15 VRAGEN OVER EEN TROMBOSEBEEN

10 Nov

Gepubliceerd in Plus Magazine, oktober 2016.

Zwelling, pijn, verkleuring: van een trombosebeen kun je flink last hebben. Hoe ontstaat dat? En vooral ook: hoe kom je er weer af? Internist Saskia Middeldorp legt uit.

 

  1. Wat is een trombosebeen?

Prof. dr. Saskia Middeldorp, hoogleraar trombose en hemostase in het AMC Amsterdam: “Een blokkade in de vorm van een bloedstolsel in de diepere aderen van (meestal) één van de benen, waardoor het bloed niet goed meer kan doorstromen.”

  1. Waarom ontstaat zoiets juist in het been?

“Daar zitten flink wat kleppen die ervoor zorgen dat het bloed – door de zwaartekracht – niet steeds naar je enkels terugstroomt. We vermoeden dat het bloed rondom die klepjes een beetje stil komt te staan, en dat daar dan makkelijker een klontje ontstaat. Vandaar dat je trombose vooral in het been aantreft, maar die kan in alle aderen voorkomen.”

  1. Wat merk je ervan?

“Meestal heb je pijn in het been en voelt dat warm aan. Verder kan de kuit dik en soms roodpaars van kleur worden De huid is strak en glanzend, de aders in de huid zijn opgezet en duidelijker zichtbaar. Lopen is vaak pijnlijk. Hoe groter de blokkade van het bloedvat, hoe erger de klachten. Overigens geeft een bloedstolsel in het been niet altijd klachten. Je kunt er dus ook niets van merken.”

  1. Hoe wordt de diagnose gesteld?

“De huisarts onderzoekt het been en kan zo nodig bloedonderzoek doen. Schat hij de kans op een trombosebeen als groot in, dan stuurt hij je in principe dezelfde dag naar het ziekenhuis om een echo van het been te laten maken.”

  1. Komt het veel voor?

“Ja, maar hoeveel mensen precies jaarlijks een trombosebeen krijgen, wordt niet bijgehouden. Wel zeker is dat vanaf je 45ste het risico erop geleidelijk toeneemt. Waarom dat zo is, weten we niet precies.”

  1. Waar gaat het fout?

“Ons vaatstelsel is een gesloten buizensysteem dat met het bloed zuurstof en afvalstoffen vervoert. Als er een bloedvat beschadigd raakt en het bloed naar buiten stroomt, gaat er een inwendige alarmbel af: lekkage! Het lichaam begint direct met de benodigde reparatiewerkzaamheden. Bloedstolling is dus een verdedigingsmechanisme om erger te voorkomen. Maar soms stolt het bloed ook zonder dat er sprake is van een lek. In dat geval spreken we van trombose. Het verdedigingsmechanisme schiet dan als het ware zijn doel voorbij.”

  1. Wanneer gebeurt dat?

“Het bloed kan bijvoorbeeld langzamer gaan stromen als iemand na een operatie een tijd in bed ligt. De spieren en bloedvaten in de benen zijn gemaakt om te bewegen. Doen ze dat niet, dan kan het bloed daar snel samenklonteren. Dat gebeurt soms al na enkele dagen. Vandaar dat patiënten met bedrust in het ziekenhuis dagelijks bloedverdunners krijgen. Het bloed kan ook om andere redenen sneller gaan klonteren. Ziektes als reuma, diabetes of kanker of een operatie kunnen de stolling van het bloed stimuleren. Datzelfde geldt voor bepaalde medicatie, bijvoorbeeld sommige ontstekingsremmers en medicijnen die de afweer onderdrukken. Ook gebruik van de pil, zwangerschap, overgewicht en roken zijn risicofactoren voor trombose.”

  1. Wat heeft leefstijl ermee te maken?

“Als je flink te zwaar bent, loopt je een hoger risico op trombose, waarschijnlijk doordat de samenstelling van je bloed verandert en de neiging tot stolling sterker wordt. Gebruik van de anticonceptiepil en roken vergroten dit risico.”

  1. Kun je aanleg voor een trombosebeen hebben?

“Jazeker. Er zijn erfelijke afwijkingen die het evenwicht tussen stollen en niet-stollen verstoren, waardoor je een verhoogde kans hebt op trombose.”

  1. Is het gevaarlijk?

“Als het bloedpropje in het been losschiet, wordt het in de bloedbaan meegevoerd en kan het, via het hart, in één of meer slagaders naar de longen vast komen te zitten. In dat geval is er sprake van een longembolie. De bloedstroom stokt en het longweefsel achter de blokkade krijgt geen zuurstof meer. De patiënt krijgt het dan erg benauwd. Ademen kan ook pijn doen. Soms komen er hartkloppingen bij.

De ernst van een longembolie hangt af van de grootte van het bloedstolsel en de plek in de longen waar de blokkade zit. Als er niets aan wordt gedaan, kunnen er grote problemen ontstaan. Longweefsel kan afsterven en de druk in de longslagaders kan de pan uit rijzen. In het ergste geval kan een longembolie leiden tot de dood, omdat het hart het bloed niet meer kan rondpompen. Naar schatting gebeurt dat bij een op de twintig patiënten. Verder kan het been zelf ook schade oplopen, bijvoorbeeld doordat de klepjes in de aders kapot gaan of omdat de slagaders door de zwelling worden dichtgedrukt. Gelukkig komt dat heel weinig voor.”

  1. Hoe wordt een trombosebeen behandeld?

“In verreweg de meeste gevallen met antistollingsmiddelen. Deze medicijnen verdunnen het bloed en zorgen ervoor dat er het stolsel niet groter wordt terwijl het lichaam het ondertussen zelf afbreekt. Decennialang hadden we alleen medicatie tot onze beschikking, zogenaamde vitamine-K-antagonisten, waarvan de dosering heel nauw luisterde. Vandaar dat gebruikers van deze middelen regelmatig hun bloedwaarden moesten laten checken bij de trombosedienst. Sinds een paar jaar zijn er echter nieuwe antistollingsmedicijnen op de markt, die het bloed gelijkmatiger verdunnen en daardoor stabieler zijn. Het grote voordeel is dat gebruikers daarvan niet meer voor controle naar de trombosedienst hoeven. Dat geeft ze veel vrijheid. Sinds april van dit jaar staat in de internistenrichtlijn dat bij trombose standaard de nieuwe medicijnen worden voorgeschreven. Helaas doen nog niet alle ziekenhuizen en huisartsen dat. Schroom in zo’n geval niet om er zelf om te vragen.”

  1. Hoe lang moet je medicatie slikken?

“Dat hangt er vanaf. Als er een duidelijke oorzaak is, zoals een operatie, drie maanden. Is die er niet, dan is het advies in principe om de antistollingsmiddelen te blijven gebruiken. Daarnaast krijgen patiënten een elastische kous aangemeten. Die verkleint de kans op blijvende klachten zoals zwelling, jeuk, pijn, huidverkleuringen en opgezwollen aders (maar niet op nieuwe trombose). Het advies is om de steunkous gedurende twee jaar dagelijks te dragen.”

  1. Ben je daarmee van de klachten af?

“Helaas niet altijd; een kwart tot de helft van de patiënten houdt blijvende ongemakken, zoals een zwaar gevoel in het been en/of pijn. Post-trombotisch syndroom heet dat. Soms zijn de klachten er alleen na bijvoorbeeld lang staan of lopen, soms ook voortdurend. Het gebruik van een elastische kous na een trombosebeen vermindert de kans op blijvende problemen. Vandaar dat het zo belangrijk is om dat daadwerkelijk twee jaar vol te houden.”

  1. Wat kun je zelf doen?

“Er een gezonde levensstijl op nahouden. Dat wil zeggen: niet roken, zo min mogelijk overgewicht hebben, dagelijks minimaal dertig minuten bewegen en alcohol beperken.”

  1. Je hoort wel eens horrorverhalen over een trombosebeen tijdens een vliegreis. Hoe zit dat?

“Vliegen geeft een licht verhoogd risico, maar veel minder dan bijvoorbeeld overgewicht of de pil. Sowieso wordt het pas een probleem bij een vlucht van meer dan zes à acht uur. Vooral mensen die al eens trombose hebben gehad, moeten dan extra opletten. Voor vertrek kunnen ze met hun (huis)arts overleggen of ze er bijvoorbeeld goed aan doen bloedverdunners te gebruiken. Voor mensen zonder trombosegeschiedenis luidt het advies: strek en buig je benen en voeten tijdens de vlucht regelmatig en loop elke twee uur even door het gangpad. Een speciale vliegkous – een soort steunkous ‘light’ – kan het risico ook iets verminderen.”

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: