Archief | mei, 2016

8 MILJOEN POTJES

28 mei

Gepubliceerd in Aha!, een speciaal magazine van het Healthy Aging Network Northern Netherlands, op 27 mei 2016 bijgesloten bij de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden.

Sinds 2008 hebben 167.729 inwoners uit Noord-Nederland voor het bevolkingsonderzoek Lifelines honderden vragenlijsten over leefstijl en welzijn ingevuld. Ook stonden zij maar liefst 8 miljoen potjes bloed, urine, ontlasting en weefsel af, evenals 20.000 plukken haar. Daarmee helpen zij wetenschappers – en uiteindelijk ons allemaal – om uit te vinden hoe we gezond(er) oud kunnen worden. Wat hebben onderzoekers tot nu toe ontdekt?

Nederland vergrijst in een rap tempo. In 2030 is een kwart van alle inwoners 65-plus. Het gevolg: steeds meer mensen hebben steeds meer zorg nodig. Veel chronische ziektes waar senioren mee te maken krijgen, zoals diabetes en hart- en vaatziekten, ontstaan (steeds) vroeg(er) in het leven. Dat heeft onder andere te maken met het feit dat we de afgelopen decennia ongezonder zijn gaan eten en minder zijn gaan bewegen. Ook de omgeving speelt een rol; met op elke hoek van de straat vet en suiker voor het grijpen, wordt het er niet gemakkelijker op om gezond te blijven.

De vraag is of, en zo ja hoe, we het ziektetij kunnen keren. Met dat in het achterhoofd startte het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) in 2006 Lifelines, een grootschalig bevolkingsonderzoek in Noord-Nederland. De ambities liegen er niet om. De meer dan 167.000 deelnemers worden (zo mogelijk) gedurende minimaal dertig jaar gevolgd. Elke twee jaar vullen zij uitgebreide vragenlijsten in over hun leven, leefstijl en gezondheid. Daarnaast krijgen ze eens in de vier à vijf jaar een lichamelijk onderzoek, waarbij onder andere bloeddruk, gewicht, buik- en heupomgang, hartfunctie, bloedsuiker, cholesterolspiegel en nierfunctie worden gemeten. Alle gegevens en de monsters van afgenomen bloed, urine en ontlasting komen in een grote databank terecht, waar onderzoekers ze kunnen raadplegen.

Ziekte voorkomen of uitstellen

Cisca Wijmenga, hoogleraar Humane Genetica aan de Rijksuniversiteit Groningen en hoofd van de afdeling Genetica van het UMCG, is vanaf het begin betrokken bij Lifelines en maakt veelvuldig gebruik van de data. Zij vertelt wat Lifelines zo bijzonder maakt. “Wetenschappelijk onderzoek gaat vaak over mensen met een bepaalde ziekte, bijvoorbeeld kanker- of diabetespatiënten. Maar als je beter wilt begrijpen waarom ziektes ontstaan en of je ze misschien kunt voorkomen of uitstellen, heb je er veel meer aan om mensen te bestuderen, vóórdat ze ziek worden. Zo kun je oorzaak en gevolg onderscheiden. Dat is wat Lifelines mogelijk maakt.”

Waarom zitten er zoveel mensen in het bestand?

“Om verbanden bloot te leggen en daar gedegen uitspraken over te kunnen doen, heb je heel veel gegevens nodig. Lifelines is uniek in Nederland. Vanwege de omvang, maar ook vanwege de verscheidenheid aan informatie. We weten welke opleiding deelnemers hebben genoten, of ze overgewicht hebben, hoeveel koffie ze drinken, op welke leeftijd vrouwen in de menopauze komen, en ga zo maar door. Het maakt het mogelijk om te onderzoeken of er een samenhang is tussen bijvoorbeeld erfelijkheid, omgeving, gedrag en ziekte.

Leidt dat tot concrete nieuwe inzichten?

“Zeker weten! Onlangs hebben psychologen Tom Postmes en Katherine Stroebe van de RUG bijvoorbeeld de eerste resultaten gepubliceerd van onderzoek naar de gevolgen van de gaswinning voor de gezondheid, het veiligheidsgevoel en het toekomstperspectief van Groningers. Voor hun onderzoek hebben ze onder andere Lifelines gebruikt. Zelf heb ik de afgelopen jaren onderzoek gedaan naar de effecten van voeding en medicatiegebruik op de diversiteit aan darmbacteriën. Dat had niet gekund zonder Lifelines.”

Waarom niet?

“Niet alleen hebben we van meer dan 1100 deelnemers ontlasting geanalyseerd, we konden die informatie ook koppelen aan gegevens over hun dieet, hun gezondheid en de medicijnen die ze gebruiken. Hierdoor was het mogelijk om te zoeken naar factoren die de samenstelling van darmflora veranderen. Dat bleken er veel te zijn. Je ziet het effect van voeding bijvoorbeeld direct terug in de darm. Zo hebben mensen die regelmatig yoghurt of karnemelk gebruiken een grotere diversiteit aan bacteriesoorten in hun darmen. Ook koffie en wijn stimuleren de diversiteit, terwijl volle melk of een calorierijk dieet die juist verlaagt.”

Wat hebben we aan de kennis?

“Ziekten ontstaan vaak door een veelheid aan factoren. De meesten, zoals je genen of je leeftijd, kun je niet veranderen. Maar het is wel mogelijk de samenstelling van je darmbacteriën te beïnvloeden door voeding of geneesmiddelen. Wanneer we goed begrijpen hoe dat kan en wat de gevolgen zijn, biedt dat grote mogelijkheden, bijvoorbeeld om problemen te helpen voorkomen. Maar daarvoor is nog veel vervolgonderzoek nodig.”

Hebben deelnemers aan Lifelines er persoonlijk nog baat bij hun medewerking?

“Alle gegevens in Lifelines zijn geanonimiseerd voor onderzoekers. Maar deelnemers krijgen de uitslagen van bepaalde metingen en tests wel teruggekoppeld. Overigens kunnen wij wetenschappers ons werk alleen doen dankzij hun onbaatzuchtige hulp. Daarmee dragen ze bij aan een gezondere toekomst van volgende generaties. Ik hoop dat ze daar net zo trots op zijn als wij. Want het succes van Lifelines is het succes van ons allemaal.”

Meer weten? Kijk op Lifelines.nl.

[Kader]

Lifelines in cijfers

  • 167.729 deelnemers, in leeftijd variërend van 8 tot 93.
  • 12 procent van de deelnemers maakt deel uit van een familie waaruit drie generaties meedoen aan Lifelines.
  • 8 miljoen monsters van onder andere bloed, urine, ontlasting en weefsel.
  • Tot nu toe meer dan 200 wetenschappelijke onderzoeken waarbij de gegevens van Lifelines zijn gebruikt.

 

 

SAMEN STERK(ER)

28 mei

Gepubliceerd in Aha!, een speciaal magazine van het Healthy Aging Network Northern Netherlands, op 27 mei 2016 bijgesloten bij de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden.

Het Healthy Aging Network Northern Netherlands werkt samen met tal van noordelijke  ‘hotspots’: inspirerende initiatieven die kennisuitwisseling en vernieuwing stimuleren. Eén daarvan is het Innovatiecluster Drachten. “De hoogwaardige maakindustrie in onze regio is uniek voor Noordwest Europa”, aldus clustervoorzitter Kor Visscher.

In 2011 sloegen verschillende high tech ondernemingen uit Drachten de handen ineen om kennis en ervaringen uit te wisselen en zo elkaar te versterken. De provincie en gemeente waren direct enthousiast en besloten het initiatief financieel te ondersteunen. Met succes: jaarlijks ontwikkelen de veertien bedrijven uit het cluster gezamenlijk zo’n vijftig nieuwe, innovatieve producten. Clustervoorzitter Kor Visscher, director industrial projects & facilities bij Philips: “We zijn geen concurrenten, we versterken elkaar juist.”

Wat kunnen jullie samen dat jullie niet alleen kunnen?

“We werken aan oplossingen voor de grote uitdagingen van de toekomst, bijvoorbeeld op het gebied van informatie-uitwisseling, alternatieve energie en gezond ouder worden. Dat doen we ‘on the edge of technology’. Anders gezegd: we betreden onontgonnen terrein. Daar is veel geld en kennis voor nodig. Neem 3D-printen in metaal, één van onze thema’s. Afzonderlijk hebben niet voldoende middelen en slagkracht om dit soort technologie uit te werken. Vandaar dat vijf bedrijven uit ons cluster de krachten hebben gebundeld. In plaats van allemaal het wiel opnieuw uit te vinden, bepalen we nu samen de juiste richting en bouwen vandaaruit verder.”

Hoe uniek is dat?

“Als het over high tech innovatie gaat, kijken mensen al gauw naar de regio Eindhoven. Daar zit een beperkt aantal producenten met veel toeleveranciers. Het unieke van ons cluster is dat al onze bedrijven producten ontwikkelen én produceren én aan internationale eindgebruikers verkopen. Verder is het bijzonder dat bedrijven met zo’n verschillende omvang probleemloos samenwerken. De grootste – Philips – heeft ruim 2000 medewerkers, waaronder 600 ontwikkelaars van 35 verschillende nationaliteiten. Het kleinste bedrijf uit ons cluster heeft zo’n 15 mensen in dienst.”

Wat levert de samenwerking op?

“Het is een klassiek geval van één plus één is drie. Door kennis en ervaringen uit te wisselen, brengen we elkaar naar een hoger niveau. En het bespaart geld. Daarnaast geeft het een enorme impuls aan de regio, en helpt het ons om technisch talent aan te trekken en vast te houden. Ik geloof niet in werkgelegenheidsplannen van bovenaf, wel in werk creëren door producten te ontwikkelen waar klanten op zitten te wachten.”

Jullie concentreren je op Drachten. Wat heeft de rest van Noord-Nederland daaraan?

“Philips maakt al langer onderdeel uit van het HANNN – onze organisatie richt zich steeds meer op medische technologie. Met het innovatiecluster willen we daar waar mogelijk ook op gaan focussen. Zo is er al een machine ontwikkeld die medicijnrollen voor patiënten controleert, met als doel het aantal fouten met medicatiegebruik te verminderen. Verder verbreden we ons werkveld – inmiddels komen twee van onze deelnemende bedrijven uit Drenthe. Ook niet onbelangrijk: we werken nauw samen met alle relevante MBO-, HBO- en WO-opleidingen uit het noorden, en coachen verschillende start-ups.”

Tot slot nog even over de concurrentie: kapen jullie geen klanten van elkaar weg?

“Daar waken we voor. Nieuwe bedrijven die we in het cluster opnemen, vormen een aanvulling. Als klantenkringen te veel overlappen, gaat dat ten koste van de openheid, daar heeft niemand wat aan. De winst van het samenwerken moet te allen tijde groter blijven dan het gevaar van het delen.”

[Kader]

Innovatiecluster Drachten in cijfers

  • De veertien deelnemende bedrijven hebben gezamenlijk 2700 medewerkers.
  • 850 van hen zijn productontwikkelaars.
  • In Drachten wordt jaarlijks meer dan €100 miljoen geïnvesteerd in onderzoek en ontwikkeling.
  • De bedrijven van het cluster hebben op dit moment gezamenlijk honderd vacatures.

[Kader]

De bedrijven van Innovatiecluster Drachten

  • BD Kiestra, onderdeel van een Amerikaanse onderneming op het gebied van medische apparatuur.
  • Irmato, een multi-disciplinair ingenieursbureau, gespecialiseerd machine- en apparatenbouw.
  • Resato Internationaal, ontwikkelt en fabriceert componenten en systemen op het gebied van hogedruktoepassingen.
  • Neopost Technologies BV, nr. 1 in Europa op het gebied van postkameroplossingen.
  • Norma, een High Tech eerstelijns toeleverancier, die complete mechatronische systemen ontwerpt, produceert en samenstelt.
  • Philips Drachten, ontwikkelt onder andere scheerapparaten, baardtrimmers, haardrogers, epileerapparaten, stofzuigers en SENSEO® koffiemachines.
  • De Variass Group, gespecialiseerd in het maken van klant specifieke elektronische en mechatronische High Tech producten.
  • Whisper Power, ontwikkeld duurzame en efficiënte elektrische systeemoplossingen voor vaartuigen, jachten, voertuigen, huizen en industriële toepassingen.
  • Delta Instruments B.V., houdt zich bezig met de ontwikkeling en productie van zuivelanalyseapparatuur.
  • Science [&] Technology BV, gespecialiseerd in projecten en productontwikkeling op het snijvlak van wetenschap en (high) technologie.
  • VDH Products BV, ontwikkelt en produceert al meer dan 35 jaar mechanische en elektronische instrumenten voor het meten van temperatuur, druk en relatieve luchtvochtigheid.
  • YP Your Partner, gespecialiseerd in het ontwerpen en onderhouden van industriële automatisering.
  • Photonis, sinds 1937 specialist op het gebied van fotosensortechnologieën.
  • ZiuZ, gespecialiseerd in het ontwikkelen van producten die gebruik maken van visuele technologie.

 

 

ZITZIEKTE TE LIJF

17 mei

Gepubliceerd in de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden, zaterdag 14 mei 2016. (Illustratie: Gerrit Guldenhemel.)

Na 36 jaar in een rolstoel kun je rustig stellen dat ze uit ervaring spreekt; schrijfster Annemarie Postma weet als geen ander hoe moeilijk het is om met een zittend leven gezond te blijven. Ze maakte er een praktisch boek over, The Sitting Chef, dat komende donderdag verschijnt. Niet alleen bedoeld voor lotgenoten, maar voor iedereen. Want te veel zitten, dat doen we (bijna) allemaal.

Na jarenlang in Amsterdam te hebben gewoond, is ze sinds zes jaar terug in haar geliefde Friesland, de provincie waar ze zoveel herinneringen heeft. Annemarie Postma, schrijfster, spreker en inspirator. Een groot deel van haar tienerjaren verbleef ze in het revalidatiecentrum in Beetsterzwaag, nadat ze op haar 11e door een tekenbeet vanaf haar middel verlamd was geraakt. Toen ze na vijf jaar eindelijk naar huis mocht, overleed niet lang daarna haar moeder. Postma was net 19.

Zoveel droefenis en verlies in zo’n korte tijd; daar wil je later niet steeds aan herinnerd worden, zou je denken. Toch koos ze ervoor om op haar 41ste terug te keren naar de plek van haar jeugd. Want Friesland bleef altijd trekken. “Hier liggen mijn roots, de basis van wie ik nu ben”, zegt ze. “Zodra ik vanuit het westen over de brug bij het Tjeukemeer rijd, voel ik: ik ben thuis. Het verdriet heb ik verruild voor geluk.”

Hartinfarct

We ontmoeten elkaar op landgoed Lauswolt, slechts een paar honderd meter van de revalidatie-instelling die ze van haar 11e tot haar 17e haar thuis mocht noemen. “Op zondagmiddag nam mijn moeder me hier altijd mee naartoe”, vertelt Postma. “Dan dronken we samen thee.” Het chique hotel is volgens haar sindsdien niet veel veranderd. Zelfs het ouderwetse rolstoelliftje, dat haar met horten en stoten naar de ingang op de beletage brengt, is nog hetzelfde. “Eigenlijk kan dat anno 2016 niet meer, ik ga daar toch eens een brief over schrijven.”

Eenmaal geïnstalleerd op het terras vraagt ze om een koffie verkeerd. Met sojamelk, want zuivelproducten heeft ze als veganist al lang geleden in de ban gedaan. Net als alle graanproducten en suikers trouwens. Des te verrassender is het dat ze bij haar koffie een kersengebakje bestelt. “Ik ben zeker niet roomser dan de paus”, geeft ze toe. “Ik drink bijvoorbeeld ook wel eens een wijntje, terwijl ik weet dat dat mijn bloedsuikerspiegel doet pieken. Maar ik vind het ook heel belangrijk om van het leven te genieten.”

Toch is het uitzonderlijk dat ze haar eigen leefregels vandaag overtreedt. Omdat ze vindt dat ze als voorvechter van een gezonde levensstijl het goede voorbeeld moet geven, maar vooral ook omdat haar lichaam anders al snel protesteert. “Ondanks dat ik altijd al bewust leefde, heb ik twee jaar geleden een licht hartinfarct gehad. Toen werd ik weer even heel hard met mijn neus op de feiten gedrukt. Een zittend bestaan maakt je lichaam zo kwetsbaar. Sindsdien ben ik nog selectiever geworden in wat ik eet en drink.”

Alternatief

Toen Postma in de jaren ’80 in een rolstoel terechtkwam, was er nauwelijks iets bekend over het belang van voeding als je de hele dag zit. “Maar ik had geluk”, zegt ze. “Mijn moeder verdiepte zich in alles wat een zittend leven voor gevolgen zou kunnen hebben. Geestelijk en lichamelijk. Ze volgde cursussen op het gebied van gezonde voeding en gooide vervolgens mijn eetpatroon helemaal om: geen vlees meer, geen vis, geen zuivel en geen suiker. Ze snapte toen al dat ik als zittend mens zou blijven eten als voorheen, dat onherroepelijk tot gezondheidsproblemen zou leiden.”

In het revalidatiecentrum bracht haar moeder haar iedere dag pannetjes met macrobiotisch eten. Gierstkroketjes, geblancheerde groenten, eigengemaakte broodspreads; alles was uitgebalanceerd. Het zorgpersoneel en veel andere ouders namen moeder Postma totaal niet serieus; haar aanpak werd afgedaan als extreem alternatief. Maar dat was ze volgens Postma allerminst. “Integendeel, ze was juist ontzettend innovatief, en vooruitstrevend. Mede dankzij haar inzet voel ik me op mijn 47ste fitter dan ooit.”

Haar moeder was 47 toen die onverwacht overleed, dezelfde leeftijd dus die Postma nu heeft. Dat maakt het voor haar extra speciaal om juist dit jaar haar nieuwste boek uit te brengen, The Sitting Chef. Hierin geeft ze praktische adviezen over wat mensen met een zittende leefstijl – zes tot tien uur per dag – kunnen doen om zo gezond mogelijk te blijven.

“Ik ben al bijna mijn hele leven onder behandeling van zorgprofessionals. Maar in al die jaren heeft geen arts of fysiotherapeut me gevraagd wat mijn eetgewoontes zijn. Onbegrijpelijk als je bedenkt wat de gezondheidsrisico’s zijn van langdurig zitten. Als je benen weinig of niet gebruikt, verandert je stofwisseling drastisch. Na het eten schiet je bloedsuikerspiegel omhoog en blijft die hoog, met alle gevolgen van dien. Een veel grotere kans op diabetes type 2 en hart- en vaatziekten bijvoorbeeld, en mogelijk ook op depressie en sommige vormen van kanker.”

Patat

Met sporten alleen los je de problemen niet op, weet Postma. Voor haar boek spitte ze honderden wetenschappelijke onderzoeken door. Zo ontdekte ze dat de gezondheidsrisico’s van zitten hetzelfde blijven, zelfs als je vijf keer per week een half uur beweegt. “Op een werkdag zitten Nederlanders gemiddeld 7,1 uur, oftewel 43 procent van de wakkere tijd. Dat lijkt misschien niet zo veel, maar voor ons lichaam is dat het wel. Je lijf is namelijk helemaal niet gemaakt om de hele dag te zitten. Natuurlijk is sporten belangrijk, maar met aangepaste voeding kun je qua gezondheid veel meer bereiken.”

Ze herinnert zich nog goed een revalidatiearts, die haar, doodziek van niet genezende doorzitwonden en bloedvergiftiging, adviseerde om meer patat te eten. “Ja echt! In haar optiek was ik simpelweg te dun en was dat de oorzaak van mijn gezondheidsproblemen. Terwijl je juist geen koolhydraten moet gebruiken als je een inactieve leefstijl hebt.”

Als professionals al niet de juiste kennis hebben, kun je van ‘gewone’ mensen helemaal niet verwachten dat ze weten hoe het zit, aldus Postma. Dat is precies de reden dat ze The Sitting Chef wilde schrijven. Haar missie met het boek: mensen inzicht geven en bewuster te maken. Zodat ze de tools in handen hebben om respectvol en met liefde met hun lichaam om te gaan. “Het is één van de belangrijkste taken die we als mensen hebben te vervullen. Hoe je lijf er ook uitziet, hoezeer het ook afwijkt van de heersende norm, het heeft recht op de allerbeste zorg.”

Kickstart

Op basis van haar eigen ervaringen als ‘professioneel zitter’, ontwikkelde Postma de 21-daagse sit smart kickstart, een methode om in drie weken op een heel andere manier te gaan eten. Een manier die je lichaam, als het veel zit, helpt om toch zo gezond en vitaal mogelijk te blijven. De keus voor 21 dagen was een bewuste; zolang duurt het namelijk gemiddeld om een nieuwe gewoonte aan te leren. “Als je de kickstart eenmaal achter de rug hebt en je voelt wat het met je doet – bijvoorbeeld dat je meer energie krijgt – zal het daarna steeds makkelijker gaan.”

Voor Postma is het sit-smart-eetpatroon na al die jaren een tweede natuur geworden, maar voor veel mensen zullen de principes even schrikken zijn. Elke vorm van graan is uit den boze (dus ook spelt). Vis, vlees en zuivel worden radicaal uit het dieet geschrapt. En geraffineerde suikers (witte, bruine en rietsuiker, glucose-fructosestroop, maïssiroop, agave, gewone honing en vruchtensapconcentraat), die Postma het ‘gif der aarde’ noemt, kun je beter direct in de vuilnisbak gooien.

“Als kind werd ik doodsbang voor suiker gemaakt”, vertelt ze. “En terecht. Het is een van de ergste dingen die je je lichaam kunt aandoen. Het zijn volstrekt nutteloze calorieën die zorgen voor versnelde veroudering, gewrichtsontstekingen, cel- en weefselbeschadiging, overbelasting van je bijnieren, hart- en vaatziekten, allergieën, vermoeidheid, obesitas, diabetes, acné, depressie en angst. Alsof dat niet genoeg is, is het ook nog eens verslavend en veroorzaakt het constipatie. Weg ermee dus.”

Verantwoordelijkheid

Net als in het gesprek neemt Postma in haar boek geen blad voor de mond wat betreft de gevaren van een inactief leven en – in haar ogen – ongezond eten. ‘Lang zitten is fataal, ook voor jou’, luidt de titel van een hoofdstuk. ‘Suiker rooft je energie, levenskracht en positiviteit’, staat er verderop. Zo bezien ben je wel gek als je na het lezen nog een koekje in je mond durft te steken. Is ze niet bang dat ze met haar harde toon geïnteresseerden van zich vervreemdt of zelfs wegjaagt?

“Ik hoop dat ik mensen wakker schudt”, antwoordt ze. “De meesten van ons weten inmiddels wel dat voeding belangrijk is, maar slechts weinig mensen zijn zich echt bewust van het feit dat je met voeding je algehele gezondheid diepgaand kunnen verbeteren. De afgelopen decennia lijkt ons welzijn voornamelijk een zaak van anderen geworden: de dokter, specialist, fysiotherapeut of psycholoog. In plaats dat we bij lichamelijke en psychische klachten de tijd nemen om te kijken naar onze leef-, eet en denkgewoonten, rennen we bij elke kriebel in maag of geest naar de huisarts. Ik daag mensen uit om zélf verantwoordelijkheid te nemen, en hun problemen te zien als een uitnodiging om beter voor jezelf te zorgen. Als ik daarbij soms wat te direct overkom, dan zij dat zo.”

Levende bewijs

Met The Sitting Chef claimt Postma het eerste boek ter wereld te hebben geschreven dat ‘zitziektes’ kan voorkomen. Het is nogal een statement. “Klopt, maar ik geloof dat echt. Ik ben zelf het levende bewijs van wat gezonde, zuivere en op een zittende leefstijl aangepaste voeding met je doet. Weliswaar leid ik een zittend leven, maar ik ben fit, heb ongelooflijk veel energie en weeg op mijn 47ste nog altijd de 49 kilo die van nature bij mij hoort. Mensen met een dwarslaesie weten dat dat na zoveel jaar in een rolstoel verre van vanzelfsprekend is. Ik ben dan ook overtuigd dat deze methode ook voor anderen kan werken.”

De Vlaamse schrijver van het immens populaire ‘De voedselzandloper’, Kris Verburgh, is alvast fan van Postma’s aanpak. Hij schreef een aanbeveling voor haar boek en nodigde haar uit om samen lezingen te gaan geven. ‘Een ongelofelijke eer’, vindt Postma het. De kritiek die steeds vaker op zijn theorie klinkt, bijvoorbeeld van hoogleraar voedingsleer Martijn Katan, die onlangs zelf het boek Voedingsmythes – Over valse hoop en nodeloze vrees uitbracht, wuift ze weg. “Katan is een idioot. Hij maakt mensen onnodig in de war en helpt de bestaande wetenschappelijke kennis over gezonde voeding vakkundig om zeep. Schandalig vind ik dat. Volgens mij zit er vooral jaloezie achter.”

Broodvervanger

Nog één kritische noot dan. Van de recepten in The Sitting Chef zullen veel lezers in eerste instantie vreemd opkijken. Niet iedereen staat immers te springen bij het idee van een groene ontbijtsmoothie met onder andere spinazie, koriander, gemberwortel en hennepzaad. En lang niet alle mensen weten waar ze bijvoorbeeld kokosbloesemsiroop, granaatappelpitjes of chlorellapoeder kunnen kopen. Is Postma’s methode wel voor iedereen geschikt? Of is die toch vooral bedoeld voor hoogopgeleide, bewuste en welgestelde vrouwen?

“Zeker niet!”, betuigt ze. “De tachtig recepten in het boek zijn allemaal gemakkelijk te maken. En verreweg de meeste ingrediënten kun je gewoon bij de supermarkt vinden. Je hoeft daarvoor echt niet meer per se naar de natuurwinkel, zoals vroeger. Albert Heijn heeft tegenwoordig tarwevrije pasta, bij Jumbo liggen de producten van De Vegetarische Slager in het koelvak. Chiazaad en kokosboter koop ik zelfs bij de Action. Om het mensen nog makkelijker te maken, ontwikkelen we nu een eigen productenlijn van The Sitting Chef. Als eerste lanceren we een broodvervanger zonder tarwe, vanaf deze week te koop bij de Friese eko-bakkerij Bolhuis in Jubbega, en op markten in Dokkum, Drachten en Leeuwarden. Binnenkort zijn de producten ook in de rest van Nederland te vinden.”

Als we na twee uur onze spullen pakken om te vertrekken, is Postma’s koffie met sojamelk op. Haar kersengebakje blijft grotendeels onaangeroerd op het terras achter.

[Kader]

Paspoort

Naam: Annemarie de Vries – Postma

Geboren: 27 april 1969 te Nieuwkoop

Opleiding: middelbare school RSG Heerenveen. Studeerde rechten in Amsterdam.

Werk: Won in 1991 de prefinale van de internationale modellenwedstrijd Elite’s Look of the Year en werd daarna het eerste Europese fotomodel met een zichtbare handicap. Liet zich in 1995 fotograferen voor de Playboy. Had acht jaar een wekelijkse column in het Algemeen Dagblad. Startte in 1996 met het schrijven boeken over spiritualiteit en gezondheid, die internationaal succes oogstten. Ze geeft over ook lezingen over deze thema’s. The Sitting Chef is haar 16e boek.

Privé: Sinds 2010 getrouwd met Robin de Vries. Samen met hun acht honden wonen ze in een woonboerderij in Friesland.

Zie ook: thesittingchef.com.

 

 

EEN MOOIE STEM ALLEEN IS NIET GENOEG

9 mei

2016-05-08 LC Stemmenbureau

Foto: Jean-Pierre Jans

Gepubliceerd in de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden, zaterdag 8 mei 2016.

Het klinkt zo gemakkelijk, geld verdienen met je stem. Maar er komt heel wat bij kijken om een professionele voice-over te worden. Dat ontdekte journalist Marte van Santen (40) toen ze onlangs auditie deed bij een stemmenbureau.

“Kun je wat meer melodie in je stem aanbrengen? Het einde van de woorden duidelijker articuleren? De tekst met een glimlach voorlezen? Doe maar alsof je tegen een vriendin praat. En dan graag de klemtoon op de bedrijfsnaam leggen.”

Van achter het glas spreekt geluidstechnicus Klaas Peter Olijnsma me bemoedigend toe. “Erger jij je ook zo aan stoppeltjes?” begin ik voor de vijfde keer aan de tekst voor een radioreclame over epileren. Niet te langzaam, maar ook zeker niet te snel. Met levendigheid, overtuiging en pit. En pauzes op de juiste plekken. Mijn hoofd duizelt van alle aanwijzingen. Wie denkt dat een voice-over inspreken makkelijk is, kan ik direct uit de droom helpen; het is een echt vak.

Al mijn hele leven hoor ik regelmatig dat ik zo’n fijne stem heb. Tja, dat geldt voor meer mensen, dacht ik altijd. Maar toen een wildvreemde me een paar maanden geleden op het hart drukte om daar echt eens iets mee te doen, besloot ik de stoute schoenen aan te trekken en me aan te melden bij een stemmenbureau. Zo komt het dat ik op een zonnige vrijdagmiddag in de geluidsstudio van Inter Voice Over zit, het grootste stemmenbureau van Nederland.

Zwoel

Een paar uur eerder in een zalencomplex aan de rand van Amsterdam. Met twaalf anderen voice-over-wannabees schuif ik aan bij de Introductieworkshop Stemacteren van Inter Voice Over. Bedoeld voor mensen zoals ik, die graag in het vak aan de slag willen, maar niet weten hoe of waar ze moeten beginnen.

Eén voor één stellen we ons voor. Er is een secretaresse, een copywriter, een thuisblijfmoeder en een jongen die net van de toneelschool komt. Acht vrouwen en vijf mannen van alle leeftijden, met als enige overeenkomst dat we geen van allen ooit iets hebben ingesproken.

Als een vertaler van een jaar of vijftig zijn naam noemt, weet ik meteen: hij heeft het. Wat een prachtige, warme stem! Al zou het telefoonboek voorlezen, dan zou ik nog uren naar hem kunnen luisteren. Ineens ben ik me hyperbewust van mijn eigen stemgeluid, en probeer ik, als het mijn beurt is, extra zwoel te klinken. Kon ik maar de gedachten lezen van docent Tamara Bok, een succesvolle, professionele voice-over. Dan wist ik tenminste of ik bij mijn auditie later op de dag een reële kans maak, of dat ik mijn tijd hier zit te verdoen.

Reality check

In rap tempo neemt Tamara ons mee op een reis door de stemmenwereld. Als je erop gaat letten, merk je dat voice overs op veel meer plekken worden gebruikt dan je zou denken. Bij radio- en televisiereclames en telefooncentrales natuurlijk, maar bijvoorbeeld ook voor het inspreken van games, museum tours, instructievideo’s en online cursussen. 80 procent van al het voice-overwerk is informatief.

Mensen die hopen met hun stem per direct hun brood te kunnen verdienen, komen van een koude kermis thuis. Voor minder dan 20 procent van de stemmen die bij Inter Voice Over staan ingeschreven, is het een fulltime baan. Nog een eye-opener: inspreken moet je leren. Dat betekent: je kaak- en tongspieren trainen. Lessen van een ademhalingscoach, logopedist en ervaren voice over. En vooral héél veel oefenen. Dagelijks jezelf opnemen en terugluisteren, luidt het devies.

Wie het professioneel wil aanpakken, doet er verder goed aan om te investeren in een (simpele) thuisstudio. Voor minder dan duizend euro heb je al een aardige set spullen, aldus Tamara. Dan moet je jezelf wel nog even een computerprogramma eigen maken waarmee je stemopnames kunt bewerken. En natuurlijk heb je een website nodig. Want als opdrachtgevers je niet weten te vinden, kom je nooit ergens. Het is een goede reality check. Heb ik dit er echt allemaal voor over?

Buikademhaling

Na anderhalf uur theorie, gaan we zelf aan de slag. Eerst oefenen we in duo’s met het inspreken van een korte tekst. Vervolgens moeten we in de groep met de billen bloot. Met simpele suggesties over bijvoorbeeld snelheid, volume en toonhoogte lukt het Tamara om de deelnemers in korte tijd heel anders  en vooral ook beter te laten klinken.

Dan ben ik aan de beurt met mijn tekst over tankstations. Van jongs af aan ben ik een makkelijke prater. Ook met spreken in het openbaar heb ik normaal geen enkele moeite. Maar nu slaat de stress toch toe. Buiten adem raffel ik de zinnen met een piepstem af. Voor mijn gevoel ligt elk woord onder een vergrootglas. En dan zijn er ook nog de twaalf potentiële concurrenten die me genoegzaam aanstaren. Hoe houden acteurs en modellen het vol om keer op keer zo en public te worden beoordeeld?

Tamara laat me staan om het vanuit mijn buik ademen te vergemakkelijken. Ze adviseert me om mijn stem omhoog te projecteren, en meer te variëren met het tempo. Na zes pogingen weet ik het zeker: ik kan die nieuwe carrière als voice-over wel op mijn buik schrijven. Hoef ik me tenminste ook niet meer druk te maken over mijn auditie.

Commercials

Even later zit ik dan ook relatief ontspannen in de opnamestudio van Inter Voice Over aan de Amsterdamse Keizersgracht. Geluidstechnicus Klaas Peter blijkt een paar jaar geleden van Friesland naar Amsterdam te zijn verhuisd, terwijl ik vorig jaar juist het tegenovergestelde heb gedaan. Relaxt kletsen we wat over het verschil tussen wonen in het noorden of in de Randstad.

“Zo, nu heb ik meteen kunnen horen waarvoor je stem het meest geschikt is”, zegt hij na tien minuten. Hij geeft me vier korte tekstjes, waarvan drie commercials. Nadat hij me in een geluidsdichte ruimte achter een microfoon heeft geïnstalleerd, laat hij me het eerste stukje (over een skigebied in Scandinavië) op mijn eigen manier voorlezen. “Prima start”, klinkt het vanachter het glas, waar Klaas Peter de knoppen bedient. “We doen het nog eens, maar nu met wat meer enthousiasme.”

Elke volgende lezing vraagt de geluidstechnicus me om nieuwe dingen aan te passen. Of ik sommige woorden wat minder hard kan aanzetten. En of ik mijn tempo aan het einde van de zin wil vertragen. “Helemaal goed!”, concludeert hij na de vijfde take. Via de koptelefoon op mijn hoofd laat hij me de eerste en de laatste versie horen. Ik herken mijn eigen stem nauwelijks terug. Wat een verschil! Het geeft me vertrouwen voor de tweede tekst, een radiocommercial voor een telecombedrijf.

Of het nu komt door de geestdrift van Klaas Peter of door het feit dat ik me (zonder twaalf pottenkijkers) heel veilig voel in de studio, ineens krijg ik de smaak te pakken. Tegen de tijd dat de laatste tekst – een autocommercial – erop staat, vind ik het gewoon jammer dat de auditie alweer voorbij is. Voor mijn gevoel begin ik pas net op gang te komen. Wat is dit leuk! Ja, ik zal met plezier dagelijks oefenen. En ja, ik ga zo nodig op spraakles. Want dit wil ik vaker doen.

Juiste kwaliteiten

Of het daadwerkelijk zo ver komt, hangt af van de mening van de mensen van het stemmenbureau. Daar moet ik helaas langer op wachten dan me lief is – om een objectief oordeel te kunnen geven, wordt een auditie nooit direct beoordeeld. Maar 2,5 week later vind ik dan eindelijk een bericht van Inter Voice Over in mijn mailbox. “Na een uitgebreide beoordeling zijn we tot de conclusie gekomen dat je over de juiste kwaliteiten beschikt om als voice over te werken”, begint de brief. Jubelend maak ik een rondedansje. Ik kan niet wachten om weer de studio in te duiken. Wie weet hoort u me binnenkort dus wel op de radio. Al zult u dan geen idee hebben dat ik het ben.

[Kader]

Wat maakt een goede voice-over?

  • Een mooie of karakteristieke stem.
  • Makkelijk, foutloos en verstaanbaar kunnen inspreken.
  • Begrijpen welke boodschap de klant wil overbrengen (tekstinzicht).
  • ‘Regisseerbaar’ zijn, oftewel: aanwijzingen goed kunnen opvolgen.
  • Het liefst breed inzet baar zijn (voor verschillende soorten teksten).

[Kader]

Waar worden voice-overs zo al voor gebruikt?

  • Radio- en televisiereclames
  • Tv-programma’s
  • Telefooncentrales
  • Omroepsystemen, bijvoorbeeld op de luchthaven, het station of in winkels
  • Tekenfilms
  • Instructiefilms, veiligheidsvideo’s en webinars
  • Online opleidingen (e-learning)
  • Museumtours
  • Apps en games

[kader]

Introductieworkshop Stemacteren

Voor mensen die zich afvragen of voice-over zijn iets voor hen is, organiseert stemmenbureau Inter Voice Over de Introductieworkshop Stemacteren. Je maakt kennis met de basisvereisten die nodig zijn om succesvol als stemacteur te werken. Daarnaast krijg je de gelegenheid om in de praktijk te oefenen. De volgende workshops vinden plaats in mei, juni en augustus in Amsterdam. Kosten: € 169,00. Informatie en inschrijving: intervoiceover.com/nl/workshops.

DOSSIER: ZORGEN VOOR JE OUDERS

2 mei

Gepubliceerd in Margriet 18, 29 april 2016.

Je moeder begint oud te worden. Ze heeft het ene gezondheidsprobleem na het andere, moet vaak naar de dokter en is een stuk minder actief dan vroeger. Ook al beweert ze dat ze jouw hulp niet nodig heeft, je merkt aan alles dat ze die steun juist heel goed kan gebruiken. Hoe pak je dat aan? En hoe voorkom je dat je er zelf aan onderdoor gaat?

[Tekstblok]

Niet tot last

Met de vergrijzing op komst neemt het aantal ouders dat hulp nodig heeft alleen maar toe. De helft van alle Nederlanders vindt het heel vanzelfsprekend dat je zo nodig voor je ouders zorgt, zo blijkt uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) uit 2015. Opvallend hebben vooral jongeren tussen de 18 en 25 jaar die mening; van hen vindt 80 procent dit. Zodra we zelf ouder zijn, denken we minder vaak dat onze kinderen voor ons zouden moeten zorgen. Zo meent van de 55-plussers nog maar 34 procent dat kinderen verantwoordelijk zijn voor de zorg van ouders. Dat komt omdat we ze vooral niet tot last willen zijn. In de praktijk zijn het trouwens vooral 45-plussers die ouders bijstaan.

[Tekstblok]

Als (een van) je ouder(s) plotseling hulpbehoevend wordt, staat je wereld op zijn kop. Het moment breekt aan dat jij voor je ouders moet gaan zorgen, in plaats van andersom. Dat is confronterend, en soms ook pijnlijk. Hoe ga je daarmee om? We vroegen het familietherapeut Else-Marie van den Eerenbeemt, schrijfster van onder andere het boek Door het oog van de familie: liefde, leed en loyaliteit.

“Tenzij je ouders heel jong overlijden, wordt iedereen op een gegeven moment de ouder van zijn ouders; het hoort bij de cyclus van het leven. Maar dat maakt het nog niet makkelijk. Wat kan helpen is om je te richten op een gevoel van dankbaarheid. Voor wat je ouders voor jou hebben betekend en wat jij in deze fase voor hen kan betekenen.”

Veel ouderen willen hun kinderen niet met hun zorg belasten, bleek onlangs uit onderzoek van het CBS.

“Begrijpelijk, want als ze zelf voor hún ouders hebben gezorgd, weten ze hoe zwaar het kan zijn. Toch is het belangrijk om je kinderen die kans te bieden. Uit onderzoek dat ik zelf heb gedaan kwam namelijk naar voren dat voor je ouders zorgen bijdraagt aan je eigen welzijn. Het geeft een gevoel van waardering en verbondenheid.”

Hoe maak je het onderwerp bespreekbaar als je ouders zelf vinden dat ze geen hulp nodig hebben, of ze die niet accepteren?

“Vooropgesteld: het is voor niemand makkelijk om hierover te praten. Neem er de tijd voor, doe het in stapjes. Zeg niet meteen: ‘ik vind dat jullie moeten verhuizen’, maar begin bijvoorbeeld met het meenemen van wat extra boodschappen. Het allerbelangrijkste is om je ouders in hun waarde te laten.”

Hoe doe je dat?

“De sleutel is het gesprek te beginnen met te zeggen dat je zo blij bent met wat je ouders allemaal voor jou hebben gedaan, en dat je heel graag iets wilt terugdoen. Laat blijken dat je snapt dat het moeilijk en verdrietig is, maar dat je er samen het beste van wilt maken. Wat ook goed kan werken, is om kleinkinderen het ‘breekijzer’ te laten zijn. Die zijn vaak minder bedreigend, waardoor (groot)ouders meer van ze accepteren.”

Wat als je een slechte relatie met een of beide ouders hebt en helemaal niet voor ze wíl zorgen?

“Zelfs dan geldt: iets doen is beter dan niets doen. Na hun overlijden helpt dat om sneller met je gevoel in het reine te komen. Realiseer dat je je ouders niet meer kan veranderen.”

Hoe voorkom je dat je ruzie met broer(s) of zus(sen) krijgt?

“Onderlinge waardering is heel belangrijk. Als broers en zussen oog hebben voor elkaars inspanningen, blijft het meestal wel goed gaan. Het wordt lastiger als er één grote ‘gever’ is, die geen ruimte aan anderen biedt om ook wat te doen, of die niet inziet dat de anderen ook hun steentje bijdragen. Dan krijg je snel irritaties en scheve ogen.”

Heel veel mantelzorgers voelen zich overbelast.

“Tegen hen zeg ik: probeer niet alles zelf te doen. Overlaten is moeilijk, vooral voor vrouwen. Maar als het je lukt om te accepteren dat 80 procent goed genoeg is, houd je de zorg beter en langer vol. Veel mensen zijn bang om hun ouders te kwetsen als ze hun grenzen aangeven. Leg uit hoe je je voelt, en zeg dat áls je komt, je er 100 procent voor hen bent. Verder is de steun en waardering van je omgeving onmisbaar. Als het lukt de zorg samen met je partner te delen, komt dat je eigen relatie bijna altijd ten goede.”

[Tekstblok]

Praten helpt

Het is niet niks om je ouders achteruit te zien gaan. Zorgen, angst en verdriet daarover zijn heel normaal. Als je het zwaar vindt, kan het helpen om daar regelmatig met iemand over te praten. Vrienden of familie, maar soms is het ook fijn om je verhaal bij een buitenstaander te doen. Neem dan contact op met je huisarts of de Mezzo Mantelzorglijn (0900 – 20 20 496/10ct/pm). Verder zijn er in veel gemeenten organisaties voor mantelzorgondersteuning (zie voor een overzicht: mezzo.nl). Daar kun je onder andere met lotgenoten in contact komen. Dat kan ook via facebook.nl/mezzomantelzorg.

Op de website gezondzorgen.mirro.nl kun je als mantelzorger testen of en in welke mate je last hebt van overbelasting. Verder biedt de site filmpjes met ervaringsverhalen van andere mantelzorgers en een zelfhulpprogramma met tips en oefeningen om je leven (meer) in balans te krijgen. Op mantelzorgpower.nl vind je opdrachten die je helpen om tijd voor jezelf te nemen en grenzen te stellen.

[Cijfers]

Vrouwen zorgen meer

Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) onderzocht vorig jaar de verschillen tussen vrouwen en mannen in het geven van hulp aan (schoon)ouders. De belangrijkste uitkomsten:

  • Bijna twee derde van alle mantelzorgers van (schoon)ouders is vrouw.
  • Zowel vrouwen als mannen geven begeleiding en emotionele steun. Mannen doen wel iets vaker de administratie en vrouwen de verzorging.
  • Zowel vrouwelijke als mannelijke mantelzorgers van (schoon)ouders vinden het heel gewoon om hulp te geven, maar vrouwen voelen zich vaker aangesproken.
  • De meerderheid van de mantelzorgers van (schoon)ouders heeft betaald werk.
  • Van de werkende vrouwen die een (schoon)ouder helpen, heeft 20 procent een fulltime baan. Bij de mannen is dat 75 procent. Mannen ervaren de combinatie van een zorgtaak en (fulltime) baan vaker als zwaar dan vrouwen.

[Tekstblok]

Het keukentafelgesprek

Als je bij de gemeente professionele hulp zoals thuiszorg voor je ouders aanvraagt, komt er iemand langs om in een keukentafelgesprek (officieel: het onderzoek) te kijken welke ondersteuning ze nodig hebben. Het is handig om daar zelf bij te zijn. Voor je ouders, maar ook voor jou als mantelzorger. Gemeenten hebben immers ook de taak om mantelzorgers te ondersteunen. Ginette Klein, coördinator van de Mantelzorglijn van Mezzo, heeft tips over hoe je zo’n gesprek zo goed mogelijk kunt laten verlopen:

  1. “Bereid je voor. Bedenk vooraf waar je zelf als mantelzorger mee geholpen zou zijn. Vraag zo nodig via de gemeente om een (gratis) onafhankelijke cliëntondersteuner. Die kan meedenken en je helpen met de voorbereiding.”
  2. “Schrijf vóór het gesprek op wat je belangrijk vindt om tijdens het gesprek te melden, zodat je niets vergeet.”
  3. “Geef in het gesprek een reëel beeld: waar maakt je je zorgen om, wat kost jou veel energie, waar zou je hulp bij willen?”
  4. “Vraag wat de gemeente voor je kan doen. Welke ondersteuning is er? Is er iets niet helemaal duidelijk? Blijf doorvragen!”
  5. “Het kan moeilijk zijn om in de aanwezigheid van je ouders aan te geven waar je zelf behoefte aan hebt, of wat je lastig vindt in de zorgsituatie. Vraag dan bij de gemeente om een eigen gesprek.”
  6. “Vraag om een schriftelijk verslag van het gesprek. Zo kun je nakijken of de gemeente situatie goed in beeld heeft en welke concrete afspraken er zijn gemaakt.”
  7. “Het keukentafelgesprek is een momentopname. De situatie kan veranderen, of het mantelzorgen kan je zwaarder vallen dan je had gedacht. Spreek daarom een evaluatiemoment met de gemeente af.”

[Tekstblok]

Journaliste Elly Rijnbeek, schrijfster van het boek Dun ijs – De zorg van negen broers en zussen voor hun aftakelende ouders:

“De belangrijkste tip die ik kan geven is om de zorg voor je ouders bespreekbaar te maken nog vóórdat het echt nodig is. Toen mijn 86-jarige moeder in de zomer van 2009 plotseling snel achteruitging, schrok ik me rot. Tot dat moment waren mijn ouders redelijk kras en zelfstandig; met wat poetshulp redden ze het samen. Maar de verzorging voor mijn dementerende vader had van mijn moeder haar tol geëist. Ze begon zombietrekjes te vertonen, vergat van alles. Ineens stortte hun huishouden volledig in en moesten wij kinderen vliegensvlug de dagelijkse mantelzorg op ons nemen. We hadden nooit over dit scenario gesproken, noch met onze ouders, noch met elkaar. Het was dus improviseren. We kregen geen tijd om aan het idee te wennen, wat het extra zwaar maakte.

Het is fijn om de zorg met zoveel mensen te kunnen delen – we waren met negen kinderen plus aanhang en kleinkinderen – maar het maakte de communicatie wel lastig. We deelden vooral veel via de e-mail. Voor je het weet komt een bericht hard of emotieloos over, dan is een misverstand gauw geboren. Zeker omdat het binnen onze familie niet gebruikelijk is om elkaar aan te spreken op gevoel. Verder wilden we allemaal overal iets van vinden, overal over meebeslissen. Maar zo veel kapiteins op een schip, dat werkt natuurlijk niet. Achteraf hadden we beter één coördinator kunnen aanwijzen, dat had vermoedelijk een hoop verwarring en frustratie gescheeld.

Uiteindelijk zijn we de anderhalf jaar mantelzorg als familie zonder al te kleerscheuren doorgekomen. Althans, dat dachten we. Want na het overlijden van mijn ouders brak er ruzie uit over de erfenis. Toen bleek dat met name één zus zich tijdens de zorgperiode steeds buiten spel gezet voelde. Uiteindelijk heeft ze met de rest van ons gebroken. Heel verdrietig dat het zo ver heeft moeten komen. Als we eerder en beter met elkaar over onze gevoelens hadden gepraat, had dat waarschijnlijk niet gehoeven.”

 

[Tekstblok]

Digitale hulp

Samen de zorg voor iemand delen kan knap ingewikkeld zijn. Gelukkig zijn er steeds meer handige hulpjes, zoals een gedeelde digitale agenda, waarmee je eenvoudig afspraken kunt plannen, bezoekschema’s kunt maken en informatie kunt delen. Dat bespaart tijd, voorkomt misverstanden en geeft rust. Caren is een voorbeeld van een gratis internetprogramma (carenzorgt.nl) waarmee je een netwerk opbouwt rond iemand die zorg nodig heeft. De basis bestaat uit een digitale agenda en logboek, waarin je afspraken bijhoudt en informatie uitwisselt. Alleen mensen die je ervoor uitnodigt, kunnen aan jouw netwerk deelnemen. Andere mantelzorgers, maar ook hulpverleners. Zo kun je als naaste bijvoorbeeld zien welke thuiszorgmedewerker wanneer langskomt. Andere voorbeelden van websites voor mantelzorgers om in een beveiligde omgeving zorg te organiseren en/of informatie uit te wisselen zijn: wehelpen.nlmiessagenda.nl, sharecare.nl en mantelplan.nl.

[Tekstblok]

Wie gaat dat betalen?

Veel vragen die bij de Mezzo Mantelzorglijn binnenkomen, gaan over geld. Niet verwonderlijk, want als mantelzorger kun je te maken krijgen met allerlei extra uitgaven. Coördinator van de Mantelzorglijn Ginette Klein: “Uit recent onderzoek onder ons Mantelzorgpanel blijkt dat 55 procent van de mantelzorgers financieel krap zit of geld tekortkomt. Voor 15 procent staan de kosten het zorgen zelfs in de weg. Zij hebben vanwege de kosten minder hulp gegeven dan ze wilden. Alleen al was-, reis- en telefoonkosten komen neer op gemiddeld 1.100 euro op jaarbasis.”

Om je in de kosten tegemoet te komen, was er voorheen het mantelzorgcompliment. Dat was een vast bedrag dat aan mantelzorgers werd uitbetaald, maar sinds 1 januari 2015 mag elke gemeente zelf weten hoe hun ze het budget voor mantelzorgwaardering wil besteden. “Om voor deze waardering in aanmerking te komen, moet de gemeente wel weten dat je zorgtaken verleent”, aldus Klein. “Meld je daarom officieel bij het Wmo-loket als mantelzorger. Daar kunnen ze je ook meer vertellen over eventuele andere financiële vergoedingen.”

Meer informatie: http://www.mezzo.nl/pagina/voor-mantelzorgers/thema-s/geldzaken

[Tekstblok]

Mantelzorgmakelaar

Word je gek van al het regelwerk en de administratieve rompslomp die bij de zorg voor je ouders komt kijken? Dan kan een mantelzorgmakelaar uitkomst bieden. Die helpt je bijvoorbeeld met:

  • het aanvragen van een indicatie of een persoonsgebonden budget;
  • het invullen van formulieren;
  • afspraken maken met je werkgever;
  • het op orde krijgen van de administratie.

Zoek een organisatie voor mantelzorgondersteuning in de buurt en vraag of die een mantelzorgmakelaar in dienst heeft. Je kunt ook kijken op de website van zelfstandig werkende mantelzorgmakelaars: bmzm.nl. Let op: voor de hulp van deze zelfstandigen moet je zelf betalen. Informeer bij je zorgverzekeraar of daar een vergoeding voor is.

[Tekstblok]

Adempauze

Langdurig voor iemand zorgen kan zwaar zijn. Het is dan verstandig om regelmatig een adempauze te nemen. Doe je dat niet, dan loop je het risico dat je er zelf aan onderdoor gaat, en zijn je ouders en jij nog verder van huis. Gelukkig zijn er steeds meer mogelijkheden om zorgtaken (tijdelijk) over te dragen, zodat je zelf kunt opladen. Respijtzorg, heet dat. Incidenteel, zoals tijdens een vakantie, of structureel, bijvoorbeeld elke week een dagdeel.

Het delen van zorg begint met het bespreekbaar maken. Vraag mensen in je omgeving om je te helpen. Begin als je dat moeilijk vindt met kleine dingen, bijvoorbeeld het doen van een boodschap. Besteed vooral klussen uit die te veel tijd vergen, die je echt vervelend vindt of die je om een andere reden veel moeite kosten.

Wil je liever niet iemand uit je eigen omgeving vragen? Dan kun je ook denken aan een vrijwilliger. Op tijdvoorjezelf.mezzo.nl vind je een overzicht van alle respijtvoorzieningen. Check verder bij het Wmo-loket van je gemeente en bij je zorgverzekeraar wat zij aan mantelzorgondersteuning of vervangende zorg bieden. Voor meer tips, zie: http://www.mezzo.nl/vervangende_zorg

[Cijfers]

Wie doet wat?

  • Zo’n 30 procent van alle 18- tot 80-jarigen helpt ouders of schoonouders. Het vaakst gaat het om:
    • een luisterend oor (20 procent) en
    • hulp bij huishoudelijke taken (14 procent).
  • Slechts 3 procent geeft hulp bij de dagelijkse verzorging.
  • Van de 18- tot 25-jarigen helpt 6 procent hun ouders met huishoudelijke taken, van de 45-tot-55-jarigen is dat 24 procent en van de 65-plussers 40 procent.
  • 18 procent van de vrouwen helpen hun ouders in het huishouden. Van de mannen doet 13 procent dat.
  • Jongere leeftijdsgroepen geven vaker emotionele steun. Ongeveer een derde van de 18- tot 35-jarigen biedt een luisterend oor als de ouders persoonlijke zaken willen bespreken, en ongeveer een op de tien 55- tot 80-jarigen.
  • 38 procent van de mannen en 28 procent van de vrouwen dat volwassen kinderen financieel moeten bijspringen wanneer ouders het financieel niet redden. Toch steunt in de praktijk maar 2 procent van de volwassenen hun ouders met geld of goederen.

Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek, 2015

[Tekstblok]

Hoe moet dat met mijn werk?

Het is lang niet altijd gemakkelijk om werk te combineren met intensieve zorgtaken. Iedere zorgsituatie is anders, maar vaak is er meer mogelijk dan je denkt. De Stichting Werk & Mantelzorg heeft hierover een speciale website ontwikkeld, mantelzorgpower.nl. “Je vindt er een overzicht van (wettelijke) regelingen die je kunnen helpen, bijvoorbeeld kort- of langdurig zorgverlof, calamiteitenverlof en flexibel werken”, vertelt Coördinator Ginette Klein van de Mezzo Mantelzorglijn. “Ook in cao’s staan steeds vaker afspraken om werk en privé beter te kunnen combineren. Daarnaast vind je op de website informatie en tips over (maatwerk)oplossingen en hoe je hierover met je leidinggevende het gesprek kunt aangaan. Er is ook aandacht voor de persoonlijke kant. De module ‘Aan de slag met mijzelf’ helpt je bijvoorbeeld om voldoende tijd te nemen voor jezelf en om te gaan met veranderingen.”

 

%d bloggers liken dit: