Geblesseerd? Blijf in beweging!

27 Mei

007008

 Gepubliceerd in Plus Magazine, juni 2013

Tijdelijk uitgeschakeld door een tenniselleboog of hardlopersknie? Zoek dan een andere manier om actief te blijven. Zo voorkom je dat je conditie achteruit holt.

In Nederland zijn er 2,3 miljoen sporters van 55 jaar of ouder. Gemiddeld bewegen ze 210 uur per jaar. Dat is zo’n vier uur per week! Hartstikke gezond. Het aantal sportende 55-plussers neemt bovendien snel toe, tussen 2006 en 2011 wel met 25%.

Meer sporters betekent echter helaas ook: meer blessures. Jaarlijks zitten er 300.000 55-plussers met een sportblessure aan de kant. Fitness leidt bij deze groep tot de meeste klachten, namelijk 48.000, gevolgd door hardlopen (46.000). Ieder jaar belanden er 7.000 55-plussers met een blessure bij de eerste hulp.

Opvallend feit: oudere sporters hebben een drie keer kleinere kans op blessures dan gemiddeld. Maar krijgt een 55-plusser sportklachten, dan zijn die over het algemeen wel ernstiger.

4 TIPS

1. Klachten? Stop op tijd!

Het zal wel overgaan, denkt u. Of u wilt niet onderdoen voor de mensen met wie u traint. En dus loopt u door met die zeurende pijn in schouder, knie of voet. Niet doen! Als u ergens klachten heeft, gaat u – vaak zonder dat u het merkt – anders bewegen om die plek te ontzien. Het gevolg: overbelasting (en blessures) op andere plaatsen in het lichaam. Dan bent u nog verder van huis. Luister dus naar uw lichaam, en neem klachten serieus. Zijn die na een paar dagen nog niet over? Vraag advies aan huisarts of (sport)fysiotherapeut.

2. Blijf in beweging, ook als u geblesseerd bent

Stel, door een schouderblessure kunt u plotseling niet meer twee keer per week uw gebruikelijke wedstrijdje tennissen. In plaats daarvan zit u acht weken op de bank. Als u geen andere activiteiten onderneemt, raakt u in die korte tijd een groot deel van uw zorgvuldig opgebouwde conditie kwijt. Bij inactiviteit verliest u per dag bovendien tot wel 150 gram spierweefsel, oftewel 4% van uw kracht. Iemand die normaliter 50 kilo kan tellen, krijgt na twee weken (absolute) rust nog maar 40 kilo van de grond. Zo snel gaat die achteruitgang dus!

Kortom: het is van groot belang om in beweging te blijven, óók als u geblesseerd bent. Een speciale sportfysiotherapeut kan helpen om een herstelplan op maat te maken, afgestemd op uw eigen sport. Enerzijds helpt hij u om het geblesseerde lichaamsdeel sterker te maken en het vertrouwen in het gebruik ervan terug te krijgen. Anderzijds geeft hij u tips voor alternatieve vormen van beweging om uw conditie toch op peil te houden. Bij klachten aan schouder of arm is wandelen bijvoorbeeld een goede manier om fit te blijven. Bij knie-, enkel- en voetklachten is (licht) fietsen een prima alternatief. Aqua-aerobics is een andere sport die je met de meeste gewrichtsklachten uitstekend kunt doen. Voor spierbehoud is krachttraining heel doeltreffend. Op http://www.sportzorg.nl vindt u per klacht en per sport meer tips over hoe met blessures om te gaan.

3. Start na een blessure rustig weer op

Als u na een periode van gedwongen rust eindelijk weer mag bewegen, is de verleiding groot om er meteen 100% voor te gaan. Maar juist dan is het risico op een (nieuwe of verergerde) blessure groot. Vergeet niet dat behalve uw conditie, ook uw spiermassa snel vermindert als u een tijdje weinig of niets doet. Anders gezegd: u spieren kunnen minder aan dan voorheen. Bovendien herstellen banden een pezen minder snel dan uw conditie. Heel langzaam opbouwen dus! De fysiotherapeut kan u daar goed over adviseren.

4. (Nieuwe) problemen voorkomen: laat een sportkeuring doen

Twijfelt u over hoeveel sporten met uw conditie gezond is? Of bent u bang voor (meer)  blessures? Laat dan eens een sportmedische keuring doen. Bij zo’n keuring (die soms (deels) door zorgverzekeraars wordt vergoed) brengt een sportarts mogelijke gezondheidsrisico’s in kaart en geeft hij advies op maat over sportkeuze en conditieverbetering. Op http://www.sportzorg.nl kunt u een test doen om te zien of zo’n keuring in uw situatie verstandig is. De website http://www.conditietesten.nl/sportonderzoek geeft een overzicht van de sportmedische adviescentra die een sportmedische keuring uitvoeren. Bij deze centra vindt u trouwens ook gespecialiseerde sportfysiotherapeuten.

Met dank aan Jeroen Bijman, sportfysiotherapeut bij Sport en Therapie in Purmerend en bestuurslid van de Nederlandse Vereniging voor Fysiotherapie in de Sportgezondheidszorg.

Peter Bierhaus (56) is al zijn hele leven fervent sporter. Sinds 2000 haalt hij zijn sportieve kick vooral uit hardlopen.

“Wat werd ik chagrijnig toen ik niet mocht hardlopen! Zes hele weken lang moest ik rust houden vanwege een ontstoken knie. In augustus verleden jaar werd ik daar van de ene op de andere dag mee wakker. Overbelasting, luidde de conclusie van de fysiotherapeut. Kennelijk was ik overmoedig geweest.

Al na een paar weken rust nam mijn conditie af; ik voelde me lui en vadsig. Dolblij was ik, toen ik weer mocht gaan trainen. Krachtoefeningen en fietsen – dat is minder belastend voor je knie. In de sportschool miste ik de buitenlucht, dus maakte ik in het weekend lange fietstochten met mijn vrouw. Gaandeweg voelde ik mijn spieren sterker worden. Het voelde als een overwinning toen ik weer een paar minuten mocht gaan joggen.

Hardlopen is verslavend; je raakt in een soort roes die ik bijvoorbeeld met voetballen nooit heb gevoeld. Voorheen liep ik twee of drie keer per week ’s ochtends een uur, in de prachtige bossen bij Arnhem. Ik startte steevast met strekoefeningen en kocht elk jaar nieuwe hardloopschoenen – na zo’n 1000 kilometer is de vering daaruit. Helaas was het niet genoeg om een knieblessure te voorkomen.

Zodra ik weer serieus ging lopen, ging het opnieuw mis; ik had te snel te veel gedaan. Geduld, geduld, geduld, is dus mijn advies. Zelf rust ik niet voor ik mijn oude niveau terug heb. Daarnaast blijf ik trouwens lekker fietsen, want dat vind ik ook heerlijk!”

Mieke Ruijgrok (50) doet sinds tien jaar aan sloeproeien. Daarnaast bokst ze en fietst ze elk weekend 45 kilometer met vriendinnen.

“Ik had nooit gedacht dat ik door een blessure tien kilo zou afvallen. Maar omdat ik er anders en vooral ook vaker door ben gaan bewegen, is dat precies wat er gebeurde.

Niet mijn arm!, dacht ik toen ik in februari 2012 met schaatsen hard op mijn zijkant viel. En inderdaad, met de pijn in mijn ribbenkast en schouder was roeien onmogelijk. Gelukkig kon ik nog wel sturen, zodat ik onderdeel kon blijven van ons negenkoppige team. Stond ik tenminste niet helemaal langs de kant.

Helaas hield de pijn aan, ook toen de kneuzingen al lang waren hersteld. Pas na negen maanden kwam de oorzaak aan het licht: een scheur in mijn schouderbiceps die operatief moest worden hersteld. Al die tijd had ik niet gesport. Het gevolg: nul conditie en zeven kilo erbij.

Inmiddels was ik helemaal klaar met het gedwongen stilzetten. Maar met mijn arm in een mitella kon ik zelfs niet fietsen. Dan maar lopen, besloot ik. Regelmatig naar mijn werk en twee keer per week naar de fysiotherapeut; in totaal vijf tot tien kilometer per dag. In het weekend maakte ik bovendien lange wandelingen met vriendinnen. Samen met mijn roeimaatjes hielpen zij me om de moed – en de conditie – erin te houden. Mede door de dagelijkse beweging ben ik in drie maanden bovendien tien kilo kwijt geraakt. Binnenkort mag ik weer voorzichtig met roeien beginnen. Met een beetje geluk ding ik dit najaar met mijn team weer mee naar de prijzen!”

Edward Pranger (48) basketballt bij vereniging Old Birds Purmerend. Door de week traint hij twee uur, in het weekend speelt hij competitie.

“Achteraf heb ik er spijt van dat ik tijdens het jaar gedwongen rust mijn bovenlichaam niet ben gaan trainen. Dan had ik misschien minder spierkracht en conditie verloren. Maar ik had geen idee dat ik zolang uitgeschakeld zou zijn.

In de zomer van 2011 kreeg ik last van mijn linkervoet. Gaat wel over, dacht ik. Maar de pijn werd steeds erger, en mijn voet werd ook dik. Sporten ging niet meer, zelfs lopen was pijnlijk. Na vier weken ben ik naar de dokter gegaan. Eerst dacht men aan een peesontsteking, daarna jicht, en uiteindelijk bleek ik verschillende middenvoetsbeentjes te hebben gebroken. De precieze oorzaak was niet meer te achterhalen, maar waarschijnlijk zijn er door al het rennen en springen bij basketball scheurtjes ontstaan.

Pas na negen maanden met een brace en gips kon ik gaan revalideren. Inmiddels was ik zo bang geworden voor nieuwe klachten, dat ik eigenlijk niet meer durfde te spelen. In de sportschool heb ik onder begeleiding van een sportfysiotherapeut de spierkracht in mijn voet en been langzaam weer opgebouwd. Hij gaf me oefeningen, afgestemd op de bewegingen bij basketbal. Op die manier leerde ik mijn lichaam opnieuw te vertrouwen. Het heeft lang geduurd, maar sinds februari train ik weer voluit.”

De cijfers in dit artikel zijn afkomstig van VeiligheidNL.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: