Archief | 09:39

PLASTIC RECYCLING IN ELSEVIER JUIST

14 sep

Elsevier-Juist-logo

Plastic fantastic

Geen enkel plastic meer op de vuilnisbelt: dat wil de Europese Unie uiterlijk in 2020 hebben bereikt.  Nederland is goed op weg. Mede dankzij innovatieve bedrijven als die van Marius Smit, Daniël Poolen en Bram Peters. Voor maandblad Elsevier Juist ondervroeg Marte ze over hun plannen.

Lees het hele artikel hier

Advertenties

PLASTIC FANTASTIC

14 sep

Plastic fantastic

Gepubliceerd in Elsevier Juist, juli/aug 2014.

Geen enkel plastic meer op de vuilnisbelt: dat wil de Europese Unie uiterlijk in 2020 hebben bereikt.  Nederland is goed op weg. Mede dankzij innovatieve bedrijven als die van Marius Smit, Daniël Poolen en Bram Peters.

In de tweede helft van de twintigste eeuw is plastic uitgegroeid tot een van de meest veelzijdige en meest gebruikte materialen ter wereld. Van telefoons tot kleding, van wegen tot medische toepassingen: we kunnen niet meer zonder plastic. In de Europese Unie zijn er naar schatting 62.000 bedrijven met samen zo’n 1,4 miljoen werknemers die plastic producten vervaardigen. Tezamen zijn ze goed voor een jaarlijkse omzet van meer dan 300 miljard euro.

Maar er zit ook een schaduwkant aan dit economische succesverhaal. Plastic is namelijk niet afbreekbaar. Dat betekent dat (ongebruikt) plastic afval moet worden verbrand, met alle negatieve gevolgen voor de CO2-uitstoot van dien. Nog schadelijker is het als plastic in de natuur belandt. Het meest tot de verbeelding sprekende voorbeeld is de alsmaar uitdijende ‘plastic soep’, die de oceanen bevuilt en het ecosysteem van de aarde bedreigt.

Plastic walvis

Een boot bouwen van Amsterdams grachtenplastic: met dat doel lanceerde marketeer Marius Smit (41) in 2011 het bedrijf ‘Plastic Whale’. Het leek hem de ultieme manier om aandacht te vragen voor het probleem van de plastic soep en tegelijkertijd de waterwegen van de hoofdstad op te schonen. Bewoners reageerden direct enthousiast; op de speciale ‘plastic visdagen’ die Smit organiseert, gaan tientallen bootjes het water op. ‘Zij vissen dan gemakkelijk vijftig tot honderd vuilniszakken plastic troep bij elkaar,’ vertelt hij. ‘Het Havenbedrijf van Amsterdam heeft gratis een loods te beschikking gesteld om al het afval op te slaan.’

Eind 2013 had Smit genoeg plastic verzameld voor de bouw van zijn gedroomde 6-meter lange boot. In maart van dit jaar werd die tijdens de HISWA gedoopt. De kunststof ‘walvis’ vaart nu meerdere keren per week door de Amsterdamse grachten om zoveel mogelijk plastic rommel uit het water te halen.

Missie geslaagd, zou je denken. Maar voor Smit is dit pas het begin. ‘Nu de boot klaar is, willen we designproducten van het verzamelde plastic gaan maken, bijvoorbeeld meubels of kleding. Daarover zijn we met verschillende ontwerpers en bedrijven in gesprek. Om grotere hoeveelheden plastic te verzamelen, organiseren we behalve publieksdagen inmiddels ook bedrijfsuitjes om naar plastic te  vissen. Mijn ultieme droom is om Plastic Whale uit te breiden naar alle watersteden ter wereld. Als de burgemeester van Venetië belt, zit ik morgen in het vliegtuig.’

Ideeën en investeerders verbinden

Het Europees Parlement heeft in april van dit jaar heeft een belangrijke bron van de plastic soep – gratis plastic tasjes – in de ban gedaan. Daarmee hoopt men de tasjesberg in vijf jaar met 80 procent terug te dringen. Gemiddeld gebruikt iedere Europeaan er daarvan namelijk 198 per jaar. Een groot deel belandt uiteindelijk in het (zee)milieu, waar ze vaak worden ingeslikt door dieren. Op en rond de Noordzee bijvoorbeeld hebben 94 procent van alle vogels plastic in hun maag. En van het afval dat Italiaanse vissers voor de kust van Toscane uit zee halen, bestaat 73 procent uit plastic tasjes.

Ingenieur Daniël Poolen (28) probeert op zijn eigen manier een bijdrage te leveren aan het plasticvrij krijgen van ’s werelds wateren. De maker/presentator van ‘groene’ tv-programma’s als Keuringsdienst van Waarde en  Kassa Groen, en de kindershows Zapp your planet en IJsstrijd, besloot begin dit jaar zelf de handen uit de mouwen te steken. Samen met de Plastic Soup Foundation stampte hij in drie maanden het ‘Plastic Soup Lab’ uit de grond, dat innovatieve ideeën voor het verzamelen en verwerken van plastic koppelt aan potentiële investeerders. Net als bij Plastic Whale was het animo direct groot; nauwelijks een maand nadat het Lab in mei was gelanceerd, had Poolen al tientallen concrete plannen in zijn mailbox. En ook aan enthousiaste investeerders ontbreekt het niet.

‘Van studenten tot gepensioneerden: iedereen kan een voorstel aandragen,’ zegt Poolen. ‘Als wij denken dat het vernieuwend en levensvatbaar is, mag de bedenker het bij onze financiële partners pitchen om te zien of zij erin willen investeren. Een veelbelovend idee is bijvoorbeeld de ontwikkeling van een schimmel die kunststof kan afbreken. Dat is een grootschalig en ingewikkeld project, maar we staan ook open voor kleine initiatieven. Zolang ze maar een bijdrage leveren aan de oplossing van de plastic soep.’

Plastic heroes

Nederland bevindt zich in de Europese voorhoede als het gaat om het verzamelen en hergebruiken van plastic verpakkingen. Mede dankzij de Plastic Heroes-campagne, die consumenten sinds 2009 te pas en te onpas oproept om plastic te scheiden. De boodschap lijkt vruchten af te werpen: steeds meer Nederlands kunststof verpakkingsafval krijgt een tweede leven. Van het door consumenten gebruikte plastic (jaarlijks onder meer 26 miljoen kilo plastic tasjes en 21 miljoen kilo plastic flesjes) belandde in 2012 minder dan 10 procent op de afvalberg. De rest werd hergebruikt, of er werd nieuwe energie uit gewonnen.

Het inzamelen van plastic verpakkingen is sinds 2010 de verantwoordelijkheid van gemeenten. Zij bepalen zelf hoe ze dat doen: door plastic afval apart te verzamelen of door nascheiding, waarbij ze het plastic naderhand uit het restafval halen. Nadat het is gesorteerd en in grote balen samengeperst, wordt het bij speciale verwerkingsbedrijven vermalen, gereinigd en zo nodig gesmolten. De korrels die dan overblijven, vormen de basis voor allerlei nieuwe producten. Veelal weer verpakkingen, maar bijvoorbeeld ook jerrycans, speelgoed, fleecekleding, tuinstoelen en leidingen.

Overigens gaan gemeenten vanaf volgend jaar mogelijk ook plastic frisdrankflessen van 1,5 liter inzamelen. De kans is namelijk groot dat het statiegeld daarop wordt afgeschaft. Jaarlijks gebruiken we zo’n 676 miljoen van die PET-flessen. Dankzij het statiegeldsysteem wordt 95% daarvan hergebruikt. Maar deze arbeidsintensieve methode is onder andere de frisdrankindustrie en supermarkten al jaren een doorn in het oog. Met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Tweede Kamer zijn zij daarom overeengekomen om PET-flessen vanaf volgend jaar via de Plastic Heroes-bakken en –zakken te gaan inzamelen. Voorstanders zeggen dat het daarmee voor consumenten alleen maar makkelijker wordt – je kunt al je plastic immers op één plek kwijt. Bovendien zijn de maatschappelijke kosten van één inzamelsysteem lager. Tegenstanders vrezen dat er meer plastic bij het restvuil of op straat belandt. Als verantwoordelijk staatssecretaris Mansveld met de plannen instemt, zal de praktijk volgend jaar moeten uitwijzen wie er gelijk krijgt.

Restplastic

Statiegeld of niet, als het aan de Europese Unie ligt, komt er vanaf 2020 geen enkel plastic meer op de vuilnisbelt terecht. Een bedrijf dat daar nu al hard aan meewerkt, is ‘Gampet Products’ uit Ulft. Toen dat 26 jaar geleden met het hergebruik van plastic begon, was nog nauwelijks met het belang van hergebruik bezig. ‘Mijn vader werkte bij een vuilverwerkingsbedrijf,’ vertelt directeur Bram Peters (39). ‘Er kwam daar veel landbouwfolie binnen, meer dan kon worden verwerkt. Dat bracht hem op het idee om het te gaan recyclen.’

Gampet ontwerpt producten voor de weg-, water- en natuurbouw, van stoeptegels tot steigers. Allemaal van 100 procent gerecycled kunststof. Wat het extra bijzonder maakt, is dat het MKB-bedrijf uitsluitend de vervuilde, onbruikbare restjes van ingezameld plastic gebruikt die anders op de vuilnisbelt belanden.

‘Als je dat recyclet, krijg je een vaalbruine kunststof, niet geschikt voor consumentenproducten,’ zegt milieukundige Peters. ‘Maar wij kunnen er prima mee uit de voeten. We maken er bijvoorbeeld lantaarnpalen van. In totaal verwerken we jaarlijks 30.000 ton restplastic. Op die manier dringen we de Nederlandse afvalberg telkens een beetje terug.’

Tot vorig jaar groeide het bedrijf met zes medewerkers gestaag. Maar toen kreeg ook Gampet last van de crisis, vooral omdat gemeenten en provincies – de belangrijkste klanten – infrastructurele projecten steeds vaker in de ijskast zetten. Om een nieuwe markt aan te boren en te kunnen blijven innoveren, bedacht Peters ‘Gampet The Challenge’.

‘Bedrijven die een nieuw product willen ontwikkelen, kunnen bij ons aankloppen. Wij werken het ontwerp uit, en bekijken of we het uit honderd procent gerecycled restplastic kunnen maken. Wordt een ontwerp daadwerkelijk in productie genomen, dan krijgt de opdrachtgever de ontwikkelkosten van 750 euro geheel terug.’

Tot nu toe is er één concreet product uit The Challenge voortgekomen, een funderingsbalk voor tuinhuisjes. Met een aantal andere is Peters nog bezig. Daarnaast wil hij graag uitbreiden naar het buitenland, bijvoorbeeld naar de kusten van Afrika. ‘De hitte en het zout daar zorgen dat houten bruggen en steigers snel slijten. Ons materiaal is onderhoudsvrij, gaat minstens dertig jaar mee en kan  zelf nog tien keer worden gerecycled. De komende eeuwen kunnen we er dus mee vooruit.’

Meer informatie over de genoemde initiatieven: plasticwhale.org, plasticsouplab.org en gampet.nl.

[Kader]

Zelf plastic recyclen?

Op plasticheroes.nl kunt u opzoeken of u bij uw gemeente zelf uw plastic gescheiden moet inleveren, of dat het plastic via nascheiding wordt verzameld. Op de site vindt u ook een compleet overzicht van plastic verpakkingen die kunnen worden hergebruikt. Behalve plastic flessen en flacons kunnen lege tubes van tandpasta, gel en crèmes, zakken van groente, fruit en brood en plastic doppen in de Plastic Heroes-zak of -bak. Verpakkingen met een aluminiumlaagje, zoals chipszakken of pillenstrips, mogen daar niet in. Hetzelfde geldt voor verpakkingen met chemicaliënresten, zoals lijm. Twijfelt u in welke bak of zak uw plastic moet? Raadpleeg dan op ‘De Recyclemanagerapp’ (gratis voor iPhone en Android).

[Kader]

Cijfers

  • 15 procent van de totale Nederlandse afvalberg bestaat uit ‘post-consumer plastic’ (plastic afval van burgers).
  • Gemiddeld gebruikt een Nederlands huishouden 50 tot 60 kilo plastic verpakkingen per jaar.
  • Een Nederlander gooit per jaar zo’n 32 kleine plastic flesjes weg. Voor heel Nederland zijn dat er 550 miljoen.
  • Van al het in de EU gebruikte plastic werd in 2012 26,3 procent hergebruikt. Nog eens 35,6 procent werd omgezet in bruikbare energie. De overige 38,1 procent belandde op de vuilnisbelt.

Het gescheiden inzamelen van plastic levert jaarlijks een besparing van CO2-uitstoot op, vergelijkbaar met het energieverbruik van 100.000 huishoudens. Van de energie die je bespaart met het recyclen van één plastic flesje kun je een lamp van 60W zes uur laten branden.

OVERGANG NA BORSTKANKER: MARTES VERHAAL IN VIVA

14 sep

Viva cover

De menopauze, dat is toch alleen iets voor vrouwen boven de vijftig? Was dat maar waar. Journalist Marte van Santen (39) had borstkanker en raakte door alle behandelingen vervroegd in de overgang. Voor VIVA schreef ze er een zeer openhartig verhaal over.

Lees het hele artikel hier.

VEEL TE VROEG IN DE OVERGANG

14 sep

Viva

Gepubliceerd in Viva 38, 10 september 2014.

De menopauze, dat is toch alleen iets voor vrouwen boven de vijftig? Was dat maar waar. Journalist Marte van Santen (39) had borstkanker en raakte door alle behandelingen vervroegd in de overgang.

‘Eindelijk was het zo ver. Tijdens de zes maanden chemotherapie was ik te belabberd geweest om zelfs maar aan seks te denken. Maar nu al die ellende eindelijk achter de rug was en ik me langzaam beter begon te voelen, wilde ik niets liever dan lekker vrijen. Eindelijk weer intimiteit delen. Eindelijk weer genieten. Eindelijk weer normaal zijn.

Het was een memorabele avond, een afsluiting van een moeilijke periode, dus ik had extra mijn best gedaan om er wat gezelligs van te maken. Kaarsje, muziekje, je kent het wel. Overigens was er weinig voor nodig om mijn vriend in de stemming te brengen. Normaal is er al niets mis met zijn libido, maar na zo’n lange periode van onthouding stond hij op springen.

We zoenden, we lachten, we voelden. Wat heerlijk om dat weer te kunnen, schoot er door mijn hoofd. En toen ging het fout. Door alle behandelingen was het slijmvlies van mijn vagina zo dun en droog geworden, dat één penetratie voldoende bleek om het als een stuk oud elastiek kapot te trekken. Au!! Welkom in de wereld van de vervroegde overgang.

Opvliegers

Tijdens chemokuren stopt je ongesteldheid vaak, zeker als die lang duren. Na afloop komt de menstruatiecyclus (als je jong genoeg bent) dan weer op gang. Maar niet bij mij. Mijn kanker bleek namelijk hormoongevoelig. Dat wil zeggen dat het vrouwelijke hormoon oestrogeen als brandstof diende voor de tumor. En dus óók voor eventueel achtergebleven kankercellen die mogelijk nog in mijn lichaam rondzwerven. Vandaar dat ik na de chemo aan de antihormoonbehandeling moest, om de aanmaak en werking van oestrogeen plat te leggen. De resultaten van deze therapie zijn hoopgevend – (minimaal) vijf jaar pillen en injecties kan het risico op uitzaaiingen flink verminderen. Toch maakt een groot deel van de gebruiksters de behandeling niet af. De reden? De verfoeide overgangsklachten die je er onherroepelijk van krijgt.

De lijst is lang: opvliegers, droge slijmvliezen, minder zin in vrijen, vaginaal bloedverlies, hoofdpijn, gewichtstoename, vocht vasthouden, dunner wordend haar, gewrichtspijnen en geheugenklachten, om er een paar te noemen. Uiteraard verschilt het van persoon tot persoon welke bijwerkingen je krijgt en hoe heftig die zijn. Zelf heb ik flink wat van deze klachten (gehad). Plus een paar andere die niet op het lijstje staan, zoals een (goedaardig) gezwel op mijn eierstok, slecht slapen en zichtproblemen. Het was op z’n zachtst gezegd thuiskomen van een koude kermis.

Wenkbrauwen en wimpers

Als je op je 36ste hoort dat je een agressieve vorm van kanker hebt, staan seksproblemen niet bovenaan je prioriteitenlijstje. Net zo goed als het me geen bal kon schelen dat ik misschien een borst zou verliezen (wat niet gebeurde), of dat ik al mijn haar – inclusief wenkbrauwen en wimpers – zou kwijtraken (wat wel gebeurde). Ik had op dat moment maar één doel: overleven. Al het andere was ondergeschikt.

Een operatie, 28 bestralingen en zestien chemokuren verder begon ik daar anders over te denken. Omdat ik er – godzijdank – op tijd bij was geweest, waren de behandelingen goed aangeslagen. Ik kon mijn oude leventje dus voorzichtig herpakken. Daarmee werden de bijzaken – werk, uiterlijk, seks, slaap – opeens weer belangrijk. En kwamen ook de frustraties. Want ik baal als een stekker dat mijn mooie lange wimpers voorgoed zijn verdwenen. Het ergert me dat ik plotseling vet heb op plekken waar het vroeger nooit zat. En ik vind het irritant dat ik er ’s nachts tegenwoordig minimaal twee keer uit moet om te plassen, en dat ik na vijf uur ’s ochtends de slaap vaak helemaal niet meer kan vatten.

Na een jaar dat volledig in het teken van de kanker stond wil ik niets liever dan dat alles weer gewoon is. Dat ik die ellendige periode zonder om te kijken achter me kan laten. Maar zo simpel is het dus niet. Want al die klachten en klachtjes maken het onmogelijk om te vergeten.

Iets anders waar ik veel last van heb is vergeetachtigheid. Ik was een maand of drie met de antihormoonbehandeling bezig, toen op een zomerse donderdagmiddag de telefoon ging. “Hadden wij niet een afspraak?” vroeg de man aan de andere kant van de lijn. Oh. Mijn. God. Helemaal vergeten. Zoiets was me nog nooit overkomen! Sterker nog, ik ga er, perfectionist die ik ben, juist prat op dat ik mijn zaakjes altijd goed op orde heb. Planning is my middle name. En nu was het me volledig ontschoten dat ik een interview moest doen. Voor het eerst in mijn leven stond ik met mijn mond vol tanden.

Na een ongemakkelijke stilte sputterde ik dat ik de afspraak voor de volgende dag in mijn agenda had staan. De man in kwestie maakte er gelukkig geen punt van. Maar ik had nog dagen een knoop in mijn maag. Wat een mislukkeling voelde ik me. Niet alleen dat, ik werd er ook onzeker van. Een afspraak vergeten paste zo niet bij mij. Wat zou ik door de hormoontherapie nog meer van mezelf verliezen?

Bye bye baby

En dan is er natuurlijk nog de kwestie van mijn (on)vruchtbaarheid. Ik heb geen kinderen en ik zal ze ook nooit krijgen. Dat is de harde werkelijkheid waar ik na alle kankerbehandelingen mee te maken heb. Chemotherapie is funest voor je eicellen, wist ik van een artikel dat ik er jaren eerder nota bene zelf over had geschreven. Het gevolg: vrouwen die chemo hebben gehad, worden moeilijker zwanger en komen vijf tot tien jaar eerder in de overgang. Als je daarnaast zoals ik ook nog antihormoonbehandelingen krijgt, kun je meestal helemaal een streep door een eventuele kinderwens zetten.

Kortom, een baby zit er voor mij niet meer in. En dat voelt raar, ook al heb ik nooit een sterke aandrang gehad om moeder te worden. Want het is toch heel wat anders om zelf te besluiten dat je (nu nog) niet zo nodig een kleintje hoeft, of dat een dokter zegt dat je niets meer te kiezen hebt. De mogelijkheid om over mijn toekomst en die van mijn potentiele gezin te beslissen is me hardhandig ontnomen.

Tijdmachine

Al met al vind ik het maar een onwerkelijke ervaring, die hele overgang. Een lichaam in de menopauze maakt zich klaar voor een nieuwe levensfase, een periode waarin je niet zo veel meer hoeft en langzaam gas terugneemt. Maar dat past absoluut niet wat er in mijn 39-jarige hoofd gebeurt. Ik zit vol plannen en ambities, na de kanker misschien wel meer dan ooit. Ik weet dondersgoed hoe kwetsbaar het leven is, en wil er daarom alles uithalen wat erin zit.

Helaas denkt mijn lijf daar af en toe anders over. Als ik weer eens stijf en met overal pijntjes wakker word bijvoorbeeld. Het is een schizofrene bedoening. Alsof ik in een tijdsmachine ben gestapt die verkeerd stond afgesteld. Mijn geest is nog in 2014 terwijl mijn lijf al ergens in 2029 rondwaart.

Om nog even op de seks terug te komen: vrijen gaat gelukkig weer prima. Maar de spontaniteit van vroeger is ver te zoeken; we moeten nu altijd voorzichtig doen. Je kunt je afvragen hoe belangrijk dat is. Er zijn natuurlijk massa’s stellen die zelden vrijen. Maar toch vind ik het moeilijk te verkroppen. Pas nu het niet meer zo gemakkelijk gaat, realiseer ik me hoe belangrijk seks eigenlijk is. Voor je relatie, maar ook voor je zelfbeeld. Niet voor niks zit het woord seks in ‘sexy’. Ik moet soms echt mijn best doen om me niet ‘minder vrouw’ te voelen. Godzijdank heb ik een man die me accepteert zoals ik ben, en die me hoe dan ook mooi en lekker vindt. Was dat niet het geval geweest, dan was ik er vermoedelijk heel onzeker van geworden.

Mazzelaar

Ik kan het kortom niet mooier maken dan het is: de overgang ‘sucks’. Maar ondanks al die rottige bijwerkingen zit ik er – tot mijn eigen verbazing – inmiddels niet echt meer mee. Er is namelijk zo veel méér waar ik blij en dankbaar voor ben. Ik voel me sterk en fit. Ik werk weer voltijds en ben vorig jaar met de liefste Italiaan ter wereld getrouwd. Ik ben niet depressief geworden, zoals je soms hoort. En ik ben mezelf niet kwijtgeraakt, zoals ik vreesde. Ja, ik vergeet aan de lopende band dingen. En ja, ik heb meerdere keren per dag een opvlieger. Maar over het geheel genomen leid ik een fantastisch, bevoorrecht leven.

Op de momenten dat ik het toch even moeilijk heb, denk ik aan Emmy Brekelmans, die in 2006 te horen kreeg dat ze borstkanker had. Drie jaar later, op 4 november 2009, overleed ze. Ze was toen 36 jaar, de leeftijd die ik had toen ik mijn diagnose kreeg. Gedurende haar ziekte schreef Emmy wekelijks een dappere, grappige en soms hartverscheurende column in Viva. Na haar dood werd ze ervoor genomineerd voor een journalistieke prijs. Een prijs die ik uiteindelijk won, met een artikel over kanker voor esta.

En dus denk ik elke keer als ik ’s nachts wakker lig, en het zweet me weer uitbreekt: wat een mazzelaar ben ik. Ik ben er nog, en de behandeling doet zijn werk. Had Emmy maar hetzelfde kunnen zeggen.

[Kader]

Vervroegde overgang

Gynaecoloog Barbara Havenith, secretaris van de Dutch Menopause Society: ‘We spreken van een vervroegde overgang als je voor je 40ste stopt met menstrueren. Dat is bij 1 op de 100 vrouwen het geval. 1 op de 1000 komt zelfs al voor haar 30ste in de menopauze. De belangrijkste oorzaak is problemen met de eierstokken. Kankerbehandelingen zoals chemotherapie, hormoontherapie en soms ook bestraling verminderen de werking daarvan. Het kan ook zijn dat de eierstokken helemaal moeten worden verwijderd, bijvoorbeeld als gevolg van kanker, een goedaardig gezwel of endometriose (een ziekte waarbij stukjes van het baarmoederslijmvlies buiten de baarmoeder terechtkomen, red.). Daarnaast speelt erfelijke aanleg een rol: in sommige families komen vrouwen eerder in de overgang dan in andere.

De gevolgen van de vervroegde overgang gaan verder dan alleen verminderde vruchtbaarheid. Het vergroot de kans op hart- en vaatziekten, botontkalking en dementie. Verder wordt de vagina droger en kwetsbaarder. Dat kan last geven bij vrijen. Ook het risico op een blaasontsteking neemt toe.

De beste behandeling voor vrouwen die te vroeg in de overgang komen is hormoontherapie. Daarmee worden de kwalijke gevolgen zo goed mogelijk uitgesteld. Maar vrouwen die een hormoongevoelige borstkanker hebben (gehad) mogen deze therapie helaas niet gebruiken.’

%d bloggers liken dit: