Archief | maart, 2014

MANTELZORG NIEUWE STIJL IN HET PAROOL

19 Mrt

2014-03-18 Parool1

Als het aan het kabinet ligt, nemen partners, kinderen en buren steeds meer zorgtaken over. Voor wie dat niet kan of wil, biedt het Amsterdamse Mantelaar soelaas. Marte ging op bezoek bij één van de Mantelaar-cliënten, de 95-jarige Manja Ornstein.

Lees het hele Parool-artikel hier

Advertenties

MANTELZORG OP BESTELLING

19 Mrt

2014-03-18 Parool3

Foto: Rink Hof (www.rinkhof.nl)

Gepubliceerd in Het Parool, dinsdag 18 maart 2014.

Als het aan het kabinet ligt, nemen partners, kinderen en buren steeds meer zorgtaken over. Voor wie dat niet kan of wil, biedt het Amsterdamse Mantelaar soelaas.

Scrabble spelen. Dat doet Manja Ornstein (95) het liefst met Jessica Kelatow (25). “Je moet je geest wel scherp houden”, zegt ze op luide toon. “Ja, ik ben tamelijk doof. Maar ik kan nog prima nadenken hoor!” Om haar woorden kracht bij te zetten, legt ze heel toepasselijk ‘krant’ op het spelbord. Op een dubbele woordwaarde. Zo, weer zestien punten binnen.

Achter een statige deur aan de Nieuwe Keizersgracht, op een steenworp afstand van de Hermitage, ligt een prachtig hofje verborgen. In de appartementjes wonen uitsluitend dames op leeftijd. Eén van hen is Manja Ornstein, die al zestien jaar van het uitzicht op de keurig onderhouden binnentuin geniet. Nadat ze vorig voorjaar door een val op de revalidatieafdeling van een verpleeghuis belandde, wilde ze koste wat het kost naar haar unieke woonplek terug. Om dat mogelijk te maken, moest er wel allerlei hulp worden geregeld.

“Twee keer per dag komt de thuiszorg om mijn moeder in en uit bed te helpen, haar te douchen en medicijnen te geven”, vertelt dochter Astrid (65). “Maar ze heeft ook dagelijks aandacht en stimulans nodig. Meer dan ik haar in mijn eentje kan geven.”

Astrids zus woont in Israël, dus de zorg voor hun moeder komt alleen op haar neer. Afgezien van het feit dat het praktisch onhaalbaar is om elke dag langs te komen, zou ze het ook mentaal niet trekken. “Dat zou voor ons allebei slecht aflopen”, lacht ze. Om serieus te vervolgen: “Het is heel verdrietig om mee te maken dat je moeder achteruit gaat en steeds minder kan. Daar houdt staatssecretaris Van Rijn van VWS in zijn plannen totaal geen rekening mee.”

Er moest dus een andere vorm van hulp voor Manja Ornstein worden georganiseerd. Plaatsvervangende mantelzorg, als het ware. En dat is precies wat Mantelaar biedt. Dit bedrijfje koppelt hulpvragers aan zorgstudenten, zodat die taken van mantelzorgers kunnen overnemen (zie kader). “De perfecte oplossing”, aldus Astrid. “Vijf of zes keer per week is er tussen de middag een studente. Zo heeft mijn moeder bijna dagelijks afleiding en aanspraak.”

Eén van de twee studentes die sinds vorige zomer vast bij Manja Ornstein over de vloer komt, is Jessica, net afgestudeerd in klinische neuropsychologie en met veel ervaring in de ouderenzorg.  “Tijdens mijn stages zag ik dat ouderen soms zo eenzaam zijn dat ze er depressieve klachten van krijgen”, zegt ze. “Tijd voor een praatje is er in de thuiszorg en instellingen nauwelijks. Bij Mantelaar draait het juist om persoonlijke aandacht, dat sprak me er direct in aan.”

Na een uitgebreide intake met zowel Manja Ornstein en haar dochter als met Jessica, werd het drietal door Mantelaar aan elkaar gekoppeld. Dat gebeurde op basis van karakter (“Mijn moeder is nogal stellig”, aldus Astrid), wensen en interesses. Jessica doet boodschappen en kookt. Als het weer het toelaat, maken ze een wandelingetje door de tuin. En er worden veel spelletjes gedaan.

“Dit werk geeft me de kans om praktijkervaring op te doen”, zegt ze. “Zo kan ik bijvoorbeeld goed in de gaten houden of iemand tekenen van dementie begint te vertonen. Bij mevrouw Ornstein is daar overigens geen sprake van.”

Na afloop van elk bezoek schrijft ze een kort verslag in het online dagboek dat Mantelaar cliënten biedt. Zo blijft de familie dagelijks op de hoogte van hoe het met hun moeder gaat. “Het is een luxe dat we ons deze dienst kunnen veroorloven”, erkent Astrid, die 175 euro per week voor de plaatsvervangende mantelzorg betaalt. “Maar het is het geld dubbel en dwars waard. Er is een last van mijn schouders gevallen nu er zo goed voor mijn moeder wordt gezorgd.”

Intussen heeft Jessica het scrabblespel weer opgeruimd. Terwijl ze haar jaar jas aantrekt, pakt Manja Ornstein haar iPad erbij. De eerste app die ze opent is Wordfeud. Want je moet je geest wel scherp houden.

[Kader]

Econome Barbara Groeneveld (45) is een van de oprichters van Mantelaar.

Welke vormen van zorg kun je via Mantelaar regelen?

“Onze studenten doen het huishouden en geven persoonlijke verzorging. Ze kunnen ook met andere zaken helpen, zoals boodschappen, chauffeuren of het gebruik van een computer. Maar het allerbelangrijkst is de persoonlijke aandacht die ze bieden. Samen praten, een uitstapje maken, dat soort dingen.”

Waarin verschillen jullie diensten van de reguliere thuiszorg?

“We zoeken studenten die zo goed mogelijk bij een cliënt passen. Uiteindelijk kiest die zelf wie er bij hem of haar langskomt. We hebben meer tijd voor iemand – studenten blijven per keer minimaal twee uur. En ze zijn flexibel inzetbaar en hoogopgeleid. Met passie voor en verstand van de zorg, zonder dat ze een fortuin kosten.”

Hoeveel dan?

“17,50 euro per uur. We werken met zorgkaarten, een soort strippenkaarten die mantelzorgers al naar gelang behoefte kunnen gebruiken om zorguren in te plannen. Als een cliënt een persoonsgebonden budget (PGB) heeft, kunnen de kosten daaruit worden betaald. Desgewenst helpen we ook met het  aanvragen van een PGB.”

Hoe is het idee voor Mantelaar ontstaan?

“Wat ons betreft is de ouderenzorg nu te veel gericht op enkel praktische zorg; persoonlijke aandacht schiet er vaak bij in. Terwijl dat juist zo belangrijk is. Tegelijkertijd doet het kabinet een steeds groter beroep op mantelzorgers. Ik heb in mijn eigen familie gezien hoe zwaar mantelzorg kan zijn. Niet iedereen kan of wil dat opbrengen. Alles tezamen bracht het psycholoog Titiaan Zwart (32) en mij op het idee om die ondersteuning professioneel te gaan organiseren.”

Loopt het goed?

“We zijn nu ruim een half jaar bezig en hebben inmiddels 30 cliënten, in leeftijd variërend van 65 tot boven de 100. Bij hen werken zo’n veertig studenten. Voor ze beginnen, volgen ze een door ons ontwikkelde cursus met als doel om eventuele medische of andere problemen snel te kunnen signaleren. Verder werken we samen met een aantal artsen die de studenten zo nodig begeleiden.”

Kunnen mensen buiten Amsterdam ook van Mantelaar gebruikmaken?

“Op dit moment bieden we onze diensten aan in Amsterdam, Amstelveen en Haarlem. Maar we zijn van plan om in de loop van het jaar verder uit te breiden, te beginnen met de andere studentensteden.”

Meer informatie: mantelaar.nl.

EX-GEDETINEERDE MOEDERS IN HET PAROOL

13 Mrt

2012-03-12 Parool2

Driekwart van de ongeveer 3000 vrouwen die jaarlijks in de gevangenis belanden heeft kinderen. Als deze moeders vrijkomen, moeten ze niet alleen hun eigen leven, maar ook dat van hun gezin op de rails krijgen. Het project Moedermaatjes van Humanitas helpt daarbij.  Voor Het Parool interviewde Marte ex-gedetineerde moeder Jacelyn (26) en haar moedermaatje Joke (70).

Lees het artikel hier

ALS MOEDER DE CEL UIT KOMT

13 Mrt

2012-03-12 Parool1

Gepubliceerd in Het Parool, woensdag 12 maart 2014.

Driekwart van de ongeveer 3000 vrouwen die jaarlijks in de gevangenis belanden heeft kinderen. Als deze moeders vrijkomen, moeten ze niet alleen hun eigen leven, maar ook dat van hun gezin op de rails krijgen. Het project Moedermaatjes van Humanitas helpt daarbij.

‘Mijn zoontje kan niet zonder mij!’ Dat was het eerste wat door Jacelyns hoofd schoot toen ze vijf jaar geleden door de Noord-Ierse douane werd opgepakt. “Natuurlijk had ik dat moeten bedenken voordat ik de bolletjes drugs van onderen in mijn lichaam verstopte”, zegt de nu 26-jarige moeder van Ezequias (7) uit Amsterdam-Noord. “Maar naïef als ik was had ik alleen oog voor het snelle geld.”

Toen Jacelyn op haar 19e zwanger werd, stond ze er als moeder alleen voor. Zonder werk, zonder uitkering, en met een grote berg schulden, onder andere van dure telefoonabonnementen. Dus toen een vriend haar vroeg om cocaïne te smokkelen, hoefde ze niet lang na te denken. “Het leek de perfecte oplossing. Maar bij de eerste vlucht werd ik meteen gepakt.”

Jacelyn belandde vijftien maanden in een Noord-Ierse gevangenis. Al die tijd verbleef Ezequias bij zijn oma. “Ook al belde ik hem elke dag, ik miste hem verschrikkelijk. En ik voelde me heel erg schuldig over wat ik mijn kind had aangedaan.” Eenmaal vrij zou ze alles goedmaken, dacht ze, en haar zoontje het perfecte leven geven. Maar dat bleek nog niet zo gemakkelijk.

Hulpverleningsmoe

In 2013 kwamen er 234 Amsterdamse moeders op vrije voeten. Veelal alleenstaande vrouwen met schulden, huisvestingsproblemen, psychische klachten en weinig steun van hun omgeving.

“In de gevangenis ben je niet opeens moeder-af,” zegt Monique Verboven, landelijk projectleider bij Humanitas. “Gedetineerde moeders maken zich vreselijke zorgen om hun kinderen, en kunnen niet wachten om ze weer in hun armen te sluiten. Maar het is niet eenvoudig om na een detentie de ouderrol weer op te pakken. Je moet opnieuw een band met je kroost opbouwen. Daarbij lopen vrouwen tegen allerlei vragen op, over de opvoeding en over zichzelf. Wat vertel je je kinderen over je misdaad? Hoe overbrug je de ontwikkelingen die je hebt gemist? Een wat te doen met het overweldigende schuldgevoel? Die zaken komen bovenop alle praktische problemen, zoals een gebrek aan geld en werk.”

Met dat in het achterhoofd begon Verboven elf jaar geleden het project Moedermaatjes, dat ex-gedetineerde moeders gedurende anderhalf jaar koppelt aan vrijwilligers (zelf ook moeder) om ze te helpen re-integreren in de maatschappij. In 2013 gebeurde dat in Amsterdam 29 keer.

“Vrouwen die uit de gevangenis komen zijn vaak hulpverlingsmoe,” aldus Verboven. “Bovendien zijn ze bang om hun kinderen weer kwijt te raken, nu aan Jeugdzorg. Een moedermaatje kan dan uitkomst bieden. Zij zijn er uitsluitend voor de moeders, zonder achterliggend motief. Onze vrijwilligers geven praktische en morele steun, van hulp bij het aanvragen van een uitkering tot opvoedtips. Daar nemen ze alle tijd voor, gemiddeld een halve dag per week. Zo ontstaat er een vertrouwensband.”

Ze benadrukt dat de vrijwilligers de teugels niet overnemen. “We motiveren ex-gedetineerde moeders om zelf oplossingen te zoeken. Zo nodig geven we ze daarbij een steuntje in de rug. Maar uiteindelijk moeten ze toch op eigen benen staan.”

Als gelijken

De Antilliaanse Jacelyn geeft eerlijk toe dat ze in eerste instantie niet zat te wachten op een moedermaatje. Wéér iemand die me gaat vertellen hoe ik mijn leven moet leiden, dacht ze. Ze was helemaal klaar met hulpverleners; tot dan toe hadden die weinig voor haar kunnen betekenen. Vast werk vinden lukte niet. Na vele ruzies had haar moeder haar uit huis gezet. En haar schulden, inmiddels tot tienduizenden euro’s opgelopen, hingen als een molensteen om haar nek. Bovendien begon Ezequias gedragsproblemen te vertonen. “Of het een overblijfsel was van mijn detentietijd weet ik niet”, zegt ze. “Maar hij was zo boos en verdrietig. Vooral op school ging het steeds slechter.” Mede daarom liet Jacelyn zich door haar klantmanager bij de Dienst Werk & Inkomen overhalen om toch aan het moedermaatjesproject mee doen. “Ik wilde het beste voor mijn kind. Maar in mijn eentje kwam ik er niet uit.”

Humanitas regelde een kamer voor haar en haar zoon, en bracht haar in contact met moedermaatje Joke Goyert (70) uit Amsterdam-Zuid. Vanaf het eerste moment klikte het tussen de twee. “Als mensen van mijn detentieverleden horen, hebben ze meestal meteen met een oordeel klaar,” aldus Jacelyn. “Maar Joke heeft me nooit iets verweten. Ik voelde me een gelijke bij haar.”

Dat respect voor Jacelyn vond Joke (zelf moeder van twee en oma van vier) heel vanzelfsprekend. “Iedereen verdient een tweede kans,” zegt ze. “Bovendien is Jacelyn al genoeg gestraft. Een langdurige scheiding van je kind is zo ongeveer het ergste wat een moeder kan overkomen. Daar hoef ik niet nog een schepje bovenop te doen.”

Taartje eten

Voordat Joke als vrijwilliger bij Humanitas aan de slag ging, werkte ze onder andere bij de sociale dienst en in de schuldhulpverlening. Die ervaring kwam haar als moedermaatje van Jacelyn goed van pas. “We hebben samen haar financiën op een rijtje gezet en brieven aan haar schuldeisers geschreven. Als ze dat wilde, vergezelde ik Jacelyn naar afspraken, bijvoorbeeld met hulpverleners of de bank. Naderhand gingen we dan een taartje eten, om uit te blazen.”

Joke was er al snel van overtuigd dat schuldhulpverlening een uitkomst voor Jacelyn zou zijn. Maar uit angst en trots wilde die daar aanvankelijk niets van weten. Dankzij Joke’s tactvolle aanpak ging ze na een paar maanden toch overstag, en meldde ze zich bij de gemeente. Vergezeld door Joke natuurlijk.

Jacelyn: “Joke liet me zien wat de mogelijkheden waren en waar ze me bij kon helpen. Maar uiteindelijk liet ze me mijn eigen keuzes maken. In mijn tempo. Dat gaf me vertrouwen. In haar, en in mezelf.” Overigens vond Joke dat niet altijd even makkelijk. “Soms had ik de neiging om Jacelyn aan haar prachtige zwarte haren naar het loket te slepen. Maar ik wist dat het alleen zou werken als het besluit van haar kwam.”

Naarmate het vertrouwen groeide, liet Jacelyn steeds meer hulp toe, niet alleen van Joke maar ook van anderen. Ze meldde zich bij de Opvoedpoli, voor ondersteuning bij de gedragsproblemen van Ezequias. En op advies van Joke zocht ze een andere school voor hem, iets waar ze nog altijd dankbaar voor is. “Het gaat nu zoveel beter met hem.”

Maar ook Joke heeft voor haar gevoel veel van het inmiddels afgeronde traject met Jacelyn geleerd. “Hoe grijs en grauw de wereld ook is, Jacelyn ziet altijd ergens een groen grassprietje. Haar optimisme werkt aanstekelijk. Het helpt me om zelf de moed erin te houden.”

Om privacyredenen zijn de namen van Jacelyn en Ezequias gefingeerd. 

[Kader]

Betere moeders

Eind 2013 deed bureau Social E-Valuator onderzoek naar de effectiviteit van het project Moedermaatjes. Daaruit bleek dat 77 procent van de deelnemende moeders meer zelfvertrouwen kreeg. 69 procent rapporteerde een betere relatie met haar kind(eren). Driekwart vond dat het contact met hulpverleners erop vooruit was gegaan. En 67 procent had het gevoel een betere opvoeder te zijn. Daarnaast deden deelnemende moeders minder vaak een beroep op de GGZ en de Jeugdzorg, en werden er minder kinderen uit huis geplaatst.

[Kader]

Gezin in balans

Moedermaatjes maakt onderdeel uit van Gezin in Balans, het programma van Humanitas met verschillende soorten hulp voor (ex-)gedetineerde moeders en hun kinderen. Zo zijn er informatiebijeenkomsten in de gevangenis en krijgen moeders in detentie bezoek van vrijwilligers. Het project Wie let er op de kleintjes biedt mentale ondersteuning aan de 4000 minderjarige kinderen van wie de moeder gevangen zit. Een groot deel van het werk van Gezin in balans wordt gedaan door vrijwilligers. Meer informatie: www.gezin-in-balans.nl.

KLEUR BEKENNEN

11 Mrt

AM2 cover

In aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen op 19 maart 2014 schreef Marte voor ANBO Magazine een (persoonlijk) verhaal over het belang van stemmen.

Lees het artikel hier

DAAROM LAAT IK MIJN STEM HOREN

11 Mrt

ANBO gr2014

Illustratie: Annemarie Kleywegt

Dit artikel is gepubliceerd in ANBO Magazine, maart/april 2014.

Gemeenten krijgen er steeds meer taken bij. Dat maakt uw stem bij de lokale verkiezingen belangrijker dan ooit.

Ik herinner me het als de dag van gisteren. Trots als een pauw was ik, en ook een beetje zenuwachtig, toen ik bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2 maart 1994 voor het eerst mijn stem mocht uitbrengen. Vijf maanden eerder was ik vol idealen aan mijn studie politicologie begonnen. Nu mocht ik, wereldverbeteraar in de dop, eindelijk zelf deelnemen aan het democratisch proces. Het voelde als een grote verantwoordelijkheid. Vooraf had ik me uitgebreid verdiept in de standpunten van de partijen in mijn gemeente, zodat ik op die grijze, koude woensdag een weloverwogen kruisje met het rode potlood kon zetten. Opgetogen verliet ik het stemlokaal in de plaatselijke school. Ik had de strijd van mijn voorouders voor algemeen kiesrecht eer aangedaan.

Twintig jaar later houd ik me als journalist en hoofdredacteur van ANBO Magazine nog dagelijks met politieke thema’s bezig. Mijn kijk op het reilen en zeilen van het lokale bestuur is in die jaren een stuk realistischer geworden, mijn grootste dromen heb ik teruggebracht tot praktische idealen. Maar nog altijd voelt het als een bijzonder voorrecht om te mogen stemmen. Helaas denkt lang niet iedereen er zo over. Bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen ging slechts 54 procent van de Nederlanders naar de stembus. Een historisch dieptepunt. En dat terwijl het belang van lokale verkiezingen alleen maar toeneemt.

Onwetendheid en onvrede

Het recht van inwoners om het bestuur van hun gemeente te kiezen, is eigenlijk een relatief recent fenomeen. Pas bij de grondwetswijziging van 1848 kwam de gemeenteraad aan het hoofd van de gemeente te staan, en mochten burgers raadsleden rechtstreeks kiezen. Het raadslidmaatschap voor het leven werd vervangen door een termijn van zes jaar (later teruggebracht naar vier). Aanvankelijk hadden alleen mannen van 23 jaar en ouder die een bepaald bedrag aan belastingen betaalden kiesrecht. Gaandeweg werd dat uitgebreid, tot in 1917 alle 23-plus mannen (en twee jaar later ook vrouwen) mochten stemmen.

Nadat de opkomstplicht in 1970 was afgeschaft, daalde het aantal stemmers snel. Maakte bij de gemeenteraadsverkiezingen in 1966 nog 94 procent van de mensen de gang naar de stembus, in 1974 was het al afgenomen tot 69 procent. In 2010 stemde nog maar iets meer dan de helft (54 procent) van de kiesgerechtigden.

Voor een deel valt die daling te verklaren uit de ontzuiling, en het loslaten van tradities. De tijd dat families vanwege hun geloof of overtuiging vanzelfsprekend allemaal op dezelfde partij stemden, is immers lang voorbij. En hoe meer mensen twijfelen over hun politieke voorkeur, hoe groter de kans dat ze hun stemrecht ongebruikt laten.

“Maar er zijn meer redenen voor dat tanende animo”, weet Julien van Ostaaijen, die zich als bestuurskundige aan de Tilburgse School voor Bestuur en Politiek (Tilburg University) al meer dan tien jaar met lokale verkiezingen bezighoudt. “Het is een combinatie van onwetendheid, onverschilligheid en onvrede. De meeste burgers hebben geen idee wat er lokaal speelt, en ze vinden het lastig om daar goede informatie over te vinden. Bovendien zijn de verschillen in standpunten lokaal vaak minder groot. Dan denken mensen al gauw: het is één pot nat. En het cynisme over de landelijke politiek werkt ook door naar de lokale verkiezingen.”

Sowieso worden de uitslagen van gemeenteraadsverkiezingen tegenwoordig grotendeels bepaald door de landelijke politiek, blijkt uit Van Ostaaijens onderzoek. “Lokale thema’s doen er in het stemhokje nauwelijks toe. Het zijn de landelijke standpunten die meestal de doorslag geven, ook al zijn die in veel gevallen moeilijk door te vertalen naar de gemeentepolitiek. Alleen als een lokale politicus in de voorafgaande periode heel goed of juist heel slecht heeft gepresteerd, wil de uitslag voor zijn of haar partij nog wel eens van de landelijke electorale trend afwijken.”

Lokaal succes

Als het om gemeenteraadsverkiezingen gaat, is er nog een belangrijke ontwikkeling: het succes van lokale partijen is de afgelopen decennia flink toegenomen. Tezamen bezetten zij inmiddels ongeveer een kwart van alle raadszetels in Nederland. De verwachting is dat dat aantal bij de komende verkiezingen nog verder zal stijgen. Hoe valt dat te rijmen met het feit dat landelijke thema’s steeds dominanter zijn in de plaatselijke politiek?

“Het klinkt tegenstrijdiger dan het is”, zegt Eddy Habben Jansen, adjunct-directeur van ProDemos, een organisatie die burgers informeert over de democratische rechtstaat en hen stimuleert om hier een actieve rol in te spelen. “De toenemende onvrede met de landelijke politiek is namelijk één van de redenen dat lokale partijen aan populariteit winnen. Hoe meer mensen zich vervreemd voelen van wat er in Den Haag gebeurt, hoe groter de kans dat ze op een lokale partij stemmen.“

Iets anders is dat lokale partijen zich dikwijls focussen op één herkenbaar thema dat veel burgers raakt, zoals een gemeentelijke herindeling of grootschalige investeringen. Zij worden daarbij niet gehinderd door de standpunten van een landelijke organisatie waar ze zich aan moeten houden. Habben Jansen: “Denk aan Leefbaar Utrecht, dat zich nadrukkelijk verzette tegen de plannen voor de herinrichting van het centrum van de stad. Lekker duidelijk voor kiezers die niet goed wisten op welke partij ze moesten stemmen. En dan hebben lokale partijen vaak ook nog een aansprekende lijsttrekker met een groot netwerk, die veel inwoners – al dan niet persoonlijk – kennen.”

Meer mensen, meer taken

Van Ostaaijen en Habben Jansen vinden het beide zorgelijk dat steeds minder mensen voor de gemeenteraad gaan stemmen. “Het lokale beleid hoort een afspiegeling te zijn van de voorkeuren van de inwoners van een gemeente”, aldus Van Ostaaijen. “Maar door de lage opkomst is dat nauwelijks nog het geval.”

Daar komt bij dat gemeenten steeds meer te zeggen krijgen. “Door fusies zijn gemeenten de afgelopen decennia gemiddeld groter en groter geworden”, zegt Habben Jansen. “Tegelijkertijd hebben ze steeds meer taken en bevoegdheden gekregen. Denk aan de ouderenzorg, of de Wet maatschappelijke ondersteuning, Wmo. Vanaf 2015 komt er nog veel meer op het bordje van de gemeenten te liggen, bijvoorbeeld op het terrein van de thuiszorg, de jeugdzorg en de hulp aan werklozen.”

Habben Jansen wil maar zeggen: van uitvoerders zijn gemeenten medebeleidsmakers geworden. En dat betekent dat inwoners meer te kiezen hebben dan ooit. “Hoe meer ze zelf mogen bepalen, hoe groter de verschillen tussen gemeenten zullen worden. Zeker ook, omdat er tegelijkertijd flink moet worden bezuinigd. De verkiezingen op 19 maart zijn het moment om invloed uit te oefenen op welke keuzes er straks in uw gemeente worden gemaakt.”

Ook ANBO vindt het belangrijk dat zo veel mogelijk mensen gaan stemmen. Directeur Liane den Haan is het dan ook helemaal met Van Ostaaijen en Habben Jansen eens. “Per 1 januari 2015 krijgen gemeenten er zoals gezegd veel taken bij, vooral op zorggebied. Na de verkiezingen gaan de nieuwe gemeenteraden en colleges bepalen hoe ze de uitvoering daarvan willen organiseren. ANBO maakt zich daar grote zorgen over. Onervaren gemeenteraadleden en bestuurders worden dan voor het blok gezet om in heel korte tijd enorme veranderingen door te voeren. Nu al zeggen wethouders: we hebben de benodigde kennis en middelen niet. Als burgers moeten we er ons hard voor maken om belangrijke voorzieningen in stand te houden, of op een verantwoorde wijze opnieuw in te richten. Kortom: laat uw stem gelden!”

 

Zelf twijfel ik – net als heel veel anderen – nog over welke partij ik 19 maart zal kiezen. Maar dát ik ga stemmen staat vast. Voor mezelf en voor de democratie. Want ook al is het voor ons Nederlanders inmiddels vanzelfsprekend, kiesrecht is en blijft een voorrecht.

 

[Kader]

Wist u dat….

  • Het aantal gemeenten in Nederland de afgelopen veertig jaar meer dan gehalveerd is, van 913 in 1970 naar 403 nu?
  • Tot 1956 op stembiljetten geen partijnamen mochten staan, alleen lijstnummers?
  • De kiesleeftijd in 1963 werd verlaagd naar 21, en in 1972 naar 18?
  • Het aantal raadsleden afhangt van het aantal inwoners? De kleinste gemeenten (met minder dan 3000 inwoners) hebben negen raadsleden, de grootste (met meer dan 200.000 inwoners) 45.
  • Het aantal raadsleden altijd oneven is, zodat er nooit evenveel mensen voor als tegen kunnen stemmen?
  • Ook mensen uit andere EU-landen voor de gemeenteraadsverkiezingen mogen stemmen, mits ze in Nederland staan ingeschreven? Dat geldt trouwens ook voor niet EU-burgers die minimaal vijf jaar legaal in Nederland wonen.
  • Er ongeveer 10.000 stembureaus zijn? De meeste daarvan zijn van 7.30 uur tot 21.00 uur open.
  • U met uw stempas en legitimatiebewijs bij elk stembureau in uw gemeente kunt stemmen?
  • Bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2010 Eindhoven de laagste opkomst had (44 procent) en Schiermonnikoog de hoogste (82 procent)?
  • Lokale partijen in 2010 gezamenlijk de meeste stemmen kregen (24 procent) gevolgd door de PvdA en de VVD (beide zestien procent)?
  • 2.277 van de 8.654 van de huidige raadsleden van lokale partijen zijn?
  • Slechts een op de vier raadsleden vrouw is?
  • Een raadslid per week gemiddeld 16,7 uur kwijt is aan het raadswerk?
  • In 2013 26 procent van de wethouders van lokale partijen waren? De partijen die daarna de meeste wethouders leverden waren het CDA (21 procent) en de VVD (19 procent).
  • De gemeenteraad de wethouders benoemt? De burgemeester wordt daarentegen door de Kroon aangesteld (op voordracht van de minister van Binnenlandse zaken en gebaseerd op een aanbeveling van de gemeenteraad).

 

 

VROUWELIJKE COMMISSARISSEN IN HET PAROOL

3 Mrt

Mevrouw de commissaris 01

Foto: Robin de Puy (robindepuy.nl)

Meer vrouwen in het toezicht en maximaal vijf commissariaten per persoon: dat zijn sinds vorig jaar de regels. Maar leidt dat ook tot betere controle op instellingen en bedrijven? Voor de bijlage PS van Het Parool interviewde Marte drie vrouwelijke beroepscommissarissen over hun werk in een mannenwereld.

Lees het hele artikel hier

%d bloggers liken dit: