Archief | juni, 2020

LILIANS MAN KOOS VOOR EUTHANASIE

24 jun

20-22 De man van Lilian koos voor euthanasie

Gepubliceerd in Margriet 22, mei 2020. Foto: Mariël Kolmschot

LILIANS MAN KOOS VOOR EUTHANASIE

In februari 2019 kreeg Lilians man Jack te horen dat hij hooguit nog een paar maanden te leven had. Hij besloot het heft in eigen handen te houden en zelf het moment van zijn overlijden te bepalen. De serene manier waarop hij stierf, gaf zijn vrouw rust. Maar ze mist hem er niet minder om. “Ik ben mijn allerliefste maatje kwijt.”
“Er is weinig onwerkelijker dan aftellen naar de dood. Want dat is wat je doet als je weet dat je man op een vooraf vastgestelde tijd zal sterven. Vanaf het moment dat de datum was bepaald, leefden we op de klok. Nog vier weken. Nog drie dagen. Dan is hij er niet meer. Je probeert je aan ieder moment vast te klampen, elke ervaring in je geheugen te verankeren. In de hoop dat de tijd dan langzamer gaat. Dat je nog even extra hebt om van elkaar te genieten. Maar het naderende einde is onvermijdelijk. En dan is daar opeens de laatste nacht samen. Die brachten we thuis door, in ons eigen bed. We hielden elkaar uur na uur stevig vast. Ik moest Jack beloven dat ik na zijn dood goed voor mezelf zou zorgen. En voor onze hond, die hij me voor mijn 50ste verjaardag had gegeven. Omdat we van elke seconde samen wilden genieten, probeerden we wakker te blijven. Maar we waren zo uitgeput, dat we uiteindelijk toch in slaap vielen. De volgende ochtend kwam het besef als een klap in mijn gezicht: dit is dag dat ik afscheid moet nemen van mijn allerliefste maatje.”
Nog altijd verliefd
“Ik leerde Jack 24 jaar geleden kennen bij de kaartclub in ons buurthuis. Voor hem was het liefde op het eerste gezicht. Maar omdat ik op dat moment een relatie had, stond ik daar niet voor open. Twee jaar later — mijn ex en ik waren inmiddels uit elkaar — zocht hij alsnog toenadering. We gingen samen koffiedrinken en van het één kwam het ander. Waar hij pats boem voor mij was gevallen, groeide mijn liefde voor hem geleidelijk. Hij gaf me het gevoel dat ik heel speciaal was, de bijzonderste vrouw op aarde. Uiteindelijk werd ik net zo stapelgek op hem als hij op mij; bij zijn overlijden waren we nog altijd even verliefd.
Vlak voor we een relatie kregen, had Jack een zeldzame vorm van keelkanker gehad. De behandeling met meer dan honderd bestralingen beschadigde onder andere zijn speekselklieren. Daardoor was slikken en eten soms lastig. Gelukkig viel daarmee te leven. Sowieso maakte Jack altijd overal het beste van; hij was absoluut geen klager. Jarenlang ging het goed, tot zijn klachten een jaar of vier geleden verergerden. Alles voelde scherper in zijn keel en hij kreeg steeds meer pijn. Meerdere keren ging hij in het ziekenhuis door de molen. Telkens kwam er niets verontrustends uit. Groeiend littekenweefsel zou de boosdoener zijn. Ook toen het eten en drinken eind vorig jaar spontaan uit zijn neus begon te lopen, maakte zijn KNO-arts zich niet direct zorgen.
Dat veranderde nadat we in januari op vakantie naar Portugal waren geweest. Op een nacht sloeg Jacks neus daar ineens dicht, waardoor hij het gevoel had dat hij stikte. Terug in Nederland nam de dokter een biopt, eerst van zijn neusweefsel, vervolgens van zijn verhemelte. ‘Volgens mij is het niet goed’, zei mijn man toen we op 21 februari naar het ziekenhuis gingen om de uitslag te horen. Hij voelde dat aan alles aan zijn lijf. Helaas kreeg hij gelijk: de kanker was terug, in een zeer agressieve vorm. ‘Maar ik heb toch nog wel een paar jaar?’, vroeg hij aan zijn arts. ‘Was het maar waar’, antwoordde die. Volgens hem moesten we eerder in maanden denken, of zelfs weken. Op dat moment werd de bodem onder ons vandaan geslagen.”
Regie houden
“Feitelijk kreeg mijn man die dag zijn doodsvonnis. Iemand anders zou na zo’n mededeling misschien in paniek raken of bij de pakken neer gaan zitten. Maar niet mijn Jack. Een paar uur later zette hij me met mijn schoonzus op de trein naar de Huishoudbeurs. Het leven moest niet stoppen omdat zijn einde nabij was, vond hij. Toen ik ‘s avonds thuiskwam, had hij een verrassing voor me: twee weken later zouden we gaan trouwen. Was hij die dag meteen naar het gemeentehuis gegaan om dat nog snel te regelen. Ik wist niet of ik moest huilen van blijdschap of verdriet.
Jack had altijd gezegd dat als de kanker terugkwam hij euthanasie zou willen. Bij een volgend gesprek met zijn arts werd die vraag ineens actueel. Het bleek haast onvermijdelijk dat hij uiteindelijk zou stikken. Ofwel omdat de tumor zijn luchtpijp zou dichtdrukken, ofwel omdat die los zou laten en hij dan zou verdrinken in zijn eigen bloed. In beide gevallen een gruwelijke dood. Jack twijfelde geen moment: dan was euthanasie de enige optie. In eerste instantie koos hij de datum maandag 1 april, zodat hij de verjaardag van zijn broer en schoonzus op 29 maart nog kon meemaken. Maar hij was bang dat mensen dan zouden denken dat de aankondiging een wrede grap was. Daarom werd het 2 april.
Toen we op 8 maart trouwden, wisten we dus al wanneer Jacks einde zou zijn. Dat was zo dubbel. Enerzijds waren we dolblij toen we elkaar het ja-woord gaven en daarmee onze liefde bezegelden. Anderzijds kon ik natuurlijk aan niets anders denken dan dat ik mijn nu man over een paar weken zou verliezen. Terwijl ik het gedicht voorlas dat ik voor hem had geschreven, konden we onze tranen niet bedwingen. Overmand door emoties viel Jack stil. Maar de stralende blik in zijn ogen was voor mij genoeg.
De weken erna regelde hij samen met mij alles precies zoals hij het wilde, tot en met zijn uitvaart aantoe. Het bracht ons dichter bij elkaar dan ooit. Hij hield een speech voor zijn maten in het veteranencafé en doneerde zijn historische verzameling over Almelo aan het lokale museum, Huis van Katoen en Nu. Het gaf hem rust om op die manier tot het laatste moment de regie te kunnen houden. Ook nam hij uitgebreid de tijd om afscheid te nemen van iedereen die hij liefhad. Daarbij troostte hij anderen vaak meer dan zij hem. Ik heb er zo’n bewondering en respect voor hoe hij dat allemaal heeft gedaan. Ongelofelijk, hoeveel kracht die man in zich had. Ik kan alleen maar hopen dat ik, als mijn einde komt, net zo sterk zal zijn als hij.”
Geen pijn meer
“Intussen ging Jack lichamelijk heel hard achteruit. In een paar maanden tijd verloor hij bijna vijftig kilo verloren. Van de stoere marinier van 122 kilo was niks meer over. Verder had hij heel veel pijn — omdat hij bang was dat hij het niet zou merken als hij zou stikken, wilde hij geen morfine. Wat dat betreft kwam 2 april voor hem geen dag te vroeg.
Die dinsdagochtend zijn we samen naar zijn ouders van 87 en 89 gegaan. Daar waren ook zijn broers en schoonzussen. Het was hartverscheurend om zijn vader en moeder afscheid te zien nemen van hun zoon. Dat zou geen enkele ouder mee moeten hoeven maken, op welke leeftijd ook. ‘Wees blij voor me, want straks heb ik geen pijn meer’, zei hij tegen ze. Voor het eerst in al die jaren dat ik hem kende, sprak hij zijn moeder aan met mamma, in plaats van met haar voornaam. Het brak mijn hart.
Ik wilde niet dat Jack thuis, in ons eigen bed zou overlijden. Dat vond ik te heftig; dan had ik daar vermoedelijk nooit meer kunnen slapen. Dus reden we samen naar het ziekenhuis, waar zijn eigen arts hem bij de euthanasie zou begeleiden. Onderweg waren we stil. ‘Wat was dat heftig hè’, fluisterde hij. Eenmaal aangekomen haastte hij zich naar binnen, zo klaar was hij om te gaan. De dokters gaven ons — zijn zoon en mijn zoon en dochter waren er ook — een uur om de laatste dingen tegen elkaar te zeggen. Ook toen had hij voor ieder van ons nog een troostend woord.
Uiteindelijk brak de afgesproken tijd aan en bracht de anesthesist het infuus in. Op het moment dat die daarin de eerste injectie — een verdovingsmiddel — leegspoot, omhelsde Jack me innig. ‘Dankjewel voor alle mooie jaren samen’, zei hij. ‘Ik zal altijd van je blijven houden.’ Even voelde het alsof we met z’n tweeën op de wereld waren, zo bijzonder en intens was dat moment. Daarna wendde hij zich tot de artsen. ‘Begint u maar, ik kan niet meer.’ Terwijl hij mij nog steviger vasthield, diende de anesthesist de tweede injectie toe, nu met een slaapmiddel. Met mijn hoofd op zijn borst, voelde ik hoe de spanning uit zijn lichaam vloeide. Er kwam een zachte gloed over zijn gezicht. ‘Wat is dit heerlijk’, glimlachte hij. Het waren zijn laatste woorden voor hij in slaap viel en hij de derde en laatste injectie kreeg, waardoor hij overleed.”
Afscheidsbriefje
“Dat hij rustig en mooi is heengegaan, is voor mij een grote troost. Er was niets engs aan zijn overlijden, integendeel. Ik gunde het hem zo dat hij niet langer pijn hoefde te hebben. Tegelijkertijd vond ik het verschrikkelijk om hem los te laten. Jack was niet alleen mijn man, maar ook mijn beste vriend. Ruim twintig jaar deden en deelden we alles samen. Nu ben ik mijn maatje kwijt. Het verdriet is overweldigend. Overdag gaat het nog wel, maar ‘s avonds en ‘s nachts krijg ik het te kwaad. Dan voel ik me zo alleen.
Wat me helpt, zijn alle mooie herinneringen. Bijvoorbeeld aan onze laatste Valentijnsdag, die ik in alle stress was vergeten. Jack niet. Hij had een prachtige houten hart voor me gemaakt. Dat lag ‘s avonds op ons bed, bezaaid met rozenblaadjes. Zo’n stoere man die nog romantisch is ook, daar kun je toch alleen maar van dromen? Verder heb ik veel steun aan een afscheidsbriefje dat hij in het geheim voor me schreef. Ik vond dat pas een paar dagen na zijn overlijden. ‘Ik hield van je vanaf het moment dat ik je zag’, stond erin. En ook: ‘Ik zal altijd over jou en je geliefden blijven waken.’ Op moeilijke momenten lees ik zijn woorden over en over. Dan voelt hij weer even heel dichtbij.” 

GEFERMENTEERD ETEN: OERGEZOND

24 jun

ZIN Fermentatie JPG

Gepubliceerd in ZIN, juni 2020.

Voedsel fermenteren is niet alleen lekker, maar ook gezond. Je hoort steeds vaker over het eeuwenoude bereidingsproces, dat oorspronkelijk was bedoeld om eten langer houdbaar te maken. Maar wat is fermentatie eigenlijk? En waarom wordt je lijf er beter van?

Je staat er vermoedelijk niet vaak bij stil, maar veel producten die je eet of drinkt, zijn gefermenteerd. Yoghurt bijvoorbeeld, maar ook veel kazen en brood. “Fermenteren betekent eigenlijk dat je producten gecontroleerd laat rotten”, zegt kok en food designer Christian Weij. “Dat is helemaal niet moeilijk. Neem zuurkool, een van de bekendste gefermenteerde etenswaren. Voor het maken daarvan heb je niet meer nodig dan kool, zout, water, een pot en tijd. Bacteriën die van nature op de kool zitten, doen de rest. Zij zorgen voor de lekkere smaak. En zijn nog goed voor je gezondheid ook.”
Weij schreef twee boeken over het onderwerp en gaf honderden workshops en lezingen. Maar nog altijd als hij uitlegt hoe fermentatie werkt, ziet hij mensen terugdeinzen. Want bacteriën zijn ziekmakers, toch? “Sommige wel”, erkent hij. “Maar er zijn ook veel goede bacteriën. Die hebben we juist hard nodig om gezond te blijven. We zouden ze dus moeten omarmen, in plaats van ze te vrezen.”
Goede bacteriën
Simpel gezegd is fermentatie het proces waarbij bacteriën, schimmels en gisten de smaak, geur en structuur van voedsel veranderen. Als je bepaalde melkzuurbacteriën aan melk toevoegt, krijg je bijvoorbeeld yoghurt of kaas. En bij de bereiding van veel soorten brood, bier en wijn is gist onmisbaar.
Een groot voordeel van fermentatie is dat in het proces nieuwe, goede bacteriën ontstaan, zogenaamde probiotica. Die zijn bestand tegen maagzuur en bereiken dus levend je darmen. Daar doen ze nuttig werk. “Ze helpen bijvoorbeeld voedsel te verteren” aldus Christian Weij. “Maar ze produceren ook vitamines, breken gifstoffen af en houden slechte darmbacteriën in het gareel. Op die manier dragen ze bij aan het op peil houden van je weerstand.”
Een aantal jaren geleden wilde Weij voor zijn mannenkookclub eens iets nieuws proberen. Hij kwam op het idee om zelf zuurkool te maken. “Dat deed mijn vader vroeger ook altijd, met kool uit eigen tuin. Mijn zuurkool was zo’n succes, dat ik enthousiast werd en andere producten ging fermenteren. Groenten, fruit, vlees, zuivel; ik probeerde van alles uit. Er ging een wereld voor me open. Niet alleen vond ik het hartstikke lekker, gefermenteerd voedsel bleek ook heel gezond. Voordien had ik lang last van een chronische darmontsteking. Broccoli kon ik bijvoorbeeld totaal niet verdragen, daar kreeg ik enorme buikpijn van. Maar na een tijd veel gefermenteerd te hebben gegeten, waren mijn darmklachten helemaal weg.”
Microfilm
Hoe zit het nu precies met die vermeende gezondheidseffecten? Iemand die daar meer over kan vertellen, is huisarts Tamara de Weijer, voorzitter van de Vereniging Arts en Leefstijl en schrijfster van het boek Eet beter voor je maag en darmen. “Om te beginnen is het belangrijk te weten dat we allemaal — schrik niet — één tot twee kilo micro-organismen in onze darmen meedragen”, zegt ze. “Eén druppel vloeistof uit je dikke darm bevat bijvoorbeeld al meer dan een miljard bacteriën. Al die minuscule levende wezentjes vormen samen je darmflora, ook wel microbioom genoemd. Daarin zitten goede, maar ook schadelijke bacteriën. Als je gezond leeft en eet, houden de goede de kwalijke onder de duim. Maar als je bijvoorbeeld veel junkfood of langdurig antibiotica gebruikt, kan de boel uit evenwicht raken. Met als gevolg dat je afweersysteem mogelijk minder goed gaat werken.”
Allergieën, eczeem, astma, voedselintoleranties, Prikkelbare Darm Syndroom, de ziekte van Crohn, Colitis Ulcerosa, artritis, ernstig overgewicht: ze worden allemaal in verband gebracht met de woekering van verkeerde soorten bacteriën in de darmen. Er zijn zelfs aanwijzingen dat een ongezonde darmflora ook de kans op kanker, Alzheimer en depressie vergroot. Hoe dat precies werkt, weten artsen nog niet. Maar dát er een relatie is, staat vast.
“Het gaat vast nog decennia duren voor de wetenschap alle mogelijke effecten in kaart heeft gebracht”, zegt Christian Weij. “Maar daar hoef je echt niet op te wachten om anders te gaan eten. Vergelijk het maar met de brandstof van een auto. Je hoeft ook niet te weten hoe een benzinemotor werkt om die te kunnen gebruiken. Als je maar snapt dat je er geen diesel in moet gooien, omdat die toevallig zo lekker goedkoop is. Zo werkt het ook met je darmen: geef ze die brandstof, waar ze het beste op draaien.”
Kefir
Voor je gezondheid geldt: hoe meer verschillende gezonde darmbacteriën, hoe beter. Helaas is de diversiteit in onze darmflora de afgelopen decennia flink afgenomen. Dat komt vooral door eenzijdig eten met veel suikers en transvetten. En door veelvuldig gebruik van antibiotica. Die maken namelijk niet alleen schadelijke, maar óók gezonde bacteriën dood.
Daar komt gefermenteerd eten om de hoek kijken. “Veel mensen merken dat hun microbioom opknapt van gefermenteerde producten”, vertelt Tamara de Weijer. “Hun buik voelt minder opgeblazen of hun stoelgang verbetert. Het is dan natuurlijk wel belangrijk dat je na het eten van bijvoorbeeld een bakje — naturel — yoghurt vervolgens niet een zak drop of chips wegwerkt. Want dan doe je het positieve effect meteen weer teniet.”
Het hoeft volgens Christian Weij echt niet ingewikkeld te zijn om meer gefermenteerde producten aan je menu toe te voegen. “Begin bijvoorbeeld met dagelijks een glas kefir. Dat is een soort drinkyoghurt, die wordt gemaakt met een mengsel van verschillende gezonde melkzuurbacteriën en gisten. Daarmee krijg je dus in één keer veel verschillende probiotica binnen.”
Verder raadt hij mensen vooral zelf eens te gaan oefenen met fermenteren. “Zelf zuurkool maken is bijvoorbeeld echt niet moeilijk.” (Red.: zie het recept op pagina x.)
Word je eigen onderzoeker
Arts Tamara de Weijer is ook een fan van experimenteren, maar dan op een andere manier. “Ieder mens heeft zijn eigen, unieke bacteriëncollectie. Die is net zo persoonlijk als je vingerafdruk. Vandaar dat je niet kunt zeggen dat iederéén baat heeft gefermenteerd voedsel. Sommige mensen krijgen juist meer darmklachten als ze bijvoorbeeld yoghurt of brood eten. Het beste advies dat ik kan geven, is dan ook om je eigen voedselonderzoeker te worden. Test eens een tijdje verschillende producten. En houd een dagboekje bij over hoe je je voelt, de dagen dat je die bepaalde dingen eet of drinkt. Op die manier kun je uitvinden wat voor jou wel en niet werkt.”
Tot slot wil ze nog één waarschuwing geven. “Bier en wijn zijn ook gefermenteerd. Maar dat maakt deze dranken nog niet gezond. Integendeel. Er is inmiddels zoveel bewijs voor de schadelijke effecten van alcohol, dat de Gezondheidsraad in ieder geval voor vrouwen adviseert om alcoholische dranken helemaal te laten staan. Daar worden je darmen trouwens ook blijer van.” 

[Kader]
Zonder fermentatie geen….

  • Zuivelproducten zoals kaas, yoghurt, karnemelk, kwark, crème fraîche en kefir
  • Brood
  • Zuurkool en kimchi (Koreaanse zuurkool)
  • Droge worst, zoals salami
  • Eetklare olijven
  • Smaakmakers als sojasaus en azijn
  • Tempeh (gefermenteerde sojabonen)
  • Kombucha (gefermenteerde theedrank)
  • Wijn en bier

[Kader]
Verder lezen?

  • Christian Weij, Verrot lekker — Zelf fermenteren eenvoudig, lekker en gezond (Bertram + De Leeuw Uitgevers, 2015).
  • Christian Weij, Verrot gezond — Het fermentatie kookboek (Bertram + De Leeuw Uitgevers, 2019).
  • Tamara de Weijer, Eet beter voor je maag en darmen — In 8 weken een optimale buikgezondheid (Kosmos uitgevers, 2019). 

[Testimonial]
UIT DE PRAKTIJK
Na een afwijkend uitstrijkje gooide yogadocent Natascha Puper (1970) haar leven om. Als onderdeel van haar nieuwe leefstijl gebruikt ze dagelijks gefermenteerd voedsel.
“In 2008 vonden artsen afwijkende cellen in mijn baarmoederhals. In dezelfde periode kregen verschillende mensen om me heen kanker. Gelukkig werd ik na behandeling weer gezond verklaard. Maar het zette me wel aan het denken. Over de relatie tussen genetica, stress, leefstijl en ziekte. Ik ben me daar steeds verder in gaan verdiepen. Omdat ik andere mensen graag met mijn inzichten wilde helpen, besloot ik yogadocent te worden.
Gaandeweg werd ik me ook steeds bewuster van hoe belangrijk blije darmen zijn voor je gezondheid. Ik ontdekte bijvoorbeeld dat ik veel voedselintoleranties had en doodmoe werd van suiker. In mijn zoektocht naar een oplossing stuitte ik op de term ‘gefermenteerd voedsel’. Daar ben ik zeven jaar geleden mee gaan experimenteren. Te beginnen met het gefermenteerde theedrankje kombucha. Dat maakte ik zelf, met een stukje kombucha-zwam.
Daarna ben ik meer gaan testen, zoals met gefermenteerde wortelen en kool. Dat klinkt ingewikkeld, maar is het helemaal niet. Inmiddels maken gefermenteerde producten standaard onderdeel uit van mijn dieet. Natuurlijk, gefermenteerd eten alleen is niet zaligmakend. Maar ik voel me er absoluut beter door. Ik heb minder last van mijn buik en mijn stoelgang is regelmatiger. Verder heb ik veel meer energie en ben ik emotioneel stabieler. Ik kan iedereen aanraden het te proberen.”
Naar aanleiding van haar ervaringen ontwikkelde Natascha de cursus Het eigenwijze lichaam,waarin je leert luisteren naar de wijsheid van je eigen lijf. Meer informatie: nataschapuper.nl. 

[Kader]
Zout, zouter, zoutst
Om bijvoorbeeld groenten en fruit te fermenteren, heb je flink wat zout nodig, de aanjager van het veranderingsproces. Maar voor onze gezondheid moeten we toch juist minder zout eten? “Voor een kilo gefermenteerde groenten, gebruik je inderdaad 15 gram zout”, bevestigt Christian Weij. “Dat lijkt veel als je bedenkt dat de maximale aanbevolen hoeveelheid zout per dag 6 gram is. Maar niemand eet natuurlijk een kilo zuurkool per dag. Een eenpersoonsportie van 200 gram bevat 3 gram zout. Dat is nog altijd veel minder dan bijvoorbeeld in een kant-en-klare maaltijd zit.” 

[Kader]
Minder piekeren
Er zijn steeds meer aanwijzingen dat wat in onze darmen gebeurt effect heeft op processen in onze hersenen. Kan je dieet dan ook beïnvloeden hoe je je voelt en gedraagt? Daar wordt wereldwijd veel onderzoek naar gedaan.
Zo bekeek neuropsycholoog Laura Steenbergen van de Universiteit Leiden de effecten van probiotica op piekergedrag bij gezonde mensen. Na vier weken piekerden de twintig deelnemers aan de studie duidelijk minder. Bovendien hadden ze ook minder agressieve gedachten. Bij de controlegroep, bestaande uit twintig mensen die een placebo kregen, was er niets veranderd.

[Tekstblok]
Darmbacteriën en depressie
In het Vlaams Darmflora-project vergeleken professor Jeroen Raes (VIB-KULeuven) en zijn team de darmflora van mensen met een depressie met die van mensen zonder een depressie. Wat bleek? De mensen die veel van bepaalde groepen bacteriën hadden, de Coprococcus en de Faecalibacterium, waren gelukkiger en hadden een betere kwaliteit van leven. Mensen met een depressie hadden juist minder van deze bacteriën in hun darmen. Niet duidelijk is of het verschil in bacteriën (mede) de oorzaak is van een depressie, of juist het gevolg. Daar moet nog meer onderzoek naar worden gedaan. 

[Kader]
Christian Weijs zuurkool met bleekselderij, gember en dille
Ingrediënten
1 spitskool (800 gram)
3 stengels bleekselderij
15 gram verse dille
30 gram verse gember
1 theelepel peper
15 gram zout

Bereiding

  1. Snijd of schaaf de kool in lange, dunne slierten.
  2. Was de bleekselderij en snijd de stengels fijn.
  3. Hak de dille fijn. Schil de gember en raspt die fijn.
  4. Die alle ingrediënten in een grote kom en kneed ze goed door elkaar, totdat er op de bodem een laagje vocht staat.
  5. Schep het mengsel in een beugelpot. Vul de pot tot 3 centimeter onder de rand en druk goed aan. Er mag geen lucht meer tussen de groenten zitten. Leg eventueel iets zwaars op de groente, zoals een zakje zout water, zodat die onder zijn eigen vocht blijft staan.
  6. Sluit de pot luchtdicht af.
  7. Laat de groenten fermenteren. Maak de pot pas na vier dagen voor het eerst open en proef. Is de zuurkool fris en lekker zuur? Dan is hij klaar. Gebruik hem direct of zet hem in de koelkast en eet hem binnen acht weken op. Vind je de zuurkool niet zuur genoeg Laat die dan nog een paar dagen verder fermenteren.

 

BEELDBELLEN MET DE DOKTER

17 jun

Gepubliceerd in Plus Magazine, juni 2020.

Door de coronacrisis zijn (huis)artsen en patiënten ineens meer aangewezen op digitale communicatie. Huisarts Bart Timmers heeft al jaren ervaring met bijvoorbeeld beeldbellen.  “Online contact is anders, maar niet minder goed.”

Hij weet nog als de dag van gisteren dat hij zijn eerste beeldbelgesprek met een patiënt had. Elf jaar geleden was dat. Als onderdeel van een proefproject plaatste thuiszorgorganisatie Sensire camera’s bij cliënten thuis, met als doel op afstand contact met cliënten te kunnen onderhouden. Aan huisarts Bart Timmers uit ’s Heerenberg vroegen ze of hij mee wilde doen aan de pilot. Maar wat graag, was zijn reactie. “Ik ben altijd enorm geïnteresseerd geweest in technologische vernieuwingen. Het was fantastisch om een patiënt op mijn beeldscherm te zien verschijnen.”
Méér dan een telefoontje
Vanaf die eerste keer was Timmers enthousiast. “Ik heb toen ervaren hoeveel méér beeldbellen biedt dan alleen telefonisch overleg. Je kunt echt contact maken, kijken hoe iemand reageert, emoties zien. Inmiddels heb ik er flink wat ervaring mee en weet ik: een beeldconsult is bijna net zo goed als een persoonlijk gesprek.”
Toch kwam het systeem niet echt van de grond. Het werkte wel, maar was ook omslachtig. “Smartphones en tablets waren er nog nauwelijks”, vertelt Timmers. “En ook wifi was beperkt. Ik moest via een centralist inbellen. Vervolgens bracht zij het contact met de computer van de patiënt tot stand. Op een ADSL-lijn. Het was te veel gedoe om het systeem gemakkelijk in ons  dagelijkse werk te kunnen inpassen.”
Onderzoek via de camera
Een jaar of zes geleden deed Timmers opnieuw mee aan een proefproject. Deze keer had de thuiszorgorganisatie tablets aan cliënten verstrekt. Daarop konden ze een speciale app installeren om met hun huisarts te beeldbellen. Een 78-jarige patiënte lukte dat niet. “Kom dan maar naar het gewone spreekuur”, zei Timmers tegen haar. “Haalde ze in mijn spreekkamer ineens haar laptop uit haar tas. Ik heb haar toen laten zien hoe het systeem werkte. Ze vond het geweldig. Het gaf haar het gevoel dat ze er nog bij hoorde.”
Volgens Timmers kan hij tijdens een beeldconsult méér doen dan veel patiënten in eerste instantie denken. Behalve vragen beantwoorden bijvoorbeeld ook sommige lichamelijke onderzoeken uitvoeren. Denk aan het beoordelen van huidklachten. Via de camera kijkt hij zelfs in patiënten hun keel. “Natuurlijk blijven er altijd klachten die ik alleen in de spreekkamer kan beoordelen. Maar ik denk dat huisartsen zeker een derde van hun consulten via beeldbellen zouden kunnen afhandelen. Er zijn bijvoorbeeld veel klachten of behandelingen waar ik een patiënt na een tijdje wil terugzien om te controleren hoe het gaat. Die check-up-gesprekken kunnen vaak prima digitaal.”
Online inloopspreekuur
Timmers probeert online contact al jaren bij zijn patiënten te promoten. Een dame van 80 vond het maar een raar idee, via een tablet met de huisarts praten. Ze belde hem eerst op haar vaste telefoon om vervolgens samen met hem de videoverbinding aan te te zetten. “Terwijl zij vrolijk verder praatte, legde ik stiekem de telefoon neer”, lacht hij. “‘U kunt nu ook wel ophangen, hoor’, zei ik via de camera tegen haar. Toen keek ze wel even verbaasd op. ‘Het is net alsof u echt bent, dokter’, reageerde ze. Een mooi voorbeeld van hoe patiënten, als ze eenmaal de mentale drempel over zijn, vaak ineens enthousiast worden.”
Dankzij de coronacrisis is zorg op afstand in een stroomversnelling geraakt. Hoe verdrietig de aanleiding ook, is Timmers blij met deze ontwikkeling. “De zorg is van oudsher een behoudende beroepsgroep. Op zich is daar niets mis mee; dokters moeten gedegen werk leveren. Logisch dus, dat ze eerst de kat uit de boom kijken en zeker niet experimenteren met de gezondheid van hun patiënten. Alleen moet die voorzichtigheid waardevolle ontwikkelingen niet in de weg gaan staan.”
Weerstand
‘We kunnen toch met patiënten bellen’, zeiden veel van zijn collega’s jarenlang tegen Timmers. Want ja, ze waren nu eenmaal gewend zo te werken. Daar was en is hij het pertinent mee oneens. “Bij een gewoon telefoontje is het contact veel minder persoonlijk. En kun je zeker geen onderzoek doen. Bovendien maken dit soort nieuwe communicatievormen het voor veel patiënten makkelijker om contact met ons op te nemen. Ze kunnen dat vanuit huis doen, of op hun werk. Aan de andere kant helpt het ons dokters om nog beter in verbinding met onze patiënten te blijven.”
Als voorbeeld van zo’n gemaksdienst noemt hij het online inloopspreekkamer, dat hij sinds een paar maanden aanbiedt. Hij was daar al langer mee aan het testen. Maar toen de coronacrisis kwam, hebben de makers van ArtsOnline het systeem versneld uitgerold. Op een beveiligde website maak je als patiënt eenmalig een account aan. Vanaf dat moment kun je je zonder afspraak aanmelden voor het online spreekuur.
Virtuele wachtkamer
“Tijdens de coronacrisis zette ik mijn virtuele wachtkamer drie keer per dag een uur open”, licht Timmers toe. “Daarin kunnen maximaal zes patiënten tegelijk ‘plaatsnemen’. Ze krijgen een SMS-bericht als de laatste persoon vóór hen aan de beurt is. En ook als ze dat zelf zijn. Via een chatfunctie kunnen ze me dan schriftelijke vragen stellen. Als ze dat willen, zet ik de camera aan, zodat we elkaar ook — met beeld — kunnen spreken. Dat gebeurt bijna altijd. Zo heb ik gisteren nog via de videoverbinding de rode plekjes onder iemands voeten van afstand kunnen checken. En van een andere patiënt de ademfrequentie geteld, om te beoordelen of hij benauwd was. Ik schrijf ook medicijnen uit naar aanleiding van een beeldconsult.”
Digitale kloof
De coronacrisis heeft de digitale communicatie dus een enorme boost gegeven.”De zorg is er blijvend door veranderd”, gelooft Timmers. “Wat mij betreft ten positieve. Het is echt een verrijking, voor patiënten én artsen.” Zelf heeft hij het online inloopspreekuur inmiddels in ieder geval een vaste plek in zijn praktijk gegeven. Toch is er één ding waar hij zich zorgen over maakt. “De patiënten met wie ik beeldbel, zijn van alle leeftijden. Maar ik merk wel dat ouderen er vaak huiveriger tegenover staan. Er zijn ook nog steeds mensen zonder computer of e-mailadres. Die kunnen bijvoorbeeld niet van het online spreekuur gebruikmaken. We moeten er dus voor waken dat er een digitale kloof in de zorg ontstaat. Zelf heb ik daarom contact gezocht met de bibliotheek en welzijnsorganisaties in de buurt. Die organiseren allerlei activiteiten om ouderen digivaardiger te maken. Ik vertel daar regelmatig hoe handig internet kan zijn, óók voor het regelen van je zorg. Juist voor ouderen, die gemiddeld meer zorg nodig hebben, is daarin nog een wereld te winnen.” 

[Kader]
E-CONSULT
De ontwikkelingen met het beeldbellen gingen tot de coronacrisis niet zo snel als Timmers had gehoopt. Maar ondertussen zat hij niet stil. Meer dan twintig jaar geleden was zijn praktijk één van de eersten met een eigen website. Sindsdien doet hij ook consulten via de e-mail. Patiënten sturen hem vragen, die hij schriftelijk beantwoordt. Vóór de coronacrisis waren dat er zo’n vijf per dag. Inmiddels ligt dat aantal flink hoger, tussen de tien en de twintig. “In de beginjaren mailden patiënten gewoon naar het algemene e-mailadres van de praktijk”, vertelt hij. “Nu is zoiets ondenkbaar. Een open e-mailserver heeft namelijk niet genoeg beveiligingen ingebouwd om de privacy te kunnen garanderen. Vandaar dat e-consulten alweer jaren via een speciaal beveiligd patiëntenportaal lopen.” 

[Kader]
DIT KAN ÓÓK AL DIGITAAL

  • Je medische gegevens verzamelen en beheren
    Een persoonlijke gezondheidsomgeving is een app of een website, waarin je informatie van al je zorgverleners kunt verzamelen. Dus zowel van je huisarts als van je specialist, apotheker of diëtist. Je kunt deze data niet alleen bekijken, maar er ook zelf informatie aan toevoegen. Bijvoorbeeld eigen meetgegevens, zoals je bloeddruk, gewicht of hartslag. Of correspondentie met je arts in de vorm van e-mails of brieven. Zo heb je al je medische informatie altijd bij elkaar en bij de hand. Desgewenst kun je die met door jou gekozen zorgverleners delen. Op digitalezorggids.nl vind je een keuzehulp om de PGO te vinden, die het beste bij jou past. 
  • Webcamconsult van een dermatoloog
    huidconsult.nl is een website met betrouwbare informatie over huidproblemen en een digitale diagnosetool. Aan de hand van een paar slimme keuzelijstjes kun je zelf tot een diagnose van klachten komen. Je krijgt daar dan achtergrondinformatie en adviezen over. Als je wilt, kun je via de website ook een persoonlijk online consult bij dermatoloog Dick van Gerwen aanvragen. Hij is de bedenker van de site en deed afgelopen decennium al meer dan 10.000 online consulten. In driekwart van de gevallen kon hij op afstand een diagnose stellen.”
  • Fysiotherapie op afstand
    Fysiotherapeuten van het digitale behandelprogramma HelloFysio behandelen patiënten via een online platform. Zo nodig kijken ze via de webcam mee bij het doen van oefeningen. Uit onderzoek van de Radboud Universiteit blijkt dat ze zo met minder behandelsessies een even goed resultaat behalen als bij fysiotherapie met lichamelijk contact.
  • Online therapie bij mentale problemen
    Er zijn allerlei vormen van e-mental-health, van zelftests tot volwaardige gesprekstherapie via chat of webcam. Een succesvol voorbeeld is het zelfhulpprogramma Kleur je leven van Trimbos, bedoeld voor mensen met depressieve klachtenIn acht lessen leren deelnemers anders naar hun sombere gedachten te kijken, minder te piekeren en beter te ontspannen. Behalve voor depressie is er online hulp voor veel meer psychische problemen. Denk aan angstklachten, burn-out en alcoholverslaving. Op mentaalvitaal.nl vind je veel informatie en een overzicht van betrouwbare e-mental-healthprogramma’s.

[Kader]
CIJFERS 

  • 82 procent van de huisartsen en 33 procent van de specialisten bieden patiënten de mogelijkheid om online een herhaalrecept aan te vragen.
  • Bij 68 procent van de huisartsen kunnen patiënten via een beveiligde e-mail, portaal of app een medisch inhoudelijke vraag aan hun arts stellen. Bij 44 procent van de specialisten kan dat ook. 
  • Lang niet alle patiënten maken gebruik van deze digitale mogelijkheden. Zo vraagt slechts 19 procent online herhaalrecepten via internet aan en maakt 12 procent een afspraak via internet.
  • Van de zorggebruikers bekijkt 5 procent zijn medische gegevens bij de huisarts online. 
  • 14 procent maakt gebruik van het digitale dossier van het het ziekenhuis. 
  • Van de patiënten die thuis zorg en ondersteuning ontvangen, gebruikt één op de twintig de mogelijkheid om te beeldbellen met een zorgverlener.

Bron: Nictiz e-healthmonitor 2019. 

 

SPREEKBUIS VAN MUSEUMBEZOEKERS

5 jun

Schermafbeelding 2020-06-05 om 11.19.01

Gepubliceerd in Groninger Museum Magazine, nummer 1/2020. Foto: Wim te Brake.

Van schoolbezoeken tot informatiebordjes, van colleges tot een speciaal Alzheimer-project: de afdeling educatie is de spin het web van het Groninger Museum. Bijna veertig jaar werd die geleid door kunsthistoricus Steven Kolsteren (1954). Nu geeft hij het stokje over aan zijn collega Sander Daams (1981). “Wij slaan een brug tussen het museum en de bezoekers.”

  • Steven Kolsteren (1954) studeerde kunstgeschiedenis aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. In mei 1981 begon hij bij het Groninger Museum.
  • Sander Daams (1981) studeerde sociologie, psychologie en kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Binnenkort rondt hij zijn master Kunsteducatie aan de Hanze Hogeschool af. Voor hij in mei 2019 bij het Groninger Museum in dienst trad, werkte hij onder andere als museumdocent en educator bij het Stedelijk Museum, het Van Gogh Museum en het Rijksmuseum in Amsterdam. 

Je staat er als bezoeker waarschijnlijk niet bij stil, maar zonder afdeling educatie zou je geen rondleiding kunnen volgen. Zouden scholen het museum nooit bezoeken. Zouden de bordjes bij de kunstwerken vermoedelijk minder begrijpelijk zijn. En zou het magazine dat je nu in handen hebt niet bestaan. “Educatoren en museumdocenten zijn de vertalers van het museum”, vat Steven Kolsteren de  functie van hem en zijn collega’s samen. “Wij slaan een brug tussen onze collectie, onze tentoonstellingen en onze bezoekers. Niet van bovenaf, maar samen met de mensen om wie het gaat.”
Die verbinding maken doen ze op allerlei manieren. Zo denken ze voor aanvang van een tentoonstelling mee over hoe een curator die zo kan inrichten, dat die zo goed mogelijk tot  bezoekers komt. “Vroeger werden kunstwerken veelal chronologisch getoond”, verduidelijk Sander Daams. “Tegenwoordig doen we dat op allerlei verschillende manieren. Themagewijs, bijvoorbeeld. Je zet dan items bij elkaar die samen een verhaal vertellen. Daardoor is de impact vaak veel groter.” 

De bezoeker centraal
Maar er zijn veel meer activiteiten. Denk aan rondleidingen voor speciale doelgroepen en samenwerkingen met andere organisaties en andere disciplines, bijvoorbeeld op het terrein van theater, muziek en dans. Belangrijk is ook het museumatelier, waar jong en oud zelf creatief aan de slag kunnen. Door de week voor scholen, onder begeleiding van museumdocenten. In het weekend voor families onder toezicht van een team van atelierjongeren, die zo ervaring in de kunstwereld kunnen opdoen. Want educatie gaat niet alleen over kijken, maar vooral ook over doen.
“Daar ben ik heel trots op”, zegt Steven. “Maar ook op het feit dat we het museum naar mensen toe brengen. Zo hebben we hebben een minimuseum in een airstream caravan uit 1963. Daarmee gaan we festivals af en trekken we de wijken in trekken. We zoeken bewust mensen op, die om wat voor reden ook zelf niet zo gauw een museum bezoeken. In samenwerking met locale organisaties doen we in wijken ook creatieve projecten. Uiteindelijk monden die activiteiten uit in een speciale wijkdag, waarop alle bewoners gratis naar ons museum kunnen. Op die manier willen we de drempel verlagen en laten zien dat kunst er voor iedereen is.”
Zorgen dat het museum letterlijk en figuurlijk voor alle mensen toegankelijk is en dat zoveel mogelijk doelgroepen zich er thuisvoelen: inclusiviteit, heet dat. Het is een thema dat hoog op de agenda van Sander staat, als hij straks het stokje als afdelingshoofd overneemt. “Laatst gaf ik een rondleiding aan een groep vrouwen met een niet-Nederlandse achtergrond. Doordat ze vragen stelden en onderling in gesprek gingen, maakten ze niet alleen verbinding met de kunst, maar ook met elkaar. Hetzelfde gebeurt tijdens onze theatrale rondleidingen voor kleuters en hun ouders. Het is elke keer weer bijzonder om mee te maken. Zo’n ervaring gun je iedereen.”
Voor de duidelijkheid: het laatste wat Steven en Sander willen is bezoekers ‘wel even uitleggen’ wat kunst eigenlijk is. Of hoe je daarnaar moet kijken. Steven: “Voor ons staat de beleving van de bezoeker centraal. Wat doet het met hem of haar? Dat willen we graag naar boven halen. Onze eigen mening — of die van een curator — is daarbij ondergeschikt.” 

Passie delen
De mannen studeerden allebei kunstgeschiedenis, Steven in Nijmegen in de roerige jaren ’70, Sander in de jaren’90 in Amsterdam. Ze komen uit verschillende werelden, kortom. Toch is er — behalve de liefde voor de kunst — één ding dat hen overduidelijk bindt: de behoefte om hun passie met de rest van de wereld te delen. Al tijdens zijn studie wist Steven dat hij zich op kunsteducatie wilde toeleggen. “Veel kunsthistorici doen onderzoek op de millimeter. Detailgeneuzel, noem ik dat. Met hun publicaties bereiken ze hoogstens een paar mensen. Dat is voor mij niet genoeg. Ik wil erover praten, delen, overdragen.”
Voor Sander was datzelfde verlangen zelfs de aanleiding om aan de studie kunstgeschiedenis te beginnen. “Ik studeerde psychologie toen ik in 2009 met mijn vader de openingstentoonstelling van de Hermitage in Amsterdam bezocht”, vertelt hij. “Toen ik daar een museumdocent zag lopen met een groep kinderen, viel het kwartje. ‘Dat wil ik ook doen’, zei ik tegen mijn vader. Van jongs af aan had ik al een grote interesse in kunst. Als ik als kind met mijn ouders naar een museum ging, zocht ik altijd een ansichtkaart uit en deed die in een plakboek. Daar schreef ik dan ook een verhaaltje bij. Het leek me fantastisch om mijn enthousiasme voor kunst met andere kinderen te kunnen delen. Niet lang daarna ben ik overgestapt naar kunstgeschiedenis.” 

Pionieren
Met zijn 39-jarige dienstverband is Steven een van de oudgedienden van het Groninger Museum. In al die jaren heeft hij nooit ergens anders naartoe gewild. “Ik heb in twee gebouwen gezeten en met verschillende directeuren te maken gehad. Daardoor bleef het altijd spannend. Voor mijn gevoel heb ik eigenlijk bij meerdere musea gewerkt.”
Jarenlang vormde hij in zijn eentje de afdeling educatie. Maar vorig jaar is die gegroeid tot acht medewerkers: educatoren, vaste museumdocenten, een outreachmedewerker en een clubmaster van de juniorclub. Daarnaast zijn er freelance atelierjongeren, zogenaamde praatjesmakers en extra museumdocenten. “Zo’n groot, enthousiast team geeft een enorme dynamiek en zorgt voor veel nieuwe ideeën”, aldus Steven. “Het onderstreept bovendien dat de educatierol van het museum steeds belangrijker wordt.”
Eén van de nieuwe mensen die Steven vorig jaar werd aantrok, was Sander, tot dan toe  werkzaam was als educator bij het Rijksmuseum. “Ik moest hier wel even wennen”, erkent die. “Bij het Rijks zat ik op een afdeling met dertig mensen. Allemaal superspecialisten. Zo hield ik me bijvoorbeeld specifiek bezig met educatie voor het primair onderwijs over de Gouden Eeuw. Het was een hiërarchische, geoliede machine. Bij het Groninger Museum zijn we nog veel meer aan het pionieren. En de tentoonstellingen zijn inhoudelijk zo divers! Ik moet echt veel bijleren. Wat dat betreft was het in het begin wel even aanpoten. Maar het is vooral ook erg leuk. Het motiveert me om mezelf steeds opnieuw uit te vinden.”
Amper een jaar na zijn aanstelling besloot de directie Sander als opvolger van de pensioengerechtigde Steven aan te wijzen. “Fantastisch om nu zelf aan het roer te kunnen gaan staan en zo mijn eigen stempel op kunsteducatie te drukken”, zegt hij. “Die kans had ik in Amsterdam vermoedelijk nooit gehad.” 

Kinderbiënnale
Het verbaasde Steven niet dat de directie Sander als nieuw hoofd uitkoos. Ondanks zijn relatief jonge leeftijd brengt hij namelijk veel ervaring mee. Zo werkte hij behalve in het Rijks ook in het Stedelijk en in het Van Gogh Museum. Verder volgde hij in musea in New York trainingen over het toegankelijk maken van musea voor bijvoorbeeld blinden en slechtzienden. “Van al die kennis gaat ons museum enorm profiteren”, aldus Steven. “Maar het allerbelangrijkste is zijn open manier van denken. Sander is enorm nieuwsgierig en enthousiast, voortdurend op zoek naar nieuwe mogelijkheden. En hij is niet bang om zijn stem te laten horen. Dat moet ook, want als spreekbuis van de bezoekers houden wij onze collega’s scherp.”
Een van de projecten waar Sander zich het meest op verheugt, is de Kinderbiënnale die het Groninger Museum in 2021 organiseert. Het wordt een nieuwe manier van tentoonstellen, waarbij interactiviteit vooropstaat. De afdeling educatie heeft hierin het voortouw: Sander is de projectleider. “We nemen bezoekers in het museum sowieso bloedserieus en betrekken ze zoveel mogelijk bij alles wat we doen”, vertelt hij. “Door ze niet alleen rond te leiden, maar ook hun mening te vragen en ze de mogelijkheid te bieden om zelf creatief aan de slag te gaan in ons atelier. Met de Kinderbiënnale gaan we nog een stap verder. Voor het eerst betrekken we kinderen bij het maakproces van een tentoonstelling: ze mogen de helft van de getoonde kunstwerken selecteren. Ze krijgen nu dus echt een hoofdrol.”
Tegen de tijd dat die tentoonstelling in het museum is te zien, heeft Steven al afgezwaaid. Maar het beruchte zwarte gat? Daar vreest hij niet voor. “Ik heb van mijn hobby mijn werk gemaakt”, besluit hij. “En met die hobby ga ik straks gewoon door. Ik blijf lezen en schrijven, over kunst, muziek en film. En tentoonstellingen bezoeken natuurlijk, want daar krijg ik nu eindelijk meer tijd voor. Een kunstenaar gaat nooit met pensioen, hoor je vaak. Een kunsthistoricus ook niet.” 

 

 

LEVENSLESSEN RITZO TEN CATE

5 jun

Schermafbeelding 2020-06-05 om 11.13.22

Gepubliceerd in Trouw, 30 mei 2020 (foto: Merlijn Doomernik)

De coronacrisis treft dak- en thuislozen hard. Sociaal ondernemer en fotograaf Ritzo ten Cate, initiator van daklozenwandelingen in Groningen, leerde tientallen van hen van dichtbij kennen. Zijn ervaringen verwerkte hij in zijn debuutroman, Donkerder, die onlangs verscheen. 

Les 1: De geschiedenis van je ouders vormt je
“Mijn jeugd in Drenthe was idyllisch. Ik groeide op in een klein huisje aan de rand van het bos. Op ons dorpsschooltje in Ees zaten negentien kinderen. In mijn vrije tijd speelde ik om het huis, hielp ik in de moestuin, slingerde ik honing. Als enig kind kreeg ik alle liefde en aandacht van mijn ouders. En van mijn oudoom en -tante, die bij ons in huis woonden.
Pas veel later realiseerde ik me dat er ook een minder fijne kant aan het verhaal zat. Mijn moeders moeder was bij haar geboorte overleden. Haar vader trok dat niet en ging er vandoor. Zijn zus en haar man namen mijn moeder onder hun vleugels en voedden haar op als hun eigen kind. Zij hoorde dat pas als tiener, toen haar ‘vader’ overleed. Een traumatische ervaring, die haar de rest van haar leven mentaal uit evenwicht bracht. Ze raakte arbeidsongeschikt en was, behalve ongelofelijk liefdevol, extreem angstig. Mijn vader moest iedere dag bellen als hij op zijn werk in Assen was gearriveerd. In de brugklas mocht ik niet met de fiets naar school in Emmen. Op vakantie gingen we nooit; mijn moeder was veel te bang dat ons dan iets zou overkomen. Ook mijn vader had trouwens geen makkelijke start. Zijn moeder was niet bepaald blij met hem en behandelde hem als een soort Assepoester. De donkerte van hun ervaringen heeft zich onbewust in mij vastgezet.”

Les 2: Een gekozen familie is ook familie
“Ik was als kind dan wel alleen, maar nooit eenzaam. Van jongs af aan heb ik veel fijne mensen om me heen verzameld. Eerst kinderen van school en mensen uit ons dorp, later vrienden van studie en werk. Zij zijn mijn nieuwe familie geworden, zeker na het overlijden van mijn ouders. Na de dood van mijn vader afgelopen november zetten mijn liefste vrienden ongevraagd een kruis door hun agenda, zodat ze overal met me mee naartoe konden. Bij de condoleance-avond voor mijn moeder stond daar ineens ook Max, één van mijn dakloze vrienden. Om me te steunen was hij speciaal uit Groningen naar Borger gekomen. Ik voel me door hen — mijn gekregen broers en zussen — gehoord, gezien, gedragen.”

Les 3: Maak verbinding
“Of het nu gaat om liefde, vriendschap of een zakelijk project, ik ben altijd op zoek naar oprecht contact. Helaas zijn we het grotendeels verleerd om echt verbinding te maken. We hebben allemaal een rol aangenomen, een masker opgezet, een muur om ons heen gebouwd. We vinden het moeilijk om elkaar aan te kijken, aan te spreken, aan te raken. Daardoor missen we zo veel. De dak- en thuislozen met wie ik heb samengewerkt, zijn wat dat betreft fantastische leermeesters geweest. Zij waren sterk genoeg om zich kwetsbaar op te durven stellen. Om ongemak en schaamte aan de kant te schuiven. Ze vertelden me eerlijk over hun traumatische jeugd, hun drank- en drugsmisbruik, hun criminele verleden. Daarmee zetten ze de deur open om van mens tot mens te te communiceren. Als dat lukt, vallen de verschillen weg en ontstaat er echte verbinding.”

Les 4: Iedereen kan door het luik vallen
“De eerste dakloze die ik ooit zag, was Tokkel uit Assen. Hij stonk en schreeuwde als je hem geen  geld gaf. Volgens mijn vader was hij ooit een geniale gitarist geweest, die nog met Herman Brood en Harry Muskee had gespeeld. Maar als jongetje vond ik hem maar eng. Ook later bleef ik met een grote boog om daklozen en zwervers heenlopen. Dat veranderde toen ik in 2012 zijdelings betrokken raakte bij Street, een theatervoorstelling over en met Utrechtse dak- en thuislozen. Daar leerde ik onder andere Remco en Birhane kennen. Ze namen mij mee naar hun plekken in de stad. Zo ontdekte ik dat Remco een super slimme vent was, met een gymnasiumdiploma en tot zijn 25ste een goede baan. Toen betrapte hij zijn vriendin met een andere man. Hij flipte en bracht totaal in paniek de nacht buiten door. Een dealer bood hem heroïne aan om tot rust te komen. Binnen vijf dagen was hij van een mens veranderd in een dier, dat op straat probeerde te overleven, vertelde hij me. Uiteindelijk zou hij vijftien jaar dakloos blijven. De illegale Birhane uit Soedan bleek net als ik Bedrijfskundige Informatica te hebben gestudeerd. Toen hij weigerde het leger in te gaan, moest hij zijn land ontvluchten. Deze jongens waren geen losers, maar kwetsbare, beschadigde mensen, slachtoffer van hun omstandigheden. Als mijn leven anders was verlopen, had ik zomaar één van hen kunnen zijn.” 

Les 5: Kijk niet weg
“Door mijn ervaringen met Remco en Birhane zag ik de daklozen in mijn eigen Groningen ineens door een andere bril. Ik kon niet langer wegkijken. Van straatkrantverkoper Jonny bijvoorbeeld, die ik dagelijks op de Grote Markt passeerde. In de zomer van 2013 vroeg ik hoe ik hem kon helpen. Hij antwoordde dat hij graag samen een kop koffie wilde drinken. Dat hebben we gedaan. We kletsten wat en ik werd nieuwsgierig naar zijn verhaal. Een week later nodigde ik hem uit om iets te gaan eten. Hij vertelde dat hij de rechterhand van Klaas Bruinsma was geweest, drugstransporten had gedaan, HIV had opgelopen. Ogenschijnlijk konden onze levens niet verder van elkaar afstaan, maar op dat moment grepen ze even in elkaar. De vragen vlogen over en weer. Uit verbazing en verwondering lieten we onze quiche koud worden. Ik wenste anderen ook zo’n ervaring en schreef er een blog over: ‘Hoe drink je gewoon een kop koffie met een dakloze’. Hoewel de post duizenden keren werd gelezen en honderden keren gedeeld en geliket, durfde bijna niemand het aan daadwerkelijk de stap te zetten. Dan moet ik ze op een andere manier over de streep trekken, dacht ik. Zo ontstond het plan om daklozenwandelingen te gaan organiseren.”

Les 6: Niemand wordt zomaar dakloos
“In Groningen zijn zo’n duizend zwervers. Tussen de zestig en honderdvijftig van hen slaapt op straat. Door de wandelingen leerde ik tientallen van dichtbij kennen. Alcoholisten. Junks. Straatrovers. Overvallers. Ex-TBS-er’s. Mensen die ik vroeger als overlast veroorzakende klaplopers zag. Ze bleken allemaal ernstig beschadigd te zijn, vaak al op heel jonge leeftijd. Ik ontmoette een man, die op zijn negende net zo verslaafd was aan alcohol en wiet als zijn broer van elf. Ik sprak iemand die als peuter door zijn familie was mishandeld en nog iedere nacht badend in het zweet wakker werd. Ik zag wat het met je kan doen als je hyperactief en creatief bent, terwijl je omgeving vindt dat je gewoon stukadoor moet worden. Hun verhalen maakten stuk voor stuk diepe indruk op me. Dat van Max misschien wel het meest. Zijn ouders stonden hem af aan zijn grootouders, zijn vader deed jaren alsof hij zijn broer was. Zijn ervaring kwam wel heel dicht bij die van mijn eigen familie. Pas op zijn dertiende ontdekte Max hoe het echt zat. Hij voelde zich bedrogen, belandde op straat en in verschillende jeugdinrichtingen. Na veel krabbelen en opstaan, inclusief een gevangenisstraf wegens een gewapende overval, werd hij door gedoe met de Belastingdienst rond zijn vijftigste opnieuw dakloos dakloos. Het kopje koffie, een luisterend oor en af en toe gewoon een gesprek van mens tot mens was precies wat hij nodig had om zich aan de ellende te ontworstelen en zijn leven op de rit te krijgen. Nu heeft hij weer een eigen huisje.”

Les 7: Schijn licht op donkere plekken
“Zo verschillend als we waren, ik herkende toch iets van mezelf in mijn zwervende straatgidsen. Hun trauma’s maakten me bewust van mijn donkere kant. Van de angst en pijn die ik onbedoeld van mijn ouders had meegekregen. Zij hadden hun hele leven gewankeld, en ik wankelde met ze mee. Dat dreigende, sombere gevoel werd sterker nadat mijn moeder in 2015 stierf en ik met mijn toenmalige vriendin haar bezittingen moest opruimen. Vijf bouwcontainers vol haalden we uit het huis. Eindeloze hoeveelheden overbodige spullen, die ze gedurende haar leven had verzameld. Uit angst voor ik weet niet wat. Zat die negatieve energie ook in mij? Zou ik net als haar kunnen omvallen? Van die gedachte werd ik heel onrustig. Ik ging minder goed voor mezelf zorgen, kreeg een kort lontje. Het kostte me mijn relatie. Ik moest mezelf óók opruimen, realiseerde ik me. Ik praatte met een psycholoog en deed lichaamswerk. Ging wandelen, mediteren, gezonder eten, vechtsport doen. Als onderdeel van het helingsproces besloot ik in de winter van 2016 de duisternis letterlijk op te zoeken en op retraite te gaan in Lapland. Alleen, zonder computer of telefoon. Daar, in een boerderijtje, omringd door sneeuw, krabbelde ik op losse papiertjes flarden van een verhaal. Het was het begin van het boek dat er nu ligt. Zo heb ik de donkerte van me afgeschreven.” 

Les 8: De coronacrisis treft dak- en thuislozen hard
“Van de straatgidsen hoor ik dat in Groningen nu een flink aantal vaste opvangplekken dicht is, of op zijn minst gesloten is geweest. Onder andere omdat het vaak lastig is om daar voldoende onderlinge afstand te houden. Gelukkig zijn er altijd creatievelingen die een oplossing verzinnen. Zo is de gesloten nachtopvang in de Schoolstraat tijdelijk verhuisd naar het chique hotel Schimmelpenninck Huys. Daar hebben nu veertig daklozen onderdak, ieder met een eigen kamer. Een geluk bij een ongeluk. Voor de meeste zwervers betekent de coronacrisis echter: niet even samen koffie drinken, geen dagbesteding, geen contact met matties of hulpverleners. Ze zijn de rust van hun dagritme kwijt. Zonder structuur en afleiding beginnen de monstertjes in hun hoofden weer te schreeuwen. Dat merken wij dan op straat, in de vorm van overlast. Het merendeel maakt zich bovendien zorgen over zijn gezondheid. In deze tijd hebben dak- en thuislozen onze aandacht en steun dus extra nodig. Misschien een goede reden om toch eens die kop koffie te doen.”

[Kader]
Sociaal ondernemer en fotograaf Ritzo ten Cate (Assen, 1977) studeerde Bedrijfskundige Informatica aan de Hanze Hogeschool en Bedrijfskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Samen met Ronald Mulder richtte hij in 2005 De Ondernemers BV op, dat bedrijven hielp met strategie, business development en marketing. In 2011 ging hij zelfstandig verder. Na een ontmoeting met straatkrantverkoper Johnny initieerde hij in 2013 stadswandelingen door Groningen onder leiding van dak- en thuislozen. In 2016 kreeg hij (inter)nationale bekendheid met Caught in the App, een project waarvoor hij foto’s maakte van mensen die al lopend opgingen in hun smartphone. Vorige maand verscheen bij uitgeverij Palmslag zijn debuutroman, Donkerder. Ten Cate woont in Groningen en heeft een relatie.
ritzotencate.com

 

%d bloggers liken dit: