POST UIT FRIESLAND

8 Jan

2016-12-buitenleven-post

Illustraties: francienvanwestering.nl

Gepubliceerd in Buitenleven 1, januari 2017.

Regelmatig schrijven moeder Francien en dochter Marte, beiden import-Friezen, elkaar op deze plek over hun ervaringen met het dorpsleven. Deze keer over luchten, Texel en de zee.

Lieve mam,
“Wat een verademing om als je wakker wordt de lucht te zien!”
Tegenover mij zit Els, eind veertig, kort blond haar, stevige fietserskuiten. Samen met onze mannen delen we een ontbijttafel van een Texelse bed & breakfast.
“Begrijp me goed, ik zou niet uit Rotterdam weg willen”, vervolgt ze. “Maar soms komen al die stenen wel op me af. Vandaar dat we zo veel fietsen. Veertig kilometer hebben we gisteren gedaan, het hele eiland rond. Heerlijk, al die zuurstof! Ik kan weer weken voortuit.”
Soms moet je uit je eigen omgeving stappen om te waarderen wat je thuis hebt. Na bijna twee jaar buitenleven vind ik het al haast gewoon dat ik iedere ochtend op weidse blauwe (of grijze) vergezichten word getrakteerd. Dat ik groen zie, zover als het oog rijkt. En dat de lucht hier altijd schoon ruikt. Maar na de opmerking van Els realiseer ik me dat dat natuurlijk helemaal niet vanzelfsprekend is. Nog niet zo heel lang geleden moest ik in mijn Amsterdamse appartement bij de vensterbank gaan staan en dan omhoog kijken om de wolken te kunnen zien. Twintig jaar lang vond ik dat geen enkel probleem. Nu moet ik er niet meer aan denken.
Voor de luchten kom ik in deze kerstvakantie dus niet naar Texel. Wel voor de zee, de stranden en de gezellige dorpjes. Want ik heb zulke goede jeugdherinneringen aan dit eiland. Helaas is het appartementencomplex in De Cocksdorp waar we vroeger altijd logeerden er niet meer. Maar ik zie de trampolines waar ik uren op kon springen nog zo voor me. En het biologisch-dynamische eten van het hotel trouwens ook! Met de droge zilvervliesrijst was ik als kind wat minder blij. Afgezien daarvan vond ik het een waar paradijsje. Uren met onze labradors wandelen in de Slufter, samen op een tandem; het voelt als de dag van gisteren. En nu ben ik ineens 41, en loop ik met mijn eigen man en hond door de duinen.
Ik ben wel vaker met Dirkje naar de zee geweest, maar een oneindig groot strand, zoals bij de Texelse vuurtoren, bijna alleen voor haar, dat heeft ze nog niet eerder meegemaakt. Wat een feest! Het liefst sjeest ze op volle snelheid door de branding. Echt, volgens mij is ze in haar vorige leven een renpaard geweest. Gisteravond was ze – nog nooit vertoond – zowaar een beetje moe. Als ze een kind was, wist ik waar ik haar volgende zomer op kamp zou sturen.
Alle liefs,
Marte

Lieve Dochter,
O ja, ik heb ook heel goede herinneringen aan onze vakanties op Texel. Vooral in de winter, wanneer er weinig bezoekers, of beter gezegd, eilandgasten waren. Het feest begon al in de haven van den Helder, als je na een lange rit uit de auto stapte en overspoeld werd door het geluid van krijsende meeuwen en de zilte geur van zee. Daar kreeg ik meteen een vakantiegevoel van. Dat werd alleen maar versterkt door de boot op te rijden, de metalen trappen op te klimmen en over de reling te hangen wanneer we de haven uitvoeren. En dan maar kijken, met onze haren in de wind, hoe Texel langzaam dichterbij kwam.
Wat me bleef verbazen was dat de boot vrijwel altijd vol was, maar dat, als je het eiland op reed, al die auto’s heel snel verdwenen, alsof ze in lucht waren opgelost. Eén van de eerste dingen die je op Texel ziet zijn weilanden met schapen. Ja, er zijn meer gebieden in Nederland met zo’n landschap. Maar toch is het anders, want je bent op een eiland. En dat weet je, ook al is er op dat moment nergens een zee te zien. Dat geeft dat unieke eilandgevoel. Je lijkt ineens afgesneden van de rest van je leven, maar dat is niet erg, integendeel. Het voelt vrij, vol nieuwe mogelijkheden. De dichter Slauerhoff beschreef zijn eilandgevoel als een combinatie van eenzaamheid en geborgenheid. Mooi hè?
In De Cocksdorp zag ik ’s avonds, wanneer ik de honden uitliet, ontelbaar veel sterren en zelfs de Melkweg. Het was stil, maar in de verte hoorde ik de zee. En dan moest ik weer aan de dichtregels Slauerhoff denken: ‘Maar in zijn nachten ruist de zee een lied/een mild vermanen om het leven niet/op zich te nemen als een zware last.’ Dat zijn troostende woorden.
Ach, de zee. Ik ben er mee opgegroeid. Als kind werd ik door mijn moeder vrijwel dagelijks meegenomen naar het strand om te lopen. De zee, die met al zijn geuren, kleuren en geluiden geen dag hetzelfde is en die nooit verveelt. Op Texel is de zee altijd vlakbij. Voor mij is dat thuiskomen. Het werkt ook helend, want in mijn ogen is er niets zo goed voor je hoofd is als een stevige strandwandeling – het liefste als het flink waait. Dat is het enige wat ik hier, in het zuidelijkste puntje van Friesland, wel eens mis. Dat de zee niet wat dichterbij is…
Dikke kus,
Francien

  • Illustratrice Francien van Westering (65), bekend van haar kattentekeningen, verhuisde vijftien jaar geleden van de randstad naar een lieflijk boerderijtje in Zuid-Friesland. Daar woont ze met haar man Bram, haar Tibetaanse terriër Dribbel, vijf poezen, zes hennen en een haan. 
  • Begin vorig jaar besloot Franciens dochter, journaliste Marte van Santen (41), haar te volgen. Ze verruilde haar Amsterdamse appartementje voor een hoekhuis in een klein Fries plaatsje, 20 kilometer bij haar moeder vandaan. Ze deelt haar woning met haar vriend Peter en haar grijze koningspoedel Dirkje.
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: