POST

15 Apr

Gepubliceerd in Buitenleven 3, april 2016. 

Ieder nummer schrijven moeder Francien en dochter Marte, beiden import Friezen, elkaar op deze plek over hun ervaringen met het dorpsleven. Deze keer over groene vingers en grasmaaien.

  • Illustratrice Francien van Westering (64), bekend van haar kattentekeningen, verhuisde vijftien jaar geleden van de randstad naar een lieflijk boerderijtje in Zuid-Friesland. Daar woont ze met haar man Bram, haar Tibetaanse terriër Dribbel, vijf poezen, zes kippen en een haan.
  • Begin vorig jaar besloot Franciens dochter, journaliste Marte van Santen (40), haar te volgen. Ze verruilde haar Amsterdamse appartement voor een hoekhuis in een klein Fries plaatsje, 20 kilometer bij haar moeder vandaan. Ze deelt haar woning met haar grijze koningspoedel Dirkje.

Lieve mam,

Op mijn 40ste heb ik voor het eerst in mijn leven een echte tuin. Wat een luxe! Maar als ik heel eerlijk ben, bezorgt die me ook stress. Want moet ik ermee doen?! Ik heb geen idee waar te beginnen…

Weet je het eerste Amsterdamse flatje nog waar ik op kamers ging? Daar had ik helemaal geen buiten. Het maakte me niets uit, ik had als nieuwbakken student van achttien wel andere dingen aan mijn hoofd. Een jaar later verhuisde ik naar een heus appartement, en kreeg ik een balkonnetje van één bij twee meter. Piepklein, maar het lag op het zuiden en dat bood perspectief. Ik herinner me nog goed dat we voor het eerst samen naar het tuincentrum gingen, en daar de auto vollaadden met aarde en viooltjes. Wat was ik trots toen de bakken aan de balustrade hingen! Tot mijn eigen verbazing – en de jouwe – bleek ik best groene vingers te hebben. Gaandeweg bouwde ik mijn balkon om tot een stadsoase, met overdadig bloeiende planten en metershoge klimop waar ik heerlijk beschut van de zon kon genieten.

Des te blijer was ik toen ik weer later een benedenwoning mét tuin vond. Nou ja, tuin… Het was eerder een groot terras met eromheen een paar hortensia’s. En één gigantische boom, die al het licht wegnam. Toen ik die wilde laten kappen, mocht dat niet van de gemeente omdat hij ‘onderdeel uitmaakte van het ecosysteem’. Verschillende mensen raadden me aan hem dan maar stiekem te vergiftigen door er koperen spijkers in te slaan. Maar dat kon ik niet over mijn (inmiddels lichtgroene) hart verkrijgen. En dus zat ik opgescheept met een donker, nat stukje stad waar niets wilde groeien. Een waar slakkenparadijs, dat mijn enthousiasme voor tuinieren snel deed verdampen.

Nu ben ik dan eindelijk zo ver dat ik een tuin heb in de ware zin van het woord. Met bomen en struiken waarvan ik de namen niet ken, een hekje dat op instorten staat en een verzakt terras dat golft als de Middellandse Zee. Al drie keer ben ik vertwijfeld met schep en vuilniszak naar buiten gelopen, om direct weer rechtsomkeert te maken. Ik kan het maar beter toegeven: ik heb geen flauw benul wat ik ermee aan moet. Ineens voel ik me weer achttien. Dus mam, kom je me, net als toen, alsjeblieft helpen…?

Dikke kus,

Marte

———————————————————————-

Lieve Dochter,

Vroeger was een tuin voor mij uitsluitend een plek waar je in de zon kon zitten met een kopje thee of een glaasje wijn. Het belangrijkste van een tuin was het terras – verder kwam ik niet. Want ik had niks met bomen, planten en gras, laat staan aarde. Daar zaten allerlei beestjes in en die vond ik maar eng. Ik begreep er niets van als mijn man elke keer met plezier naar zijn volkstuintje fietste en dan opgetogen met tassen vol groentes weer thuiskwam. Sterker nog, ik vond die groentes maar verdacht. Want ze zagen er niet zo perfect uit als die uit de supermarkt. Waren ze dan wel goed? Ik was kortom ver van de natuur verwijderd.

Dat veranderde dramatisch toen we in Friesland gingen wonen. Want hier kun je niet om de natuur heen, behalve als je de hele dag binnen blijft zitten. We hadden ineens een enorm grote tuin, die mijn man in zijn eentje niet aankon. Hij vroeg me of ik het gras wilde maaien. Dat leek hem wel een goed klusje voor iemand die verder niks met planten had.

De eerste keer dat ik dat deed was een openbaring. Want tot mijn verbazing vond ik het leuk om achter die grasmaaier aan te lopen en het wilde grasveld te zien veranderen in een fraai gazon. Verder bleek het een veel grotere inspanning te zijn dan ik had gedacht, maar dat vond ik juist fijn. Waarom zou ik nog naar een muffe sportschool gaan als ik ook lekker buiten kon bewegen, met de geur van gras in mijn neus en de zon in mijn gezicht? Bovendien leerde ik door dat grasmaaien elke hoek van de tuin kennen. Er ging een wereld voor me open.

En nu kan ik elke dag niet wachten tot ik de tuin in mag. Griezel ik niet meer van een wormen, maar voer ik ze aan de kippen, die vrij om me heen in de tuin scharrelen. Vind ik mijn zelf verbouwde groentes niet meer verdacht omdat ze niet uit de supermarkt komen, maar geniet ik er juist van omdat ik ze heb zien groeien, ze verzorgd heb, en ze zoveel lekkerder zijn. Ik ben kortom op mijn oude dag een echte tuinvrouw geworden.

Ik wou maar zeggen, lieve dochter, er is altijd hoop! (En natuurlijk kom ik je graag op weg helpen.)

Alle liefs,

Francien

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: