Archief | 12:07

KOMT JE SMAAK NA CHEMO WEL TERUG?

5 okt

Gepubliceerd in Margriet 41, 30 september 2016.

Patricia (44): “Vanwege borstkanker moet ik zestien chemokuren ondergaan. Nu smaakt bijna niets me meer. Ik mis het om van eten te kunnen genieten. Komt mijn smaak als de behandeling klaar is wel terug? “

Ellen Kampman, hoogleraar Voeding en Kanker aan de Wageningen Universiteit:

“Het is heel normaal dat je smaakbeleving tijdens chemotherapie verandert. Dat komt omdat de smaakdrempels – wanneer proef je een bepaalde smaak – voor zoet, zout, zuur en bitter dan zowel verhoogd als verlaagd kunnen zijn. Hierdoor proef je het eten anders of vind je het niet meer smaken. Hield je voor je ziekte niet van zoetigheid maar wel van hartige gerechten, dan kan het zomaar zijn dat je tijdens de behandeling juist een voorkeur voor zoete producten ontwikkelt en niets meer van hartige dingen moet hebben. Zelfs water kan een vieze smaak krijgen.

De temperatuur van eten en drinken beïnvloedt de smaak. Warme gerechten hebben bijvoorbeeld een sterkere smaak dan (ijs)koude. Probeer uit op welke temperatuur gerechten het beste smaken: direct uit de koelkast of juist op kamertemperatuur, heel warm of juist deels afgekoeld.

Hoe lang het duurt voor je smaak weer ‘normaal’ wordt, hangt onder andere af van het type chemokuur, de dosis en de duur. Het herstel is het eerste jaar na de behandeling het grootst. Het tweede jaar kun je ook nog verbetering merken, daarna meestal niet meer.

Bij de één komt na behandeling van kanker de smaak sneller en vollediger terug dan bij de ander. Bovendien kun je (tijdelijk) weer smaakverlies en smaakverandering ervaren bij ontstekingen, bijvoorbeeld tijdens griep of longontsteking. Het ziekteproces van kanker zelf kan ook (weer) smaakveranderingen veroorzaken.

Overigens is de smaak na een operatie vaak net zo goed een tijdje verstoord. En een derde van de patiënten die zijn bestraald, hebben last van smaakveranderingen, vooral als de bestraling plaatsvindt in het hoofd-halsgebied. De smaakpapillen op de tong kunnen dan beschadigen en de reuk kan verminderen, waardoor je minder smaak waarneemt. Bij een droge mond wordt de smaak ook minder omdat sommige voedingsmiddelen droog vrijwel geen smaak hebben en je die alleen met vocht proeft.

Soms wordt zinksulfaat aangeraden om smaakverandering tegen te gaan of te herstellen. Zink is betrokken bij de ontwikkeling van de smaakpapillen, maar het is niet bewezen dat een supplement van zinksulfaat helpt tegen smaakverlies bij de behandeling van kanker.”

Voor meer informatie over voeding tijdens en na of ter voorkoming van kanker, kijk op www.voedingenkanker.info.

Wekelijks geven (medisch) specialisten in Margriet antwoord op gezondheidsvragen van lezeressen. Heb je ook een vraag die je wilt voorleggen aan de (medisch) specialisten? Stuur hem naar rurbrieken@margriet.nl o.v.v. ‘vraag aan’.

WAT MERKEN VROUWEN VAN HARTKLACHTEN?

5 okt

Gepubliceerd in Margriet 40, 23 september 2016. 

Elly (69): “De laatste tijd ben ik snel kortademig, en ik heb bij inspanning regelmatig pijn in mijn nek en tussen mijn schouderbladen. Volgens mijn buurvrouw kan het mijn hart zijn, maar dat geeft toch heel andere klachten?”

Dr. Yolande Appelman, interventiecardioloog in VUmc Amsterdam, gespecialiseerd in de behandeling van hart- en vaatziekten bij vrouwen:

“Dagelijks sterven er in Nederland 57 vrouwen aan hart- en vaatziekten versus 50 mannen. Het is onder vrouwen zelfs doodsoorzaak nummer één. Maar de zorg voor hen blijft op dit terrein flink achter. De meeste vrouwen hebben hier geen idee van. Veel zorgverleners trouwens óók niet. Dat komt omdat hartproblemen er bij vrouwen vaak anders uitzien, en ook andere klachten kunnen geven.

Veel hart- en vaatziekten ontstaan omdat de grote bloedvaten dichtslippen. Bij mannen geeft dat meestal de bekende pijn op de borst. Vrouwen hebben echter vaak meer en ook andere, vagere klachten, zoals algemene lamlendigheid, pijn in de kaak, nek, rug of tussen de schouderbladen, kortademigheid, vermoeidheid, duizeligheid of een onrustig gevoel. Ongemakken die ook andere oorzaken kunnen hebben.

Bijkomend probleem is dat hartklachten bij een deel van de vrouwen minder goed zijn vast te stellen. Een verstopping van de kransslagader kun je op een röntgenfilm nauwelijks missen. Maar vrouwen hebben veel vaker dan mannen last van vernauwingen in (heel) kleine bloedvaten in het hart. Die zijn op een film niet zichtbaar. Op de lange duur kunnen die kleine vaatjes wel tot problemen leiden, zoals hartfalen, een slechte kwaliteit van leven en zelfs overlijden.

Het gevolg van dit alles: vrouwen worden minder snel naar de cardioloog verwezen en vaker zonder – of met een verkeerde – diagnose naar huis gestuurd. Vandaar dat ik vrouwen oproep om hun klachten vooral zelf serieuzer te nemen. Wij hebben nog al eens de neiging om onze problemen af te zwakken, of er zelf een verklaring voor te zoeken. ‘Ik heb pijn in mijn arm en ik ben moe, maar dat komt vast omdat ik gisteren in de tuin heb gewerkt’, hoor ik bijvoorbeeld op mijn spreekuur. Makkelijk voor de dokter, zo’n zelfdiagnose. Maar het verhindert soms ook dat die verder onderzoek doet.

Daarnaast is het belangrijk om te weten of je een vergrote kans op hart- en vaatziekten loopt, vooral rond de overgang. Zorg dat je op de hoogte bent van je gewicht, bloeddruk, cholesterol en suikergehalte. En stop het liefst direct met roken als je dat doet. Daarmee kun je veel problemen vóór zijn.

Kortom: het is zeker verstandig om met je klachten naar de huisarts te gaan. Die kan inschatten of die iets te maken kunnen hebben met het hart. Laat je risicoprofiel bepalen en zwak je klachten vooral niet af.”

Wekelijks geven (medisch) specialisten in Margriet antwoord op gezondheidsvragen van lezeressen. Heb je ook een vraag die je wilt voorleggen aan de (medisch) specialisten? Stuur hem naar rurbrieken@margriet.nl o.v.v. ‘vraag aan’.

 

 

WAAR ZIT JE WEERSTAND?

5 okt

Gepubliceerd in Margriet 39, 23 september 2016. 

Een goede weerstand werkt als een lijfwacht. En één met een drukke baan ook: elke dag wijst hij tientallen mogelijke vijanden de deur. Des te belangrijker dus om hem daarbij zo goed mogelijk te ondersteunen.

Je weerstand, waar zit die eigenlijk?

Je immuunsysteem houdt gevaarlijke binnendringers – zoals bepaalde bacteriën, virussen, schimmels en parasieten – tegen, of ruimt ze op voordat ze kwaad kunnen doen. Dat gebeurt niet op één plek, maar door je hele lichaam. Onder andere je huid, darmen, luchtwegen, bloed en lymfeklieren spelen daarbij een belangrijke rol. Samen zorgen ze ervoor dat je zo goed mogelijk beschermt wordt tegen ziektes.

Grenswachters

Je lichaam heeft verschillende natuurlijke barrières om schadelijke stoffen buiten de deur te houden. De huid is de meest zichtbare. Maar bijvoorbeeld ook de slijmvliezen in je darmen en luchtwegen, het vocht in je ogen, het speeksel in je mond en het maagzuur in je maag hebben de taak om ziekteverwekkers uit te schakelen.

Starterskit

Ieder mens heeft twee soorten afweer: een algemeen systeem, dat geen onderscheid maakt tussen verschillende soorten indringers, en een specifiek systeem, dat zich focust op één bepaalde ziekteverwekker. In het algemene systeem spelen witte bloedcellen de hoofdrol. Zij vormen de snelle verdedigingslinie. Je kunt ze zien als een soort stofzuigers die door het lichaam reizen en onderweg alle mogelijke ziekmakers proberen op te ruimen. Stel dat je een wondje hebt. Dan krijgen de wittebloedcellen een signaal dat ze daar naartoe moeten, zodat ze eventueel binnengedrongen boosdoeners meteen onschadelijk kunnen maken. Samen met de grenswachters vormen ze de ‘starterskit’ van je weerstand, die je bij je geboorte meekrijgt.

IJzeren geheugen

Soms verspreiden ziekteverwekkers zich echter zo snel, dat het de witte bloedcellen niet lukt om ze allemaal op tijd op te sporen. Dan komt het specifieke afweersysteem om de hoek kijken. Dat is de weerstand die je gedurende je leven ontwikkelt. Gespecialiseerde cellen richten zich op één vijand in het bijzonder, bijvoorbeeld een bepaalde variant van het griepvirus. Je lichaam maakt als het ware een maatwerksleutel die alleen op die ene ziekteveroorzaker past en zo de boosdoener heel doeltreffend kan opruimen.

Het grote voordeel van dit soort gespecialiseerde cellen is dat ze een ijzeren geheugen hebben. Als dezelfde vijand later nog eens probeert aan te vallen, herkent je lichaam hem en komt het direct in actie om hem uit te schakelen. Dat is de reden dat je, als je ze eenmaal hebt gehad, voor bepaalde ziektes immuun kunt worden zoals watterpokken. Ook vaccinaties maken handig gebruik van dit principe; door een minuscuul beetje van een ziekte in het lichaam te spuiten, geef je het de kans om er gespecialiseerde afweercellen tegen te maken. Op die manier voorkomen we dat kinderen gevaarlijke ziektes als kinkhoest of mazelen krijgen.

Winterse weerstand

Verkoudheid, griep, afweer, weerstand: we hebben het er vooral in de winter over. Dat komt omdat we ’s winters met z’n allen lekker dicht op elkaar zitten. Ideale omstandigheden voor een virus om zich te verspreiden. Bovendien gedijen virussen beter bij lagere temperaturen, waardoor ze in de winter langer actief blijven. Verder zorgen grote temperatuurverschillen tussen binnen en buiten ervoor dat je slijmvliezen – naast je huid belangrijke poortwachters tegen indringers – hun werk minder goed kunnen doen. Kortom: virussen zijn er het hele jaar door, maar ’s winters slaan ze gemakkelijker toe.

Daarom is een goede weerstand belangrijk

  • Het zorgt ervoor dat je minder gauw iets onder de leden krijgt.
  • Als je toch ziek wordt, zijn je klachten minder ernstig en herstel je sneller.

De stressfactor

Iedereen kent de voorbeelden van mensen die elke winter weer door de griep worden geveld. Of juist van geluksvogels die juist nooit verkouden zijn. Daar kunnen verschillende dingen achter zitten. Als je een chronische aandoening hebt (zoals diabetes of hartfalen) of aan een auto-immuun ziekte lijdt (zoals de ziekte van Crohn of een traag werkende schildklier), functioneert je afweer vaak minder goed. Bepaalde medicijnen kunnen dat nog eens versterken. Verder doet roken een enorme aanslag op je immuunsysteem. Ook langdurige stress heeft een negatief effect. Het werkt als een alarmsignaal voor je lichaam: onmiddellijk de boel klaarmaken voor actie! Je spieren worden aangespannen, je hart en de ademhaling gaan sneller, je bloeddruk gaat omhoog en de aanmaak van het stresshormoon cortisol stijgt. De maag en de darmen krijgen een seintje om de spijsvertering af te remmen, zodat niet onnodig energie wordt verspild met het verteren van eten. Om dezelfde reden wordt het afweersysteem op een laag pitje gezet en werkt het minder goed. Als die situatie lang aanhoudt, krijgen ziektes meer kans.

Goed nieuws: je kunt je weerstand verbeteren

Maar er is – helaas – geen simpel wondermiddeltje voor. Veel sinaasappels eten, probiotica drinken, extra vitamine C slikken, nog meer slapen; het is op zich allemaal prima, maar er is nooit van bewezen dat het je weerstand verbetert. Hetzelfde geldt voor ‘weerstandverhogende’ middeltjes die je bij de drogist koopt, of voor ‘dry brushing’, waarmee je door het borstelen van de huid de werking van je lymfeklieren zou kunnen stimuleren. Een andere aanbeveling die je in de herfst vaak hoort, is dat een bezoekje aan de sauna je weerstand zou opkrikken. Ook dat blijkt niet te kloppen. Sterker nog, de snelle overgang van heel warme naar koude temperaturen zorgt er juist voor dat je afweer tijdelijk minder goed werkt. Wat je dan wel kunt doen om je weerstand een boost te geven? Er een gezonde levensstijl op nahouden. Want hoe beter je lichaam in balans is, hoe beter het afweersysteem zijn werk kan doen. Dat betekent: gevarieerd eten, goede hygiëne (handen wassen!), weinig stress, genoeg slapen voldoende bewegen. Daarmee geef je het het best denkbare steuntje in de rug.

Bewegen is goed voor alles (en ja, dus ook voor je weerstand)

De theorie is dat veel bewegen immuuncellen uit hun schuilplaats haalt en dat die ook nog eens sneller door het lichaam laat reizen. Zo zou een betere controle ontstaan op binnendringers. Maar serieus bewijs daarvoor ontbreekt. Wat wél klopt, is dat door te bewegen allerlei lichaamsfuncties verbeteren. Zo ventileren je longen beter als je regelmatig sport en kan het neusslijmvlies de binnenkomende lucht beter bevochtigen. Dat kan net uitmaken of je ziek wordt of toch niet. Overdrijf het alleen niet, dat sporten. Het risico op bijvoorbeeld een luchtweginfectie neemt af als je meer beweegt, maar schiet juist omhoog als je daarmee doorslaat. Britse immunologen concludeerden dat atleten die meer dan 7 tot 10 uur per week aan duursport deden twee keer zo vaak verkouden waren als de groep die op 3 tot 6 uur per week trainde. Waarschijnlijk komt dat omdat fanatiek sporten de hoeveelheid stresshormonen in je bloed verhoogt en die onderdrukken het immuunsysteem juist.

Uitdaging

In vergelijking met vorige generaties voeden we onze kinderen in een heel schone omgeving op. We laten ze inenten, en als ze ziek zijn, krijgen medicijnen. Het lijkt erop dat daardoor het aantal kinderen met allergieën, maar ook andere ziektes die met het afweer te maken hebben (zoals astma, diabetes, de ziekte van Crohn en multiple sclerose), toeneemt. Mogelijk is het zo dat als het immuunsysteem op jonge leeftijd niet genoeg wordt uitgedaagd, het zich niet krachtig genoeg ontwikkelt. Zeker geen reden om je kinderen nooit meer hun handen te laten wassen – 80 procent van alle virussen verspreiden zich via de handen – maar misschien wel een geruststellende gedachten als je kind de volgende keer hoestend en met koorts op bed ligt. Hoe sneu ook, het is in ieder geval goed voor de ontwikkeling van zijn afweer…

Griep voorkomen

‘Van in de regen lopen word je verkouden’, hoor je vaak. Niets van waar. Ziekmakende bacteriën en virussen verspreiden zich namelijk door de lucht, met praten, niezen en hoesten, of via handen of voorwerpen, zoals een deurknop. Besmetting vindt vooral plaats in ruimtes waar mensen dicht bij elkaar zitten en waar slecht wordt geventileerd. Om de gevreesde griep te voorkomen is goede ventilatie dus belangrijk. Andere tips om de griep te vermijden: was meerdere keren per dag je handen en droog ze af met een papieren doekje (dat je daarna weggooit). Raak je mond, neus en ogen zo min mogelijk aan. Hoesten of niezen? Doe dat dan in je elleboogholte in plaats van in je hand. Gebruik voor het neussnuiten (eenmalig) papieren zakdoekjes en was ook daarna je handen.

 Ventilatie

Als de wind om het huis loeit en de regen tegen de ruiten slaat, is het verleidelijk om alle deuren en ramen potdicht te houden. Slecht idee! In een woning die onvoldoende wordt geventileerd – en dat zijn er miljoenen in Nederland – groeien schimmels en huismijt namelijk gemakkelijker, onder andere door de tien (!) liter vocht die bewoners, huisdieren en planten gezamenlijk gemiddeld per dag produceren. Dan maak je je het je afweersysteem wel extra moeilijk. Op hun beurt kunnen schimmels en huismijt gezondheidsklachten veroorzaken, zoals benauwdheid, hoofdpijn of chronische neusverkoudheid. Laat daarom dag en nacht minstens twee ramen op een kier (of ventilatieroosters open), zodat de lucht goed kan circuleren. Enkel een uurtje per dag luchten is niet genoeg.

Griep of verkouden?

Naar schatting krijgen jaarlijks tussen de 1,5 en 2 miljoen Nederlanders griep. Ruim 250.000 mensen met griepklachten bezoeken de huisarts. Maar hoe weet je nu of je echt griep hebt? Een verkoudheid wordt vaak griep of grieperigheid genoemd, maar is dat niet. Als je een serieuze griep hebt, ben je flink ziek. De klachten bij griep zijn erger en duren langer dan bij een verkoudheid. Meestal begint griep met plotseling opkomende koorts, koude rillingen, hoofdpijn, spierpijn en algemene lamlendigheid. Later kunnen er ook keelpijn en hoest bijkomen. Het eerste symptoom van verkoudheid is juist vaak keelpijn, gevolgd door een loopneus en hoofdpijn. Koorts en spierpijn komen bij verkoudheid meestal niet voor.

Wist je dat….

er elke winter verschillende griepvirussen de ronde doen, die bovendien steeds een beetje veranderen? Vandaar ook dat je niet na één griepje immuun bent, maar dat je de ziekte ieder jaar opnieuw kunt krijgen.

Haal de griepprik

Met het ouder worden gaat het afweersysteem langzaam minder goed werken. Dat maakt senioren extra vatbaar voor de griep zelf, maar ook voor complicaties van griep. Vandaar dat alle 60-plussers jaarlijks in de herfst een oproep voor een griepprik krijgen. Dat geldt ook voor patiënten met longaandoeningen, hart- en vaatziekten, diabetes, immuunziekten of chronisch nierfalen. Van de vijf miljoen Nederlanders die een oproep krijgen, haalt 70 procent de prik daadwerkelijk. Lang niet iedereen dus. En dat terwijl de griepprik volgens de Gezondheidsraad bij 60-plussers naar schatting 50 procent van de griepgevallen en de ziekenhuisopnames door griep voorkomt. Halen dus!

Met medewerking van internist-geriater Sophia de Rooij, hoogleraar geriatrie-ouderengeneeskunde, afdelingshoofd Centrum Ouderengeneeskunde van het Universitair Medisch Centrum Groningen en verbonden aan het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam.

 

%d bloggers liken dit: