MARIELLE IS OORLOGSFOTOGRAFE

24 Jul

Gepubliceerd in Margriet 30, 15 juli 2016. 

Vrouwen en kinderen in conflictgebieden een gezicht geven: dat is de missie van fotografe Mariëlle van Uitert (42). Vier jaar geleden kostte die haar bijna haar leven.

“‘Ik kan het mijn ouders en mijn vriendin niet aandoen om dood te gaan.’ Dat was het eerste wat ik dacht toen onze auto in Syrië werd klemgereden door mannen met messen en Kalasjnikovs. Ik was in 2012 in de stad Aleppo om een reportage te maken over hoe moeders in de waanzin van de oorlog proberen hun gezinnen bij elkaar te houden. Samen met een Amerikaanse, een Hongaarse, een Japanse en een Nederlandse journalist had ik net een ziekenhuis bezocht, toen kidnappers onze chauffeur uit de auto gooiden en ons wegvoerden. Ze namen onze spullen in beslag en vroegen welk geloof we hadden. In het gebouw waar we naartoe werden gebracht, hoorden we dat iemand een videocamera aan het halen was. Ik dacht: ik word onthoofd.”

Oma

“Op doodsangst kun je je niet voorbereiden. Mijn gedachten gingen eerst naar mijn familie. Daarna schoot er door mijn hoofd: hoe zal het voelen? En: laat het alsjeblieft snel gaan. Als je op een bermbom stapt, is het over. Maar bij een ontvoering heb je de tijd om alle scenario’s de revue te laten passeren. Dat is vreselijk. Wat hielp was de gedachte aan mijn lieve oma, die voor mijn gevoel als een beschermengel over me waakt als ik in gevaar ben. Haar Mariahangertje draag ik altijd ergens op mijn lichaam. Ik stelde me voor dat ik onder haar grote, bruine jas bij haar kon schuilen. Het idee dat zij bij me was, gaf me kracht.

Een paar uur later werden we ongedeerd vrijgelaten. Waarom ze ons hebben meegenomen, is me nog steeds een raadsel. Mogelijk heeft één van mijn contactpersonen me verraden. Sommige landen betalen veel losgeld voor de vrijlating van journalisten. Gijzeling kan dus lucratieve handel zijn.

Amper bekomen van die ervaring was ik drie dagen later ik bij een betoging, toen er een mortiergranaat insloeg op de massa. Ik voelde de scherven in mijn been vliegen. De mensen met wie ik ’s ochtends koffie had gedronken, lagen ineens dood of verminkt voor me. Met moeite kon ik naar een huis strompelen om beschutting te zoeken. Tegen de tijd dat ik in het ziekenhuis kwam, was ik in shock. Toch bleef ik foto’s maken, zelfs tijdens mijn behandeling. Het ging op de automatische piloot; achteraf weet ik er weinig meer van.

Al snel gingen mijn wonden ontsteken en werd ik doodziek. Had ik net de ene nachtmerrie overleefd, kwam ik in de volgende terecht. Godzijdank vonden mijn Nederlandse collega en ik twee rebellen die ons naar Turkije wilden brengen. Eenmaal thuis werden er 21 scherfjes uit mijn been gehaald. Sommige zenuwen zijn blijvend beschadigd. Toen heb ik me wel even afgevraagd of dit werk het allemaal waard is. Maar twee maanden later zat ik alweer in Irak. Het is een soort drug, een verslaving waardoor ik steeds terugga. Ik moet de verhalen van mensen in conflictgebieden vertellen.”

Het gezicht van oorlog

“Als klein meisje wilde ik dierenarts worden. Eén probleem: ik kan er totaal niet tegen om dieren te zien lijden. Dat klinkt natuurlijk vreemd voor iemand die de meest vreselijke dingen heeft meegemaakt. Maar ja, diep van binnen ben ik een zacht ei. Juist daarom wil ik zo graag op een heel persoonlijke manier in beeld brengen wat er in de wereld gebeurt, wat wij mensen elkaar aandoen.

Ik heb altijd een fascinatie voor oorlog gehad. Van kinds af aan verslond ik boeken over het onderwerp. Iedereen heeft goed en kwaad in zich, daarvan ben ik inmiddels overtuigd. In extreme situaties wordt alles op scherp gezet en komt de ware aard van mensen naar boven. Het boeit me mateloos om te zien wat er dan gebeurt. Oorlog gaat over de essentie van het bestaan.

Als professionele fotograaf ben ik een laatbloeier. Ik maakte altijd al veel foto’s, maar zoals zoveel mensen deed ik dat naast mijn betaalde werk, eerst als freelance journaliste, later op kantoor bij een arbodienst. Wel reisde ik mijn hele leven al veel, op zoek naar het echte verhaal achter de mooie plaatjes in de kranten of op tv. Tijdens een trip naar Vietnam kreeg ik een foto uit 1963 onder ogen van een jong meisje, een slachtoffer van een brandbom in de Vietnamoorlog. Met één beeld, dat toentertijd wereldwijd de voorpagina’s had gehaald, werd duidelijk hoe smerig die strijd was. Op dat moment wist ik: dit wil ik ook. Je kunt hopen op een betere wereld, of er zelf een bijdrage aan proberen te leveren.

Direct daarna heb ik me aangemeld voor de fotovakschool. Vier jaar later studeerde ik af en kreeg ik mijn eerste opdracht. Op mijn 34ste. Mijn leeftijd bleek alleen maar een voordeel. Ik heb nu de mentale bagage om dit werk te kunnen doen. Zoveel pijn en verdriet zien; daar moet je geestelijk niet te jong voor zijn. ”

In hun schoenen

“De afgelopen tien jaar ben ik in tal van conflictgebieden geweest. In landen waar oorlogen woeden, maar ik heb bijvoorbeeld ook de strijd tussen bendes in El Salvador gefotografeerd, en vrouwen in Bangladesh die met zoutzuur waren aangevallen omdat ze seksuele avances en huwelijksaanzoeken hadden afgewezen. Dat is geen kwestie van naar binnen rennen, plaatje schieten en weer weg. Ik dompel me helemaal onder in een gemeenschap, trek wekenlang dag en nacht met mensen op. Door hun verhalen van binnenuit te laten zien, wil ik het grote nieuws klein maken. Zodat je je erin kunt inleven, en voelt hoe het is om in hun schoenen te staan.

Als het nodig is, leg ik gerust mijn camera weg om te luisteren en een hand vast te houden. Die verbinding, die emotie heb ik nodig om mijn taak goed te kunnen doen. Natuurlijk moet ik soms mijn gevoel uitschakelen, bijvoorbeeld als ik voor mijn ogen een kind zie sterven. Dan neemt mijn professionele ik het als vanzelf over. Maar dat is maar tijdelijk. Pijn en verdriet horen bij dit werk, en bij het leven. Daar loop ik niet voor weg. Overigens laat ik niet alleen de ontreddering en de ellende zien, maar juist ook de verbazingwekkende overlevingsdrang, hoop en kracht. Daarom word ik ook nooit moedeloos; mensen zijn zó sterk.”

Engeltje

“Vrouwen vormen de rode draad in mijn werk. Zij zijn het die het meest te lijden hebben onder geweld. Maar ook die de gezinnen, families, dorpen en landen draaiende houden. Hun kracht is mijn grote inspiratiebron. Vooral met moslimvrouwen voel ik een onuitgesproken band. Het zijn echte oermoeders; warm, liefdevol en gastvrij.

De vrouwen die in mijn eigen leven centraal staan, zijn mijn moeder en mijn vriendin. Natuurlijk vinden die het moeilijk als ik weer naar Schiphol vertrek. En ja, mijn werk levert ze ook regelmatig slapeloze nachten op. Niet voor niets brandt mijn moeder altijd een kaarsje op het graf van mijn oma als ik weg ben. Tijdens mijn reizen deel ik heel weinig met ze. Voor mijn eigen veiligheid, maar ook om ze te beschermen; als ze niet weten dat ik ergens in een frontlinie zit, kunnen ze er ook niet over piekeren. Dat geeft me rust. De verhalen komen wel als ik terug ben.

Ondanks hun zorgen steunt mijn familie me honderd procent. Ze weten dat dit werk mijn roeping is, dat willen ze niet van me afpakken. Mijn vriendin Cassandra, met wie ik nu elf jaar samen ben, laat me niet alleen vrij, ze stimuleert me om alles eruit te halen wat erin zit. Zonder haar zou ik nu niet zijn waar ik ben. Zij is mijn engeltje.

Dat we geen kinderen hebben, heeft zeker met mijn werk te maken, maar ook met het feit dat dat voor ons niet zo vanzelfsprekend is als voor hetero’s. Niks geen romantische nacht en negen maanden later een liefdesbaby. In plaats daarvan moeten we met reageerbuisjes aan de slag. Zo ingewikkeld en onpersoonlijk, dat vind ik niks. Bovendien: als mijn hond piept, zit ik meteen in de stress, dus ik zou vast een overbezorgde moeder zijn geweest. Mensen vinden mij vaak dapper, maar stellen die trouwen en kinderen krijgen, dát zijn voor mij de echte helden.”

Vijftien kilo

“Inmiddels heb ik ontelbaar veel gevaarlijke momenten meegemaakt. Zoals die keer dat ik met militairen overnachtte op een berg in Afghanistan, tussen de slangen en de schorpioenen. Rondom zaten Taliban verscholen. Dan moet je maar hopen dat hun granaten je niet raken. Of toen Taliban doorkregen dat ik undercover in een boerka een vrouwenkliniek in Jalalabad bezocht, en ze een aanslag met benzinebommen voorbereiden om ons op te blazen. Op het laatste moment werd ik door iemand een auto ingesleurd en kon ik vluchten.

Kortom: ik weet dondersgoed dat ik risico’s loop. En natuurlijk ben ik soms bang. Gelukkig maar, want dat heb je nodig om in leven te blijven. Maar de angst is nooit zo groot dat ik mijn werk niet kan doen. Wel ben ik na mijn ontvoering nóg voorzichtiger geworden. Ik heb in Londen een speciale cursus voor oorlogsjournalisten gedaan, waar je EHBO op het slagveld leert, en hoe om te gaan met gevaarlijke situaties. Verder gebruik ik geen sociale media meer als ik op pad ben. En de geheugenkaartjes uit mijn camera gaan onderweg in sokken, die ik in mijn beha naai. Allemaal om de risico’s zo klein mogelijk te houden.

Er zijn genoeg collega’s die van oorlog naar oorlog trekken en maar doorgaan. Vaak zijn hun ogen leeg, niets raakt hen meer. Ik wil kunnen blijven huilen. Vandaar dat ik tussen mijn reizen door met opzet heel andersoortige klussen doe. Bedrijfsfoto’s, mooie portetten, blijmoedig werk; ik heb dat nodig om te herstellen, om in balans te blijven, om te voorkomen dat ik afgestompt raak. Pas als ik weer fit ben, ga ik opnieuw op pad. Ook lichamelijk trouwens, want het is zwaar werk. Als militairen mij voor het eerst zien, zeggen ze wel eens: dat vrouwtje houdt het nooit vol bij ons. Maar als ik dan met ze meega – helm op, kogelvrijvest aan, rugzak om, vijf liter water en vijftien kilo aan camera’s en batterijen mee – hoor je ze ineens niet meer.”

Denver

“Na mijn heftige ervaringen in Syrië hing Artsen zonder Grenzen aan de telefoon, bezorgd of ik geen posttraumatische stress had. Ik ben toen voor het eerst met een psycholoog gaan praten. Twee sessies, toen kon ik gaan. ‘Het zit wel goed in je hoofd’, zei hij. Kennelijk ben ik prima in staat om mijn ervaringen zelf te verwerken; nachtmerries heb ik zelden. Dat doe ik door er veel met mijn vriendin over te praten. En door eindeloos met onze hond Denver te wandelen in de bossen bij ons huis. Zijn onvoorwaardelijke liefde werkt helend.

Waar ik na mijn ontvoering nog het meest mee heb geworsteld, waren de verwijten die ik terug in Nederland kreeg. De halve wereld viel over me heen; iedereen had zijn oordeel klaar. Ik zou een naïef meisje zijn, dat gedachteloos op pad was gegaan. Dat ik mijn reis maanden had voorbereid en samen met vier ervaren journalisten was gegijzeld, werd voor het gemak weggelaten. Daar ben ik heel verdrietig over geweest. Maar ik laat me er niet door uit het veld slaan; daarvoor houd ik te veel van mensen. Mensen die blijven hopen, die altijd doorgaan en nooit opgeven. Die wil ik laten zien. Moet ik laten zien. Als dat betekent dat ik af en toe de wind van voren krijg, dan is dat maar zo.”

[Kader]

Over Mariëlle

Mariëlle van Uitert (42) groeide op in Kerkdriel. Na de middelbare school studeerde ze aan de Hoge School voor Toerisme en Verkeer in Breda. Ze werkte als freelance journaliste, reisleidster, duikinstructrice en had een kantoorbaan bij een arbodienst, voor ze in 2005 besloot van fotograferen haar werk te maken. In 2008 studeerde ze af aan de fotovakschool in Amsterdam en Boxtel. Snel daarna kreeg ze haar eerste buitenlandse opdracht. Ze werkte onder andere in Irak, Afghanistan, Syrië, Israël, Bangladesh, Mali en de Centraal Afrikaanse Republiek. Voor een serie over de bloedige bendeoorlog in El Salvador – met een gemiddelde van één moord per uur een van de gevaarlijkste landen ter wereld – won ze in 2015 een belangrijke fotoprijs, de Zilveren Camera voor beste buitenlandse documentaireserie. Mariëlle woont in Vught samen met haar vriendin Cassandra (46), hun hond Denver (4) en hun kat (8).

[Kader]

Duizend ogen

In november verschijnt het fotoboek Duizend ogen, met een overzicht van foto’s die Mariëlle afgelopen tien jaar op haar reizen naar conflictgebieden maakte. Eerder publiceerde ze al Bye bye bullshit, over haar ‘29868 minuten’ met de Nederlandse coalitietroepen in Afghanistan, en Blik op de oorlog, over zes jaar oorlogsfotografie.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: