Archief | september, 2016

LEVEN MET BORSTKANKER

29 sep

Deze diashow vereist JavaScript.

Gepubliceerd in LUMC Magazine, september 2016.

Je krijgt de diagnose borstkanker en dan? Dan wil je de allerbeste zorg. Een medisch team dat voor je klaar staat en dat met je meeleeft. En een vast aanspreekpunt. Maar je wilt ook snel geholpen worden, en weten waar je aan toe bent. 

Om die (en nog veel meer) redenen werken het LUMC en het Haaglansen Medisch Centrum samen in het Universitair Kanker Centrum Leiden Den Haag (UKC). Door de krachten te bundelen, kunnen ze de beste zorg en service bieden. Wat dat voor patiënten betekent? Bijvoorbeeld dat ze binnen 24 terecht kunnen én binnen 24 informatie krijgen over het vervolgtraject. Bovendien krijgen ze een eigen casemanager die hun vaste aanspreekpunt is.

Volgens chirurg Gerrit-Jan Liefers is de samenwerking een enorme winst. “Het UKC biedt de patiënt het beste van twee werelden: goede, gastvrije zorg, in combinatie met academische topzorg waarbij innovatie voorop staat. Er daar bereken we nu veel grotere groepen patiënten mee.”

Dat goede zorg belangrijk is, blijkt uit de verhalen van deze vier borstkankerpatiënten. Op de dag van hun diagnose veranderde hun leven. Maar goede zorg helpt, zo blijkt.

“STIEKEM BEN IK OPGELUCHT DAT MIJN BORSTEN WEG ZIJN”

Naam: Charline Bavelaar

Leeftijd: 39

Gezinssituatie: samenwonend, zoontje van 9

Diagnose: mei 2015

Behandeling: 16 chemokuren, dubbelzijdige borstamputatie, 21 keer bestraald, 10 jaar antihormoontherapie

Stand van zaken: nog bezig met hormoontherapie; onder controle

“Mijn hele leven had ik al last van pijnlijke borsten. Elf jaar geleden is er een keer een biopsie gedaan. Toen bleek er niets aan de hand. Maar vorig jaar was de uitslag helaas anders.

Ik voelde aan beide kanten rare steken in mijn borst. Op een ochtend kroop mijn zoontje bij me in bed. Nu ga ik me na laten kijken, dacht ik, al was het alleen maar voor hem. De diagnose had ik zelfs in mijn naarste dromen niet kunnen verzinnen. In beide borsten zat een grote tumor. Maar het ergste was het nieuws over de uitzaaiing in mijn ruggenwervel. Toen stond mijn wereld even stil.

Het heeft me verbaasd hoe sterk ik bleek. Voor mijn ziekte was ik best een bange piekeraar. Nu opvallend genoeg veel minder. Kanker relativeert alles. Als je je daar doorheen weet te slaan, kun je de hele wereld aan. Knappe jongen die mij nog uit het lood krijgt. De enige angst die ik heb, is om mijn kind alleen achter te laten.

Ik heb zo’n beetje alle behandelingen gehad die er zijn. Gelukkig slaan ze goed aan; er is geen kankeractiviteit meer waargenomen. Tijdens het hele traject was mijn verpleegkundig specialist mijn vaste aanspreekpunt. Ze straalde zoveel rust en vertrouwen uit, dat ik uitslagen alleen nog van haar wil horen.

Stiekem ben ik best opgelucht dat mijn borsten weg zijn. Kan ik eindelijk zonder pijn mijn kind knuffelen, en op mijn buik slapen. Afkeer van mijn nieuwe lichaam heb ik geen moment gehad. Ik hoef vooralsnog ook geen reconstructie; dat kan later altijd nog. Voor nu ik trek gerust een strak truitje aan. Ik ben al lang blij dat ik nog leef.”

“DE PLASTISCH CHIRURG WAS UITERMATE TEVREDEN. EN IK OOK.”

Naam: Ellen Sitinjak

Leeftijd: 51

Gezinssituatie: getrouwd, twee kinderen van 24 en 21

Diagnose: maart 2015

Behandeling: borstsparende operatie; borstamputatie; borstreconstructie met de DIEP Flapmethode

Stand van zaken: klaar met alle behandelingen; onder controle

“17 maart 2015. Die datum staat in mijn geheugen gegrift. Om half zeven ’s ochtends was mijn vader overleden. Twee uur later had ik een afspraak op de mammapoli voor vervolgonderzoek na een verdachte borstfoto. Ik zou in mei 50 worden, en was net voor het eerst in de ‘borstenbus’ geweest.

Toen ze in het LUMC over mijn vader hoorden, werd alles uit de kast gehaald om me zo snel mogelijk te helpen. Ik bleek een voorstadium van borstkanker te hebben, DCIS. Behandeling was niet direct nodig. Maar toen ik een half jaar later voor controle terugkwam, was het gebied zodanig uitgebreid dat het advies was om borstsparend te opereren. Helaas bleken de snijranden achteraf niet schoon, waardoor alsnog mijn hele borst moest worden verwijderd.

Voor dit alles had ik weinig met borsten; ik zag ze vooral als iets functioneels. Maar na de amputatie wist ik direct: zo’n gat wil ik niet. Vandaar dat ik voor een reconstructie heb gekozen, met vetweefsel uit mijn buik. De plastisch chirurg was uitermate tevreden over zijn werk. En ik ook.

Ondanks de heftige ervaringen heb ik totaal geen naar gevoel aan het ziekenhuis overgehouden. Sterker nog, ik ga er rustig lunchen als het uitkomt, zo thuis voel ik me er. Dat komt vooral door de menselijke benadering en het warme contact met de medewerkers. Ze voelen altijd perfect aan wat goed voor me is. Zo heb ik veel baat gehad bij de psychosomatische fysiotherapie waar ze me naar doorstuurden, en bij de cursus ‘Omgaan met borstkanker’ van het LUMC.

Je gunt het niemand om ziek te worden. Maar nu het me is overkomen, heeft het mijn leven verrijkt. In plaats van mezelf altijd weg te cijferen, kom ik voor mezelf op en geniet ik bewuster. Nu ben ik aan de beurt.”

“NOOIT GEWETEN DAT MANNEN OOK BORSTKANKER KUNNEN KRIJGEN”

Naam: Peter van Paridon

Leeftijd: 57

Gezinssituatie: alleenstaand

Diagnose: augustus 2013

Behandeling: operatie, 3 chemokuren, 5 jaar antihormoontherapie

Stand van zaken: nog bezig met antihormoontherapie; onder controle

“’Heeft u er bezwaar tegen om op vrijdag de 13e te worden geopereerd?’, vroeg de dame aan de telefoon. Eigenlijk stond ik voor twee weken later ingepland, maar omdat verschillende patiënten op die datum niet onder het mes durfden, kon ik eerder komen. Ik was alleen maar blij; hoe sneller ik van de tumor af was, hoe beter.

Een paar weken eerder had ik een raar, jeukerig plekje op mijn rechterborst gevoeld, net naast mijn tepel. De huisarts vertrouwde het niet en stuurde me door. Na een foto en een biopsie bleek: borstkanker. Nooit geweten dat mannen dat ook kunnen krijgen. De specialist gaf me twee opties: bestralen of opereren. ‘Snij maar zo ruim mogelijk weg’, zei ik. Na de operatie kreeg ik wederom de keus: wel of geen chemotherapie. Prettig om zelf inspraak te hebben. Op de mammapoli was ik natuurlijk een uitzondering – slechts 2 procent van de borstkankerpatiënten is man – maar toch heb ik me daar nooit een buitenbeentje gevoeld.

Hoe je met borstkanker omgaat, hangt denk ik meer af van je karakter dan van je geslacht. Van nature ben ik heel positief en opgeruimd. Dat heeft me er echt doorheen geholpen – ik ben nooit bang geweest. Wat ook hielp was het enthousiasme en de doortastendheid van de artsen en verpleegkundigen. Ze hebben me vanaf dag één het gevoel gegeven dat we de klus gingen klaren. Dat gaf vertrouwen.

Het meeste last heb ik nog gehad van de antihormoontherapie. Vreselijke opvliegers kreeg ik ervan, en nachtzweten. Ja, ik weet nu hoe dat voor vrouwen voelt! Gelukkig ben ik daar dankzij andere medicijnen inmiddels vanaf. Oh, en borstfoto’s maken, dat is hartstikke pijnlijk, zeker als je amper borsten hebt. Ik hoop dat ze daar snel een andere oplossing voor verzinnen.”

“OP DE MAMMAPOLI DOEN ZE NET DAT STAPJE EXTRA”

Naam: Corine van Beek

Leeftijd: 46

Gezinssituatie: getrouwd, twee kinderen van 7 en 12

Diagnose: januari 2015

Behandeling: 8 chemokuren, borstsparende operatie, 21 keer bestraald

Stand van zaken: klaar met alle behandelingen; onder controle

“Aan zelfonderzoek deed ik niet. Ik ben nogal een paniekvogel en ik wilde mezelf niet onnodig ongerust maken. Maar op een avond in december ging mijn hand in een reflex naar mijn linker oksel. En ja, daar voelde ik dus wat.

De volgende dag kon ik meteen in het ziekenhuis terecht. De foto, echo en punctie gaven echter geen duidelijkheid. Meer onderzoek was nodig. Eén probleem: ik ging de dag erna op vakantie naar New York. Je begrijpt dat ik met een raar gevoel in het vliegtuig stapte. Na terugkomst kreeg ik dan toch het gevreesde bericht.

De specialist adviseerde me om direct met chemotherapie te starten. Na de zesde kuur was op de MRI al niets meer van de tumor terug te vinden. Voor de zekerheid ben ik ook nog geopereerd en bestraald. Ik realiseer me heel goed dat ik ongelofelijk veel geluk heb gehad.

Gedurende alle behandelingen had ik steeds het gevoel dat de verpleegkundig specialist er speciaal voor mij was. Ik heb de neiging om altijd maar door te gaan, en mensen niet lastig te willen vallen met mijn problemen. Daar trapte zij dus niet in; had ik hulp nodig, dan regelde ze die gewoon. Omdat ik wist dat ik in goede handen was, durfde ik de zorg aan haar over te laten.

Heel bijzonder vond ik om te merken dat ze op de mammapoli net even verder kijken, en een stapje extra voor je doen. Dat bleek bijvoorbeeld toen tijdens de chemo het beste vriendinnetje van mijn dochter overleed. De verpleegster die dat hoorde, zei meteen: “Dan ga ik met Stichting Droomdag een uitje voor jullie organiseren”. Met twee vrijwilligers hebben we bij De Eemhof een topdag gehad.”

 

 

SCHOON SCHIP MAKEN

27 sep

Gepubliceerd in de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden,
zaterdag 
24 september 2016. 

Twee keer per jaar gaan zo’n dertig duikers op expeditie om de Noordzee in beeld te brengen en schoon te maken. In september 2016 deden ze dat onder andere bij de Borkumse Stenen, boven Schiermonnikoog. Wij voeren een dagje met ze mee.

Wie aan boord van de Cdt. Fourcault stapt, waant zich in een ware actiefilm. Een helikopter, een speedboot, twee dobermanns en 27 stoere mannen en vrouwen in kikvorspakken delen het dek van het indrukwekkende schip. Ze zouden niet misstaan in het nieuwste deel van Mission Impossible. Maar hier wordt serieus werk verricht. Tijdens een expeditie van tien dagen proberen de duikers de Noordzee een beetje schoner te maken, en meer te weten te komen over het rijke leven onderwater. Met als doel: betere bescherming van de bijzondere natuur die voor de meeste van ons verborgen blijft. Want dat blijkt hard nodig.

Spooknetten

Als je vanaf het strand over de grauwe watermassa uitkijkt, sta je er niet bij stil dat op de bodem van de Noordzee zo’n 10.000 scheepswrakken liggen. Veel daarvan zijn onder de afzetting verdwenen, maar tussen de 3000 en 5000 steken nog boven het zand uit. In de loop van de jaren zijn het kunstmatige riffen geworden, die fijne vestigings- en schuilplekken voor veel zeedieren vormen.

“Het maakt ze heel aantrekkelijke locaties voor vissers”, zegt onderwaterfilmer Klaudie Bartelink (45), één van de initiatiefnemers van Duik de Noordzee Schoon. Sinds 2011 organiseert deze stichting samen met partners Wereld Natuur Fonds en Stichting De Noordzee twee keer per jaar een tiendaagse expeditie met vrijwilligers op de Noordzee. Daarbij ruimen ze onder andere spooknetten op. “Dat zijn warrelnetten die tijdens het vissen op wrakken vast blijven zitten”, legt Bartelink uit. “Vissen, maar bijvoorbeeld ook kreeften en krabben raken daarin verstrikt en sterven zo een langzame dood. Tijdens onze expedities proberen we zoveel mogelijk netten en vislijnen te verwijderen. De afgelopen jaren hebben we zo 131 wrakken schoongemaakt en zo’n 20.000 kilo netten geborgen. Daarnaast verzamelen we vervuilende zware metalen en vislood – tot nu toe in totaal 15.000 kilo.”

Behalve ‘schoonmakers’ duiken er ook onderwaterfotografen en –filmers mee, en mariene biologen die de biodiversiteit rond wrakken onderzoeken. Tijdens eerdere expedities ontdekten die al tientallen voor Nederland nieuwe soorten, zoals in 2011 de stiefelslak, in 2014 het eierdopkoraal en in 2015 de witpunt zee-egel.

40 kilo op je rug

Intussen staan de duikers klaar voor de eerste van twee of drie duiken die ze vandaag gaan maken. Hoe vaak en hoe laat ze aan de slag kunnen, hangt af van de kentering, de korte periode tussen eb en vloed. Dat is de beste tijd om in het water te gaan, omdat de stroming dan het minst sterk is. De duikers zijn allemaal ervaren rotten, maar zelfs voor hen is duiken in de Noordzee – onder andere door de golven, de harde stroming en het soms heel beperkte zicht – geen gesneden koek. Logisch dus, dat er aan dek een gezonde spanning heerst.

Eén voor één springen de 20 mannen en 7 vrouwen drie meter naar beneden, de zee in. De dobermanns vinden dat trouwens maar niets; ze lopen onrustig blaffend op het dek op en neer en houden alles in de gaten. In totaal hebben de duikers zo’n 40 kilo bepakking op hun rug – voor duiken in de Noordzee heb je dubbele duikflessen nodig, dubbele aansluitingen voor je ademautomaat, dubbeldikke kleren onder je duikpak en extra reservelampen en vuurpijlen. Eenmaal in het water hijsen ze zichzelf op een soort surfplank die achter een speedboot hangt. Die brengt ze vervolgens naar de precieze locatie waar ze naar beneden moeten. Dat is in dit geval: de plek waar een wrak van een onbekend ponton ligt, op zo’n 30 meter diepte.

Daar persoonlijk rondneuzen is maar weinigen gegeven, maar gelukkig staat de techniek voor niets. Vanaf het dek wordt er een zogenaamde ‘drop cam’ te water gelaten, waarmee de achterblijvers live kunnen meekijken wat er gebeurt. In eerste instantie is het beeld vooral grijsgroen, maar zodra de camera de bodem raakt en het water tot rust komt, doemen de figuren steeds duidelijker op. We zien zacht wuivende anemonen, dodemansduim (een zachte koraalsoort) en kleurrijke sponzen. Daartussen zwemmen en kruipen allerlei dieren. Vissen zoals kabeljauwen en steenbolken, maar ook kreeften, zeesterren en zeeslakken.

Hefballonnen

Aangekomen bij het wrak gaan de duikers direct aan de slag. Met messen en ijzerzagen verwijderen ze vislijnen, netten, haken, kunstaas en lood. Soms zitten de netten vol met rottende vis of zwart uitgeslagen krabben, die dachten aan een makkelijke maaltijd te komen. Het afval wordt verzameld in grote postzakken, die vervolgens met behulp van speciale hefballonnen naar het oppervlak worden gestuurd. De biologen speuren intussen centimeter voor centimeter de bodem af. Af en toe haalt iemand een potje uit zijn zak, waar een klein beestje in verdwijnt. Gemiddeld blijven de duikers een uur beneden. Daarna stijgen ze langzaam weer op, met een veiligheidsstop op vijf meter diepte. Eenmaal boven sleept de speedboot ze terug naar het schip. Daar stappen ze in een metalen duiklift, waarmee ze omhoog worden gehesen.

Het is een indrukwekkend schouwspel om de druipende kikvorsmannen en –vrouwen één voor één uit het water omhoog te zien rijzen. Terug aan boord spoelen ze het zoute water van hun pakken af en kleden ze zich om. De verzamelde netten worden uitgeplozen. Nog levende beestjes gaan direct terug de zee in. De opgehaalde rommel wordt gesorteerd in grote bakken: één voor netten, één voor vislijnen met kunstaas en één voor het vislood (meer dan 200 kilo uit één duik). De biologen nemen hun monsters mee voor verder onderzoek. Tot de volgende duik over een paar uur.

Eilandjes van leven

De afgelopen jaren deden de duikers van Expeditie Noordzee al onderzoek op onder andere de Doggersbank en de Klaverbank (ten noorden van Den Helder op de grens van Nederland en Engeland),  de Bruine Bank (in de zuidelijke Noordzee) en het Friese Front. Tijdens deze reis focussen ze zich op de Borkumse Stenen, een relatief onaangetast gebied met een diepte van zo’n dertig meter, even ten noorden van Schiermonnikoog. Het heeft zijn naam te danken aan de grote hoeveelheid stenen en grind uit de laatste ijstijd die er op de bodem ligt. Het Duitse deel van het gebied is beschermd, het Nederlandse deel van 600 km2 (nog) niet. Dat zou wel moeten, vinden de deelnemende organisaties.

“De diversiteit in de Nederlandse Noordzee is de afgelopen decennia met wel 60 procent achteruitgegaan”, vertelt  oceanendeskundige Ingvild Harkes (48), die namens het Wereld Natuur Fonds meeduikt. “De zee wordt zo intensief gebruikt, dat de bodem en het ecosysteem serieus zijn aangetast. Door een netwerk van beschermde gebieden in de Noordzee te creëren, willen we het onderwaterleven de kans geven om zich kan herstellen. De Borkumse Stenen moet daarin een belangrijke schakel gaan vormen.”

Honderd jaar geleden waren er nog tal van natuurlijke riffen in de Noordzee, bijvoorbeeld in de vorm van mossel- en oesterbanken. Daarvan is nog slechts een fractie over. Omdat ze belangrijke kraamkamers van onderwaterleven vormen, is het des te belangrijker om resterende riffen en andere harde ondergronden (zoals de Borkumse Stenen) in stand te houden, aldus Harkes. “Bij wrakken die tijdens de Expedities Noordzee zijn onderzocht, hebben we ruim 350 soorten geteld. Ze vormen ware eilandjes van leven in een verder verarmde Noordzee.”

Onderwaterbos

Dat is voer voor de mariene biologen aan boord. Eén van hen is de 26-jarige Karin van der Reijden, die aan de Rijksuniversiteit Groningen promotieonderzoek doet. In haar nog druipende duikpak vertelt ze over hoe bijzonder het is om in de Noordzee te duiken. “Als je afdaalt, zie je zo goed als niets, alleen een groene soep om je heen. Maar zodra je de bodem raakt, gaat er ineens een hele wereld voor je open. Dat is een totaal andere ervaring dan als je bijvoorbeeld in Zeeland vanaf een dijk duikt en je vanaf het begin de bodem in beeld hebt.”

Samen met twee andere wetenschappers doet Van der Reijden – sinds haar 15e fervent duiker – onderzoek naar het leven in de Noordzee. “Op allerlei plekken is daar al veel informatie over beschikbaar”, zegt ze, “maar die is erg versnipperd. We kijken hoe we de gegevens beter aan elkaar kunnen koppelen. Door gebruik te maken van een akoestische scanner, onderwatervideo en bodemmonsters willen we het inzicht vergroten over wat er waar op de Noordzeebodem leeft. Die kennis kan vervolgens voor allerlei doeleinden worden gebruikt. Om gebieden aan te wijzen die bescherming behoeven, maar bijvoorbeeld ook voor het bepalen van waar je het beste een nieuw windpark op zee kunt bouwen.”

Het promotieonderzoek van Van der Reijden speelt zich overwegend bovenwater af. Vandaar dat ze de kans om mee te gaan met de Noordzee-expeditie met beide handen aangreep. “Normaliter zit ik vooral achter een beeldscherm. Nu had ik de gelegenheid om met eigen ogen te zien hoe prachtig de zeebodem is, en wat een bijzondere dieren en planten er leven. Ik heb bijvoorbeeld twee keer gedoken op een rif, gevormd door schelpkokerwormen. Het was net alsof ik over een onderzees bos zwom. Zo mooi! Het maakt mijn onderzoek heel tastbaar. Ik weet nu des te beter waar ik het allemaal voor doe.”

Een andere duik die veel indruk op haar maakte, was op het Duitse scheepswrak Ebenhaëzer. Dat voormalige visserschip is nog grotendeels in tact, en staat rechtop op de zeebodem. “Het voelde alsof de tijd er was stilgezet. Ik heb ook meegewerkt aan het schoonmaken van dat wrak, door lood te verzamelen. Want onderwater helpen we elkaar allemaal.”

Ze kan niet wachten om terug te gaan – voor de expeditie van volgend jaar heeft Van der Reijden zich alvast ingetekend. Net als de meeste andere deelnemers trouwens. Want er is in de Noordzee nog genoeg opruimwerk en onderzoek te verrichten.

[Kader]

De tiende editie van Expeditie Noordzee vond plaats van 9 t/m 18 september. Er voeren 29 vrijwilligers mee, waarvan 27 duikers. In totaal voerden zij 19 duiken uit op 16 verschillende locaties. Tijdens de expeditie zijn 2300 kilo visnetten en een paar honderd kilo vislood opgeruimd.

[Kader]

1 procent

Minder dan 1 procent van de Noordzee is effectief beschermd natuurgebied. Dat wil zeggen dat er concrete maatregelen zijn genomen tegen onder meer visserij die de zeebodem omwoelt. Voor de Doggersbank, de Klaverbank, de Centrale Oestergronden en het Friese Front zitten er beschermingsplannen in de pijplijn. Hoewel dat volgens natuurorganisaties een vooruitgang is, wordt er volgens hen in de praktijk te weinig gedaan om de Noordzee daadwerkelijk tegen menselijke activiteiten te beschermen. Bovendien mag in een groot deel van die gebieden toch nog zogeheten bodemberoerende visserij plaatsvinden, waarbij visnetten het leven op de zeebodem beschadigen. Vandaar dat natuurorganisaties zich hardmaken voor verdergaande maatregelen en het kabinet oproepen Borkumse Stenen tot beschermd zeegebied te verklaren.

[Kader]

Duik de Noordzee Schoon

Stichting Duik de Noordzee Schoon bestaat uit een grote groep van vrijwilligers met veel expertise en ervaring op het gebied van wrakduiken, mariene biologie en onderwaterarcheologie. Gezamenlijk hebben zij de afgelopen vijf jaar meer dan 60.000 uur geïnvesteerd in het vergroten van de kennis over de Noordzee in het algemeen, en over het belang van het beschermen van scheepswrakken in het bijzonder. Daarbij werken ze samen met tal van organisaties, zoals overheid, universiteiten, musea en goede doelen. De activiteiten worden bekostigd door partners, sponsoren en de vrijwilligers zelf.

Meer informatie: www.duikdenoordzeeschoon.nl.

Meer informatie over WNF en bescherming van de Noordzee: www.wnf.nl/nederlandse-natuur/noordzee.htm

Meer informatie over Stichting De Noordzee: www.noordzee.nl

 

 

RECHT OP EEN SECOND OPINION?

6 sep

Gepubliceerd in Margriet 36, 26 augustus 2016. 

Rianneke (62): “Ik het twijfels over de voorgestelde behandeling door mijn specialist. Hoe kan ik een second opinion aanvragen bij een andere arts?”

Wendy van der Maarel, huisarts in Castricum en Margriet-columnist: 

“De medisch specialist naar wie je voor een second opinion gaat, geeft in principe alleen zijn mening. Hij neemt de behandeling dus meestal niet over. Het is daarom belangrijk dat je het verzoek eerst met je eigen specialist bespreekt. Die houdt immers de regie. Bovendien moet hij vaak een kopie van je dossier aan de tweede arts opsturen.

Veel mensen vinden het moeilijk om hun eigen dokter te vertellen dat ze twijfels hebben over de voorgestelde behandeling, of dat ze zich niet serieus genomen voelen. Maar bedenk dat zo’n gesprek voor zorgverleners heel gewoon is. Ze begrijpen het meestal best dat je onzeker of bang bent, of dat je over een belangrijke beslissing goed wilt nadenken. Is de relatie met je behandelaar verstoord of durf je het onderwerp echt niet aan te kaarten, bespreek dit dan met je huisarts. Als je op eigen houtje, dus zonder verwijsbrief, een afspraak bij een tweede specialist regelt, zal de zorgverzekeraar het consult meestal niet (helemaal) willen betalen.

Het recht op een second opinion is weliswaar niet wettelijk vastgelegd, maar huisartsen, specialisten en de Nederlandse Patiënten en Consumenten Federatie NPCF hebben samen afgesproken dat iedere patiënt daar gebruik van moet kunnen maken. Je hebt dus van niemand toestemming nodig. Voor alle (reguliere) zorg kun je een second opinion aanvragen. Niet alleen van een specialist, maar bijvoorbeeld ook van een tandarts, fysiotherapeut of psycholoog. Bedenk wel dat als veel mensen dat doen het ons allemaal extra tijd en geld kost, in de vorm van langere wachttijden of hogere ziektekostenpremies. Vraag dus alleen om een second opinion als daar echt een goede reden voor is.

Een second opinion voor specialistische zorg wordt betaald uit de basisverzekering. Verzekeraars mogen daar echter wel aanvullende voorwaarden aan stellen, bijvoorbeeld dat er een goede aanleiding voor moet zijn, of dat je vooraf toestemming moet vragen. Ook kan het zijn dat je voor de second opinion gebruik moet maken van een arts of instelling waarmee de verzekeraar een contract heeft. Doe je dat niet, dan loop je de kans dat je een deel van de kosten zelf moet betalen. Verder is het eigen risico van toepassing op een second opinion. Voor zorg die buiten de basisverzekering valt, zoals tandartszorg, hangt de vergoeding af van de voorwaarden van de aanvullende verzekering. Hoe dan ook is het verstandig om, vóór je een second opinion laat doen, altijd met je zorgverzekeraar te overleggen.”

Wekelijks geven (medisch) specialisten in Margriet antwoord op gezondheidsvragen van lezeressen. Heb je ook een vraag die je wilt voorleggen aan de (medisch) specialisten? Stuur hem naar rurbrieken@margriet.nl o.v.v. ‘vraag aan’.

%d bloggers liken dit: