HORMOONTHERAPIE

15 Apr

Gepubliceerd in Plus, maart 2016. 

Als vrouwen veel last hebben van overgangsklachten, kan hormoontherapie een uitkomst zijn. De behandeling staat echter al jaren in een kwaad daglicht. Die zou het risico op borstkanker immers flink verhogen. Reden voor veel huisartsen om het gebruik ervan af te raden. Terecht? Of onthouden zij tienduizenden vrouwen zo van doeltreffende hulp?

1 op de 5 vrouwen heeft zulke ernstige overgangsklachten dat hun dagelijkse leven er flink onder lijdt. Ze slapen bijvoorbeeld chronisch slecht, hebben veel (heftige) opvliegers en hartkloppingen, voelen zich uitgeput en belabberd en functioneren minder goed op hun werk. Niet voor niets is ruim 1 op de 3 ziekmeldingen (37 procent) van werkende vrouwen tussen de 44 en 60 jaar het directe gevolg van overgangsklachten. Hormoontherapie kan voor deze groep uitkomst bieden; door de lage niveaus van oestrogenen en progesteron aan te vullen, verdwijnen de overgangsklachten meestal binnen een maand volledig.

Toch willen de meeste vrouwen, ook die met ernstige klachten, daar niets van weten. De reden: de mogelijke gezondheidsrisico’s die de behandeling zou opleveren, en dan vooral de toegenomen kans op borstkanker. In een onderzoek over de overgang dat we vorig jaar deden, zei maar liefst 72 procent van de Pluslezeressen dat ze om die reden nooit hormoonpillen zouden gebruiken.

Volgens gynaecoloog Barbara Havenith van de Vrouwenpoli in Boxmeer is het een hardnekkig misverstand dat hormoontherapie gevaarlijk is. “Neem de kans op borstkanker”, zegt ze. “Die stijgt alleen als je na je 50ste met hormoontherapie begint en die dan langer dan vijf jaar gebruikt. In Nederland komt dat zelden voor. En zelfs al is dat wel het geval, dan is de toename van het risico nog maar klein.” (Zie kader.)

Hekkensluiter

Inmiddels zijn artsen en onderzoekers het er wereldwijd over eens dat bij vrouwen onder de 60 met ernstige overgangsklachten de voordelen van hormoontherapie opwegen tegen de nadelen. Toch adviseert het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) nog altijd om hormoontherapie liever niet voor overgangsklachten te gebruiken. En als het toch zo nodig moet, dan in ieder geval in een zo laag mogelijke dosering en steeds voor maximaal zes maanden.

“Vrouwen die met overgangsklachten bij hun huisarts aankloppen, worden in veel gevallen met een kluitje in het riet gestuurd”, zegt Barbara Havenith. “De overgang hoort erbij, het is geen ziekte, klinkt het vaak. Bovendien worden de risico’s óók door veel artsen danig overschat. En dus moeten vrouwen maar met de nare gevolgen leren leven.” Schandalig en denigrerend vindt ze dat. “Anno 2016 mag het echt niet meer zo zijn dat patiëntes geen hulp krijgen, alleen omdat Nederlandse dokters het beter denken te weten dan hun internationale collega’s.”

Volgens haar is Nederland wereldwijd hekkensluiter als het hormoontherapie gaat. Minder dan 5 procent van de vrouwen hier krijgt op enig moment deze medicatie tegen overgangsklachten, minder dan 1 procent gebruikt de middelen langer dan een jaar – de laagste aantallen van Europa. Terwijl Nederlandse vrouwen juist koploper zijn als het gaat om het gebruik van de pil als anticonceptiemiddel.

“Maar de pil geeft meer kans op trombose dan hormoontherapie”, besluit Havenith. “Hetzelfde geldt waarschijnlijk voor het risico op een hoge bloeddruk en hart- en vaatziekten. Ook de kans op borstkanker is zeker niet kleiner bij het gebruik van de pil. Toch schrijven huisartsen die wel zonder probleem voor. Begrijp me goed, ik wil de mogelijke risico’s van de hormoontherapie niet wegwuiven. En ik vind ook zeker niet dat alle vrouwen in de overgang hormoontherapie moeten krijgen. Maar wat ik wel wil, is dat patiëntes in ieder geval eerlijk over de voors en de tegens worden voorgelicht.”

[Kader]

Voor- en nadelen van hormoontherapie bij vrouwen

Voordelen:

  • De meeste overgangsklachten, zoals opvliegers of nachtzweten, verdwijnen binnen een maand volledig.
  • De kans op ernstige botontkalking (osteoporose) wordt kleiner.

Nadelen:

  • Er kunnen weer bloedingen optreden.
  • Bij langdurig gebruik (langer dan vijf jaar) van hormoontherapie (met zowel oestrogeen als progesteron) na het 51ste levensjaar neemt de kans op borstkanker licht toe. (Zie kader.)
  • Zonder hormonen krijgt jaarlijks 1 op de 10.000 vrouwen (0,01 procent) te maken met trombose en 1 op de 100.000 vrouwen (0,001 procent) met een bloedpropje (embolie). Bij gebruik van hormoonpillen verdubbelt dat risico, maar dan is de kans hierop dus nog steeds klein. Ter vergelijk: als vrouwen de pil slikken, is het risico op trombose drie tot vijf keer zo groot.
  • Omdat vrouwen die roken een grotere kans hebben op trombose, is hormoontherapie bij hen risicovoller.
  • Als vrouwen al een hart- of vaatziekte hebben (gehad), kan hormoontherapie de kans op vaatschade of hartinfarcten vergroten. Dat soort problemen komen echter vooral voor bij vrouwen ouder dan 60. De kans op hart- en vaatziekten neemt doorgaans niet toe bij vrouwen die binnen tien jaar na de laatste menstruatie hormoontherapie hebben gebruikt.

[Kader]

Hormoontherapie en borstkanker: de cijfers

De kans op borstkanker neemt licht toe bij langdurig gebruik (langer dan vijf jaar) van hormoontherapie (met zowel oestrogeen als progesteron) na het 51ste levensjaar. Om wat voor aantallen hebben we het dan? Stel dat 1000 50-plus vrouwen zonder hormoontherapie gedurende 25 jaar worden gevolgd, dan krijgen 77 van hen in die periode borstkanker. Vergelijken we die groep met 1000 50-plus vrouwen die minstens vijf jaar lang hormoontherapie gebruikten, dan worden er bij hen in die 25 jaar 79 gevallen van borstkanker gevonden.

Wanneer vrouwen met hormoontherapie stoppen, verkleint het risico zich langzaam weer. Vijf jaar na de laatste behandeling is het risico even groot als wanneer zij geen medicijnen hadden gebruikt. Overigens zegt het toegenomen risico op borstkanker nog niets over de kans om aan de ziekte te overlijden; die lijkt namelijk even groot in de groep vrouwen die hormonen gebruikten als in de groep die géén hormonen slikten.

Bron: www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/10213546

[Kader]

Wist u dat…

  • de menopauze gemiddeld optreedt als vrouwen 51 zijn? Tussen de 45 en 56 jaar is normaal.
  • de menopauze de officiële naam is van de laatste menstruatie? Het is dus een momentopname.
  • vier op de vijf vrouwen last heeft van overgangsklachten? Gemiddeld duren die vier jaar. Bij 1 op de 5 vrouwen zijn de klachten zo ernstig dat ze er in hun dagelijkse leven door worden belemmerd.
  • 1 op de 4 vrouwen minder dan een jaar klachten ervaart? Daar staat tegenover dat 1 op de 10 vrouwen van 71 jaar nog steeds opvliegers heeft.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: