VRIJPLAATS OM DOOD TE GAAN

18 Nov

2016-11-17-dvhn-willemien-lenstra

Gepubliceerd in het Dagblad van het Noorden, 17 november 2016.

Zo’n 650 mensen zag Willemien Lenstra, vrijwilliger van het hospice Gasthuis Groningen, afgelopen jaren komen en gaan. Een deel van hun bijzondere verhalen tekende ze op in het boekje Mevrouw wil versterven!.

“Zullen we voor het interview in het hospice afspreken, of vindt u dat eng?”

Willemien Lenstra (63), een van de initiatiefnemers van het Gasthuis Groningen, vraagt het voor de zekerheid maar. Want zo normaal als de dood na achttien jaar vrijwilligerswerk in het ‘bijna-thuis-huis’ voor haar is geworden, zo beangstigend is die nog altijd voor sommige buitenstaanders.

“Laatst nog een journaliste van een landelijke krant”, vertelt ze. “Die durfde ons niet te bezoeken. Jammer, want dan had ze kunnen zien dat een hospice helemaal niet zo somber en deprimerend is als veel mensen denken.”

En inderdaad, wie het statige pand aan de Groningse Eendrachtskade binnentreedt, stapt in een warm bad. Veel licht hout en primaire kleuren. Behang met Delfts blauwe bordjes in de woonkeuken. En een snoeppot die altijd is gevuld. Alsof je thuiskomt.

“Dat is precies de bedoeling”, zegt Lenstra. “Je bent hier vrij om zo dood te gaan als je zelf wilt. Met je eigen spullen om je heen, en desgewenst een sigaret of een fles drank en je kat op bed. Voor zover het praktisch uitvoerbaar is, mag alles.”

Jaarlijks sterven er in de zes kamers die het gasthuis telt zo’n veertig mensen, het overgrote deel aan kanker. De gemiddelde leeftijd bij het overlijden is 68 jaar, de gemiddelde verblijfsduur een maand. Arm of rijk, gelovig of atheïst; iedereen is welkom. Dat geldt trouwens net zo goed voor de 125 vrijwilligers die het huis draaiende houden. (Er zijn geen betaalde medewerkers). “We laten iedereen hier in zijn of haar waarde”, aldus Lenstra. “En zo hoort het natuurlijk ook. In de dood zijn we allemaal gelijk.”

Al achttien jaar rijdt ze bijna dagelijks naar het gasthuis, waar ze gemiddeld 25 uur per week doorbrengt. In die tijd heeft ze veel bijzondere mensen leren kennen. Haar hoofd zat zo vol met hun verhalen, dat ze besloot ze op papier te zetten. Een vijftigtal is begin dit jaar gebundeld in het boekje Mevrouw wil versterven!. Ze schreef het in eerste instantie voor zichzelf, maar ook om buitenstaanders een idee te geven van hoe het er achter de voordeur van een hospice nu écht aan toegaat. “De vraag die ik vaakst krijg? Hoe ik dit zware werk kan volhouden.”

Nou vooruit, dan beginnen wij daar ook mee.

“Het klinkt misschien vreemd, maar de dood is slechts een klein onderdeel van ons werk. Doodgaan is een moment, een ademtocht. Het overgrote deel van de tijd zijn we als vrijwilligers bezig om het leven zo aangenaam mogelijk te maken. We hebben veel plezier met elkaar, het is vaak heel gezellig hier. Mensen die ziek zijn en alleen wonen, zorgen dikwijls slecht voor zichzelf. Als ze dan bij ons komen en alle aandacht en liefde krijgen, knappen ze zienderogen op. Dat geeft zoveel voldoening! Niks ‘volhouden’ dus, ik doe het met plezier.”

Waarom vinden veel mensen een hospice dan toch eng, denkt u?

“Het beeld bestaat dat er een en al somberheid en verdriet heerst, maar dat is dus een groot misverstand. Verder vermoed ik dat de dood voor veel mensen gelijk staat aan het verlies van controle. Om daarmee geconfronteerd te worden, is kennelijk heel beangstigend.”

Wanneer kan iemand in een hospice terecht?

“Als hij of zij terminaal is. De benodigde indicatie geeft het Centrum Indicatie Zorg (CIZ) af bij een levensverwachting van maximaal drie maanden. De patiënt heeft bij ons dan recht op terminale thuishulp.”

Waarom kiezen mensen ervoor om in een hospice te sterven?

“Soms hebben ze geen naasten die voor ze kunnen of willen zorgen. Of het wordt de familie te veel. Vaak willen patiënten hun dierbaren ook niet belasten. Verder is dit een heel veilige omgeving. Niets hoeft, alles mag. En je bent nooit alleen. Natuurlijk kun je de deur van je kamer dichtdoen als je dat wilt, maar van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat zijn er vrijwilligers aanwezig. En ’s nachts is er een verpleegkundige van de thuiszorg die de boel in de gaten houdt. Dat is voor veel mensen een geruststellende gedachte.”

Wie betaalt dat allemaal?

“Het kost jaarlijks zo’n 100.000 euro om dit huis te runnen. Dat geld gaat op aan woonlasten, verzekeringen en eten en drinken. De helft betalen gasten in de vorm van een huur van 40 euro per dag. De andere helft krijgen we binnen via fondsenwerving.”

Niet iedereen kan dat bedrag per dag opbrengen, zeker niet als een verblijf langer duurt.

“Er zijn zorgverzekeraars die de bijdrage betalen, maar vaak alleen als je een heel uitgebreide aanvullende verzekering hebt. Vreemd eigenlijk, als je bedenkt dat wij tien keer zo goedkoop zijn als een verpleeghuis. Soms biedt de bijzondere bijstand uitkomst. Als er echt geen andere mogelijkheid is, rekenen we niets. We sturen in ieder geval niemand wegens geldgebrek naar huis.”

Hoe komt iemand op het idee om een hospice te beginnen?

“Toen ik in de jaren ’90 voorzitter van Humanitas Groningen was, hoorde ik steeds vaker dat mensen ‘gedwongen’ in een instelling overleden omdat dat thuis niet kon. Op dat moment was er namelijk nog niets voor palliatieve zorg in Noord-Nederland. Ik vind dat iedereen zo moet kunnen sterven als hij of zij het liefste wil. Vanuit die gedachte is het plan voor het Gasthuis geboren.”

Hoe ziet een dag bij jullie eruit?

“Zeven dagen per week zijn er van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat vijf vrijwilligers aanwezig. Die runnen het huishouden – schoonmaken, wassen, boodschappen doen – en brengen tijd door met de gasten. We doen er alles aan om het hun zo goed mogelijk naar de zin te maken. Als ze trek hebben in een frikadel of een haring, halen we die. En willen ze samen winkelen of naar de kroeg, dan kan dat ook. Mensen denken vaak dat terminaal zieken de hele dag op bed liggen, maar dat is lang niet altijd zo.”

Is er niets in dit werk waar u moeite mee heeft?

“Jawel, het afleggen. Dat haat ik. Ik vind het ongemakkelijk en eigenlijk ongepast om mensen aan te raken die zich niet kunnen verweren. Gelukkig zijn er ook vrijwilligers die daar anders over denken. Ze zorgen ervoor dat de overledene ontspannen glimlachend op bed ligt. Prettig om naar te kijken, en zo moet het ook. Die laatste indruk van een dierbare blijft namelijk altijd bij je. Daarom is het werk van de afleggroep zo belangrijk.”

Wat is er in die achttien jaar veranderd?

“We zien steeds vaker heel eenzame, verwaarloosde mensen. Dikwijls hebben zij behalve een terminale ziekte ook psychische problemen. Ik vrees dat dat het gevolg is van de bezuinigingen in de geestelijke gezondheidszorg. Positief is dat de pijnbestrijding de afgelopen jaren zoveel beter is geworden. Niemand hoeft meer met pijn te overlijden.”

Vindt er veel euthanasie plaats?

“Verrassend weinig. Veel gasten wapperen bij binnenkomst met een euthanasieverklaring, maar uiteindelijk blijkt die zelden nodig, misschien één of twee keer per jaar. Het merendeel overlijdt met behulp van palliatieve sedatie, waarbij de patiënt in slaap wordt gebracht tot hij een natuurlijke dood sterft.”

Wat zijn uw bijzonderste herinneringen?

“In totaal heb ik hier zo’n 650 mensen zien komen en gaan. Er zijn zoveel mensen die ik nooit zal vergeten. De dame die vroeg of ik naar haar huis wilde gaan om haar fotoboeken te vernietigen. De gewelddadige TBS-er die een van de vriendelijkste mensen bleek die ik ooit heb ontmoet. De vrouw die in de la van haar nachtkastje acht flessen sterke drank had staan waar ze met rietjes uit dronk. Het kindje van veertien maanden dat een half jaar bij ons heeft gewoond. Maar het meest bijzonder waren misschien wel de drie bruiloften die we hier hebben gevierd.”

Is uw eigen idee over de dood door dit werk veranderd?

“Nee. Bang ben ik daar nooit voor geweest. Ik geloof niet in leven na de dood, dus weg is weg. Vandaar ook dat ik het graag aan mijn nabestaanden overlaat om mijn uitvaart op hún manier te regelen. Zij hebben daar belang bij, voor mij maakt het niet meer uit. Ik heb geen behoefte om over mijn graf te regeren.”

Meer informatie: gasthuisgroningen.nl.

[Kader]

Mevrouw wil versterven!

Op basis van haar ervaringen verzamelde Willemien Lenstra zo’n vijftig verhalen en bundelde die in het Mevrouw wil versterven! Kleine miniatuurtjes van willekeurige gasten, die tezamen een verhelderend beeld geven van hoe het er in een hospice aan toegaat. Het boek (€ 12,50) is te verkrijgen bij diverse Groningse boekhandels of te bestellen via gasthuisgroningen.nl of via bol.com.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: