ALS VROUW KAAL OP JE 49STE

28 Mrt

17-13 Marjon, werd kaal op 49ste jpg.jpg

Gepubliceerd in Margriet 13, maart 2017.

Voor veel vrouwen is het hun ergste nachtmerrie: al je haar verliezen. Het overkwam Marjon Kallewaard (53) drie jaar geleden. “Mijn haar, dat was ik.”

“Als kind mocht ik dat nooit lang hebben – mijn moeder geloofde dat het dikker zou worden als het kort bleef. Dus toen ik ging studeren, heb ik het laten groeien en het vervolgens altijd lang gehouden. Ik besteedde er veel aandacht aan; gebruikte goede shampoos en ging elke zes weken naar de kapper. Dat sloeg ik nooit over, hoe druk ik ook was. Als mijn haar goed zat, was ik zelfverzekerd. Een kapsel is zo bepalend voor een eerste indruk, voor je identiteit. Je haar is je gezicht, dat ben jij. Zo voelde het in ieder geval voor mij.
Ik raakte dus heel erg van slag toen het vier jaar geleden ineens begon uit te vallen. Overal in huis vond ik haren, en als ik mijn handen door mijn haar haalde, bleven er hele plukken tussen mijn vingers zitten. Te vaak geverfd, dacht ik. Maar toen maakte mijn kapster met haar telefoon een foto van mijn achterhoofd. Ik schrok me rot: er zaten kale plekken op! De huisarts vermoedde dat het door eczeem kwam. Zelf dacht ik de overgang misschien de oorzaak was, of de stress over het ernstige ongeluk dat mijn dochter een paar maanden daarvoor had gehad. Door mezelf dat voor te houden, probeerde ik de opkomende paniek te onderdrukken. Ondertussen werd de haaruitval steeds erger. Toen ik tijdens een weekendje weg in een hotel naakt voor de spiegel stond, kwam de volgende shock. Eerder had ik er niet naar durven kijken, maar toen zag ik dat ook mijn schaamhaar en het haar onder mijn oksels en tussen mijn benen verdween. Op dat moment wist ik dat er meer aan de hand moest zijn. Mijn keel kneep zich dicht en de tranen kwamen. Waar gaat dit heen, dacht ik?”
Rouwproces
“Een dermatoloog stelde de diagnose alopecia areata, oftewel: pleksgewijze kaalheid. Ik had er nog nooit van gehoord. En dat terwijl ik nota bene zelf geneeskunde heb gestudeerd! Binnen een kwartier stond ik weer buiten, met een folder en een recept voor een lotion. De specialist had me niet eens gevraagd hoe ik me voelde, wat het met me deed. Ik kreeg ook totaal geen advies over wat voor hulp ik zou kunnen krijgen om emotioneel met het verlies om te gaan. Als ik eraan terugdenk, word ik weer ontzettend boos. En verdrietig; hij had duidelijk geen idee hoe ingrijpend het voor een vrouw is om kaal te worden. Toch heb ik er op dat moment niets van gezegd. Bizar, hoe je – zelfs als je, zoals ik, in de zorg werkt – als patiënt ineens met je mond vol tanden kunt staan.
Thuis ben ik op internet gaan zoeken. Nou, dan schrik je je rot van alle foto’s. In die tijd heb ik heel wat gehuild. Weliswaar komt het haar bij het merendeel van de mensen met alopecia areata weer terug, maar omdat het haarverlies zich over mijn hele lichaam voordeed, was de prognose voor mij niet goed. De kans was groot dat ik helemaal kaal zou worden. En dat gebeurde dus ook.
Ik heb afscheid moeten nemen van een deel van mezelf. Het klinkt misschien raar, maar dat is echt een rouwproces geweest. Alle fasen heb ik doorlopen. Eerst de ontkenning over hoe serieus het was. Daarna het diepe verdriet over het verlies van iets wat zo bij mij hoorde, en zo bepalend was voor mijn identiteit. Als ik erop terugkijk, is dat de ergste tijd geweest. Ik had het gevoel dat mijn eigen ik langzaam oploste en dat ik een schim van mezelf werd, van binnen en van buiten. Als ik foto’s uit die tijd zie, krijg ik nog elke keer een brok in mijn keel. Zo diep en donker was het verdriet, dat is moeilijk voor te stellen als je het zelf niet hebt meegemaakt.
Al snel had ik zo weinig haar over dat ik de kaalheid niet meer kon verbergen. Ik heb mijn collega’s toen een mailtje gestuurd met uitleg over wat eraan de hand was – dat vond ik op dat moment makkelijker dan het gesprek erover aangaan. Gelukkig reageerden ze heel begripvol; ik heb me op mijn werk nooit bekeken of buitengesloten gevoeld. Dat was wel anders op straat. Die meewarige blikken maken het er niet makkelijker op. Alsof je iets besmettelijks hebt, of ongeneeslijk ziek bent. Vraag het!, dacht ik dan. Medelijden is geen medeleven, daar schiet je als patiënt niets mee op.
Rationeel weet ik dat mijn haar zo goed als zeker nooit meer terugkomt. Maar diep van binnen blijf ik natuurlijk hopen dat dat toch gebeurt. Ik weet niet of je als vrouw ooit 100 procent kunt accepteren dat je de komende dertig of veertig jaar kaal door het leven moet. Hoe dan ook kost dat veel tijd. Intussen probeer ik er het beste van kan maken. Dat lukt mede omdat ik een paar heel mooie pruiken heb. Die hebben me mijn gevoel van vrouwelijkheid teruggegeven.”
Tweedehands auto
“Ik weet nog als de dag van gisteren dat ik mijn eerste pruik ging ophalen. Bij een haarstudio bestelde ik een mooi exemplaar in mijn natuurlijke haarkleur, goudblond. Maar de kapper die hem stylde, gaf me een Leco-look; ik herkende mezelf niet meer terug. In de auto barstte ik in huilen uit. De vergadering waar ik naar onderweg was, heb ik afgezegd; ik durfde me daar niet te vertonen. Thuis heb ik de pruik meteen onder de kraan gestopt, zodat ik in mijn eigen model kon föhnen.
Als je voor het eerst kaal wordt, sta je er niet bij stil, maar goede pruiken zijn hartstikke duur, al gauw tussen de 1200 en 3000 euro. Bovendien gaan ze niet eeuwig mee – na een maand of negen beginnen ze zichtbaar te slijten. Elke keer als ik een nieuwe pruik aanschaf, denk ik: weer een tweedehands auto op mijn hoofd. Gelukkig zit ik in de bevoorrechte positie dat ik het me dat kan veroorloven. De dingen die ik ervoor moet laten, vallen in de categorie luxe, zoals etentjes of weekendjes weg. Maar voor veel alopeciapatiënten is dat anders, zij moeten misschien kiezen tussen een pruik of een wasmachine. Vanuit de basisverzekering krijg je voor een pruik namelijk maximaal 400 euro per jaar vergoed. Bovendien vallen pruiken onder het hoge BTW-tarief van 21 procent, terwijl de BTW op geneesmiddelen 6 procent is, wat de kosten verder opdrijft. Schandalig vind ik dat. Alsof je er zelf iets aan kunt doen dat je kaal bent! Ik wil me er graag hard voor maken om daar verandering in te brengen.
Eén pruik is me heel dierbaar. Ruim drie jaar geleden werd mijn laatste restje eigen haar afgeschoren. Behalve ikzelf en mijn man waren ook mijn twee tienerdochters en -zoon in tranen. Het was voor hen een heel heftige ervaring, des te meer omdat ze al maanden hadden meegemaakt hoe intens verdrietig ik was. Ter plekke besloten de meisjes om hun eigen haar voor mij te gaan ‘sparen’.
Vorige zomer was het eindelijk zo ver: zij en een vriendinnetje hebben toen alle drie hun haar laten afknippen, zodat ik er een pruik van kon laten maken. Ik ben zelden zo trots geweest als toen de schaar er bij hen inging! Via Whatsapp heb ik de hele wereld foto’s van ze gestuurd. Uiteraard ben ik super zuinig op ‘hun’ pruik. Die bewaar ik die voor bijzondere gelegenheden, zoals laatst, bij de diploma-uitreiking van mijn dochter. Ik kan moeilijk onder woorden brengen hoe speciaal het voelt om hen dan – letterlijk – bij me te dragen.”
Sexy
“Pas als je het niet meer hebt, realiseer je je hoeveel waarde we in onze samenleving aan mooi haar hechten. Je kunt geen blad openslaan, of het gaat erover. Kaalheid is iets om je voor te schamen, zo lijkt het. Het maakt dat ik me soms een tweederangs vrouw voel. Dat was het ergste toen ik nog hier en daar nog wat haar op mijn hoofd had. Ik leek wel een koe, met mijn kale plekken. Hoe kun je jezelf dan mooi blijven vinden? In die tijd heb ik heel wat foto’s waar ik op stond gewist.
Gelukkig heeft mijn man Jaap altijd 100 procent achter me gestaan. Dat maakte een wereld van verschil; ik weet niet of ik zonder zijn steun zo goed door die moeilijke periode was gekomen. Vanaf dag één heeft hij gezegd dat ik voor hem dezelfde bleef. In de beginperiode sloot ik me soms behoorlijk voor de buitenwereld af, en kon ik een kort lontje hebben. Ik wist gewoon niet hoe ik met mijn onzekerheid en mijn verdriet moest omgaan. Overdag lukte het nog wel om me groot te houden, maar ’s avonds en ’s nachts kwamen de tranen. Jaap was dan zo begripvol; hij had eindeloos geduld met me. Toen ik besloot mijn laatste plukjes haar af te scheren, zei hij: ‘Dan ga ik ook kaal’. Zo lief! Met of zonder haar maakt voor hem niet uit; hij vindt me even sexy. Mede daardoor is onze lichamelijke relatie nu net zo goed als voor ik kaal werd. Zijn opstelling heeft me zo geholpen om mijn nieuwe ik te accepteren, en mezelf weer mooi te vinden. Dat we dit samen hebben doorgemaakt, heeft onze relatie alleen maar versterkt.”
Emmertje
“Kaal worden is in één grote ontdekkingstocht. Emotioneel én praktisch. Nooit geweten bijvoorbeeld, dat het zout in zeewater ervoor zorgt dat het onder je pruik gaat broeien als je in zee gaat zwemmen. Met als gevolg: vreselijke jeuk. De enige oplossing leek me twee pruiken mee te nemen naar het strand, één voor in zee en één voor daarna. Tussendoor spoelde ik mijn hoofd uit zicht af met een emmertje zoet water. Wat een gedoe! Afgelopen zomer had ik daar helemaal genoeg van en ben ik een badmuts gaan dragen. Minder charmant, maar dat is dan maar zo. Sowieso word ik steeds makkelijker. Als het heel warm is, loop ik bijvoorbeeld ook kaal door de tuin – de buren zijn het inmiddels gewend. Dat ik dat nu durf, bewijst dat ik weer lekker in mijn vel zit.
Het heeft een paar jaar gekost, maar met behulp van mijn familie, vrienden en collega’s heb ik mezelf helemaal hervonden. Ik doe weer alles wat ik leuk vind. Nou ja, ik ga niet meer paintballen of in een wildwaterbaan. Niet zozeer omdat ik bang ben dat ik er raar uitzie, maar vooral omdat ik niet wil dat er iets met mijn pruik gebeurt. En buitenfoto’s vind ik ook nog steeds ongemakkelijk. Ik voel namelijk niet of mijn haar verwaait.
De uitdagingen blijven overigens komen, dat wel. Zo beginnen mijn wenkbrauwen en wimpers nu ook uit te vallen. Momenteel experimenteer ik met malletjes om mijn wenkbrauwen bij te tekenen. Heftig om wéér wat kwijt te raken. Maar als ik het daar even moeilijk mee heb, denk ik aan mijn jongste dochter. Die zei laatst: ‘Mam, ik zie het niet eens meer als je kaal rondloopt’. Ik zou willen dat dat voor de hele wereld gold.”

[Kader]
Verschillende vormen

  • Haaruitval volgens het vrouwelijke patroon (HVP), de tegenhanger van mannelijke kaalheid (alopecia androgenetica), komt vooral voor tijdens de menopauze. Meestal zijn er geen kale plekken, maar is er sprake van (sterk) verdunde haarimplant over een groot gedeelte van de kruin. De oorzaak is vermoedelijk de veranderende hormoonhuishouding. De haaruitval kan soms in vlagen erger worden en dan weer voor lange tijd stabiel blijven. Geschat wordt dat 3 tot 6 procent van alle vrouwen jonger dan 30 jaar aan HVP lijdt. Met het ouder worden neemt het aantal toe; 40 procent van de vrouwen van 80 heeft de ziekte.
  • Bij alopecia areata is er sprake van pleksgewijze haaruitval, oftewel: kale plekken. 5 tot 10 procent van de patiënten wordt helemaal kaal (alopecia areata totalis), bij 1 à 2 procent verdwijnt ook de overige lichaamsbeharing (alopecia areata universalis). De oorzaak van deze ziekte is niet helemaal duidelijk, maar vermoedelijk ziet het lichaam haren ten onrechte als gevaarlijke indringers en stoot ze af (een auto-immuunreactie). 
Bij de meeste mensen met alopecia areata valt het haar plotseling uit en komt de haargroei binnen twee jaar vanzelf terug. Een minderheid duurt de kaalheid langer of is die zelfs permanent. Alopecia areata is veel zeldzamer dan HVP; naar schatting krijgt 1,7 procent van alle mensen hier ooit mee te maken. In Nederland zijn dat ongeveer 250.000 mensen. Om hoeveel vrouwen het gaat, is niet bekend.
    Bron: Huidinfo.nl
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: