FRANS TIMMERMANS OVER EUROPA

15 Mei

Timmermans

Illustratie: Aad Goudappel

 

Gepubliceerd in ANBO Magazine 3, mei 2014.

Dankzij de baan van zijn vader bij Buitenlandse Zaken bracht Frans Timmermans een groot deel van zijn jeugd door in Parijs, Rome en – jawel – Brussel. Behalve een talenknobbel (hij spreekt Engels, Duits, Frans, Spaans, Italiaans en Russisch) hield hij er een grote voorliefde voor Europa aan over. “Weinig landen hebben zo van de Europese Unie geprofiteerd als Nederland.”

In zijn werkkamer aan de Bezuidenhoutseweg in Den Haag serveert zijn secretaresse koffie. Een Hollands bakje voor de bezoekers van ANBO, een straffe espresso voor de Minister van Buitenlandse Zaken. Sinds hij tijdens zijn pubertijd een aantal jaar in Italië woonde, heeft hij zijn hart aan het land – en de koffie – verpand.  De unieke mengeling van cultuur, levensvreugde en warme relaties doen hem er steeds naar terugkeren. “Het eten, de familiebanden, de film, de kunstgeschiedenis, het natuurschoon; ik weet amper waar ik moet beginnen als u me vraagt wat me zo aan Italië fascineert!”

Door uw jeugd en uw werk voelt Europa voor u heel dichtbij. Maar voor veel ANBO-leden is het een ver-van-hun-bed-show. Vijf jaar geleden ging zelfs maar 36,5 procent van de kiezers stemmen.

“Ik snap dat best. Het lukt ons als politici nog onvoldoende om aan kiezers uit te leggen wat het belang van Europa is voor hun persoonlijke leven. En er heerst – terecht – veel onvrede over hoe de Europese Unie werkt. Wat mij betreft gaan we dan ook zo snel mogelijk aan de slag om Europa tegelijkertijd bescheidener en effectiever te maken. Niet voor niets heeft dit kabinet als motto: Europees wat moet, nationaal wat kan.”

Wat wilt u anders?

“Op dit moment heeft iedere lidstaat een commissaris. 28 in totaal, die allemaal hun eigen plannetjes en ideeën lanceren. Dat is prima als het over grensoverschrijdende belangen gaat, zoals de crisis, werkloosheid, energie, klimaat of migratie. Maar het kan nu ook gebeuren dat de EU restaurants probeert te verbieden om nog navulbare kannetjes olijfolie op tafel te zetten, zoals vorig jaar werd voorgesteld. Bedoeld om de consument te beschermen – er wordt nogal veel met de kwaliteit van olijfolie gesjoemeld – maar het is natuurlijk bij uitstek een voorbeeld van doorgeschoten regelgeving. Logisch dat burgers zich dan afvragen: waar zijn die mensen daar in Brussel mee bezig?”

Dit soort verhalen horen we helaas al jaren. Heeft u er vertrouwen in dat het beter kan?

“Vijf jaar geleden was de inperking van Europese macht onbespreekbaar. Maar er is een verschuiving gaande. Wat Nederland betreft kunnen we veel meer aan de lidstaten zelf overgelaten. Dan ontstaat er ruimte om beter samen te werken op terreinen waar een slagvaardig Europa wél cruciaal is. Inmiddels zijn steeds meer lidstaten, waaronder Duitsland, Engeland, Denemarken, Zweden en Italië, het op dit punt met ons eens.”

Als uw plannen doorgaan, zullen sommige commissarissen hun positie moeten opgeven. Daar staan ze vast niet om te springen.

“Macht inleveren om vertrouwen te herwinnen, dat is het doel. Want zonder vertrouwen is macht een lege huls. Burgers gaan pas weer in Europa geloven als we bewijzen dat de Unie zin heeft. Dat we  grensoverschrijdende problemen samen moeten en kunnen oplossen.

Begrijp me goed, ik sluit mijn ogen zeker niet voor de uitwassen van de EU. Maar ik hoop dat burgers dat dan ook niet doen voor de positieve resultaten. Neem mijn eigen provincie, Limburg. Zonder arbeidsmigranten uit Oost-Europa zou veel van de tuinbouw daar al lang zijn verdwenen. Limburgse dorpen bloeien op omdat er Poolse gezinnen komen wonen die zondags naar de kerk gaan, en hun kinderen daar op school en op voetbal doen. Dat is óók het resultaat van de EU.”

Afgelopen januari presenteerde Geert Wilders een onderzoeksrapport waaruit bleek dat Nederland er economisch bij gebaat zou zijn om uit de EU te stappen. Deelt u die mening?

“Absoluut niet. Ik vind die conclusie gebaseerd op drijfzand.”

Waarom? Het onderzoek is toch uitgevoerd door een gerenommeerd onderzoeksbureau?

“Een bureau dat zeer selectief informatie heeft gebruikt. Eén voorbeeld. Nederland is na de Verenigde Staten de grootste exporteur van landbouwproducten. Onze belangrijkste afzetmarkt is de Europese Unie. Als we daar uit zouden stappen, zouden we plotseling invoerrechten moeten betalen waardoor onze producten veel duurder en dus minder aantrekkelijk worden. Moet u zich voorstellen wat dat voor gevolgen zou hebben voor onze sterkste economische sector! Maar dat aspect is in het rapport van Wilders helemaal niet meegenomen. Heel misleidend.”

Als uit de EU stappen zo slecht is voor Nederland, waarom strijdt een partij als de PVV daar dan toch voor?

“Omdat die daar stemmen mee kan winnen. Met zoveel onvrede over Europa valt de boodschap ‘Weg ermee’ goed bij veel kiezers. Maar als je ontevreden bent over wat er in je gemeente gebeurt, zeg je toch ook niet ‘We heffen de stad op’? Dan kies je een ander bestuur. Hetzelfde geldt voor de Europese Unie. Met deze verkiezingen krijgen we de kans om Europa waar nodig bij te sturen.

Een ander bezwaar dat ik heb is dat de PVV alleen naar de economische aspecten kijkt. Maar de EU staat voor veel méér. Mijn ouders – ze zijn eind zeventig – herinneren zich een Europa waarin landen en volken elkaar naar het leven stonden. Dankzij de Europese integratie is dat compleet ondenkbaar geworden.”

Heeft de EU zichzelf daarmee niet overbodig gemaakt?

“De veiligheid en stabiliteit die we nu hebben, zijn zeker niet vanzelfsprekend. Ik ben opgegroeid in een Europa dat doorklieft werd door een muur, waarin veel burgers niet konden zeggen wat ze wilden, waarin een groot deel van de bevolking werd onderdrukt. Dankzij de Europese Unie is dat allemaal verleden tijd. Maar wat door mensenhanden is gebouwd, kan ook door mensenhanden worden afgebroken. Kortom: het succes van de EU mag ons niet gemakzuchtig maken, we moeten eraan blijven werken. Daar zijn we met z’n allen verantwoordelijk voor. Dat alleen is reden om 22 mei naar het stemlokaal te gaan.”

De euroscepsis is in Nederland groter dan in veel andere Europese landen. Hoe komt dat?

“Bij ons heerst een cultuur van ‘eerst zien, dan geloven’. De politiek moet zich aan de burger bewijzen. In Brussel is het andersom, daar zeggen politici: ‘vertrouw ons maar, wij regelen het wel’. Zo’n houding valt hier niet in goede aarde.

Overigens blijkt uit het jaarlijkse Eurobarometer-onderzoek dat 70 procent van de Nederlanders vóór  Europese samenwerking is. Alleen in Luxemburg ligt dat percentage hoger. Maar de manier waarop die samenwerking vorm krijgt, dáár zijn we ontevreden over. Anders gezegd: Nederlanders houden van Europa, maar niet van Brussel.”

Uit onze achterban horen we regelmatig zorgen over de invloed van Europa op onze pensioenen. Komen die door de Europese regels in gevaar?

“Het Nederlandse pensioenstelsel is niet alleen één van de beste van Europa, maar van de hele wereld. Nergens sparen mensen meer voor hun pensioen dan hier. Europese regels brengen dat op geen enkele manier in gevaar; het is eerder zo dat andere landen de kunst van ons afkijken.

Maar Europa is wel op een andere manier belangrijk voor onze pensioenen. Dat onze pensioenfondsen zo goed zijn gevuld, komt omdat ze succesvol beleggen. Dat lukt het beste als er politieke stabiliteit is, en economische groei. Kortom: hoe beter Europa het als geheel doet, hoe hoger onze pensioenen zijn. Vandaar ook dat het zo belangrijk is dat we problemen als de enorme jeugdwerkloosheid in de EU gezamenlijk aanpakken.”

Ook als het betekent dat we daarvoor nationale soevereiniteit moeten inleveren?

“De vraag is of we met volledige soevereiniteit zo veel beter af zouden zijn. Kijk naar Zwitserland. Dat is soeverein. Maar om in Europa te kunnen meedoen, past het land zich wel aan allerlei Europese regels en verdragen aan. Noodgedwongen, en zonder dat het kan meepraten over de invulling ervan. Dan geef ik er de voorkeur aan om een klein beetje soevereiniteit in te leveren, maar wel mede aan het roer te zitten.

Als je met zo veel landen samenwerkt, moet je geven en nemen. Dat betekent dus ook: af en toe iets accepteren waar je minder blij mee bent. Uiteindelijk gaat het erom om je er per saldo beter van wordt. En er zijn weinig landen die zo van de Europese integratie hebben geprofiteerd als Nederland, zowel qua stabiliteit als qua economische groei.”

[Kader]

Wie is Frans Timmermans?

Frans Timmermans (Maastricht, 1961) heeft een lange staat van dienst op het terrein van buitenlandbeleid. Hij werkte onder andere op de Nederlandse ambassade in Moskou, voor EU-commissaris Hans van den Broek in Brussel en als buitenlandwoordvoerder in de Tweede Kamerfractie van de PvdA. Als staatssecretaris was Timmermans tussen 2007 en 2010 verantwoordelijk voor het dossier Europese samenwerking. Sinds 2012 is hij minister van Buitenlandse Zaken.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: