POST UIT FRIESLAND

28 Feb

buitenleven1702_k

Gepubliceerd in Buitenleven 2, februari 2017.

Ieder nummer schrijven moeder Francien en dochter Marte, beiden import Friezen, elkaar op deze plek over hun ervaringen met het dorpsleven. Deze keer over poezen, muizen en een uienzak.

  • Illustratrice Francien van Westering (65), bekend van haar kattentekeningen, verhuisde vijftien jaar geleden van de randstad naar een lieflijk boerderijtje in Zuid-Friesland. Daar woont ze met haar man Bram, haar Tibetaanse terriër Dribbel, vijf poezen, zes hennen en een haan.
  • Begin vorig jaar besloot Franciens dochter, journaliste Marte van Santen (41), haar te volgen. Ze verruilde haar Amsterdamse appartementje voor een hoekhuis in een klein Fries plaatsje, 20 kilometer bij haar moeder vandaan. Ze deelt haar woning met haar vriend Peter en haar grijze koningspoedel Dirkje.

 

Lieve dochter,
Waar ik erg aan moest wennen toen ik op het platteland ging wonen, was de manier waarop er met katten om werd gegaan. Met name op sommige boerderijen. Katten zijn daar om te werken – ze moeten muizen vangen (waar op zich niets verkeerd mee is.) Vaak komen ze niet binnen, maar leven ze in de stallen of een schuur. In mijn directe omgeving zijn vrijwel alle katten gecastreerd en gesteriliseerd, maar er zijn nog genoeg boerderijen waar dat helaas niet gebeurt. Met alle gevolgen van dien. Ik heb eens een heel nest kittens bij een boerderij weggehaald. Ze hadden allemaal niesziekte en waren er slecht aan toe. Gelukkig kwamen ze er met veel zorg weer bovenop. Daarna ben ik, heel naïef, een soort kruistocht begonnen om boerderijkatten te laten steriliseren. Op mijn kosten, om het makkelijker te maken.
Nou, dat heb ik geweten. Sommige boeren waren woedend over mijn bemoeienis. Vooral toen ik aan de lokale krant had verteld wat ik van plan was. Wie dacht ik wel niet dat ik was? Ze lieten zich echt niet de les lezen door zo’n mevrouw uit het westen! Ze maakten zelf wel uit wat ze met hun katten deden en daar was trouwens niks mis mee. Ze hadden het altijd zo gedaan en dat was dat. Ik heb er van geleerd dat ik hier best mag wonen, maar dat ik me vooral niet moet bemoeien met hoe de dingen worden gedaan…
Niet lang daarna kwam iemand van de thuiszorg me vertellen dat een boer, van wie ze de vrouw verzorgde, een kitten wilde gaan verdrinken. En dat ze dat zo zielig vond. Kon ik daar misschien iets aan doen? Ik ben met een reismand naar de betreffende boerderij gegaan en heb ik heel beleefd gevraagd of ik het katje alsjeblieft mee mocht nemen. De boer was er een van het stugge soort en ik dacht even dat hij nee zou zeggen. Maar toen wees hij naar een uienzak in de hoek van de schuur. ‘Daar ziet ie in’, zei hij. Ik wou het katje uit die zak halen en in de reismand stoppen. Nergens voor nodig vond de boer, want ‘daar is ie veel te wild voor’.
Pas toen ik thuis de zak openmaakte, zag ik hoe mijn nieuwe kitten er uit zag; muisgrijs met wit. De volgende dag ben ik meteen naar de dierenarts gegaan, die constateerde dat het een gezond jongetje van een week op zes was. Ik noemde hem Tibbe, naar de aardige vriend van Minoes. Wild is hij nooit geweest. Wel héél lief!
Dikke kus,
Francien

Lieve mam,
Het was liefde op het eerste gezicht toen je me een foto van de kleine Tibbe stuurde. Dat tweekleurige neusje! Die poezelige pootjes! Dat scheve bekje! Ik viel als een blok voor het wonderlijke, dappere katertje, dat je bovendien had vernoemd naar een karakter uit een van mijn favoriete kinderboeken. Het voelde voorbestemd: Tibbe hoorde bij mij.
Gelukkig zag jij dat ook zo. Wat was ik opgetogen toen ik met hem in een mandje naast me naar huis reed. Eenmaal in (toen nog) Amsterdam, had hij zijn draai snel gevonden. En zo klein als mijn appartement was, mijn vriendje ging overal waar ik ging. Tijdens het ontbijt speelde hij verstoppertje onder mijn krant. Zat ik achter mijn computer, dan typte Tibbe graag mee. En ging ik ’s avonds in bad, dan kwam hij gezellig op de rand zitten. Ineens was ik niet meer alleen, maar woonde ik samen. Met het liefste mannetje ter wereld.
Maar het was geen gemakkelijk besluit om een kat in huis te nemen. Van kinds af aan heb je me je liefde voor dieren bijgebracht. Het was een rijkdom om op te groeien in een huis met twee honden en een veelvoud aan poezen. En toch was het voor mij niet vanzelfsprekend om jou daarin te volgen. Want hoe dol ik ook op beesten ben, ze maken me ook bang. Voor het verdriet wel te verstaan, dat ik voel als ze me ontvallen. Ik hecht me zó aan een dier, dat het idee dat het ooit doodgaat haast ondraaglijk is. Alsof mijn hart in stukjes wordt gescheurd. Vandaar dat ik nooit een huisdier wilde. Tot Tibbe dus. Jij en hij leerden me samen dat pijn er soms bij hoort. Zonder dood geen leven, zonder afscheid geen liefde.
Maar oh wat was ik verdrietig toen ik Tibbe, omdat ik te veel van huis was, twee jaar later naar jou terug moest brengen. De hele rit heb ik gehuild, anderhalf uur lang. Ik heb het je nooit verteld, maar vlakbij je huis raakte ik – door tranen verblind – van de weg. Op het laatste moment kon ik voorkomen dat mijn auto een boom raakte. Gelukkig was dit afscheid niet definitief. Want hoewel hij inmiddels al weer jaren prinsheerlijk bij jou op de boerderij woont, maakt mijn hart nog telkens een sprongetje als hij naar me toe rent. Hij blijft tenslotte de liefste. En voor altijd ook een beetje van mij.
Alle liefs,
Marte

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: