MARTIN VAN RIJN WIL ZORG OP MAAT

19 Dec

ANBO Van Rijn

Gepubliceerd in ANBO Magazine nr. 8, december 2014.

De organisatie van de langdurige zorg gaat op de schop. Het doel: meer maatwerk bieden én kosten besparen. ANBO-directeur Liane den Haan vraagt de verantwoordelijke staatssecretaris, Martin van Rijn (VWS), naar het fijne ervan. 

Liane den Haan (LdH): “‘Alwéér een stelselwijziging in de zorg’, hoor ik veel van onze leden verzuchten. Is dat echt nodig?”

Martin van Rijn (MvR): “Anders zouden we het niet doen! De uitvoering van de langdurige zorg is de afgelopen decennia verworden tot een afstandelijk en bureaucratisch moloch, waar veel burgers met moeite hun weg in kunnen vinden. Ik wil dat de zorg weer dichtbij de mensen komt, en dat ze die hulp  krijgen die het best bij hun individuele situatie past. Maatwerk kortom. De tweede reden voor de veranderingen is dat de kosten voor de langdurige zorg de pan uit rijzen. We worden met z’n allen ouder en ouder. Dat betekent dat we steeds meer en ook steeds zwaardere zorg nodig hebben. In de komende tien jaar verdubbelt het aantal mensen met dementie bijvoorbeeld. Om te garanderen dat zij allemaal de zorg krijgen waar ze recht op hebben, moeten we die slimmer organiseren.”

LdH: “Decentralisatie lijkt deze dagen het toverwoord. Wat betekent dat concreet voor mensen?”

MvR: “De zorg dichterbij brengen dus. De bedoeling is dat je de personen die je hulpvraag behandelen straks persoonlijk in de ogen kunt kijken, in plaats van dat een anoniem indicatieorgaan op basis van regels en formuleren berekent dat je recht hebt op bijvoorbeeld 2,4 uur thuiszorg per week. We doen dat door de huidige AWBZ in drieën te verdelen De verzorging en verpleging –zo’n 17 procent van de AWBZ-zorg – komt vanaf 1 januari in het basiszorgpakket en wordt uitgevoerd door de zorgverzekeraars. Voor thuiszorg, ondersteuning en begeleiding – zo’n 18 procent – worden gemeenten verantwoordelijk. Zij zijn verplicht om iedereen die dat nodig heeft passende zorg te bieden. Om in kaart te brengen wat dat is, kijken ze wat hulpvragers en hun eventuele mantelzorgers nodig hebben. Ook de jeugdhulp – 5 procent – gaat naar gemeenten. De overige 60 procent van de AWBZ wordt ondergebracht in een nieuwe wet: de Wet langdurige zorg (Wlz). Allemaal met als doel om mensen zo lang mogelijk thuis laten wonen. Niet alleen omdat dat goedkoper is, maar omdat ze dat graag zelf willen.”

LdH: “Klopt, dat blijkt ook uit ANBO-onderzoek onder onze achterban. Maar veel senioren maken zich wel zorgen of ze hun huidige thuiszorg straks niet kwijtraken.”

MvR: “Ik kan niet garanderen dat alles bij het oude blijft. Zoals gezegd gaan gemeenten naar de individuele situatie van mensen kijken. Daarbij wordt ook in kaart gebracht wat familie, vrienden, buren en vrijwilligers kunnen doen. Niet verplicht, maar als zij kunnen helpen heeft dat de voorkeur. Mocht dat onvoldoende soelaas bieden, dan blijft er altijd het vangnet van de overheid.”

LdH: “ANBO vindt het heel normaal dat je elkaar waar nodig helpt. Nog maar een paar decennia geleden dacht niemand eraan om voor huishoudelijke hulp formele zorg in te schakelen. Het is een groot voorrecht dat we in een maatschappij leven waar dat vanzelfsprekend is geworden. Maar nu wordt het tijd om ook weer onze eigen verantwoordelijkheid te nemen. Jammer genoeg ervaren veel mensen het alsof ze iets wordt afgenomen. Terwijl het juist heel fijn is om elkaar te kunnen helpen.”

MvR: “Precies. Ik krijg vaak de kritiek dat het kabinet in het kader van de bezuinigingen alle zorg op mantelzorgers probeer af te wentelen. Maar het gaat ons vooral om de kwaliteit van leven van mensen die zorg en ondersteuning nodig hebben te verbeteren. Veel ouderen voelen zich eenzaam. Dat los je niet op met formele zorg, wel door het sociale netwerk van die mensen te mobiliseren.”

LdH: “Daar raakt u een gevoelig punt. Een kwart van de senioren heeft namelijk het gevoel dat ze geen netwerk hebben om op terug te kunnen vallen, blijkt uit ons onderzoek. Dat zijn vooral laagopgeleide, minder welvarende mensen. Vallen die straks niet als eerste buiten de boot?”

MvR: “Zoals gezegd kunnen zij zo nodig altijd op hulp van de gemeente rekenen. Let wel: in 2017 zullen de uitgaven voor de langdurige zorg net zo hoog zijn als ze in 2013 waren. We breken de boel niet af, we proberen alleen de groei van zorgkosten in te dammen. Verder hoop ik dat maatschappelijke organisaties zoals ANBO samen met de mensen die dat nodig hebben gaan kijken hoe we een meer betrokken samenleving krijgen.”

LdH: “Dat doen we zeker. 1 januari starten we met ANBO Raad & Daad, een nieuwe, uitgebreidere vorm van individuele dienstverlening voor leden. Als onderdeel daarvan leiden we ANBO-Consulenten op, die voor alle leden hun sociale situatie in kaart gaan brengen. Zo nodig kunnen we mensen adviseren en bijstaan over hoe ze hun netwerk kunnen vergroten en versterken.”

MvR: “Dat is precies wat ik bedoel. Uiteindelijk moeten we het samen doen.”

LdH: “We zijn het er allemaal over eens dat het goed is om mensen te ondersteunen in hun wens om zo lang mogelijk zelfstandig thuis te blijven wonen. Maar dan moet er wel geld zijn om ze daarbij te helpen. Veel ANBO-leden snappen dan ook niet dat er veel instellingen sluiten en dat het kabinet tegelijkertijd flink bezuinigt op de thuiszorg.”

MvR: “Passende zorg sluit zo goed mogelijk aan op wat mensen nog zelf kunnen. Dat maakt die beter én goedkoper dan een collectief standaardaanbod. De one size fits all-benadering die we nu hebben, leidt tot veel verspilling. Bovendien kost het veel geld om de grote, bureaucratische instanties erachter in stand te houden. Ook wat dat betreft moet de menselijke maat terugkomen. Alleen op die manier kunnen we ervoor zorgen dat we ook in de toekomst voldoende geld overhouden om de zware, langdurige zorg voor kwetsbare te kunnen blijven betalen.”

LdH: “Een andere onderwerp waar veel ANBO-leden zich zorgen over maken, is dat er straks rechtsongelijkheid ontstaat. Dat een zus in gemeente A andere hulp krijgt dan haar zus met dezelfde aandoening in gemeente B.”

MvR: “Ik zou haast zeggen: ik hoop het. Want het hangt er dus maar net vanaf hoe de persoonlijke situatie van die vrouwen is. Misschien woont de dochter van de één om de hoek en wil die graag helpen, terwijl de ander geen kinderen heeft. Maatwerk, daar draait het om.”

LdH: “Als iemand uiteindelijk toch naar een verzorgingshuis moet, laat de kwaliteit daarvan nog al eens te wensen over.”

MvR: “Dat heeft de Inspectie voor de Gezondheidszorg onlangs helaas ook vastgesteld. Weet u, dertig jaar geleden, toen veel van die instellingen werden gebouwd, schreef je je op je 58ste in voor een tehuis. De mensen die er gingen wonen hadden vaak maar een klein beetje zorg nodig. Tegenwoordig komen we er – gelukkig – pas op hoge leeftijd terecht. Dat betekent dat er andere eisen worden gesteld aan bijvoorbeeld de gebouwen en de kwaliteit van het personeel. Lang niet alle instellingen hebben op tijd op die veranderingen ingespeeld. Het staat bovenaan mijn prioriteitenlijstje om die achterstand de komende jaren goed te maken.”

LdH: “Hoe kan het dat in sommige instellingen kamers leegstaan, terwijl ze tegelijkertijd een wachtlijst hebben?”

MvR: “De verschillende zorgkantoren in de regio’s verdelen het beschikbare geld over de instellingen. Dat doen ze op basis van een inschatting die de instellingen zelf maken over hoeveel zorg ze dat jaar denken te gaan verlenen. Als halverwege het jaar opeens blijkt dat zich meer cliënten melden dan verwacht, kan het gebeuren dat er een wachtlijst ontstaat terwijl er kamers leeg staan. Dat is heel vervelend, maar we kunnen het benodigde geld niet opeens bij een andere instelling in de regio weghalen. Dan ontstaan daar weer problemen.”

LdH: “Kom je aan de zorg, dan kom je aan mensen. Dat leidt onherroepelijk tot veel kritiek. Wat motiveert u om al deze grote veranderingen toch door te willen voeren?”

MvR:
“Door de ervaringen met mijn ouders weet ik uit eerste hand hoe ingrijpend en ingewikkeld langdurige zorg kan zijn. Zij motiveren me elke dag weer om er voor 100 procent voor te gaan. Zodat niet alleen mijn ouders en hun leeftijdsgenoten, maar ook toekomstige generaties het recht houden op toegankelijke, betaalbare en vooral nog betere zorg.”
[Kader]

Martin van Rijn

Econoom Martin van Rijn (58), zoon van een timmerman, is sinds november 2012 namens de PvdA staatssecretaris van VWS. Voorheen was hij onder andere baas van de uitvoeringsorganisatie PGGM en werkte hij als topambtenaar op onder meer de ministeries van VROM, BZK en VWS. Van Rijn is getrouwd en heeft twee kinderen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: