“BABYSTERFTE IN AMSTERDAM KAN EN MOET NOG VERDER OMLAAG”

8 Dec

foto (3)

Gepubliceerd in Het Parool, 7 december 2013

Nederland heeft de op vijf na hoogste babysterfte van Europa. Gelukkig daalt dat cijfer gestaag, óók in Amsterdam. Maar de verschillen tussen de stadsdelen blijven groot.

Het kantoor van vroedvrouw Henna Playfair lijkt niet bepaald op een doorsnee verloskundigenpraktijk. In een metalen dossierkast liggen planken vol tweedehandsbabykleertjes. Bovenop een aantal andere kasten – daadwerkelijk gevuld met dossiers – staat een rij gebruikte maxicosi’s in allerlei kleuren en prints. De bureaus zijn omringd door een ledikant, twee babybadjes en een grote hoeveelheid dozen met nog veel meer donaties. “Allemaal voor zwangere vrouwen die zelf geen babyuitzet kunnen betalen”, zegt Playfair.

Na twee decennia in ‘t Gooi te hebben gewerkt, was de half-Surinaamse verloskundige begin jaren ‘90 toe aan een nieuwe uitdaging. Die vond ze in Zuidoost, het stadsdeel met de hoogste babysterfte van Amsterdam. In de Verloskundigenpraktijk Bijlmermeer, waar Playfair met vier andere vroedvrouwen samenwerkt, komen meer dan honderd nationaliteiten over de vloer. Hun gemiddelde leeftijd is een stuk lager dan landelijk; zo’n kwart van hen is onder de 20 jaar. Eén op de drie zwangeren is onverzekerd. “En nee, die stuur ik nooit weg”, aldus Playfair.

Met z’n vijven op een kamer

In Amsterdam sterven zo’n 9 van de 1000 baby’s vlak voor, tijdens of in de eerste vier weken na de geboorte (na een zwangerschap van minimaal 22 weken). In stadsdeel Centrum zijn dat er 6 op de 1000, in Zuidoost 18 op de 1000. De voornaamste reden voor dat grote verschil: in Zuidoost komen veel meer vroeggeboortes voor, verreweg de belangrijke oorzaak voor babysterfte.

“Het is een ingewikkelde combinatie van aanleg, levensstijl en omgeving”, verklaart Playfair. “Niet-westerse vrouwen, waarvan er in Zuidoost bovengemiddeld veel zijn, hebben van nature een 30 procent grotere kans op een te vroeg geboren kindje. Verder spelen de omstandigheden een belangrijke rol. Veel van de zwangeren in mijn praktijk doen lichamelijk zwaar werk. Vaak hebben ze meerdere banen om de touwtjes aan elkaar te knopen. Soms is er niet eens geld voor eten. Een deel is onverzekerd. Tienerzwangerschappen komen relatief vaak voor. Allemaal risicoverhogende factoren. En zo kan ik nog wel even doorgaan.”

Ze pakt een intakeformulier van haar bureau. “Neem dit meisje van 20”, vervolgt ze. “Zij woont met haar dochter van 2 en haar zusje van 19 op één kamer. Met z’n allen slapen ze in één bed. Over zeven  maanden komt daar nog een baby bij. Dat geeft stress. En stress verhoogt de kans op een vroeggeboorte.”

Ondanks de soms moeilijke omstandigheden heeft Playfair in de twintig jaar dat ze in de Bijlmer werkt veel vooruitgang gezien. De belangrijkste winst: zwangeren weten hulpverleners beter en eerder te vinden. “Vroeger kreeg ik regelmatig een vrouw op mijn spreekuur die 30 weken zwanger was en nog geen enkele controle had gehad. Dat komt nu gelukkig zelden meer voor. Daardoor kunnen we bij dreigende problemen eerder ingrijpen en erger voorkomen.”

Zorg op maat

Tussen 2000 en 2010 is de babysterfte in heel Amsterdam met ruim een kwart (28%) gedaald. De hoofdstad volgt daarmee de landelijke trend (26%). Maar de stadsdelen die van oudsher slecht scoren, blijven nog steeds achter. In Zuidoost is, ondanks de vooruitgang die Playfair ziet, tussen 2007 en 2010 zelfs helemaal geen daling opgetreden. “Niet zo vreemd”, zegt Joris van der Post, hoogleraar verloskunde in het AMC Amsterdam, die veel onderzoek naar babysterfte doet. “Het kost tientallen jaren om zo’n negatief patroon te doorbreken.”

Van der Post is onderdeel van een werkgroep die in 2010 in het leven is geroepen om de babysterfte in de stad verder terug te dringen. Behalve wetenschappers zitten daar ook vertegenwoordigers in van onder andere de gemeente, de GGD, verloskundigen en zorgverzekeraar Achmea. Gezamenlijk coördineren zij verschillende projecten om het aantal vroeggeboortes te verminderen.

“We gebruiken bijvoorbeeld een speciale vragenlijst om al heel vroeg in de zwangerschap in kaart te brengen of een zwangere een verhoogd risico loopt”, vertelt Van der Post. “Op basis daarvan kunnen we zorg op maat bieden, met zo nodig extra begeleiding en controles. Voor een ander onderzoek meten we na twintig weken zwangerschap hoe lang de baarmoedermond is, een indicator voor een mogelijke vroeggeboorte. De verwachting is dat we met deze en andere preventieve maatregelen op den duur de helft van de vroeggeboorten kunnen voorkomen. Verder is er veel aandacht voor preconceptiezorg – de periode kort voor de bevruchting en de eerste drie maanden van de zwangerschap zijn namelijk mede bepalend voor mogelijke complicaties later. Van elk project houden we de resultaten nauwkeurig bij, zodat we over een paar jaar precies weten welke interventie voor welke groep vrouwen het beste werkt. Want de babysterfte in Amsterdam kan en moet nog verder omlaag.”

Een ander doel is om de samenwerking tussen verloskundigen, gynaecologen en kraamzorg te verbeteren. “Het is niet zo dat het zorgaanbod voor zwangeren in bijvoorbeeld Zuidoost slechter is dan in de rest van de stad”, vult oud-verloskundige Anna Krüger aan, als senior relatiemanager vanuit Achmea betrokken bij de Amsterdamse aanpak. “Maar het lukt nog onvoldoende om ze altijd optimale zorg te geven. Zwangeren kunnen de juiste hulp niet goed vinden, of zijn bijvoorbeeld minder goed in staat om de voorlichting te begrijpen. Aan de andere kant weten hulpverleners soms niet hoe ze hun boodschap het beste kunnen overbrengen, naar de zwangere of naar elkaar. Alles staat of valt kortom met goede communicatie. Op dat terrein is er nog een wereld te winnen.”

Ervaringen delen

Bij een normale zwangerschap gaat een zwangere vrouw gemiddeld twaalf keer op controle bij een verloskundige. Tijdens die consulten van maximaal vijftien minuten worden medische checks gedaan en vragen beantwoord. Tijd om diep op zaken in te gaan is er weinig. Dat is anders bij CenteringPregnancy, een nieuwe  methode om onder andere vroeggeboortes aan te pakken. Bij deze van oorsprong Amerikaanse werkwijze worden zwangeren niet individueel, maar in een groep begeleid. In elk van de tien bijeenkomsten staat een ander thema centraal, van voeding en seksualiteit tot de bevalling en de kraamperiode.

“In de Verenigde Staten leidt deze aanpak tot wel een derde minder vroeggeboorten”, zegt Marlies Rijnders, oud-verloskundige en onderzoekster bij TNO, die de methodiek in 2011 bij twee Amsterdamse verloskundigenpraktijken introduceerde. “Vermoedelijk omdat er meer tijd is om zaken te bespreken, en omdat je vrouwen vooral elkaar laat helpen. Dat leidt mogelijk weer tot minder stress en gezonder gedrag tijdens de zwangerschap. De eerste Nederlandse onderzoeksresultaten laten nog geen grote verschillen zien wat betreft het aantal vroeggeboorten, maar zwangeren worden wel ruim 10% minder met complicaties doorverwezen naar het ziekenhuis.”

In eerste instantie zat Merel Hensgens (27 jaar en 33 weken zwanger van haar eerste kind) er helemaal niet op te wachten om al haar vragen en angsten met een groep andere zwangeren te delen. Maar na zeven bijeenkomsten is ze dolblij dat haar verloskundige haar toch heeft overtuigd om aan het programma mee te doen. “Alles is bespreekbaar, ook heel persoonlijke dingen”, zegt ze. “Dat is prettig, zeker als je, zoals ik, een beetje een paniekvogel bent. Op internet weet je niet wie je moet geloven. Maar het advies van mijn lotgenoten vertrouw ik, zeker van de vrouwen die al kinderen hebben.”

Zoals Julèh van Velzen (32 jaar en 29 weken zwanger). Zij heeft een dochtertje van vier, maar koos ervoor om tijdens haar tweede zwangerschap toch aan CenteringPregnancy mee te doen. “Er komt tijdens de twee uur durende sessies zo veel meer aan bod dan bij een gewone verloskundige controle”, aldus Van Velzen. “Omdat er tijd is om erover door te praten, blijven de adviezen beter hangen. En het is zo heerlijk relativerend. Iedereen heeft wel klachten, of rare zorgen. Dat maakt die van jou weer heel gewoon.”

CenteringPregnancy wordt gegeven bij verloskundigenpraktijk Aan ’t IJ in Noord en Vida in Zuidoost. In 2014 starten met steun van verzekeraar Achmea nog elf Amsterdamse praktijken met de aanpak. Meer info: centeringhealthcare.nl.

[Kader]

De cijfers

Nederland is wat betreft babysterfte al jaren een zorgenkindje. Weliswaar daalde het aantal gevallen tussen 2000 en 2010 met 26% (naar 7,8 per 1000 in 2010), toch heeft ons land nog altijd de op vijf na hoogste babysterfte van Europa. Dat blijkt uit het onderzoek EURO-PERISTAT, dat in mei van dit jaar is gepubliceerd. Van de 29 onderzochte Europese landen en regio’s doen alleen Brussel, Frankrijk, Roemenië en Letland het slechter. Cyprus, IJsland en Portugal hebben de laagste babysterfte. Amsterdam zit met 8,9 gevallen van babysterfte in 2010 boven het landelijke gemiddelde. De verschillen per stadsdeel zijn bovendien groot. Zuidoost scoort het slechtst, met 18 sterfgevallen per 1000 baby’s. Ten opzichte van andere grote steden doet Amsterdam het dan weer relatief goed.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: