Archief | maart, 2016

CONSTANTE PIEP

31 mrt

Gepubliceerd in Margriet 11, 11 maart 2016

VRAAG VAN DE WEEK

Meike (56): ‘Sinds enige tijd hoor ik een piepend, suizend, gekmakend geluid in mijn oor. Het beinvloedt mijn hele leven. Is hier iets aan te doen?”  

Prof. dr. Robert Stokroos is KNO-arts in het Universitair Medisch Centrum Maastricht: 

“Iemand met last van tinnitus – de officiële naam voor oorsuizen – hoort een geluid dat voor anderen niet waarneembaar is. Vandaar dat het ook wel ‘fantoomgeluid’ wordt genoemd. Op basis van die naam zou je denken dat patiënten zich het probleem inbeelden, maar dat is niet zo; zij horen het geluid echt. Tinnitus klinkt bij iedereen anders. Ruisen, piepen, fluiten, suizen, bonken, brommen; het komt allemaal voor. Sommige mensen horen het alleen in stilte, bij anderen is het er altijd.

Als het gehoor beschadigd raakt, hebben de gebiedjes in de hersenen die geluid verwerken de neiging om zich ter compensatie extra in te spannen. Het gevolg is dat ze overgevoelig worden en uiteindelijk zelf prikkels – geluid – gaan produceren. Vergelijk het met een microfoon die te hard staat: die gaat rondzingen. Bij tinnitus gebeurt ongeveer hetzelfde, maar dan in je hoofd. De belangrijkste oorzaak is slijtage door ouderdom. Maar bijvoorbeeld ook door langdurig hard geluid, een ongeluk, een infectie of het gebruik van bepaalde medicijnen, zoals bloedverdunners en plastabletten, kan het gehoor verminderen.

Tinnitus is niet gevaarlijk, in de zin dat je er niet dood aan gaat. Maar patiënten kunnen wel heel erg onder hun klachten lijden. 40.000 tot 60.000 Nederlanders hebben een ernstige variant; zij horen meestal constant een doordringend geluid. Een kwart van hen vindt het leven hierdoor ondraaglijk. Hulpverleners nemen tinnitusklachten niet altijd even serieus; patiënten krijgen vaak te horen dat ze er maar mee moeten leren leven. Des te belangrijker is het om deskundige hulp te zoeken.

De belangrijkste behandeling is gedragstherapie, waarbij patiënten leren om het geluid in hun oor te accepteren en eraan wennen. Het is net als met het dragen van een bril; die heb je de hele dag op, maar omdat het brein de signalen wegfiltert, voel je hem niet steeds zitten. Dat kun je ook met geluid leren, waardoor het minder storend wordt.

Tot voor kort was tinnitus zelden te genezen. Maar de afgelopen jaren hebben we grote vooruitgang geboekt met het begrijpen en behandelen van de aandoening. Zo hebben we in Maastricht een special tinnitusimplantaat ontwikkeld, dat het geluid in het oor zelf onderdrukt. Deze doorbraak wordt nu alleen nog experimenteel toegepast. Hopelijk komt die op niet al te lange termijn voor iedereen beschikbaar. Naar verwachting zal dat de levenskwaliteit van patiënten met ernstige tinnitus aanzienlijk verbeteren.”

[Kader]

Wekelijks beantwoorden (medisch) specialisten in Margriet gezondheidsvragen van lezeressen. Heb je ook een vraag die je wilt voorleggen aan onze (medisch) specialisten? Stuur hem naar rurbrieken@margriet.nl o.v.v. ‘vraag aan’.

 

DANKZIJ DE KRANT EEN BAAN

15 mrt

2015-10-13 LC Disney

Dit artikel is gepubliceerd in de Leeuwarder Courant op 13 oktober 2015.

Op 3 juni 2015 verscheen in de Leeuwarder Courant een artikel over werken bij Disneyland Parijs. Dat is iets voor mij, dacht Wendy Zuidema (26). Ze klom in de pen en… werd aangenomen.

Het klinkt een beetje vreemd, solliciteren bij een amusementspark waar je nog nooit bent geweest. Toch was dat precies wat Wendy Zuidema uit het Groningse Uithuizen vier maanden geleden deed. Ze legde op dat moment de laatste hand aan haar afstudeerscriptie en was voorzichtig begonnen met het zoeken naar een baan. “Tot dan toe had ik alleen nog bij een restaurant gesolliciteerd”, vertelt ze. “Maar toen mijn moeder het artikel over ‘Mickey Mouse als baas’ onder mijn neus schoof, wist ik meteen: Disneyland Parijs past veel beter bij me. Al jaren geleden heb ik besloten dat ik graag over de grens wil werken. In het buitenland voel ik me vrijer, dan ben ik op mijn best. En in Frankrijk heb ik me altijd thuis gevoeld.”

Niet voor niets had ze vijf zomers lang vakantiebaantjes op campings in ‘la douce France’. Haar redelijke niveau Frans haalde ze zo flink op. Genoeg in ieder geval om bij Disneyland Parijs aan de slag te gaan. Dat, in combinatie met haar HBO opleiding Facility Management, maakte haar tot de ideale kandidaat.

Dat vond ook Nicole Korssen, verantwoordelijk voor de werving van personeel in Nederland. Na een aantal telefonische gesprekken en taaltesten Engels en Frans, nodigde die Wendy in augustus uit voor een persoonlijk gesprek.

“Eigenlijk kwam ik voor een functie bij het call center”, aldus Wendy. “Maar eenmaal in Parijs bleek dat er ook een vacature voor een enquêteur beschikbaar was. Dat is iemand die bezoekers in het park en de hotels vragen stelt over bijvoorbeeld een show, een artikel uit de winkels of een restaurant. Van de hele dag stilzitten word ik niet echt gelukkig, dus bij nader inzien leek me dat een veel leukere baan.”

Na haar sollicitatiegesprek bezocht ze eindelijk ook voor het eerst het park zelf. “Het was nog veel magischer dan ik dacht! Ik ben dan wel 26, maar toch voelde het net alsof ik door een sprookje liep. Daarna wilde ik er helemaal graag deel van uitmaken.”

Toen ze op 2 september hoorde dat ze was aangenomen, sprong ze dan ook een gat in de lucht. Ondanks het feit dat de baan van enquêteur ogenschijnlijk flink onder haar niveau is. “Het allerleukste vind ik om direct met mensen te kunnen werken. Dat ga ik nu doen. Bovendien ben ik iemand die zich graag eerst wil bewijzen. Mijn contract is voor elf maanden. Als het goed gaat, kan ik daarna altijd nog doorgroeien naar een andere functie. Mijn droom is dat ik over een paar jaar als leidinggevende werk bij de receptie van een van de hotels in Disneyland.”

Voor het zover is, stort ze zich eerst op deze baan. En hoewel haar ouders en haar vrienden het best moeilijk vinden dat Wendy voor langere tijd uit Nederland is vertrokken, heeft haar baan in Parijs ook voor hen zo zijn voordelen. “Er liggen al volop plannen om me te komen opzoeken!”

[Kader]

Nicole Korssen van Disneyland Parijs:

“Naar aanleiding van het artikel van afgelopen juni heb ik vijf sollicitaties gekregen. Wendy sprong er direct uit omdat ze goed Frans spreekt en een relevante opleiding heeft gedaan. Toen ze in augustus bij ons op gesprek kwam, heb ik haar meegenomen naar het park om te zien hoe ze op de grote mensenmassa zou reageren. Niet iedereen vindt het namelijk gemakkelijk om daar zomaar op af te stappen, en dat is als enquêteur wel nodig. Gelukkig bleek dat geen probleem.

Van de drie kandidaten die we voor de functie hadden, dacht de manager van het enquêteteam dat Wendy vanwege haar ervaring en talenkennis het beste zou passen. 29 september is ze formeel bij ons begonnen. En als haar contract volgend jaar afloopt, is er vast wel weer een andere plek voor haar bij Disneyland Parijs.”

Nicole Korssen is altijd op zoek naar meer geschikt personeel. Spreek je goed Frans en heb je interesse in een baan? Stuur dan een sollicitatiebrief naar: nicole.korssen@disney.com.

JE MOET HET MAAR KUNNEN

15 mrt

2015-10-13 LC Defensie.jpg

Dit artikel is gepubliceerd in de Leeuwarder Courant, 13 oktober 2015.

Hoezo werkloosheid? Defensie heeft juist een grote behoefte aan (jong) personeel. Jaarlijks kunnen er 3.500 mensen aan de slag. Vooral naar technici is veel vraag. Alleen voor die functies zijn er al 900 vacatures.

Bij Defensie denk je al snel aan soldaten die door in camouflagepak de modder kruipen. Of matrozen die met hun schip op piraten jagen, of stoere piloten die met hun F-16’s door het luchtruim scheren. Maar er is zoveel meer bij de krijgsmacht te doen, aldus kapitein Ruud Thijssing. “Defensie is een soort minimaatschappij”, zegt hij. “We zijn volledig zelfvoorzienend. Administratief medewerkers, koks, brandweerlieden, tandartsen, beveiligers, ICT-ers, luchtverkeersleiders, magazijnbeheerders, artsen, sportinstructeurs, juristen, maatschappelijk werkers, bouwvakkers, verpleegkundigen, communicatiespecialisten, politieagenten: we hebben ze allemaal nodig om de boel draaiende te houden. Je kunt bij Defensie dus voor veel meer banen terecht dan mensen vermoeden. Maar waar we de grootste behoefte aan hebben, zijn technici, om alle materieel te onderhouden. Van automonteurs tot werktuigbouwkundigen, op alle niveaus zijn technici welkom.”

Thijssing is regiocoordinator Noord-Oost bij het Dienstencentrum Werving en Selectie van Defensie. Met een team van dertien voorlichters probeert in Groningen, Friesland, Drenthe en een stukje van Overijssel vooral jongeren te enthousiasmeren voor een baan bij de landmacht, de luchtmacht, de marine of de marechaussee. “We gaan heel veel naar scholen, maar je vindt ons ook op events, zoals de Ambitie-beurs. Verder organiseren we bijna wekelijks infodagen voor geïnteresseerden. Voordat je bij Defensie kunt solliciteren, moet je daar verplicht naartoe. Je krijgt er te horen wat voor eisen er allemaal aan je worden gesteld, en wat je van de sollicitatieprocedure kunt verwachten.”

Op de vraag hoe je dat doet, jongeren enthousiast maken voor de krijgsmacht, heeft de kapitein vanzelfsprekend zijn antwoord klaar. Het is uitdagend en afwisselend werk. De kameraadschap is groot. Je krijgt een opleiding. De arbeidsvoorwaarden zijn goed. Je ziet iets van de wereld. En je doet nog wat nuttigs ook.

“Maar je moet het wel echt zelf willen”, benadrukt hij. “Als we mensen naar binnen gaan trekken, haken ze geheid af. Je moet er bijvoorbeeld wel tegen kunnen om veel van huis te zijn en je in de hiërarchie te schikken.”

Vroeger betekende werken bij Defensie vaak een baan voor het leven, maar dat is al lang niet meer zo. Thijssing en zijn mensen zoeken bij voorkeur sollicitanten tussen de 18 en de 28 jaar. Worden zij aangenomen, dan kunnen ze in principe tot maximaal hun 35ste blijven.

“In een professionele krijgsmacht als de onze, heb je nu eenmaal vooral jonge, fitte medewerkers nodig. Overigens hebben onze mensen vaak wel een streepje voor als ze naderhand in de burgermaatschappij solliciteren. Met hun discipline en hun sterke mentaliteit zijn veel bedrijven maar wat blij.”

Behalve over arbeidsvoorwaarden – “Vanaf de eerste dag van je opleiding ontvang je een volwaardig salaris” – krijgt Thijssing tijdens voorlichtingen vooral vragen over uitzendingen. Want dat is toch wat veel jongeren trekt. “Elke militair kan, ongeacht zijn of haar functie, worden uitgezonden”, besluit hij. “Dat geldt dus ook voor een kok, logistiek medewerker, techneut of bouwvakker. ‘Nee’ zeggen is geen optie. Anderzijds krijg je ook geen garantie dat je daadwerkelijk naar het buitenland kan; dat hangt er maar net vanaf tot welke missies de politiek besluit.”

Overigens wordt er ook regelmatig over de grens geoefend. Als marinier doe je bijvoorbeeld een koudweertraining in Noorwegen, of een jungletraining in Suriname. Zoals de slogan al zegt: ‘Werken bij Defensie. Je moet het maar kunnen’.

Meer weten? Kijk op werkenbijdefensie.nl.

[Kader]

“IK KRIJG ELKE DAG WEER EEN KICK VAN DIT WERK”

Shanice Lücke (21), soldaat infanterie tweede klasse van de landmacht, had altijd al interesse in de krijgsmacht Toch was het nooit in haar opgekomen om zelf in die ‘mannenwereld’ te gaan werken. Tot ze een beroepskeuzetest deed. Vorige week rondde ze haar opleiding tot schutter af.

“Eigenlijk wilde ik binnenhuisarchitecte worden. Maar tijdens de MBO-opleiding Ruimtelijke vormgeving, presentatie en communicatie realiseerde ik me: de hele dag achter een bureau zitten is niets voor mij, dan word ik gek. Alleen had ik geen idee wat ik dan wel wilde. Een beroepskeuzetest bracht uitkomst: werken voor defensie zou echt iets voor mij zijn. Ik keek wel even op van dat advies. Weliswaar had het avontuurlijke en actieve van de krijgsmacht me altijd aangetrokken, maar ik had nooit bedacht dat ik er als meisje zelf carrière zou kunnen maken. En dat terwijl mijn vriend, met wie ik samenwoon, nota bene militair is! Nu zit ik bij hetzelfde landmachtonderdeel als hij.

Via de website werkenbijdefensie.nl heb ik me als geïnteresseerde aangemeld. De infodag maakte me alleen maar enthousiaster. Ik kreeg het gevoel: bij defensie stel je echt wat voor. De afwisseling, de sportiviteit, de saamhorigheid, de mogelijkheid om naar het buitenland te gaan; dit werk is me op het lijf geschreven.

Mijn keus viel op de landmacht – ik sta toch het liefst met beide benen op de grond. Nadat ik een lange sollicitatieprocedure had doorlopen, kreeg ik de verlossende brief: in april mocht ik starten met de opleiding. Afgelopen week had ik mijn eindoefening en kreeg ik mijn baret en mijn eerste strepen. Nu ben ik soldaat tweede klasse en schutter Minimi, een lichte mitrailleur. Pas als ik die echt in de praktijk moet gebruiken, zal ik weten wat dat met me doet.

Door de week ben ik op de kazerne in Assen, in het weekend mag ik – meestal – naar huis. Geen punt, mijn vriend leefde al zo, dus ik was het gewend. Sterker nog, de dag voor ik aan mijn opleiding begon, vertrok hij op zijn eerste buitenlandse missie. Doordat ik zelf weinig thuis was, had ik daar minder moeite mee.

In mijn groep van nieuwe soldaten ben ik het enige meisje. Dat heeft zo z’n voordelen; ik heb een eigen slaap- en badkamer. Soms mis ik het wel eens om over vrouwendingen te kunnen praten, maar die bewaar ik gewoon voor het weekend. En de jongens zijn allemaal hartstikke gezellig, ik vermaak me prima met ze. Waar ik wel eens van baal, is dat vrouwen lichamelijk nu eenmaal minder sterk zijn dan mannen. Desondanks kan ik gelukkig prima meekomen. Dat vind ik dan wel weer heel stoer van mezelf. Ik krijg nog elke dag een kick van dit werk.

Voor nu vind ik het prima om soldaat te zijn; iedereen moet onderaan beginnen. Maar ik heb absoluut de ambitie om door te groeien. Om te beginnen naar sergeant, twee rangen hoger dus. En wie weet daarna nog verder. Ik rust niet voor ik zelf aan het hoofd van een groep militairen sta!”

Kijk voor het complete, actuele overzicht van alle informatiedagen op werkenbijdefensie.nl.

[Kader]

Wapenfeiten

  • Bijna 60.000 mensen werken er bij Defensie. Zo’n 42.000 militairen en 17.000 burgers. Om de krijgsmacht ook in de toekomst sterk te houden, zijn elk jaar nieuwe medewerkers nodig.
  • 86 procent van de Defensiemedewerkers is man, 14 procent vrouw.
  • Met bijna 19.000 medewerkers is de landmacht het grootste krijgsmachtonderdeel. De marechaussee is met bijna 6.000 het kleinste.
  • De luchtmacht heeft 61 F-16’s. Die zijn allemaal gestationeerd in Leeuwarden.
  • Jaarlijks controleert de marechaussee 24.900.000 passagiers op Schiphol.
  • De rugzak van een militair weegt zo’n 25 kilo. Met een volledige uitrusting (met helm, wapen, water, etc.) draag je bijna 35 kilo.
  • De explosieven opruimingsdienst Defensie (EOD) komt zo’n 2000 keer per jaar in actie om een mogelijk explosief te ontmantelen.
  • 1545 kilo: zoveel weegt het zwaarste en gevaarlijkste wapen van de marine, de Torpedo MK 48.
  • Een F-16 vliegen kan 2700 kilometer vliegen zonder te tanken.

Bron: Defensie

HELP, IK HEB EEN ETIKET!

3 mrt

2016-02-28 DvhN Help ik heb een etiket

Gepubliceerd in Dagblad van het Noorden, zaterdag 27 februari 2016

Ben je met een psychiatrische diagnose voor het leven getekend? Die vraag staat op 16 maart 2016 centraal tijdens de publieksacademie van het Dagblad van het Noorden en GGZ-instelling INTER-PSY, over de voor- en nadelen van etiketten plakken in de psychiatrie.

 

Stel, je voelt je je hele leven al een vreemde eend in de bijt. Je weet nooit goed wat mensen van je verwachten, of hoe je daarop moet reageren. Op basis van wat anderen doen en eerdere ervaringen, beredeneer je hoe je je hoort te gedragen. Op die manier weet je je weliswaar staande te houden, maar dat kost veel. Uit onzekerheid en angst kan je kortaf zijn. Je bent vaak somber. En omdat je moeite met vriendschappen hebt, voel je je dikwijls eenzaam.

Dit is het verhaal van Carla (66), die vijf jaar geleden hoorde dat ze een vorm van autisme heeft. Na decennialang met zichzelf te hebben geworsteld, kreeg haar anders-zijn eindelijk een naam. Met de diagnose viel er een last van haar schouders; het was dus niet haar schuld dat sommige dingen in haar leven niet goed waren uitgepakt. Na de bevrijding volgde het verdriet. Ze weet nu bijvoorbeeld dat intieme relaties voor haar nooit vanzelfsprekend zullen zijn. Dat doet pijn. Bovendien is ze bang voor het oordeel van de omgeving, dat haar kennissen haar zullen gaan ontwijken. Vandaar dat ze haar verhaal liever anoniem doet.

Angst voor vooroordelen

“Veel volwassen patiënten of ouders van kinderen met psychische problemen zijn enorm opgelucht door een diagnose”, zegt Els Blijd-Hoogewys, klinisch psycholoog en psychotherapeut bij GGZ-instelling INTER-PSY. “Eindelijk begrijpen ze waarom ze zijn zoals ze zijn, en waarom ze zich altijd anders hebben gevoeld. Dat geeft rust en vermindert schuldgevoelens. Bovendien ben je niet meer alleen; er zijn meer mensen zoals jij, met wie je ervaringen kunt delen.”

Maar er zit een keerzijde aan zo’n psychiatrisch ‘etiket’. Een naam voor je problemen is namelijk vaak het begin van een rouwproces. Het betekent leren accepteren dat sommige dingen niet kunnen, of in ieder geval altijd moeilijk zullen blijven. “Patiënten zijn vaak ook bang voor de gevolgen van een label”, aldus Blijd-Hoogewys. “Ze vrezen het oordeel van de buitenwereld. Wil mijn partner nog wel bij me blijven? Denkt mijn baas misschien dat ik mijn werk nu niet meer aankan? En bij kinderen speelt natuurlijk de vraag: zal hij er niet mee worden gepest? Die angst belemmert sommige mensen zelfs om hulp te zoeken. Zonde, want alleen als je weet wat er aan de hand is, kun je problemen goed aanpakken.”

Druk en dwars

Er is de laatste jaren veel te doen over etiketten in de psychiatrie. Volwassenen en vooral kinderen zouden te snel labels opgeplakt krijgen, waardoor het lijkt of bijna iedereen ‘gek’ is. En verzekeraars zouden ze (te) strikt hanteren, waardoor mensen alleen kunnen worden behandeld als ze een label hebben. Het roept bij veel mensen de vraag op of etiketten niet meer kwaad doen dan goed.

“Nee”, vindt psychiater Carl Blijd, directeur behandelzaken bij INTER-PSY. “Het rubriceren van psychiatrische aandoeningen is heel nuttig. Het zorgt ervoor dat iedereen over hetzelfde praat als het bijvoorbeeld over autisme gaat, en helpt ons om symptomen goed in kaart te brengen. Die duidelijkheid is nodig om wetenschappelijk te kunnen onderzoeken hoe klachten ontstaan en welke behandelingen het beste werken. Maar dan moeten etiketten wel op de juiste manier worden gebruikt.”

En daar gaat het in de praktijk nog wel eens mis. Want door te veel nadruk op labels te leggen, versimpel je volgens Blijd de werkelijkheid. “‘Druk en dwars’ staat er dan boven een verhaal over ADHD. Alsof je een complexe aandoening in een paar woorden kunt samenvatten. Daarmee verdwijnt de nuance en ontstaat een verkeerd beeld. Zo kon het gebeuren dat ‘autist’ een scheldwoord is geworden.”

Een etiket is dus een handige hulpmiddel, maar een diagnose is méér dan dat. Daarbij kijken behandelaars bijvoorbeeld ook naar de familiegeschiedenis, het karakter en de omgevingsfactoren van een patiënt. Want alleen als je het totaalplaatje kent, kun je tot een afgewogen oordeel komen, aldus Blijd. “Een belangrijk onderscheid is verder dat je in je dagelijkse functioneren echt belemmeringen moet ervaren. Heeft iemand wel de symptomen van een aandoening, maar lijdt hij er helemaal niet onder, dan mag hij nooit een diagnose krijgen.”

Om privacyredenen is de naam van Carla veranderd.

[Kader]

Gratis lezing

De Publieksacademie is een gezamenlijk initiatief van het Dagblad van het Noorden en GGZ-instelling INTER-PSY. Zij willen hiermee een bijdrage leveren aan het vergroten van de kennis en het begrip over psychische aandoeningen, en de drempels richting hulpverlening verlagen.

Woensdag 16 maart om 14.00 uur verzorgen psychiater Carl Blijd en psycholoog, schrijfster en ervaringsdeskundige Trenke Riksten-Unsworth in het Groninger Martiniplaza een gratis lezing over etiketten in de psychiatrie. Aansluitend is er een paneldiscussie, waarin klinisch psycholoog en psychotherapeut Els Blijd-Hoogewys dieper zal ingaan op hoe zij als behandelaar omgaat met etiketten, specifiek op het terrein van ADHD en autisme. Er is volop de gelegenheid om vragen te stellen. Aanmelden kan via www.inter-psy.nl.

De publieksacademie maakt onderdeel uit van een symposium over het thema ‘Talent en GGZ’. Geïnteresseerden zijn van harte welkom om, voorafgaand aan de publieksacademie, twee plenaire lezingen van het symposium bij te wonen. Zo kunnen zorgprofessionals, beleidsmakers en publiek direct met elkaar in contact komen. Voor meer informatie, kijk op: www.inter-psy.nl.

[Kader]

Cijfers

  • Een op de vier mensen krijgt tijdens zijn leven te maken met een psychische aandoening.
  • In de top tien van aandoeningen met de grootste ziektelast, staan vier psychische: angststoornissen, depressie, alcoholverslaving en dementie.
  • Slechts een derde van de mensen met een psychische aandoening doet een beroep op zorg (huisarts, psycholoog, psychiater, andere hulpverlener of instelling).
  • Een heel klein deel (6 procent) van de mensen met een psychische aandoening wordt (voor kortere of langere tijd) opgenomen in een ggz-instelling.
  • Volgens Brits onderzoek ervaren negen van de tien mensen met psychische klachten problemen door vooroordelen van anderen. Twee derde van hen is gestopt met activiteiten vanwege de angst voor veroordeling.

Bron: Samen Sterk Zonder Stigma.

[Kader]

Ervaringsverhaal: Meer dan een etiket

Eén van de sprekers tijdens de publieksacademie is Trenske Riksten-Unsworth, psycholoog en schrijfster van ‘Meer dan een Etiket – Leven met autisme en ADHD’ (De vrije uitgevers, 2014). Het boek is een bundeling van columns over haar persoonlijke ervaringen en interviews met verschillende anderen met deze dubbeldiagnose. De boodschap: deze mensen méér zijn dan de etiketten die ze krijgen opgeplakt. Meer informatie: www.trenske.nl.

%d bloggers liken dit: