TOPZORG VOOR KINDEREN MET DWANG, ANGST OF TICS

30 Okt

Gepubliceerd in Het Parool, 30 oktober 2012

Al jaren helpen ze met succes kinderen uit heel Nederland. Nu hebben de behandelaars en onderzoekers van het Amsterdamse Expertisecentrum voor Dwang, Angst en Tics officiële erkenning gekregen voor hun innovatieve aanpak. Als eerste kinderkliniek in Nederland ontvingen ze het TOPGGz keurmerk.

Vader Michael doet zijn best om het niet te tonen, maar hij is er nog altijd boos over. Zijn dochter Lisa (10) moest ruim een jaar geleden met ondervoeding in het ziekenhuis belanden, voordat ze psychische hulp kreeg. En dat terwijl hij en zijn vrouw Mila daar bij zowel de huisarts als de kinderarts verschillende keren om hadden gevraagd. In een paar maanden tijd was hun lieve, vrolijke dochter veranderd in een somber en vooral ook heel boos kind, dat nauwelijks meer wilde eten. ‘Anorexia’, luidde het oordeel van de artsen. Maar Michael vermoedde dat er meer achter het angstige en agressieve gedrag van zijn dochter zat. Panisch zijn om over te geven, honderd keer op een dag het konijnenhok controleren, niet durven slapen uit angst om dood te gaan; dat hoorde toch niet bij anorexia?

De ziekenhuispsychiater verwees de familie door naar de Bascule, academisch centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie in Amsterdam. Daar kwam men tot een heel andere conclusie: Lisa leed aan een ernstige dwangstoornis. Met de juiste behandeling – wekelijkse gesprekken waarin ze leerde anders met haar nare gedachten en dwangmatige gewoonten om te gaan – was ze in negen maanden van al haar klachten af.

Sinds 2004 heeft de Bascule een speciaal Expertisecentrum voor Dwang, Angst en Tics (DAT), waar jaarlijks ongeveer 250 kinderen en jongeren tot 18 jaar worden geholpen (zie kader). Vaak hebben zij al verschillende behandelaars gezien, voor ze bij het DAT terechtkomen.

“Zo’n ziekenhuisopname als van Lisa is gelukkig een uitzondering”, zegt Els Wippo, GZ-psycholoog en gedragstherapeut bij het expertisecentrum. “Maar soms kan het lang duren voor een kind met angst- of dwangklachten de juiste diagnose en behandeling krijgt. Zeker als het gedrag dat je aan de buitenkant ziet, zoals buitensporige agressie, het eigenlijke probleem verhult. Daar komt onze ervaring om de hoek kijken. Een zelfstandig kinderpsycholoog behandelt misschien een paar gevallen van dwang per jaar. Wij doen hier niet anders. Vergelijk het maar met een chirurg: hoe vaker die een bepaalde operatie uitvoert, hoe beter hij erin wordt. Zo werkt het ook met het vaststellen en aanpakken van psychische klachten.”

Dat angst, dwang en tics er bij elkaar in één expertisecentrum zitten, is niet toevallig. Bij dwang komt namelijk veel angst kijken, en tics hebben iets dwangmatigs. Alle drie worden ze behandeld met (cognitieve) gedragstherapie, waarbij kinderen leren om minder waarde te hechten aan hun beangstigende gedachten, en om zich anders te gedragen.

“Doel is niet perse om nooit meer bang te zijn”, verklaart Wippo,” maar om op zo’n manier met je angsten om te gaan dat je je normale leven weer kunt oppakken. Voor tics is er een speciale therapievorm, habit reversal, waarbij je een opkomende tic leert tegenhouden.”

De behandeling is meestal individueel en neemt gemiddeld zestien weken in beslag. Als dat onvoldoende helpt, wordt die verlengd en/of uitgebreid met medicijnen die de angst of tics verminderen. Zo nodig kan een kind ook een dagbehandeling (inclusief school) volgen, of enige tijd worden opgenomen.

Op 14 juni van dit jaar kreeg het Expertisecentrum DAT als eerste kinderkliniek in Nederland het TOPGGz keurmerk toegekend. Dat ‘kwaliteitsstempel’ voor geestelijke gezondheidszorg garandeert zeer specialistische hulp, waarvan bovendien wetenschappelijk is bewezen dat hij werkt (het merendeel van de kinderen komt van hun klachten af). Verder doen de medewerkers uitgebreid wetenschappelijk onderzoek naar hoe de behandeling nog doeltreffender kan. De uitkomsten daarvan worden waar mogelijk direct in de praktijk toegepast.

Orthopedagoog en onderzoeker Lidewij Wolters bekijkt bijvoorbeeld of een computertraining kinderen met dwang helpt. “Doel daarvan is om nare, storende gedachten te vervangen door gedachten die helpen om de dwang of angst onder controle te krijgen”, legt ze uit. “Kinderen kunnen het programma thuis doen, zodat de therapie daar als het ware doorloopt.”

Een ander voorbeeld van een innovatieve aanpak is het protocol dat het expertisecentrum heeft ontwikkeld voor de behandeling van jonge kinderen die bang zijn om te praten (selectief mutisme). De behandelaars gaan met de kindjes mee naar de crèche, peuterspeelzaal of school om daar samen gedragsoefeningen te doen. Uit onderzoek blijkt dat 85% van hen dan weer gaat praten. Inmiddels wordt het protocol ook op andere plekken in Nederland gebruikt.

1 op de 12 kinderen heeft een angststoornis, 1 op de 50 een ticstoornis en 1 op de 100 een dwangstoornis. Zo bezien is 250 patiënten per jaar niet veel. Heerst er nog steeds een taboe op met je kind naar de psychiater gaan?

“Als ouders zich al schamen, dan is het vaak omdat ze bang zijn dat ze de problemen zelf hebben veroorzaakt”, aldus Wolters. “Gelukkig kunnen we ze wat dat betreft snel geruststellen. Erfelijke aanleg speelt een rol, maar ook stressvolle gebeurtenissen en het karakter van het kind zijn belangrijk. De opvoeding lijkt geen invloed te hebben op het ontwikkelen van een angst- of dwang- of ticstoornis. Wel kunnen ouders angsten in stand houden, bijvoorbeeld door altijd te slapen bij een kind dat niet alleen durft te zijn. Daarmee bevestigen ze als het ware dat er iets is om bang voor te zijn. Vandaar dat we ouders altijd actief bij de behandeling betrekken.”

“Als het om taboes gaat, zijn kinderen zijn nog wel eens bang om ‘gek’ te worden verklaard, of om te worden gepest met hun angsten”, vult Wippo aan. “Eenmaal hier volgt vaak een gevoel van bevrijding: ik hoef niet mijn hele leven bang te blijven! Die opluchting voelen ouders trouwens ook.”

De vader en moeder van Lisa kunnen dat alleen maar beamen. “Het enige wat telde, was dat ze de hulp kreeg die ze nodig had”, besluit Michael. “Dankzij de therapie hebben we onze dochter weer terug.”

 

[Kader]

Lisa (10):

“Ik was heel erg bang, misschien al vanaf dat ik vijf of zes jaar was. Dus verzon ik allerlei maniertjes om rustig te worden. Ik vroeg bijvoorbeeld steeds ‘Ga ik niet overgeven?’ of ‘Ga ik niet dood?’. Mamma zei altijd van niet, maar ik kon het nooit echt geloven. Soms moest ik onderweg naar school terug naar huis om het nog een keer te vragen. Ik keek ook heel vaak in de spiegel of ik niet dik was. En ik kon niet stoppen met tandenpoetsen. Als mijn vader mijn tandenborstel afpakte, werd ik woest en sloeg ik hem. ‘Flippen’, noemde hij dat.

Toen ik steeds minder ging eten, heb ik mijn moeder op een avond verteld dat ik heel bang was. Daarna zijn we naar de dokter gegaan. Eerst wilde ik er niet over praten, want dan voelde ik me nog rotter. Maar ik ben blij dat ik het toch heb gedaan. Vooral omdat ik hoorde dat ik dat ik niet de enige was die zo dacht.

In de therapie bij Lidewij heb ik geleerd dat ik niet bang hoef te zijn voor mijn gedachten. Ik heb er nu helemaal geen last meer van, en ik hoef ook niets meer te controleren. Misschien dat ik later kinderen met dezelfde problemen kan helpen. Ik heb zelfs een boekje geschreven, ‘Lisa de bangheidsspecialist’. Maar nog liever wil ik paardrijster worden.”

 

[Kader]

Met welke problemen kun je als kind bij het Expertisecentrum DAT terecht?

  • Als je regelmatig zo bang bent dat je daardoor veel dingen niet meer kan doen of je somber en ongelukkig voelt (angststoornis).
  • Als je in bepaalde situaties (vooral op school) niet meer durft te praten (selectief mutisme).
  • Als je last hebt van akelige gedachten die steeds maar terugkomen, bijvoorbeeld dat er iets naars met jezelf of je familie gebeurt of dat je dik wordt (dwanggedachten).
  • Als je steeds dezelfde dingen moet doen (iets controleren of herhalen, handen wassen, etc.) om rustig te worden, terwijl je dat eigenlijk onzin vindt (dwanghandelingen).
  • Als je vaak plotselinge, onwillekeurige bewegingen of geluiden maakt. Bijvoorbeeld: knipperen met je ogen, kuchen, grommen, hoofdschudden of stopwoorden zeggen (tics).

Meer informatie: dat.debascule.com. Op werkdagen houdt het Expertisecentrum DAT van 13.00 tot 13.30 uur een telefonisch spreekuur voor ouders, kinderen en tieners. Telefoon: 020 – 890 10 00.

De patiëntenvereniging voor mensen met angst-, dwang- of fobieklachten heeft speciale websites voor kinderen tot 12 jaar (bibbers.nl) en voor jongeren van 12 tot 18 (stopjeangst.nl).

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: