Archief | 15:38
13 apr

Gepubliceerd in Lotje & Co, december 2015.

Scheiden is nooit gemakkelijk. Laat staan als je ook nog de zorgtaken voor je kind moet verdelen. Duidelijke afspraken helpen.

Moeder Mirthe:

“AANDACHT VOOR ONZE RELATIE HADDEN WE NIET, DAAR WAS SIMPELWEG GEEN RUIMTE VOOR”

Ruim een jaar geleden scheidde Mirthe (38) van haar man Richard. De zorg voor hun zoon Luca (11), die is geboren met een open rug en een waterhoofd, speelde een grote rol in het stuklopen van hun huwelijk. Nu hebben ze co-ouderschap, en is Luca de ene week bij zijn moeder en de andere week bij zijn vader.

Mirthe: “Het heeft nooit ter discussie gestaan of Luca welkom was; Richard en ik hebben onze zoon met open armen ontvangen. Wat dat betreft stonden we zij aan zij. Maar de manier waarop we vervolgens met zijn problemen zijn omgegaan, verschilde wel enorm. Ik kon heel snel schakelen: het is zoals het is, en we gaan er het beste van maken. Richard had echter meer moeite om de realiteit te accepteren, hoeveel hij ook van Luca houdt. Hij had zichzelf al zien voetballen met zijn zoon. Opeens moest hij al zijn ideeën over de toekomst bijstellen.

Natuurlijk ben ik ook verdrietig geweest, maar vooral voor Luca zelf. De eerste drie jaar van zijn leven heeft hij dertien operaties gehad, in één jaar had hij veertig keer een blaasontsteking. In die periode woonde ik min of meer in het ziekenhuis. Vreselijk om je kind zo te zien vechten. Richard en ik zagen elkaar misschien een uur per dag, en praatten dan alleen over Luca. Aandacht voor onze relatie hadden we niet, daar was simpelweg geen ruimte voor.

Ik voelde me machteloos, gefrustreerd en uitgeput. Dan is je lontje al gauw heel kort. Toen kreeg Richard ook nog de ziekte van Pfeiffer en een burn-out, en verloor hij zijn baan. Ik had wel het gevoel dat ik er in mijn uppie voor stond, dat hij geen oog had voor mijn stress en zorgen. Pas veel later begreep ik dat hij het andersom precies zo had ervaren. Ook hij voelde zich onbegrepen en alleen.

Rond Luca’s vijfde zagen we allebei in dat het niet meer ging samen. We zijn we allebei afzonderlijk en ook met z’n tweeën in therapie gegaan. Maar voor onze relatie was het toen eigenlijk al te laat; qua emotionele ontwikkeling liepen we totaal niet meer gelijk op. Ik had de situatie heel snel geaccepteerd en wilde verder, terwijl het voor hem jaren duurde voor hij zijn verwachtingen kon loslaten. Tot op zekere hoogte stonden we altijd al anders in het leven, maar door de ervaringen met Luca werden die verschillen uitvergroot.

Toch heeft het nog een paar jaar geduurd voordat we definitief uit elkaar zijn gegaan. Van mijn kant had dat vooral te maken met de angst om het leeuwendeel van de zorg alleen te moeten dragen. Maar vorig jaar voelden we allebei: het gaat echt niet meer. De verbinding was helemaal weg tussen ons. Als ik nu terugkijk, denk ik: hadden we die eerste jaren maar meer ons best gedaan om tijd voor elkaar te maken. Dan waren we misschien minder uit elkaar gegroeid.

Het standaard ouderschapsplan dat we van internet plukten, bleek ontoereikend om alle zorgafspraken in op te nemen. We zijn dus met een hele lijst aanvullingen naar een mediator gegaan. Die heeft ons in vier gesprekken geholpen om alles tot in het kleinste detail vast te leggen, tot en met ‘wie vraagt welk hulpmiddel aan’ aan toe. We dachten: nu kunnen we het goed vinden, maar mocht het ooit anders worden, dan is dat maar geregeld. Het idee dat we altijd op die afspraken kunnen terugvallen, geeft een gevoel van rust. Het creëert ruimte om onze aandacht te focussen op waar het echt om gaat: ons kind, en onszelf en elkaar accepteren zoals we zijn.”

Moeder Karolien:

“IK HEB ME ZO ALLEEN GEVOELD”

Karolien (38) haar dochter (6) is als gevolg van een aangeboren hersenaandoening (microcefalie) ernstig verstandelijk beperkt. Toen haar baby net één was, zette Karolien haar vriend de deur uit. 5 jaar later verdelen ze de zorgtaken naar beider tevredenheid.

Karolien: “Mijn vriend was voor de zoveelste keer de hele nacht weg, zonder mij te laten weten waar hij uithing. Toen hij om zeven uur ’s ochtends terugkwam en direct ons bed indook, brak er iets. Ik heb gezegd dat hij dezelfde dag nog zijn spullen kon pakken. Had hij dat niet gedaan, dan had ik de politie gebeld. Zo klaar was ik met hem.

Onze relatie was al niet fantastisch, maar mijn zwangerschap verergerde de problemen. Mijn vriend ging aan de lopende band op stap. Het voelde alsof alles en iedereen belangrijker voor hem was dan ik. Zelfs toen we met dertig weken hoorden dat onze dochter een groeiachterstand had, was hij er emotioneel niet voor me. Ik was hartstikke bang, had geen idee wat ons te wachten stond, maar daarmee kon ik niet bij hem terecht. Mijn moeder en mijn vriendinnen vertelde ik lang niet alles over mijn relatieproblemen. Omdat ik van hem hield, wilde ik hem toch beschermen. Tegen beter weten in hoopte ik dat het na de geboorte beter zou worden. Wat heb ik me toen alleen gevoeld.

Nadat onze dochter uit het ziekenhuis was gekomen, had ik mijn handen vol aan haar. Ze at, poepte en sliep slecht, het was een constante zorg. En ook toen was mijn vriend er niet voor mij. Of beter gezegd: voor ons. Als ik met hem over de problemen probeerde te praten, liep hij weg. Achteraf denk ik dat ik er eerder een punt achter had moeten zetten, maar hij hield me steevast voor dat ik het zonder hem nooit zou redden. Dat maakte me enorm onzeker. Bovendien was ik financieel afhankelijk. Ik geloofde simpelweg niet dat ik het alleen kon rooien.

Op een gegeven moment begon onze dochter onder de stress en spanning in huis te lijden. Ze was heel onrustig en had steeds meer last van obstipatie. Toen wist ik: nu moet ik actie ondernemen. Ik ben naar de gemeente gestapt en heb uitgezocht wat ik voor financiële en praktische hulp kon krijgen. Daarna durfde ik mijn vriend eindelijk de deur te wijzen.

Inmiddels zijn we 5 jaar uit elkaar. Formeel hebben we niets over de taakverdeling geregeld; we hebben alleen mondelinge afspraken. In de praktijk werkt dat gelukkig prima. Toen we net uit elkaar waren, liet ik mijn vriend onze dochter een paar uur per week bij mij thuis bezoeken. Ik vond het namelijk wel belangrijk dat zij een band met haar vader zou houden. Hij voelde wel dat hij fout was geweest, dus hij paste zich aan mij aan.

Heel langzaam heb ik de bezoeken uitgebouwd. Nu is ze eens in de twee weken een heel weekend bij hem, en sinds kort ook iedere donderdag. De zorg valt mij de laatste tijd zwaar, en hij vroeg zelf hoe hij me kon helpen. Wat dat betreft is hij een totaal andere man dan zes jaar geleden. We gaan nu op een heel relaxte manier met elkaar om. Hij komt al zijn afspraken na en doet echt zijn best. Bovenal is hij gek op zijn dochter, en zij op hem. Dat is meer dan ik had durven hopen.”

Mediator Sanne:

“HET BELANG VAN HET KIND STAAT ALTIJD VOOROP”

Communicatietrainer/mediator Martine Baadenhuijsen en orthopedagoog/mediator Sanne Kanselaar zijn gespecialiseerd in het begeleidingen van ouders met zorgintensieve kinderen.

Martine: “Goede communicatie komt niet vanzelf, daar moet je aan werken. Dat geldt voor iedere  relatie, maar extra als je samen een zorgintensief kind hebt. Er ligt dan namelijk zoveel meer druk op de band. Je hebt te maken met verdriet, onzekerheid over de toekomst, verlies van vrijheid en bemoeienis van de omgeving, om maar een paar zaken te noemen.

Ouders verwerken de ziekte of handicap van hun kind vaak op heel verschillende manieren. De één schiet bijvoorbeeld meteen in de actiestand, terwijl de ander het Spaans benauwd krijgt en tijd nodig heeft om te bedenken hoe hij of zij met de situatie moet omgaan. Als je dan niet regelmatig samen een goed onderhoudsgesprek voert, en bij elkaar checkt hoe je erin staat en wat je van de ander verwacht, zijn misverstanden en ruzies gauw geboren. Van nature hebben we namelijk allemaal de neiging om te denken dat onze eigen aanpak de enige juiste is. Een moeder die heel erg verdrietig is, verwijt haar partner dan bijvoorbeeld dat hij nooit huilt. Voor haar betekent dat: ‘je voelt niets’. Maar hij uit zijn gevoel waarschijnlijk op een andere manier, bijvoorbeeld door extra hard te gaan werken.

Met een gesprek vol verwijten schiet je niets op. Je allebei gehoord voelen is het begin van een oplossing. Begin in plaats daarvan eens met een minuut zonder onderbrekingen naar elkaar te luisteren. En met het uitbannen van ‘ja maar’. Vind je dat lastig, haal er dan een professional bij. Daarvoor hoef je echt niet al in een scheiding te liggen. Sterker nog, met goede hulp gespreksbegeleiding is een breuk misschien wel juist te voorkomen.”

Sanne: “Ik doe veel mediations met ouders van zorgintensieve kinderen. In de basis gaat zo’n scheiding niet anders, alleen liggen er soms wat extra obstakels op de weg. Vaak lopen de pijn over de vastgelopen relatie en over (de toekomst van) het kind door elkaar. Dat kan het lastiger maken om de kluwen van gevoelens te ontrafelen en de stap te zetten naar de vraag: hoe gaan we de zaken zo regelen dat jullie kind en jullie zelf het beste af zijn? Verder ben je, als er zorgtaken spelen, als ouders heel sterk op elkaar aangewezen, óók na de scheiding. Om problemen te voorkomen, kun je het beste zoveel mogelijk details in het ouderschapsplan vast te leggen. Van grote vragen over het nemen van medische beslissingen tot praktische zaken als ‘wie doet de PGB-administratie’. Ik maak het zo concreet mogelijk. Stel, je zit als moeder in het ziekenhuis en je kind moet onverwachts worden geopereerd, wat doe je dan? Bel je ex? Of stuur je een SMS of een e-mail? En wie hakt de knoop door als jullie het niet eens zijn over de behandeling? Dat leggen we allemaal vast. Natuurlijk is het soms lastig om overeenstemming te bereiken, maar als je steeds weer teruggaat naar de vraag ‘wat is in het belang van jullie kind?’, komen we er vaak wel uit. Zo niet, dan stoppen we de mediation en kan de rechter om een uitspraak worden gevraagd.”

[Kader]

Martine en Sanne geven samen de training ‘Communiceren met zorg’, voor ouders van zorgintensieve kinderen. Kijk op mb3.nl voor meer informatie. Sannes praktijk voor orthopedagogiek en echtscheidingsproblematiek vind je op: jij-ik-en-wij.nl.

 

 

ENERGIE VOOR DRIE

13 apr

Gepubliceerd in Margriet Mind – Special 5/2015 

Tot iemand een gezonde (en legale) peppil uitvindt, moeten we er zelf voor zorgen dat we ons energieniveau op peil houden. Met deze 23 simpele maar doeltreffende tips lukt dat zeker! De hele dag door.

 

OCHTEND

  1. Weg met de snoozeknop

Het is o zo verleidelijk om als de wekker gaat nog een paar keer op de snoozeknop te drukken. Het enige probleem: door terug in slaap te vallen, raakt je hormoonhuishouding van slag. Dat maakt het alleen maar nóg moeilijker om uit je bed te komen. Een betere strategie is om de wekker precies op de tijd te zetten. Zorg er dan wel voor dat hij aan de andere kant van de kamer staat, zodat je er wel uit móét. En dan natuurlijk niet stiekem terug kruipen…

  1. Laat het licht binnen

Licht helpt je lichaam om ’s ochtends op gang te komen. Trek na het wakker worden dus meteen de gordijnen wagenwijd open. Is het nog donker als je opstaat? Doe dan zoveel mogelijk lampen aan. Hoe meer licht, hoe sneller je de nacht van je afschudt.

  1. Rustig opwarmen

Douchen, opmaken, kinderen aankleden, ontbijten, boterhammen smeren: vóór achten hebben we er voor ons gevoel vaak al een halve dag op zitten. Om te voorkomen dat je al uitgeput bent voordat de ochtend daadwerkelijk begint, kun je beter een eerder kwartiertje opstaan en wat tijd voor jezelf nemen. Drink rustig een kopje koffie, blader door de krant of doe wat meditatieoefeningen. Je zult merken dat je de drukte die daarna onvermijdelijk komt dan veel beter aankunt.

  1. Stevig ontbijten

De dag starten met bijvoorbeeld koffie en iets lekkers lijkt goed te werken – je krijgt daar immers direct een flinke energieboost van. Maar snel na de ‘high’ van de cafeïne en de suiker volgt onvermijdelijk een dip. Beter is om te ontbijten met een mix van koolhydraten, proteïnen en gezonde vetten, zoals volkorenbrood met roerei of havermout met noten. Op zo’n combi kun je zonder problemen uren teren. Liever een groot ontbijt en een lichte lunch dan andersom.

MIDDAG

  1. Neem voldoende pauzes

Het werk móét vandaag af. En dus blijf je urenlang zonder pauze achter je bureau hangen. Slecht plan, want je lijf heeft regelmatig beweging nodig om voor voldoende zuurstoftoevoer naar de hersenen te kunnen zorgen (en dus geconcentreerd te kunnen blijven). Een goed schema is steeds 25 minuten werken en dan 5 minuten pauze nemen waarin je even opstaat en rondloopt. Na twee uur neem je een langere break van 15 tot 30 minuten. Gebruik zo nodig de wekker op je telefoon.

  1. Stretch!

Even nadenken over wat je moet mailen? Steek je armen in de lucht! Draai rondjes met je schouders, beweeg je hoofd van links naar rechts. Ook tijdens het typen kun je trouwens bewegen, bijvoorbeeld door lekker veel met je benen te wiebelen en ze regelmatig op te tillen. En doe als het even kan al je telefoontjes staand of lopend.

  1. Even iets heel anders

Ja, het is dus écht een goed idee om tussendoor naar dat leuke filmpje van de dansende hamster te kijken. Zelfs tijdens je werk. Even afleiding zoeken zorgt ervoor dat je je daarna weer beter kunt concentreren. Zeker als je er ook nog bij moet lachen. Dat verhoogt je hartslag en je bloeddruk, waardoor je extra energie krijgt.

  1. Kies een gezonde snack

Heb je dagelijks tussen twee en vier ’s middags een dipje? Niets vreemds aan, dat overkomt ons bijna allemaal. Onze neiging is dan vaak om naar zoetigheid te grijpen. Drop of cola bijvoorbeeld. Maar van die snel verbrandende suikers heb je maar kort plezier. Beter is om een natuurlijke snack te nemen, het liefst met veel proteïne en vezels. Een banaan of een handje noten bijvoorbeeld. Die zorgen ervoor dat je bloedsuiker lang op peil blijft en je dus tot de avond door kunt.

  1. Ververs je sokken

Toegegeven, dit is zonder meer de raarste tip van de lijst, maar sommige mensen zweren er echt bij: halverwege de dag je sokken verwisselen. Het zou er voor zorgen dat je je in een keer opgefrist voelt. Niet alleen aan je voeten, maar over je hele lijf. Misschien toch het proberen waard…?

AVOND

  1. Een van-werk-naar-huis ritueel

Niet meer werken in de trein, geen moeilijke telefoontjes meer in de auto; dat is het devies. Gebruik je reistijd in plaats daarvan om terug te schakelen en de werkdag van je af te laten glijden. Het liefst met een bezigheid waarbij je mentaal tot rust komt, zoals je favoriete muziek luisteren of een fijn boek lezen. Kleed je eenmaal thuis om in iets comfortabels. Zo laat je de drukte van het werk letterlijk en figuurlijk achter je.

  1. Een wijntje? Dan bij voorkeur vroeg op de avond

Het is voor veel mensen dé ontspanner bij uitstek: een lekker glaasje wijn of bier. Drink echter liever niet meer vanaf twee uur voor je naar bed gaat. Alcohol kan namelijk slapeloosheid veroorzaken, en je het gevoel geven dat je de volgende ochtend met een hoofd vol watten wakker wordt. Niet bepaald bevorderlijk voor je energie.

  1. Stomende seks

Goed voor wat extra pit ’s avonds (maar ’s ochtends en ’s middags werkt het net zo goed): een potje lekker vrijen. De endorfines die daarbij vrijkomen, zorgen voor een geweldige, natuurlijk opkikker.

  1. Vaste bedtijd

Een beetje saai is het wel, maar ook heel doeltreffend: elke avond op dezelfde tijd gaan slapen (en elke ochtend op dezelfde tijd opstaan). Het liefst óók in het weekend. Op die manier zorg je ervoor dat je innerlijke klok optimaal wordt afgesteld en dat je gedurende de dag de meeste energie hebt. Een wisselend slaap- en waakritme vergroot de kans dat je klaarwakker bent als je wilt slapen, en dat je weg sukkelt als je alert moet zijn.

 

DIT WERKT DE HELE DAG DOOR

  1. Volg je innerlijke klok

Je energie gaat gedurende de dag op en neer. Halverwege de ochtend voelen de meeste mensen zich op hun best, na de lunch zakt bijna iedereen even in. Aan het begin van de avond volgt een tweede opleving. En vlak voor je gaat slapen, is je energieniveau het laagst. Noteer eens een paar dagen precies hoe je innerlijke klok bij jou werkt. Als je dat weet, kun je er rekening mee houden. Bijvoorbeeld door de drukste en belangrijkste activiteiten op die momenten van de dag te plannen dat je je het beste voelt.

  1. De kracht van adem

Mensen die yoga of meditatie beoefenen weten: goede ademhaling is de basis van alles. Diep ademen vertraagt je hartslag en kalmeert het lichaam. Neem een paar keer per dag de tijd om daarbij stil te staan. Adem tien keer in door je neus en uit door je mond. Focus op het uitzetten en terugveren van je buik, op de lucht die in en uitstroomt. Je zult zien dat je je daarna rustiger voelt en je gemakkelijker kunt concentreren.

  1. Intenser is niet altijd beter

Van bewegen knap je op, ook (of misschien wel juist) als je je uitgeblust voelt. In dat geval is het wel verstandig om niet té fanatiek aan het sporten te slaan – daar put je je toch al vermoeide lichaam alleen mar verder mee uit. Beter is om bijvoorbeeld lekker een stuk te gaan wandelen. Daarmee sla je bovendien drie vliegen in één klap, want behalve het bewegen werken ook het daglicht en de frisse lucht als een oppepper voor je lijf.

  1. Flirt!

Er is weinig zo stimulerend als een spannende flirt. Het doet je hart sneller slaan en zorgt ervoor dat je bloed sneller gaat stromen. Leuk, onschuldig en doeltreffend: waar wacht je nog op?

  1. Magisch zaad

Dat koffie een opwekkende werking heeft, is alom bekend. Maar niet iedereen is een fan van een shotje espresso. Sommige mensen krijgen ook een opgejaagd gevoel van (te veel) cafeïne. In dat geval is chiazaad een prima alternatief. Dit zogenaamde ‘superfood’ zit boordevol vitamine B, vezels en proteïnen. Een puur natuurlijke ‘pick-me-up’ dus. Strooi het bijvoorbeeld over je bakje ochtendyoghurt.

  1. Lavendel loont

Onderzoek heeft aangetoond dat de geur van lavendel je alerter maakt. Deelnemers moesten voor en na het toedienen van aromatherapie rekensommen maken. Wat bleek? De lavendelgeur zorgde ervoor dat de mensen sneller en vaker correct antwoorden.

  1. Schrijf het van je af

Veel aan je hoofd? Houd een dagboekje bij de hand. Telkens als je door gepieker wordt afgeleid, schrijf je gedachten op. Spreek met jezelf af dat je je aantekeningen bijvoorbeeld de volgende ochtend terugleest, en er dan ook pas weer over gaat denken. Dat geeft ruimte en rust om met frisse energie aan de slag te gaan.

  1. Zorg voor een rood accent

Rood is de kleur van passie en liefde, maar ook van energie. Zet bijvoorbeeld een bos rode bloemen op tafel. Als je daar regelmatig je blik op laat vallen, kan dat stimulerend werken.

  1. Vermijd energiedrankjes

Het klinkt zo verleidelijk: even een glaasje drinken, en je voelt je direct weer fit. Helaas is het effect van korte duur. Grote kans dat je je daarna nog futlozer voelt dan daarvoor. Voor langdurige energie kun je dus maar beter bij water houden.

  1. Laat de rockster in je los

Flink dansen, uit volle borst zingen, vol overgave ‘air gitaar’ spelen: eigenlijk alles wat je op muziek doet, pept je op. Mits je een nummer met een lekkere beat uitzoekt natuurlijk. Alhoewel, lekker meegalmen met een balad kan óók heerlijk zijn. Zeker als de tekst je het gevoel geeft dat je niet alleen bent in je angst, onzekerheid of liefdesverdriet.

 

 

%d bloggers liken dit: