OPA EN OMA LETTEN OP DE KLEINTJES

26 Mrt

Libelle oppasoma

Gepubliceerd in Libelle nr. 13, maart 2015

De oma die haar kleinkinderen van school haalt, de opa die ze naar de sportclub brengt: het is de gewoonste zaak van de wereld geworden. Maar hoe gaat dat als we straks allemaal langer moeten doorwerken?

46 was mijn oma toen ik in 1975 werd geboren. Ik was haar eerste kleinkind en kon dus volop van haar tijd en aandacht genieten. Hoewel ze geen vaste oppasdag had, bracht ik heel wat uurtjes bij haar door. Ze leerde me bloemen herkennen, scrabble spelen en haring eten. Van de etiquette die ze me bijbracht, heb ik nog altijd plezier. Maar bovenal was ze mijn grootste fan, iets waar ik op mijn 39ste nog altijd blij van word.

Opvang door oma’s en opa’s is kortom niets nieuws; ouders maken al eeuwenlang dankbaar gebruik van het warme thuis dat grootouders bieden. En veel kleinkinderen genieten daar – net als ik vroeger – met volle teugen van. Maar er verandert wel iets. Oma’s en opa’s gaan namelijk steeds vaker oppassen. Doen ze dat alleen omdat ze het zo graag willen, of is er meer aan de hand?

Noodzaak

De helft van de baby’s die nu wordt geboren, heeft vier grootouders. Vijftig jaar geleden gold dat maar voor een kwart van de kinderen. Het is het directe gevolg van dat we met z’n allen steeds ouder worden. De oma’s en opa’s van nu zijn bovendien vaak vitaal, en hebben hun zaakjes meestal goed op orde. Het maakt dat ze gemakkelijker hulp kunnen bieden aan hun kinderen dan hun eigen ouders vroeger. Die steun komt in tijden van crisis goed van pas. Terwijl de werkloosheid nog steeds toeneemt, moeten ouders immers meer en meer voor kinderopvang betalen. Logisch dus, dat er vaker een beroep op oma en opa wordt gedaan.

“Voorheen was oppassen vooral een leuk extraatje”, zegt sociologe Fleur Thomése (49) van de Vrije Universiteit in Amsterdam, die onderzoek doet naar grootouders. “Tegenwoordig hebben steeds meer gezinnen die hulp nodig om alle ballen in de lucht te kunnen houden. Grootouders zijn een onmisbare vorm van zorg geworden.”

Het oppassen door oma en opa gebeurt meestal in aanvulling op de formele kinderopvang. Maar hun inzet neemt wel snel toe. Bood in 1992 nog maar 23 procent van de grootouders regelmatig een helpende hand, inmiddels is dat al 58 procent. Vooral de groep 58- tot 68-jarigen is heel actief bij de zorg voor hun kleinkinderen betrokken.

Thomése en haar collega’s ontdekte verder iets heel interessants in hun onderzoek. “In gezinnen met kinderen waar opa en oma vaak bijspringen, is de kans op een nieuwe baby bijna twee keer zo groot als in families waar dat niet gebeurt”, zegt ze. “Het is niet duidelijk of hem dat alleen zit in de kostenbesparing en praktische hulp, of dat grootouders iets extra’s hebben waardoor ouders besluiten om nog een kind te krijgen.”

Eigen vlees en bloed

Een belangrijke reden voor grootouders om op te passen, is om hun (schoon)dochter(s) de kans te geven om te werken. Zo ook Ria Beerda (66). Toen haar schoondochter vorig jaar haar werkuren wilde uitbreiden, bleken de aanvullende kosten van de kinderopvang niet op te wegen tegen de extra inkomsten. Als oma en opa niet een helpende hand hadden geboden, was mamma zelf thuisgebleven.

Ria past samen met haar man in totaal 1,5 dag per week op haar vier kleinkinderen (tussen de 6 en de 2). “We zijn er ooit mee begonnen omdat we onze kinderen financieel wilden ontlasten”, vertelt ze. “Maar al snel ontdekten we dat we het oppassen hartstikke leuk vonden. Mijn kleinkinderen geven me een geluksgevoel dat ik met niets anders kan vergelijken. Ze zijn het gouden randje aan ons leven.”

Oud-onderwijzers Corrie (62) en Bert (63) Duque vangen hun twee kleinzonen (beide 1) zelfs vier dagen in de week op. Gratis en voor niks. En nee, dat valt ze niet zwaar. “We zijn gelukkig nog gezond, dat scheelt”, zegt Corrie. “Trouwens, als je altijd voor een groep van dertig hebt gestaan, vallen twee van die kleintjes reuze mee. Zeker als ze je eigen vlees en bloed zijn.”

Ze realiseren zich dat hun kinderen door oma’s en opa’s hulp een smak geld uitsparen. Daar zijn ze alleen maar blij mee; Corrie en Bert voelen zich tot niets verplicht. Sterker nog, ze worden naar eigen zeggen zelf óók beter van het oppassen. “De jongens geven een doel aan ons leven. Anders zaten we maar de hele dag te niksen.”

Willekeur

Er zitten ontegenzeggelijk mooie kanten aan het feit dat grootouders een steeds grotere zorgrol krijgen. “Hun toewijding is groot”, zegt sociologe, pedagoge en schrijfster Mieke van Stigt (48). “Ze zijn veel flexibeler dan formele opvang en vaak nog gratis ook. Bovendien beleven veel oma’s en opa’s plezier aan het oppassen. Het houdt ze fit en het versterkt de band tussen de generaties.”

Toch is het volgens haar niet alleen maar rozengeur en maneschijn. “Vaak zijn er praktische problemen, omdat oma en opa ziek zijn, of te ver weg wonen. En wat als je als ouder zelf een slechte relatie met je vader en moeder hebt? Of ruzie over de opvoeding krijgt?”

De praktijk is kortom vaak niet zo simpel, alsdus Van Stigt. Bovendien is het volgens haar de taak van de overheid om voor goede en betaalbare kinderopvang te zorgen, zodat mannen én vrouwen kunnen werken. In het belang van henzelf, maar ook van de economie – en dus van Fleur Thomése deelt haar zorgen. “Er ook veel grootouders die helemaal niet willen oppassen, en die soms door hun kinderen onder druk worden gezet”, vult ze aan. “En dan is er nog de vraag wat al dat oppassen voor gevolgen heeft voor de netwerken van de grootouders. Het risico bestaat dat ze geïsoleerd raken en straks, als de kleinkinderen groter zijn, in hun eentje staan.”

Beide onderzoekers vinden het fantastisch dat zo veel grootouders belangenloos bijspringen. “Maar dat we ons steeds meer op hun hulp moeten verlaten, creëert ongelijkheid en willekeur”, meent Mieke van Stigt. “Als je het toevallig goed met je (schoon)ouders kunt vinden én die zijn gezond én ze wonen de buurt, heb je geluk. Zo niet, dan word je als ouder steeds meer aan je lot overgelaten.”

Pleegoma

Na een dagje oppassen gaan de meeste kleinkinderen weer naar huis. Dat ligt anders voor Anneke Lilly (56). Sinds vijf jaar hebben zij en haar man Brian (x) namelijk de permanente zorg voor hun kleindochters van 7 en 6. Na hun geboorte raakten hun moeder (Anneke’s oudste dochter die borderline en ADHD heeft) en haar vriend aan de drugs. “Ze waren altijd weg, altijd aan het feesten”, vertelt Anneke. “Op een gegeven moment herinnerde mijn dochter zich niet meer bij wie ze haar kinderen had achtergelaten. Toen we ze uiteindelijk vonden, bleken ze ziek, ondervoed en uitgedroogd. We hebben ze mee naar huis genomen, en ze zijn niet meer weggegaan.” Over dat besluit hebben ze nooit getwijfeld.. “Het enige alternatief was uithuisplaatsing. Dat wilden we ze niet aandoen. De beste plek voor kinderen is toch hun eigen familie.”

Het waren tropenjaren voor Anneke en Brian, die inmiddels formeel pleegouders zijn. De jongste had het eerste jaar bijvoorbeeld elke nacht nachtmerries, en was erg boos en agressief. Toch hebben ze er nooit aan getwijfeld dat het goed zou komen. “Mijn man en ik hebben al drie dochters grootgebracht”, zegt Anneke, “We kennen het klappen van de zweep. Zolang er een basis is van liefde en veiligheid, kun je alle praktische problemen oplossen.”

Zij en haar man hebben daar wel een hoge prijs voor moeten brengen. Zo is Anneke gestopt met werken. Verder heeft ze minder tijd voor haar twee andere dochters, voor haar man en voor zichzelf dan ze zou willen. Daar staat tegenover dat ze er heel erg van geniet om de meisjes te zien opbloeien. “En dan heb ik er ook nog eens een jonge vriendenkring van moeders bijgekregen. Dankzij mijn kleinkinderen sta ik nog middenin het leven.”

Oudere moeders, oudere oma’s

Of het nu voor een dag in de week of voor altijd is, Fleur Thomése en Mieke van Stigt verwachten allebei dat de hulp van grootouders in de toekomst minder vanzelfsprekend wordt. “Omdat vrouwen steeds later kinderen krijgen, stijgt namelijk ook de gemiddelde leeftijd van oma’s en opa’s snel”, besluit Thomése. “Daardoor zijn ze lichamelijk niet altijd meer in staat om op te passen. Bovendien moeten we met z’n allen steeds langer doorwerken. Grootouders hebben straks dus simpelweg minder tijd om de kleinkinderen op te vangen. Hoe we dat als maatschappij gaan oplossen, moet de tijd leren.”

[Kader]

Hoeveel passen opa’s en oma’s op?

Grootvader Grootmoeder Moeder werkt niet Moeder werkt wel
Past nooit op 28% 33% 27% 19%
Past soms op 55% 38% 49% 40%
Past vaak op 17% 29% 24% 42%

Bron: Kapitein, Thomése et al (2010)

[Kader]

Pleeg(groot)ouders gezocht

Pleegzorg zoekt voor nog heel veel kinderen pleeggezinnen. Of u nu samen of alleenstaand bent, jong of wat ouder, een ervaren opvoeder of kinderloos: ze horen graag van u. Meer informatie: pleegzorg.nl.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: