Archief | 09:05

APPELS & PEREN

11 dec

RA05_80TM82_BUIKVET jpg

Gepubliceerd in Radar+, oktober 2018. (Illustraties: Stijn de Jong.)

Overgewicht slecht voor je gezondheid? Dat hangt er vooral vanaf wáár het teveel aan vet zit. Internist Liesbeth van Rossum: “Hoe meer buikvet, hoe groter de risico’s.” 

“Dik ben je niet voor de lol.” Professor Liesbeth van Rossum, internist-endocrinoloog in het Rotterdamse ErasmusMC, wil het maar gezegd hebben. Ze ergert zich er groen en geel aan dat mensen met (ernstig) overgewicht vaak worden weggezet als luie donders zonder zelfdiscipline en doorzettingsvermogen. “Natuurlijk heb je er vaak zelf een aandeel in als je te zwaar bent”, zegt ze. “Maar het is te makkelijk om dik zijn volledig af te doen als ‘eigen schuld’. Aanleg, stress, hormonen, slaaptekort en medicijnen kunnen bijvoorbeeld allemaal meespelen bij het ontstaan van overgewicht.”
Sinds haar benoeming vorig jaar tot hoogleraar Obesitas en Stress is Van Rossum op een missie om meer begrip te kweken voor het probleem. Want ze is ervan overtuigd: alleen als je snapt hoe overgewicht werkt, kun je er echt iets aan doen. “Neem de vetverdeling over je lichaam. Voor je gewicht maakt het niet uit op welke plek je lijf overtollig vet opslaat. Maar voor je gezondheid is dat wel degelijk van groot belang. Mensen met veel buikvet — een appelfiguur — lopen flink hogere gezondheidsrisico’s dan de peren onder ons, met meer vet op de heupen en billen. Het is belangrijk dat de mensen die het betreft én de dokters die ze behandelen begrijpen waarom dat zo is.”

Nou, leg uit.
“Buikvet zorgt ervoor dat organen vervetten. Die kunnen daardoor hun werk minder goed doen. Verder worden lichaamscellen door te veel buikvet ongevoeliger voor insuline. Dan stijgt de bloedsuikerspiegel, met mogelijk diabetes tot gevolg. Maar er zijn meer redenen waarom buikvet zo slecht is. Het scheidt namelijk ook ontstekingsstofjes af. Die kunnen er mede voor zorgen dat je bloedvaten beschadigd raken, net als bij roken. Het gevolg: je risico op bijvoorbeeld een hartaanval of een beroerte neemt toe. Verder hebben deze stofjes een negatieve invloed op de hersenen, waardoor je je somberder kunt gaan voelen. Bovendien speelt buikvet een belangrijke rol in de hormoonhuishouding. Bij een teveel aan vet in die zone raken allerlei processen verstoord. Bijvoorbeeld het systeem dat je hongergevoel, je vetopslag en je verbranding regelt.” 

Wat bepaalt eigenlijk waar vet op je lichaam terechtkomt?
“Voor een groot deel is dat aanleg. Verder speelt de verhouding tussen mannelijke en vrouwelijke hormonen een rol. Hoe groter het aandeel testosteron, hoe makkelijker het vet op de buik gaat zitten. Dat verklaart mede het verschil in vorm tussen mannen en vrouwen. Bij vrouwen in de overgang daalt de hoeveelheid vrouwelijke geslachtshormonen. Verhoudingsgewijs neemt hun testosteron — want dat hebben ze ook — dus toe. Vandaar dat zij dan juist meer buikvet krijgen. Een andere bepalende factor voor de vetverdeling is de hoeveelheid stresshormonen. Hoe meer je van het stresshormoon cortisol in je bloed hebt, hoe groter de kans dat vet op je buik gaat zitten.”

Wat heeft stress ermee te maken?
“Chronische stress zorgt voor extra aanmaak van cortisol. Dat hormoon stuurt vet naar de buikstreek. Bovendien zorgt het voor snacktrek: zin in vette en suikerrijke voeding. Juist dat soort eten stimuleert zelf óók cortisolproductie. Waardoor je weer meer buikvet krijgt. Als je niet oppast, beland je zo in een vicieuze cirkel die tot — steeds meer — overgewicht leidt.”  

En medicijnen?
“Van bijvoorbeeld antidepressiva en antipsychotica weten veel mensen wel dat je ervan kunt aankomen. Minder bekend is het effect van medicatie met corticosteroïden, een variant op het hormoon cortisol. Als je ze langdurig en in hoge doses gebruikt, zorgen die ontstekingsremmende medicijnen er ook voor dat je meer buikvet krijgt. Corticosteroïden zitten in ontzettend veel middelen, van huidcrèmes en gewrichtsinjecties tot puffers en neussprays. Tien procent van de Nederlanders gebruikt ze. Uit ons eigen onderzoek weten we dat de BMI en buikomvang van deze groep verhoogd is. Dat kan erop wijzen dat dergelijke medicatie ook bij lokale toediening — bijvoorbeeld als je lange tijd een sterke corticosteroidecrème smeert — al effect kan hebben op je gewicht. Daar doen we nu meer onderzoek naar.” 

Zegt de hoeveelheid buikvet meer over gezondheidsrisico’s dan de BMI?
“Ja. De BMI — body mass index — wordt gebruikt om in kaart te brengen of je, in verhouding tot je lengte, te zwaar bent. Je berekent hem door je gewicht in kilo’s te delen door het kwadraat van je lengte in meters. Bij een uitkomst van 30 of hoger is er sprake van ernstig overgewicht. Maar dat getal is zeker niet zaligmakend. Zo zijn spieren zwaarder dan vet. Als je extreem veel krachttraining doet en heel fit bent, kan je BMI dus toch te hoog uitvallen. Bovendien houdt de meetmethode geen rekening met je lichaamsbouw. Met een buikje en heel dunne benen kun je op een ‘goede’ BMI uitkomen, terwijl veel buikvet dus ongezond is. Kortom: het getal is niet meer dan een indicatie.”

Kun je zelf meten hoeveel buikvet je hebt?
“Niet echt. Er zijn wel weegschalen die een indicatie geven van je vetpercentage, maar dat is dan voor je hele lichaam. Overigens weten de meeste mensen ook zonder zo’n cijfer heus wel of ze te veel buikvet hebben of niet.”

Is het lastiger om buikvet kwijt te raken dan vet op andere plekken?
“Dat hangt van de oorzaak af. Als je chronisch gestresst bent, of als het buikvet mede het gevolg is van medicijngebruik, maakt dat het extra moeilijk.”

Wat werkt?
“Helaas is er geen wondermiddel om van buikvet af te komen. Het enige wat — blijvend — helpt is je leefstijl te veranderen. Het is het bekende recept: gezond eten met niet te veel suiker of verzadigde vetten en voldoende bewegen. Ook de aanpak van stress is belangrijk, net als eventuele slaapproblemen. Want ook een slaapgebrek kan de hormoonhuishouding verstoren en zo de aanmaak van buikvet bevorderen.”

Wat moet je vooral niet doen?
“Een crashdieet volgen! Natuurlijk val je af als je een tijdje heel streng lijnt. Maar het zorgt er ook voor dat je lichaam in een soort spaarstand komt en eten sneller als vet opslaat. Bovendien schopt het je hormoonhuishouding in de war. Je krijgt daardoor meer trek, terwijl je juist minder verbrandt. De kans is groot dat het gewicht dan keihard terugkomt, vaak zelfs meer dan vóór je begon met afvallen. Als je vaker een crashdieet doet, is dat op de lange termijn zelfs een risicofactor voor het ontstaan van obesitas.” 

Hebben buikspieroefeningen zin?
“Niet meer dan andere vormen van krachttraining. Hoe meer spiermassa je hebt, hoe meer calorieën je verbrandt. Als je wilt afvallen, doe je er dus goed aan om niet alleen je conditie, maar ook je spieren te trainen. Al je spieren welteverstaan; alleen buikspieroefeningen doen levert helaas geen plattere buik op.”

Advertenties

GEWICHTIGE ZAKEN

11 dec

5 Deskundigen obesitas jpg

Gepubliceerd in Radar+, oktober 2018.

Het aantal mensen met overgewicht neemt alsmaar toe. Inmiddels is de helft van alle Nederlanders te zwaar. Met grote gevolgen voor hun gezondheid. Vijf deskundigen over de obesitasepidemie. 

Statistisch onderzoeker Jan-Willem Bruggink is vanuit het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) betrokken bij het verzamelen van cijfers over overgewicht.
“We bepalen of iemand overgewicht heeft door te vragen naar zijn of haar lengte en gewicht. Op basis van die gegevens berekenen we de Body Mass Index (BMI). Is die 25 of hoger, dan heeft iemand overgewicht. In Nederland geldt dat nu voor de helft van alle 20-plussers. Veel meer dan in 1981, toen we met onze metingen begonnen. In dat jaar was één op de drie Nederlanders te zwaar. Sindsdien is het aantal alsmaar toegenomen.
Bij het in kaart brengen van de cijfers onderscheiden we verschillende groepen. Mensen met een BMI tussen de 25 en de 30 hebben matig overgewicht. Daarboven spreken we van ernstig overgewicht, oftewel obesitas. 14 procent van de Nederlanders lijdt daaraan, 2,5 keer zoveel als in 1981. Bij 100.000 mensen is er zelfs sprake van ziekelijk overgewicht, ook wel morbide obesitas genoemd. Zij hebben een BMI van 40 of meer.
Let wel: respondenten die meedoen aan de enquête vullen de waarden over lengte en gewicht zelf in. Uit ander onderzoek weten we dat mensen geneigd zijn om hun lengte iets te overschatten en hun gewicht juist te onderschatten. Vermoedelijk liggen de echte cijfers dus nog hoger. Toch zit Nederland in de EU nog altijd onder het gemiddelde van 53 procent te zware inwoners. Wat betreft obesitas staan we zelfs op de twee na laatste plaats. Alleen in Roemenië en Italië komt dat minder voor. Malta heeft de dubieuze eer deze lijst aan te voeren. Daar is meer dan een kwart van de mensen obees.
Nederlandse mannen zijn vaker matig te zwaar, vrouwen juist vaker ernstig. Verder geldt: hoe ouder, hoe meer (ernstig) overgewicht. Tenminste tot de leeftijd van 75 jaar. Daarna neemt het aantal mensen met obesitas juist af. De piek zit tussen de 65 tot 75. In die groep is één op de vijf mensen obees. Tussen de 20 en 30 doet dat probleem zich juist relatief weinig voor. Van de twintigers heeft één op de vijftien ernstig overgewicht.” 

Diëtist Ellen Govers, voorzitter van het Kenniscentrum Diëtisten Overgewicht en Obesitas, behandelt al meer dan veertig jaar mensen en schreef er vier boeken over. 
“Als je een paar kilo kwijt wilt, hoef je echt niet naar een diëtist. Dan volstaat het meestal om frisdrank, zoetigheid en tussendoortjes te laten staan. Maar er zijn genoeg mensen die — voor hun gezondheid — veel meer gewicht moeten verliezen. Vaak hebben ze allerlei klachten die samenhangen hun overgewicht. Co-morbiditeit, noemen we dat met een mooi woord. Denk aan een te hoge bloeddruk, te hoog cholesterol, diabetes en gewrichtsproblemen.
Bij obesitas gewicht kwijtraken is lastig, maar zeker niet onmogelijk. Iedereen is anders, dus ik geef mensen een gepersonaliseerd advies. Geen dieet, maar een andere manier van eten voor de rest van je leven. Als dat lukt, verdwijnen de gezondheidsklachten in veel gevallen deels of zelfs helemaal. De basis: minder koolhydraten, meer zuiveleiwitten en minimaal twee liter per dag drinken. Ook belangrijk: de porties goed over de dag verdelen en op vaste momenten eten, in plaats van ’s avonds één enorme maaltijd nemen. Suiker raad ik af, maar je hoeft die ook niet spastisch te vermijden. Natuurlijk mag je bij een verjaardag een gebakje eten. Als je het maar met mate doet. De hetze tegen brood vind ik onterecht. Ja, er zitten koolhydraten in, maar ook belangrijke voedingsstoffen, zoals jodium. Die heeft je lichaam hard nodig. Wat ik verder van diëten denk? Ze zijn eigenlijk allemaal flauwekul. Tijdelijke oplossingen waar je op de lange duur niets aan hebt.
Om een afvalpoging blijvend te laten slagen, is de steun van de omgeving onontbeerlijk. Als je familie iedere avond op de bank een zak chips opentrekt, is het haast onmogelijk om het vol te houden. En alleen je eetpatroon aanpassen is niet genoeg; je moet ook bewegen. Verder kijken we als diëtisten naar het complete plaatje. Slikt iemand misschien medicijnen waar je van aankomt? Of eet zij om nare gevoelens te onderdrukken? In dat laatste geval verwijzen we soms eerst door naar een psycholoog. Want pas als je de achterliggende oorzaak aanpakt, kun je je eetpatroon blijvend veranderen.” 

Simon Nienhuijs is obesitas-chirurg in het Obesitascentrum van het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven, met ruim duizend patiënten per jaar een van de grootste centra van Nederland.
“Ik zal er geen doekjes om winden: overgewicht verlaagt je levensverwachting. Bij mensen met morbide — ziekmakend — overgewicht kan dat oplopen tot wel tien jaar. Ernstig overgewicht vergroot namelijk het risico op allerlei chronische aandoeningen. Denk aan diabetes, hoge bloeddruk, hartfalen en zelfs kanker. Hoe zwaarder je bent, hoe groter de kans hierop.
Tot zover het slechte nieuws. Gelukkig wordt er steeds meer gedaan om morbide obesitas te voorkomen. Vermoedelijk gaat het echter nog wel een tijd duren voor al die maatregelen resultaat opleveren. Tot die tijd, verdienen mensen met heel ernstig overgewicht de beste zorg om hun ziekte  — want dat is het — te overwinnen. Deze groep is alleen geholpen met een bariatrische operatie, oftewel een maagverkleining, in combinatie met een vijfjarig begeleidingstraject. Daarin helpen een psycholoog, een diëtist en een fysiotherapeut de patiënt om een gezonder eet- en leefpatroon vol te houden. Het is de enige oplossing met een bewezen langdurig effect.
Helaas rust er nog altijd een taboe op bariatrische operaties. Alsof obesitaspatiënten te zwak of te lui zouden zijn om zelf af te vallen. Maar zo simpel is het niet. Bij ernstig overgewicht spelen veel verschillende factoren een rol, waaronder erfelijke aanleg. Bovendien verandert de werking van je lichaam, waardoor het steeds lastiger wordt om het gewicht kwijt te raken. In zo’n geval kan een maagverkleining veel gezondheidswinst opleveren. Bijvoorbeeld bij obese patiënten met een hoge bloeddruk. Of met diabetes type 2 die hun ziekte met medicatie niet goed onder controle krijgen. Uit onderzoek weten we verder dat bijvoorbeeld de kans op gynaecologische kankers bij deze patiënten aanzienlijk lager is dankzij een maagverkleining. Zo zijn er nog veel meer voordelen. Kortom, niet alleen obesitas-chirurgen, maar ook cardiologen en internisten zouden bij heel ernstig overgewicht eerder aan een maagverkleining moeten denken. Dan valt er qua gezondheid nog een wereld te winnen.”

Inez de Beaufort is hoogleraar gezondheidsethiek aan het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam. 
“‘Eerst eten die dikkerds zich vol, en daarna mogen wij voor hun gezondheidsproblemen of maagverkleining betalen’, hoor ik vaak. Maar het is veel te gemakkelijk om te zeggen dat elk pondje door het mondje gaat. Aanleg, de omgeving waarin je opgroeit, het overdadige aanbod van ongezond eten: ze spelen allemaal een rol. Trouwens, ook dunne mensen kunnen ongezond leven. Denk maar aan roken, extreem sporten of te hard werken. Raar genoeg hebben we daar vaak een minder hard oordeel over. Iemand met een burn-out krijgt bijvoorbeeld nooit het verwijt dat die de maatschappij onnodig op kosten jaagt.
Mensen met ernstig overgewicht voelen zich daar zelf al vaak rot genoeg over. Die steunen we niet door ze ze losers zonder ruggengraat te noemen. Toch gebeurt dat aan de lopende band. Dik zijn strookt immers niet met het westerse schoonheidsideaal. Al die zogenaamd ‘mooie’ mensen op sociale media maken het er wat dat betreft niet beter op. En dan hangt er ook nog een Calvinistisch oordeel aan: gij zult niet te veel lekkere dingen eten. Doe je dat toch, dan is het overgewicht eigen schuld, dikke bult.
Om te voelen hoe het is om obees te zijn, heb ik eens een dag in een fatsuit rondgelopen — zelf ben ik niet dun en niet dik. Dan ervaar je aan den lijve hoe vernederend het is als mensen je meewarig of minachtend nastaren. Het heeft me nog kritischer gemaakt op discriminerende maatregelen, zoals een hogere verzekeringspremie of een toeslag op een vliegticket voor dikke mensen. De boodschap die daarvan uitgaat is: je bent ons tot last. Dat motiveert niet echt om iets aan jezelf te doen. Van een vet- of suikertaks op ongezond eten ben ik ook geen voorstander. Waar houdt het dan op? Bovendien ‘straf’ je daarmee ook mensen die slechts af en toe eens van iets lekkers genieten. Begrip tonen en mensen met overgewicht zo goed mogelijk helpen werkt volgens mij veel beter. Want echt, obesitas is ook zonder het oordeel van de omgeving al zwaar genoeg.” 

Kinderarts en -endocrinoloog Erica van den Akker, gespecialiseerd in de behandeling van obesitas bij kinderen, is medeoprichter van het Centrum Gezond Gewicht van het ErasmusMC in Rotterdam.
“Ernstig overgewicht brengt niet alleen voor volwassenen, maar óók voor kinderen gezondheidsrisico’s met zich mee. Zo kunnen die al op jonge leeftijd een (voorstadium) van diabetes type 2 ontwikkelen. Overgewicht als kind betekent bovendien als volwassene een grotere kans op hart- en vaatziekten. Zelfs als je dat gewicht weer kwijt weet te raken. Extra wrang: als je als kind te zwaar bent, veranderen de ‘instellingen’ van je lichaam. Daardoor wordt het te hoge gewicht als het ware de nieuwe standaard. Het zorgt ervoor dat je de rest van je leven sneller aankomt, en moeite zal moeten doen om op gewicht te blijven.
In gemeenten die actief met het probleem aan de slag gaan, zien we dat het aantal kinderen met overgewicht — tegen de landelijke trend in — stabiel blijft of zelfs daalt. Helaas geldt dat niet voor kinderen met ernstig overgewicht, oftewel obesitas. Zo’n 3 procent van 0- tot 18-jarigen lijdt daaraan. Een veel grotere groep, bijna 11 procent, heeft matig overgewicht.
Er zijn veel factoren die mede bepalen of een kind risico loopt te zwaar te worden. Of je in een buurt woont waar je buiten kunt spelen en op wat voor school je zit bijvoorbeeld. Maar ook de thuissituatie speelt een rol. Kinderen met overgewicht zitten — letterlijk — niet lekker in hun vel. Bijvoorbeeld omdat ze worden gepest. Of er zijn financiële of psychische problemen in het gezin.
Als je hoofd al vol zit met zorgen, is het haast onmogelijk om je leefstijl te veranderen. Dat lukt alleen als het hele gezin begeleiding-op-maat krijgt, waarbij alle betrokken professionals — huisarts, diëtist, specialist, jeugdzorg, wijkteam en de school — samenwerken. Netwerkgeneeskunde noemen we dat. Op die manier geven we kinderen de beste kans op een gezonde toekomst.
Mijn gouden tip voor ouders met een te zwaar kind? Begin klein. Vervang bijvoorbeeld frisdrank door water. En voel je niet bezwaard om hulp te vragen. Overgewicht is een ingewikkeld probleem en nooit één iemands schuld. Dat moet je samen oplossen.” 

 

%d bloggers liken dit: