Archief | 14:55

ALLE DAGEN SOMBER

9 Jan

RA06_78TM81_DEPRESSIE_jpg

Verschenen in Radar+, winter 2017.

Van alle psychische aandoeningen komen depressies het meest voor. Een op de vijf volwassenen (tussen de 18 en 65) krijgt ermee te maken. Op ieder moment van het jaar lijden zo’n 550.000 Nederlanders eraan.

 

Jasper Zantvoord, psychiater bij de afdeling psychiatrie van het AMC Amsterdam, is gespecialiseerd in de behandeling van depressie.
“Jaarlijks krijgen naar schatting een miljoen Nederlanders antidepressiva voorgeschreven. Dat betekent echter niet dat zij allemaal depressief zijn. De medicijnen worden namelijk ook voor andere aandoeningen gebruikt. Bij een angststoornis of pijnklachten bijvoorbeeld.
De laatste jaren was er veel te doen over of antidepressiva eigenlijk wel werken. Dat kwam vooral omdat fabrikanten studies met een negatieve uitkomst voorheen lang niet altijd publiceerden. Gelukkig maken inmiddels steeds meer fabrikanten al hun resultaten openbaar, ook de minder gunstige. Daar zijn ook afspraken over gemaakt.
Recent hebben onafhankelijke onderzoekers de uitkomsten van 32 gepubliceerde én ongepubliceerde studies over het gebruik van antidepressiva bij depressieve patiënten opnieuw bekeken. Wat bleek? In ongeveer de helft van deze studies werkten de antidepressiva beter dan een neppil. Het effect was weliswaar relatief klein, maar dat geldt ook voor sommige andere veelgebruikte medicijnen, zoals bepaalde bloeddrukverlagers. Verder verschilt de werkzaamheid van geval tot geval. Bij een ernstige depressie is die bijvoorbeeld groter dan bij een milde.
Kortom: antidepressiva werken inderdaad niet bij iedereen. Maar het idee dat het overgrote deel van de mensen met een depressie onterecht dit soort middelen slikt, is dus pertinent onwaar. Belangrijk is om een goede en zekere diagnose te stellen. Vervolgens kunnen arts en patiënt samen de voor- en nadelen van medicatie tegen elkaar afwegen. Veel gebruikers ervaren namelijk wel bijwerkingen, zoals maag- en darmklachten, seksuele problemen en gewichtstoename.
Natuurlijk moeten artsen niet onnodig antidepressiva voorschrijven. Vergeet echter niet dat patiënten heel erg onder hun depressieve klachten kunnen lijden. Dan zijn medicijnen vaak hun redding. Kritisch discussiëren over nut en noodzaak van pillen bij depressie? Moeten we zeker doen. Maar dan wel op basis van feiten. Laten we vooral niet het kind met het badwater weggooien.”

Hoogleraar psychiatrie Anne Speckens is oprichter van het Radboud Centrum voor Mindfulness in Nijmegen.
“Uit wetenschappelijk onderzoek weten we dat een behandeling gebaseerd op mindfulness heel goed werkt bij depressie. Deze aandachtsgerichte cognitieve therapie leert je om op een andere manier naar je gevoelens en gedachten te kijken. Bij mensen die al vaker een depressie hebben gehad, helpt de behandeling om een nieuwe depressie te voorkomen. Ook bij patiënten met een acute depressie is de aanpak bewezen effectief.
Veel mensen vinden mindfulness een vaag begrip. Het makkelijkste is om het te zien als het tegenovergestelde van handelen op de automatische piloot. In plaats van dat je gedachteloos doorrent, geef je heel bewust aandacht aan wat er op dit moment in je lichaam en geest gebeurt. Mindfulness is heel nuttig voor mensen die blijven piekeren over het verleden, of steeds tobben over de toekomst.
Onbewust hebben we allerlei overtuigingen en oordelen over onszelf en de wereld. Dat je nooit zwak mag zijn bijvoorbeeld, of dat anderen je dom vinden. Die zijn heel bepalend voor hoe je je voelt. Meestal nemen we dit soort ideeën automatisch voor waar aan, en gaan we ons er ook naar gedragen. Of we onderdrukken onplezierige gedachten of gevoelens om ze op die manier onder controle te houden. Helaas werkt dat vaak averechts; het leidt er juist toe dat je ze meer hebt in plaats van minder.
Daar probeert aandachtsgerichte cognitieve therapie verandering in te brengen. De behandeling leert je dit soort gedachten en gevoelens te herkennen, en er zonder oordeel van een afstandje naar te kijken. Daardoor worden ze minder overheersend, en kun je ze beter relativeren. Dat helpt om op een andere manier op situaties te reageren. Daadkrachtig en positief in plaats van negatief en wantrouwend. Zo krijg je weer grip op je leven.”
Op de website van de Vereniging Mindfulness Based Trainers Nederland en Vlaanderen, www. vmbn.nl., vind je een trainer bij jou in de buurt.

Ria Pengel werkt als klinisch psycholoog i.o. en psychotherapeut bij De Bascule, academisch centrum voor kind- en jeugdpsychiatrie.
“Een depressief kind voelt zich langere tijd somber, verdrietig, waardeloos en mislukt. Daar kunnen allerlei klachten bijhoren. Nachtmerries, piekeren, (faal)angst, concentratieproblemen, een negatief zelfbeeld, besluiteloosheid, vermoeidheid, hoofdpijn, buikpijn en meer of juist minder slapen bijvoorbeeld. Ook heeft een depressief kind vaak de neiging om zich terug te trekken. Een aantal gaat blowen of drinken. De somberheid kan zo erg zijn dat een kind niet meer wil leven.
Uit onderzoek blijkt dat ongeveer 1 op de 20 kinderen en jongeren te maken krijgt met een depressie. Een veel grotere groep heeft last van sombere gevoelens. Er is niet altijd één duidelijke oorzaak; vaak gaat het om een optelsom van factoren. Erfelijke aanleg is belangrijk, maar ook de persoonlijkheid van het kind — de manier waarop hij of zij naar de wereld kijkt en met problemen omgaat — en de omstandigheden spelen een rol. Bovendien zijn jongeren in de vroege pubertijd, rond de overgang van de basis- naar de middelbare school, kwetsbaarder voor depressieve klachten.
Bij een milde depressie kan een aantal gesprekken met een hulpverlener op school voldoende helpen. Zijn de depressieve klachten ernstig, dan is cognitieve gedragstherapie het advies. Doel daarvan is om kinderen te leren minder waarde aan hun sombere en beangstigende gedachten te hechten. In aanvulling hierop zijn er trainingen om de sociale vaardigheden en het zelfvertrouwen van het kind te versterken. Zo nodig kunnen antidepressiva als steuntje in de rug geven. Ook ouders krijgen begeleiding.
Het allerbelangrijkste is: het kind weer in beweging krijgen. Het moet weer een reden hebben om zijn of haar bed uit te komen. Als ouders creëer je die door zoveel mogelijk structuur en regelmaat in de dag aan te brengen. Dus bijvoorbeeld samen ontbijten en je kind verantwoordelijk maken voor het uitlaten van de hond. Oók als hij of zij niet meer naar school gaat.”

Huisarts Jako Burgers is hoofd van de afdeling Richtlijnontwikkeling & Wetenschap bij het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) en bijzonder hoogleraar Bevorderen van persoonsgerichte zorg in richtlijnen aan de Universiteit Maastricht.
“In de huidige huisartsenrichtlijn over antidepressiva staat maar een paar regels over hoe je deze medicatie het beste kunt afbouwen. In de praktijk blijkt dat te weinig houvast te geven. Vandaar dat we er nu meer praktische tips en handvatten in gaan opnemen. Begin 2018 moet de nieuwe richtlijn klaar zijn.
Het minderen van antidepressiva is knap lastig. Gebruikers zijn bang dat ze zich zonder de medicijnen weer somberder gaan voelen. Bovendien kunnen ze tijdens het afbouwen last krijgen van lichamelijke ongemakken, zoals onrust, slaapproblemen of een grieperig gevoel. Vandaar dat je ook nooit ineens helemaal met de medicatie moet stoppen.
Omdat er zoveel bij komt kijken, is het voor huisartsen trouwens óók een ingewikkeld onderwerp. Misschien hebben we als dokters wel onderschat hoe moeilijk stoppen voor veel patiënten is. Vandaar dat we huisartsen ook extra nascholing over dit onderwerp willen bieden.
In de nieuwe versie van de richtlijn gaan we in op hoe we patiënten psychisch meer en beter kunnen ondersteunen bij het afbouwen. De praktijkondersteuner van de huisarts kan bijvoorbeeld regelmatig contact houden en tips geven. Verder besteden we aandacht aan verschillende doseringsschema’s om het afbouwen zo gemakkelijk mogelijk te maken. Nu al gebeurt dat geleidelijk, maar mogelijk gaat dit voor een aantal mensen toch nog te snel, vooral in de laatste fase. Een praktische oplossing is dan bijvoorbeeld om druppels of afbouwstrips met een heel lage dosering te gebruiken. Je huisarts kan ze met medewerking van je apotheek voorschrijven.
Sowieso is het goed om bij je huisarts aan de bel te trekken als je met antidepressiva zou willen minderen of stoppen. Daarvoor hoef je niet te wachten tot de nieuwe richtlijn er is; hij of zij helpt je graag verder.
Meer informatie: http://www.thuisarts.nl/depressie/ik-wil-antidepressiva-afbouwen

Ybe Meesters is klinisch psycholoog en hoofd van de polikliniek winterdepressie van het Universitair Medisch Centrum Groningen.
Zo’n 480.000 Nederlanders lijden aan seasonal affective disorder (SAD), zoals we een winterdepressie officieel noemen. Nog eens 1,3 miljoen mensen hebben een winterdip, met vergelijkbare, maar mildere klachten.
De symptomen van een winterdepressie en een ‘normale’ depressie lijken erg op elkaar: vermoeidheid, somberheid, moeite met concentreren en de neiging om je terug te trekken. Maar er zijn ook duidelijke verschillen. Meest kenmerkend is natuurlijk dat patiënten met een winterdepressie in de zomer helemaal geen klachten ervaren, maar wel nagenoeg elk jaar in de herfst en winter. Verder lijden mensen met een ‘gewone’ depressie vaak aan slapeloosheid en een gebrek aan eetlust. Bij een winterdepressie is het juist andersom; sommige patiënten slapen wel veertien uur per dag en zijn dan nog niet uitgeslapen. Bovendien hebben ze een grote behoefte aan eten, vooral koolhydraatrijk en zoet voedsel. Daardoor komen ze in de winter vaak aan.
Lang hadden we het vermoeden dat een tekort aan melatonine – het hormoon dat onze biologische klok regelt – een winterdepressie kon veroorzaken. Daarvoor is echter geen hard bewijs. Opvallend genoeg hebben vrouwen vier keer zo vaak last van een winterdepressie als mannen. Mogelijk heeft dat te maken met schommelingen in de vrouwelijke hormonen.
Helaas kun je een winterdepressie niet voorkomen. Maar er is gelukkig wel een effectieve behandeling: lichttherapie. Patiënten gaan daarbij gedurende een werkweek op de poli dagelijks 45 minuten onder een daglichtlamp. Het resultaat is indrukwekkend: 70 à 80 procent is daarna helemaal van hun klachten af. Als je er vroeg bij bent, is een patiënt vaak met één week therapie de hele winter klachtvrij. Overigens hoeft de depressie daarvoor niet heel ernstig te zijn; ook bij matige klachten heeft de behandeling zin. Er zijn veel klinieken in Nederland die lichttherapie aanbieden. Laat je wel door je huisarts doorverwijzen, anders is de kans groot dat je zorgverzekeraar de behandeling niet vergoedt.”

 

 

Advertenties

MIJN LEVEN OP ORDE DANKZIJ EEN BULLET JOURNAL

9 Jan

Bulletjournal jpg

Gepubliceerd in Santé, januari 2018.

Een agenda, een planner, een verzameling lijstjes en een dagboek in één: dat is het bullet journal. De van oorsprong Amerikaanse organisatiemethode verovert in een razend tempo Nederland. Journaliste Marte van Santen (42), fan van het eerste uur, zou niet meer zonder haar ‘bujo’ kunnen. “Ik verzet meer werk, voel me kalmer en slaap beter.”

Het was een maand of drie na mijn laatste chemokuur, toen op een mooie lentedag de telefoon ging. “Hadden wij geen afspraak?”, vroeg de man aan de andere kant van de lijn. Oh. Mijn. God. Helemaal vergeten. Zoiets was me nog nooit overkomen! Ik ben met een to do-lijst in mijn hand geboren. Planning is my middle name. En nu was het me volledig ontschoten dat ik een interview zou doen.
Ik had met veel rekening gehouden toen ik een paar jaar geleden zestien chemokuren moest ondergaan. Maar niet dat mijn hersenen door de behandelingen tegen borstkanker een ware zeef zouden worden. Weg was mijn fameuze geheugen. Foetsie mijn vanzelfsprekende concentratie. Overzicht houden bleek ineens een onmogelijke opgave. Om mijn brein hing een dichte mist, waarin ik keer op keer misgreep.
Voor het eerst in mijn werkzame leven stond ik met mijn mond vol tanden. Na een ongemakkelijke stilte sputterde ik dat ik de afspraak verkeerd had genoteerd. De man in kwestie maakte er gelukkig geen punt van. Maar ik had nog dagen een knoop in mijn maag. De onzekerheid sloeg toe. Als ik zomaar een interview kon vergeten, wat was er dan nog meer uit mijn hoofd verdwenen? En belangrijker nog, hoe kon ik voorkomen dat dat weer zou gebeuren?
Bullets
Het was rond die tijd dat ik online op een artikel uit het Britse blad The Stylist stuitte. Het ging over een nieuw plansysteem, bedacht door de Amerikaanse productontwerper Ryder Carroll (37). Ryder had als kind leerproblemen. Om ervoor te zorgen dat hij toch mee kon komen in de klas, creëerde hij zijn eigen methode om in een schrift overzicht te houden van de taken en gedachten die in zijn hoofd ronddoolden. In de loop van de jaren perfectioneerde hij zijn systeem en gaf hij het een naam: bullet journal, naar het Engelse woord voor opsommingsteken, bullet (dat in dit geval dus niets met kogels te maken heeft). Van afspraken tot herinneringen, van to-do-lijstjes tot levensdoelen; alles kreeg een plek hij in zijn logboek. Naar eigen zeggen was hij er veel productiever door geworden, en ook rustiger. Dat klonk me als muziek in de oren!
Ik klikte op de link naar een filmpje waarin Ryder uitlegt hoe zijn methode werkt. Na de eerste keer kijken duizelde het me. Een index, maand-, week en daglogs, collecties en het migreren van taken? Het klonk alsof ik een studie van zijn methode moest maken, voordat ik ermee aan de slag kon. Toch was mijn nieuwsgierigheid gewekt. Vooral Ryders belofte dat zijn systeem overzicht en inzicht creëert, intrigeerde me. Want dat was precies wat ik wilde: snappen waar ik in met mijn post-kanker-brein qua planning de mist in ging, en leren hoe ik het handiger en beter kon doen. Dus startte ik het filmpje opnieuw.
Terugkijken
Sinds Ryder Carroll in 2013 besloot zijn aanpak gratis op internet te zetten, heeft het bullet journal in een razend tempo de wereld veroverd. Typ de term in Google, en je vindt meer dan 56 miljoen (!) resultaten. Veel daarvan zien eruit als ware kunstwerken, vol kleurrijke illustraties en hand lettering. Het decoreren van een bujo, zoals fans hun logboek liefkozend noemen, lijkt een trend op zich. Zelf beleef ik er ook veel plezier aan om mijn planning te verfraaien. Maar om van de planmethode te profiteren, hoef je echt niet creatief te zijn.
Het enige wat je ervoor nodig hebt, is een leeg schrift en een pen. Daarin maak je aan het begin van elke maand een overzicht van alles wat je moet doen. Een braindump, heet dat. Oftewel: het leegmaken van je hoofd. Van grote werkklussen tot de planten water geven; elke taak schrijf je op. Deze lijst vul je gedurende de maand steeds aan. Vervolgens kijk je iedere ochtend welke acties van de braindump je die dag wilt doen, en zet je ze op je dagelijkse to do-lijstje.
Tot zover weinig nieuws onder de zon. Het speciale van dit plansysteem zit hem in het terugkijken. Aan het eind van iedere maand maak je namelijk de balans op. Welke taken heb je afgerond? Welke onverrichte zaken hevel je over (in bujo-taal: migreer je) naar de nieuwe maand? En welke kun je beter helemaal schrappen, omdat je weet dat je ze toch niet meer gaat doen? Het idee is dat je, door daar op vaste tijden bij stil te staan, beter inzicht krijgt in hoe je je tijd besteedt, en hoe realistisch de verwachtingen zijn die je van jezelf hebt. Voor mij reden genoeg om het uit te proberen.
Collecties
Al na een paar dagen, merkte ik het effect. Mijn bureau was niet langer volgeplakt met post-its en andere briefjes. En ik kreeg weer ruimte in mijn hoofd. Aan het eind van de week evalueren wat ik wel (en niet) had gedaan, bleek een openbaring. In één oogopslag was duidelijk dat ik te veel hooi op mijn vork nam; zelden kreeg ik alles af. En van sommige dingen die ik van mezelf moest doen, zoals dagelijks een kwartier mediteren, kwam bijna nooit iets terecht. Na drie weken besloot ik dus om ‘meditatie’ niet langer op mijn daglijst te zetten. Wat een opluchting!
In aanvulling daarop begon ik allerhande losse lijstjes (bujo-term: collecties) in mijn schrift te maken. Bijvoorbeeld met lange termijndoelen, boeken die ik nog wil lezen en ‘daar-wil-ik-ooit-nog-iets-mee-doen-ideeën’. In plaats van dat ze eindeloos in mijn brein rondcirkelden en daar onnodig veel ruimte innamen, stonden ze nu op een logische plek bij elkaar. Langzaam trok de mist rond mijn brein op.
Flexibel
Inmiddels is het bijwerken van mijn bujo een vast onderdeel van mijn dag geworden. Planningen, voornemens, wensen, ideeën; ze hebben allemaal hun eigen pagina in mijn logboek. Losse briefjes? Gebruik ik niet meer. Gemiste afspraken? Verleden tijd. Ik maak bewustere keuzes, vaar minder op de automatische piloot. Na een roerige, onzekere periode heb ik weer grip op mijn leven.
In de loop van de tijd heb ik Ryders methode trouwens wel verfijnd. Zo kwam ik er achter dat een maandplanning voor mij niet werkt; liever maak ik een braindump per week. Geen probleem; je past de methode van het bullet journal gemakkelijk aan je eigen wensen aan. Sterker nog, dat is juist goed. Want hoe meer je het je eigen maakt, des te groter de kans dat het systeem werkt, en dat je dat volhoudt. Het resultaat voor mij? Ik verzet meer, voel me kalmer en slaap beter. En dat allemaal met enkel een schrift en een pen.

[Kader]
Zo werkt het bullet journal

  • Neem een blanco schrift en nummer de pagina’s.
  • Gebruik de eerste dubbele pagina (spread) voor een index. Alle nieuwe pagina’s die je maakt, schrijf je in je index, zodat je ze later makkelijk kunt terugvinden.
  • Verdeel de volgende pagina in zes vakken/maanden. In deze ‘toekomstlog’ zet je je belangrijkste afspraken, plannen en doelen voor het komende half jaar.
  • Gebruik een nieuwe spread voor een maandlog: een bondige maandkalender met een to do-lijst (braindump).
  • Aan de hand van de je maandlog maak je dagelijks een actielijst voor die dag. Je daglog kun je ook als een soort dagboek gebruiken. Houd bijvoorbeeld bij wat je heb meegemaakt, of waar je dankbaar voor bent.
  • Migreer maandelijks (of wekelijks) de taken die je niet hebt gedaan naar de nieuwe maand (of week). Bekijk kritisch of je ze opnieuw wilt plannen, of wilt schrappen.
  • Creëer in aanvulling op het plansysteem zoveel verzamelpagina’s (collecties) als je maar wilt. Dat kunnen bijvoorbeeld lijstjes van lekkere recepten of praktische doelen zijn, maar ook overzichten waarin je bijhoudt hoe je je voelt, of hoeveel geld je hebt gespaard (in bujo-taal: trackers).
  • Meer weten? Op de site van bedenker Ryder Carroll vind je  verschillende instructiefilmpjes: bulletjournal.com.

[Kader]
DE PSYCHOLOGIE VAN LIJSTJES
“Het gevoel van controle is één van de belangrijkste redenen waarom veel mensen graag lijstjes maken”, zegt hoogleraar psychologie en schrijver René Diekstra. “Een lijstje creëert orde in de chaos. Niet alleen praktisch, maar vooral ook in je hoofd.”
Naar de stomerij, klant bellen, verjaardagskaart sturen, knutselwerkje voor school maken, afspraak bij de tandarts regelen… Wie piekert er ’s avonds in bed af en toe niet over wat er allemaal nog moet gebeuren? Dezelfde gedachten draaien steeds weer rond in je hoofd, met stress en misschien zelfs slapeloosheid tot gevolg. De beste remedie: een lijstje maken. Grote kans dat je daarna minder piekert en beter slaapt, zo blijkt uit wetenschappelijk onderzoek.
“Een lijstje is een praktisch geheugensteuntje”, aldus Diekstra. “Het stelt je gerust dat je dingen niet vergeet. Bovendien creëert het ruimte voor andere gedachten. Drie of vier dringende zaken onthouden lukt misschien nog wel, maar een vijfde of zesde wordt al lastiger; daar zijn onze hersenen niet voor gemaakt. Door zoveel mogelijk op te schrijven, is de kans dus kleiner dat je iets over het hoofd ziet.”
Maar het nut van een lijstje gaat verder dan een simpel geheugensteuntje. Pas als we een actie hebben opgeschreven, kunnen we er namelijk een waardeoordeel aan geven. Diekstra: “Het menselijk brein is van zichzelf niet goed in relativeren. Zolang klussen in je hoofd rondzwerven, lijken ze allemaal even belangrijk. Wat heeft prioriteit? Waar moet je mee beginnen? Geen idee! Maar als je de dingen voor je op papier ziet staan, kun je er met enige afstand naar kijken. En bedenken: ‘dit moet echt vandaag gebeuren’ of ‘zo belangrijk is dat eigenlijk ook weer niet’.”
Een braindump en actielijstjes kunnen dus helpen om ordening aan te brengen en weloverwogen keuzes te maken. In plaats van dat je je overweldigd voelt door alles wat nog moet, creëer je zo een gestructureerd plan. En dan is het afwerken van de klussen ook nog eens goed voor je zelfvertrouwen. Kortom: lijstjes maken loont.

[Kader]
WIE SCHRIJFT, DIE BLIJFT
Er zijn tal van handige digitale plan- en lijstjesapps. Waarom zou je dan voor een papieren schrift en een ouderwetse pen kiezen? “Omdat je alles dan beter onthoudt”, verklaart psycholoog René Diekstra. Voor het schrijven met de hand moeten je hersenen zich volgens hem veel meer inspannen. Het zorgt ervoor dat wat je opschrijft beter in je brein wordt verankerd. “Vandaar dat al mijn studenten aantekeningen moeten maken met pen en papier; laptops zijn in mijn collegezaal verboden.”
Bovendien: in een app kun je honderden taken zetten, en ze vervolgens allemaal negeren. Met een systeem als het bullet journal zie je ze steeds voor je. Het afstrepen en eventueel migreren dwingt je om pas op de plaats te maken, en na te denken over je keuzes. Dat zorgt ervoor dat je jezelf beter begrijpt, en zo nodig je gedrag kunt bijsturen. Voor persoonlijke ontwikkeling, kortom.
Mensen die daar structureel mee bezig zijn, zitten lekkerder in hun vel, blijkt uit onderzoek. Geestelijk én lichamelijk. “Gepieker en stress creëeren niet alleen onrust in je hoofd, maar hebben ook effect op hoe je lijf werkt”, besluit Diekstra. “Bijna iedereen heeft in een periode van stress wel eens last van zijn rug of darmen gehad. Zo zijn er nog veel meer negatieve lichamelijke gevolgen van spanning. Een bullet journal kan helpen om die tegen te gaan.”

[Kader]
TIPS VAN MARTE

  • Investeer in een mooi, stevig schrift, dat lang meegaat en waarvan het papier niet doordrukt. Favoriete merken: Nuuna, Leuchturm en Mijn bullet journal.
  • Voel je niet verplicht om het systeem van Ryder Carroll exact te volgen. Gebruik het bujo waarvoor je zelf wilt, en maak het niet te ingewikkeld.
  • Het grote voordeel van een flexibel systeem is dat je geen fouten kunt maken. Niet tevreden met een spread? Dan begin je gewoon op een nieuwe. In het ergste geval kun je de pagina’s aan elkaar plakken.
  • Op internet circuleren miljoenen foto’s en filmpjes van kunstige voorbeelden. Wil je een creatief kleur- en plakboek van je bujo maken? Leef je uit! Maar laat je vooral niet door anderen imponeren.
  • Daarover gesproken: volgens psycholoog Diekstra is het beter om je bujo juist NIET (online) met anderen te vergelijken of te delen. Dan wordt het immers al snel een competitie ‘wie de mooiste heeft’, of wie de meeste likes krijgt. Dat werkt averechts.

 

GELUKKIG IN DE NATUURSPEELTUIN

9 Jan

Gepubliceerd in Buitenleven 6, 2017.

Duizenden Nederlanders zetten zich het hele jaar door met hart en ziel in voor de natuur bij hun in de buurt. Wie zijn deze helden die er, weer of geen weer, op uitgaan om bomen te kappen, onkruid te wieden, dieren te redden of wandelpaden te onderhouden? Buitenleven geeft ze een gezicht. Deze keer: de medewerkster va een natuurspeeltuin.

 

‘Groen doen’ zit Monika Zuur (38) in het bloed. Vandaar dat natuurspeeltuin De Natureluur in het Amsterdamse Sloterpark, waar ze vier tot acht uur per week als vrijwilliger werkt, als tweede thuis voelt.
“Het leukste vind ik om te zien hoe gefascineerd stadskinderen raken. Als ze kikkerdril vinden of van zelfgeplukte bessen jam maken, stuiteren ze letterlijk van enthousiasme. Er is volgens mij weinig anders wat zo’n energie en geestdrift kan losmaken. Het bewijst de kracht van de natuur.
Ik ben een echte tuindersdochter, opgegroeid in de kassen. Als kind woonde ik in een huis achter het oppot- en vermeerderingsbedrijf waar mijn ouders werkten. Daar werden gewassen gekweekt, gestekt en geënt. Je zou misschien verwachten dat ik na zo’n jeugd niets meer van planten wilde weten, maar het tegenovergestelde was waar. De liefde voor groen zit in mijn genen; ik kan me geen leven zonder natuur voorstellen. Vandaar dat ik bloemiste werd. Helaas dwong een allergie me een paar jaar geleden met mijn werk te stoppen. Via de gemeente Amsterdam kwam ik in het voorjaar van 2016 als vrijwilliger bij De Natureluur terecht. Het werk hier is me op mijn lijf geschreven. Niet alleen zit ik lekker met mijn handen in de grond, ik kan nu ook kinderen leren hoe bijzonder de natuur is, iets wat ik altijd al wilde.
In eerste instantie heb ik me op de kruidentuin gestort, want daar moest heel veel aan gebeuren. De kinderen helpen me met het onderhoud, zoals zaaien en schoffelen. Uiteraard mogen ze ook kruiden plukken. Citroenmelisse bijvoorbeeld. Daar maken we dan samen thee van, zodat ze kunnen proeven hoe het smaakt. We hebben ook een grote heemtuin en een vlindertuin. En een speeltuin natuurlijk! Met een survivalbaan die deels in het water ligt. Voor mij was slootje springen vroeger heel gewoon, maar veel Amsterdammertjes vinden dat iets heel bijzonders. Ze mogen hier nog echt kind zijn, en zich helemaal uitleven en vies worden. Heerlijk vinden ze dat. Hun blijheid werkt aanstekelijk.
Door kinderen zelf te laten ontdekken hoe dingen groeien, raken ze steeds meer geïnteresseerd. Het respect voor de natuur komt daarna vanzelf. Op die manier hoop ik er mijn steentje aan bij te dragen dat ze, als ze later zelf groot zijn, er ook goed voor blijven zorgen.”

[Kader]
De Natureluur
Natuurspeeltuin De Natureluur is te vinden in het Sloterpark in Amsterdam, vlakbij de kinderboerderij. Hij wordt onderhouden door medewerkers van de gemeente Amsterdam en tal van vrijwilligers. Er vinden regelmatig activiteiten plaats, zoals een herfstviering of natuurexcursies op woensdagochtend voor peuters en hun ouders.
Meer informatie: denatureluur.nl.

[Kader]
Wist je dat….

  • de heemtuin (een aangelegde tuin met als doel om allerlei flora en fauna te laten zien) in het Sloterpark al 41 jaar bestaat?
  • er ook een buurtcamping wordt georganiseerd?
  • je vanuit de natuurspeeltuin onder andere een safari op het water kunt maken?
  • kinderen er ook hun verjaardagsfeestje kunnen vieren?
  • er niet alleen activiteiten voor kinderen, maar ook voor volwassenen zijn? Een workshop outdoornavigatie of een 65-plus bootcamp bijvoorbeeld.
  • het Sloterpark aan de Sloterplas ligt? Rondom de plas is een route van 5,8 kilometer uitgezet voor wandelaars, fietsers, skaters en joggers.
%d bloggers liken dit: