STRIPMAKER MARTIN LODEWIJK

23 Aug

JPG Martin.jpgGepubliceerd in de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden, 19 augustus 2017.
Foto: ©Peter Beemsterboer | StripGlossy.

Naam: Martin Lodewijk
Geboortedatum: 30 april 1939
Geboorteplaats: Rotterdam
Opleiding: een paar weken kunstacademie
Werk: best bekend om zijn creatie ‘Agent 327’, waarvoor hij de verhalen schreef én tekende. Bedacht de science fictionstrip Storm en maakte scenario’s voor tal van andere strips. Stond aan de wieg van het stripblad Eppo. Kreeg in 1978 de Stripschapprijs voor zijn hele oeuvre. Werd in 2011 benoemd tot Ridder in de orde van Oranje Nassau vanwege zijn inzet voor het beeldverhaal. Heeft het strips maken zijn hele leven afgewisseld met reclametekenen.
Woonplaats: Rotterdam
Privé: getrouwd
——————————————————————————————————————————

“Vroeger had je rondreizende verhalenvertellers, die van markt naar markt trokken. Ze gingen zitten, staken een kaars aan en betoverden hun toehoorders met spannende sprookjes en avonturen. Als het laatste stukje kaars opbrandde, was het verhaal klaar. Ik zie mezelf als een moderne variant van zo’n troubadour. Alleen heb ik geen kaars, maar 44 pagina’s om mijn verhaal in te vertellen.
In mijn jeugd in het naoorlogse Rotterdam verkochten zeelieden Amerikaanse strips. Zo kwam ik in aanraking met Popeye, Superman en Tarzan. Nog voordat ik kon lezen, bekeek ik de plaatjes. Eerst tekende ik ze met krijt na op straat, daarna op papier. Op mijn tiende stuurde ik al werk naar Tom Poes Weekblad. Mijn verhalen met de rest van de wereld te kunnen delen, leek me het mooiste wat er was.
Op mijn 18e kon ik bij aan de slag bij een Rotterdamse uitgeverij van beeldromans, onder andere als tekenaar van ondeugende cartoons. Maar de directeur zag meer in me. De dag na de lancering van de Spoetnik stond hij bij mijn ouders voor de deur en nam hij me mee naar een duur restaurant op Zuid. Of ik iets van ruimtevaart wist, vroeg hij. Natuurlijk, ik las al jaren science fiction. Daarna schreef en tekende ik een tijd iedere maand een boekje van 32 pagina’s vol over het onderwerp. Dat was aanpoten; tegen de deadline moest ik meestal een paar nachten doorwerken. Ik heb zelfs een keer in mijn slaap doorgetekend. Geen idee hoe, maar toen ik wakker werd, zag ik een nieuw figuurtje staan. Zestig jaar later werk ik weliswaar iets minder hard, maar geeft het maken van strips me nog evenveel plezier.
Ik schrijf scenario’s voor andere tekenaars, maar teken zelf nooit plaatjes bij scenario’s van andere schrijvers. Daarvoor wil ik te graag mijn eigen verhalen vertellen. Grappig genoeg weet ik als ik bezig ben nooit wat er een paar pagina’s verderop gaat gebeuren. Op die manier houd ik het voor mezelf spannend. Tijdens het schrijven en tekenen heb ik wel een schema bij de hand met 44 vakjes, het standaardaantal pagina’s in een stripalbum. Als ik een bladzijde klaar heb, streep ik het betreffende vakje door, zodat ik weet hoeveel ruimte ik nog overheb voor bijvoorbeeld een gevecht of een climax.
Mijn hele werkzame leven heb ik een warme vriendschap gehad met Jan Kruis, geestelijk vader van Jan, Jans en de Kinderen. Op mijn 22ste hoorde ik van een collega dat er ‘nog een striptekenaar’ in de buurt woonde. Nieuwsgierig als ik was, ging ik bij hem langs. Het klikte meteen met Jan en zijn vrouw. En met de later beroemd geworden rode kater, die hun appartement als een fort bewaakte. Dat ik van de kater naar binnen mocht, was een hele eer. Over die eerste ontmoeting heb ik in 2013 voor de eenmalige Jan Kruis Glossy een speciaal stripje gemaakt. Tot zijn dood heb ik contact met Jan gehouden. Zelfs toen hij vanuit Rotterdam richting de noordpool — Drenthe — verhuisde.
Het is trouwens mede dankzij hem dat mijn bekendste creatie, Agent 327, ter wereld is gekomen. In 1966 stimuleerde Jan me om het reclamebureau waar ik toen werkte vaarwel te zeggen en voor mezelf te beginnen. Juist in die tijd vroeg het stripblad Pep aan Jan of hij, in navolging van het succes van James Bond, een humoristische strip over een geheim agent wilde bedenken. Hij vond dat onderwerp maar niets, dus opperde hij bij de redactie om mij die te laten maken. Dat werd Hendrik IJzerbroot, alias 327, de wat hulpeloze maar sympathieke agent van de Nederlandse geheime dienst.
Eerst schreef en tekende ik alleen korte verhalen over Agent 327, later ook hele albums. Daar zijn er inmiddels twintig van. Over het meest recente deel, uit 2015, heb ik tien jaar gedaan. Doordat mijn broer overleed en mijn vrouw ziek werd, was ik met andere dingen bezig. Bovendien kreeg ik van het ene op het andere moment vreselijke pijn aan mijn handen en armen, een soort artrose. Daar heb ik een flinke klap van gehad; ik was bang dat ik nooit meer zou kunnen tekenen. Wonderbaarlijk genoeg zijn de klachten echter bijna helemaal verdwenen. En dus werk ik inmiddels aan deel 21.
Waarom Agent 327 al die jaren populair is gebleven, vind ik moeilijk te zeggen. Maar ik weet wel dat het een opzichzelfstaand persoon is geworden, net zoals Kuifje of Suske & Wiske. Haast iemand van vlees en bloed. Voor veel lezers is Hendrik IJzerbroot ‘echter’ dan bijvoorbeeld Winston Churchill. Ze hebben het gevoel dat ze hem persoonlijk kennen, en dat ze in al die jaren een band met hem hebben opgebouwd. Daarmee is Agent 327 groter geworden dan mijn werk; als maker ben ik slechts dienend aan hem en zijn verhalen. En zo hoort het ook.”

Dit interview is totstandgekomen in samenwerking met StripGlossy, het grootste stripmagazine van Nederland en Vlaanderen. 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: