sluit met een zorgverlener, zeker nu verzekeraars steeds meer invloed krijgen op de zorg die hun klanten afnemen. Gaat u zich daar vanuit ZN hard voor maken?

“Onze leden zijn daar zelf heel druk mee bezig, maar we kijken er als branchevereniging ook gezamenlijk naar. Ik verzeker u: transparantie staat hoog op onze agenda.”

Tot slot: toen de marktwerking in de zorg in 2006 werd ingevoerd, had u daar als Kamerlid ernstige bedenkingen bij. Heeft u uw principes voor uw huidige baan aan de kant gezet?

“Absoluut niet. Toentertijd aarzelde ik of de plannen wel houdbaar waren binnen de Europese wetgeving, en of de zorgtoeslag niet veel bureaucratische rompslomp zou opleveren. Uiteindelijk heb ik echter vóór de wet gestemd, omdat ik het niet verantwoord vond om op de oude weg verder te gaan. Daar sta ik nog altijd achter.”

[Kader]

Wie is André Rouvoet?

Sinds 1 februari is André Rouvoet (1962) voorzitter van Zorgverzekeraars Nederland. Hij volgde daar Hans Wiegel op, die de functie zeventien jaar bekleedde. Van 2007 – 2010 was Rouvoet minister van Jeugd en Gezin en vicepremier in het Kabinet Bakenende IV. Daarvoor zat hij dertien jaar in de Tweede Kamer, eerst voor de RPF en vervolgens voor de ChristenUnie. Rouvoets echtgenote is arts. Samen hebben ze vier dochters en een zoon.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: