HET NIEUWE WERKEN WERKT (SOMS)

27 Apr

Gepubliceerd in de bijlage Ambitie van de Leeuwarden Courant en het Dagblad van het Noorden, 26 april 2016. 

Het klonk als een walhalla toen Bill Gates in 2005 Het Nieuwe Werken introduceerde. Want zelf weten waar, wanneer en hoe je werkt, wie wil dat nu niet? Elf jaar later maken we de balans op: zijn we er echt beter van geworden?

Terwijl ik dit schrijf, zit ik lekker in het zonnetje aan mijn tuintafel. Tussen het bellen en het tikken door, ben ik vanmorgen naar de bakker geweest en heb ik een wasje gedraaid. Het Nieuwe Werken is voor een zzp’er als ik heel gewoon. De laatste jaren zijn het echter niet alleen freelancers en zelfstandigen, maar ook veel mensen in loondienst die eraan doen. In een koffiehuis op je laptop een project afmaken of ’s avonds vanaf de bank je e-mail beantwoorden: het is tegenwoordig de gewoonste zaak van de wereld. Zolang je baas maar tevreden is met het eindproduct.

In Nederland lopen we wereldwijd voorop met Het Nieuwe Werken. Immers, door de goede infrastructuur – bijna iedereen heeft hier internet – zijn we overal en altijd bereikbaar, en kunnen we thuis en onderweg probleemloos online bij informatie die vroeger alleen op kantoor te vinden was. Meer vrijheid voor medewerkers, minder kosten voor de baas; daar wordt iedereen beter van, zou je denken. Maar is dat wel zo? Maakt Het Nieuwe Werken ons echt effectiever en gelukkiger? We vroegen het twee Groningse psychologen, die zich dagelijks met het onderwerp bezighouden, aan de hand van vier werktrends.

Trend 1: ‘Werknemers bepalen hun eigen werktijden en kunnen vanaf elke locatie werken. Technologie maakt persoonlijk contact op afstand mogelijk. Sociale media vervangen het afdelingsoverleg.’

Organisatiepsycholoog Nico van Yperen: “Als je goed zelfstandig kunt werken en niet veel behoefte hebt aan mensen om je heen, kan Het Nieuwe Werken veel voordelen opleveren. De dag zo indelen als jij handig en prettig vindt, geeft een gevoel van controle en rust. Mits je genoeg zelfdiscipline hebt natuurlijk. Want er zijn ook massa’s mensen die zich gemakkelijk laten afleiden door de kinderen of het huishouden, of die doodongelukkig worden als ze dagenlang niemand anders zien dan hun eigen gezinsleden. Zij zijn duidelijk minder gebaat bij Het Nieuwe Werken. Overigens gebruiken we die term nauwelijks meer; we spreken nu liever over ‘blended working’, een mengeling van traditionele en nieuwe werkvormen, mogelijk gemaakt door onder andere internet, smartphones en video chat.”

Psycholoog Marjette Slijkhuis: “Veel werkgevers denken dat alle werknemers op vrijheid en autonomie zit te wachten, maar uit mijn promotieonderzoek bleek dat dat helemaal niet zo is. Sommige werknemers hebben wel degelijk behoefte aan structuur, en aan een leidinggevende die ze duidelijk vertelt wat ze moeten doen. Daar komt bij dat op een andere locatie werken vaak gemakkelijker klinkt dan het is. Iedereen een laptop en smartphone, investeren in ICT: veel bedrijven lopen tegen hoge kosten aan. En dan heb je ook nog te maken met zaken als veiligheid en privacy.”

Nico van Yperen: “Het gevaar bestaat bovendien dat blended working de werkdruk vergroot. Immers, de deur achter je dichttrekken is er niet meer bij; het werk gaat altijd door. Er wordt wel gedacht dat het aantal gevallen van burn-out daardoor toeneemt. Daar zijn echter geen bewijzen voor. Weliswaar heeft 30 tot 40 procent van alle verzuimklachten een psychische oorzaak, maar dat percentage is al decennia min of meer gelijk.”

Marjette Slijkhuis: “Als iedereen een flexplek op kantoor heeft en verder buiten de deur werkt, kunt je op kantoorruimte besparen, zo redeneren veel werkgevers. Maar ook dat valt in de praktijk tegen. Want wat blijkt? Veel werknemers willen niet meer dan een dag in de week thuiswerken. De behoefte aan sociaal contact blijft groot. Op kantoor missen flexwerkers hun vaste plek met hun eigen spulletjes. Als je niet uitkijkt, gaan ze zich eenzaam en ontheemd voelen. Zeker als Het Nieuwe Werken van bovenaf wordt opgelegd, en niet goed wordt gekeken naar de individuele behoeften van mensen. Dat geldt trouwens net zo goed voor jongeren als voor ouderen; als ze mogen kiezen, zitten mijn studenten voor studie of werk toch ook het liefst bij elkaar.”

Trend 2: ‘Vaste contracten zijn verleden tijd. Dat maakt het nodig dat werknemers zich hun hele loopbaan nieuwe vaardigheden eigen maken. Dankzij nieuwe technologie kan dat altijd en overal.’

Nico van Yperen: “Het toverwoord is ‘employability’. Dat wil zoiets zeggen als: optimale inzetbaarheid. Je moet er in elke fase van je loopbaan voor zorgen dat je aantrekkelijk blijft voor de arbeidsmarkt. Dat is des te belangrijker nu er steeds meer met tijdelijke contracten en op projectbasis wordt gewerkt. Nieuwe technologieën maken het gelukkig steeds makkelijker om jezelf te blijven ontwikkelen. Kijk naar het aanbod van e-learning: dat groeit razendsnel. Net zoals we tegenwoordig ‘on demand’ tv kijken, zo kun je nu ook ‘on demand’ een cursus volgen.”

Marjette Slijkhuis: “Het is een misverstand dat alle jongeren handig zijn met ICT. Ja, ze kunnen van alles met hun telefoon, maar vaak weten ze niet eens hoe ze Word moeten gebruiken. Je kunt er dus niet vanuit gaan dat iedereen zichzelf wel kan redden met nieuwe technologieën. Net als schrijven is het gebruik van ICT een vaardigheid die je moet leren. Daar moet je je verwachtingen als docent én als werkgever op aanpassen. Iets anders is dat je alle informatie die tot je beschikking hebt wel goed moet kunnen gebruiken. Ik kom genoeg studenten tegen die klakkeloos aannemen dat wat op internet staat waar is. We moeten mensen dus leren om de kennis te filteren: wat klopt en wat niet?”

Trend 3: ‘Zingeving wordt steeds belangrijker. Werk moet niet alleen (redelijk) goed betalen, maar ook nuttig zijn.’

Nico van Yperen: “Iedereen wil graag het gevoel hebben dat hij iets nuttigs doet, dat is van alle tijden. De laatste jaren is er alleen meer aandacht voor. Moderne werknemers hebben een doel nodig en willen iets bijdragen aan de maatschappij; alleen een goed inkomen is voor hen niet meer genoeg. Tenminste, zolang ze normaal van hun salaris kunnen rondkomen. Want pas als je genoeg hebt om van te leven, gaat zingeving een rol spelen.”

Marjette Slijkhuis: “Dat bedrijven steeds meer aandacht hebben voor de drijfveren van hun mensen, is natuurlijk ook eigenbelang. Gemotiveerde werknemers werken immers harder en zijn meer betrokken. Bovendien kunnen ze de vaardigheden die ze buiten de deur opdoen ook weer inzetten binnen het bedrijf.”

Nico van Yperen: “Een bekend voorbeeld is Google, dat hun werknemers als experiment 20 procent van hun tijd liet gebruiken voor dingen waar zij persoonlijk enthousiast van werden. Wat bleek? Het leverde alleen maar meer creatieve ideeën voor het bedrijf op. Kortom, als je als werkgever goed invulling geeft aan het thema zingeving, snijdt het mes aan twee kanten.”

Trend 4: ‘Een hiërarchische organisatie met afdelingen is achterhaald. Leidinggevenden zijn geen regelaars meer, maar coaches.’

Nico van Yperen: “Als je niet ziet wat je werknemer doet, moet je er als baas op kunnen vertrouwen dat het werk gedaan wordt. Voor veel leidinggevenden – zeker die van de oude stempel – is dat lastig. Hun rol verandert snel. In plaats van controleren moeten zij coördineren, en sturen op resultaat in plaats van op aanwezigheid. Verantwoordelijkheden komen daarmee lager in de organisatie te liggen, bij de medewerkers zelf. Sommige mensen vinden dat fijn, anderen worden er juist onzeker van.”

Marjette Slijkhuis: “Gedeeld leiderschap klinkt leuk, maar voor je het weet loopt het uit op chaos en conflicten. De meeste mensen hebben er nu eenmaal behoefte aan een leider, en om te weten waar ze aan toe zijn. Als je elke vorm van hiërarchie schrapt, bestaat het gevaar dat medewerkers verdrinken in onzekerheid en onduidelijkheid. De positieve kant van de leidinggevende als coach is dat er meer aandacht is voor de menselijke kant van de zaak, en dat meer wordt gekeken naar de individuele mogelijkheden en behoeften van mensen. Maar dat vergt wel veel extra vaardigheden van managers.”

De trends die we aan Nico van Yperen en Marjette Slijkhuis voorlegden, zijn gebaseerd op het onlangs verschenen internationale onderzoek ‘Hoe werk verandert’ van ADP Research. Dit adviesbureau ondervroeg wereldwijd 2 .403 werknemers (in vier regio’s Noord-Amerika, Europa, Latijns-Amerika en Azië-Pacific) over hoe zij aankijken tegen veranderingen op het gebied van werk. Het rapport is te lezen op adp.nl.

[Kader]

Het Nieuwe Werken, wat is dat ook alweer?

  • Goede ICT-voorzieningen maken het mogelijk om te werken waar, wanneer en hoe je maar wilt.
  • Je hebt een grote mate van eigen verantwoordelijkheid, ook voor je persoonlijke en je loopbaanontwikkeling.
  • Niet je functie, maar je talent en de vaardigheden bepalen je waarde voor een baas.
  • Je wordt beoordeeld op resultaat, niet op hoeveel je aanwezig bent.

[Kader]

  • Organisatiepsycholoog prof. dr. Nico van Yperen is hoogleraar Psychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). In 2011/2012 deed hij in samenwerking met het Dagblad van het Noorden onderzoek naar de vraag of lezers van de krant zichzelf geschikt vonden voor Het Nieuwe Werken.
  • Psycholoog dr. Marjette Slijkhuis doet bij de afdeling Facility Management van de Hanzehogeschool Groningen onderzoek naar hoe psychologische factoren het gebruik van de werkgomgeving beïnvloeden. Daarnaast is ze docent Toegepaste psychologie. In 2012 promoveerde ze bij Nico van Yperen op een onderzoek waaruit bleek dat werkgevers met Het Nieuwe Werken minder kunnen besparen dan ze denken.
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: