LEVENSLESSEN

12 Jun

Gepubliceerd in Trouw, 10 juni 2017. (Foto: Merlijn Doomernik.)

Neuroloog Emile Keuter (57) zet zich al meer dan twintig jaar in voor mensen met onbegrepen lichamelijke klachten. “Dat er geen aanwijsbare oorzaak voor is, maakt de klacht niet minder echt.”

Les 1: Emoties kun je niet eeuwig wegstoppen
“De vloer waarop ik zat, had grijze tegels. Naast me stond een koperkleurige kunstlong. Ik keek naar mijn schoenen en zag de voeten van mijn vader, met de brogues die hij altijd droeg. Dat was het moment dat ik me realiseerde dat er iets flink mis was. 28 was ik, en als specialist-in-opleiding werkzaam op de chronische beademing van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Een sombere afdeling, weggestopt in de hoek van een grauwe, hoge flat van het ziekenhuis. De maanden ervoor was ik steeds bozer, depressiever en angstiger geworden. Die gevoelens had ik diep weggestopt — sinds de dood van mijn vader op mijn 12e was dat mijn overlevingsstrategie. Maar ineens lukte dat niet langer. De paniek, het verdriet en de woede drongen zich naar boven in de vorm van visioenen. In het gezicht van mijn opleider herkende ik de ongeschoren wangen van mijn vader. Ik wilde hem kussen, zo blij was ik om hem te zien. Toen wist ik dat ik niet meer verder kon.”

Les 2: Als kind een ouder verliezen, bepaalt de rest van je leven
“In ons ouderlijke gezin draaide alles om mijn vader. Hij was de leukste, de slimste, de geestigste. Mijn moeder, mijn vier zussen en ik, we verafgoodden hem. Zijn dood sloeg het fundament onder onze eenheid vandaan. Alles stortte als een kaartenhuis in elkaar. Maandenlang zaten we elke avond samen te huilen. Er hing een grauwsluier over ons leven, die de wereld zwart kleurde. De enige manier waarop ik met het intense verdriet kon omgaan, was door me op mijn school te storten. Kennis werd mijn houvast. Mijn droom was om veearts worden, maar dat idee werd in ons gezin — allebei mijn ouders en twee van mijn zussen waren arts — niet erg serieus genomen. Al was veearts altijd nog beter dan tandarts. ‘Wat zou het mooi zijn als jij net als ik neuroloog wordt’, zei mijn vader vlak voor zijn dood. Was het leven anders gelopen, dan had ik me waarschijnlijk tegen hem afgezet en was ik een andere weg ingeslagen. Maar in zijn afwezigheid maakte ik zijn laatste wens waar.”

Les 3: Een van de beste dingen die je voor jezelf kunt doen, is je dromen onthouden
“Op mijn vijftiende wilde mijn moeder me naar een psychiater sturen. Vermoedelijk zag ze hoe ik met mijn gevoelens worstelde. Maar op dat moment moest ik daar niets van hebben. Ik haalde goede cijfers en gebruikte geen drugs, dus was er niets aan de hand, vond ik.
Dertien jaar later ging ik alsnog in analytische therapie. Twee keer per week, vier jaar lang. Het is mijn redding geweest. Mijn psychiater liet me het trauma van mijn vaders dood herbeleven, en leerde me huilen en lachen. Misschien wel het belangrijkste wat ik van haar heb meegekregen, is hoe waardevol het is om je dromen te onthouden. Ze vormen het venster naar je onbewuste, en helpen je om je emoties te benoemen. Dat je je kennelijk onzeker of angstig voelt bijvoorbeeld. In plaats van dat ze onder het oppervlak blijven sluimeren, maken dromen je drijfveren inzichtelijk. Je leert jezelf er beter door kennen.
Overigens kun je trainen om je dromen te beter te onthouden. Dat doe je door op het moment dat je wakker wordt je droom meteen hardop uit te spreken. Dus nog voordat je op de wekker kijkt of goedemorgen tegen je partner zegt. Denk er tijdens de lunch en voor het slapen nog even aan terug. Daarmee veranker je hem als het ware. Je zult dan zien dat je binnen een paar weken meer dromen onthoudt. En dat begrijpen waarom je voelt wat je voelt, rust geeft.”

Les 4: Er bestaat geen scheiding tussen lichaam en geest
“Er is in ons land iets raars aan de hand. Het brein is al jaren een hype. En half Nederland doet aan mindfulness. Maar tegelijkertijd willen de meeste mensen er niet aan dat lichamelijke klachten een geestelijke component hebben, en andersom. Bij veel patiënten én artsen bestaat nog steeds het idee dat bijvoorbeeld chronische pijn of vermoeidheid een mechanisch probleem is, als een lekke band die je kunt plakken. Die benadering is echt achterhaald. We zijn namelijk niet óf ons lijf óf ons brein; het is één geheel. Het is mijn missie om dat duidelijk te maken, vooral aan mensen met onbegrepen lichamelijke klachten. Ik zie hoe ongelukkig ze zijn, terwijl hun lichaam in principe goed zou kunnen werken. Zo zonde! Als dokter boeien deze gevallen me omdat het onopgeloste raadsels zijn, waar ik mijn tanden in kan zetten. Ik rust niet voordat een patiënt tevreden is.”

Les 5: Een onbegrepen klacht is niet minder echt
“Bij 20 procent van zijn nieuwe patiënten vindt een huisarts geen duidelijke oorzaak voor lichamelijke problemen. Bij patiënten die een specialist bezoeken ligt dat aantal nog hoger— afhankelijk van het specialisme tussen de 25 en 60 procent. Dat gaat dus om miljoenen mensen. Een groot deel herstelt binnen enkele weken vanzelf. Maar bij sommige patiënten blijven de problemen bestaan, zelfs na langdurig medisch onderzoek en behandeling. Dan spreken we over ‘somatisch onvoldoende begrepen lichamelijke klachten’, ofwel ‘SOLK’.
Neem het voorbeeld van een 55-jarige rokende secretaresse, die onlangs is gescheiden. Zij heeft al maanden last heeft van vermoeidheid en spanningshoofdpijn. Plotseling kan zij haar rechterarm niet meer optillen. Hoeveel onderzoeken ze ook doen, dokters kunnen daar geen medische oorzaak voor vinden. Je hoeft geen Einstein te zijn om te snappen dat haar persoonlijke situatie waarschijnlijk een belangrijke een rol speelt. Maar dat maakt de klacht niet minder echt — ze is daadwerkelijk niet meer in staat om haar arm op te tillen. Als je een functionele MRI van haar hersenen maakt, zie je dezelfde blokkade als bij iemand die door een ziekte verlamd is geraakt.
Anders gezegd: de samenhang tussen lichaam en geest maakt dat je een klacht ervaart. Soms is daar een medisch aanwijsbare verklaring voor, soms niet. Dat is voor veel mensen een lastige boodschap. Zeg je als dokter dat er – ook – een psychologische oorzaak is, dan voelen veel patiënten zich niet serieus genomen. Dat komt omdat nog steeds het onterechte beeld bestaat dat psychisch ‘niet echt’ betekent. Maar alleen als je lichaam, geest en leefomgeving als geheel benadert, kun je echt iets aan onbegrepen klachten doen.”

Les 6: Zie en benoem geluk, voor het voorbij is
“Ik had al een half jaar hoofdpijn, en ik begon steeds nasaler te praten. Bij een patiënt met dergelijke klachten had ik meteen een MRI laten maken, maar zelf negeerde ik ze. Omdat ik als geen ander wist hoe ellendig de uitkomsten kunnen zijn, stak ik mijn kop in het zand. Maar toen een huisarts me beterschap wenste omdat ik zo verkouden klonk, kon ik er niet langer omheen.
De KNO-arts die me had onderzocht, stapte middenin mijn spreekuur mijn kamer binnen. ‘Het is kanker’, zei hij. Er zat een tumor in het gebied boven mijn verhemelte. Ik dacht: dit kan ik mijn kinderen niet aandoen. Ik was 39, mijn jongste net drie maanden oud. De tranen bleven komen.
Eén ding wist ik zeker: ik wilde niet lijden. Maar een collega vragen om euthanasie op mij te plegen, vond ik niet kunnen. Dus begon ik medicijnen uit het ziekenhuis te stelen. Zodat ik er zo nodig zelf een einde aan kon maken. Gelukkig is het nooit zover gekomen.
Ik heb een jaar niet kunnen werken. En aan de behandelingen heb ik flink wat restklachten overgehouden. Een ander mens ben ik er niet door geworden, maar het heeft me wel geleerd hoe belangrijk het is om de fijne momenten te koesteren. Een paar maanden voor mijn diagnose had ik tegen mijn vrouw gezegd dat ik sinds de dood van mijn vader niet zo gelukkig was geweest. Ik had een prachtig gezin, fantastisch werk en de boerderij met paarden waarvan ik altijd had gedroomd. Toen ik kanker kreeg, dacht ik: dat gevoel neemt niemand me meer af. Daarom moet ik soms echt op mijn tong bijten als een hoogbejaarde man of vrouw op mijn spreekuur zegt: ‘Dat mij dit op mijn leeftijd moet overkomen.’ Je hebt geen idee hoeveel geluk je tot nu toe hebt gehad, denk ik dan. Wat ontzettend jammer dat je daar niet meer van hebt kunnen genieten.”

Les 7: Hypnose is niet eng
“Ik kan een beetje hypnotherapie. Als het niet zo veel tijd zou kosten, zou ik proberen er goed in te worden. Maar psychiatrie gaat langzaam, en ik wil altijd snel. Dus focus ik me op de neurologische kant van de hersenen. Wel laat ik eens per week een hypnotherapeut naar het ziekenhuis komen, om te werken met patiënten met lichamelijk onbegrepen klachten.
Voor de meeste mensen betekent hypnose een vermakelijke show, waarbij proefkonijnen in trance allerlei hilarische dingen doen. Maar het is veel minder hocus pocus dan we denken. Sterker nog, er komt steeds meer bewijs dat therapeutische hypnose heel goed werkt, bijvoorbeeld bij prikkelbare darmsyndroom. Zo’n 500.000 Nederlanders lijden daaraan. Zij hebben vaak buikpijn, een opgeblazen gevoel, verstopping en/of diarree, zonder dat daar een duidelijke medische oorzaak voor is.
Zonder dat je het merkt, communiceren je hersenen en darmen continu met elkaar. Je wordt je daar pas bewust van als je naar de wc moet, of als je buik anders dan anders voelt. Omdat ze onafhankelijk functioneren, kun je de werking van je darmen niet zomaar bijsturen, net zomin als je zelf je hartritme of je bloeddruk kunt te veranderen. Maar onder hypnose lukt dat wel. Terwijl je heel ontspannen bent, stel je je bijvoorbeeld voor dat je buik pijnloos en zacht is. Daarmee beïnvloed je de darmwerking. Vergelijk het maar met het denken aan je lievelingsgerecht; dan loopt het water meestal meteen in je mond. Alleen het idee is dus al voldoende om je speekselklieren aan het werk te zetten. Zo werkt het ook met hypnose, alleen is het positieve effect daarvan nog veel sterker. Ik ben ervan overtuigd dat veel meer patiënten — met onbegrepen én begrepen klachten — er baat bij zouden kunnen hebben.”

Les 8: Sporters herstellen sneller
“Er is niets zo goed voor je lichaam en je geest als sporten. En dan bedoel ik niet in de sportschool langzaam aan gewichten sjorren, maar je hart-longmachine aanzetten en je in het zweet werken. Dat is het best mogelijke medicijn. Alleen hebben de meeste mensen daar jammer genoeg geen zin in. Zelf rijd ik met mijn ligfiets vijf dagen per week naar mijn werk op en neer, vijftig kilometer per dag. En als ik vrij heb, loop ik hard. Doe ik dat niet, dan krijg ik overal pijntjes, slaap ik slechter en word ik chagrijnig.
Voor sporters is het trouwens heel vanzelfsprekend dat lichaam en geest één zijn, en dat die elkaar beïnvloeden. Denk maar aan de hardloper die voor zijn rondje uitgeblust en terneergeslagen is, maar zich na het lopen stukken opgewekter voelt. Zo werkt het ook met bewegen na een operatie, of bij revalidatie na een ernstige ziekte of chronische klachten. Daarom herstellen sporters sneller.”

Les 9: Antillianen kijken je recht in je ziel
“Ik houd erg van eilanden. Ze zijn zo lekker overzichtelijk. Eén eilandengroep fascineert me van kinds af aan in het bijzonder: de Nederlandse Antillen. Toen ik de kans kreeg om na mijn studie op Curaçao te gaan werken, heb ik geen moment getwijfeld. In totaal hebben we er vier jaar gewoond. Daarna wilde mijn vrouw terug. Maar de Antillen zijn altijd aan me blijven trekken. Elk jaar ga ik in mijn eentje vier weken terug. Om te werken, maar voor mij is dat vakantie.
Op de Antillen voel ik me thuis, soms meer dan hier. Dat heeft met de zee en het weer te maken, maar vooral met de mensen. Antillianen zijn heel emotioneel. Ze hebben minder muurtjes om zich heen. Je kunt ze recht in hun ziel kijken, en zij doen hetzelfde bij jou. Dat maakt het contact direct en puur. Ze zijn dankbaar, accepteren het leven zoals het komt. Patiënten zitten rustig drie uur in de bloedhitte op een plastic stoeltje op me te wachten. Zonder geklaag. Als ik in Nederland een patiënt met hoofdpijn zeg dat er niets ergs aan de hand is, neemt die daar vaak geen genoegen mee. Daar zeggen ze: ‘Danki Dios’, en lopen ze weg. Van die levensinstelling kunnen we hier nog wat leren.”

[Kader]
Emile Keuter
Neuroloog Emile Keuter (Utrecht, 1960) werkt sinds 1996 in het Isala Diaconessenhuis in Meppel. Hij zet zich al meer dan twintig jaar in voor mensen met onbegrepen lichamelijke klachten, onder andere door wekelijks een speciaal spreekuur voor hen te organiseren. Ook was hij een van de schrijvers van de richtlijn uit 2010, waarin staat hoe artsen met dit soort klachten moeten omgaan. Verder publiceerde hij een boek over de beleving en behandeling van whiplash, volgens hem een ondergeschoven kindje in de medische wereld. Voor het vakblad Medisch Contact schrijft hij columns over alles wat hem in de zorg bezighoudt. Keuter is getrouwd en heeft drie kinderen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: