POST

15 Jul

Gepubliceerd in Buitenleven 4, mei 2016.

Iedere week schrijven moeder Francien en dochter Marte, beide import Friezen, elkaar op deze plek over hun ervaringen met het dorpsleven. Deze keer over groene vingers, slakken en een dassenburcht.

  • Illustratrice Francien van Westering (65), bekend van haar kattentekeningen, verhuisde vijftien jaar geleden van de randstad naar een lieflijk boerderijtje in Zuid-Friesland. Daar woont ze met haar man Bram, haar Tibetaanse terriër Dribbel, vijf poezen, zes hennen en een haan.
  • Begin vorig jaar besloot Franciens dochter, journaliste Marte van Santen (41), haar te volgen. Ze verruilde haar Amsterdamse appartement voor een hoekhuis in een klein Fries plaatsje, 20 kilometer bij haar moeder vandaan. Ze deelt haar woning met haar grijze koningspoedel Dirkje.

Lieve Marte,

Als meisje heb ik een keer een vakantie doorgebracht op een boerderij. Ik herinner me nog goed hoe ik ’s ochtends om zes uur met de boer en zijn zoon in een bootje door mistige, brede sloten naar een verafgelegen weiland voer waar de koeien gemolken moesten worden. Gewoon, met de hand. Nooit vergeet ik het gevoel van de warme uiers in mijn handen, het geluid van de straal melk die in de emmer spoot en de onmiskenbare geur van die verse melk. Het leek wel een droomwereld.

Nu ik permanent tussen de boerderijen woon, is van dat romantische beeld uit mijn jeugd niet veel meer over. Dat komt natuurlijk omdat je als volwassene heel anders naar dingen kijkt dan als kind. Maar er is ook echt veel veranderd. Boeren slapen niet meer in een bedstee en ze melken al heel lang niet meer met de hand.  Een boerderij moet nu zo efficiënt mogelijk productie draaien, dat is logisch.

Vroeger dacht ik dat boeren enorm verbonden waren met de natuur. Dat zijn ze ook, maar niet op de manier die ik had verwacht. Mijn boerenbuurman is altijd buiten. Hij houdt hartstochtelijk van zijn grond. Zijn idee van mooie natuur is een strak weiland, zonder onkruid en zonder struiken of bomen aan de randen. Hij heeft een hartgrondige hekel aan het natuurgebied dat aan zijn terrein grenst. Want daar is het – in zijn ogen – chaos. Bovendien wonen er vossen, dassen en buizerds. En die zorgen voor overlast.

Hij begrijpt niet dat ik helemaal lyrisch kan worden van de dassenburcht aan de rand van het bos tegenover mijn huis. Ik ben ’s nachts een keer een das tegengekomen en ik wist niet wat me overkwam. Het was een bijna magische ervaring. Maar mijn boerenbuurman vindt dassen lastig, omdat ze het weiland omwoelen en van de maïs eten. Ik vind vossen prachtige dieren, maar ongeveer iedereen in mijn omgeving haat ze. Want als ze de kans krijgen eten ze je kippen op, net als de buizerd. Terwijl ik altijd blij word als ik een buizerd op een paaltje zie zitten, zo mooi en zo nobel.

Ik wou maar zeggen: mijn boerenbuurman en ik verschillen nog wel eens flink van mening over het buitenleven. Maar we kunnen het verder prima met elkaar vinden hoor. En één ding is trouwens niet veranderd; verse melk ruikt nog net zo lekker als vroeger!

Dikke kus,

Francien

———————————————————————-

Lieve Mam,

Laatst was ik voor een reportage bij een boerderij met 75 koeien bij mij in de buurt. De boer was daar geboren, net als zijn vader vóór hem. Dat dat nog bestaat! Vol passie vertelden de mannen over het bedrijf. De 17-jarige zoon van het gezin was al net zo enthousiast; hij kon niet wachten om de melkveehouderij over te nemen. Maar romantisch? Nee, dat was hun verhaal zeker niet. Het ging over technische snufjes, spannende innovaties en grote investeringen. Want boeren is anno 2016 dus schijnbaar vooral ondernemen.

Dieren moeten op het platteland nuttig zijn. Een koe zorgt voor brood op de plank, een hond bewaakt het erf. Als een beest ziek wordt, maakt een boer een economische afweging: is het financieel de moeite waard om hem te laten behandelen? Zo niet, dan kun je wel raden wat er gebeurt… Ik probeer daar niet te veel bij stil te staan als ik weer eens een mank schaap zie hobbelen. Anders heb ik geen leven hier.

Zelf ren ik al naar de dierenarts als Dirkje één dag niet eet. Ik kan het niet aanzien als ze pijn lijdt. Na een operatie ga ik middenin de nacht kijken of het wel goed met haar gaat. Toen mijn vorige hond overleed, heb ik dagenlang gehuild. Alleen al om die reden had ik nooit aan Boer zoekt vrouw kunnen meedoen; ik had elk dier willen redden. Niet voor niets was ik op mijn tiende al vegetariër.

Nog zo’n verschil: in Amsterdam droegen veel honden ’s winters jasjes. Mijn eigen hond deed ik, als het heel vies weer was, ook wel eens een regencape om. En toen het een keer erg sneeuwde en mijn oude Cocker Spaniël vanwege de ijsklompjes tussen zijn tenen niet meer wilde lopen, heb ik zelfs laarsjes voor hem gekocht. In de stad keek niemand daarvan op; ze vonden het wel schattig. Maar in Friesland zou ik me daar nooit mee durven vertonen. Dan word ik faliekant uitlachten.

En toch. Pas zag ik een boerenbuurvrouw met een vogel in haar armen voorbij wandelen. Het bleek een gewonde meerkoet te zijn. Die wordt een kopje kleiner gemaakt, dacht ik meteen. Niets bleek minder waar. De boerin wikkelde hem in een handdoek, legde hem in de auto en bracht hem naar de dichtstbijzijnde vogelopvang. Dat is de magie van dieren; ze laten niemand onberoerd.

Alle liefs,

Marte

 

 

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: