OP NAAR DE EICELBANK

8 Okt

Artikel eicelbank

Gepubliceerd in VIVA 41, 1 oktober 2014

Tot twee jaar geleden moesten vrouwen die zwanger wilden worden en zelf geen goede eicellen (meer) hadden zelf op zoek naar een donor. Tegenwoordig kunnen zij terecht bij een eicelbank. Kun je daar gewoon aankloppen voor en eitje? En voelt het niet vreemd, een eicel van de één in de buik van een ander? Een wensmoeder en twee donoren vertellen.

Op een warme zomeravond in 2012 hakten Ellis Hermans (39) en haar vriend de knoop definitief door: ze zouden proberen om zwanger te worden. Ze wisten al jaren dat ze graag kinderen wilden. Maar tot dat moment was het er niet van gekomen – studie, reizen en werk hadden steeds voorrang gekregen. Nu waren ze er voor hun gevoel helemaal klaar voor. De strip met anticonceptiepillen verdween resoluut in de prullenbak. Voor de zekerheid ging Ellis nog wel even langs de huisarts. Ze had namelijk steeds van die enorme blauwe plekken. En toen vond ze ook nog bloed in haar urine.

De dokter stuurde haar linea recta door naar het ziekenhuis, waar ze de eerste zes weken niet meer uit zou komen. De reden: acute leukemie. “Ik mocht zelfs niet naar huis om kleren op te halen”, vertelt Ellis. “Vijf dagen later kreeg ik een chemokuur, de eerste van vele. Daarna volgden nog bestralingen en stamceltherapie. In totaal ben ik anderhalf jaar met de behandelingen zoet geweest.”

Haar kinderwens verdween in die periode – vanzelfsprekend – naar de achtergrond. Ze had wel andere dingen aan haar hoofd. Maar nu ze zich weer beter voelt wil ze graag vooruit kijken. En daar horen kinderen voor haar bij.

Helaas zit natuurlijk zwanger worden er inmiddels niet meer in – door alle behandelingen is Ellis vervroegd in de overgang geraakt. Dat vindt ze moeilijk te verkroppen. “Het voelt zo oneerlijk. Heb ik eindelijk al die ellende achter de rug en dan dit. Als ik mijn zus en vriendinnen met hun kinderen zie, denk ik: dat wil ik ook. Begrijp me goed, ik gun ze het geluk. Maar het is heel pijnlijk. Vooral kraamvisites vind ik moeilijk. Dan vraag ik me iedere keer weer af: zou mij dit ooit gegund zijn?”

Er resten Ellis en haar vriend drie opties: adoptie, een eicel uit het buitenland halen of naar een Nederlandse eicelbank gaan. “Ik wil heel graag zelf ervaren hoe het is om een kind te dragen, dus adoptie valt af”, zegt ze. “Maar bij de commerciële verkoop van eicellen in bijvoorbeeld Spanje of Rusland heb ik geen goed gevoel. Bovendien weet je niet hoe de kwaliteit van de zorg daar is. Dus blijft de eicelbank over.”

Sinds begin dit jaar staat ze ingeschreven bij de eicelbank van het UMC Utrecht, één van de drie in Nederland (zie kader). Maar het kan nog even duren voor ze aan de beurt is. Áls het al ooit zover komt. “Mijn gynaecoloog heeft me gewaarschuwd dat de vraag veel groter is dan het aanbod. En ik ben niet meer de jongste – de maximale leeftijd voor terugplaatsing van een embryo is 45. Maar ik vind het het proberen waard.”

Mocht het op tijd lukken, dan heeft Ellis straks misschien een baby in haar buik die voor de helft uit genetisch materiaal van haar vriend bestaat, en voor de helft uit materiaal van een onbekende vrouw. Met dat idee heeft ze geen enkele moeite. “Het lijkt me een zo’n bijzondere ervaring om zelf een kind op de wereld te zetten. Fantastisch dat er vrouwen zijn die me belangeloos willen helpen om dat mogelijk te maken.”

Onbaatzuchtig

Het is inderdaad nogal wat, een potentieel kind van jezelf weggeven zodat een andere vrouw het geluk van nageslacht kan ervaren. Want dat is wat een donor in principe doet als ze (onbevruchte) eicellen afstaat. En dan moet ze zichzelf ook nog eens gedurende een paar weken met hormonen injecteren om de rijping van eicellen te stimuleren. Om nog maar niet te spreken over het feit dat de volgroeide eicellen vaginaal worden ‘geoogst’. Waarom zou je dat allemaal overhebben voor een ander die je niet eens kent?

In ieder geval niet om geld aan te verdienen, zoals sommige mensen dachten toen het UMC Utrecht in april 2012 als eerste in Nederland startte met een eicelbank. Dat mag trouwens ook niet, want commerciële eiceldonatie is hier volgens de Embryowet verboden. Wel krijgen donoren een onkostenvergoeding van zo’n 900 euro om bijvoorbeeld gemiste werkdagen, extra kinderopvang en reiskosten van te betalen. Critici vreesden dat die geldsom vooral lager opgeleide, kwetsbare vrouwen zou overhalen om donor te worden. Niet dus, ontdekte het UMC Utrecht toen ze de drijfveren van donoren onderzochten.

“De ‘gemiddelde’ eiceldonor is een vrouw van 32 met twee kinderen en een baan in de zorg op MBO-niveau”, zegt prof. dr. Bert Fauser, gynaecoloog in het UMC Utrecht en initiatiefnemer van de eicelbank aldaar. “Ze doneert omdat ze andere vrouwen het geluk van een kind gunt. Vaak heeft ze zelf vruchtbaarheidsproblemen gehad, of kent ze mensen in haar omgeving die moeilijk zwanger raken. Haar motief is kortom onbaatzuchtig.”

Anonimiteit

Het kan gebeuren dat je als vrouw zelf niet genoeg (of geen goede) eicellen hebt. Bijvoorbeeld als gevolg van een ziekte als endometriose (een ziekte waarbij stukjes van het baarmoederslijmvlies buiten de baarmoeder terechtkomen) of behandelingen tegen kanker. Vóór het bestaan van de eicelbank moest je als ze zwanger wilden worden dan per se zelf op zoek naar een geschikte donor. Geen gemakkelijke opgave. En zelfs als het wel lukte om iemand bereid te vinden, was de betrokkenheid van een bekende donor trouwens vaak ingewikkeld. Zoiets kan de relatie met je zus of vriendin immers flink onder druk zetten. De eicelbank lost dat probleem op.
Sanne Buis (27) was in 2012 de allereerste donor die na een uitgebreide screening bij het UMC Utrecht door de selectie kwam. “Als ik anderen kan helpen, doe ik dat graag”, stelt ze. “Daarom werk ik bijvoorbeeld ook regelmatig mee aan medische onderzoeken. In dit geval was ik extra gemotiveerd omdat veel vrouwen die bij de eicelbank op de wachtlijst staan door bijvoorbeeld kankerbehandelingen of andere ziekten onvruchtbaar zijn geworden. Zij verdienen echt een lucky break.”

Sanne heeft zelf een dochter van acht. Vanaf het begin is ze open geweest naar haar over haar eiceldonatie. “Ze is zelfs een paar keer mee geweest naar het ziekenhuis. Vooral de echo’s om te zien of de eitjes al rijp waren vond ze heel interessant.”

Ook in haar omgeving maakt Sanne geen geheim van haar goede daad. Nare reacties heeft ze nauwelijks gehad, al zeggen veel vrouwen wel dat zij het zelf nooit zouden doen. “’Het zijn toch je kinderen die er straks rondlopen’ hoor ik dan. Maar zo ervaar ik dat helemaal niet. Ik heb alleen wat weefsel afgestaan. De moeder die het kind op de wereld zet is zijn of haar ouder.”

Toch houdt die emotionele lading veel mogelijke donoren kennelijk tegen om eitjes af te staan. Van de ruim vierhonderd vrouwen die de afgelopen twee jaar informatie aanvroegen bij het UMC Utrecht, hebben er uiteindelijk maar elf daadwerkelijk gedoneerd.

“De eicelbank is relatief nieuw, en dus onbekend”, verklaart Bert Fauser dat lage aantal. “Verder komt niet alle potentiële donoren door de selectie, bijvoorbeeld omdat ze lichamelijke problemen hebben of omdat hun partner er niet achter staat. Bovendien kan donatie sinds 2002 niet meer anoniem. Als ze twaalf zijn mogen kinderen feitelijke informatie over de donor opvragen, zoals kleur ogen en opleiding. En vanaf hun zestiende kunnen ze ook haar naam en contactgegevens krijgen. Mogelijk schrikt dat vrouwen af.”

Donoren in bijvoorbeeld Spanje, België, Tsjechië en Rusland – de populairste landen om een eicel te gaan halen – blijven meestal wel anoniem. Vandaar dat het aanbod daar veel groter is. Jaarlijks reizen er dan ook honderden Nederlandse stellen naar een van die bestemmingen om te proberen om zwanger te worden.

Risico’s

Los van de emotionele obstakels voor eiceldonatie is er natuurlijk ook nog de lichamelijke belasting. Wat zo’n behandeltraject is niet niks. “Het lijkt op een ‘gewoon’ IVF-traject”, legt Fauser uit. “Gedurende twee à drie weken moet je dagelijks jezelf een hormooninjectie in je buik toedienen. Die zorgt ervoor dat je eicellen rijpen. De prikken kunnen tijdelijk overgangsklachten geven, zoals opvliegers, nachtelijk zweten en depressieve gevoelens. Vanaf de tweede week kom je om de dag naar het ziekenhuis voor een controle-echo. Als we zien dat de eitjes groot genoeg zijn, oogsten we ze met een vaginale punctie. De eiblaasjes worden dan aangeprikt en de eitjes eruit gezogen. Dat gebeurt onder lokale verdoving of met een roesje. Ons doel is om per traject minimaal tien eitjes te oogsten. Niet alle eitjes zijn bruikbaar, dus daar houd je er gemiddeld zes tot acht van over. Die verdelen we over twee paar wensouders.”

Helemaal risicoloos is het traject niet; vrouwen die doneren lopen een (heel) klein kans op complicaties zoals een ontsteking van hun eierstokken of eileiders, een bloeding in de buik of het ontstaan van een bloedstolsel (trombose). Mocht zoiets gebeuren, dan zou dat gevolgen kunnen hebben voor de vruchtbaarheid van de donor zelf. Vandaar dat ze bij de eicelbank het liefst vrouwen zien die zeker weten dat ze zelf klaar zijn met hun gezin (of überhaupt geen kinderen willen). Die mogen maximaal 35 jaar zijn, want daarna gaat de kwaliteit van eicellen hard achteruit.

Sanne wil in de toekomst waarschijnlijk wel meer kinderen. Desondanks vond ze het het risico waard. Het behandeltraject viel haar overigens honderd procent mee; ze had nauwelijks last van bijwerkingen en de punctie was niet vervelend. Gezien het grote tekort aan donoren dat er op dit moment in Nederland is, heeft ze zelfs nog een tweede keer gedoneerd. De kans bestaat dus dat er over zestien jaar tien kinderen (het met haar afgesproken maximum) voor haar neus staan. “Die zijn dan van harte welkom”, besluit ze. “Ik ben heel benieuwd of ik nog iets van mezelf herken.” Bang voor spijt of drama’s is ze niet. “Het zijn niet mijn kinderen en dat zullen het ook nooit worden.”

In de vriezer

Donoreitjes zijn niet direct gebruiksklaar; eerst moeten ze nog zes maanden de vriezer in. Dat heeft ermee te maken dat sommige virusinfecties zoals hepatitis en HIV pas na een paar maanden in het bloed zijn op te sporen. Door de donor na een half jaar nog eens op dit soort ziekten te testen, weten de artsen zeker dat de eitjes ten tijde van de oogst ‘schoon’ waren. Zo ja, dan worden ze ontdooid, bevrucht met het zaad van een wensvader en bij een wensmoeder teruggeplaatst.

“Maximaal één per keer”, aldus Fauser. “Afhankelijk van de hoeveelheid beschikbare eitjes kunnen we per vrouw drie tot zes pogingen doen. De kans dat een wensmoeder op die manier zwanger wordt, is 20 tot 30 procent, ongeveer evenveel als bij een ‘gewoon’ IVF-traject.”

Hoe jonger de donor, hoe groter de kans op succes. De leeftijd van de wensmoeder doet daarbij niet ter zake. Terugplaatsing van een bevruchte eicel wordt (afhankelijk van de zorgverzekeraar) meestal vergoed. Maar de kosten die de eicelbank maakt voor het donatietraject, moeten wensouders zelf betalen. Gemiddeld zijn ze daar tussen de 2500 en 5000 euro aan kwijt.

Omdat zich tot nu toe nog maar zo weinig donoren hebben gemeld en hun eitjes bovendien zes maanden in quarantaine moesten, konden de eerste vijftien wensouders in het UMC Utrecht pas afgelopen juli met een terugplaatsingstraject beginnen. Ellis Hermans was daar niet bij.

Zelf zwanger

Van de wensmoeders die deze zomer wel tot de gelukkigen behoorden, hebben er waarschijnlijk twee  een eicel heeft van Jasmine Bogaert (27) gekregen. Net als Sanne zag zij in 2012 in de krant een oproep van het UMC Utrecht. “Ik weet van dichtbij hoe moeilijk het kan zijn om kinderen te krijgen”, vertelt ze. “Een kennis ging naar Spanje waar ze 10.000 euro voor een eitje moest betalen. De zus van een vriendin besloot te adopteren. Terwijl mijn man en ik zonder problemen twee prachtige dochters hebben gekregen. Dus toen ik de advertentie van de eicelbank zag, dacht ik meteen: dat ga ik doen.”

Haar man en familie steunen haar volledig, al vinden haar ouders het best een gek idee dat er straks waarschijnlijk onbekende kleinkinderen van hen rondlopen. Maar even als Sanne zit Jasmine daar zelf helemaal niet mee. “Ik ben jong, gezond en fit, en ik heb een overschot aan goede eitjes die ik zelf niet meer nodig heb. Zonde om die niet voor een goed doel te gebruiken.”

Jasmine wil graag als ambassadeur naar buiten treden. Want er is nog altijd een groot tekort aan donoren – alleen al in het UMC Utrecht staan er meer dan 450 stellen voor een eicel op de wachtlijst. Om zelf het goede voorbeeld te geven besloot ook zij voor een twee keer eitjes af te staan. Maar dat liep even anders dan gedacht. “Vlak voordat ik begin dit jaar met de tweede hormoonkuur zou starten, bleek ik zelf weer zwanger! Onbedoeld, maar niet minder welkom. Mijn volgende donatie laat dus nog even op zich wachten.”

In verband met hun privacy zijn de namen van de vrouwen in dit verhaal op verzoek van het UMC Utrecht veranderd.

[Kader]

Drie eicelbanken

Het UMC Utrecht heeft een speciale site met informatie voor eventuele donoren en wensouders: www.bijzonderewaarde.nl. Behalve het UMC Utrecht heeft ook het Medisch Centrum Kinderwens (MCK) in Leiderdorp een eicelbank (www.mckinderwens.nl), waar ze afgelopen mei voor het eerst embryo’s bij wensmoeders hebben teruggeplaatst. In juni  van dit jaar is het AMC Amsterdam als derde in Nederland met een eicelbank gestart (www.amc.nl/donor).

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: