POST!

10 Nov

Gepubliceerd in Buitenleven 7, oktober 2016.

Iedere nummer van Buitenleven schrijven moeder Francien en dochter Marte, beiden importFriezen, elkaar op deze plek over hun ervaringen met het dorpsleven. Deze keer over pompoenen, jagers, thee en taartjes.

  • Illustratrice Francien van Westering (65), bekend van haar kattentekeningen, verhuisde vijftien jaar geleden van de randstad naar een lieflijk boerderijtje in Zuid-Friesland. Daar woont ze met haar man Bram, haar Tibetaanse terriër Dribbel, vijf poezen, zes hennen en een haan.
  • Begin vorig jaar besloot Franciens dochter, journaliste Marte van Santen (41), haar te volgen. Ze verruilde haar Amsterdamse appartementje voor een hoekhuis in een klein Fries plaatsje, 20 kilometer bij haar moeder vandaan. Ze deelt haar woning met haar grijze koningspoedel Dirkje.

 

Lieve dochter,

Elk najaar is er een pompoenenmarkt bij mij in de buurt. De eerste paar keren was het een gezellige, kneuterige belevenis. Er waren uiteraard veel pompoenen te koop, en er stonden een paar kraampjes met voornamelijk zelfgemaakte spulletjes en etenswaren uit de streek. Het was een groot succes. Elk jaar kwamen er meer bezoekers. De activiteiten breidden zich uit met commerciëlere kraampjes, muziek, demonstraties en wedstrijden. Het oorspronkelijke weiland werd te klein. De parkeerplaats – op een ander weiland – ook. Je moest steeds verder lopen om bij de markt te komen. Er ontstonden lange rijen voor de ingang. De markt heette opeens geen markt meer, maar een Fair, waar je entreegeld voor moest betalen. De pompoenen maakten nog maar een heel klein onderdeel uit van dit ‘Event’, zoals het ondertussen werd genoemd.

De laatste keer dat ik er was, vorig jaar, werd er uitgebreid aandacht besteed aan de jacht. Nou is jagen iets waar ik persoonlijk veel moeite mee heb. Ik kan er begrip voor opbrengen dat de wildstand op peil moet worden gehouden. Maar voor de plezierjacht heb ik geen enkele sympathie. Elk najaar kom ik ze weer tegen in het bos, die jagers. Ik hoor ze schieten en ik word er altijd naar van. Ik kan maar niet begrijpen dat mensen plezier hebben in het doden van dieren. Ik dacht: dit heeft niets meer met pompoenen te maken. Ik kom hier niet meer.

Terwijl ik – zonder pompoenen – een beetje somber naar huis reed, kwam ik langs een boerderij. Op een handgeschreven bord naast de weg stond: Pompoenen te koop. Ik besloot een kijkje te nemen. De vriendelijke eigenaar vertelde me dat het een zorgboerderij was, waar jongeren met diverse handicaps aan het werk waren. Samen verzorgden ze koeien, schapen, varkens en kippen. Verder verbouwen ze allerlei biologische groenten die ze in hun eigen winkeltje verkochten. Ook pompoenen dus.

Ondertussen konden twee jongens van een jaar of vijftien haast niet wachten om me te helpen. Ze wezen enthousiast aan welke pompoenen ze het mooist vonden, stapelden ze in een paar kisten en tilden ze voor me in de auto. Daarna rekenden ze trots met me af. Ik werd er helemaal blij van, want de sfeer was een verademing vergeleken bij waar ik vandaan kwam. Ik weet waar ik voortaan mijn pompoenen koop!

Dikke knuffel,

Francien

———————————————————————-

Lieve Mam,

Ik weet nog dat ik de eerste keer met je mee ging naar die pompoenenmarkt. Wat doe ik hier?, dacht ik,  toen ik op de parkeerplaats – dat weiland dus – in een koeienvlaai stapte. De accenten, de workshops pompoen snijden, de zelfgebreide spullen, het volksdansen; de cultuurshock was voor een stadse twintiger wel heel groot. Het leek alsof ik vanuit Amsterdam geen 150, maar 1500 kilometer had gereden, zo ver weg voelde ‘mijn’ wereld. Een toeristisch uitje, vooral geschikt voor oudere mensen, zo zag ik het toen. Mijn auto stonk nog dagen naar koeienstront.

Ik had dus nooit kunnen bedenken dat ik vijftien jaar later vol enthousiasme naar de themamarkt in mijn eigen Friese dorp zou gaan. Dat ik daar zou genieten van de zelfgemaakte limonade. Dat ik mee zou doen met de loterij (waarvan de opbrengst jaarlijks naar de renovatie van het dak van het plaatselijke kerkje gaat). En dat ik me de koning te rijk zou voelen met de gehaakte sloffen die ik er op de kop wist te tikken.

Grappig genoeg heet het marktje bij ons ook een ‘fair’, maar er is niets pretentieus aan. Een klein grasveldje met wat kraampjes, meer is het niet. Hier dus nog volop kneuterigheid. En gelukkig maar. Na een zomer waarin we werden overspoeld met het ene afschuwelijke nieuwsbericht na het andere, kan ik zo genieten van de kleine dingen. Van versieringen, gezellig gekeuvel en zelfgebakken appeltaart. Ze herinneren me eraan dat er ook heel veel goede mensen zijn, en dat het leven doorgaat. Op een fair lijkt de boze buitenwereld voor even heel ver weg.

Trouwens, het is ook een prima plek om je buurtbewoners en de omgeving beter te leren kennen. Een dame uit Terwispel die er allerlei soorten thee verkocht, bleek bij haar thuis high tea’s te verzorgen. Afgelopen weekend heb ik met een vriendin haar kookkunsten uitgeprobeerd en ik kan je zeggen dat ik zelden zo lekker heb gesnoept! Sandwiches, miniquiches, scones, muffins, chocoladetaart, wortelcake; het was zo’n overdaad, dat we het niet eens op kregen. Alles vers, zelfgemaakt en van topkwaliteit. En lemon curd die ze hoogstpersoonlijk uit Engeland haalt. Om over de tientallen bijzondere theeën nog maar niet te spreken. Weer een pareltje dat ik aan mijn Friese ketting kan rijgen.

Alle liefs,

Marte

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: