POST UIT FRIESLAND

13 Mei

Gepubliceerd in Buitenleven, april 2017

In Buitenleven schrijven moeder Francien en dochter Marte, beiden importFriezen, elkaar over hun ervaringen met het dorpsleven. Deze keer over parkieten, ooievaars en kippen.

  • Illustratrice Francien van Westering (66), bekend van haar kattentekeningen, verhuisde vijftien jaar geleden van de randstad naar een lieflijk boerderijtje in Zuid-Friesland. Daar woont ze met haar man Bram, haar Tibetaanse terriër Dribbel, zes poezen, zes hennen en een haan.
  • Begin vorig jaar besloot Franciens dochter, journaliste Marte van Santen (41), haar te volgen. Ze verruilde haar Amsterdamse appartementje voor een hoekhuis in een klein Fries plaatsje, 20 kilometer bij haar moeder vandaan. Ze deelt haar woning met haar vriend Peter en haar grijze koningspoedel Dirkje.

Lieve mam,
Toen ik nog in Amsterdam woonde, had ik het idee dat er maar drie soorten vogels op de wereld waren: duiven, meeuwen en halsbandparkieten. Ieder op hun eigen manier maakten ze mijn leven zuur. De duiven poepten mijn terras en mijn auto onder. De meeuwen scheurden vuilniszakken open en blokkeerden met hun nesten de schoorstenen. En de gifgroene parkieten met hun rode snavels? Die maakten me zomers steevast bij het eerste ochtendgloren wakker. Wat een hysterisch krijsende druktemakers!
Ken je trouwens het verhaal van hoe de – van oorsprong tropische – halsbandparkiet een veelvoorkomende Amsterdamse stadsvogel werd? Vermoedelijk is dat de schuld van een medewerker van een Amerikaanse bedrijf, dat in de jaren ’70 in een reusachtig gebouw op de Overtoom was gevestigd. Vanuit het pand werden klanten in heel Nederland voorzien van nieuwe onderdelen voor onder andere gesneuvelde schrijfmachines, scheerapparaten, rekenmachines en kopieerapparaten. Op de gigantische zolder hield een van de werknemers een grote kolonie halsbandparkieten. Het waren er minstens honderd, zo vertelt het verhaal. Schijnbaar kon dat in de jaren ’70 gewoon! Toen het bedrijf in 1977 verhuisde, konden de vogels vermoedelijk niet mee, en werden de ramen van de zolder opengezet. Met als gevolg dat ik veertig jaar later elke ochtend met een kussen op mijn hoofd in bed lag.
Vogels waren op z’n zachtst gezegd dus niet mijn beste vrienden. Maar sinds ik buiten woon, is dat helemaal veranderd. Ik weet nog goed dat ik voor het eerst roodborstjes in mijn tuin zag. Tjee, wat zijn die mooi! En toen er afgelopen winter ineens een grote bonte specht op mijn vogelhuis zat, kon ik mijn geluk niet op. Alsof ik naar een aflevering van een natuurserie op televisie keek. Maar dan echt.
Wist je dat hier vlakbij een enorme ooievaarskolonie huist? Langs een weg in de buurt zitten wel dertig nesten. 25 jaar geleden waren deze majestueuze vogels in Nederland nog uitgestorven. De vogelbescherming heeft er toen voor gezorgd dat er nieuwe nestplatformen werden gebouwd, en dat ooievaars uit dierentuinen werden uitgezet in het wild. Inmiddels zijn er ongeveer 700 broedparen in ons land. Waarvan dus een heel stel bij mij om de hoek. Als ik er langs rijd, doe ik altijd mijn raam open om te horen of ze klapperen om elkaar te begroeten. In Amsterdam had ik me vast rot geërgerd aan dat kek-kek-kek-geluid. Maar hier in Friesland denk ik: hoe meer verschillende vogels, hoe beter.
Kus,
Marte

Lieve dochter,
Voor ik hier op mijn boerderijtje woonde, dacht ik nooit na over kippen. Die dieren stonden ver van me af. Ja, ik kwam ze tegen in de supermarkt, als wit vlees, maar dat was het dan wel. Ik was me er niet eens van bewust dat het vógels waren. Dat veranderde dramatisch op het moment dat ik mijn eigen kippen kreeg. Weet je nog, dat ik ze zelf moest vangen? Dat gebeurde ’s nachts, in de tuin van een verlaten landgoed. De vereenzaamde oude man die op dat landgoed woonde, was overleden. Tijdens zijn langdurige ziekte waren de dieren verwilderd. Ze zwierven wat door de immense tuin en sliepen in verlaten schuren, of gewoon in een boom. Voor bijna alle dieren was een goed huis gevonden. Bram en ik kwamen de laatste halen – in het donker, anders waren ze niet te vangen. Het was een heel avontuur om ze vast te pakken en in de kattenreismanden te krijgen. Ik voelde me net een kippendief! Toen we naar huis reden was het een vreemde gewaarwording om in plaats van kattengejammer kippengeluidjes vanaf de achterbank te horen.
Het was wel even wennen, want ik wist dus niets van kippen. De boeken die ik had gekocht hielpen helemaal niet. Ze gingen er van uit dat ik gekortwiekte kippen bij een betrouwbare fokker had gekocht, en dat ik een keurig kippenhok had. Er stond niets in over verwilderde kippen met complete vleugels en een eigenzinnig karakter. Míjn kippen zijn vrijbuiters en voelden er niets voor om netjes in een hok te zitten. Na drie dagen waren ze al uitgebroken en bepaalden ze zelf de regels. Ik liet ze maar – ze zouden het zelf wel het beste weten.
Na een paar weken waren ze helemaal thuis en hadden ze hun eigen routine. In het mooie hok wat we gekocht hadden wilden ze niet; ze sliepen liever op de hanenbalken in de schuur. Ik heb geleerd dat kippen dappere, leuke, intelligente en sociale dieren zijn. Hoe heb ik ooit zonder ze gekund? Hun eitjes smaken zo lekker! Wanneer ik ze vrij en tevreden door de tuin zie scharrelen, denk ik vaak aan hun soortgenoten die een treurig bestaan leiden in overvolle legbatterijen. Echt, ik vind kippen de leukste vogels die er zijn. Wat wou ik graag dat ze allemaal zo’n fijn leven hadden als die van mij. En ook fijn: ik heb eindelijk vogels waar de katten bang voor zijn!
Alle liefs,
Francien

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: