Archief | Plus Woman RSS feed for this section

RUZIE OM DE ERFENIS

3 Feb

Dit artikel is gepubliceerd in Plus Woman van januari 2010.

Broers en zussen maken steeds vaker ruzie over de erfenis, blijkt uit onderzoek onder notarissen. Dat heeft meestal niets te maken met hebberigheid, maar alles met onverwerkte gevoelens. Hoe verdeel je de erfenis zo, dat alle kinderen er tevreden over zijn?

Marja (53) heeft haar moeder het jaar voor haar dood intensief verzorgd. Dat had ze drie jaar eerder bij haar vader óók al gedaan. Zij vindt het daarom logisch dat zij eerste keus heeft bij het verdelen van de spullen uit het ouderlijk huis. Haar zussen Petra (51) en Els (48) zien dat heel anders. Volgens hen was Marja als oudste altijd al het lievelingetje van hun ouders. Ze vinden dat zij nu eens als eerste aan de beurt mogen zijn.’

Verhoudingen op scherp

Een kind dat om wat voor reden dan ook meer krijgt dan de andere(n): het is vaak de oorzaak van problemen met de erfenis. Als het alleen om geld gaat lijkt de oplossing simpel; volgens de wet krijgt ieder immers een gelijk deel. Maar wat als ouders tijdens hun leven één van de kinderen al wat geld hebben toegestopt, en de rest niet? Grote kans dat de anderen zich dan tekort gedaan voelen. En dat willen compenseren, bijvoorbeeld door de meest dierbare spullen op te eisen

“Na de dood van hun ouders worden broers en zussen met hun neus op het verleden gedrukt”, zegt Else-Marie van den Eerenbeemt. “Oud zeer dat diep weggestopt zat, duikt opeens weer op en zet de verhoudingen op scherp.”

Van den Eerenbeemt heeft als familietherapeut en docent familiebetrekkingen en nalatenschapmediation veel onderzoek gedaan naar problemen rond nalatenschap. Omdat gevoelens in de periode van rouw onvoorspelbaar heftig naar boven komen, verloopt het verdelen van de erfenis volgens haar niet altijd vlekkeloos.

“Het is een periode waarin de rekening van geven en nemen, van vreugde en verdriet in het gezin wordt opgemaakt. Wie kreeg vroeger de meeste aandacht? Wie kwam er tekort? Wie heeft er het meest voor de ouders gezorgd? Om er met de erfenis uit te komen, moeten conflicten daarover eerst worden opgelost.”

Je gevoelens na de dood van je ouders op een rijtje zetten is al moeilijk genoeg, laat staan dat je daar ook nog met je broers en zussen over moet praten. In plaats daarvan wordt er vaak over spullen geruzied.

Van den Eerenbeemt: “Elk kind heeft zijn eigen, unieke geschiedenis met zijn ouders. Die wil hij terugzien bij het verdelen van de erfenis. Meestal heeft een ruzie over een tafel of een schilderij niets te maken met de financiële waarde. Het gaat om het gevoel waar het ding voor staat, bijvoorbeeld aandacht of veiligheid. Zo kan het oude naaitrommeltje van mam de bevestiging zijn van de speciale band tussen moeder en dochter. Of de oude, gehavende stoel van pa als goedmakertje voelen voor het feit dat hij er nooit was voor zijn zoon.”

Herinneringen in een koffer

Sommige ouders denken verstandig te zijn door van te voren alles te regelen. Die plakken bijvoorbeeld stickers op hun spullen.

“Niet zo handig”, vindt Van den Eerenbeemt. “Want misschien wilde de andere dochter óók dat ene vaasje. Zij voelt zich dan later tekort gedaan. Het is beter om een lijst op te stellen van de spullen, waarop iedereen kan aankruisen wat hij of zij het liefste wil. Kiezen meerdere kinderen hetzelfde? Dan kun je daar vervolgens om loten.”

Is het moment van verdeling eenmaal daar, dan is het volgens Van den Eerenbeemt belangrijk om tot een oplossing te komen waar iedereen zich goed bij voelt.

“De afwikkeling van de nalatenschap van je ouders heeft invloed op de rest van je leven. Soms drijft een conflict het gezin voorgoed uiteen, maar vaak brengen erfenissen broers en zussen juist dichter bij elkaar. De verdeling van spullen biedt namelijk ook een grote kans op verzoening.”

Een heel praktische oplossing vindt zij dingen die iedereen graag wil hebben in de familie rond te laten gaan. “Zo’n collectie hoeft niet alleen uit kostbare voorwerpen te bestaan. Ook fotoalbums of speelgoed kunnen prima uitgewisseld worden. Stop ze in een mooie herinneringskoffer, die tijdens een jaarlijkse reünie –op de trouwdag van je ouders bijvoorbeeld – wordt overgedragen aan de volgende in de rij. Daarna eet je gezellig met z’n allen. Op die manier versterkt de erfenis de familieband juist.”

Het onderliggende gevoel

Als de emoties over de verdeling van de erfenis hoog oplopen, is het soms moeilijk om er nog onderling uit te komen. In dat geval kan het verstandig zijn hulp in te schakelen, bijvoorbeeld van een nalatenschapcoach. Maartje van Hazendonk was twee jaar geleden de eerste die zich met dat beroep in Nederland vestigde. “Ik werkte al tien jaar met veel plezier als kandidaat-notaris. Vooral het familierecht vond ik leuk, vanwege het nauwe contact met mensen en de emoties die daar bij kwamen kijken.”

Regelmatig liep een erfeniskwesties op een waar drama uit. ‘Dat moet anders kunnen’, dacht Van Hazendonk. Ze volgde opleidingen tot coach en mediator, en vestigde zich als zelfstandige nalatenschapcoach. Het bleek een gat in de markt te zijn. Inmiddels zijn er al een stuk of tien van in Nederland.

Waarin onderscheidt Van Hazendonk zich van andere ‘hulpverleners’ op de erfenismarkt, zoals boedelverdelers? “Die richten zich op het praktische werk, zoals het verdelen van de spullen, of het opzeggen van verzekeringen. Dat kan ik ook doen, maar broers en zussen komen toch vooral bij mij om stroeve onderhandelingen over de erfenis vlot te trekken. Vaak hebben ze allemaal een stelling ingenomen, waar ze niet meer van willen afwijken. Ik help ze dan om weer met elkaar in gesprek te gaan.”

Bepaalde situaties maken de afwikkeling van de erfenis bijna altijd lastig, volgens Van Hazendonk. Met stip op één: een familiebedrijf. Maar ook over een huis in het buitenland en kostbare erfstukken kan makkelijk ruzie ontstaan. Zelfs als er een duidelijk testament is. “Uiteindelijk draait het om het onderliggende gevoel van de kinderen. Dat verandert niet door een stuk papier.”

Van Hazendonk heeft wel eens meegemaakt dat twee zussen elkaar letterlijk in de haren vlogen. “Hun hele leven was er al sprake van rivaliteit. De enige manier waarop ze met elkaar konden communiceren, was met verwijten en agressie. ‘Jij gunt mij ook nooit iets!’, riep de één steeds tegen de ander. Tijdens een gesprek met mij erbij viel het kwartje: ze vochten niet over de erfenis, maar – net als vroeger – om de aandacht van hun moeder. Zodra dat duidelijk was, werden de spullen ineens minder belangrijk. Bij de volgende bijeenkomst vielen ze elkaar zelfs in de armen!”

Een uur per gezinslid

Zo’n ‘aha’ moment zorgt in bijna elke zaak voor de ommekeer, aldus Van Hazendonk.

“De loyaliteit tussen broers en zussen is in de meeste gevallen heel sterk. Maar omdat de rekening over de liefde van de ouders vereffend moet worden, veranderen ze in rivalen. Ze willen wel samen verder, maar ze weten niet meer hoe. Ik probeer de vertroebelde verhoudingen boven tafel te krijgen. Uiteindelijk draait het maar om één ding: erkenning van elkaars gevoel. Als je begrijpt dat je broer boos is omdat hij altijd dacht dat hij minder goed was dan de rest, wordt het veel makkelijker om hem bepaalde zaken te gunnen. Van je overleden ouders kun je geen erkenning meer krijgen. Maar als broers en zussen kun je achteraf nog een hoop goedmaken.”

Er komen vooral grote gezinnen in haar praktijk, met minimaal drie of vier kinderen. Die

hebben allemaal hun eigen rol in de familie, ziet ze. “Oudere kinderen voelen zich verantwoordelijk, nemen de leiding en zijn tussen de regels door van mening dat ze recht hebben op meer dan de anderen. Het middelste kind trekt zich vaak terug en de jongste voelt zich dikwijls bij voorbaat miskend. Net als toen ze klein waren. Mijn taak is er voor te zorgen dat iedereen voldoende aan zijn trekken komt. Zo niet, dan heb je kans dat de ruzie tijden later alsnog oplaait.”

Hoeveel tijd en geld het kost om tot een bevredigende oplossing te komen, verschilt van gezin tot gezin. “Als vuistregel hanteer ik: minimaal één uur per gezinslid. Verdeeld over meerdere sessies, want je hebt tijd nodig om dingen te laten bezinken. Bij een gezin met vier kinderen en een uurtarief van €150 komt dat neer op € 600.”

Het liefst nodigt ze alle betrokkenen uit, ook broers en zussen die zeggen dat ze niets hoeven, of die al jaren geen contact met de familie hebben. “Hen wil je er juist bij hebben, omdat daar vaak een wereld van pijn en verdriet achterzit. Als je die niet  aanpakt, blijft dat de onderlinge relaties voor altijd negatief beïnvloeden.”


De mooiste erfenis: harmonie

Wanneer familieleden elkaar weer weten te vinden, is de juridische en belastingtechnische afwikkeling van de nalatenschap meestal snel voor elkaar. Maar het lukt niet altijd, geeft ze toe. “Soms blijven erfgenamen liever boos op elkaar.”

Tot nu toe is het één keer voorgekomen, dat een vader zich met zijn volwassen kinderen bij Van Hazendonk meldde. Zij kwamen er onderling niet uit hoe het na het overlijden van vader verder zou moeten met het familiebedrijf.

“Een heel goed idee om in zo’n situatie hulp in te roepen”, vindt ze. “Want ook bij ruzie over de erfenis geldt: voorkomen is beter dan genezen. Er zijn maar weinig ouders en kinderen die bij leven over het onderwerp durven te praten. Zonde! Door dan duidelijke afspraken te maken, laat je je kinderen misschien wel de meest kostbare erfenis na: harmonie en saamhorigheid in de familie.”

Tot slot wil Van Hazendonk graag nog één ding kwijt. “Kinderen praten vaak in termen van ‘ik heb recht op’ als het over de erfenis gaat. Maar zo vanzelfsprekend is dat niet. Ouders kunnen tijdens hun leven alles opmaken, als ze daar zin in hebben. Zie het eerder als een voorrecht dan een recht om iets te erven. Welke vorm het ook heeft: dat is iets om dankbaar voor te zijn.”

[Kader]

Meer weten?

  • Voor meer informatie over de praktijk van Maartje van Hazendonk: http://www.denalatenschapscoach.nl.
  • Else-Marie van den Eerenbeemt, De liefdesladder – Over familie en nieuwe liefdes (Uitgeverij Archipel, 2007).
  • Else-Marie van den Eerenbeemt, Door het oog van de familie – Liefde, leed en loyaliteit (Uitgeverij Bert Bakker, 2008).

[Kader]

Suggesties voor erfenisverdelers

  • Betrek alle broers en zussen bij de boedelverdeling. Vraag naar elkaars behoefte.
  • Als één van de kinderen zegt ‘ik hoef niets’, doe dan extra je best hem of haar erbij te betrekken.
  • Geef erkenning aan broers of zussen die voor de ouder(s) hebben gezorgd.
  • Laat partners buiten de discussie.
  • Laat spullen die iedereen wil hebben in de familie rouleren.

Tips voor ouders

  • Maak een testament.
  • Sluit geen enkel kind uit, en trek niemand voor.
  • Kies een buitenstaander die het gezin goed kent als executeur-testamentair.
  • Laat de kinderen op een lijst aankruisen welke spullen ze het liefst willen hebben. Bespreek dat gezamenlijk.
  • Houd de schoonfamilie erbuiten.

Uit: Else-Marie van den Eerenbeemt, De liefdesladder – Over familie en nieuwe liefdes (Uitgeverij Archipel, 2007).

Advertenties

AFSTAND NEMEN OM SAMEN TE BLIJVEN

24 Jan

Dit artikel is gepubliceerd in Plus Woman van januari 2010.

Een huwelijk duurt gemiddeld veertien jaar. Maar scheiden doet lijden. Dus hoe zorg je ervoor dat jullie wel samen blijven? De Belgische relatietherapeut Alfons Vansteenwegen (37 jaar getrouwd) geeft advies.

Was een huwelijk honderd jaar geleden vooral een praktische overeenkomst, vandaag de dag draait een relatie veel meer om zelfontplooiing, en het vervullen van persoonlijke behoeftes. Een goede ouder zijn, je ontwikkelen op je werk, een beter mens worden; je wilt dat je partner je daarin steunt. Door een dag in de week voor de kinderen te zorgen bijvoorbeeld, of je net dat emotionele duwtje in de rug te geven om weer te gaan studeren. Naast een eerlijke verdeling van het huishouden natuurlijk. Kortom: er worden steeds hogere eisen aan een relatie gesteld.

Midlifecrisis

Dat dat juist bij veertigers problemen oplevert – de gemiddelde leeftijd waarop mensen scheiden is voor vrouwen 41 en voor mannen 44 – is niet zo verwonderlijk, meent Alfons Vansteenwegen. “Het is de beroemde midlifecrisis. Je kinderen worden groter, en daarmee minder afhankelijk. De kansen op een nieuwe baan worden met het stijgen van de leeftijd kleiner. In je omgeving krijg je te maken met mensen die ernstig ziek worden, of misschien zelfs overlijden. Je beseft dat het leven eindig is. Als je nog wat anders wilt, moet het nu, zo voelt het. Oók als het om de liefde gaat. Irritaties over je partner die al jaren sluimeren komen dan vaak ineens in alle hevigheid naar boven. Zeker als die nooit uitgesproken zijn.”

In zo’n situatie ligt verliefdheid op een ander op de loer. Leidt die tot een affaire, dan levert dat volgens Vansteenwegen meestal niets dan ellende op. Overspel komt immers bijna altijd uit. Het vertrouwen wordt diep geschaad, met mogelijk het einde van de relatie tot gevolg.

“Het besluit om uit elkaar te gaan wordt dikwijls impulsief genomen, in een moment van verdriet of woede. Eén of twee jaar later hebben heel wat mensen spijt, zo blijkt uit onderzoek. Ze vragen zich af of ze alle energie van de breuk niet beter hadden kunnen gebruiken om de relatie te redden. Begrijp me goed, ik ben niet tegen scheiden – het kan heel verstandig en moedig zijn. Maar je moet het weloverwogen doen. Het kost tijd om het  trauma van een affaire te verwerken. Gemiddeld zo’n twee jaar. Neem dus geen overhaast besluit om er een punt achter te zetten. Als je een crisis samen weet te verwerken, wordt de band er uiteindelijk vaak sterker van.”

Bekeringsdrang

Als je pas verliefd bent, lijkt je partner in alle opzichten ideaal. Hij kan letterlijk niets verkeerd doen. Maar zodra de roze wolk verdwijnt, komen de eerste irritaties boven. Is het echt nodig dat hij zoveel geld aan elektronische gadgets uitgeeft? En waarom wil hij maar niet snappen dat vuile was in de wasmand hoort, en niet ernaast? Dan steekt het bekeringsmonster de kop op. Als je hem maar vaak genoeg op zijn ongepaste gedrag wijst, kun je die onhebbelijkheden nog wel wat bijschaven. Toch?

“Dat soort bemoeizucht is de grootste valkuil van een langdurige relatie”, meent Vansteenwegen. “Je dwingt iemand iets te zijn wat hij niet is. Onmogelijk! Mensen veranderen nauwelijks, zeker niet boven de veertig. En al helemaal niet op bevel.”

Dat je voor een goede relatie in alles hetzelfde moet zijn, is volgens hem een hardnekkig misverstand. “Samenleven betekent niet dat je een kopie van elkaar moet worden. Integendeel, het is juist het leren omgaan met de verschillen.”

Over de grote keuzes van het leven zijn partners het vaak wel eens. Het zijn juist de kleine verschillen die zich dag in dag uit herhalen, die de heftigste reacties oproepen. Of het nu gaat over het dopje van de tandpasta of de manier waarop iemand met geld omgaat: de kans is groot dat je een allergie voor elkaars gedrag ontwikkelt. Als dat met verwijtende opmerkingen gepaard gaat, kunnen die irritaties in de loop der tijd tot enorme proporties uitgroeien. Eén vieze sok op de grond is dan al voldoende om een heftige ruzie te ontketenen.

Overigens zijn bemoeizuchtige opmerkingen, bijvoorbeeld over hoe de ander zich netter kan kleden of beter met de kinderen kan omgaan, vaak goed bedoeld. Vansteenwegen: “Je wilt het beste voor je partner. Maar dan wel op jouw manier. De achterliggende boodschap is: ‘ik weet beter dan jijzelf wat goed voor je is’. Daarmee kleineer je hem of haar. Dat wekt weer nieuwe irritaties op. Voor je het weet verzand je in een vicieuze cirkel van verwijten en ruzies, zonder dat er daadwerkelijk iets verandert.”

Mentaal scheiden

Leuk of niet: in een langdurige relatie zul je altijd met verschillen in gewoontes en behoeftes te maken hebben. De ene persoon is nu eenmaal socialer, netter, serieuzer, of sensueler dan de andere. Om ervoor te zorgen dat dat geen onoverkomelijk probleem wordt, is er volgens Vansteenwegen maar één oplossing: elkaar accepteren zoals je bent. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Kun je zo maar ophouden je aan de ander te ergeren?

“Natuurlijk niet”, beaamt Vansteenwegen. “Dat kost tijd. De beste raad die ik kan geven is: neem afstand van elkaar. Letterlijk en figuurlijk. Eigen interesses, eigen bezigheden, eigen vrienden: het is dé voorwaarde om het op de lange duur samen te kunnen blijven.”

‘Mentaal scheiden’, noem Vansteenwegen het, oftewel: zorgen dat je binnen de relatie een zelfstandig persoon blijft. “Dat maakt je sterk. Een eigen leven zorgt voor voldoening en zelfvertrouwen. Controle over je partner wordt minder belangrijk, en het bemoeien dus ook. De relatie wordt er gelijkwaardiger door.”

Niet alleen dat, het helpt ook om de verschillen tussen beide juist als iets positiefs te zien. Een andere aanpak maakt dat je elkaar kunt bewonderen, en dat je van elkaar kunt leren. Als je man bijvoorbeeld heel efficiënt en doelgericht is, kun je dat van hem afkijken en zo sneller je eigen idealen realiseren. Verschillen helpen je het beste uit elkaar te halen.

Vansteenwegen: “Gelukkige stellen houden van elkaar dankzij de verschillen, niet ondanks. Lief zijn voor elkaar, daar draait het om. Je bent er voor de ander als die je nodig heeft, maar je geeft hem ook de ruimte om vrij te zijn. Je hebt iets voor hem over, zonder dat je er zelf beter van hoeft te worden. Als je op die manier met elkaar omgaat, ontstaat er ruimte voor een ander soort contact, waarbij je oprechte interesse toont en werkelijke gevoelens deelt. Dat houdt je betrokken bij elkaar.”

Confrontatie loont

De verschillen accepteren betekent niet dat je je eigen behoeftes en frustraties dan maar aan de kant moet schuiven, integendeel. Uit onderzoek blijkt dat in succesvolle langdurige relaties partners regelmatig hun gevoelens met elkaar delen. Oók de negatieve. Dat lucht op, en creëert de mogelijkheid om tot een compromis te komen.

Helaas durven partners zich vaak niet helemaal eerlijk uit te spreken. Wat als hij je niet begrijpt, of je hem kwetst? Die voorzichtigheid verziekt de relatie, aldus Vansteenwegen.

“Door iemand te sparen zeg je impliciet dat je geliefde de waarheid niet aankan, dat hij zwak is. Dat getuigt van weinig respect. Bovendien werkt het ook niet. Uiteindelijk komt de pijn er toch wel uit, maar dan in de vorm van verwijten. ‘Je bent ook altijd weg!’, zeg je dan, terwijl je eigenlijk bedoelt: ‘ik heb me gisteravond zo alleen gevoeld’.”

Als je lang samenleeft, denk je dat je wel weet wat je partner vindt of voelt. Maar in de praktijk valt dat flink tegen. Vansteenwegen: “Het is altijd beter om specifiek naar de gedachten en gevoelens van je partner te vragen. Zelfs als je al twintig jaar samen bent. Zo voorkom je misverstanden. Omgekeerd geldt hetzelfde. Laat je partner niet raden, maar durf je eigen wensen en verlangens uit te spreken. Het is misschien even wennen, maar de ander confronteren maakt de liefde alleen maar sterker.”

Voorwaarde is wel dat de spreker niet in verwijten vervalt. En dat degene die luistert meeleeft zonder te oordelen. “Dat is lastig”, erkent Vansteenwegen. “Er heerst een hardnekkig misverstand dat begrip tonen hetzelfde is als het ermee eens zijn. Lariekoek! Het gaat erom dat je het gevoel van de ander serieus neemt, ongeacht wat je er zelf van vindt. Vervolgens kun je naar een oplossing zoeken waar je je beide in kunt vinden.”

Dat doe je volgens hem door erover te onderhandelen. Geef daarbij niet te gauw toe om er maar vanaf te zijn. Als je iets belooft, moet je dat wel waar kunnen maken. Zorg voor concrete afspraken. Dus niet: ‘we gaan meer met elkaar praten’, maar ‘door de week na het avondeten, voor de tv aangaat, praten we vijftien minuten met z’n tweeën’. Zo kom je tot de best mogelijke situatie voor ieder afzonderlijk, en voor beide samen.

Seksuele verschillen

Het verschil dat misschien wel de meeste problemen oplevert, is de behoefte aan seks. Mannen willen heel de relatie lang meer seks dan vrouwen. Ze denken er vaker aan, en zijn er sneller klaar voor. Vrouwen krijgen meestal pas zin door het vrijen zelf. Oftewel: als je wacht op het moment dat je allebei tegelijkertijd spontaan seks wilt, komt het er waarschijnlijk nooit van.

Vansteenwegen: “Seks is in een langdurige relatie bijna nooit vanzelfsprekend. De ene vrijt het liefst elke dag, voor de ander is eens per maand genoeg. De ene wil snel, de ander langzaam. De ene doet het liefst ’s ochtends, de ander ’s avonds. Het gevolg is dat partners elkaar gaan vermijden, bijvoorbeeld door eerder of later naar bed te gaan, of ver van elkaar af te gaan liggen. Helaas lost dat niets op; het probleem wordt er juist erger door.”

Dat je nooit precies hetzelfde zult willen, betekent niet dat je niet van seks kunt genieten. Ook hier geldt weer: je moet erover praten. Afspraken maken over hoe vaak je opgewonden wordt gaat natuurlijk niet. Maar bijvoorbeeld wel over hoe je graag verleid wilt worden. Of je komt overeen om het de ene keer te doen zoals jij het fijn vindt, en de andere keer zoals je partner het graag wil.

Volgens Vansteenwegen is het heel belangrijk om bewust tijd vrij te maken voor seks, zeker als je nog thuiswonende kinderen hebt. Maar wordt het niet erg geforceerd als je ‘vrijen’ in de agenda zet? “Zeker. Plan daarom liever gewoon tijd samen. Seks hoeft dan niet per se, maar het kan in ieder geval. Als een van beide niet in de sfeer komt, moet die dat ook zeggen. Vrijen tegen je zin drijft partners alleen maar verder uit elkaar.”

Tot slot wil Vansteenwegen graag nog één ding kwijt. “De perfecte relatie bestaat niet. Als je over het geheel genomen tevreden bent, is dat goed genoeg. Na twintig jaar nog naar heftige passie verlangen is onrealistisch. Maar de intimiteit en vertrouwdheid die er voor in de plaats komen, vind je alleen in een langdurige relatie. Dat gevoel is onvervangbaar.”

[Kader]

Zo hou je je relatie goed

  • Koester de verschillen. Zie ze als een kans om van elkaar te leren.
  • Toon je interesse en waardering aan elkaar door dagelijks te kletsen en te knuffelen.
  • Wees eerlijk over je gevoel. Probeer de ander niet te sparen.
  • Blijf duidelijk maken wat je wilt. Verwacht niet dat je partner na al die jaren wel weet wat je wilt. Andersom geldt hetzelfde.
  • Irritaties bespreken? Begin dan met te benoemen wat er wél goed gaat. Dat vergroot de kans dat de ander je serieus neemt en naar je luistert.
  • Praat in wensen, in plaats van verwijten. Dus niet: ‘jij hebt ook nooit ergens zin in’, maar ‘ik vind het zo leuk om er samen op uit te gaan en dat mis ik de laatste tijd.’ Zo voorkom je dat in ‘welles-nietes’ vervalt.
  • Onderhandel over een compromis waar je beide mee kunt leven.
  • Creëer een ‘eilandje’ voor jezelf: een plaats of situatie waarin je je kunt terugtrekken en met je eigen gedachten bezig kunt zijn.

[Kader]

Wanneer in therapie?

Volgens Vansteenwegen lossen de meeste problemen zich in de loop van de tijd vanzelf op. Ben je er na een jaar nog niet uit, of blijven dezelfde irritaties en verwijten steeds terugkomen, dan is het verstandig om de hulp van een relatietherapeut in te schakelen. Heeft een van beide partners een affaire gehad, dan kun je dat beter zo snel mogelijk doen. Bij twijfel geldt: liever te vroeg dan te laat. Na hun 40ste zullen mensen hun gewoontes niet zo gauw meer veranderen. Maar leren om elkaar beter te begrijpen en de verschillen tussen partners te accepteren heeft op elke leeftijd zin.

[Kader]

Wie is Alfons Vansteenwegen?

Prof. dr. Alfons van Steenwegen (68), psycholoog, seksuoloog en relatietherapeut, was jarenlang voorzitter van het Instituut voor Familiale en Seksuologische Wetenschappen aan de Katholieke Universiteit Leuven. Hij is auteur van bestsellers als Liefde is een werkwoord (met spelregels voor een duurzame relatie), Hoe overleef je een liefdesaffaire (over overspel), Vreemdgaan met je partner (over omgaan met verschillen in een relatie) en Als liefde zoveel jaar kan duren (over genieten van je relatie na je 50ste). Sommige daarvan schreef hij samen met zijn echtgenote Maureen Luyens, eveneens relatietherapeut. Ze hebben drie zonen en een dochter. In 2007 werd zijn werk bekroond met de prestigieuze Nederlandse seksuologieprijs Emde Boas – Van Ussel.

Martine (47) en Ron (48) de Vogel zijn 27 jaar bij elkaar, waarvan 18 getrouwd. Ze hebben een dochter van 15 en een zoon van 12.

“Ron staat heel makkelijk ik het leven, ik heb nog wel eens de neiging om te piekeren. Dat is typisch zo’n verschil waarin we elkaar goed aanvullen. Ik stimuleer hem, hij stelt mij gerust. Daar komt af en toe best een stevige discussie aan te pas, bijvoorbeeld over tot hoe laat onze dochter uit mag. Maar uiteindelijk vinden we elkaar altijd in het midden. Een goed voorbeeld voor de kinderen: zo zien ze dat je van elkaar kunt leren.

Na 27 jaar vind ik Ron nog steeds de leukste en liefste vent ter wereld. Hij is sociaal, grappig en positief; allemaal zaken die ik in hem bewonder. Hij houdt rekening met mij, en ik met hem. Als ik ’s ochtends opsta, heeft Ron de koffie al voor me klaargezet. En als hij een keer laat thuis is, wacht ik op hem – we gaan altijd tegelijkertijd naar bed. Heerlijk, om zo voor elkaar te zorgen. Verder plannen we één avond in de week voor ons tweeën. Dan nemen we uitgebreid de tijd om bij te kletsen. Alles is bespreekbaar, zelfs de schoonfamilie! Zo blijven we bij elkaar betrokken.

Hoe lang we ook samen zijn, we blijven nieuwsgierig naar elkaar. Omdat we beide ons eigen leven hebben – werk, vrienden sport – raken we nooit uitgepraat. Er is een goede balans tussen ‘ik’ en ‘wij’.

De laatste tijd hebben we een aantal mensen in onze omgeving verloren, ook van onze eigen leeftijd. Dat relativeert enorm. Hoe belangrijk is het dan dat Ron nooit zo netjes zal worden als ik? We hebben elkaar tenminste nog.”

Angélique Komen (43) en André de Jeu (45) zijn 26 jaar samen. Ze hebben een dochter van 11 en een zoon van 8.

“André was mijn eerste echte vriendje. Het was meteen serieus tussen ons. Ik weet nog dat ik dacht: ‘ik wil andere ervaringen opdoen voordat ik me aan iemand bind!’ Daar is het nooit van gekomen; hij was de man voor mij.

Het geheim van onze relatie is dat we elkaar heel erg vrij laten. We hoeven niet zo nodig alles samen te doen. Juist niet, daar zou ik gek van worden.

André geeft me de ruimte om te doen wat ik leuk vind, of dat nu om mijn carrière gaat, of om uitstapjes met vriendinnen. Hij neemt mijn wensen serieus, en steunt me in mijn keuzes; ik voel me door hem gewaardeerd. Dat maakt het makkelijk om voor hem hetzelfde te doen. We gunnen elkaar het beste.

Het is niet altijd zo soepel gegaan als nu. Vijftien jaar geleden kwamen we in een crisis terecht. Door emotionele en praktische problemen werden we uit elkaar gedreven. De balans in onze relatie was weg. Ik heb toen een ultimatum gesteld: we doen het samen, of we doen het niet. Dat betekende voor ons allebei: concessies doen. Het was hard werken, maar uiteindelijk zijn we er sterker uitgekomen.

Natuurlijk zijn er nog wel eens irritaties. Over het feit dat André veel slordiger is dan ik bijvoorbeeld. Gelukkig hebben we daar een prima oplossing voor gevonden, in de vorm van een werkster. Zij houdt onze relatie goed!

Mensen vragen wel eens of het na zoveel tijd nooit saai wordt. Misschien wel een beetje, maar saai is op z’n tijd best lekker. Stabiel, comfortabel, veilig, zo voelt het nu samen. Het geeft ruimte om van elkaars positieve kanten te genieten. Als André voor zijn werk een paar dagen weg is, mis ik hem echt. We liggen dan ’s nachts in bed zelfs te SMS-en! Zolang dat nog zo is, zit het wel snor met onze relatie.”

ZO VERKOOP JE JEZELF

24 Jan

Dit artikel is gepubliceerd in Plus Woman van januari 2010.

Op je werk goed voor de dag komen is belangrijk – en dan hebben we het over meer dan alleen kleding. De beste tips om op een positieve manier op te vallen. Succes gegarandeerd!

Een goed begin is het halve werk

De eerste paar minuten van een ontmoeting zijn alles bepalend; daarin vorm je direct een oordeel over de ander – en de ander over jou. Om een goede eerste indruk te maken, is het belangrijk je gesprekspartner recht aan te kijken. Dat geeft de ander het gevoel dat je alleen met hem of haar bezig bent. Zeker weten dat je lang genoeg hebt gekeken? Als je de kleur van zijn of haar ogen kunt benoemen, zit je goed.

Bij het oogcontact horen een vriendelijke glimlach en een stevige handdruk. Vrouwen die niet glimlachen worden als ongelukkig gezien, mannen als dominant. Lachen dus! Met een ferme handdruk laat je zien dat je open, actief en vol zelfvertrouwen bent.

Op sollicitatie

Een goede eerste indruk is dubbel zo belangrijk bij een sollicitatie. Bij binnenkomst van de zenuwen alles uit je handen laten vallen? Gelukkig kun je ook na die eerste minuten nog een hoop doen om je potentiële baas ervan te overtuigen dat jij de beste bent voor de baan.

Veel sollicitanten zijn vooral bezig met het ‘juiste antwoord’ geven. Terwijl werkgevers hoofdzakelijk willen weten uit welk hout je gesneden bent, en of je goed bij het bedrijf past. Dat blijkt uit méér dan alleen de inhoud van je verhaal. Bedenk vooraf: dit wordt een leuk gesprek! Met zo’n instelling kom je enthousiast en krachtig over. Toon waardering en interesse in je gesprekspartner. Zeg terloops iets aardigs, bijvoorbeeld over de mooie werkkamer of de gezellige sfeer. Dat werkt prima om iemand in een goede stemming te brengen. Krijg je een lastige vraag? Rustig nadenken mag. Een korte stilte laten vallen komt zelfverzekerder over dan een gehaast antwoord.

Over moeilijke vragen gesproken: in negen van de tien sollicitatiegesprekken wordt naar je goede en slechte eigenschappen geïnformeerd. Zet die daarom vooraf voor jezelf op papier. Om het makkelijker te maken kun je familie en vrienden eens vragen wat zij typerend aan jou vinden. Probeer negatieve uitspraken over jezelf te vermijden. Beter is het om te zeggen wat je aan jezelf kunt verbeteren. Dus niet: ‘ik vind het moeilijk om voor een groep te spreken’, maar ‘ik wil graag mijn presentatietechnieken verbeteren’. Kom vervolgens met een voorbeeld van hoe je dat zou willen doen.

Nog wat andere sollicitatietips: neem de naam en het telefoonnummer mee van de persoon waarmee je een afspraak hebt. Mocht je onverhoopt vertraagd zijn, dan kun in ieder geval bellen. Eenmaal binnen is het verstandig je meteen netjes te gedragen. Onderschat de nieuwsgierigheid (en roddellust) van de receptioniste niet! Tot slot: val nooit je huidige of vroegere werkgever af. Je wilt niet als een ‘verrader’ te boek staan.

Kleren maken de vrouw

Je herinnert je het vast nog wel: de scene uit Pretty Woman, waarin Julia Roberts in strakke, onthullende kleding een deftige boetiek binnenstapte. Geen winkeldame die haar serieus nam. Maar toen ze een paar dagen later perfect gekleed terugkeerde, verdrong het personeel van dezelfde winkel zich om haar te helpen. De moraal van dit verhaal: hoe je je kleedt, bepaalt hoe mensen op je reageren.

De gouden etiquetteregel voor zakelijke kleding luidt: pas je qua stijl zoveel mogelijk aan je collega’s aan. Dat geeft anderen een gevoel dat je ‘erbij hoort’. In kleine details, zoals sierraden, kun je je persoonlijke stijl kwijt.

Bij een artistiek beroep past kleurrijke, bijzondere kleding; dat ondersteunt een creatief imago. In een administratieve functie val je daarmee echter uit de toon. Een getailleerd jasje is bijna altijd goed; het oogt slank en geeft een krachtige indruk. Alles wat grenst aan (te) sexy, leidt de aandacht af. Liever dus geen kort rokje, diep decolleté of schoenen met open tenen.

Heb je iets nieuws aangeschaft, check dan goed of je alle labels en stickers heb verwijderd. Ook onder je schoenen!

Mocht je willen doorgroeien naar een hogere functie, dan is het handig je daar alvast naar te kleden. Men zal je onbewust eerder geschikt vinden.

Onderhandelen loont

Mannen hechten veel belang aan status en hiërarchie. Zij willen daar tijdens een (salaris)onderhandeling méér van binnenhalen. Vrouwen daarentegen richten zich vooral op de inhoud van de baan, en op de goede relatie met de werkgever. Vandaar dat zij het meestal moeilijker vinden om om iets extra’s te vragen. Stel je voor dat de baas geïrriteerd raakt!

Wij vrouwen onderhandelen anders dan mannen, maar dat betekent niet dat we met minder genoegen hoeven te nemen. De truc is een aantal klassieke valkuilen te vermijden. Zo denken vrouwen vaak dat als ze maar hard genoeg werken, de beloning vanzelf volgt. Niet dus. Mensen krijgen niet alleen promotie omdat ze hun werk goed doen, maar vooral omdat ze zichtbaar zijn. Wil je iets voor elkaar krijgen, dan moet durven zeggen dat je goed bent, durven vragen waar je recht op hebt.

Maak vervolgens niet de fout om een voorstel meteen te accepteren. De meeste werkgevers verwachten dat je terugkomt met een tegenbod. Vooral mannen hebben waardering voor iemand die pittig kan onderhandelen! Laat een goede band met je baas, of het feit dat hij of zij zo aardig is, je er niet van weerhouden om ‘nee’ te zeggen. Je wijst immers alleen een voorstel af, niet de persoon.

Geen idee wat je zou kunnen verdienen? Kijk dan eens op http://www.loonwijzer.nl. Daar kun je jouw salaris vergelijken met dat van mensen in een vergelijkbare functie. Denk niet dat je een lager salaris uiteindelijk wel zal ‘inlopen’. In de praktijk blijkt dat dat zelden lukt.

Ben ik (on)zichtbaar?

De meeste vrouwen vinden het vervelend om opdringerig over te komen. Misschien komt dat omdat we van jongs af aan de boodschap mee hebben gekregen dat we lief, ijverig en gehoorzaam moeten zijn. Maar brutalen hebben de halve wereld, óók op het werk. Onderzoek wijst uit dat mensen die zich laten zien en die zich inspannen om zichzelf geliefd te maken, meer erkenning krijgen. Dus: loop eens bij je leidinggevende binnen of ga met hem of haar lunchen. Is daar geen tijd voor? Spreek dan af dat je af en toe een mail stuurt, waarin je verslag doet van je resultaten.

Regelmatig complimenten maken helpt ook. Door iemand te complimenteren, beloon je hem als het ware voor wie hij is. ‘Wat een mooi jasje!’ wordt door je collega vertaald in ‘ik heb een goede smaak’, of ‘ik ben in staat de juiste keus te maken’. Het geeft hem of haar een gevoel van controle en positieve energie. Vooral aan het begin van een gesprek werkt een compliment goed – het zorgt voor een open sfeer. Wees wel oprecht; een onechte opmerking maakt dat iemand zich belazerd voelt en heeft daarmee een averechts effect.

Bij je collega’s val je verder gegarandeerd in de smaak als je een grote pot drop op je bureau zet. Je zult zien dat ze dan ineens veel vaker bij je langskomen. Af en toe even babbelen versterkt de onderlinge band en maakt het makkelijker om dingen voor elkaar te krijgen.

Een vergadering is bij uitstek een goede plek om jezelf te profileren. Als je niet iedereen kent, stel je dan voor en vertel waarom je er bent. Bij een terugkerend overleg, zoals een teamvergadering, is het handig om steeds op een andere plek te gaan zitten. Op die manier val je eerder op. Wacht niet te lang als je iets wilt zeggen; voor je het weet maait een collega het gras voor je voeten weg, en strijkt hij of zij met de eer. Een handige tip: praat in een laag tempo. Als je zelf denkt dat het veel te langzaam gaat, merk je ineens dat iedereen echt luistert. Om te checken hoe je klinkt, kun je jezelf eens op je mobiele telefoon opnemen.

Tot slot nog een slimme tip van premiersvrouw Liesbeth den Uyl voor iedereen die het moeilijk vindt een gesprekje met een onbekende aan te knopen, bijvoorbeeld op een borrel of een receptie. Mevrouw Den Uyl had daar een beproeft recept voor, zo schreef ze in haar boek Eten op Buckingham Palace. “Ik vraag waarmee iemand bezig is, hoe dat zo gekomen is en waar hij of zij over tien jaar hoopt te zijn. Of het nu over tractoren, inktvissen of nieuwe nylon vezels gaat, dat werkt altijd.”

[Kader]

Meer lezen?

  • Y. Buchel en E. de Bruine, Lef! Loopbaancoach voor vrouwen (Academic Service 2005).
  • Monique Buhrs, Stratego voor vrouwen – Ontwikkel je strategie en speel het spel (SDU Uitgevers 2007).
  • Lois Fränkel, Opzij! Opzij! Opzij! – 101 adviezen om carrière te maken voor vrouwen (Arena 2005).
  • Kate White, Snelle meiden komen van ver – Carrièretips en strategieën voor vrouwen met lef (De Boekerij 2003).
  • Mirjam Wiersma, Zakelijk flirten – 40 tips (Het Spectrum 2007).

[Kader]

Blabla

Iedereen kent wel uitspraken als: ‘een stukje professionaliteit tonen’, ‘out-of-the-box denken’, geen problemen maar uitdagingen zien’ of ‘best practices benoemen. Gebruik dat soort zinsneden liever niet! Ze komen onecht en onbetrouwbaar over en zaaien alleen maar verwarring. (Wat is dat eigenlijk, een stukje professionaliteit?)

[Kader]

Een goede handdruk

Een open, sympathieke handdruk geef je door:

  • je hand recht uit te steken met gesloten vingers
  • met gemiddelde knijpsterkte te beginnen
  • de duur en de knijpsterkte aan de ander aan te passen
  • met je bovenlichaam ligt naar voren te leunen.

Een goede handdruk duurt twee à 3 seconden.

[Kader]

Bril op, bril af

Neemt men je niet serieus op je werk, dan is een bril met vensterglas een goed idee. Kom je een beetje streng of afstandelijk over en draag je een bril, dan is het juist goed om voor contactlenzen te kiezen. Uit onderzoek blijkt namelijk dat mensen met een bril als serieus, zakelijk en intelligent worden gezien, en mensen zonder bril als vriendelijk, open en toegankelijk. Als je het echt goed wilt aanpakken kun je het per situatie variëren. Moet je Een moeilijk gesprek over salarisverhoging voeren, waarbij je bang bent te snel toe te geven? Met een bril op gaat het beter!

AFVALLEN OM KANKER TE VOORKOMEN

20 Nov

Dat overgewicht kan leiden tot hart- en vaatziekten wisten we al. Maar er is nu hard bewijs dat het óók het risico op kanker vergroot.

In 2008 zijn er voor het eerst méér mensen aan kanker overleden dan aan hart- en vaatziekten. De hoogste tijd dus, om alles in het werk te stellen om het risico op kanker te verlagen. Want in tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, kun je daar zelf een hoop aan doen. “Veel mensen geloven nog steeds dat kanker ons overkomt”, zegt Ellen Kampman, epidemioloog en hoogleraar voeding en kanker aan de Wageningen Universiteit. “Ze zoeken de oorzaak in erfelijkheid, of in factoren buiten zichzelf, zoals ongezonde toevoegingen aan etenswaren. Maar als alle Nederlanders gezond zouden eten en voldoende zouden bewegen, scheelt dat zo’n 30.000 nieuwe gevallen van kanker per jaar. Dat is een derde van het totaal. Na niet roken is een gezond gewicht de beste preventie tegen kanker.”

Grote aantallen

Het World Cancer Research Fund heeft eind 2007 onomstotelijk vastgesteld dat er verband bestaat tussen overgewicht en kanker. Niet alleen dat, de samenhang is ook sterker dan tot nu toe werd gedacht. “Bijna 60% van alle kankertumoren bij vrouwen wordt mede veroorzaakt door overgewicht”, vertelt Sandra Bausch, als epidemioloog verbonden aan TNO Kwaliteit van Leven. “Bij mannen is dat percentage 20%. Dat lijkt misschien niet zoveel, maar op de tienduizenden mensen die jaarlijks kanker krijgen, gaat het toch om grote aantallen.”

Om te bepalen of iemand te zwaar is, wordt gekeken naar zijn of haar Body Mass Index (BMI). Die wordt berekend door het gewicht (in kilo’s) te delen door de lengte (in meters) in het kwadraat. Bij een BMI van 25-30 heeft iemand een matig overgewicht. Bij een BMI van 30 of meer is er sprake van ernstig overgewicht. De man of vrouw in kwestie lijdt dan aan obesitas.

In 2000 stierven er naar schatting ongeveer 3100 personen aan kanker als gevolg van (ernstig) overgewicht. Als het aantal mensen met overgewicht in hetzelfde tempo blijft toenemen, zullen dat er in 2015 ongeveer 6300 zijn. Meer dan een verdubbeling kortom. Overigens is het niet zo dat overgewicht het risico op alle vormen van kanker verhoogt. Maar juist bij veel voorkomende soorten, zoals dikke darmkanker, borstkanker (na de menopauze) en baarmoederkanker (niet te verwarren met baarmoederhalskanker) is dat volgens Sandra Bausch wel het geval. Heeft iemand een van deze vormen van kanker eenmaal, dan zorgt overgewicht bovendien voor een lagere overlevingskans.

Op zoek naar de oorzaak

Wereldwijd wordt volop onderzoek gedaan naar de vraag hoe het kan dat (te) veel lichaamsvet méér kans geeft op kanker. “Voor borstkanker is dat mechanisme inmiddels wel duidelijk”, aldus Sandra Bausch. “Het ontstaan van borstkanker hangt nauw samen met de hoeveelheid oestrogeen in het lichaam, het vrouwelijke hormoon dat de aanmaak van borstkankercellen stimuleert. Tijdens en na de overgang neemt de productie daarvan in de eierstokken af. Maar in lichaamsvet wordt óók oestrogeen aangemaakt. Vandaar dat vrouwen met overgewicht na de menopauze 8% meer kans hebben op borstkanker dan vrouwen zonder overgewicht. Voor vrouwen die aan obesitas lijden is dat zelfs 14% meer. Voor andere hormoongerelateerde kankervormen, zoals baarmoederkanker, werkt het mechanisme waarschijnlijk ongeveer hetzelfde.”

Bij slokdarmkanker is er vermoedelijk iets heel anders aan de hand. “Mensen die te dik zijn hebben vaak last van oprispend maagzuur, wat de cellen in de slokdarm aantast”, legt Sandra Bausch uit. “Op den duur kan dat leiden tot kanker.”

Volgens Ellen Kampman kan overgewicht mogelijk ook op andere manieren het proces van celdeling verstoren. “We hebben genen die cellen stimuleren om te groeien. Je kunt ze zien als het gaspedaal van het lichaam. Maar als je alleen maar gas geeft loopt de boel uit de hand. Vandaar dat er ook genen zijn die groei van de cellen op tijd weer stoppen. Als een soort rempedaal dus. En dan zijn er ook nog genen die als bij een APK-keuring alle nieuwe cellen op veiligheidseisen controleren. Blijkt er iets mis te zijn, dan repareren ze dat.”

Helaas gaat er wel eens wat fout bij het stimuleren, remmen en repareren van nieuwe cellen. Dat gebeurt als de genen die het proces sturen beschadigd raken. Dan ontstaat er wildgroei, of kanker. In ongeveer 10% van de gevallen heeft dat een erfelijke oorzaak. Maar in verreweg de meeste gevallen komt het gevaar van buiten. Ellen Kampman: “Virussen, sigarettenrook en chemicaliën kunnen de boel van binnen kapot maken. Maar ook overgewicht kan beschadigingen veroorzaken. Hoe dat precies werkt, weten we in de meeste gevallen nog niet. Hopelijk komt daar de komende jaren meer duidelijkheid over. Er is in ieder geval niet één mechanisme dat de relatie tussen overgewicht en kanker verklaart.”

Appels en peren

Nog zo’n vraag waar onderzoekers binnenkort antwoord op hopen te vinden is of het uitmaakt waar op het lichaam het vet zich bevindt. “Waarschijnlijk wel”, vermoedt Sandra Bausch. “Het lijkt erop dat vetweefsel dat diep in het lichaam rond de organen zit meer kwaad kan dan net onder de huid. Vandaar dat mensen met een appelvorm, waarbij het vet zich rond de middel en de buik concentreert, vermoedelijk meer risico lopen dan mensen met een peervorm, waarbij het vet vooral op de heupen, billen en bovenbenen zit. Dat geldt voor hart- en vaatziekten, maar ook voor kanker.”

Waar het vet zit is belangrijk, in welke vorm je het tot je neemt minder. Ellen Kampman: “Het lichaam haalt zijn energie uit vier bronnen: vetten, koolhydraten, eiwitten en alcohol. Als je daar teveel van binnenkrijgt, wordt het omgezet in extra vetweefsel. Dat is de uiteindelijke boosdoener.”

Maakt het dan helemaal niet uit wat je eet? “Hoe gezonder, hoe beter natuurlijk”, beaamt ze. “Maar van weinig voedingsmiddelen is tot nu toe aangetoond dat ze de kans op kanker echt vergroten. Dat ligt anders voor alcohol. Als je dagelijks een glas wijn drinkt, neemt de kans op borstkanker met 9% toe. Bij twee glazen is dat 18%, enzovoort. Ook het risico op hoofd- en halskanker, slokdarmkanker, darmkanker en leverkanker wordt door alcohol verhoogd. Vandaar dat we vrouwen geadviseren niet meer dan één glas per dag te drinken.”

Behalve gezond te eten is het volgens de epidemiologen ook belangrijk om voldoende te bewegen. Lichamelijke inspanning maakt het makkelijker om op gewicht te blijven. Maar het heeft op zichzelf evenzeer een beschermend effect tegen kanker. Sandra Bausch: “Met bewegen verbrand je niet alleen vetweefsel, het heeft ook een positieve invloed op je stofwisseling en je hormoonhuishouding. Zelfs al val je er niet van af, dan verlaag je met bewegen toch het risico op kanker.”

Afvallen heeft altijd zin

De ontwikkeling van kanker neemt soms wel dertig of veertig jaar in beslag. Een teveel aan vetweefsel gedurende die periode kan dat proces mogelijk stimuleren of versnellen. Hoe langer er sprake is van overgewicht, hoe groter het risico. Mensen die als kind of puber te zwaar zijn geweest, lopen extra gevaar, aldus Ellen Kampman. “Zolang je in de groei bent, vindt er ontzettend veel celdeling in het lichaam plaats. Dat is een kwetsbaar proces, waarin door overgewicht of alcohol gemakkelijk iets beschadigd kan raken. Van de foutjes die dan ontstaan kun je pas jaren later iets merken. Bijvoorbeeld als een kankergezwel last gaat geven.”

Van mensen van middelbare leeftijd krijgt ze vaak de vraag of het nog wel zin heeft om, als ze al jaren te zwaar zijn, toch af te vallen. “Natuurlijk! Het risico dat je in het verleden hebt opgebouwd kun je niet meer ongedaan maken. Maar je kunt het wel een halt toeroepen. Als je op een verstandige manier gewicht verliest althans.”

Het baart haar zorgen dat veel populaire diëten, zoals dat van Sonja Bakker, feitelijk hongerdiëten zijn. “Je mag dan bijvoorbeeld 1200 calorieën per dag eten. Natuurlijk val je daar van af. Maar het is bijna onmogelijk om zo’n dieet je hele leven vol te houden. Voor je het weet zit het gewicht er weer aan. Dat jojo-effect is slecht voor je stofwisseling. Als je in korte tijd veel afvalt, past je lichaam zich aan door zo min mogelijk calorieën te verbruiken. Iedere keer als je weer streng op dieet gaat, verlaag je je stofwisseling verder en beperk je het vermogen van het lichaam om energie te verbranden. Met het gevaar dat het uiteindelijk helemaal niet meer lukt om de kilo’s kwijt te raken. Kortom: het beste wat je voor je gezondheid kunt doen is op een verstandig en vooral ook constant gewicht te blijven.”

[Kader]

Bewezen

Van de volgende kankersoorten is inmiddels bewezen dat overgewicht de kans daarop vergroot:

  • dikke darmkanker
  • borstkanker (na de menopauze)
  • baarmoederkanker (niet te verwarren met baarmoederhalskanker)
  • nierkanker
  • slokdarmkanker
  • prostaatkanker
  • alvleesklierkanker

Bij eierstokkanker en gablaaskanker is het verband waarschijnlijk

[Kader]

Wat is teveel?

Volgens de Nederlandse Norm Gezond Bewegen moeten alle volwassenen dagelijks minimaal een half uur matig intensief bewegen. Daaronder wordt niet alleen sporten verstaan, maar ook activiteiten als stofzuigen, tuinieren en fietsen. Als je aan die norm voldoet, verbrand je als vrouw ongeveer 2000 calorieën per dag. Sport je heel intensief, dan kan je daar 200 of 300 calorieën bij optellen. Haal je de norm niet, dan is het verstandig iets minder calorieën tot je te nemen. Tijdens of na de overgang neemt de hoeveelheid vet die je – met gelijke inspanning – verbruikt af. Simpel gezegd kom je met dezelfde hoeveelheid eten en bewegen dus sneller aan dan daarvoor. Het advies is dan ook om vanaf de menopauze méér te gaan bewegen, of het aantal calorieën dat je binnenkrijgt wat naar beneden bij te stellen. Zolang je een BMI van minder dan 25 hebt zit je goed. Een BMI van 21 of 22 is – voor vrouwen van alle leeftijden – ideaal.

[Kader]

Steeds meer overgewicht

De afgelopen 25 jaar is het percentage mensen met (ernstig) overgewicht flink gestegen (zie grafiek). Van de mannen had in 2007 41% een matig overgewicht en 10% ernstig overgewicht. Van de vrouwen had 28% matig overgewicht en 12% ernstig overgewicht. Vooral de snelle groei van het aantal mensen met obesitas is zorgelijk; dat steeg tussen 1981 en 2007 van 5,1% naar 11,2% (mannen en vrouwen samen). Als deze trend doorzet, dan zal het aantal mensen met ernstig overgewicht in de komende twintig jaar verdubbelen.

[Kader]

6 x sterker tegen kanker

Onderzoekers denken dat zo’n 50% van alle kankergevallen direct te maken heeft met ongezonde leefgewoontes. Omdat ‘gezond leven’ een nogal breed en ongrijpbaar begrip is, is KWF Kankerbestrijding de voorlichtingscampagne 6 x sterker tegen kanker gestart. De zes ‘gouden regels’ die kanker kunnen helpen voorkomen op een rij:

  1. Rook niet. Niet roken is de beste manier om het risico op kanker te verlagen.
  2. Zon verstandig. Dat betekent: uw huid voorzichtig aan de zomerzon laten wennen, insmeren met een goede factor antizonnebrand en liever niet zonnen tussen 12.00 en 15.00 ’s middags.
  3. Beweeg voldoende. Onderzoek heeft uitgewezen dat voldoende bewegen een beschermend effect heeft op – in ieder geval – twee soorten kanker die in Nederland veel voorkomen: borstkanker en dikke darmkanker.
  4. Eet gezond. Niet te vet, gevarieerd, met voldoende koolhydraten (brood, aardappelen, pasta, peulvruchten) en twee ons groenten en twee stuks fruit per dag.
  5. Let op je gewicht. Een gezond gewicht geeft minder risico op een aantal soorten kanker, waaronder darmkanker, baarmoeder- en slokdarmkanker.
  6. Wees matig met alcohol. Voor mannen is drie glazen per dag het maximum, voor vrouwen twee. Drink bij voorkeur niet elke dag.

Meer weten? Kijk op http://www.6xsterkertegenkanker.nl, een website van KWF Kankerbestrijding.

EMOTIONALLY FOCUSED THERAPY

26 Sep

023022

Ze groeide op in een Engelse pub. De irritaties, conflicten en ruzies die ze daar dagelijks meemaakte, legden de basis voor de missie die klinische psycholoog Sue Johnson al ruim 25 jaar vol verve vervult: mensen helpen om hun relaties te verbeteren. Haar methode, Emotionally Focused Therapy (EFT), wordt wereldwijd inmiddels door duizenden therapeuten gebruikt. Met groot succes. “We kunnen het ons niet langer veroorloven liefde als een romantisch mysterie te zien.”


Als je haar in de prachtige bibliotheek van een deftig Amsterdams grachtenhotel ziet zitten, zou je niet denken dat dit een vrouw is die een liefdesrevolutie bepleit. Keurig gekleed in stemmig blauw en zwart, de enkels gekruist, een kopje thee met scheutje melk voor zich op tafel: Sue Johnson lijkt in alles een doorsnee Engelse vrouw van middelbare leeftijd. Tot ze haar mond opendoet. Dan vertelt ze vol passie over haar strijd tegen het idee dat mensen zelfstandig en onafhankelijk moeten zijn om gelukkig te kunnen worden. Haar uitspraken liegen er niet om. Collega’s die ‘gewone’ relatietherapie geven, snappen niet hoe de liefde écht werkt. En je aan iemand hechten en van hem of haar afhankelijk zijn? Dat is volgens Sue een eerste levensbehoefte. Belangrijker nog dan eten of seks.

In de genen

“Eigenlijk is het heel simpel”, zegt ze. “Volwassenen hebben dezelfde behoefte aan emotionele binding met een partner als kinderen met hun ouders. Aandacht, bevestiging, aanraking: er is steeds meer wetenschappelijk bewijs dat we ze nodig hebben om te overleven. Letterlijk. Een gevoel van eenzaamheid of afwijzing wordt in hetzelfde gebied in de hersenen geregistreerd als fysieke pijn. En het geeft een verhoogde kans op hartproblemen en beroertes. Andersom zorgt een gevoel van verbondenheid met anderen ervoor dat je stressvolle situaties beter aankunt. Als je er emotioneel niet voor elkaar bent, tast dat niet alleen je relatie, maar ook je gezondheid aan. Dat is geen overdreven sentimentaliteit, maar een wetenschappelijk feit.”

Sue’s ideeën over het belang van emotionele verbondenheid zijn terug te voeren op de evolutie. Volgens haar is liefde het meest dwingende overlevingsmechanisme dat er bestaat. Het zet ons aan om een band te smeden met enkele dierbaren, die ons een veilige haven bieden in onzekere tijden. De drang naar ‘hechting’ aan een ander, zoals ze dat noemt, zit opgeslagen in onze genen. Wordt dat proces om wat voor reden dan ook verstoord, dan voelen we ons angstig en onzeker, en worden soms zelfs ziek.

Afhankelijkheid als bron van kracht

Waar vroeger het ‘wij’ centraal stond in de maatschappij, is dat anno 2009 het ‘ik’. Het beste uit jezelf halen en als individu zo succesvol en gelukkig mogelijk worden: daar draait het om. Al die aandacht voor onszelf gaat ten koste van relaties met anderen, aldus Sue. “Tot niet zo lang geleden leefden mensen in kleine, hechte gemeenschappen. Als je problemen had met je man, kon je gemakkelijk bij je moeder, zus of buurvrouw binnenlopen. Maar tegenwoordig onderhouden we veel minder hechte relaties. We rennen van het werk naar de sportschool en weer terug, zonder daadwerkelijk contact te leggen. Dat maakt de druk op de liefdesrelatie – soms onrealistisch – groot: alle emotionele behoeftes die we als mens hebben moeten nu dáár vervuld worden. Vind je het gek dat zoveel huwelijken stranden? ”

Er is volgens Sue nog iets dat het moeilijk maakt om vandaag de dag een relatie goed te houden. “Uitspreken dat je de ander nodig hebt wordt gezien als iets slechts, afhankelijkheid als een teken van zwakte. Dat maakt het voor mensen knap lastig om zich emotioneel open te stellen naar elkaar. Terwijl zo’n verbinding juist nodig is om je sterk en vrij te kunnen voelen. Afhankelijkheid en zelfstandigheid zijn geen tegenpolen, zoals veel relatietherapeuten beweren, maar twee kanten van dezelfde medaille. De een is een voorwaarde om de  ander te kunnen realiseren.”

Als er zoveel op het spel staat, kun je maar beter leren hoe je de band met je partner goed kunt houden, vindt Sue. “De liefde afdoen als een romantisch mysterie, als iets dat je overkomt en waar je geen invloed op kunt uitoefen, is geen optie meer. Nee, we moeten praktisch aan de slag om er het beste van te maken. Daar wil ik mensen graag bij helpen.”

Duivelse dialogen

Je aan iemand hechten, dat betekent contact met de ander maken als je je onzeker, in de war of neerslachtig voelt. Maar ook: dat je weet dat je altijd op die persoon terug kunt vallen, en dat je hem of haar mist als je niet bij elkaar bent. Als kind ben je prima in staat uiting aan die gevoelens te geven: je huilt als je aandacht wilt, klampt je aan het been van je ouder vast als je bang bent, of steekt je armen omhoog als je geknuffeld wilt worden. Eenmaal volwassen hebben we die behoeftes nog steeds; we durven of kunnen ze alleen niet meer uitspreken. Omdat we teleurgesteld zijn geraakt in relaties, omdat we bang zijn om afgewezen of gekwetst te worden, of omdat we het zwak vinden om te laten blijken dat we de ander nodig hebben.

Dat is waar de methode van Sue om de hoek komt kijken. Emotinally Focused Therapy (EFT) leert partners hun emotionele behoeftes aan elkaar duidelijk te maken en zich daarvoor open te stellen. Om te ontdekken dat die eindeloze conflicten eigenlijk niet over geld of over de opvoeding van de kinderen gaan, maar over het feit dat ze zich alleen, onzeker en in de steek gelaten voelen. “Feitelijk zijn verwijten een roep om aandacht, en is ruzie niets anders dan een vorm van protest”, zegt Sue. “Ze verstoren het gevoel van veiligheid en geborgenheid. De onrust en angst die dat oplevert, kan alleen worden gesust als de ander emotioneel toenadering zoekt.”

Onenigheid hoeft helemaal niet erg te zijn, als je vervolgens maar in staat bent aan je partner te laten blijken wat het met je doet. Helaas blijkt dat volgens Sue nu net een van de lastigste dingen die er is. “Om zichzelf te beschermen tegen pijn en verdriet, ontwikkelen mensen afweerreacties tegen emoties. Met elke nieuwe teleurstelling of ruzie stoppen ze hun gevoel dieper weg. Dat natuurlijke overlevingsmechanisme werkt prima als je het alleen in geval van nood gebruikt. Het gaat echter fout als je jezelf uit voorzorg altijd voor angsten en twijfels afsluit. Op een gegeven moment weet je dan niet meer hoe je ze moet uiten, en wordt het onmogelijk om fundamenteel contact te maken met een ander. Daar komt bij dat het onderdrukken van emoties helemaal niet werkt. Non-verbaal neemt je partner toch wel waar wat je voelt, en dan ben je uiteindelijk twee keer zo ver van huis.”

Partners die emoties – bij zichzelf en de ander – niet herkennen, of niet in staat zijn ze uit te spreken of te horen, belanden volgens Sue geheid in een zogenaamde duivelse dialogen: eindeloze discussies die iedere keer volgens hetzelfde patroon verlopen en hen steeds onzekerder maken. De meest voorkomende vorm? De protestpolka. Daarbij stelt de ene partner zich kritisch en aanvallend op (‘Van het geld dat jij aan schoenen uitgeeft kan een heel Afrikaans land eten!’), terwijl de ander zich verdedigt en terugtrekt (‘Laat maar, je begrijpt me toch niet.’). Waarom gaan we, ondanks de pijn die het oplevert, toch steeds met die duivelse dialogen door? “Om een reactie aan de partner te ontlokken”, aldus Sue. “Een negatieve reactie is nog altijd beter dan helemaal géén. Nul respons betekent namelijk: geen verbinding maken en alleen achterblijven. Iets ergers is voor een mens niet denkbaar.”

Ik heb je nodig

Het gaat Sue erom dat mensen zien wat er van binnen gebeurt als hun behoeftes niet worden vervuld. “Het probleem is niet de ruzie, maar het gevoel van afstandelijkheid en eenzaamheid die daaraan vooraf gaat. De angst die dat veroorzaakt kan twee reacties opleveren: of je trekt je terug in een poging jezelf te sussen en te beschermen, of je klampt je aan de ander vast en gaat eisen stellen, in een poging hem of haar troost en geruststelling te ontfutselen. In beide gevallen zeg je eigenlijk: ‘geef me aandacht, blijf bij me, ik heb je nodig’. Alleen hoort de ander dat meestal niet.”

Als partners die boodschap bij elkaar leren herkennen en daar op een positieve manier op reageren, voorkomen ze dat ze steeds weer in destructieve discussies belanden. Dus zeg liever: ‘Ik voel me niet serieus genomen’, in plaats van ‘Ik moet ook tien keer hetzelfde vragen!’. Of antwoord: ‘Ik wist niet dat je je zo voelde’, in plaats van ‘Zit toch niet altijd zo te zaniken’. Door in te zien en toe te geven dat je emotioneel afhankelijk van elkaar bent, versterk je volgens Sue de onderlinge band. Niet alleen dat, het maakt dat je je als mens, sterker, zelfstandiger en meer de moeite waard voelt.

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat koppels, nadat ze Emotionally Focused Therapy hebben gedaan, in ongeveer in driekwart van de gevallen weer gelukkig met en in hun relatie zijn. Dat succespercentage ligt veel hoger dan bij andere vormen van relatietherapie. Volgens Sue komt dat, omdat die vooral de symptomen – ruzies, machtsmisbruik, gebrek aan communicatie – bestrijden, en niet de achterliggende oorzaken. “Als je niet begrijpt waarom je je telkens zo bang, onbegrepen of verdrietig voelt, kun je praten tot je een ons weegt; dan los je niets op. Bovendien: het draait hier om eerste levensbehoeftes, zoals aandacht en waardering. Daar kun je niet over onderhandelen of contracten over sluiten, zoals therapeuten vaak graag willen.”

Bang

Die duivelse dialogen herkennen en veranderen is gemakkelijker gezegd dan gedaan, zeker als je er al jaren in vastzit. Vandaar dat een Sue een praktische methode heeft ontwikkeld, waarbij je als stel samen zeven gesprekken doorloopt, en zo geleidelijk leert op een andere manier op elkaar te reageren. Dat kun je zelf doen, met behulp van haar boek Houd me vast. Of je kunt naar een EFT-therapeut gaan. Daarvan zijn er inmiddels ruim dertig in Nederland. In de loop van 2009 worden er nog tientallen meer door Sue en haar collega’s opgeleid.

Maar wat nu als een van beide partners helemaal geen probleem ziet, of meent dat hij of zij niet kan veranderen? “Dan wordt het lastig”, geeft Sue toe. “Iemand die zegt ‘Ik heb geen probleem’ of ‘Zo ben ik nu eenmaal’ wil misschien best aan de slag, maar durft het niet, of weet niet hoe. Realiseer je dat die persoon bovenal bang is voor zijn emoties. Ruzie maken over het feit dat iemand niet mee wil werken heeft geen enkele zin, daarmee wordt de onderlinge afstand allen maar groter. Begrip tonen voor die angst is veel effectiever. Laat zien dat je partner een keus heeft in hoe hij met dat gevoel wil omgaan. Maar uiteindelijk moet het toch van hem of haar zelf komen. Er is immers maar één iemand die jou kan veranderen, en dat ben jij.”

[Kader]

Aan de slag met EFT?

  • Lees het boek Houd me vast – Zeven gesprekken voor een hechte(re) en veilige relatie van Sue Johnson (Uitgeverij Kosmom, adviesprijs: € 19,95).
  • Liever de hulp van een therapeut inschakelen? Kijk dan op http://www.emotionallyfocusedtherapy.nl. Daar vindt u een overzicht van alle EFT-therapeuten in Nederland.

PERSONAL COACHING

26 Sep

020021

In het bedrijfsleven doen ze het al veel langer: naar een coach om te leren hoe je het beste uit jezelf kunt halen. Maar tegenwoordig kun je ook voor persoonlijke vragen en problemen bij een coach terecht.


  • ‘Op papier is mijn leven perfect, maar toch voel ik me ontevreden.’
  • ‘Ik sta altijd klaar voor anderen. Ondertussen weet ik eigenlijk niet meer wat ik zelf wil.’
  • ‘Het liefst zou ik mijn baan opzeggen en voor mezelf beginnen, maar ik durf niet goed.’
  • ‘Het is bij mij altijd ‘moeten’ in plaats van ‘willen’.
  • ‘Ik voel me totaal niet serieus genomen op mijn werk, maar ik heb geen idee hoe ik daar verandering in moet brengen.’
  • ‘Ik doe mijn kinderen én mijn werk tekort. Ik voel me altijd schuldig.’

Herken je je in één van deze uitspraken? Zo ja, dan kan een personal coach – ook wel life coach genoemd – misschien uitkomst bieden. Dat is iemand die je, door de juiste vragen te stellen, helpt om goede keuzes te maken en zo je leven weer (beter) op de rails te krijgen.

Luisterend oor

Nicole Koopman (36) is zo’n coach. Ze studeerde bouwkunde en communicatie en werkte tien jaar als communicatiemanager, toen ze erachter kwam dat het begeleiden van mensen haar veel meer voldoening gaf. Ze weet derhalve uit eigen ervaring hoe het voelt om ‘op het verkeerde pad’ te zitten. Wat is volgens haar de reden dat persoonlijke coaching de laatste jaren zo’n vlucht lijkt te nemen?

“Het leven wordt steeds ingewikkelder. We hebben meer mogelijkheden, maar moeten daarom ook meer keuzes maken. Er is grote behoefte aan een klankbord, een luisterend oor. Tegelijkertijd nemen we minder tijd voor elkaar. Ouders, vrienden, buren; iedereen is druk met zijn eigen leven. De coach neemt die rol – deels – over.”

Nicole coacht zowel mensen met persoonlijke als met werkgerelateerde vragen. “Eigenlijk zijn die twee niet goed te scheiden”, zegt ze. “Mensen komen hier omdat ze meer richting aan hun leven willen geven, of omdat ze assertiever willen worden. Dat soort vragen beperkt zich niet tot één aspect van het bestaan, maar gaat over alles wat je doet of denkt. Het komt regelmatig voor dat iemand die met een vraag of het werk bij me komt, na afloop van het coachingstraject vindt dat de relatie met haar man en kinderen ook verbeterd is.”

Ja maar

Het zijn evenveel mannen als vrouwen die zich bij Nicole melden. Het overgrote deel van hen is in tussen de 30 en de 55. Niet zo verwonderlijk, want juist in die levensfase worden de meest ingewikkelde keuzes gemaakt. Na een intakegesprek bepaalt Nicole hoeveel gesprekken ze denkt nodig te hebben om het gestelde doel te behalen. Meestal zijn dat er tussen de vijf en tien.

Vaak weten haar cliënten eigenlijk best wat ze willen, aldus Nicole. Het antwoord zit alleen verstopt, bijvoorbeeld onder allerlei angsten en onzekerheden.

“We kijken allemaal door een gekleurde bril de wereld in. Onze blik is gevormd door onze opvoeding, en door de ervaringen die we hebben opgedaan. Die maken dat mensen ‘ja maar…’ vragen gaan stellen. ‘Ja maar hoe moet het dan financieel?’ ‘Ja maar wat zal mijn omgeving er wel niet van denken?’ ‘Ja maar doe ik mijn kinderen niet tekort?’ Ik leer mensen hoe ze hun gekleurde bril af kunnen zetten. Welke ideeën en overtuigingen belemmeren je om verder te komen? Hoe realistisch zijn ze eigenlijk? Als je daar een antwoord op vindt, wordt het al een stuk makkelijker om knopen door te hakken.”

Nieuwe fase

Nicole heeft een hele reeks hulpmiddelen om mensen te helpen de boel voor zichzelf helder te krijgen. “Ik laat ze bijvoorbeeld een biografie schrijven of een collage maken. Of ze gaan ademhalingsoefeningen doen om tot rust te komen. In alle gevallen geldt: zij zijn uiteindelijk degene die het antwoord geven, niet ik.”

Voor elk gesprek geeft ze haar cliënten  huiswerk. “Erover praten is leerzaam. Maar als je de nieuwe inzichten niet in de praktijk toepast, verandert er nog niets.”

Begrip krijgen, dingen veranderen: het klinkt bijna als een therapie. Waarin verschilt coaching daar eigenlijk van?

“Simpel gezegd gaat therapie over het ‘genezen’ van oude wonden”, aldus Nicole. “Coaching is meer oplossings- en toekomstgericht. Actie ondernemen en iets nieuws creëren, daar draait het om. Aan het eind van een coachingstraject zijn de meeste mensen klaar om de volgende stap in hun leven te zetten.”

Anoniem

Mirjam Windrich (44) had al een bloeiende coachingspraktijk, toen zij drie jaar geleden besloot zich helemaal op het e-coachen toe te leggen. Coaching via de email dus.

“Ik spreek of zie mijn cliënten nooit”, vertelt ze. “Zelfs niet voor een kennismaking.  Gedurende het hele traject hebben we uitsluitend per email contact.”

Toen ze startte was Mirjam één van de weinige e-coaches in Nederland. Inmiddels heeft ze een stuk of dertig anderen opgeleid. “De vraag ernaar is enorm.”

Voor de duidelijkheid: de aanpak via de email is grotendeels dezelfde als bij coaching in levende lijve. Alleen de omgeving is anders.

Mirjam: “Communiceren via internet geeft mensen een veilig gevoel; je wordt niet op je vingers gekeken of afgeleid. Dat maakt het makkelijker om openhartig te zijn en snel ‘to the point’ te komen.”

Er zijn volgens haar nog meer voordelen.

“Niemand hoeft ervan te weten. Je kunt de opdrachten maken en mailen wanneer het jou uitkomt, desnoods midden in de nacht. Ervoor vrij nemen of een oppas regelen is niet nodig en je bent geen reistijd kwijt. Zelfs als je in het buitenland zit, kan de coaching gewoon doorgaan.”

Missen mensen het persoonlijke contact dan helemaal niet? Integendeel, aldus Mirjam. Volgens haar blijken ze het juist fijn te vinden om hun behandelaar niet te zien.

“Als cliënt hoef je je geen zorgen te maken over hoe je overkomt, of hoe de ander jouw reacties interpreteert. Gevoelens van schuld of schaamte spelen veel minder een rol. Voor verlegen mensen is het helemaal een uitkomst.”

Dagboek dat terugschrijft

Waar Nicole haar cliënten gemiddeld eens per twee weken ziet, heeft Mirjam gedurende een coachingstraject elke werkdag per mail contact.

“Dat is heel intensief ja, maar daardoor moet je wel met jezelf aan de slag. In de praktijk blijkt dat heel goed te werken. Door de juiste vragen te stellen houd ik iemand een spiegel voor. Mijn eigen mening doet daarbij niet ter zake; het gaat erom de ander te helpen meer zelfinzicht te krijgen. Zie het maar als dagboek dat terugschrijft en je vragen stelt waar je zelf niet opgekomen was.”

Het opschrijven van je gedachten is op zich ook al nuttig, vindt Mirjam.

“Het dwingt je goed na te denken en je opvattingen zorgvuldig te formuleren. Zo orden je ze, en kun je er vanaf een afstandje naar kijken. Bovendien heb je aan het eind een compleet verslag van alles wat we besproken hebben. Dat kun je op een later moment altijd nog eens rustig teruglezen.”

In principe is e-coaching voor iedereen geschikt, meent ze.

“Voorwaarde is wel dat je het leuk vindt om te schrijven en dat je redelijk kunt typen. Zo niet, dan kan je er beter niet aan beginnen.”

[Kader]

Hoe vind je een goede coach?

Coach is een onbeschermd beroep; iedereen mag zich in principe ‘coach’ noemen. Dat maakt het lastig om op voorhand te beoordelen of iemand goed is of niet. Vraag naar de opleidingen en kwalificaties die hij of zij heeft. Gebruik het intakegesprek om te beoordelen of u iemand vertrouwt. Op http://www.nobco.nl, de website van de Nederlandse Orde van Beroepscoaches, kunt u op specialisatie en regio een coach bij u in de buurt zoeken. Lang niet alle coaches zijn hier echter bij aangesloten.

[Kader]

Wat kost het?

De tarieven voor (e)coaching variëren van enkele tientjes tot honderden euro’s per uur. Nicole Koopman hanteert voor persoonlijke coaching een tarief van € 60 à € 90 per uur, afhankelijk van het aantal gesprekken. Een week e-coaching bij Mirjam Windrich met iedere werkdag contact, opdrachten en oefeningen kost, € 325. Voor drie weken is dat € 650 en voor vijf weken € 950. Of het nu per email of in levende lijve is, coaching wordt door de meeste zorgverzekeraars (nog) niet vergoed. Daar staat tegenover dat er meestal geen wachtlijst is.

[Kader]

Meer weten?

  • Meer informatie over Mirjam Windrich (en andere, door haar opgeleide e-coaches) is te vinden op http://www.mirjam.nu. Zij schreef ook een boek over het onderwerp, Het succes van online coaching (Uitgeverij Het Spectrum), ISBN 9789027497383).
  • Op http://www.hartenziel.nl (van De Volkskrant) staan uitleg en oefeningen over onderwerpen als ‘Ken jezelf’, ‘Word je eigen leider’ en ‘Beslissen doe je zo’. U maakt een profiel aan (kan anoniem) en krijgt opdrachten waar u in een digitaal dagboek over schrijft. De dagboeken zijn voor alle deelnemers te lezen, zodat je van elkaar leert.

[Testimonial]

Naam: Katja Hartmann

Leeftijd: 52

Relatie: getrouwd

Kinderen: twee dochters van 15 en een zoon van 12

Werk: eigenaar Kreukels&Zo en medewerker bij internetreisbureau (beide 15 uur per week)

“Ik wist dat ik voor mezelf wilde beginnen. Maar met wat voor bedrijf? Via via hoorde ik goede verhalen over coach Nicole Koopman. Misschien kon zij me helpen het antwoord te vinden. Kort daarvoor was ik vijftig geworden. Het voelde als een wake-up call: als ik nu niet voor mezelf aan de slag ga, komt het er nooit meer van.

Voor elk gesprek kreeg ik huiswerk. Opschrijven wat ik wel en niet leuk vond om te doen bijvoorbeeld. En hoe mijn ideale week eruit zou zien. Een heel leuke opdracht was als 80-jarige een brief te schrijven waarin ik terugkeek op mijn leven.

Gaandeweg werd steeds duidelijker wat ik wilde: afwisseling, praktisch bezig zijn en mensen helpen. Zo ontstond het idee om als personal assistent aan de slag te gaan. Alles waar mensen zelf geen tijd voor hebben, of waar ze tegenop zien, kunnen ze aan mij vragen. Laatst heb ik voor een stel hun huis van onder tot boven opgeruimd om het ‘verkoopklaar’ te maken. Maar ik zoek desgewenst ook een schoonmaakster, of regel alles voor een feestje.

In totaal heb ik Nicole vijf keer gesproken. Na afloop wist ik niet alleen wat ik wilde doen; mijn bedrijf stond zelfs al op poten! Het leuke is dat de coaching eigenlijk nog steeds doorgaat, alleen doe ik het nu zelf. Als ik met een dilemma zit, zet ik de voor- en nadelen op papier. Dat helpt me om mijn gedachten te ordenen. En om beter voor mijn eigen mening op te komen. Daar pluk ik niet alleen in mijn werk de vruchten van, maar zeker ook als moeder.”

Voor meer informatie: http://www.kreukelsenzo.nl of katja@kreukelsenzo.nl.

[Testimonial]

Naam: Hannah van Dam

Leeftijd: 42

Relatie: single

Kinderen: twee dochters van 11 en 7

Werk: doktersassistente

“Begin 2007 was ik behoorlijk de weg kwijt. De nieuwe directie op mijn werk maakte me het leven zuur. Een goede vriend op wie ik verliefd was geworden, beantwoordde mijn gevoelens niet. Langzaam zakte ik in een depressie weg. Toen ik op een avond helemaal in paniek raakte omdat de port op was – ik dronk op dat moment vijf, zes glazen per dag om mijn malende gedachten tot rust te brengen – wist ik: nu moet ik hulp zoeken.

Naar de huisarts gaan was geen optie. Alle dokters in het dorp kennen elkaar, en ik wilde niet dat mijn baas over mijn moeilijkheden zou horen. Bovendien, als ik tegenover iemand zit, heb ik de neiging om mijn problemen te bagatelliseren.

Al surfend op internet kwam ik op de site van Mirjam terecht. Ik had nog nooit van e-coaching gehoord, maar ik heb haar meteen gemaild met de vraag of zij me kon helpen mijn leven weer op de rails te krijgen. Wat een verademing om anoniem met iemand te kunnen ‘praten’! Het persoonlijke contact heb ik geen seconde gemist. Integendeel, ik voelde me vrijer om alles te vertellen, juist omdat ik haar niet zag.

Mirjam heeft me zes weken begeleid. Ik heb niemand daar ooit iets over verteld. De opdrachten maakte ik ’s avonds, als de kinderen in bed lagen. Dan zat ik snikkend uren te typen. Ik schreef over mijn jeugd, mijn mislukte relaties – al het oud zeer kwam boven. Maar toen ik dat er eenmaal uit had gegooid, was ik er ook echt klaar mee.

Door het coachingstraject begrijp ik nu beter hoe ik in elkaar zit. En waarom ik doe wat ik doe. Dat geeft me rust. Ik kan oprecht zeggen dat ik me nog nooit zo goed over mezelf heb gevoeld als nu. Het feit dat ik mijn problemen ‘alleen’, achter mijn eigen computer heb opgelost, maakt de voldoening nóg groter.”

Om privacyredenen is de naam van Hannah veranderd.

NOOIT MEER BANG VOOR DE TANDARTS

20 Jun

Scannen0011Scannen0012

Ruim 400.000 Nederlanders worstelen ermee: een tandartsfobie. Ze zijn zo bang voor de tandarts, dat ze er niet naartoe durven. Nog veel meer mensen lijden weliswaar niet aan een fobie, maar zien er wel tegenop om naar de tandarts te gaan.

Iedereen is wel eens bang. Dat is heel gezond: veel angsten, zoals voor ongelukken of hoogtes, beschermen je tegen gevaar. Maar je kunt ook een angst ontwikkelen voor iets dat in werkelijkheid helemaal geen risico oplevert. Wordt die vrees zo erg dat hij je dagelijks leven beïnvloedt, dan spreekt men van een fobie. Zo’n 12% van alle Nederlanders lijdt aan een fobie. De meest voorkomende? Angst voor de tandarts.

Ben je bang voor spinnen of liften, dan kun je die over het algemeen goed vermijden. Maar met de tandarts is dat lastiger. Bij heftige kiespijn moet je er wel naartoe voor een behandeling. Die onontkoombaarheid verklaart waarom tandartsangst zo vaak voorkomt. Naarmate het tandbederf en de pijn toenemen, wordt de vrees voor wat je in de tandartsstoel te wachten staat steeds erger. Dat, en de schaamte die er vaak bij komt kijken, maakt dat maar weinig mensen hulp zoeken. Helaas, want aan tandartsangst is prima wat te doen.

Schooltandarts 

“Een tandartsfobie ontstaat bijna altijd op jonge leeftijd, nadat een kind een traumatische ervaring bij de tandarts heeft gehad”, vertelt angsttandarts en psycholoog Ad de Jongh. “Nare ervaringen worden zestien keer intenser beleefd dan ‘neutrale’. Bovendien kan er een negatieve overtuiging uit ontstaan. ‘Tandartsen doen me altijd pijn’, bijvoorbeeld. Als je er niets aan doet, kun je daar de rest van je leven last van houden.”  

Vooral de schooltandarts heeft in het verleden grote schade aangericht, aldus De Jongh. “Veel veertigers en vijftigers herinneren het zich nog als de dag van gisteren. Met z’n tweeën of drieën tegelijk werden ze behandeld, zodat ze bij elkaar zagen wat een vreselijke dingen de tandarts deed. In die tijd stond niemand er bij stil dat het misschien verstandiger was om een ouder of een andere vertrouwde persoon mee te laten gaan. Bovendien waren de gebitten veel slechter dan nu, en gebruikte men nauwelijks verdovingen. Al met al was het een ware kweekvijver voor tandartsangst.”

De Jongh is bijzonder hoogleraar angst- en gedragstoornissen aan het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA), waar hij onderzoek doet naar tandartsfobieën. Zo ontdekte hij dat angst voor de tandheelkundige behandeling niet zozeer ontstaat door een extreme pijnervaring, als wel door het gevoel van hulpeloosheid dat patiënten in de tandartsstoel ervaren. “Mensen met een tandartsfobie hebben het idee dat ze geen controle over de situatie hebben. Ze zijn letterlijk en figuurlijk overgeleverd aan de wil van de tandarts, zo voelen ze dat. Met als gevolg dat ze bijvoorbeeld gaan zweten, trillen, hyperventileren of misselijk worden. Alleen de gedachte aan de tandarts kan al zulke symptomen oproepen. Vandaar dat veel mensen met een tandartsfobie zich helemaal niet meer laten behandelen.”

Vertrouwen 

Ben je bang om naar de tandarts te gaan, praat daar dan met hem of haar over. De Jongh: “De meeste tandartsen zijn goed in staat hun patiënten gerust te stellen. Het belangrijkste is dat hij of zij de behandeling voorspelbaar maakt door je precies uit te leggen wat er op welk moment gaat gebeuren. Zo ontstaat er een vertrouwensband. En door met hem of haar af te spreken dat je de behandeling op elk moment kunt stoppen, bijvoorbeeld door je hand op te steken, krijg je het gevoel van controle terug.”

Als je zo angstig bent dat je helemaal niet meer naar de tandarts durft, kan een speciale angsttandarts uitkomst bieden. De Jongh: “Angsttandartsen hebben een aanvullende opleiding van drie jaar gehad, waarin ze alles leren over hoe fobieën ontstaan en vooral ook hoe je er weer vanaf kunt komen. Een patiënt die bij ons komt, krijgt eerst een intakegesprek, zodat we precies weten met wat voor angst we te maken hebben en waar die vandaan komt. Op basis daarvan wordt een behandelplan opgesteld. Soms kunnen we direct aan de slag. Is de angst te erg, dan passen we eerst exposuretherapie toe.”

Exposure 

Als je ergens heel bang voor bent, probeer je dat uit alle macht te vermijden. Door middel van exposure – letterlijk ‘blootstelling’ – leer je dat de werkelijkheid veel minder erg is dan de angstige verwachting. De Jongh: “Om van de tandartsangst af te komen helpt het vaak om de ‘enge’ situatie juist op te zoeken. Je confronteert iemand letterlijk met zijn of haar ergste nachtmerrie. Door langzaam te wennen aan het geluid en gevoel van de boor bijvoorbeeld. De horrorverhalen die iemand zichzelf al die tijd heeft voorgehouden, worden zo vervangen door realistische, positieve ervaringen.”

Exposuretherapie werkt over het algemeen heel goed. Maar soms is die aanpak alleen niet voldoende, aldus De Jongh. “Driekwart van de mensen met een tandartsfobie heeft daarnaast nog andere angststoornissen, of lijdt aan een depressie of een posttraumatische stressstoornis. In zo’n geval is het wel eens verstandig om eerst naar een psycholoog of psychotherapeut te gaan. Daar werken we dan ook regelmatig mee samen.”

In de meeste Europese landen worden kalmerende medicijnen voorgeschreven aan patiënten met een tandartsfobie. Of ze worden onder volledige narcose behandeld. Ook in Nederland zijn er (privé)klinieken die een behandeling onder narcose bieden. De Jongh is er niet blij mee. “Met medicatie ga je de confrontatie uit de weg. Op de korte termijn lijkt dat een uitkomst. Maar in feite los je daardoor niets op. De angst blijft immers bestaan, en daarmee ook de zenuwen voor de tandarts en het schaamtegevoel dat daar vaak bij komt kijken.”

Pijnloos

De laatste jaren neemt het aantal mensen met een tandartsfobie langzaam af. Dat is onder andere het gevolg van allerlei nieuwe tandheelkundige technieken. De Jongh: “We kunnen steeds fijner en preciezer werken. Bovendien zijn er grote stappen gezet in de pijnbestrijding. Als je dat niet wilt, hoef je tegenwoordig helemaal niets meer van de behandeling te voelen.”

Ook niet onbelangrijk: tijdens de opleiding tot tandarts is er veel meer aandacht voor hoe patiënten zich voelen. Aan de universiteiten van Amsterdam krijgen studenten zelfs standaard het vak ‘tandartsangst’ onderwezen. Maar misschien wel de allerbelangrijkste verandering is dat het gemiddelde gebit anno 2009 in een veel betere conditie verkeert dan twintig of dertig jaar geleden, aldus De Jongh. “Er is gelukkig steeds meer aandacht voor goede gebitverzorging. Minder gaatjes betekent: minder behandelingen, minder kans op nare ervaringen, en daarmee minder kans op een tandartsfobie.”

Meer lezen? Ad de Jongh, Angst voor de tandarts (Koninklijke Van Gorcum BV, 2006), ISBN 90 232 4055 3, adviesprijs € 37,50.

[Kader]

Doodsbang was Ria Stoot-Droge (45), toen ze zich bij de Stichting voor Bijzondere Tandheelkunde (SBT) in Amsterdam meldde. Na een behandeling van een jaar is ze nog niet helemaal van haar angst af, maar durft ze in ieder geval weer naar de tandarts.

“Ik kan me niet herinneren dat ik ooit niet bang voor de tandarts ben geweest. Als kind moest ik naar een vreselijke man, een echte slager. Sindsdien ben ik panisch voor alles wat er in mijn mond moet gebeuren.

Eenmaal volwassen vertelde ik mijn tandarts elke keer dat ik doodsbang was, maar hij nam me totaal niet serieus. Sterker nog, als ik aangaf dat hij met de behandeling moest stoppen, negeerde hij dat. Een week voordat ik naar hem toe moest was ik bloednerveus en sliep ik amper. In de stoel zat ik te trillen. Het zweet stond in mijn handen en ik had last van hyperventilatie. Toch bleef ik gaan; een gezond gebit is tenslotte hartstikke belangrijk. Pas toen hij mijn dochter tijdens het boren ongelofelijk veel pijn deed, was de maat vol. Daarna ben ik vier jaar niet meer naar de tandarts geweest.

Ik was zo bang geworden, dat ik bereid was mijn gebit te laten verrotten en een kunstgebit te nemen. Tot ik kiespijn kreeg. Op internet kwam ik erachter dat er speciale hulp is voor mensen zoals ik. Had ik dat maar eerder geweten!

Bij de SBT kreeg ik eerst een gesprek. Heerlijk, dat er eindelijk naar me werd geluisterd. Ik schaamde me ontzettend voor mijn angst – dat hoort toch niet bij een volwassen vrouw? – maar de tandarts daar vond het heel normaal.

Vooraf legde de tandarts precies uit wat ze ging doen. Eerst één seconde boren, toen twee, toen drie. Zo kon ik langzaam wennen. En omdat er een speciale voorverdoving in de vorm van een gel op mijn tandvlees was gesmeerd, voelde ik helemaal niets. Zelfs niet van de verdovingsprik!

Inmiddels heb ik vier behandelingen achter de rug. Nu moet ik terug naar een gewone tandarts. Daar zie ik best tegenop – ik zal altijd een beetje bang blijven. Maar ik weet nu in ieder geval: een behandeling zonder pijn kan écht.”

[Kader]

Meest voorkomende fobieën in Nederland

  Fobie voor

% van de bevolking

Aantal mensen

1 Tandheelkundige behandeling

3,7%

607.847

2 Hoogtes

3,1%

509.277

3 Spinnen

2,7%

443.564

Totaal aantal fobieën

12,0%

1.971.396

Bron: Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam, 2009

[Kader]

Tips  

  • Realiseer je dat de tandheelkunde de laatste jaren sterk is verbeterd. De spookverhalen van vroeger zijn allang verleden tijd.
  • Ben je bang om een behandeling te ondergaan, praat erover met je tandarts. Hij is er dan op voorbereid en kan eventueel extra tijd voor je nemen.
  • Laat je informeren over wat je precies te wachten staan: wat gaat er gebeuren en waarom? Overweeg of je het prettig vindt om tijdens de behandeling in een spiegel mee te kijken.
  • Ben je bang voor pijn? Sta er op dat je verdoofd wordt.
  • Spreek met je tandarts een teken af, zoals het opsteken van je hand, waarop hij met de behandeling stopt.
  • Afleiding kan ook goed helpen. Vraag bijvoorbeeld of je naar (zelf meegenomen) muziek kunt luisteren tijdens de behandeling.
  • Heeft je tandarts geen begrip voor je angst? Schaam je er dan niet voor een andere tandarts te zoeken die wel uitleg geeft en begrip toont voor je wensen.

Bron: Ad de Jongh, ‘Angst voor de tandarts’ (2006).

 

[Kader]

Als je helemaal niet naar de tandarts durft

  • Stap 1: Praat erover met anderen. Gebruik hun hulp om je te motiveren en om de juiste tandarts te vinden.
  • Stap 2: Maak (zelf!) een afspraak voor een controle van je gebit, maar spreek met de tandarts af dat er dan verder niets gedaan wordt. Het eerste bezoek is om elkaar te leren kennen en te kijken of het klikt.
  • Stap 3: Bereid je afspraak met de tandarts goed voor. Wat wil je wel en wat beslist niet? Als je denkt dat je te gespannen bent om je verhaal te vertellen, of dat je dingen vergeet, schrijf je ideeën en vragen dan op.
  • Stap 4: Schakel anderen in om je te helpen je aan je afspraak te houden. Laat iemand meegaan om er zeker van te zijn dat je niet op het laatste moment afhaakt, om je te steunen tijdens zo’n eerste bezoek of om het woord te doen als de emoties je teveel worden.

Zit je angst te diep om deze stappen te zetten? Neem dan contact op met een Centrum voor Bijzondere Tandheelkunde. Daar werkenspeciaal opgeleide tandartsen en psychologen samen om de angst hanteerbaar te maken. Op de website http://www.cobijtl.nl vind je een overzicht van alle centra voor bijzondere tandheelkunde in Nederland.

Bron: Ad de Jongh, ‘Angst voor de tandarts’ (2006).

 

 

%d bloggers liken dit: