ALLE DAGEN SOMBER: DEPRESSIE BIJ KINDEREN

20 Mrt

depressie1_web

Illustratie: Gijs Kast (gijskast.com)

Gepubliceerd in Het Parool, 19 maart 2013

1 op de 20 kinderen lijdt aan een depressie. Hun wanhoop kan net zo groot zijn als die van een volwassene.

 

Na het eten van een stuk spacecake raakte David (19) in de zomer van 2010 in een ernstige depressie. Intensieve dagbehandeling bij de Bascule, academisch centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie in Amsterdam, hielp hem er weer bovenop.

“Zondag 30 januari 2011. Dat was de dag dat ik een einde aan mijn leven wilde maken. Alles om me heen was zwart, betekenisloos, leeg. Ik voelde alleen nog een allesoverheersende angst, die in grote golven over me heen spoelde. Met elke minuut groeide de pijn en de paniek. De dood leek de enige uitweg. Ik klampte me vast aan mijn ouders, letterlijk, om te voorkomen dat ik mezelf iets zou aandoen.

Ik weet niet wat het betekent om gelukkig te zijn; dat gevoel ken ik niet. Zelfs toen ik klein was, kon ik weinig van dingen genieten. Ik voelde me altijd somber, en minder dan anderen. Niet dat iemand dat aan me merkte; ik ging gewoon naar school en voetballen met vrienden. Tot ik in augustus 2010 een stuk spacecake at. Ik zag mezelf hysterisch lachend over het plafond lopen. Een nachtmerrie waar ik niet wakker uit kon worden. Het maakte me ongelofelijk bang.

De weken erna ging het van kwaad tot erger. Het lege, zwarte gat van binnen werd alsmaar groter en slokte al mijn gevoel op. Niks was nog de moeite waard. Ik kreeg last van vage lichamelijke klachten, buikpijn en hyperventilatie, en ik was verschrikkelijk moe. Dingen die ik voorheen heel normaal vond, zoals met vrienden afspreken of met de metro gaan, durfde ik ineens niet meer. Dat ik niet begreep wat er met me gebeurde, maakte het alleen maar erger.

Toen ik te bang werd om naar school te gaan, namen mijn ouders me mee naar een psycholoog. Die stelde vast dat ik een zware depressie had. Vanwege de ernst van mijn klachten stuurde hij me door naar de Bascule. Daar kwam ik in de dagbehandeling terecht, vijf dagen per week. De eerste maanden haalde dat weinig uit; mijn problemen werden alleen maar erger. Totdat ik na die ene zondag in januari in aanvulling op de groepstherapie een antidepressivum kreeg.

De pillen hielpen me om anders naar mijn nare gedachten over ziekte en dood te leren kijken – het doel van de therapie. Voor het eerst kreeg ik een sprankje hoop. Dat ik niet enige was met zulke ideeën hielp ook. Voor ik bij de Bascule kwam, had ik nog nooit iemand van mijn leeftijd met angst en depressie ontmoet. Nu zat ik er opeens met acht in een groep. Op moeilijke momenten gaven de anderen me een schop onder mijn kont. Zo sleepten we elkaar er doorheen.

In totaal duurde mijn behandeling negen maanden. Niet dat ik daarna helemaal beter was; ik voel me nog steeds regelmatig somber. Maar ik weet nu hoe ik daar anders mee om kan gaan. Ik heb altijd een lijstje met tips in mijn achterzak. Nare gedachten negeren. Afleiding zoeken. Erover praten als ik bang ben. Op tijd hulp vragen. Dat geeft me houvast.

In juli 2012 heb ik ‘You’ll never walk alone’ op mijn arm laten tatoeëren. Als eerbetoon aan mijn voetbalclub, maar ook aan de mensen van de Bascule. Zij hebben mijn leven gered. Dankzij hen geloof ik dat ik in misschien toch nog ooit gelukkig kan worden.”

Davids behandelaar, Ria Pengel, werkt als GZ-psycholoog en psychotherapeut bij de Bascule. Ze is daar eindverantwoordelijk voor de dagbehandeling van jongeren met een depressieve of een angststoornis, of met onverklaarde lichamelijke klachten.  

Zijn de klachten van David typerend voor die van depressieve kinderen?

“Ja. Een depressief kind voelt zich langere tijd somber, verdrietig, waardeloos en mislukt. Ook nachtmerries, piekeren, (faal)angst en besluiteloosheid komen veel voor. Verder gaat de aandoening meestal gepaard met lichamelijke klachten, zoals vermoeidheid, hoofdpijn en buikpijn. Veel meer of minder slapen dan gebruikelijk hoort er ook bij. Een kind met een depressie heeft de neiging om zich terug te trekken. Op school, thuis en met vrienden loopt het niet lekker. Zijn wereld wordt steeds kleiner. Sommige tieners gaan blowen of drinken. De somberheid kan zo erg zijn dat een kind niet meer wil leven.”

Komt het veel voor?

“Uit onderzoek blijkt dat een op vijf kinderen en jongeren last heeft van sombere gevoelens. Dat zijn er zo’n 80.000 per jaar. Bij 1 op de 20 is er sprake van een echte depressie.”

Wat is het verschil?

“Er is geen hard onderscheid. Simpel gezegd spreek je van een depressie als een dip (weken)lang aanhoudt en niets een kind meer kan opbeuren.”

In hoeverre uit een depressie zich bij kinderen anders dan bij volwassenen?

“De klachten verschillen niet wezenlijk, maar bij kinderen zijn ze wel moeilijker te herkennen. De somberheid blijft vaak verborgen. Aan de buitenkant zie je dan bijvoorbeeld vooral afhankelijk gedrag, of slechte schoolprestaties. Jonge kinderen met een depressie zijn vaak prikkelbaar en onrustig in plaats van somber en futloos. Ze voelen zich boos en opstandig, zonder dat ze zelf begrijpen waarom. Verder gaat een depressie bij een kind dikwijls samen met andere problemen, zoals een angststoornis.”

Is er altijd een duidelijke aanleiding?

“Nee. Erfelijke aanleg is belangrijk, maar ook stressvolle gebeurtenissen en het karakter van het kind spelen een rol. Over het algemeen ontstaan depressieve klachten in de vroege pubertijd, rond de overgang van de basis- naar de middelbare school. Meestal kun je de oorzaak niet precies achterhalen, maar gelukkig is dat ook niet het belangrijkste om er iets aan te kunnen doen.”

Wat bijvoorbeeld?

“Dat hangt af van de aard van de klachten. Bij een milde depressie is het meestal genoeg om een paar keer met een maatschappelijk werker op school te praten. Bij een ernstige depressie werkt cognitieve gedragstherapie over het algemeen goed. Doel daarvan is om kinderen te leren minder waarde aan hun sombere en beangstigende gedachten te hechten. Bij de Bascule bieden we ook een combinatie van persoonlijke en online therapie, zodat kinderen thuis zelfstandig kunnen oefenen. Zo nodig geven antidepressiva daarbij een steuntje in de rug. Verder zijn er allerlei trainingen om sociale vaardigheden te versterken en een kind meer zelfvertrouwen te geven.

Het allerbelangrijkste is om een kind weer in beweging te krijgen. Het moet een reden hebben om zijn bed uit te komen. Als ouders creëer je die door zoveel mogelijk structuur en regelmaat in de dag aan te brengen. Dus: samen ontbijten en je kind verantwoordelijk maken voor het uitlaten van de hond. Oók als het niet meer naar school gaat.”

Wanneer moet je als ouders aan de bel trekken?

“Als de somberheid het dagelijks leven gaat beïnvloeden, bijvoorbeeld omdat een kind niet meer naar school wil, heel angstig wordt, sociaal geïsoleerd raakt of je het contact met hem verliest. Wacht niet te lang als je vermoedt dat je kind depressief is. En blijf niet doormodderen als een behandeling niet werkt. Hoe langer de klachten aanhouden, hoe moeilijker het wordt om er vanaf te komen.”

Waar kun je terecht?

“Bij de huisarts. Zo nodig kan die doorverwijzen naar een psycholoog of psychiater.”

Eens depressief, altijd depressief?

“Kinderen die een depressie hebben gehad, blijven daar vaak hun hele leven gevoelig voor. Maar als ze hebben geleerd om de waarschuwingssignalen tijdig te herkennen, kunnen ze een nieuwe depressie hopelijk voorkomen, of in ieder geval tijdig hulp inschakelen.”

[Kader]

Meer informatie

  • gripopjedip.nl; hier kun je ook een test doen om te kijken of je depressief bent.
  • zwaarweer.nl
  • debascule.com
  • ggzingeest.nl
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: