Archief | oktober, 2016

ZORGEN OM VAGINALE AFSCHEIDING

22 okt

 

 

Gepubliceerd in Margriet 37, 2 september 2016.

Sylvia (41): “Sinds een week heb ik last van gekleurde afscheiding die onfris ruikt. Is dat iets om me zorgen over te maken?”

Gynaecoloog dr. Anne Timmermans, werkzaam in het AMC Amsterdam en Bergman Clinics Vrouwenzorg Amsterdam:

“Elke vrouw in de vruchtbare leeftijd heeft vaginale afscheiding. De hoeveelheid wisstelt heel sterk per persoon. Allerlei factoren spelen mee: hoe oud je bent, waar in de cyclus je je bevindt, of je wel of niet de pil slikt en of je (weinig of veel) seks hebt, om er een paar te noemen. Bovendien kan de hoeveelheid van dag tot dag verschillen. Normale afscheiding is helder tot troebel. De eiwitten die erin zitten, verkleuren bij contact met de lucht. Vandaar de gelige vlekken in het ondergoed.

Veel vrouwen ondervinden hinder van afscheiding. Omdat die erg veel is of omdat die vreemd ruikt bijvoorbeeld. Vervelend, maar niet zorgelijk; zonder andere klachten is er zelden iets aan de hand. Heb je daarnaast last van branderigheid, jeuk of pijn bij aanraking, of heeft de afscheiding duidelijk een afwijkende kleur of geur, dan doe je er goed aan naar de huisarts te gaan.

Een veelvoorkomende oorzaak van dit soort ongemakken is een bacteriële vaginose (een onbalans in de vaginale flora) of een schimmelinfectie. Vooral die laatste komt veel voor – 75 procent van de vrouwen krijgt daar in haar leven eens of vaker mee te maken. Dat kan bijvoorbeeld na een antibioticumkuur. Die verstoort de bacteriële balans, waardoor schimmels eerder de kans krijgen om de kop op te steken.

Gelukkig zijn deze problemen goed te behandelen Voor schimmelinfecties kun je bij de drogist zonder recept een crèmepje kopen. Als die niet helpt, als je niet zeker weet met wat voor aandoening je te maken hebt of als je er vaker last van krijgt, vraag dan advies aan de huisarts. Overigens zijn vaginale schimmelinfecties niet besmettelijk. Je kunt er dus mee vrijen, maar vaak is dat wel pijnlijk. Doe dat dan liever niet.

Bij enkel vaginale jeuk zijn onverstandige gewoontes meestal het probleem. Denk aan de vagina wassen met zeep, of het gebruik van vaginale spoelingen. Ook die verstoren de bacteriën en vergroten de kans op klachten. Vandaar dat artsen altijd adviseren om de vagina alleen met water te wassen. Veel vrouwen vinden het lastig om te stoppen met (speciale) zeep omdat het volgens hen dan ‘vies’ voelt, maar het is echt veel gezonder.

Heb je last van overmatige afscheiding, probeer die dan vooral niet tegen te houden met tampons. Die prikkelen het slijmvlies waardoor de vagina alleen er alleen maar meer van aanmaakt. Andere middeltjes, zoals yoghurt of vaginale capsules met probiotica of vitamine C kunnen geen kwaad, maar hebben ook geen bewezen nut.”

Wekelijks geven (medisch) specialisten in Margriet antwoord op gezondheidsvragen van lezeressen. Heb je ook een vraag die je wilt voorleggen aan de (medisch) specialisten? Stuur hem naar rurbrieken@margriet.nl o.v.v. ‘vraag aan’. 

OVERAL ECZEEM

18 okt

Gepubliceerd in Margriet 42, 7 oktober 2016.

Jannie (39): “Mijn echtgenoot heeft sinds 2 jaar last van ernstig eczeem, verspreid over zijn hele lichaam. De huisarts en dermatoloog hebben al diverse middelen en lichttherapie voorgeschreven, maar de klachten komen steeds terug. Hij wordt er somber van. Zijn er nog andere behandelmogelijkheden?

Dermatoloog dr. Marjolein de Bruin van het UMC Utrecht, gespecialiseerd in eczeem en jeuk:

“Er zijn vele vormen van eczeem. Helaas is er bij de meeste vormen sprake van een chronische aandoening. Dat wil zeggen dat er geen genezing mogelijk is, maar wel behandeling. Langdurig smeren van hormoonzalven is – mits goed gebruikt – veilig en onderdrukt de klachten. Helaas krijgen de meeste patiënten onvoldoende informatie over hoe ze hun zalven het beste kunnen gebruiken. Denk aan hoe dik je die moet smeren en hoe je eventueel kunt afbouwen als de klachten verminderen. Helemaal stoppen met zalven leidt bijna altijd tot terugkeer van de klachten.

Bij heel ernstige vormen van eczeem schrijven we soms pillen voor die de werking van het afweersysteem onderdrukken. Dit soort zware middelen, oorspronkelijk bedoeld om afstoting van een donororgaan te voorkomen, werken vaak heel goed. Helaas kunnen ze ook vervelende bijwerkingen geven, zoals een verhoogde bloeddruk en verminderde functie van de nieren. Patiënten moeten er dan mee stoppen, waarna de eczeemklachten terugkomen.

Onlangs is er ook een nieuw medicijn tegen eczeem ontwikkeld, een zogenaamde ‘biological’, gemaakt van fragmenten van natuurlijke eiwitten. Biologicals gaan dat deel van afweersysteem te lijf, dat de huidproblemen veroorzaakt. Op die manier verminderen ze bestaande ontstekingen en voorkomen ze (deels) nieuwe ontstekingen. Daarmee neemt ook de jeuk af. Omdat de medicijnen heel gericht werken, geven ze minder bijwerkingen dan de transplantatiemiddelen.

De nieuwe biological tegen eczeem wordt momenteel in grote wereldwijde studies onderzocht. Als het middel daadwerkelijk zo goed werkt als de eerste uitkomsten doen geloven, kan dat een enorme vooruitgang in de behandeling van eczeem gaan betekenen. Maar het duurt nog wel een paar jaar voordat dat op de markt komt.

Verder helpt een bepaalde vorm van psychologische hulp – cognitieve gedragstherapie – vaak goed. Daarbij leren patiënten omgaan met de altijd aanwezige irritatie en hun krabbehoefte te beheersen. De jeuk kan er zelfs minder door worden. Op verschillende plaatsen in Nederland worden dit soort individuele of groepstherapieën gegeven. In combinatie met de adviezen van een gespecialiseerde dermatoloog  kunnen die enorme winst opleveren. Vraag uw huisarts ernaar. In het UMC Utrecht hebben we ook een online zelfmanagementprogramma ontwikkeld: Leef! Met eczeem. Dat bevat informatie, instructiefilmpjes en oefeningen.

Tot slot benadruk ik nog maar eens het belang van de huid goed vet te houden. Eczeempatiënten doen dat vaak onvoldoende, omdat ze het vervelend vinden dat zalven zo plakken en glimmen. Gelukkig zijn er tegenwoordig veel verschillende soorten, zodat we patiënten kunnen laten kiezen welke het beste bij hen past.”

Wekelijks geven (medisch) specialisten in Margriet antwoord op gezondheidsvragen van lezeressen. Heb je ook een vraag die je wilt voorleggen aan de (medisch) specialisten? Stuur hem naar rurbrieken@margriet.nl o.v.v. ‘vraag aan’. 

OP WEG GEHOLPEN

18 okt

2016-10-11-lc-dvhn-jobcoach

Gepubliceerd in de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden,
11 oktober 2016.

Ontevreden over je huidige werk? Weet je niet wat je wel wilt? Of heb hulp nodig bij het inwerken in een nieuwe baan? Dan kan een werkcoach uitkomst bieden.

Een werkloze tijdreiziger uit het midden van de vorige eeuw zou vandaag de dag niet weten waar hij moest beginnen met het zoeken naar een baan. De wereld van het werk is de laatste jaren immers razendsnel veranderd. Meer dan ooit wordt van ons verwacht dat we zelf de regie over onze loopbaan nemen, en ons constant bijscholen. Vaste contracten worden steeds zeldzamer. Een positie voor het leven is verleden tijd. In een koffiehuis op je laptop een project afmaken of ’s avonds vanaf de bank je e-mail beantwoorden? Tegenwoordig de gewoonste zaak van de wereld. En een nieuwe functie vind je via je netwerk, al dan niet online.

Maar met al die veranderingen is één ding hetzelfde gebleven: de twijfels en onzekerheden die mensen over hun werk hebben. Of ze op het goede carrièrepad zitten. Of ze wel het beste uit zichzelf halen. Of ze überhaupt (nog) in staat zijn om te werken. Met dat soort vragen kan een werkcoach je helpen. Twee professionals vertellen hoe.

Loopbaan- en lifecoach Sijbe Bonsma is directeur Empowerment bij Big Five for Life, een trainings- en coachingsbureau dat mensen helpt om hun levensdoelen te ontdekken en werkgevers om het beste uit hun medewerkers te halen.

“Mensen die een loopbaancoach inschakelen, vinden meestal geen voldoening meer in hun werk, of zijn bijvoorbeeld uitgevallen met een burn-out. Ze weten dat ze iets anders willen, maar ze hebben geen idee wat. Met behulp van de methode Big Five for Life helpen we ze om daarachter te komen.

De Big Five for Life zijn de vijf belangrijkste dingen die je in je leven wilt doen, zien en ervaren. Dat kan van alles zijn, van meer tijd met je kinderen doorbrengen of carrière maken tot anderen helpen of een eigen bedrijf beginnen. Door die stippen op de horizon te benoemen, wordt het makkelijker om voor jezelf te bepalen wat je gelukkig maakt, en waar je je tijd en energie in wilt steken.

Het klinkt natuurlijk simpeler gezegd dan gedaan, je levensdoelen vaststellen. Maar we hebben daar allerlei laagdrempelige en verhelderende oefeningen voor, die we tijdens een tweedaagse groepsworkshop inzetten. Uitgangspunt is om je rationele ideeën en gedachten tijdelijk te parkeren en je onbewuste drijfveren en diepste wensen de ruimte te geven. Dat doen we door te inventariseren waar je bijvoorbeeld het liefst de hele dag mee bezig bent, of wat je drie favoriete films zijn. In eerste instantie vragen deelnemers zich vaak af wat die dingen in hemelsnaam met hun levensdoel of carrièrepad te maken hebben. Maar door al dat soort voorkeuren in kaart te brengen, ontdek je al snel een rode draad in je drijfveren en talenten. En kom je erachter wat je nu echt beweegt.

Vaak hebben mensen aan dat inzicht genoeg om zelf verder te kunnen en besluiten te nemen over welke richting ze met hun carrière op willen. Desgewenst bieden we ter aanvulling persoonlijke begeleiding en een individueel loopbaanadvies op maat. Samen zetten we dan op een rij waar je uniek en onderscheidend bent in bent, en welke baan het beste bij je past. De kosten van de workshop en een eventueel vervolgtraject krijgen veel deelnemers vergoed vanuit het opleidingsbudget van hun werkgever.”

Meer informatie: bigfiveforlife.nl.

Arbeidsdeskundige André Weistra werkt sinds 15 jaar bij het UWV in Leeuwarden. Hij houdt zich bezig met de samenwerking tussen UWV, gemeenten en scholen om jongeren met een arbeidsbeperking zo goed mogelijk deel te laten nemen aan de samenleving. Een jobcoach is daarbij één van de hulpmiddelen.

“Tijdens de inwerkperiode van een nieuwe baan leer je je weg in een bedrijf vinden, en kun je je het werk eigen maken. Sommige werknemers hebben daar als gevolg van een ziekte, beperking of situatie waar ze in zitten meer moeite mee dan anderen. Zij kunnen wel wat extra ondersteuning gebruiken. Daar komt de jobcoach om de hoek kijken. Die helpt een nieuwe medewerker op weg, bijvoorbeeld door samen een dagplanning te maken of hem te begeleiden op de werkvloer. Zulke hulp is tijdelijk; het doel is dat de werknemer uiteindelijk zelfstandig verder kan.

Er zijn allerlei redenen waarom je belemmerd kan zijn om bij een werkgever aan de slag te gaan. Een autistische stoornis of met een sociale fobie maken het soms bijvoorbeeld lastig om met collega’s om te gaan. In zo’n geval kun je een jobcoach inschakelen. Belangrijke voorwaarde is wel dat je al een baan hebt – een jobcoach helpt je niet om die te zoeken.

Mits je aan de voorwaarden voldoet, kan het UWV de kosten van een jobcoach volledig vergoeden. Je hoeft geen uitkering te hebben gehad om daarvoor in aanmerking te komen. In principe helpt een jobcoach zes maanden. Zo nodig kan die periode daarna steeds met een half jaar worden verlengd, tot maximaal drie jaar. Voor hoeveel uur betaalde begeleiding je in aanmerking komt, hangt af van het aantal uren dat je per week werkt. Het eerste jaar is dat maximaal 10 procent van de werktijd. Bij een contract van 40 uur kun je per week dus maximaal 4 uur ondersteuning krijgen. Het tweede jaar is dat maximaal 6 procent van de tijd, het derde jaar maximaal 3 procent. Verder vergoeden we alleen jobcoaches die zijn erkend door het UWV. Op onze website vind je een lijst.

Een werknemer kiest zelf de jobcoach die hem gaat begeleiden. Uiteraard kunnen we helpen om een geschikt iemand te vinden. We weten bijvoorbeeld precies welke coaches waarin zijn gespecialiseerd, en wie dus een goede match is. Wil je weten of je voor begeleiding door een jobcoach in aanmerking komt? Neem dan contact op met een arbeidsdeskundige van het UWV in de buurt. Nadat je de voorziening online hebt aangevraagd, hoor je binnen acht weken of die wordt toegekend.”

Meer informatie: uwv.nl/particulieren/voorzieningen/voorzieningen-werk/detail/jobcoach.

[Kader]

Jobcoachingtrajecten in 2016 vergoed door UWV

Interne coach** Externe coach Totaal*
Drenthe 62 365 427
Friesland 77 789 866
Groningen 105 1159 1264
Totaal 244 2313 2557

Bron: UWV.

* De cijfers beslaan de periode 1 januari t/m 25 september 2016.

** Een interne coach is iemand in dienst van de werkgever die een nieuwe werknemer op het werk begeleidt. Een externe coach is iemand van buiten die door een werkgever wordt ingehuurd om een nieuwe werknemer te begeleiden. 
[Kader]

Woordenboek

Coaching van mensen in of naar werk is er in allerlei soorten en maten. Een greep uit het aanbod:

  • Jobcoaching: persoonlijke ondersteuning op de werkplek, waarbij samen met de werknemer en de werkgever wordt gekeken hoe iemand zo goed mogelijk tot zijn recht kan komen.
  • Loopbaancoaching: hulp bij het zoeken naar passend werk voor iedereen die niet (meer) tevreden is met zijn werk wat hij, iets anders wil of twijfelt over zijn capaciteiten.
  • Job crafting: zelf (of met je team) zoeken naar mogelijkheden om binnen je eigen functie of afdeling zo goed mogelijk en langer te blijven werken.
  • Re-integratie: terugkeren naar een baan vanuit (langdurige) werkloosheid of ziekte. Re-integreren kan in je eigen werk of in ander werk, zowel bij je eigen werkgever (na langdurige ziekte) als elders.
  • Outplacement: hulp bij het zoeken naar een andere baan, terwijl je nog werk hebt. Outplacement wordt vaak ingezet bij reorganisaties of bij het oplossen van arbeidsconflicten.

 

[Kader]

Zelf met loopbaanvragen aan de slag?

  • Stel jezelf de volgende vragen (en bespreek die met mensen in je directe omgeving):
    • Werk je liever met je handen of met je hersens? Geef je liever leiding of ben je meer een uitvoerder? Een perfectionist of iemand van de grote lijnen? Introvert of extravert? Mensgericht of taakgericht?
    • Waar ben je goed in? En waarin minder goed? Welke dingen vind je leuk, wat doe je met tegenzin?
    • Wat mis je in je huidige baan? Bij wat voor soort bedrijf zou je willen werken? Waarom? Wat verwacht je daarvan?
  • Maak een test. Op internet vind je tal van psychologische en beroepskeuzetesten die je in je zoektocht kunnen helpen.
  • Lees een boek. Over loopbaancoaching en werk dat bij je past zijn kasten volgeschreven. Er is voor ieder wat wils. Kant en klare antwoorden geven ze natuurlijk niet, maar ze kunnen je wel aan het denken zetten.

 

ZO HAAL JE MEER UIT EEN BANENBEURS

18 okt

2016-10-11-lc-dvhn-banenbeurs

Gepubliceerd in de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden, 11 oktober 2016.

Met deze tips haal je het meest uit je bezoek aan een banenbeurs.

  1. Bereid je goed voor

‘Wie zich vergeet voor te bereiden, bereidt zich voor om vergeten te worden’, luidt een bekende uitspraak. Dat geldt zeker ook voor het bezoek aan een banenbeurs. Zoek vooraf uit welke organisaties aanwezig zijn en besluit welke je in ieder geval wilt bezoeken. Bekijk vooraf hun websites en check of ze openstaande vacatures hebben. Bedenk ook met welk doel je op ze af wilt stappen. Ga je je geheel vrijblijvend te oriënteren, of juist gericht op zoek naar iemand aan wie je later je sollicitatiebrief kunt sturen? Maak een lijstje van vragen die je in ieder geval wilt stellen.

  1. Dress for success

Stem je kleding af op de functie die je ambieert. Ben je op zoek naar een baan in de financiële sector? Kleed je daar dan ook naar. Wees niet bang om er netter uit te zien dan normaal; met je kleding kun je respect tonen en vertrouwen opwekken. Hoe verzorgder en representatiever je eruit ziet, hoe serieuzer mensen je nemen.

  1. Bedenk een elevatorpitch

“Vertel eens iets over jezelf.” Dat is de eerste vraag die veel werkgevers aan bezoekers stellen. Zorg dat je van tevoren je verhaal klaar hebt. Vertel in het kort wat je gedaan hebt, wat je ambities zijn en wat een werkgever aan je zal hebben.

  1. Stel (veel) vragen

Natuurlijk, je bent op de beurs om jezelf aan de man (of vrouw) te brengen. Maar dat betekent niet dat je alleen je eigen verhaal moet doen. Sterker nog, door gerichte vragen te stellen, laat je zien dat je oprechte interesse in je gesprekspartner en de organisatie hebt, en dat je je goed hebt voorbereid.

  1. Kies de juiste lichaamshouding

Met je armen over elkaar of met je handen in je zakken staan komt al snel ongeïnteresseerd over. Liever niet doen dus. Een handig trucje is om de houding van degene met wie je praat te ‘spiegelen’, oftewel: dezelfde houding aan te nemen. Zonder te overdrijven natuurlijk, het moet geen spelletje lijken.

  1. Neem voldoende kopieën van je CV mee

Dan kun je die aan het eind van een kennismakingsgesprek overhandigen. Maak je CV niet te lang en zorg dat er een goed lijkende foto op staat.

  1. Vraag om visitekaartjes

Op die manier heb je alle contactgegevens achteraf bij elkaar. Schrijf aan het eind van elke gesprekje een paar steekwoorden op over het verloop of de persoon. Dat maakt het makkelijker om de ontmoeting te onthouden en er later op terug te komen.

  1. Neem deel aan workshops

Op de meeste banenbeurzen vind je niet alleen organisaties die zichzelf presenteren, maar kun je ook allerhande workshops volgen. Bijvoorbeeld over hoe je een goede sollicitatiebrief schrijft, of over hoe je je passie in je werk (terug)vindt. Maak van de gelegenheid gebruik, en doe zoveel mogelijk handige kennis op.

  1. Bedank!

Stuur een persoonlijke bedankmail naar de mensen die je hebt gesproken en voeg ze toe op LinkedIn. Niet veel werkzoekenden doen dat. Mochten een potentiële werkgever twijfelen tussen twee gelijkwaardige kandidaten, dan weet jij wie er met 1-0 voor staat.

[Kader]

Van alle banenbeursbezoekers in Nederland…

  • is 52 procent man, 48 procent vrouw.
  • komt 3 procent uit Drenthe, 5 procent uit Groningen en 4 procent uit Friesland.
  • heeft 7 procent een VMBO-opleiding, 33 procent een MBO-opleiding, 26 procent een HBO-opleiding en 11 procent een WO-masteropleiding.
  • volgt of volgde 17 procent een administratieve opleiding, 16 procent een technische opleiding, 12 procent een ICT-opleiding, 11 procent een economische opleiding en 10 procent een zorgopleiding.
  • is 14 procent actief op zoek naar een (nieuwe) baan, 41 procent niet actief op zoek maar houdt de arbeidsmarkt wel in de gaten en 45 procent helemaal niet op zoek.

Bron: Arbeidsmarkt Gedragonderzoek (AGO) van onderzoeksbureau Intelligence Group, peildatum 28 september 2016.

ZORG DELEN

18 okt

Ze hadden het niet zo gepland. Maar sinds Angéliques dochter Elaine (17) spontaan de helft van de week bij haar oom en tante ging wonen, is het leven er voor beide gezinnen alleen maar op vooruitgegaan.

Moeder Angélique: “Een paar jaar geleden maakte ik me vaak zorgen over hoe mijn dochter Elaine het later alleen zou moeten rooien. Mede dankzij mijn broer Marchel en mijn schoonzus Nicole heb ik er nu weer vertrouwen in dat dat wel goed gaat komen. Met z’n vieren helpen we haar op weg naar een zelfstandig leven. Ik kan de last nu letterlijk en figuurlijk delen.”

Schoonzus Nicole: “Angélique en mijn zwager André hebben het de afgelopen jaren flink voor hun kiezen gehad. Begin 2012 lukte het Elaine niet meer om naar school te gaan. Sindsdien is ze een ‘thuiszitter’.”

Angélique: “Elaine bleek PDD-NOS te hebben. Toen we dat hoorden, viel alles ineens op z’n plek. Dáárom was ze dus al jaren zo boos, en had ze moeite om zich sociaal staande te houden en haar huiswerk te plannen. We hebben alle mogelijke vormen van hulp ingeschakeld, maar passend onderwijs voor haar vinden bleek ongelofelijk moeilijk. En toen kwam mijn twee jaar jongere zoon óók nog thuis te zitten. Ik wil daar niet te veel over kwijt – dat wil hij zelf niet – maar de sfeer in huis werd er niet beter op. Er was veel ruzie. De situatie putte me volledig uit. Ondanks al onze inspanningen, lukte het niet goed om de boel op de rails te krijgen. Ik voelde me zo machteloos. Het resultaat was dat ik een paar jaar geleden in een burn-out belandde.”

Nicole: “Marchel en ik zagen van de zijlijn hoe zwaar het was. Voor Angélique, maar ook voor haar man en kinderen. Dus toen Elaine vorige zomer spontaan steeds vaker bij ons bleef logeren, vonden dat prima. We waren al lang blij dat we iets konden doen om ze te helpen. In eerste instantie kwam Elaine vooral uit praktische overwegingen – we wonen vlak bij de peuterspeelzaal en het zwembad waar ze als vrijwilliger werkt. Maar al snel bleek dat het voor haar ook een manier was om op adem te komen. Ze was vaak moe en soms verdrietig, over haar eigen situatie en over de problemen thuis. Ze moest dan letterlijk even afstand nemen om op te kunnen laden. Gaandeweg bleef ze steeds vaker slapen. Inmiddels is ze de helft van de week bij ons, van donderdag tot en met zondag.”

Angélique: “De afgelopen maanden is Elaine echt opgebloeid. Na jaren ploeteren zit ze eindelijk weer lekker in haar vel; lief, vrolijk en vol plannen voor de toekomst. Ik kan niet beschrijven hoe opgelucht ik daarover ben. Omdat ze blijer en meer ontspannen is, gaat het tussen ons en tussen haar en haar broer ook veel beter. De rust en harmonie in huis komt iedereen ten goede. Wat dat betreft zijn er alleen maar winnaars. Zonder de hulp van Nicole en Marchel het denk ik niet gelukt om zo snel zulke grote stappen vooruit te zetten.”

Nicole: “Ik heb er veel bewondering voor hoe Angélique altijd voorrang geeft aan Elaines belang, ook als dat betekent ze haar eigen behoeftes aan de kant moet zetten. Het was in het begin echt niet makkelijk voor haar als haar dochter boos van huis wegging en vervolgens vrolijk bij ons aan tafel schoof.”

Angélique: “In een ‘normale’ situatie had ik er waarschijnlijk veel meer moeite mee gehad als een van mijn kinderen opeens de halve week ergens anders was gaan wonen. Maar onze situatie is niet normaal. Elaine heeft in haar leven al enorm veel frustratie, teleurstelling en verdriet te verstouwen gehad. Ik gun het haar zo dat ze nu haar draai heeft gevonden. Natuurlijk voel ik wel eens een speldenprikje jaloezie als mijn dochter gebeurtenissen of gevoelens eerder met haar tante deelt dan met mij. Maar dat is voor mij ondergeschikt aan het feit dat deze constructie Elaine zo veel goed doet. Haar geluk is voor mij het enige wat telt. Er zijn trouwens meer voordelen, want mijn relatie met Nicole is er óók beter op geworden. Dieper en hechter. We zijn niet het soort familie dat dagelijks tegen elkaar zegt hoe dankbaar we zijn en hoeveel we van elkaar houden, maar Nicole weet dat wel.”

Nicole: “Ik wil absoluut niet dat Angélique het gevoel heeft dat ze bij ons in het krijt staat. En ik zou me heel ongemakkelijk voelen als ze het nodig vond om steeds haar dankbaarheid te tonen. We zijn familie, we houden van elkaar. Dan is het voor mij vanzelfsprekend dat je elkaar waar nodig helpt. Ik weet zeker dat zij en André dat andersom ook voor ons hadden gedaan. We hebben het gewoon enorm getroffen met elkaar.”

Angélique: “Nicole werkt als maatschappelijk werker in het voortgezet onderwijs. Ze weet dus heel veel over pubers en hun problemen. Toch oordeelt ze nooit, en geeft ze alleen advies als ik erom vraag. Dat waardeer ik enorm. Bovendien maakt haar professionele kennis het voor mij makkelijker om een deel van de zorg aan haar over te laten. Ze weet immers wat ze doet. Nicole helpt Elaine om de wereld als PDD-NOS’ser beter te begrijpen en er op een handiger manier mee om te gaan. Of het nu gaat om een appje van leuke jongen of het plannen van het huiswerk voor de MBO-studie waar Elaine onlangs mee is begonnen. Het alternatief was wéér een nieuwe hulpverlener van buitenaf te zoeken. Dan heb ik toch veel liever mijn schoonzus.”

Nicole: “Natuurlijk is het leven van Marchel en mij wel anders geworden. Een jaar geleden zaten we, als onze jongens van 9 en 11 naar bed waren, alleen op de bank. Nu zit Elaine er drie dagen in de week naast. Even wennen, maar we ervaren haar totaal niet als last. Elaine maakt het ook makkelijk; ze is gewoon een heel leuke en lieve meid. Ze helpt ons trouwens net zo goed, bijvoorbeeld door onze eigen kinderen zo nodig uit school te halen of door op te passen. Onze zonen zijn dol op haar; die vragen als ze weg is wanneer ze weer komt.  De oudste maakt het liefst huiswerk met háár. Zelf vind ik het heel leuk dat er nu een meisje in ons jongensgezin is, dat mijn T-shirt aantrekt en mijn make-up pikt en met wie ik kan shoppen. Elaine is kortom echt een verrijking van ons leven. Het geeft me veel voldoening om te zien dat ze het zo naar haar zin heeft bij ons, en dat het steeds beter met haar gaat. Dat we Angélique en Andre op deze manier ook nog helpen, is fantastisch.”

Angélique: “Het scheelt dat Elaine al 17 is. Ze gaat steeds meer haar eigen gang. Als ze jonger was geweest, had ik denk ik moeilijker gevonden. Overigens betekent dat niet dat ik Elaine niet mis. Vooral in het weekend kan dat gevoel me soms overvallen. Maar dan hoor ik de verhalen van vriendinnen wier kinderen van de ene op de andere dag het huis uit zijn gegaan. Die hebben het pas zwaar, denk ik dan. Ik kan tenminste langzaam wennen aan het feit dat Elaine steeds zelfstandiger wordt. Ouders met kinderen zonder problemen vinden het misschien verdrietig om hun zoon of dochter uit te zien vliegen. Maar voor mij is het vooral een cadeautje dat Elaine zich zo goed blijkt te kunnen redden. Mede dankzij Nicole stuur ik haar met vertrouwen de wereld in.”

KOMT JE SMAAK NA CHEMO WEL TERUG?

5 okt

Gepubliceerd in Margriet 41, 30 september 2016.

Patricia (44): “Vanwege borstkanker moet ik zestien chemokuren ondergaan. Nu smaakt bijna niets me meer. Ik mis het om van eten te kunnen genieten. Komt mijn smaak als de behandeling klaar is wel terug? “

Ellen Kampman, hoogleraar Voeding en Kanker aan de Wageningen Universiteit:

“Het is heel normaal dat je smaakbeleving tijdens chemotherapie verandert. Dat komt omdat de smaakdrempels – wanneer proef je een bepaalde smaak – voor zoet, zout, zuur en bitter dan zowel verhoogd als verlaagd kunnen zijn. Hierdoor proef je het eten anders of vind je het niet meer smaken. Hield je voor je ziekte niet van zoetigheid maar wel van hartige gerechten, dan kan het zomaar zijn dat je tijdens de behandeling juist een voorkeur voor zoete producten ontwikkelt en niets meer van hartige dingen moet hebben. Zelfs water kan een vieze smaak krijgen.

De temperatuur van eten en drinken beïnvloedt de smaak. Warme gerechten hebben bijvoorbeeld een sterkere smaak dan (ijs)koude. Probeer uit op welke temperatuur gerechten het beste smaken: direct uit de koelkast of juist op kamertemperatuur, heel warm of juist deels afgekoeld.

Hoe lang het duurt voor je smaak weer ‘normaal’ wordt, hangt onder andere af van het type chemokuur, de dosis en de duur. Het herstel is het eerste jaar na de behandeling het grootst. Het tweede jaar kun je ook nog verbetering merken, daarna meestal niet meer.

Bij de één komt na behandeling van kanker de smaak sneller en vollediger terug dan bij de ander. Bovendien kun je (tijdelijk) weer smaakverlies en smaakverandering ervaren bij ontstekingen, bijvoorbeeld tijdens griep of longontsteking. Het ziekteproces van kanker zelf kan ook (weer) smaakveranderingen veroorzaken.

Overigens is de smaak na een operatie vaak net zo goed een tijdje verstoord. En een derde van de patiënten die zijn bestraald, hebben last van smaakveranderingen, vooral als de bestraling plaatsvindt in het hoofd-halsgebied. De smaakpapillen op de tong kunnen dan beschadigen en de reuk kan verminderen, waardoor je minder smaak waarneemt. Bij een droge mond wordt de smaak ook minder omdat sommige voedingsmiddelen droog vrijwel geen smaak hebben en je die alleen met vocht proeft.

Soms wordt zinksulfaat aangeraden om smaakverandering tegen te gaan of te herstellen. Zink is betrokken bij de ontwikkeling van de smaakpapillen, maar het is niet bewezen dat een supplement van zinksulfaat helpt tegen smaakverlies bij de behandeling van kanker.”

Voor meer informatie over voeding tijdens en na of ter voorkoming van kanker, kijk op www.voedingenkanker.info.

Wekelijks geven (medisch) specialisten in Margriet antwoord op gezondheidsvragen van lezeressen. Heb je ook een vraag die je wilt voorleggen aan de (medisch) specialisten? Stuur hem naar rurbrieken@margriet.nl o.v.v. ‘vraag aan’.

WAT MERKEN VROUWEN VAN HARTKLACHTEN?

5 okt

Gepubliceerd in Margriet 40, 23 september 2016. 

Elly (69): “De laatste tijd ben ik snel kortademig, en ik heb bij inspanning regelmatig pijn in mijn nek en tussen mijn schouderbladen. Volgens mijn buurvrouw kan het mijn hart zijn, maar dat geeft toch heel andere klachten?”

Dr. Yolande Appelman, interventiecardioloog in VUmc Amsterdam, gespecialiseerd in de behandeling van hart- en vaatziekten bij vrouwen:

“Dagelijks sterven er in Nederland 57 vrouwen aan hart- en vaatziekten versus 50 mannen. Het is onder vrouwen zelfs doodsoorzaak nummer één. Maar de zorg voor hen blijft op dit terrein flink achter. De meeste vrouwen hebben hier geen idee van. Veel zorgverleners trouwens óók niet. Dat komt omdat hartproblemen er bij vrouwen vaak anders uitzien, en ook andere klachten kunnen geven.

Veel hart- en vaatziekten ontstaan omdat de grote bloedvaten dichtslippen. Bij mannen geeft dat meestal de bekende pijn op de borst. Vrouwen hebben echter vaak meer en ook andere, vagere klachten, zoals algemene lamlendigheid, pijn in de kaak, nek, rug of tussen de schouderbladen, kortademigheid, vermoeidheid, duizeligheid of een onrustig gevoel. Ongemakken die ook andere oorzaken kunnen hebben.

Bijkomend probleem is dat hartklachten bij een deel van de vrouwen minder goed zijn vast te stellen. Een verstopping van de kransslagader kun je op een röntgenfilm nauwelijks missen. Maar vrouwen hebben veel vaker dan mannen last van vernauwingen in (heel) kleine bloedvaten in het hart. Die zijn op een film niet zichtbaar. Op de lange duur kunnen die kleine vaatjes wel tot problemen leiden, zoals hartfalen, een slechte kwaliteit van leven en zelfs overlijden.

Het gevolg van dit alles: vrouwen worden minder snel naar de cardioloog verwezen en vaker zonder – of met een verkeerde – diagnose naar huis gestuurd. Vandaar dat ik vrouwen oproep om hun klachten vooral zelf serieuzer te nemen. Wij hebben nog al eens de neiging om onze problemen af te zwakken, of er zelf een verklaring voor te zoeken. ‘Ik heb pijn in mijn arm en ik ben moe, maar dat komt vast omdat ik gisteren in de tuin heb gewerkt’, hoor ik bijvoorbeeld op mijn spreekuur. Makkelijk voor de dokter, zo’n zelfdiagnose. Maar het verhindert soms ook dat die verder onderzoek doet.

Daarnaast is het belangrijk om te weten of je een vergrote kans op hart- en vaatziekten loopt, vooral rond de overgang. Zorg dat je op de hoogte bent van je gewicht, bloeddruk, cholesterol en suikergehalte. En stop het liefst direct met roken als je dat doet. Daarmee kun je veel problemen vóór zijn.

Kortom: het is zeker verstandig om met je klachten naar de huisarts te gaan. Die kan inschatten of die iets te maken kunnen hebben met het hart. Laat je risicoprofiel bepalen en zwak je klachten vooral niet af.”

Wekelijks geven (medisch) specialisten in Margriet antwoord op gezondheidsvragen van lezeressen. Heb je ook een vraag die je wilt voorleggen aan de (medisch) specialisten? Stuur hem naar rurbrieken@margriet.nl o.v.v. ‘vraag aan’.

 

 

%d bloggers liken dit: