DE ANDES OP WIERINGEN

15 Jul

Gepubliceerd in Buitenleven 4, mei 2016. 

Hun wol is zachter én warmer is dan die van schapen. Eigenlijk vreemd dus, dat niet veel meer mensen alpaca’s houden en hun vachten gebruiken. Diana van der Kraats is in ieder geval om; sinds een paar jaar spint ze de wol van haar eigen kudde. “Ik wil nooit meer een trui van iets anders.”

 

“Alpaca’s, zijn dat niet een soort lama’s?” Het is de vraag die Diana van der Kraats misschien wel het meest krijgt. Samen met haar man Dirk houdt ze sinds 2009 een hobbykudde van elf álpaca’s – met de klemtoon op de eerste a. “Jarenlang hebben we geiten en schapen gehad”, vertelt ze. “Hartstikke leuk, maar de geiten sloopten alles en aten de bomen op. Bovendien wilden we weer eens iets anders. Op tv zag ik een uitzending over een alpacaboerderij in Groningen. Dat is het, dacht ik. Toen we er gingen kijken, was ik meteen verkocht. Ze zijn zo mak en aanhankelijk. Net kleine paardjes, maar dan met een heel warme vacht.”

Een vak apart

Weg van de drukte en het haastige leven; dat was de voornaamste reden waarom Diana en Dirk 25 jaar geleden een vrijstaand huis kochten in de kop van Noord-Holland. Op het voormalig eiland Wieringen,  konden ze na lange werkdagen hun hoofd leegmaken, en weer helemaal opladen. In de loop van de jaren toverden ze hun tuin van 5000 vierkante meter om tot een waar paradijsje, met tal van bijzondere hortensia’s en een gigantische eendenvijver. Erachter hebben de alpaca’s een weiland om te grazen. De nieuwste aanwinst op hun minilandgoed: een door Diana stijlvol gedecoreerde vakantiewoning. Mensen die er logeren kunnen zomaar een van haar negen Perzische katten tegenkomen. En dan zijn er ook nog de bijzondere kippen (voor de kenners: zijdehoenders en vorwerkhoenders) en twee Schotse collies. “Vervelen doen we ons hier nooit”, lacht Diana. “Met zoveel dieren kun je nooit zeggen: vandaag even niet. Maar daar kiezen we bewust voor, er is niets wat ons gelukkiger maakt.”

Trots leidt ze ons door de tuin naar het verblijf van de alpaca’s. Die leven het hele jaar buiten – oorspronkelijk afkomstig uit de Zuid-Amerikaanse Andes zijn de berglama’s, zoals ze ook worden genoemd, wel wat gewend. Hun enige ‘luxe’ is een halfopen stal en een afdak tegen de regen.

Als we voor het hek staan, komen ze nieuwsgierig kijken. Huisdieren wil Diana ze niet noemen, maar ze voelt wel een sterkere band met ze dan ze voorheen met haar schapen en geiten had. “Niet voor niets hebben we allemaal namen gegeven. Alpaca’s zijn hartstikke lief en slim. Ze hebben allemaal een eigen karakter. En ze luisteren heel goed; roep je ze, dan komen ze direct. Sociaal zijn ze trouwens ook. Als de kippen eieren leggen in hun hooi, eten ze daar netjes omheen.”

In het onderhoud zijn de dieren relatief makkelijk. Hun grasdieet vult Diana aan met hooi, wortels, bietenpulp en speciale alpacabrokjes. Aan de vacht hoeft ze niets te doen, behalve hem eens per jaar in mei of juni af te scheren. Van een volwassen dier komt dan zo’n drie kilo wol af. “De eerste keer lieten we dat door een schaapscheerder doen”, vertelt Diana. “Toen bleek dat een alpaca scheren echt een vak apart is. Schapen zet je makkelijk op hun kont om te scheren, dat lukt bij alpaca’s dus niet. Voor we het wisten werd de beste man gelanceerd – een volwassen alpaca weegt al gauw 80 à 90 kilo. Sindsdien laten we het werk door een gespecialiseerde alpacascheerder doen.”

Spinnen als meditatie

Als we even later binnen aan de thee zitten, komt Diana met een paar grote bruine papieren zakken aan. “Kijk, dit zijn de afgeschoren vachten”, zegt ze. “Ze moeten in papier worden bewaard, anders beschadigt de vezel en valt die uit elkaar.” In elke zak zit één vacht. Dat heeft te maken met de unieke kleur ervan. Als enige dier ter wereld kent de alpaca 22 verschillende tinten van wit, grijs en bruin, met wel 200 verschillende schakeringen. Dat maakt elke vacht uniek. Dan wil je de wol dus niet zomaar door elkaar gooien.

Diana haalt een stuk uit de zak. Zelfs onbewerkt voel je hoe zacht die is. “Alpacawol is qua draagcomfort vergelijkbaar met kasjmier en mohair”, verklaart ze. “En lichter, sterker en warmer dan schapenwol. Bovendien is hij hypoallergeen, omdat er – anders dan bij schapen – geen vettige lanoline in zit.”

Tot drie jaar geleden verkocht ze haar vachten jaarlijks. Toen stelde haar buurvrouw en vriendin Marinda voor om haar te leren spinnen, dat had ze vroeger zelf veel gedaan. Diana twijfelde. “Ik dacht dat het heel moeilijk zou zijn, maar ik bleek er feeling voor te hebben. Binnen twee dagen had ik het in de vingers. Daarna werd het al snel een verslaving. Het is een uitdaging om de draad zo dun mogelijk te krijgen.”

Daar komt meer bij kijken dan je misschien denkt. Een afgeschoren vacht wordt eerst met de hand schoongemaakt. ‘Skirten’ heet dat. De volgende stap is om de vacht te ‘kaarden’. Met een kaardmolen of twee handkaarden (een soort platte borstels) wordt de wol uitgekamd, waarbij de vezels allemaal dezelfde kant op komen te liggen. Dat maakt het makkelijker om er daarna een fijne, gladde draad van te spinnen. Dat gebeurt, zoals bij alle wol, op een spinnenwiel.

“Maar het vergt wel wat extra vaardigheid om alpacawol te verwerken”, aldus Diana. “Hij is niet vet en plakkerig, zoals schapenwol, waardoor hij sneller uit elkaar valt. Je moet hem dus in kleine plukjes naar het wiel leiden.”

Spinnen, dat heeft voor veel mensen toch iets suffigs en ouderwets. Een oud ambacht uit sprookjes, uitgevoerd door kromgetrokken oude vrouwtjes. Maar Diana is alles behalve dat. “In eerste instantie kijken bezoekers inderdaad vaak vreemd op als ze me achter het wiel zien zitten. Uit nieuwsgierigheid willen ze het vaak wel zelf proberen. Dan zien ze hoe leuk het is om iets onder je handen te zien ontstaan. Maar spinnen doet meer met je; het is een heel rustgevende bezigheid. Door de ritmiek van het spinnenwiel kom je in een soort trance. Het voelt haast als een vorm van meditatie. Niet voor niets wint spinnen de laatste jaren weer enorm aan populariteit. Zelf ervaar ik de helende werking ook. Als ik een baaldag heb en ik ga een paar uur spinnen, kan ik er daarna weer volop tegenaan.”

Nooit meer iets anders

Met het kaarden en spinnen van één vacht is Diana gemiddeld een dag of drie bezig. Daarna moet de draad nog in elkaar worden gedraaid om hem te verdubbelen, het zogenaamde ‘twijnen’. Doe je dat niet, dan trekt je breiwerk later scheef. Uiteindelijk houdt Diana van één vacht zo’n dertig bolletjes wol van 50 gram over. Genoeg om een flinke trui van te breien, maat large.

“De eerste keer dat ik een vacht spon, was de draad heel dik. Het vest dat ik er vervolgens van maakte, draag ik bijna nooit; het is veel te warm. Gaandeweg kreeg ik er meer behendigheid in. Hoe dunner de draad, hoe mooier en soepeler het eindresultaat.”

Inmiddels lopen niet alleen Diana en haar man, maar ook familieleden allemaal in alpacatruien. Gebreid door Diana natuurlijk. Want als je eenmaal alpacawol hebt gevoeld, wil je volgens haar nooit meer anders. “Wat dat betreft ben ik wel verwend geraakt. Truien in de winkel vind ik al snel van minderwaardige kwaliteit. Bovendien prikken ze altijd meer dan die van mijn eigen, superzachte wol.” Voor het breien zou ze de wol nog kunnen verven, maar dat vindt ze zonde. “Het natuurlijke kleurverloop in de vachten is prachtig. Ik vind het juist leuk om dat in een kledingstuk terug te zien. En je weet in ieder geval zeker dat je nooit iemand met dezelfde trui tegenkomt.”

Tot slot nog even terug naar de lama’s: zijn alpaca’s daar nu familie van of niet? “Jazeker”, bevestigt ze. “Het belangrijkste verschil is dat lama’s hebben geen vacht hebben, maar haar. Dat kun je niet spinnen en valt jaarlijks uit. Ze hoeven dus niet geschoren te worden. En ja, net als lama’s kunnen alpaca’s spugen. Dat doen ze overigens alleen als ze in paniek zijn. Mij is het nooit overkomen, maar mijn man wel. Dat wil je liever niet meemaken; de stank blijft je nog dagen achtervolgen.”

[Kader]

Dit is de alpaca

Alpaca’s – in de volksmond ook wel berglama’s genoemd – behoren tot de familie van de kameelachtigen. Oorspronkelijk komen ze uit Zuid-Amerika, waar ze in de Andes voor hun wol worden gehouden. Hun schofthoogte is zo’n 90 centimeter. Daarmee zijn ze tien tot twintig centimeter kleiner dan lama’s. Gemiddeld worden ze 25 jaar oud. Lama’s worden ook wel de ‘schepen van de Andes’ genoemd; hun rug is zeer geschikt om vracht te dragen. Dat geldt niet voor alpaca’s. Hun rug kan eigenlijk niets dragen, zelfs geen klein kind.

[Kader]

Zelf spinnen?

Diana geeft regelmatig spinworkshops. Zie voor meer informatie: hortensiahof.com. Op landelijkespingroep.nl vind je meer over het ambacht, de materialen, lokale spingroepen en andere leslocaties in het land. Op 22 oktober organiseert de Landelijeke Spingroep in conferentiecentrum Mennorode te Elspeet de Landelijke Spindag 2016. De groep is ook de organisator van het Nederlands Kampioenschap Wolspinnen en de landelijke wedstrijd ‘Het spinnen van de langste draad uit 2 gram wol’.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: