Archief | april, 2017

VRAGEN STAAT VRIJ

28 Apr

17-17 Gesprek met de dokter jpg1

Gepubliceerd in Margriet 15, april 2017.

Het overkomt ons allemaal wel eens: nog voor je de spreekkamer hebt verlaten, ben je al vergeten wat de arts heeft gezegd. Een goede voorbereiding van je doktersbezoek kan dat helpen voorkomen.

Stel, je hebt al een paar weken last van pijn in je maag. Je maakt een afspraak met de dokter, in de hoop dat die een oplossing weet. Maar eenmaal weer thuis kun je niet goed navertellen wat hij precies heeft gezegd. En realiseer je je dat je met allerlei onbeantwoorde vragen zit. Frustrerend! De onduidelijkheid kan je ook onzeker maken. Want wat is er nu eigenlijk precies aan de hand? En wat ook weer het advies?
Dit scenario zal de meeste van ons bekend voorkomen. Een doktersbezoek gaat snel, en er gebeurt vaak veel. De spanning zorgt ervoor dat je informatie minder goed opneemt. In de haast vergeet je belangrijke dingen te vertellen of te vragen. Vervelend voor jou, maar óók voor de behandelaar. Want als patiënten niet goed uitleggen hoe de vork in de steel zit, is het lastiger om de juiste diagnose te stellen.

[Kader]
Moeilijk te begrijpen
Patiënten missen regelmatig belangrijke informatie tijdens een gesprek met de dokter. Dat blijkt uit een onderzoek van TNS NIPO, dat vorig jaar werd uitgevoerd in opdracht van zorgverzekeraar Zilveren Kruis. Een paar uitkomsten:
Ruim eenderde van de patiënten die de spreekkamer uitloopt, is de inhoud van het gesprek dan alweer vergeten.

  • 1 op de 4 patiënten vindt het moeilijk vindt om te begrijpen wat de arts zegt.
  • 3 op de 5 mensen neemt zelden tot nooit iemand mee naar een doktersafspraak.
  • Slechts 1 op de 25 patiënten neemt een gesprek met de dokter op.

[Kader]
Prof. dr. Harry van de Wiel is hoogleraar gezondheidspsychologie aan het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) en een van de schrijvers van het boek Hoe behandel ik mijn dokter? – Slim omgaan met communicatieproblemen in de spreekkamer.
“Er zijn verschillende redenen waarom de woorden van een arts vaak je ene oor in en het andere weer uitgaan. Om te beginnen is medische informatie meestal ingewikkeld. Er zijn veel moeilijke termen, en het gaat over mogelijkheden en kansen. Dingen die voor mensen lastig te bevatten zijn. Want wat zegt het nu eigenlijk dat een medicijn 10 procent kans geeft op bijwerkingen? Of dat een behandeling bij de helft van de patiënten werkt?
Daar komt bij dat je bij de dokter vaak op z’n zachtst gezegd niet op je gemak bent. Zeker als de uitslag mogelijk ernstig is, voelen zich patiënten angstig en gespannen. Terwijl de arts zijn verhaal vertelt, schieten er allerlei gedachten en gevoelens door hun hoofd. Dat zorgt ervoor dat ze de informatie van de dokter minder goed opnemen en verwerken. Vergelijk het maar met tegelijk een film kijken en een boek lezen; dat gaat ook niet samen.
Bovendien valt er in de zorg steeds meer te kiezen. Dertig jaar geleden vertelde de dokter wat er ging gebeuren en dat was dat. Tegenwoordig komt er meer op de patiënt zelf aan. De druk die mensen voelen om de juiste keus over bijvoorbeeld een behandeling te maken, zorgt er eveneens voor dat ze zich minder goed op de informatie van de arts kunnen focussen. En dan speelt ook nog mee dat dokters en patiënten andere wensen en verwachtingen hebben, waardoor ze snel gemakkelijk elkaar heen praten. Dan is een misverstand gauw geboren
Kortom, het vergt nogal wat om het meeste uit een doktersconsult te halen. Een goede voorbereiding is onontbeerlijk, van zorgverleners én patiënten. Gelukkig zijn er allerlei handige tips en tools die je daarbij kunnen helpen.”

[Kader]
6 tips om je doktersbezoek zo goed mogelijk voor te bereiden

  1. Welke vragen wil je aan de dokter stellen? Schrijf ze op en neem ze mee. Domme vragen bestaan niet. Je kunt je vragen ook vooraf aan de behandelaar mailen, zodat die er alvast naar kan kijken.
  2. Bedenk wat je van de arts verwacht. Een diagnose? Een advies? Een behandeling? Een verwijsbrief? Hoe beter je weet wat je wilt, hoe duidelijker je de boodschap kunt overbrengen.
  3. Breng je klachten zo precies mogelijk in kaart, zodat je ze – eenmaal in de spreekkamer – goed onder woorden kunt brengen. Stel jezelf daarbij de volgende vragen: wanneer is de klacht begonnen? Op welke momenten heb je er last van? Hoe erg is die op een schaal van 1 tot 10? Wanneer is de klacht erger of minder erg?  In hoeverre heb je er last van je dagelijkse leven? Wat kun je eventueel niet meer doen?
    Ben je er al eerder voor onderzocht of behandeld?
  4. Zoek informatie over je klachten. Praat zo nodig met lotgenoten over mogelijkheden en keuzes.
  5. Wil je meerdere klachten met de dokter bespreken? Maak dan een dubbele afspraak. Zo hoef je de onderwerpen niet af te raffelen.
  6. Vraag je apotheek om een actueel overzicht uit te printen van de medicatie die je gebruikt. Als je regelmatig (zonder recept verkrijgbare) zelfzorgmiddelen slikt, voeg die dan zelf toe.

[Kader]
Dr. Google
Het kan fijn zijn om, voor je naar de arts gaat, alvast een beetje informatie te zoeken. Hoe meer je over je klachten weet, des te beter je met de dokter kunt meedenken, en samen over een behandeling kunt beslissen. Toch waarschuwen artsen ook voor online dokteren. Ze zien vaak dat informatie op internet mensen onnodig ongerust maakt. Bovendien is het voor leken lastig om te bepalen welke informatie klopt, en wat broodje aapverhalen zijn. Houd bij het zoeken in ieder geval dit in je achterhoofd:

  • Check waar de informatie vandaan komt. Is de bron betrouwbaar? En hoe oud is de info?
  • Zoek niet te lang. Te veel informatie maakt je wellicht onnodig nerveus.
  • Schrijf op wat je hebt gevonden en bespreek dat met je dokter.
  • Gebruik informatie op internet als hulpmiddel, niet om de dokter te vervangen.

[Kader]
Onderzoekers van de Amerikaanse Harvard Medical School wilden weten hoe goed de online symptomenchecker Human DX is. Ze legeden 45 eenvoudige en ingewikkelde gezondheidsproblemen aan de webtool voor. De uitkomsten werden door twee artsen onafhankelijk van elkaar nagekeken. Wat bleek In slechts 3 procent van de gevallen kwam er een juiste diagnose uit. Zo’n robot kan een echte dokter dus zeker niet vervangen.

[Kader]
6 tips voor een geslaagd gesprek met een zorgverlener

  1. Vraag iemand om mee te gaan naar de afspraak, zeker bij ernstige klachten. Twee horen meer dan één. Bespreek vooraf wat je van de ander verwacht.
  2. Houd je vragen en aantekeningen bij de hand en check of je die allemaal hebt besproken.
  3. Geeft de arts je medicatie-overzicht.
  4. Neem het gesprek op, bijvoorbeeld met je telefoon, ook als er iemand mee is. Dan kun je het later nog eens op je gemak terugluisteren.
  5. Geef het aan als je iets niet helemaal snapt of als je ergens over twijfelt. Dokters vinden het niet erg om dingen vaker uit te leggen, daar zijn ze voor.
  6. Vat het gesprek aan het eind van het consult in je eigen woorden samen. Zo kun je samen met je arts nagaan of je alles goed hebt begrepen.

[Kader]
Regie
Iemand die een nieuwe wasmachine wil, zoekt stad en land af naar de beste deal. Maar wie ziek wordt, gaat meestal het dichtstbijzijnde ziekenhuis binnen om zich te verlaten op de kunsten van een willekeurige specialist. Dat we vaak zo weinig kritisch zijn als het om onze zorg gaat, komt vermoedelijk omdat we (nog steeds) tegen dokters opkijken. We gaan er vanuit dat zij alles weten. Verder doet onzekerheid rare dingen met mensen. Zeker als je slecht nieuws krijgt, kan je dat verlammen, en je het gevoel geven machteloos en overgeleverd te zijn. Maar juist dan is het goed om de regie in eigen handen te nemen. Vragen stellen dus!

[Kader]
Behandeling
Als je hoort dat je een behandeling nodig hebt, komt er vaak veel op je af. Om voor jou persoonlijk de beste keus te maken, is goede informatie essentieel. De volgende vragen kunnen je daarbij helpen. Bespreek ze met je behandelaar.

  • Wat zijn de mogelijkheden? Een lichamelijk onderzoek of een scan? Fysiotherapie of een operatie? Direct behandelen of eerst afwachten?
  • Wat zijn de voor- en nadelen van de verschillende opties? Een operatie kan de klachten mogelijk snel verhelpen, maar misschien zijn er ook risico’s aan verbonden. Wat zijn de concrete resultaten bij andere mensen? Vraag behalve naar de risico’s ook naar de herstelperiode, de bijwerkingen en andere gevolgen.
  • Wat betekent de behandeling voor mijn persoonlijke situatie? Geen mens of omstandigheid is hetzelfde. Dat betekent ook dat iedere keus maatwerk is. Je thuissituatie, je werk, je leeftijd, je wensen en doelen: ze spelen allemaal mee bij het nemen van een medisch besluit. Voor de een is het heel belangrijk om na de behandeling weer te kunnen sporten, een ander hecht daar helemaal geen waarde aan. Maak de arts duidelijk hoe jouw situatie in elkaar steekt en wat voor jou relevant is. Dat helpt om samen tot een zo goed mogelijk behandelplan te komen.

Meer informatie: 3goedevragen.nl.

[Kader]
Twijfels? Vraag een second opinion
Veel mensen vinden het moeilijk om hun eigen dokter te vertellen dat ze twijfels hebben over de voorgestelde behandeling, of dat ze zich niet serieus genomen voelen. Maar bedenk dat zo’n gesprek voor zorgverleners heel gewoon is. Ze begrijpen het meestal best dat je onzeker of bang bent, of dat je over een belangrijke beslissing goed wilt nadenken. En dus ook als je voor de zekerheid graag de mening van een andere behandelaar wilt.
Het recht op een second opinion is weliswaar niet wettelijk vastgelegd, maar huisartsen, specialisten en de Nederlandse Patiënten en Consumenten Federatie NPCF hebben samen afgesproken dat iedere patiënt daar gebruik van moet kunnen maken. Je hebt dus van niemand toestemming nodig. Voor alle (reguliere) zorg kun je een second opinion aanvragen. Dus niet alleen van een specialist, maar bijvoorbeeld ook van een tandarts, fysiotherapeut of psycholoog.
Is de relatie met je behandelaar verstoord of durf je het onderwerp echt niet aan te kaarten, bespreek dit dan met je huisarts. Als je op eigen houtje, dus zonder verwijsbrief, een afspraak bij een tweede specialist regelt, zal de zorgverzekeraar het consult meestal niet (helemaal) willen betalen.

[Kader]
Beter naar de dokter
Om mensen te helpen bij de voorbereiding van een consult, heeft zorgverzekeraar Zilveren Kruis ‘Beter naar de dokter’ bedacht. Op dit online platform, dat samen met huisartsen, specialisten en patiënten is ontwikkeld, kun je gemakkelijk een persoonlijke vragenlijst-op-maat samenstellen, die voor jouw situatie relevant is.
www.zilverenkruis.nl/Consumenten/zorg-regelen/Paginas/beternaardedokter.aspx#

[Kader]
‘Behandel me als een dame’
Mannen en vrouwen zijn niet hetzelfde. Het feit dat we bijvoorbeeld een verschillende lichaamsbouw en een andere hormoonhuishouding hebben dan mannen, heeft gevolgen voor hoe ziektes bij ons ontstaan, en op hoe (goed) behandelingen werken. Helaas hebben artsen tijdens hun studie vooral over mannenlichamen geleerd. Ook worden medicijnen vooral op mannen getest. Dat maakt dat vrouwen niet altijd de juiste zorg krijgen. Des te belangrijker is het om duidelijk over klachten te zijn, en die vooral niet te bagatelliseren. Kijk voor meer informatie op: behandelmealseendame.nl.

[Kader]
Klacht?
Heb je een vraag of klacht over een gesprek met een arts? Neem dan contact op van het Nationale Zorgnummer, een initiatief van Ieder(in), Landelijk Platform GGz en Patiëntenfederatie Nederland. Bel 0900-2356780 of kijk op nationaalzorgnummer.nl.

 

“IK BEN EEN LAATBLOEIER”

28 Apr

2017-04-22 LC Dromenjager Connie jpeg

Gepubliceerd in de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden, 22 april 2017.

Je carrière vaarwel zeggen en helemaal opnieuw beginnen, dat is nogal wat. Daar is lef voor nodig, en doorzettingsvermogen. In deze serie portretteren we dromenjagers die de sprong waagden. Met succes. Aflevering 4: operatieassistente Connie Hayward.

Paspoort
Naam: Connie Hayward
Leeftijd: 50
Plaats: Eelderwolde
Was: commercieel medewerker bij een ICT-bedrijf
Is: operatieassistente in het UMCG
Uren per week: 28

Het moment dat het roer om ging was…

“Op oudejaarsavond 2009. Een vriendin vroeg me naar mijn goede voornemens. ‘Misschien eindelijk eens iets in de zorg doen’, zei ik. Ik dacht daar al een paar jaar over, maar ik durfde de stap steeds niet te zetten. ‘Als je het nu niet doet, is je kans voorbij’, antwoordde zij. Die boodschap kwam hard aan. Maar ze had gelijk; op mijn 42ste was het nu of nooit. Meteen daarna ben ik op zoek gegaan naar een opleiding.”

Ik was toe aan een nieuwe stap omdat…

“Mijn leven tot dan toe vooral in het teken van anderen had gestaan. Na mijn atheneum had ik geen idee wat ik wilde studeren, dus ging ik in een boekwinkel werken. Een paar jaar later had ik een ambitieuze man en twee jonge kinderen, en kwam ik als vanzelf in een vrij traditionele rol terecht. In het drukke gezinsleven was weinig ruimte voor mijn eigen wensen en ambities. Dat veranderde toen mijn dochter en zoon in de puberteit kwamen, en steeds zelfstandiger werden. Nu ben ik aan de beurt, dacht ik.”

Mijn oude baan gaf me geen voldoening meer omdat…

“Die steeds commerciëler werd. We moesten met minder middelen alsmaar meer verdienen. Gaandeweg kreeg ik daar steeds meer moeite mee. Ik wilde met mensen werken, en iets terugdoen voor de maatschappij. Vandaar ook dat de zorg me zo trok; daarin kon ik mijn idealisme en betrokkenheid voor mijn gevoel veel beter kwijt.”

Om operatieassistente te worden, moest ik eerst…

“Een driejarige opleiding in een ziekenhuis doen. Maar dat bleek nog niet zo makkelijk. Op het atheneum had ik een talenpakket. Voor ik kon beginnen, moest ik dus eerst deelcertificaten natuur- en scheikunde halen. Dat heb ik in 2010 gedaan. Vervolgens kon ik solliciteren naar een opleidingsplek. Alle ziekenhuizen tussen Zwolle en Groningen schreef ik aan. Vacatures waren er genoeg, maar ik werd nergens uitgenodigd. Ongetwijfeld speelde mijn leeftijd daarbij een rol. Na negen afwijzingen was ik de wanhoop nabij. Er was nog één ziekenhuis dat ik niet had geprobeerd: de Tjongerschans in Heerenveen. En geloof het of niet, daar kon ik aan de slag.”

Om weer in de schoolbanken te zitten was…

“Hartstikke leuk! Ik was verreweg de oudste in de klas, maar daar had ik totaal geen moeite mee. Sterker nog, school voelde als veertiger relaxter dan in mijn puberteit. Als volwassene kun je beter relativeren, en heb je minder last van groepsdruk. Het heeft dus ook zijn voordelen om een laatbloeier te zijn. Omdat ik super gemotiveerd en fanatiek was, ben ik vrij makkelijk door de opleiding gerold. Maar hard werken was het wel. Zeker omdat de opleiding voltijds was, en ik vanaf het begin ook meteen aan het werk ging. ’s Avonds lag ik compleet voor Pampus op de bank. En dan moest ik vaak nog in de boeken duiken.”

Voor de rolverdeling thuis betekende het…

“Dat mijn man en kinderen veel meer in het huishouden moesten doen. Dat vonden ze geen punt, want ze waren apetrots op me. Maar zeker tegen het einde van de opleiding kregen ze er wel moeite mee dat ik altijd moe was. Ze hebben wel eens gezegd dat het niet langer had moeten duren. Zelf heb ik drie jaar lang mijn sociale contacten op een laag pitje gezet en niet meer gesport. Wat dat betreft is het voor ons alle vier een opoffering geweest. Toch heb ik me daar nooit schuldig over gevoeld, of het idee gehad dat ik als echtgenote of moeder tekortschoot. Ik had me jarenlang voor anderen weggecijferd, dus het werd hoog tijd om voor mezelf te kiezen.”

Het moeilijkste moment was…

“Toen ik na mijn opleiding niet direct werk vond. Er was me min of meer een baan in het vooruitzicht gesteld, maar door de bezuinigingen in de zorg ging dat niet door. Toen heb ik er echt wel even doorheen gezeten. Gelukkig kon ik al snel in het UMCG aan de slag. De kers op de taart was dat mijn tijdelijke contract afgelopen jaar werd omgezet in een vast dienstverband.”

Wat ik heb onderschat is…

“Hoe zwaar het werk lichamelijk is. Apparatuur, patiënten; je bent constant aan te het tillen en sjouwen. En je staat natuurlijk de hele dag. Dat had ik me vooraf niet zo gerealiseerd. Verder heb ik veel minder contact met patiënten dan gedacht. De verbinding met mensen waar ik zo’n behoefte aan had, voel ik vooral met mijn collega’s. Het is heel speciaal om in een multidisciplinair team te werken. Iedereen heeft zijn eigen taak, maar we hebben elkaar allemaal nodig. Als dat proces goed loopt, voelt het als een perfect uitgevoerde dans.”

Ik neem mijn werk mee naar huis als…

“Er die dag een patiënt op tafel heeft gelegen die net zo goed een van mijn familieleden of vrienden had kunnen zijn. Dan komt het ineens heel dicht bij. Gelukkig gebeurt niet vaak. Buitenstaanders denken altijd dat het heel moeilijk is als een patiënt overlijdt. Maar daar leer je mee omgaan, het hoort bij dit werk. Ik lig er nooit wakker van.”

De belangrijkste les die ik heb geleerd is…

“Dat het doodeng is om het bekende los te laten, maar dat in het diepe springen je zóveel oplevert. Ik heb me heel lang minderwaardig gevoeld omdat ik niet had gestudeerd. Wellicht dat ik mede daarom lang geen stap vooruit durfde te zetten. Van een twijfelkont die niet wist waar ze goed in was, ben ik nu veranderd in een ambitieuze vrouw die recht op haar doel afgaat. Ik voel me gelijkwaardiger ten opzichte van de mensen om me heen. Dat komt mijn relaties ten goede. Misschien wel het allerbelangrijkste vind ik de boodschap die ik aan mijn kinderen van 21 en 22 meegeef: als je iets echt wilt, kun je alles bereiken.”

In de toekomst wil ik graag nog…

“Verder studeren. De wens om door te groeien naar een andere functie heb ik niet, maar ik zou wel heel graag een studie psychologie doen. Gewoon voor mezelf. Want ik ben nog lang niet uitgeleerd.”

[Kader]
Tips voor twijfelaars
Connie: “Als je overweegt een carrièreswitch te maken, wacht dan niet te lang. Anders haalt de tijd je in. En trek je vooral niet te veel aan van wat anderen ervan vinden. Jij weet zelf het beste wat goed voor je is.”

LUSTELOZE LENTE

28 Apr

2017-04-20 LC Voorjaarsmoeheid jpeg.jpg

Gepubliceerd in de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden, 20 april 2017. 

Heerlijk toch, dat voorjaar? Niet voor iedereen. Sommige mensen voelen zich juist in de lente moe en lusteloos.

Als de zon doorbreekt, de bollen hun kop boven de grond steken en de vogels gaan fluiten, begint het bij veel mensen te kriebelen. Eindelijk, lente! Tijd om de tuin op orde te brengen, grote schoonmaak te houden en eropuit te gaan. Met het ontluiken van de natuur komen ook de nieuwe energie en plannen. Hè, hè, eindelijk kunnen we die donkere, koude dagen achter ons laten en ons in de weldadige zon koesteren.
Maar er is ook een aanzienlijke groep mensen die niet of nauwelijks van de lente geniet. Die zich uitgeblust, prikkelbaar en somber voelt. En dat ieder jaar weer. Zij lijden aan wat in de volksmond ‘voorjaarsmoeheid’ heet; een aandoening die in geen enkel medisch handboek (meer) is terug te vinden, maar waar desondanks veel Nederlanders last van hebben.
Vitamine D
“Vroeger werd voorjaarsvermoeidheid veroorzaakt door een te eenzijdig dieet”, zegt klinisch psycholoog Ybe Meesters, hoofd van de polikliniek winterdepressie in het UMCG. “In de wintermaanden waren verse groenten en fruit niet of nauwelijks te krijgen, met een vitaminetekort tot gevolg. Bovendien ging ’s winters alles een versnelling lager. Boeren leverden dan bijvoorbeeld maar één keer per dag melk in plaats van twee keer. Ze waren dus minder actief, en kwamen ook minder buiten. Aan het eind van het seizoen waren hun lichamelijke reserves echt wel op.”
Tegenwoordig liggen de winkels echter het hele jaar door vol met verse groeten en fruit. En hoewel we ook nu ’s winters ongetwijfeld meer tijd binnenshuis doorbrengen dan ’s zomers, is het verschil in (in)activiteit niet meer zo groot als vroeger.
“Mensen denken vaak dat voorjaarsmoeheid ontstaat doordat we ’s winters te weinig zonlicht krijgen en daardoor niet genoeg vitamine D aanmaken”, aldus Meesters. “Maar er is nooit bewezen dat er een verband is tussen de twee. Bovendien hebben mensen met een vitamine D-tekort daar soms het hele jaar last van. Dat verklaart niet de seizoensgebonden klachten. Kennelijk is er meer aan de hand.”
Onduidelijk
Dat vermoedt ook huisarts Remko Nauta uit het Friese Gorredijk, die de laatste weken flink wat mensen met voorjaarsmoeheid op zijn spreekuur kreeg. “Maar ik zie ook steeds vaker mensen met een herfst- of winterdip”, relativeert hij. “Het zijn etiketten voor klachten die meer en meer voorkomen, zoals energieverlies, piekeren en overprikkeld of te druk zijn. Mogelijk vallen die problemen in het lente extra op. Het contrast tussen de energie van de natuur, die in volle kracht losbarst, en de lusteloosheid die sommige mensen ervaren, is immers extra groot. Het zal wel aan het seizoen liggen, denken ze dan.”
Als iemand zich met voorjaarsmoeheid bij hem meldt, pluist hij zo goed mogelijk uit of er een concrete lichamelijke of geestelijke oorzaak kan zijn. Dat doet hij door gerichte vragen te stellen en lichamelijk onderzoek te doen, eventueel aangevuld met bloedonderzoek. “We nemen natuurlijk het zekere voor het onzekere. Soms is er sprake van een seizoensgebonden aandoening, zoals hooikoorts, waar mensen ook moe van kunnen worden. Of iemand kan psychische klachten hebben. Maar in veel gevallen is er geen behandelbare oorzaak te vinden.”
Wat overigens niet betekent dat er niets aan de vermoeidheidsklachten te doen is. Meer bewegen en afleiding zoeken kan bijvoorbeeld helpen. (Zie kader.) Nauta probeert zijn patiënten verder altijd zoveel mogelijk van persoonlijk advies te voorzien. “Mijn tips zijn voor iedereen anders. Het hangt er maar net af van de leeftijd, levensfase, activiteiten en verwachtingen van iemand wat het beste werkt.”
Seizoensgebonden
Het is algemeen bekend dat sommige mensen in het najaar of de winter meer last hebben van depressieve gevoelens. Seasonal affective disorder (SAD) heet die aandoening officieel, oftewel: een seizoensgebonden depressie. Zo’n half miljoen Nederlanders krijgt daar jaarlijks mee te maken. Zij lijden onder andere aan gevoelens van somberheid en nutteloosheid, vermoeidheid en slaap- en concentratieproblemen. Die kunnen zeer ernstig zijn, tot zelfmoordneigingen aan toe.
“Maar een seizoensgebonden depressie is echt iets heel anders dan voorjaarsmoeheid”, benadrukt Meesters. “Het is een serieuze psychische stoornis, die je niet oplost met bijvoorbeeld dagelijks een half uurtje in de zon zitten. Als je last hebt van dit soort klachten en ze houden langer dan twee weken aan, doe je er verstandig aan om naar de huisarts te gaan. Oók in het voorjaar.”
Waarom sommige mensen juist ’s winters een depressie krijgen, weten deskundigen niet. “Tot nu toe hebben we vooral ontdekt wat de oorzaak niet is. Een tekort aan stoffen als melatonine of vitamine D kan het ontstaan niet verklaren. Ook kou heeft geen invloed. Als we een slechte zomer met lage temperaturen en veel regen hebben gehad, zou je verwachten dat zich in het najaar meer depressieve klachten voordoen. Maar dat is lang niet altijd geval.”
Opvallend genoeg hebben vrouwen er vaker last van dan mannen, wel vier keer zoveel zelfs. Dat doet vermoeden dat (schommelingen in) vrouwelijke hormonen er een rol bij spelen, ook omdat de kans op een winterdepressie na de overgang afneemt.
Lentedepressie?
Als depressieve klachten seizoensgebonden kunnen zijn, bestaat er dan niet ook zoiets als een lentedepressie? “Daar lijkt het niet op”, besluit Meesters. “Bij mensen met een seizoensgebonden depressie in het voorjaar, zijn de klachten vaak al eerder begonnen. Die zijn dan feitelijk een uitloper van een winterdepressie. Wel weten we inmiddels dat er zoiets als een zomerdepressie bestaat. Maar die komt relatief heel weinig voor. Naar schatting heeft 1 op de 1000 Nederlanders daar last van. Ter vergelijk: 1 op de 34 mensen lijdt aan een winterdepressie.”

[Kader]
Tips tegen (voorjaars)moeheid

  • Wissel periodes van inspanning af met periodes van rust. Deel activiteiten op in kleine, behapbare stukje, en tank tussendoor goed bij. Zo voorkom je dat je jezelf uitput.
  • Moeite om ‘nee’ te zeggen, waardoor je snel te veel hooi op uw vork neemt? Vraag dan altijd eerst om bedenktijd als je wordt overvallen door een verzoek, zodat je goed kunt overdenken of je iets daadwerkelijk wilt doen of niet.
  • Merk je dat je veel piekert, zoek dan direct (actieve) afleiding. Tegelijk tobben en iets doen waar je al je aandacht bij nodig hebt, zoals koken of sporten, is bijna onmogelijk. Het gepieker wegduwen heeft geen zin; dan komen de gedachten meestal twee keer zo hard terug.
  • Besteed extra aandacht aan een goede slaap, zodat lichaam en geest de kans krijgen om te herstellen. Zet minimaal een half uur voor het naar bed gaan alle beeldschermen uit en zorg voor een goed geventileerde slaapkamer.
  • Beweeg zoveel mogelijk, juist ook als je moe bent en geen puf hebt. Het is bewezen dat dat je humeur verbetert. Bovendien voel je je er fitter door, en raak je beter bestand tegen stress.
  • Wees matig met cafeïne en alcohol. Die stimuleren namelijk de aanmaak van stresshormonen.

ONTSTOKEN KIES?

26 Apr

17-16 De vraag, ontstoken kies jpg

Gepubliceerd in Margriet 16, april 2017.

Joy (48): “Mijn tandarts heeft een controlefoto van mijn gebit gemaakt. Nu zegt hij dat ik een wortelkanaalbehandeling moet ondergaan omdat ik een ontsteking heb aan mijn kies, maar ik heb helemaal geen pijn. Klopt dat wel?”

Tandarts-endodontoloog Jan Warnsinck, universitair docent endodontologie aan het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam:
“Dat kan heel goed. Een ontstoken en geïnfecteerde tand of kies kan klachten geven, zoals gevoeligheid bij het drinken van van koude of warme dranken, last met kauwen of een constante, kloppende pijn, maar dat hoeft niet. Het is dus een misverstand dat een wortelkanaalontsteking altijd pijn veroorzaakt.
De mondholte zit bij ieder mens barstensvol bacteriën. Normaliter kunnen die geen kwaad – bij een gezond, gaaf gebit vormen je tanden en kiezen een natuurlijke barrière, zodat bacteriën niet doordringen in het onderliggende weefsel. Maar als je een gaatje hebt, ontstaat er als het ware een toegangspoort naar de wortel. Dat kan ook gebeuren door bijvoorbeeld een tandbreuk na een ongeluk, een vulling die niet helemaal goed meer aansluit of een beschadiging door tandenknarsen. De bacteriën kunnen dan alsnog binnendringen en een ontsteking veroorzaken.
Blijft de ontsteking onbehandeld, dan sterft de tandzenuw af en kun je je tand of kies verliezen. Om dat te voorkomen – en de eventueel aanwezige pijn te bestrijden – wordt een wortelkanaalbehandeling gedaan. Je eigen tandarts kan die uitvoeren, of hij kan je doorverwijzen naar een endodontoloog. Dat is een hierin gespecialiseerde tandarts, die een aanvullende opleiding van drie jaar heeft gevolgd.
Eerst creëert de tandarts een opening in de tand of kies. Vervolgens maakt hij de wortelkanalen met vijltjes ruimer, zodat hij ze goed kan ontsmetten. Dat doet hij door ze door te spoelen met een sterk verdunde chlooroplossing. Een houder op de tand of kies met daarachter een rubberlapje zorgt ervoor dat er tijdens de behandeling geen speeksel met bacteriën in de wortelkanalen komt, en geen spoelmiddel in de rest van de mond.
Als alles helemaal schoon is, vult hij de kanalen weer op, meestal met een mix van cement en rubber. Zo wordt de kans zo klein mogelijk dat er in de toekomst opnieuw bacteriën in terechtkomen. Tot slot maakt hij de tand of kies weer dicht met een vulling. Afhankelijk van de ingewikkeldheid duurt de behandeling meestal tussen de 1,5 en 2,5 uur. Soms kan die in één keer worden afgerond, soms moet je er een tweede keer voor terugkomen.
Dankzij de goede verdovingsmiddelen die we tegenwoordig hebben, is een wortelkanaalbehandeling pijnloos. Wel kun je een paar dagen last houden van napijn, omdat de tand of kies door de intensieve behandeling geïrriteerd is geraakt. Over het algemeen is die goed te bestrijden met reguliere pijnstillers, zoals paracetamol of ibuprofen. Houdt de pijn langer aan, neem dan contact op met de tandarts.”

CARRIÈREGELUK BINNEN HANDBEREIK

21 Apr

2017-04-18 LC DvhN Big five Mark jpg (1)

Gepubliceerd in het Dagblad van het Noorden en de Leeuwarder Courant, 18 april 2017.

In oktober 2016 bezocht werkzoekende Mark Jansen (46) JobCafé Groningen. De workshop Carrièregeluk binnen handbereik van Big Five for Life maakte hem nieuwsgierig naar meer. Hij meldde zich aan voor een vervolgtraining. Vier maanden later had hij een nieuwe baan.

Mark Jansen werkte jarenlang als onder andere arbeidsbemiddelaar en makelaar. Nadat zijn laatste werkgever ermee stopte, kwam hij in april 2015 op straat te staan.

“Ik wist precies wat ik wilde toen ik werkloos werd. Een vaste baan in de arbeidsbemiddeling namelijk. Ik had twaalf jaar ervaring in die branche, dus dat moest lukken. Maar dat bleek dus lastiger dan gedacht. Toen ik na 1,5 jaar nog niets had gevonden, ging het knagen. Ben ik wel goed bezig? Wat wil ik nu eigenlijk echt? Moet ik niet een nieuwe weg inslaan? Ik ging steeds meer aan mezelf te twijfelen.
In plaats op traditionele vacatures te reageren, besloot ik me meer op mijn netwerk te richten. Met dat idee ging ik afgelopen oktober ook naar het JobCafé: om contacten te leggen. Eenmaal daar schoof ik aan bij de workshop Carrièregeluk binnen handbereik van Big Five for Life. Coach Baukje Bonsma gaf alle deelnemers een slinger van acht stukjes toiletpapier. ‘Ieder velletje staat voor tien jaar van je leven’, zei ze. ‘Scheur er maar af wat al achter je ligt.’ Dat was wel even confronterend; zo bezien ben ik al over de helft. Dan kun je er maar beter voor zorgen dat je dingen doet die je energie geven, niet die energie kosten, aldus Baukje.
Hier wil ik meer mee, dacht ik. De keus viel op een tweedaagse Discovery Training van Big Five for Life. De praktische vragen en oefeningen hielpen me om helder te krijgen waar ik goed in ben, en wat me blij maakt. Na afloop wist ik zeker: ik wil écht verder in de arbeidsbemiddeling. Het was de bevestiging die ik nodig had om me 100 procent op dat doel te focussen.
De aanpak: iedere week minstens één netwerkgesprek en met LinkedIn aan de slag, zodat ik beter vindbaar werd. Twee maanden later kreeg ik een e-mail van FID Uitzendbureau. Ze hadden mijn LinkedIn-profiel gezien en wilden graag kennismaken. Op Valentijnsdag kon ik er als recruiter aan de slag.
De energie die ik aan de training heb overgehouden, werkt ook privé door. Ik sta nu veel bewuster in het leven, en kan meer van het moment genieten. Uiteindelijk is dat waar het om gaat.”

Coach en trainer Baukje Bonsma, eigenaar van Big Five for Life:
“Mijn missie is om mensen ervan bewust te maken dat het leven geen generale repetitie is. Je krijgt maar één kans om er wat van te maken. Wacht dus niet tot het te laat is! Wij begeleiden mensen met behulp van de methode Big Five for Life. De ‘grote vijf’ zijn de belangrijkste dingen die je in je leven wilt doen, zien en ervaren. Dat kan van alles zijn, van meer tijd met je kinderen doorbrengen of carrière maken, tot anderen helpen of een eigen bedrijf beginnen. Door die stippen op de horizon te benoemen, wordt het makkelijker om voor jezelf te bepalen wat je gelukkig maakt, en waar je je tijd en energie in wilt steken.”

bigfiveforlife.nl 

EEN BAAN DANKZIJ EEN FILMPJE

19 Apr

2017-04-18 LC DvhN Videopitch jpg

Verschenen in de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden, 18 april 2017.

Een simpele brief met CV sturen? Dat is echt uit de tijd. Anno 2017 draait de banenmarkt om netwerken, en online zichtbaar te zijn. Een persoonlijke video kan daarbij net het verschil maken. Mits je die goed voorbereidt.

Een beeld zegt meer dan duizend woorden, luidt een bekend spreekwoord. Dat geldt zeker als om solliciteren gaat. Want met een aansprekend filmpje val je al snel op in een stapel min of meer vergelijkbare reacties. In een persoonlijke videoboodschap kun je immers dingen van jezelf laten zien die je in een brief nooit kwijt kunt. Je enthousiasme, uitstraling en energie bijvoorbeeld. Het is je eerste kans om het selectieproces in jouw voordeel te beïnvloeden. Bovendien maakt een brief of CV meer indruk, en blijft die beter hangen, als de ontvanger een levendig beeld van de afzender heeft.
Toch maken nog maar weinig sollicitanten gebruik van video om zichzelf aan de man te brengen. Niet zo verwonderlijk, want het is nogal wat om een filmpje van jezelf te maken. Afgezien van dat het knap eng kan zijn om voor de camera te staan, moet je ook nog eens binnen één minuut een overtuigend verhaal weten te brengen. Hoe pak je dat aan?
Voorbereiding
“Alles staat of valt met een goede voorbereiding”, zegt André Jager (54), eigenaar van PitchToWork, een Gronings bureau dat mensen met een videopitchtraining helpt om hun unieke verhaal kort en krachtig te verwoorden. “Een goede video vergroot je kans op een uitnodiging aanzienlijk. Maar een knullig of saai filmpje kan juist averechts werken. Even snel iets in elkaar draaien, bijvoorbeeld met behulp een speciaal daarvoor bedoelde app, kun je dus beter niet doen.”
Hoe het volgens hem dan wel moet? “Het allerbelangrijkste is om de tijd te nemen om een persoonlijke tekst te schrijven en die goed te oefenen. Vraag anderen om feedback en gebruik die om je verhaal aan te scherpen. Zorg dat je de kijker binnen vijftien seconden nieuwsgierig maakt, anders ben je hem kwijt. Geen opsommingen dus van wat je allemaal hebt gedaan; dat kan hij immers in je CV of LinkedIn-profiel lezen. Het gaat erom dat je laat zien wie jij als persoon bent, en wat jouw unieke meerwaarde is.”
Het is volgens Jager belangrijk om de kijker in je video direct aan te spreken, en een band met hem te creëren. Dat kun je bijvoorbeeld doen door zoveel mogelijk informatie over het bedrijf of de persoon te verzamelen. Daarmee laat je zien dat je je echt in de organisatie hebt verdiept. Nog beter is om vooraf te bellen met degene van het bedrijf die de video gaat zien. Verwerk de aanvullende informatie die je zo krijgt in je filmpje.
De kunst van het weglaten
Je kunt een video als een open sollicitatie gebruiken, om jezelf breed onder de aandacht te brengen, of om op een specifieke vacature te reageren. In dat laatste geval doe je er slim aan om een persoonlijke motivatie toe te voegen, die je helemaal kunt afstemmen op de eisen. Nog beter is om voor elke vacature een nieuwe video op te nemen.
Idealiter duurt een videosollicitatie niet langer dan één minuut. “Maar iemand die op een verkoopfunctie solliciteert, moet het in 30 seconden kunnen”, stelt Jager. “Pitchen is de kunst van het weglaten. Het doel is om de kijker nieuwsgierig te maken en uitgenodigd te worden. De rest van je verhaal komt wel tijdens het sollicitatiegesprek.”
Wat kun je in zo’n ultrakorte tekst nu helemaal over jezelf kwijt? “Meer dan je denkt. Mits je jezelf vooraf de goede vragen stelt. Op welke prestaties kijk je met plezier terug? Waar ben je het meest trots op? Waar liggen je ambities? Wat zegt dat over jou, en over hoe je werkt? Met die informatie kun je je van de rest onderscheiden. ”
Voorwaarde is wel dat je het persoonlijk maakt. En geen vage CV-taal als ‘competenties’ of ‘resultaatgericht’ gebruikt. “Met dat soort lege termen kan een werkgever niks. Geef liever een aantal concrete voorbeelden, waarmee je aantoonbaar maakt wat je zegt. Die mogen ook uit je privé-leven komen. Graag zelfs. Als er om leidinggevende capaciteiten wordt gevraagd, meld het dan vooral als je als coach je lokale voetbalteam naar de overwinning hebt geleid. Dat zegt immers veel over je ambitie en je drive. Laat zien waar je passie ligt.”
Niet alleen voor werkzoekenden
De afgelopen twee jaar heeft Jager met zijn videopitchtraining verschillende klanten geholpen om een baan te bemachtigen, van studenten tot 50-plussers en van secretaresses tot directieleden. Maar niet alleen werkzoekenden (of ZZP-ers) kunnen er volgens hem baat bij hebben. Ook mensen die binnen hun huidige organisatie graag een volgende stap willen maken, kunnen ervan profiteren.
“Het schrijven van een aansprekende tekst voor een filmpje dwingt je om goed over je leven na te denken, en kritische vragen aan jezelf te stellen. Uiteindelijk is dat misschien nog wel waardevoller dan het eindresultaat. Het proces zet je op scherp, zodat je gerichter te werk kunt gaan. Als je precies voor ogen hebt wie je bent en wat je wilt, geeft dat energie en zelfvertrouwen. Iets waar werkgevers en opdrachtgevers bij uitstek dol op zijn.”
Meer informatie: pitchtowork.nl.

[Testimonial]
Na meer dan honderd afwijzingen zag directiesecretaresse Dineke Rekker (62) uit Tolbert geen heil meer in het schrijven van sollicitatiebrieven. Dankzij een professioneel videofilmpje vond ze toch een baan.
“‘U denkt toch niet dat u op uw 58ste weer aan het werk komt?’ Dat zei de medewerker van het UWV tegen me toen ik in april 2013 mijn baan verloor. Het voelde als een klap in mijn gezicht. Ik wilde namelijk dolgraag weer aan de slag. In plaats van de vier verplichte sollicitaties per maand stuurde ik er dus minstens tien de deur uit. Maar ik werd nooit uitgenodigd.
Toen André Jager in 2015 met PitchToWork begon, heb ik me direct als klant aangemeld. Ik zag het als een laatste redmiddel. Want op je 60ste via de reguliere weg ergens binnenkomen, is onbegonnen werk.
Het was nog niet zo makkelijk om een boodschap voor mijn filmpje te bedenken. Gelukkig gaf André goede tips over wat de kijker graag wil horen. Waarin onderscheid ik mij van andere secretaresses bijvoorbeeld. Zo kwam ik op het idee om te vertellen dat ik marathons loop, en wat dat over mij zegt: dat ik ambitie en doorzettingsvermogen heb.
Het gemonteerde filmpje heb ik naar twee uitzendbureaus gestuurd. Daar vonden ze het zo leuk, dat ze me meteen bij een aantal bedrijven voorstelden. Al snel kreeg ik een baan als telefoniste aangeboden. Onder mijn niveau en voor een flink lager salaris, maar ik dacht: ik probeer het gewoon, wie weet wat het oplevert. Dat bleek een goede zet, want een paar maanden later kon ik in dezelfde instelling als bestuurssecretaresse aan de slag. Afgelopen augustus heb ik een jaarcontract gekregen. Zonder het filmpje was me dat vermoedelijk nooit gelukt.”
Dinekes filmpje is te zien op haar profiel op LinkedIn.

[Kader]
Tips van André

  • Bereid je heel goed voor.
  • Zorg dat je de kijker zo snel mogelijk nieuwsgierig maakt.
  • Maak het verschil met een persoonlijk verhaal.
  • Zeg nooit dat je werkloos bent, maar dat je je oriënteert op een volgende stap.
  • Herhaal niet wat er al in je brief of CV staat.
  • Vermijd CV-taal.
  • Gebruik concrete voorbeelden.

[Kader]
Inspiratie

Voor je begint, is het handig om op internet voorbeelden te bekijken van hoe het wel of juist niet moet.

DROMENJAGER KORJA

10 Apr

Korja jpg

Gepubliceerd in de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden, 8 april 2017.

Je carrière vaarwel zeggen en helemaal opnieuw beginnen, dat is nogal wat. Daar is lef voor nodig, en doorzettingsvermogen. In deze serie portretteren we dromenjagers die de sprong waagden. Met succes. Aflevering 3: cartoonschilder Korja van der Werff.

Paspoort
Naam: Korja van der Werff
Leeftijd: 51
Plaats: IJlst
Was: leerkracht basisonderwijs
Is: cartoonschilder en -tekenaar
Uren per week: wisselend

Het moment dat het roer om ging was…

“In juni 2015. Ik nam ontslag als leerkracht, zodat ik me volledig kon toeleggen op de kunst. Mijn werk was me de jaren daarvoor me steeds meer gaan tegenstaan, vooral door de overdaad aan regels in het onderwijs. Nu ga ik eindelijk doen wat ik echt wil, dacht ik. Vanaf dat moment heb ik alles in het werk gesteld om mijn jeugddroom — kunstschilder worden — waar te maken.”

Om daar te komen, heb ik…

“Verschillende kunstopleidingen gevolgd. Ik tekende en schilderde al mijn hele leven, maar ik miste vakkennis. Dus schreef ik me in bij de Wackers Academie, een particulier opleidingsinstituut in Amsterdam. Iedere week ging ik vanuit IJlst een dag op en neer. Later heb ik ook nog cursussen gevolgd bij de Klassieke Academie in Groningen. Al mijn vrije tijd ging eraan op. Maar ik wilde zeker weten dat ik goed voorbereid aan mijn nieuwe carrière zou beginnen.”

Mensen denken vaak dat…

“Kunstenaars niet zakelijk kunnen zijn. Onzin. Voor ik voor mezelf begon, heb ik een gedegen businessplan gemaakt en me bij een ondernemersnetwerk aangemeld. En ik werk er iedere dag aan om mezelf te promoten. Via mijn website natuurlijk, maar bijvoorbeeld ook met flyers en advertenties in de lokale krant.”

Het moeilijkste vond ik…

“Om de verwachtingen van anderen los te laten en trouw te blijven aan mezelf. Ik had het geluk dat ik al snel opdrachten kreeg, vooral voor traditionele, realistische portretten. Maar schilderen in die stijl bleek me helemaal niet gelukkig te maken. Het feit dat ze precies moesten lijken, gaf me het gevoel dat ik alsnog in een keurslijf zat. Daarvoor had ik geen ontslag genomen. Mijn droom leek uiteen te spatten. Eind 2016 sloeg de paniek in alle hevigheid toe. Als dit het niet was, wat dan wel?”

De oplossing kwam toen…

“Ik besloot om mijn hart te volgen. Van nature ben ik rechtshandig, maar als experiment tekende en schilderde ik af en toe met links. Dat was zo bevrijdend. Het resultaat verraste me telkens weer; met een paar lijnen kon ik de essentie van een persoon voor mijn gevoel veel beter overbrengen dan met een superrealistisch portret. Maar omdat ik dacht dat niemand op die stripachtige stijl zat te wachten, deed ik dat alleen voor mezelf. Totdat ik eind vorig jaar helemaal vastliep. Ik was echt radeloos, had geen idee hoe het verder moest. En toen was daar ineens het antwoord: alleen nog in mijn eigen cartoonstijl schilderen. Dit ben ik, hier kan ik alles van mezelf in kwijt. De voldoening die ik nu voel, is dieper dan ik ooit heb ervaren. Dat niet iedereen mijn nieuwe werk mooi vindt, neem ik op de koop toe.”

De grootste steun kreeg ik van…

“Mijn drie zoons van 23, 21 en 17. Die staan altijd 100 procent achter me, wat ik ook doe. En mijn vader. Hij zag direct de schoonheid in mijn cartoonschilderijen. Zijn bevestiging was net het zetje dat ik nodig had om helemaal voor die stijl te gaan.”

Mijn grote voorbeeld is….

“Picasso. Hoe hij met een paar lijnen bijvoorbeeld een duif kon tekenen, is fabelachtig. Andere kunstenaars die me inspireren zijn de Franse expressionistische schilder Chaïm Soutine en de Britse alleskunner David Hockney, vooral bekend van zijn popart.”

Het beste wat ik voor mij carrière heb gedaan was….

“Eind 2015 twee maanden als vrijwilliger naar Malawi te gaan. Het was de ultieme manier om mijn oude leven af te sluiten en helemaal opnieuw te beginnen. Ik zat daar in mijn eentje, in een van de armste gebieden ter wereld. Als je niets meer hebt, ontdek je sneller waar het echt om draait: doen waar je diep in je hart blij van wordt. Ik heb aan mezelf bewezen dat ik veel meer aankan dan ik dacht. Een enorme boost voor mijn zelfvertrouwen. Sindsdien laat ik me door niets en niemand meer tegenhouden, en ga ik elke uitdaging aan.”

Wat ik heb onderschat is….

“Hoeveel tijd het kostte om erachter te komen wat ik écht wilde. Ik had mijn overstap goed voorbereid, maar nadat ik ontslag had genomen, duurde het toch nog anderhalf jaar voor ik de juiste weg had gevonden.”

Het meest trots ben ik op…

“Het schilderij dat ik maakte van een een vrouw bovenop een rots. Ze schreeuwt, ze lacht en staat open voor alles wat op haar weg komt. Helemaal vrij. Zo voel ik me nu ook.”

In de toekomst wil ik in ieder geval nog…

“Zoveel mogelijk mensen laten ervaren wat het je kan opleveren om met je niet-dominante hand te tekenen of schilderen. Dat doe ik tijdens mijn workshops ‘Verrassend schilderen’. Als je met je andere hand werkt, kun je de controle loslaten en zonder stress uit de bocht vliegen. Perfect wordt het immers toch nooit. Des te meer ruimte is er voor creativiteit en plezier. En daaruit ontstaan dan juist weer de mooiste dingen.”
korja-art.com

[Kader]
Tips voor twijfelaars
Korja: “Doe iets 100 procent of doe het niet. Oorspronkelijk wilde ik mijn baan in het onderwijs en mijn werk als kunstenaar combineren, maar dat werkte niet. Om ergens een succes van te maken, moet je er helemaal voor gaan. Een praktische tip voor zelfstandigen is om elke dag te beginnen met twee dingen die je geld kunnen opleveren. Je website bijwerken of een offerte versturen bijvoorbeeld. Ik doe dat dagelijks trouw, en het werkt echt.”

 

%d bloggers liken dit: