STRIPMAKER FRED DE HEIJ

24 Jul

2017-07-22 NDC Fred de Heij jpg.jpgFoto: ©Peter Beemsterboer | StripGlossy.

Gepubliceerd in de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden, 22 juli 2017.

Naam: Fred de Heij
Leeftijd: 57
Geboorteplaats: Amsterdam
Opleiding: Rietveld Academie
Woonplaats: Zaandam
Werk: Publiceert onder andere in Eppo en StripGlossy. Tekende eerder onder meer voor Donald Duck, Tina en Taptoe. Richtte het stripblad Pulpman op. Winnaar Stripschapprijs 2014. Is behalve stripmaker ook illustrator en schilder.
Privé: Getrouwd, twee kinderen van 27 en 29

——————————————————————————————————————————

“Als je, zoals ik, erg van tekenen houdt, zit je met strips goed. Een striptekenaar moet immers heel veel verschillende plaatjes maken. Heerlijk vind ik dat; hoe meer, hoe beter. Ik illustreer ook kinderboeken, en ik schilder. Dat doe ik met ongelofelijk veel plezier, maar striptekenen heeft iets speciaals. Het geeft je als tekenaar de mogelijkheid om een heel verhaal tot leven te brengen, in plaats van dat je er één beeld uitlicht. Ik kan al mijn gevoel erin kwijt. Bovendien kun je je als stripmaker nergens achter verschuilen; je moet álles kunnen tekenen. Wat dat betreft is het een fantastische leerschool.
Als kind tekende ik al strips. Mijn vader vond mijn enthousiasme zo leuk, dat hij op mijn twaalfde een afspraak met stripgrootheid Piet Wijn voor me regelde. Wijn werkte onder andere voor de Toonder Studio’s, Het Parool en Tina. In zijn atelier keek ik mijn ogen uit; dat wilde ik ook! Gaandeweg werd ik het gepriegel echter een beetje zat. Groot werken met verf en kwasten; dat vond ik als puber veel interessanter. Dus koos ik voor de Rietveld Academie.
Eind jaren ’80 ging het toch weer kriebelen en besloot ik het striptekenen opnieuw op te pakken. Met wat voorbeelden onder mijn arm ging ik langs bij mijn oude leraar, The Tjong Khing. Khing is zelf ook striptekenaar. Zijn stimulerende woorden waren misschien net het duwtje in de rug dat ik nodig had. De eerste strippagina’s die ik naar het tijdschrift Wordt Vervolgd stuurde, werden meteen geplaatst. Van het een kwam het ander, en nu creëer ik alweer bijna twintig jaar strips. Of ik nu voor Tina of Penthouse werk, maakt niet uit; als ik maar kan tekenen, is het me allemaal even lief.
Ik lees trouwens ook heel graag strips; mijn huis en atelier staan er tjokvol mee. Zolang het verhaal en de tekeningen goed zijn, ga ik helemaal in een album op. Dan kijk ik dus niet met een professioneel oog, maar gewoon als lezer die vermaakt wil worden. Helaas gebeurt het ook wel eens dat de tekeningen me gaan irriteren. Bijvoorbeeld omdat de lijnen onlogisch zijn, of er een schaduw op de verkeerde plek staat. Dan is de magie weg, en lees ik het boek niet uit. Voor mij is het heel belangrijk dat de beelden kloppen. Vandaar dat ik zelf realistisch teken; dat maakt het makkelijker om in een andere wereld op te gaan.
Het wisselt per strip hoe snel ik teken. Bij sommigen doe ik twee dagen over een pagina, van anderen maak ik meerdere pagina’s op een dag. Een pagina die helemaal af is, gaat in een multomap. Het is het ultieme geluk om daarin dagelijks een verhaal te zien groeien. Maar eenmaal klaar kijk ik nooit meer naar oud werk. Er is nog zoveel méér te tekenen. Om inspiratie zit ik nooit verlegen; ik heb eerder te veel ideeën. Meer dan ik in één leven kan uitvoeren.
Een bijzonder project waar ik afgelopen tijd aan heb gewerkt, is Fflint. Dat beeldverhaal over amateurwetenschapper Llewelyn Fflint, die in het Victoriaanse Londen mysterieuze moorden oplost, werd in de jaren ’70 door Peter van Straaten getekend. Een succes was het toen niet; na drie afleveringen moest hij er al mee stoppen. Schrijver en acteur Ger Apeldoorn wilde de serie nieuw leven inblazen, en vroeg mij de illustraties te maken. Nu ligt er het boek Fflint en het mysterie van de Nevelhaaien. Het eerste verhaal daarin is een bewerking van de oude versie, de volgende drie heeft Ger zelf geschreven. Hij stuurde mij de tekst, met wat suggesties voor het beeld. Vervolgens heb ik allerlei afbeeldingen van Londen rond 1882 gezocht. Gaslampen, kleding; ik heb ze precies zo getekend als ze toen waren. Pas toen het album af was, heb ik naar het origineel van Peter van Straaten gekeken. Gelukkig bleken de twee niet te vergelijken. Overigens heeft Van Straaten onze versie vlak voor zijn dood nog gezien. Grappig genoeg kon hij zich geheel niet herinneren dat hij Fflint ooit zelf had geïllustreerd.
Stripmakers zijn vaak geweldige tekenaars. Maar een hoog aanzien hebben ze meestal niet. Toen een oud-klasgenoot hoorde dat ik nu vooral strips maak, zei ze: “Wat zonde”. Daar moest ik alleen maar hartelijk om lachen. Status zegt me niets; het gaat mij puur om het plezier van het werk. Vandaar ook dat ik tegen kinderen die striptekenaar willen worden zeg: gewoon doen. Een mooier beroep is er niet.”

Dit interview is totstandgekomen in samenwerking met StripGlossy, het grootste stripmagazine van Nederland en Vlaanderen. 
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: