Archief | november, 2018

ENERGIE VOOR DRIE

21 nov

Gepubliceerd in +Gezond, november 2018.

Tot iemand een gezonde (en legale) peppil uitvindt, moeten we zelf ons energieniveau maar op peil zien te houden. Met deze tips lukt dat zeker. 

OCHTEND

  1. Weg met de snoozeknop
    Het is o zo verleidelijk om als de wekker gaat nog een paar keer op de snoozeknop te drukken. Het enige probleem: door terug in slaap te vallen, raakt je hormoonhuishouding van slag. Dat maakt het alleen maar nóg moeilijker om uit je bed te komen. Een betere strategie is om de wekker precies op de tijd te zetten. Zorg er dan wel voor dat hij aan de andere kant van de kamer staat, zodat je er wel uit móét. En dan natuurlijk niet stiekem terug kruipen…
  1. Laat het licht binnen
    Licht helpt je lichaam om ’s ochtends op gang te komen. Trek na het wakker worden dus meteen de gordijnen wagenwijd open. Is het nog donker als je opstaat? Doe dan zoveel mogelijk lampen aan. Hoe meer licht, hoe sneller je de nacht van je afschudt.
  1. Rustig opwarmen
    Douchen, opmaken, kinderen aankleden, ontbijten, boterhammen smeren: vóór achten hebben we er voor ons gevoel vaak al een halve dag op zitten. Om te voorkomen dat je al uitgeput bent voordat de ochtend daadwerkelijk begint, kun je beter een eerder kwartiertje opstaan en wat tijd voor jezelf nemen. Drink rustig een kopje koffie, blader door de krant of doe wat meditatieoefeningen. Je zult merken dat je de drukte die daarna onvermijdelijk komt dan veel beter aankunt.
  1. Stevig ontbijten
    De dag starten met bijvoorbeeld koffie en iets lekkers lijkt goed te werken – je krijgt daar immers direct een flinke energieboost van. Maar snel na de ‘high’ van de cafeïne en de suiker volgt onvermijdelijk een dip. Beter is om te ontbijten met een mix van koolhydraten, proteïnen en gezonde vetten, zoals volkorenbrood met roerei of havermout met noten. Op zo’n combi kun je zonder problemen uren teren. Liever een groot ontbijt en een lichte lunch dan andersom.

MIDDAG

  1. Neem voldoende pauzes
    Het werk móét vandaag af. En dus blijf je urenlang zonder pauze achter je bureau hangen. Slecht plan, want je lijf heeft regelmatig beweging nodig om voor voldoende zuurstoftoevoer naar de hersenen te kunnen zorgen (en dus geconcentreerd te kunnen blijven). Een goed schema is steeds 25 minuten werken en dan 5 minuten pauze nemen waarin je even opstaat en rondloopt. Na twee uur neem je een langere break van 15 tot 30 minuten. Gebruik zo nodig de wekker op je telefoon.
  1. Stretch!
    Even nadenken over wat je moet mailen? Steek je armen in de lucht! Draai rondjes met je schouders, beweeg je hoofd van links naar rechts. Ook tijdens het typen kun je trouwens bewegen, bijvoorbeeld door lekker veel met je benen te wiebelen en ze regelmatig op te tillen. En doe als het even kan al je telefoontjes staand of lopend.
  1. Even iets heel anders
    Ja, het is dus écht een goed idee om tussendoor naar dat leuke filmpje van de dansende hamster te kijken. Zelfs tijdens je werk. Even afleiding zoeken zorgt ervoor dat je je daarna weer beter kunt concentreren. Zeker als je er ook nog bij moet lachen. Dat verhoogt je hartslag en je bloeddruk, waardoor je extra energie krijgt.
  1. Kies een gezonde snack
    Heb je dagelijks tussen twee en vier ’s middags een dipje? Niets vreemds aan, dat overkomt ons bijna allemaal. Onze neiging is dan vaak om naar zoetigheid te grijpen. Drop of cola bijvoorbeeld. Maar van die snel verbrandende suikers heb je maar kort plezier. Beter is om een natuurlijke snack te nemen, het liefst met veel proteïne en vezels. Een banaan of een handje noten bijvoorbeeld. Die zorgen ervoor dat je bloedsuiker lang op peil blijft en je dus tot de avond door kunt.
  1. Ververs je sokken
    Toegegeven, dit is zonder meer de raarste tip van de lijst, maar sommige mensen zweren er echt bij: halverwege de dag je sokken verwisselen. Het zou er voor zorgen dat je je in een keer opgefrist voelt. Niet alleen aan je voeten, maar over je hele lijf. Misschien toch het proberen waard…?

AVOND

  1. Een van-werk-naar-huis ritueel
    Niet meer werken in de trein, geen moeilijke telefoontjes meer in de auto; dat is het devies. Gebruik je reistijd in plaats daarvan om terug te schakelen en de werkdag van je af te laten glijden. Het liefst met een bezigheid waarbij je mentaal tot rust komt, zoals je favoriete muziek luisteren of een fijn boek lezen. Kleed je eenmaal thuis om in iets comfortabels. Zo laat je de drukte van het werk letterlijk en figuurlijk achter je.
  1. Een wijntje? Dan bij voorkeur vroeg op de avond
    Het is voor veel mensen dé ontspanner bij uitstek: een lekker glaasje wijn of bier. Drink echter liever niet meer vanaf twee uur voor je naar bed gaat. Alcohol kan namelijk slapeloosheid veroorzaken, en je het gevoel geven dat je de volgende ochtend met een hoofd vol watten wakker wordt. Niet bepaald bevorderlijk voor je energie.
  1. Stomende seks
    Goed voor wat extra pit ’s avonds (maar ’s ochtends en ’s middags werkt het net zo goed): een potje lekker vrijen. De endorfines die daarbij vrijkomen, zorgen voor een geweldige, natuurlijk opkikker.
  2. Vaste bedtijd
    Een beetje saai is het wel, maar ook heel doeltreffend: elke avond op dezelfde tijd gaan slapen (en elke ochtend op dezelfde tijd opstaan). Het liefst óók in het weekend. Op die manier zorg je ervoor dat je innerlijke klok optimaal wordt afgesteld en dat je gedurende de dag de meeste energie hebt. Een wisselend slaap- en waakritme vergroot de kans dat je klaarwakker bent als je wilt slapen, en dat je weg sukkelt als je alert moet zijn.

DIT WERKT DE HELE DAG DOOR

  1. Volg je innerlijke klok
    Je energie gaat gedurende de dag op en neer. Halverwege de ochtend voelen de meeste mensen zich op hun best, na de lunch zakt bijna iedereen even in. Aan het begin van de avond volgt een tweede opleving. En vlak voor je gaat slapen, is je energieniveau het laagst. Noteer eens een paar dagen precies hoe je innerlijke klok bij jou werkt. Als je dat weet, kun je er rekening mee houden. Bijvoorbeeld door de drukste en belangrijkste activiteiten op die momenten van de dag te plannen dat je je het beste voelt.
  1. De kracht van adem
    Mensen die yoga of meditatie beoefenen weten: goede ademhaling is de basis van alles. Diep ademen vertraagt je hartslag en kalmeert het lichaam. Neem een paar keer per dag de tijd om daarbij stil te staan. Adem tien keer in door je neus en uit door je mond. Focus op het uitzetten en terugveren van je buik, op de lucht die in en uitstroomt. Je zult zien dat je je daarna rustiger voelt en je gemakkelijker kunt concentreren.
  1. Intenser is niet altijd beter
    Van bewegen knap je op, ook (of misschien wel juist) als je je uitgeblust voelt. In dat geval is het wel verstandig om niet té fanatiek aan het sporten te slaan – daar put je je toch al vermoeide lichaam alleen mar verder mee uit. Beter is om bijvoorbeeld lekker een stuk te gaan wandelen. Daarmee sla je bovendien drie vliegen in één klap, want behalve het bewegen werken ook het daglicht en de frisse lucht als een oppepper voor je lijf.
  1. Flirt!
    Er is weinig zo stimulerend als een spannende flirt. Het doet je hart sneller slaan en zorgt ervoor dat je bloed sneller gaat stromen. Leuk, onschuldig en doeltreffend: waar wacht je nog op?
  1. Magisch zaad
    Dat koffie een opwekkende werking heeft, is alom bekend. Maar niet iedereen is een fan van een shotje espresso. Sommige mensen krijgen ook een opgejaagd gevoel van (te veel) cafeïne. In dat geval is chiazaad een prima alternatief. Dit zogenaamde ‘superfood’ zit boordevol vitamine B, vezels en proteïnen. Een puur natuurlijke ‘pick-me-up’ dus. Strooi het bijvoorbeeld over je bakje ochtendyoghurt.
  1. Lavendel loont
    Onderzoek heeft aangetoond dat de geur van lavendel je alerter maakt. Deelnemers moesten voor en na het toedienen van aromatherapie rekensommen maken. Wat bleek? De lavendelgeur zorgde ervoor dat de mensen sneller en vaker correct antwoorden.
  1. Schrijf het van je af
    Veel aan je hoofd? Houd een dagboekje bij de hand. Telkens als je door gepieker wordt afgeleid, schrijf je gedachten op. Spreek met jezelf af dat je je aantekeningen bijvoorbeeld de volgende ochtend terugleest, en er dan ook pas weer over gaat denken. Dat geeft ruimte en rust om met frisse energie aan de slag te gaan.
  1. Zorg voor een rood accent
    Rood is de kleur van passie en liefde, maar ook van energie. Zet bijvoorbeeld een bos rode bloemen op tafel. Als je daar regelmatig je blik op laat vallen, kan dat stimulerend werken.
  1. Vermijd energiedrankjes
    Het klinkt zo verleidelijk: even een glaasje drinken, en je voelt je direct weer fit. Helaas is het effect van korte duur. Grote kans dat je je daarna nog futlozer voelt dan daarvoor. Voor langdurige energie kun je dus maar beter bij water houden.
  1. Laat de rockster in je los
    Flink dansen, uit volle borst zingen, vol overgave ‘air gitaar’ spelen: eigenlijk alles wat je op muziek doet, pept je op. Mits je een nummer met een lekkere beat uitzoekt natuurlijk. Alhoewel, lekker meegalmen met een balad kan óók heerlijk zijn. Zeker als de tekst je het gevoel geeft dat je niet alleen bent in je angst, onzekerheid of liefdesverdriet.

 

Advertenties

REDMOND O’HANLON

21 nov

Gepubliceerd in VOL van BOEKEN, november 2018.

Om iets interessants te ontdekken, hoef je echt niet naar de andere kant van de wereld te reizen. Dat bewijst de Britse avonturier Redmond O’Hanlon, die voor zijn nieuwste boek De groene stad op safari ging in Almere. “Ik stel mezelf constant vragen.”

Wat iedere ontdekkingsreiziger nodig heeft, is….
“Een onbevangen blik, een onuitputtelijke nieuwsgierigheid en een rijke fantasie. Ik kijk om me heen als een kind dat de wereld voor het eerst ziet. Als je op een onbekende plek komt, is dat makkelijk; daar is immers alles nieuw. Maar ook je eigen buurt kun je de omgeving door die bril observeren. Voor mij is niets vanzelfsprekend; ik stel mezelf constant vragen. Als een kind dat zijn ouders gek maakt met het eindeloze ‘Waarom?’. Daarbij komt mijn fantasie me goed van pas.
Neem de bossen van Almere. Die fascineren me al sinds ik in 1984 ontdekte dat ze met de hand zijn geplant. Miljoenen bomen! Toen ik dat hoorde, zag ik meteen vijf of zes oude mannen in een overall voor me, zittend op een plank met een pijp in hun mond, voortgetrokken door een tractor. Om de zoveel meter plantten ze een boompje. Ik heb er zelfs over gedroomd. Het bracht me op het idee om op zoek gedaan naar de allereerste Almeerse boom.
Grappig genoeg bleek mijn fantasie aardig met de werkelijkheid te kloppen. In het echt reden er bij de start van de aanplant middenin de nacht dertig of veertig combines — rupstrekkers — het land op. Die maakten een sleuf, waar de arbeiders vervolgens plantjes in stopten. Er was zelfs een voorman met een fluitje, die ervoor zorgde dat alle boompjes tegelijk de grond in gingen. Zo plantten ze 600.000 bomen per jaar.”

Als je zelf op reis wilt in je eigen buurt, raad ik je aan om…
“Je eerst goed in te lezen over de geschiedenis van de omgeving. Zo begin ik ieder project zelf ook. Hoe is het gebied ontstaan? Wat voor natuur was er oorspronkelijk? En hoe is dat nu? Met die kennis in je achterhoofd, ga je anders kijken. Het zal je verbazen hoeveel méér je dan ziet. Stel jezelf constant vragen. Niet alleen over de grote geschiedenis, maar ook over het kleine hier en nu. Waar komen de bloementjes tussen de tegels ineens vandaan? Hoe kan het dat ik die ene vogelsoort nooit meer zie? Of dat er een nieuw soort insect in mijn tuin opduikt?
Mijn tweede tip is om een verrekijker aan te schaffen en die altijd bij je te dragen. Dat hoeft helemaal geen duur ding te zijn. Zelf heb ik natuurlijk een heel goed exemplaar. Maar ja, voor mij is het werk, dus ik kan de btw van de belasting aftrekken. En nog een advies: neem je bijzondere vondsten mee naar huis. Leg ze bij elkaar en koester ze. Zelf heb ik in ieder huis waar ik heb gewoond een verzamelkamer ingericht. Mijn fetish room, noem ik die. Je vindt daar mijn hele leven op een paar vierkante meter. Het is mijn heilige plek, waar ik mijn hoofd leegmaak en inspiratie opdoe.”

Ik ging in Almere wonen omdat….
“Me dat werd gevraagd. Ik woonde met mijn Nederlandse vriendin in Amsterdam, toen ik het verzoek kreeg om writer in residence — gastschrijver — in Almere te worden. Waar ben ik aan begonnen, dacht ik, toen ik vanaf de parkeergarage bij het stadhuis alleen maar grijs beton zag. Nergens was een streepje groen te bekennen. Waarom hadden de mensen dit zichzelf aangedaan? Gelukkig werden wij op een heel andere plek gehuisvest. Eerst in een voormalige duikschool aan het Weerwater, tegenover een onbewoond eiland. Later belandden we in de uit het niets verrijzende wijk Nobelhorst. In de drie jaar dat we in Almere hebben doorgebracht, ben ik echt van de stad gaan houden. Want hoewel in het centrum misschien nauwelijks groen is, vind je daar in alle omliggende wijken juist een overdaad van. Met zoveel ruimte voor natuur en landbouw is Almere de stad van de toekomst. Daar kan de rest van de wereld nog wat van leren.”

Wat me het meest aan Almere heeft verrast, is….
“De diversiteit aan vogels. Zelfs vanaf ons balkon heb ik zoveel bijzondere soorten gespot. Kauwen en huiszwaluwen bijvoorbeeld, maar ook boomvalken. En dan de aantallen! Zo imposant om tienduizenden brandganzen over te zien komen. Het lawaai dat ze maken is trouwens ook indrukwekkend. Als je goed luistert, hoor je ze praten. “Hier strijken we neer”, zegt de oude leider van de groep. “Nee, nee, we willen nog meer ontdekken!”, spreken de jongen tegen. Ik kan helemaal in hun verhalen opgaan.”

Mijn liefde voor vogels ontstond….
“Toen ik op mijn vierde een grote lijster haar nest zag schoonmaken. Ze gooide de resten van de eierschalen van haar jongen er zonder pardon uit. Eén ervan viel precies voor mijn voeten. Ik vond dat zoiets magisch. Alsof ze me een cadeau wilde geven. Het werd het begin van mijn eicollectie, die ik nog altijd heb. Mijn vader was trouwens ook gek op vogels. Alleen hadden we andere opvattingen over de oorsprong ervan. Hij was priester in de Anglicaanse kerk. Als kanunnik van de kathedraal van Salisbury nam hij me eens per maand mee naar die stad. Terwijl hij over kerkzaken vergaderde, ging ik op ontdekkingsreis in de boekwinkel. Al mijn zakgeld ging op aan een achtdelige serie met handgekleurde platen van Britse vogels. Toen mijn ouders me op mijn zevende naar een kostschool stuurden, gaf mijn vader me twee van zijn eigen vogelboeken en een verrekijker mee.” 

Het reisboek dat iedereen moet lezen is….
“Het Maleise eilandenrijk van de Britse bioloog en ontdekkingsreiziger Alfred Russell Wallace. Die reisde van 1854 tot 1862 door het huidige Maleisië en Indonesië. In 680 pagina’s vertelt hij bevlogen over de gewoonten en gebruiken van de lokale bevolking, en over de overweldigende natuur. Zijn verslag is niet alleen het mooiste reisboek dat ooit is geschreven, maar ook een van de belangrijkste natuurhistorische boeken. Tijdens zijn tocht ontwikkelde Wallace namelijk een theorie over natuurlijke selectie. Het maakte hem — samen met Charles Darwin — tot grondlegger  van de evolutieleer. Dat zijn werk tijdloos is, blijkt wel uit het feit dat het boek begin dit jaar opnieuw — in het Nederlands! — is uitgegeven.”  

Zelf schrijf ik het liefst….
“Tussen negen uur ’s avonds en drie uur ’s nachts. Dan komen verhalen tot leven en praten mijn boeken tegen me. Ze vertellen me hoe speciaal ze zijn en wat ze met de wereld willen delen. Ik heb al mijn boeken met een vulpen geschreven. Ook De groene stad ja, ik zou niet anders kunnen. Naderhand typt iemand anders ze voor me uit. Vroeger had ik cocaïne en amfetamine nodig om zinnen op papier te krijgen. Op mijn oude dag begin ik daar niet meer aan. Maar helemaal sober schrijf ik nooit; er staat altijd wel een glaasje wijn of whiskey naast me.”

Ik voel me thuis waar….
“Mijn lief en mijn boeken zijn. Sinds kort is dat in Drenthe, waar we eerder dit jaar een prachtige oude boerderij aan het eind van een doodlopende weg hebben betrokken. Van mijn 10.000 boeken moeten we nog een groot deel uitpakken. Ik heb die collectie sinds mijn studietijd opgebouwd. Vanwege hun geloof verafschuwden mijn ouders het dat ik de evolutieleer aanhing. Toen ik in Oxford studeerde, nam mijn vader me een keer mee uit lunchen in het chique Redcliff Hotel. Ik vond het maar vreemd, want zoiets had hij nog nooit gedaan. Terug bij mijn studentenkamer zag ik tot mijn verbazing nog net mijn moeder vertrekken. In elke hand hield ze een jerrycan. Het was alsof ik een nachtmerrie inliep toen ik al mijn boeken en dierenprenten op de binnenplaats van het college zag branden. Het enige boek dat ze had gespaard, was een dichtbundel van William Wordsworth. Ironisch genoeg had hun dramatische actie een averechts effect. In plaats van dat ik terugkeerde in de boezem van de kerk, stortte ik me met nog meer verve op mijn natuurstudie. Want als mijn boeken het waard waren om te verbranden, dan waren ze het des te meer waard om gelezen te worden. En dat lezen doe ik nog iedere dag.”

[Kader]
Over Redmond O’Hanlon
Ontdekkingsreiziger, schrijver, documentairemaker en Darwin-kenner Redmond O’Hanlon werd op 5 juni 1947 geboren in het Engelse Dorset. Over zijn avonturen schreef hij boeken als Naar het hart van Borneo, Tussen Orinoco en Amazone en Congo. Tussen 2009 en 2014 maakte hij meerdere tv-series voor de VPRO, waarvoor hij in het spoor van zijn negentiende eeuwse wetenschapshelden de wereld over trok. In De groene stad vertelt Redmond O’Hanlon vol verwondering en met humor over wat hij tijdens zijn tweejarig verblijf in Almere ontdekte. Het boek maakt deel uit van de literaire reeks Almere Verhalen. Eerder verschenen in deze serie Iets meer dan een seizoen van Stephan Sanders en Weerwater van Renate Dorrestein.

 

LEVENSLESSEN VAN GEHEUGENTRAINER BORIS KONRAD

19 nov

IMG-6928

Gepubliceerd in Trouw, 17 november 2018. (Foto: Merlijn Doomernik.)

Neurowetenschapper en geheugentrainer Boris Konrad (34) leert in een halve minuut de volgorde van een geschud pak spelkaarten uit zijn hoofd. Maar waarom zou je dat willen? “Geheugentraining houdt je hersenen gezond.”

Les 1: Een topgeheugen krijg je niet, dat creëer je
“‘Wanneer merkte u dat u zo’n goed geheugen had?’, vragen mensen me vaak. Daar klinkt de verwachting in door dat ik een indrukwekkend talent heb. Of — minder positief — dat ik een soort freak ben. ‘Sinds ik door een radioactieve spin ben gebeten’, zeg ik dan gekscherend. De werkelijkheid is minder spannend. Mijn topgeheugen heb ik te danken aan geheugentraining. Heel veel geheugentraining.”

Les 2: Geheugentraining kan je veel tijd besparen
“Op mijn 17e zag ik in Duitsland op tv een populair-wetenschappelijk showprogramma. Daarin kreeg een presentatrice een uur geheugentraining. Aan het begin van de uitzending kon ze zeven van twintig willekeurige woorden reproduceren, aan het eind negentien van de twintig. Ik was diep onder de indruk. Dat wil ik ook, dacht ik. Tot dan behoorde ik op school qua prestaties tot de middenmoot. Ik was er niet helemaal gerust op dat ik mijn eindexamen zou halen, dus een supergeheugen leek me handig. Via internet bestelde ik voor drie euro een tweedehands boek over geheugentraining. ’s Avonds oefende ik op mijn kamer. Ik weet natuurlijk niet hoe ik het er anders vanaf had gebracht, maar mijn eindexamencijfers waren in ieder geval flink hoger dan mijn gemiddelden van daarvoor. De echte winst kwam trouwens pas de jaren erop. Dankzij mijn training lukte me om twee studies naast elkaar te doen. Ik hield zelfs nog tijd over voor mijn nieuwe hobby: geheugensport.”

Les 3: Neem je herinneringen met een korreltje zout
“Je verwacht misschien dat wetenschappers de plek van het geheugen in de hersenen precies kunnen aanwijzen. Als bij een computer die je openschroeft: dáár zit de harde schijf. Niet dus. Er is niet één geheugengebied in het brein. Zelfs afzonderlijke herinneringen hebben geen vaste plek. Als je een specifieke gebeurtenis terughaalt, construeren je hersenen die uit allemaal losse puzzelstukjes. Realiseer je wel: elke keer als dat gebeurt, vormt zich een nieuw tafereel. Eventueel ontstane hiaten vult je brein met de nodige creativiteit in. Als ik bijvoorbeeld een oude vriend tegenkom uit mijn studiejaar in Engeland, worden eerst algemene herinneringen uit die tijd geactiveerd. Dan denk ik aan de kroeg in ons studentencomplex en de leuke feesten die we daar hadden. Vervolgens komt daar specifiekere informatie bij, over dat ik samen met hem de studentensport Ultimate Frisbee speelde en het daarna de kroeg in ging. Grote kans dat mijn brein die losse onderdelen samenveegt en er één levensechte herinnering van maakt. Terwijl die dus nooit exact zo heeft plaatsgevonden. Daar komt bij dat onze ervaringen en standpunten van nu onze herinneringen van vroeger kleuren. Als ik mijn dochter van 1,5 een avocado zie eten, herinner ik me dat ik die vrucht zelf op de kinderopvang ook at. Maar avocado bij een kinderdagverblijf in 1990? Niet erg waarschijnlijk. Mijn hersenen projecteren het heden dus op het verleden. Kortom, je doet er goed aan je geheugen met een korreltje zout te nemen.”

Les 4: Leg nieuwe breinwegen aan
“Een jaar na dat ik de geheugenshow op tv had gezien, was er weer zo’n programma. Deze keer deed er een jongen van mijn leeftijd mee. Met open mond zag ik hoe hij moeiteloos de eerste duizend cijfers van het getal pi kon opnoemen. Ondanks mijn training leek zoiets me onmogelijk. Hoe lukte hem dat? Via het instantmessagingprogramma ICQ — Facebook bestond nog niet — stuurde ik hem een bericht. Hij vertelde me over de geheugensportwedstrijden waar hij aan meedeed. Daarbij troeven deelnemers elkaar af door bijvoorbeeld lange getallen, woordenlijsten, historische data of tien geschudde kaartspellen in hun hoofd te prenten. Het competitieve deel in mij werd wakker. Na flink online te hebben geoefend, stapte ik in Hattingen, waar ik woonde, op de trein naar het Duitse kampioenschap in Weinheim. Tot mijn verrassing won ik meteen een onderdeel waarbij ik woordjes uit mijn hoofd moest leren. Dat smaakte naar meer. Tot op heden heb ik veertien keer aan het wereldkampioenschap meegedaan. En ik sta vier keer in het Guinness Book of Records, onder andere voor het in twee minuten onthouden van de namen en geboortedata van 21 mensen. Toch heb ik zoals gezegd een brein als ieder ander. Wat maakt dan dat ik dit kan? Naar die vraag ben ik later promotie-onderzoek gaan doen. Zo ontdekte ik dat geheugensporters met hun training niet zozeer hun geheugencapaciteit vergroten als wel meer en betere wegen tussen hersengebieden aanleggen. Op die manier kunnen ze als het ware hun kortetermijngeheugen omzeilen en informatie meteen in het langetermijngeheugen vastleggen.”

Les 5: Creëer je eigen geheugenpaleis
“Van nature is je brein eigenlijk helemaal niet goed in het onthouden van abstracte zaken, zoals taal en getallen. Dat heeft met de evolutie te maken. Om te overleven moet je een beeld hebben van waar het veilig is, van wat je kunt eten, van wie je kunt vertrouwen. Van plaatjes kortom. Het geheugen dáárvoor is goed ontwikkeld. Maar voor het onthouden van namen, buitenlandse woordjes, cijfers of formules veel minder. Vandaar dat we bij geheugentraining de twee combineren. De bekendste oefenmethode is die van het ‘geheugenpaleis’. Daarbij leg je in gedachten een vaste route aan, bijvoorbeeld door je huis. Het eerste punt is de voordeur, het tweede de kapstok en ga zo maar door. Vervolgens koppel je de zaken die je wilt onthouden aan die plekken. Dat werkt het beste als je er een verhaaltje bij bedenkt. Stel, je wilt je een boodschappenlijstje inprenten. Dan plaats je de items daarop in gedachten langs je denkbeeldige route. Bij de voordeur zet je rijst en yoghurt. Daar verzin je een scène bij. Hoe gekker het beeld, hoe beter je het onthoudt. Dus: als je bij de voordeur staat, zie je een bruidspaar langskomen. Hun gasten gooien met rijst, maar in de lucht verandert die in yoghurt, waardoor de bruid en bruidegom helemaal nat worden. Zo ga je de verschillende plekken op je route langs. Als je dat in de supermarkt vervolgens in gedachten wéér doet, kun je alles geheid terughalen. En nog in de juiste volgorde ook. Zo heb je ook technieken om bijvoorbeeld cijfers of namen te onthouden.”

Les 6: Een smartphone is funest voor je geheugen
“We kennen vrijwel geen telefoonnummers meer uit ons hoofd. In de auto volgen we blindelings het navigatiesysteem. En verjaardagen weten we alleen omdat onze elektronische agenda ons eraan herinnert. Zelfs hun eigen rekeningnummer, telefoonnummer of postcode moeten veel mensen op hun mobieltje opzoeken. Het mag duidelijk zijn dat dat je geheugen niet ten goede komt. Nou en?, hoor ik vaak. Waarom zou je zoveel moeite doen om dingen te onthouden? Je kunt toch gewoon een lijstje maken? Of feiten op internet opzoeken? Natuurlijk, maar daarmee doe je je brein geen plezier. Net als voor de rest van je lichaam geldt voor je geheugen: use it or lose it. Hoe minder je het gebruikt, hoe meer verbindingen er verloren gaan en hoe groter de kans op problemen. Andersom heeft een goed getraind brein een grotere reservecapaciteit. Als er door veroudering of ziekte bepaalde verbindingen beschadigd raken, heb je alternatieve routes voorhanden. Zo helpt geheugentraining om je brein gezond te houden. Mogelijk kan het zelfs een ziekteproces als Alzheimer vertragen. Mits je eraan begint vóór je klachten krijgt. Alle reden dus om je smartphone wat vaker aan de kant te leggen en iets uit je hoofd te leren.”

Les 7: Geef alle kinderen geheugentraining
“Ik zou willen dat iedereen de kans krijgt om te ervaren wat een wonder zijn of haar geheugen is. Het liefst al als kind, want op school kun je zoveel profijt van een goed geheugen hebben. Niet alleen om makkelijker woordjes of jaartallen te stampen. Ook om dingen te begrijpen en verbanden te leggen. Dat lukt immers alleen als je éérst feitenkennis verzamelt. Later in je leven kan een goed geheugen je bijvoorbeeld in je werk goed van pas komen. Zo waarderen mensen het enorm als je hun naam onthoudt. En dan bevordert geheugentraining ook nog de creativiteit. Ik kan niet wachten om met mijn eigen kinderen te gaan oefenen. Met hun 0 en 1,5 jaar zijn ze nu nog te klein. Maar vanaf een jaar of vijf kun je al geheugenspelletjes met kleuters doen. Begin met het koppelen van begrippen en beelden, bijvoorbeeld met behulp van een dierenalfabet. Echte geheugentraining lukt vanaf acht of negen, als kinderen meer taalvermogen hebben. Overigens heeft geheugentraining — met een gezond brein — op elke leeftijd zin. De oudste cursist die ik heb gehad was 92. Door flink te oefenen kon zij zelfs twintigers verslaan.”

Les 8: Veranker je dierbaarste herinneringen
“Om te zorgen dat ik mijn waardevolle herinneringen voor altijd bij me houd, sla ik ze goed op. Dat doe ik door ze regelmatig bewust terug te halen. Om te beginnen op de dag dat ze hebben plaatsgevonden. En daarna bijvoorbeeld na een week, een maand en een half jaar nog een keer. Ik doe dat trouwens ook met mijn vrouw. Als we samen in de auto zitten of een ontspannen avondje hebben, stellen wij elkaar vragen. Welke hoogtepunten herinner je je van onze reis naar de Verenigde Staten? Dan hebben we het even over dat we in de Grand Canyon helemaal naar beneden zijn gewandeld. Door zulke  herinneringen weer voor de geest te halen en hardop te benoemen, fixeer je ze zo stevig mogelijk.”

[Kader]
Neurowetenschapper en geheugentrainer Boris Konrad (Bochum (Duitsland), 1984) studeerde natuurkunde en informatica in Dortmund en promoveerde in de psychologie bij het Max Planck Instituut in München. Nu is hij als post-doc-onderzoeker verbonden aan het Donders Instituut van de Radboud University en RadboudUMC in Nijmegen. Konrad werd zowel individueel als met het Duitse landenteam meerdere keren wereldkampioen geheugensport. Hij staat met vier geheugenrecords in het Guinness Book of Records. Afgelopen september verscheen zijn boek De geheimen van ons geheugen (Ambo|Anthos). Konrad is getrouwd. Samen met zijn Nederlandse vrouw Mariette en hun dochter Eva-Maja (1) en zoon Mats (0) woont hij in Nijmegen.  

%d bloggers liken dit: