Tag Archives: chronische pijn

WORD JE EIGEN PIJNTHERAPEUT

5 mrt

Chronische pijn Die verminder je zelf jpg

Gepubliceerd in +Gezond, februari 2020.

Er zijn meer mensen met chronische pijn dan met kanker, diabetes en hart- en vaatziekten samen. Behandelingen halen vaak niets uit en patiënten horen dat ze er maar mee moeten leven. Onterecht, want met de juiste aanpak valt veel leed te voorkomen. De sleutel? Die ben je zelf. 

Naar schatting één op de vijf mensen worstelt dagelijks met — vaak heel ernstige — pijn. Tussen de twee en drie miljoen Nederlanders, kortom. Soms komt hun hele leven door de pijn tot stilstand. Hoe kan het dat zij daar niet vanaf komen?
“Acute pijn is een belangrijke en nuttige waarschuwing”, zegt gezondheidspsycholoog Frits Winter, directeur van Medisch Centrum Winter in Haaksbergen en schrijver van de bestseller De pijn de baas. “Maar als de zenuwen die het pijnsignaal aan de hersenen doorgeven overprikkeld of beschadigd raken, kan de pijn aanhouden. Zelfs als de oorspronkelijke aanleiding al lang is verdwenen. De pijn gaat dan als het ware een eigen leven leiden. In dat geval heb je te maken met een nieuw, opzichzelfstaand probleem.”
Winter maakt zich al meer dan 25 jaar hard voor een betere aanpak van chronische pijn. Hij vond het onverdraaglijk dat de patiënten op de pijnafdeling van het revalidatiecentrum waar hij jarenlang werkte zo leden. Dus besloot hij zijn eigen aanpak te ontwikkelen. Het uitgangspunt: pijn is beïnvloedbaar. Patiënten weten immers donderspoed dat hun pijn verergert als ze moe of gestrest zijn, of juist vermindert als ze zich gelukkig voelen. Dat betekent dus ook dat je er zelf op kunt sturen. Mits je over de juiste kennis en vaardigheden beschikt. Je eigen therapeut worden, noem Winter dat.
“Het is een hardnekkig misverstand dat zorgverleners chronische pijn kunnen verhelpen”, zegt hij. “De enige die daartoe in staat is, ben je zelf. Net zo goed als je alleen zelf kunt afvallen of je conditie kunt verbeteren. Uiteraard kunnen professionals je daar wel bij helpen, bijvoorbeeld door je uit te leggen hoe pijn werkt en je te motiveren en te coachen. Met dat doel heb ik een praktische handleiding gemaakt over hoe je pijn zelf de baas kunt worden.”
Winter snapt best dat veel patiënten in eerste instantie cynisch tegenover dat idee staan. Zeker als ze al jaren aan chronische pijn lijden. “Maar net zoals je spieren kunt trainen, kun je ook je hersenen trainen om minder snel pijnsignalen af te vuren. Dat doe je door je brein stapsgewijs te leren om anders te reageren. Het gaat om het vinden van een evenwicht tussen inspanning, ontspanning en afleiding.”
Concreet betekent dat: werken aan je kracht en conditie, zinvolle activiteiten doen en zoveel mogelijk support organiseren van de mensen om je heen. Als je dat lukt, krijgt de pijn een minder grote rol in je leven, met als gevolg dat het alarm in de hersenen minder snel afgaat. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat deze aanpak heel goed werkt.
Eén probleem: als pijn je leven jarenlang heeft beheerst, durf je vaak niet meer te gaan sporten, of eropuit te gaan. Maar gevoel is een slechte raadgever als het om pijn gaat, aldus Winter. Want hoe minder je doet, hoe kwetsbaarder je wordt. Lichamelijk én geestelijk. De oplossing? Babystapjes nemen. “Begin drie keer in de week met heel kort bewegen en bouw het langzaam op. Verder is het heel belangrijk om leuke dingen te doen en je sociale leven weer op te pakken. Ook allemaal stapsgewijs. Als je het programma uit De pijn de baas volgt, zul je zien dat je dan binnen zes tot acht weken verschil merkt. En dat jij weer grip op de pijn krijgt, in plaats van dat die jou in zijn greep houdt.”

Hoe positiever, hoe minder pijn
Dat je zelf invloed hebt op hoeveel pijn je ervaart, beaamt ook psycholoog Madelon Peters. Als  hoogleraar experimentele gezondheidspsychologie aan de Universiteit Maastricht doet zij veel onderzoek doet naar de relatie tussen optimisme en pijnbeleving. Zo ontdekte ze dat mensen die positief in het leven staan chronische pijn beter verdragen. “Hoe dat precies werkt, weten we niet”, zegt ze. “Wel is duidelijk dat een optimistisch levenshouding hoop geeft. Het stimuleert patiënten om niet bij de pakken neer te zitten, maar in actie te komen.”
Al in de jaren ’80 van de vorige eeuw bewezen Amerikaanse wetenschappers dat optimisten beter kunnen omgaan met stresssituaties. Ook herstellen ze na een operatie sneller. Ze leven zelfs langer. Peters wilde weten of dat effect er ook bij pijn is. En vooral ook of je de levensinstelling van mensen positief kunt beïnvloeden, om zo hun pijn draaglijker te maken.
“In ons onderzoek lieten we proefpersonen zich gedurende een bepaalde periode heel bewust voorstellen hoe een positieve toekomst eruit zou zien”, vertelt ze. “Dat is een bewezen doeltreffende manier om mensen optimistischer te maken. Daarna deden we een pijnexperiment, waarbij ze hun hand in een bak ijswater moesten houden. Wat bleek? De optimisten voelden minder pijn dan de proefpersonen die géén visualisaties hadden gedaan.”
Het effect ging nog verder. Mensen met pijn presteren over het algemeen slechter op geheugen- en concentratietests. Logisch, want pijn leidt enorm af. Maar in Peters onderzoek vond ze dat de personen die ze vooraf optimistischer had gemaakt, mentale taken even goed mét als zonder pijn volbrachten.
Kortom: het loont als pijnpatiënt dus om eraan te werken om positiever in het leven te staan. Dat doe je bijvoorbeeld door aardig voor jezelf te zijn en aandacht te hebben voor leuke dingen. “Het is niet zo dat de pijn daarmee ineens verdwijnt”, benadrukt Peters. “Maar je gaat die wel anders ervaren. Bijverschijnselen, zoals stress en somberheid, blijven eerder achterwege, waardoor je de pijn kunt beter kunt verdragen.”
Ze geeft een praktische tip om zelf positiever te worden: schrijf dagelijks drie fijne dingen over die dag op. Dat kan van alles zijn, ook kleine dingen, zoals dat de zon scheen of dat je lekker hebt gegeten. “Het klinkt misschien onwaarschijnlijk dat je met zoiets simpels je pijnniveau kunt beïnvloeden. Maar de uitkomsten van ons wetenschappelijke onderzoek hierover waren heel helder: zulke positieve psychologie werkt echt.”

[Kader]
RUGPIJN AFLEREN?
Iedereen die wel eens langere tijd flinke rugpijn heeft (en dat zijn miljoenen Nederlanders) weet wat het recept is: fysiotherapie en blijven bewegen, eventueel aangevuld met pijnstillers. Die standaardbehandeling kan een stuk beter, ontdekte de Belgische Anneleen Malfliet, fysiotherapeut en onderzoeker aan de Vrije Universiteit Brussel. Volgens haar kun je je hersenen leren om minder snel pijnsignalen af te geven. Ze testte dat bij 120 patiënten met chronische nek- en rugpijn. De helft kreeg eerst uitgebreide uitleg over hoe chronische pijn werkt. Hoe het brein daarbij verandert. En dat de hersenen dan zelf pijnprikkels gaan opwekken, vaak zonder dat daar een reden voor is. Daarna volgden vijftien oefensessies met bewegingen, die de patiënten normaliter juist vermeden omdat ze pijn uitlokten. Kregen ze meer klachten, dan moesten ze de oefeningen tóch doen. De andere helft van de proefpersonen — de controlegroep — kreeg óók uitleg, maar dan over hoe de rug en nek in elkaar zitten. Hun traditionele fysiotherapie-oefeningen waren gericht op kracht en stabiliteit. Vonden ze die te pijnlijk, dan werden de oefeningen aangepast.
Aan het eind van het onderzoek bleek de eerste groep het veel beter te doen dan de tweede. 57 procent had minder pijn, 30 procent was minder bang om te bewegen en eveneens 30 procent schonk minder aandacht aan de pijn. In het algemeen voelden ze zich veel beter dan voor de behandeling, lichamelijk én geestelijk. Toegegeven, ook de controlegroep boekte vooruitgang, maar veel minder.
Het opmerkelijke verschil valt volgens Malfliet te verklaren door de kennis over wat chronische pijn is en hoe die werkt. Als patiënten weten dat hun hersenen ‘zomaar’ pijn kunnen produceren, dus ook zonder aanleiding, neemt dat veel angst weg. En durven ze eerder door de pijn heen te bewegen. Belangrijk, want je lijf ‘sparen’ werkt bij chronische pijn juist averechts. Door vervolgens minder aandacht aan de pijn te besteden, verandert mogelijk ook de werking van het pijncentrum in het brein. Je ‘leert’ dat dan om minder snel pijnsignalen af te geven, is het idee. Daar doet Malfliet nog verder onderzoek naar. 

[Kader]
VERDER LEZEN?

  • Frits Winter, De pijn de baas (2000), € 14,95.
  • Madelon Peters, Geluk en optimisme — Een bewezen werkzaam programma op basis van positieve psychologie (2017), € 19,95.
  • Annemarieke Fleming en Joke Vollebregt, Pijn & het brein — De rol van de hersenen bij ‘onverklaarde’ chroniche klachten (2016), € 19,99. 
  • Doeke Keizer en Cornelis Paul van Wilgen, Chronische pijn verklaard — Oorzaken, advies en aanpak (2013), € 30,99.

 

OP DE BRES TEGEN PIJN: FRITS WINTER

17 sep

Gepubliceerd in Plus Magazine, september 2017. Fotografie: Linelle Deunk.

Er zijn meer patiënten met chronische pijn dan met kanker, diabetes en hart- en vaatziekten samen. Behandelingen halen vaak niets uit en mensen horen dat ze er maar mee moeten leven. Onnodig, want met de juiste aanpak valt veel leed te voorkomen, aldus gezondheidspsycholoog Frits Winter, schrijver van de bestseller De pijn de baas. “Je bent zelf je beste therapeut.”

Dokters doen hun werk niet goed. Dat dacht psycholoog Frits Winter toen hij 27 jaar geleden bij de pijnafdeling van een revalidatiekliniek aan de slag ging. Daar kreeg hij de taak om cliënten voor te bereiden op terugkeer naar werk. Steeds weer bleek chronische pijn een — vaak onoverkomelijk — obstakel. “Mijn patiënten leden enorm, zonder dat daar een duidelijke verklaring voor was”, zegt Winter. “Ze terugsturen naar de specialist haalde niets uit. Er moest dus méér achterzitten.” Hij besloot het zijn missie te maken om uit te zoeken hoe pijn werkt, en wat eraan te doen valt.

Komt chronische pijn veel voor?
“Ontzettend veel. We spreken van chronische pijn als die meer dan drie maanden duurt of als die, bijvoorbeeld na een ziekte of operatie, langer aanhoudt of erger is dan je redelijkerwijs kunt verwachten. Naar schatting één op de vijf mensen worstelt dagelijks met — vaak heel ernstige — pijn. Tussen de twee en drie miljoen Nederlanders, kortom. Soms komt hun hele leven door de pijn tot stilstand. Ze kunnen bijvoorbeeld niet meer werken of niet meer doen wat ze leuk vinden. Sociale contacten lijden er vaak ook enorm onder. Relaties kunnen er zelfs door stuklopen.”

Hoe kan het dat zij daar niet vanaf komen?
“Acute pijn is een belangrijke en nuttige waarschuwing. Maar als de zenuwen die het pijnsignaal aan de hersenen doorgeven overprikkeld of beschadigd raken, kan de pijn aanhouden, zelfs als de oorspronkelijke aanleiding al lang is verdwenen. De pijn gaat dan als het ware een eigen leven leiden. In dat geval heb je te maken met een nieuw, opzichzelfstaand probleem.”

Over wat voor pijn hebben we het bijvoorbeeld?
“Chronische pijnklachten komen overal in het lichaam voor, het meest in de lage rug, nek, schouders, armen, benen en gewrichten. De belangrijkste veroorzakers zijn artrose, een hernia, wervelschade, zenuwschade of fibromyalgie. Overigens is de reden lang niet altijd te achterhalen. Maar ook dan kan er sprake zijn van chronische pijn.”

Waarom is het lastig om die te verhelpen?
“Omdat het probleem zo ingewikkeld en veelomvattend is. De meeste zorgverleners pakken één aspect aan. Patiënten krijgen dan bijvoorbeeld een pijnbehandeling in de vorm van pijnstillers of een zenuwblokkade. Of ze worden naar een psycholoog verwezen, omdat ze zo perfectionistisch zijn en hun grenzen niet respecteren. Maar zo’n eenzijdige benadering doet geen recht aan de complexiteit van chronische pijn en werkt dus niet.”

Hoe moet het dan wel?
“Je kunt het probleem alleen aanpakken als je tegelijk werkt aan het lichamelijke en geestelijke herstel, en ook nog de sociale omgeving van de patiënt in ogenschouw neemt. Helaas weten lang niet alle zorgverleners dat. Vandaar dat ik veel cursussen aan psychologen en artsen geef. Want bij de behandeling van chronische pijn valt nog een wereld te winnen. Patiënten weten zelf donderspoed dat hun pijn verergert als ze moe of gestrest zijn, of juist vermindert als ze zich gelukkig voelen. Pijn is dus geen statisch gegeven; je kunt er zelf invloed op uitoefenen. Mits je over de juiste kennis en vaardigheden beschikt. Je eigen therapeut worden, noem ik dat. Dat werkt ook als er geen aanwijsbare medische oorzaak voor de pijnklachten is.”

Patiënten zijn toch geen behandelaars?
“Juist wel! Het is een hardnekkig misverstand dat zorgverleners chronische pijn kunnen verhelpen. De enige die daartoe in staat is, ben je zelf. Net zo goed als je alleen zelf kunt afvallen, of je conditie kunt verbeteren. Uiteraard kunnen professionals je daar wel bij helpen, bijvoorbeeld door je uit te leggen hoe pijn werkt en je te motiveren en te coachen. Met dat doel heb ik een praktische handleiding gemaakt over hoe je pijn zelf de baas kunt worden.”

Waarom zou je zelf kunnen wat een dokter niét kan?
“Omdat het gaat om het veranderen van gedrag. Maar net zoals je spieren kunt trainen, kun je ook je hersenen trainen om minder snel pijnsignalen af te vuren. Afgelopen jaar heb ik bijvoorbeeld een vrouw geholpen die door ernstige rugklachten volledig arbeidsongeschikt was geraakt. Doordat ze haar hersenen als het ware heeft gereset, is de pijn aanzienlijk verminderd. Ze werkt nu zelfs weer voltijds.”

Hoe dan?
“Door je brein stapsgewijs te leren om anders te reageren. Daar is zoals gezegd geen simpel recept voor. Het gaat om het vinden van een evenwicht tussen inspanning, ontspanning en afleiding. Concreet betekent dat: werken aan je kracht en conditie, zinvolle activiteiten doen en zoveel mogelijk support organiseren van de mensen om je heen. Als je dat lukt, krijgt de pijn een minder grote rol in je leven, met als gevolg dat het alarm in de hersenen minder snel afgaat. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat deze aanpak heel goed werkt.”

Dat klinkt makkelijker dan het is.
“Klopt. Als pijn je leven jarenlang heeft beheerst, durf je vaak niet meer te gaan sporten, of eropuit te gaan. Maar gevoel is een slechte raadgever als het om pijn gaat. Want hoe minder je doet, hoe kwetsbaarder je wordt. Lichamelijk én geestelijk. Als je begrijpt hoe dat werkt, kun je vervolgens je gedrag stapsgewijs veranderen. Zo krijg je steeds meer grip op de pijn, in plaats van dat die jou in zijn greep houdt. Binnen zes tot acht weken merk je verschil..”

Bent u dan tegen pijnstillers en andere pijnbehandelingen?
“Die kunnen als hulpmiddel heel nuttig zijn, bijvoorbeeld bij het opbouwen van belastbaarheid. Maar het is symptoombestrijding; het achterliggende probleem los je er niet mee op. Uiteindelijk help je een patiënt er dus niet mee. Sterker nog, je belemmert hem om blijvend van de pijn af te komen. ”

Wat raadt u mensen aan die op dit moment met pijnklachten worstelen?
“Neem het heft in eigen handen. Ga bewegen, maar wel gedoseerd. Begin drie keer in de week heel kort en bouw het langzaam op. In het begin mag je naderhand best iets meer pijn hebben, maar de tijd die je nodig hebt om te herstellen, moet wel steeds korter worden. Zo niet, dan doe je te snel te veel. Verder is het heel belangrijk om leuke dingen te doen, en je sociale leven weer op te pakken. Maar ook daarbij geldt: langzaam opbouwen.”

[Kader]
CV
Gezondheidspsycholoog dr. Frits Winter (72) maakt zich al ruim 25 jaar hard voor een betere aanpak van chronische pijn. Hij was jarenlang voorzitter van de Nederlandse Vereniging ter Bestudering van Pijn (NVBP) en gaf twintig jaar leiding aan de pijnafdeling van revalidatiecentrum Roessingh in Enschede. Sinds 2002 is hij directeur van Medisch Centrum Winter in Haaksbergen, zijn eigen behandelcentrum voor pijn, stress en burn-out. Van zijn boek De pijn de baas werden meer dan 50.000 exemplaren verkocht. Winters behandelmethode met dezelfde naam wordt gebruikt in tal van revalidatieklinieken en fysiotherapiepraktijken.

KUN JE PIJN ZELF BEÏNVLOEDEN?

23 aug

jpg

Gepubliceerd in Margriet 27, juli 2017. 

Kiki (42): “Klopt het dat je meer pijn voelt als je somber bent? En dat je dus zelf kunt beïnvloeden hoeveel pijn je hebt?”

Psycholoog Madelon Peters, hoogleraar experimentele gezondheidspsychologie aan de Universiteit Maastricht, die veel onderzoek doet naar de relatie tussen optimisme en pijnbeleving:
“Tot op zekere hoogte wel. Het is in ieder geval zo dat optimistische mensen beter met chronische pijn kunnen omgaan, weten we uit onderzoek. Ze verdragen die beter, en worden er minder snel gestrest of depressief door. Hoe dat precies werkt is niet bekend. Wel is duidelijk dat een optimistisch levenshouding hoop geeft. Die positieve emotie stimuleert patiënten om in actie te komen, en eraan te werken om hun situatie te verbeteren, in plaats van bij de pakken neer te zitten. Waardoor ze zich weer beter gaan voelen.
Al in de jaren ’80 bewezen Amerikaanse wetenschappers dat optimisten beter kunnen omgaan met stresssituaties. Ook herstellen ze na een operatie sneller. Ze leven zelfs langer! Ik wilde weten of dat effect er ook bij pijn is. En vooral ook of je de levensinstelling van mensen positief kunt beïnvloeden, om zo hun pijn draaglijker te maken.
In ons onderzoek lieten we proefpersonen zich gedurende een bepaalde periode heel bewust voorstellen hoe een positieve toekomst eruit zou zien — een bewezen effectieve manier om mensen optimistischer te maken. Daarna deden we een pijnexperiment, waarbij ze hun hand in een bak ijswater moesten houden. Wat bleek? De optimisten voelden minder pijn dan de proefpersonen die géén visualisaties hadden gedaan.
Het effect ging nog verder. Mensen met pijn presteren over het algemeen slechter op geheugen- en concentratietests. Logisch, want pijn leidt enorm af. Maar in ons onderzoek vonden we dat de personen die we vooraf optimistisch hadden gemaakt, mentale taken even goed mét als zonder pijn volbrachten.
Kortom: het loont dus om eraan te werken om positief in het leven te staan. Dat doe je bijvoorbeeld door aardig voor jezelf te zijn, en aandacht te hebben voor leuke dingen. Het is niet zo dat de pijn daarmee ineens ‘verdwijnt’, maar je gaat die anders ervaren. Bijverschijnselen, zoals stress en somberheid, blijven eerder achterwege, waardoor je meer pijn kunt verdragen.
Een praktische tip om positiever te worden, is om dagelijks drie fijne dingen over die dag op te schrijven. Dat kan van alles zijn, ook kleine dingen, zoals dat de zon scheen of dat je lekker hebt gegeten. Het klinkt misschien zweverig dat je met zoiets simpels je pijnniveau kunt beïnvloeden, maar aan de uitkomsten van ons wetenschappelijke onderzoek was niets vaags. Positieve psychologie werkt echt.”

ALTIJD PIJN

13 mei

ALTIJD PIJN jpeg.jpg

Gepubliceerd in Radar+, lente 2017

Tussen de twee en drie miljoen Nederlanders hebben altijd pijn, vaak zonder dat er (nog) een duidelijke oorzaak voor is. Dat kan een dagelijkse hel zijn. 5 deskundigen vertellen hoe chronische pijn ontstaat, en vooral of er iets aan te doen is.

 

Anesthesioloog dr. Mischa Simon is hoofd van het Pijnbehandelcentrum van het Leids Universitair Medisch Centrum.
“We spreken over chronische pijn als die meer dan drie maanden duurt en langer aanhoudt of zwaarder is dan verwacht, bijvoorbeeld na herstel van een ziekte of een operatie. Tussen de twee en de drie miljoen Nederlanders hebben er dagelijks last van. Het is dus een gigantisch probleem, dat een enorme impact heeft op het leven van mensen. Relaties en werk lijden eronder, en patiënten vinden het vaak moeilijk om de moed erin te houden. De meeste chronische pijnklachten komen voor in de lage rug, nek, schouders, armen, benen, gewrichten en zenuwen. De oorzaken zijn heel divers. Artrose, hernia, wervelschade, fibromyalgie of zenuwschade, bijvoorbeeld.
Acute pijn is een – belangrijke en nuttige – waarschuwing. Maar als de zenuwen die het pijnsignaal aan de hersenen doorgeven overprikkeld of beschadigd raken, kan de pijn aanhouden, zelfs als de oorspronkelijke aanleiding al lang is verdwenen. De pijn gaat dan als het ware een eigen leven leiden. In dat geval heb je te maken met een nieuw, op zichzelf staande aandoening: chronische pijn. Dat is een ingewikkeld, veelomvattend probleem, waar meestal geen simpele oplossing voor is.
Als we geen duidelijke – behandelbare – oorzaak voor de pijn vinden, hebben we grofweg twee opties: medicijnen die de pijnprikkel dempen of de zenuw die de pijnprikkel veroorzaakt (tijdelijk) uitschakelen. Dat laatste kan met behulp van injecties, elektrische prikkels of een operatie. Daarnaast is er zo nodig ondersteuning van bijvoorbeeld een fysiotherapeut of een psycholoog.
We gaan tot het uiterste om een remedie te vinden, maar helaas lukt het niet altijd om een patiënt helemaal pijnvrij te krijgen. Dan kan een speciaal therapieprogramma helpen om anders met pijn om te gaan.”

Revalidatiearts prof. dr. Rob Smeets, gespecialiseerd in chronische pijn, is hoogleraar revalidatiegeneeskunde aan de Universiteit Maastricht en werkt in het St. Jans Gasthuis en bij Libra Revalidatie & Audiologie in Weert.
“Pijnpatiënten die bij een revalidatiearts terechtkomen, hebben meestal al van alles geprobeerd. Dan kan revalidatie toch niets meer uithalen, denken ze. Maar uit eigen wetenschappelijk onderzoek blijkt dat een pijnrevalidatieprogramma bij meer dan 70 procent van de patiënten voor minder pijn, vermoeidheid en beperkingen zorgt. Dat komt niet per se omdat ze van de pijn af zijn, maar vooral omdat ze er anders mee leren omgaan.
Pijnrevalidatie is bedoeld voor mensen met chronische klachten in het bewegingsapparaat zoals nek of rug, een whiplashsyndroom, fibromyalgie of een complex regionaal pijnsyndroom. Het eerste wat we doen, is hun situatie zo goed mogelijk in kaart brengen. Hoe is de pijn ontstaan? Wat zijn factoren die de pijn uitlokken of instandhouden? Op basis daarvan maken we een maatwerkplan. Vaak bestaat dat uit een combinatie van bewegen en psychosociale hulp. Bij chronische pijn is namelijk altijd méér aan de hand dan alleen lichamelijk letsel.
Pijn maakt mensen bang. Zodra ze pijn voelen, stoppen ze met een activiteit. Of ze durven er überhaupt niet meer aan te beginnen. Zo belanden ze in een neerwaartse spiraal, waardoor ze uiteindelijk niets meer kunnen. Met graded exposure therapy helpen we ze om het bewegen langzaam weer op te bouwen. Dat maakt ze lichamelijk maar ook mentaal sterker. En doordat ze hun bezigheden weer (deels) kunnen oppakken, neemt de pijn een minder grote plek in het dagelijks leven in.
Een bepaalde vorm van gedragstherapie, acceptance and commitment therapy, leert patiënten daarnaast om anders over pijn te denken, en te accepteren wat ze nog wel en niet meer kunnen. Alles met als ultiem doel: een betere kwaliteit van leven, óók als de pijn blijft.”
55 ziekenhuizen en revalidatiecentra bieden een speciaal pijnprogramma. Kijk voor meer informatie op revalidatie.nl.

Psycholoog Madelon Peters, hoogleraar experimentele gezondheidspsychologie aan de Universiteit Maastricht, deed de afgelopen jaren veel onderzoek naar de relatie tussen optimisme en pijnbeleving.
“Optimistische mensen kunnen beter met chronische pijn omgaan. Ze verdragen die beter, en worden er minder snel gestrest of depressief door. Hoe dat precies werkt weten we niet, maar het is wel duidelijk dat een optimistisch levenshouding hoop geeft. Dat motiveert patiënten om in actie te komen en eraan te werken om hun situatie te verbeteren, in plaats van bij de pakken neer te zitten.
Al in de jaren ’80 bewezen Amerikaanse wetenschappers dat optimisten beter kunnen omgaan met stress, na een operatie sneller herstellen en zelfs langer leven. Ik wilde weten hoe dat bij pijn zat. En vooral ook of je de levensinstelling van mensen positief kunt beïnvloeden, om zo hun pijn draaglijker te maken.
In ons onderzoek lieten we proefpersonen zich gedurende een bepaalde periode heel bewust voorstellen hoe een positieve toekomst eruit zou zien – een bewezen effectieve manier om mensen optimistischer te maken. Daarna deden we een pijnexperiment. Wat bleek? De optimisten voelden minder pijn dan de proefpersonen die geen visualisaties hadden gedaan.
Het effect ging zelfs verder. Mensen met pijn presteren over het algemeen slechter op geheugen- en concentratietests. Logisch, want pijn leidt enorm af. Maar in ons onderzoek vonden we dat de personen die we vooraf optimistisch hadden gemaakt, mentale taken even goed mét als zonder pijn volbrachten.
Een praktische tip om zelf positiever te worden, is om dagelijks drie positieve dingen over die dag op te schrijven. Het klinkt misschien zweverig dat je met zoiets simpels bijvoorbeeld pijn kunt beïnvloeden. Maar aan de uitkomsten van ons wetenschappelijke onderzoek was niets vaags: positieve psychologie werkt echt.”
Madelon Peters schreef samen met psycholoog Elke Smeets het boek Geluk en optimisme – Een bewezen werkzaam programma op basis van positieve psychologie.

Dr. Anne Lukas is anesthesioloog en pijnspecialist in het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis in Amsterdam. 

“Elk jaar krijgen zo’n 100.000 Nederlanders kanker. Op het moment van de diagnose heeft ongeveer de helft van hen pijnklachten. Bij uitbehandelde patiënten ligt dat aantal nog flink hoger. Vaak wordt gedacht dat pijn onlosmakelijk met de ziekte is verbonden. Maar dat idee is echt achterhaald. Er zijn tegenwoordig namelijk heel veel manieren om dit soort pijn te verhelpen, of in ieder geval dragelijk te maken.
De laatste jaren begrijpen we steeds beter hoe pijn bij kanker ontstaat, en waarom een bepaalde behandeling bij de ene patiënt wel werkt en bij de andere niet. Dat betekent dat we de pijn ook gerichter kunnen aanpakken, en een maatwerkoplossing kunnen zoeken. Bovendien hebben we steeds meer verschillende medicijnen en behandelmethoden tot onze beschikking. Verder is de kennis bij bijvoorbeeld huisartsen over het onderwerp enorm toegenomen.
Ruim de helft van alle kankerpatiënten geneest, of overleeft langdurig. Door de vroege opsporing en de betere behandelmogelijkheden, neemt dat aantal alsmaar verder toe. Fantastisch, maar het creëert ook nieuwe uitdagingen. Voor veel mensen wordt het leven na kanker namelijk nooit meer hetzelfde. Vaak horen daar ook klachten bij, zoals chronische pijn. Late gevolgen, noemen we die. Soms treden ze pas maanden of zelfs jaren na de behandeling op. Het lastige is dat de mensen dan qua hulp nog wel eens tussen wal en schip vallen. Dat geldt zeker voor overlevers, die niet meer voor hun kanker in behandeling zijn. De uitdaging voor de komende jaren is om ook hen allemaal goede pijnbestrijding te bieden.
Kortom: als je als (ex-)kankerpatiënt pijn hebt, is het belangrijk dat je dat eerlijk zegt. Vraag je arts om informatie en hulp. Geeft de behandeling niet voldoende verlichting? Laat je dan doorverwijzen naar een pijnspecialist. Want pijn lijden bij of na kanker hoeft echt niet.”

Psycholoog dr. Frits Winter is schrijver van het boek De pijn de baas, waarvan de afgelopen dertig jaar meer dan 50.000 exemplaren zijn verkocht. Zijn methode wordt gebruikt in veel revalidatieklinieken en fysiotherapiepraktijken.
“Chronische pijn is in veel gevallen therapieresistent. Professionele hulp haalt dan weinig tot niets (meer) uit. ‘Je moet er maar mee leren leven’, horen patiënten vaak. Een wreed advies, want voor hen betekent dat: veroordeeld zijn tot een uitzichtloos leven vol pijn. Zo lijkt het althans. Want therapieresistent betekent gelukkig niet dat er niets aan pijn te doen is. Ga maar na: veel patiënten weten donders goed dat hun pijn verergert als ze moe of gestrest zijn, of juist vermindert als ze zich gelukkig voelen. Pijn is dus geen statisch gegeven – je kunt er zelf invloed op uitoefenen. Mits je over de juiste kennis en vaardigheden beschikt. Je eigen therapeut worden, noem ik dat.
Het draait allemaal om het bereiken van een evenwicht tussen inspanning, ontspanning en afleiding. Als je dat lukt, krijgt de pijn een minder grote rol in je leven. Pijnvermindering is daarbij geen doel op zich, maar vaak wel een automatisch gevolg van de veranderingen die je doorvoert. Dat klinkt natuurlijk makkelijker dan het is. Als je leven jarenlang door pijn is beheerst, ben je vaak onzeker, bang of somber. Dan kun je wel een steuntje in de rug gebruiken om jezelf uit het moeras omhoog te trekken. Met dat doel heb ik een een praktische, no nonsense handleiding gemaakt over hoe je op eigen kracht de pijn de baas wordt. Stapsgewijs werk je aan het herstel van je kracht en conditie, aan het organiseren van support en aan het terugkrijgen van de regie over je leven. Een betere pijndemper is er niet. Ik heb keer op keer gezien dat pijnpatiënten zichzelf op die manier echt beter kunnen maken.”

ALTIJD PIJN

10 nov

Gepubliceerd in Margriet 47, 11 november 2016.

Amanda (51): “Al anderhalf jaar heb ik zoveel pijn in mijn nek, armen en handen, dat ik er slecht van slaap en weinig in huis kan doen. De door de huisarts en neuroloog voorgeschreven pijnstillers, fysiotherapie en yoga halen niets uit. Ik ben er radeloos van. Wat kan ik doen?”

Anesthesioloog en pijnspecialist dr. Olav Rohof heeft meer dan 30 jaar ervaring met de behandeling van (chronische) pijn.

“We spreken over chronische pijn als die meer dan drie maanden duurt. Ongelofelijk veel Nederlanders hebben er dagelijks last van, wel tussen de twee en de drie miljoen, vooral in de lage rug, nek, schouders, armen, benen, gewrichten en zenuwen. Boosdoeners zijn bijvoorbeeld een hernia, artrose, fibromyalgie of zenuwschade.

Om te weten of en zo ja wat je aan langdurige pijn kunt doen, moet je eerst snappen wat de oorzaak is. Pijn afdoen als alleen maar ‘psychisch’, is in ieder geval niet terecht. In veel gevallen speelt stress een rol, maar er is vaak ook een lichamelijke probleem. Om daar achter te komen, is goed onderzoek nodig door een arts die ervoor heeft doorgeleerd: een pijnspecialist. Dat is een anesthesioloog die een extra opleiding heeft gehad op het gebied van pijngeneeskunde.

Bijna alle ziekenhuizen hebben inmiddels een speciaal pijncentrum, waar zulke gespecialiseerde anesthesiologen samenwerken met andere behandelaars, zoals fysiotherapeuten, psychologen en neurologen. Gezamenlijk hebben zij tal van behandelingen tot hun beschikking waarmee ze de pijn in veel gevallen kunnen verhelpen, of op z’n minst kunnen terugbrengen tot een aanvaardbaar niveau.

Helaas komen lang niet alle mensen die er baat kunnen hebben daadwerkelijk bij een pijncentrum terecht. Dat komt omdat veel patiënten, maar óók veel huisartsen, niet weten wat er allemaal mogelijk is op het gebied van pijnbestrijding. Of ze denken – onterecht – dat pijn er bij bepaalde ziektes, zoals reuma of kanker, gewoon ‘bij hoort’, en dat ze er maar mee moeten leren leven.

Als zaken als pijnstillers en fysiotherapie onvoldoende helpen en de pijn langer dan drie maanden aanhoudt, is het verstandig om naar een pijncentrum te gaan. Dat is des te belangrijker, omdat langdurige pijn een eigen leven kan gaan leiden. De zenuwen die het pijnsignaal aan de hersenen doorgeven, kunnen namelijk overprikkeld of beschadigd raken. In zo’n geval blijft de pijn bestaan, zelfs als de eigenlijke oorzaak al lang is verdwenen. In dat geval heb je te maken met een nieuw, op zichzelf staand probleem, en ben je nog verder van huis.

Mijn advies is kortom om je door je huisarts door te laten verwijzen naar een pijncentrum. Laat je niet met een kluitje in het riet sturen, want een goede pijnbehandeling is een basisvoorziening waar alle patiënten recht op hebben.”

Op www.anesthesiologie.nl vind je een overzicht van alle ziekenhuizen met een pijncentrum.

Wekelijks geven (medisch) specialisten in Margriet antwoord op gezondheidsvragen van lezeressen. Heb je ook een vraag die je wilt voorleggen aan de (medisch) specialisten? Stuur hem naar rurbrieken@margriet.nl o.v.v. ‘vraag aan’. 

 

ALTIJD PIJN

15 jul

Gepubliceerd in LUMC Magazine, juli 2016. 

Naar schatting één op de vijf Nederlanders worstelt dagelijks met – vaak heel ernstige – pijn. Soms komt hun hele leven daardoor tot stilstand. Toch wordt chronische pijn lang niet altijd serieus genomen. De specialisten van het LUMC werken er hard aan om daar verandering in te brengen.

ALS PIJN EEN EIGEN LEVEN GAAT LEIDEN

Wat is het grootste misverstand over pijn?

“Dat die simpel is op te lossen.” Aan het woord is anesthesioloog dr. Mischa Simon, hoofd van het Pijnbehandelcentrum van het LUMC. “Maar chronische pijn is een heel ingewikkeld, veelomvattend probleem, waar vaak niet één antwoord op te geven is.”

Wat zijn de belangrijkste oorzaken?

“Artrose, hernia of wervelschade, fibromyalgie en zenuwschade. De meeste chronische pijnklachten komen voor in de lage rug, nek, schouders, armen, benen, gewrichten en zenuwen.”

Is het een groot probleem?

“Heel groot. We spreken over chronische pijn als die meer dan drie maanden duurt en langer aanhoudt of zwaarder is dan verwacht, bijvoorbeeld na herstel van een ziekte of een operatie. Tussen de twee en de drie miljoen Nederlanders hebben er dagelijks last van.”

Hoe kan het dat zij niet van de pijn afkomen?

“Acute pijn is een – belangrijke en nuttige – waarschuwing. Maar als de zenuwen die het pijnsignaal aan de hersenen doorgeven overprikkeld of beschadigd raken, kan de pijn aanhouden, zelfs als de oorspronkelijke aanleiding al lang is verdwenen. De pijn gaat dan als het ware een eigen leven leiden. In dat geval heb je te maken met een nieuw, op zichzelf staand probleem.”

Wat is eraan te doen?

“Als we geen duidelijke – behandelbare – oorzaak voor de pijn kunnen vinden, hebben we grofweg twee opties: medicijnen die de pijnprikkel dempen of de zenuw die de pijnprikkel veroorzaakt (tijdelijk) uitschakelen. Dat laatste kan met behulp van injecties, elektrische prikkels of een operatie. Daarnaast is er zo nodig ondersteuning van bijvoorbeeld een fysiotherapeut of een psycholoog.”

Lukt het altijd om mensen pijnvrij te krijgen?

“We gaan tot het uiterste, maar helaas lukt dat niet altijd. De impact op het dagelijkse leven is dan groot. Relaties en werk lijden eronder, en patiënten vinden het vaak moeilijk om de moed erin te houden. In zo’n geval kan een speciaal therapieprogramma helpen om anders met de pijn om te gaan. In gesprekken en oefeningen leren patiënten hoe ze de pijn, maar ook bijkomende zorgen of angsten kunnen opvangen en aanvaarden.”

[Testimonial]

Na een uitbraak van gordelroos twee jaar geleden hield mevrouw Wijmans – Van Dillen (95) helse pijnen, ook toen de infectie al lang voorbij was. Na lang zoeken bleek botox enige verlichting te bieden.

“Terwijl ik met u praat, druk ik een nagel in mijn bovenbeen. Dat heb ik mezelf aangeleerd om de pijn rond mijn torso te onderdrukken. Of beter gezegd: om mezelf ervan af te leiden. Want weg is de pijn nooit.

Twee jaar geleden kreeg ik gordelroos. Op zich niets bijzonders, dat komt veel voor. Maar een deel van de patiënten houdt er chronische pijnklachten aan over. Helaas was dat bij mij het geval. Drie weken na de uitbraak kreeg ik van binnenuit heel heftige pijnen over een groot deel van mijn bovenlichaam. Negen of tien op een schaal van tien. En dat 24 uur per dag.

De huisarts stuurde me snel door naar een pijnpoli, eerst in Den Haag, later in Utrecht. Daar kreeg ik allerlei medicijnen voorgeschreven, maar overal reageerde ik allergisch op. Spugen, huiduitslag; ik belandde van de regen in de drup. ‘Dan kunnen we niets meer voor u doen’, zeiden de artsen.

Omdat zoveel pijn hebben veel energie kost, viel ik zienderogen af. En ik kon het niet meer opbrengen om naar de bioscoop of het theater te gaan. Als het zo erg was gebleven, had ik misschien niet verder gewild. Voor dat geval had ik al een euthanasieverklaring opgesteld.

En toen kwam ik op de pijnpoli in Leiden. Het was een warm bad. Ze toonden zo’n oprechte interesse, en waren heel duidelijk en eerlijk. Dokter Simon besloot me met botox te injecteren. Eerst leek het niets uit te halen, maar na vijf weken voelde ik van de ene op de andere dag een verschil. De pijn is nu dragelijk, gemiddeld tussen een 5 en een 8.

Somber ben ik nooit geweest; ik geniet nog elke dag. Mijn advies? Probeer je vooral niet te veel op je pijn te focussen. Als je erover praat, voel je die twee keer zo heftig.”

[Kader]

PIJNBEHANDELCENTRUM

Het grootste deel van de mensen met chronische pijnklachten krijgt begeleiding van de huisarts. Als dat niet of onvoldoende helpt, kan die zijn patiënt doorverwijzen naar een speciale pijnpoli. Pijnbehandeling is namelijk sinds vijftien jaar een apart specialisme geworden. De artsen van het pijnbehandelcentrum zijn anesthesiologen die een extra opleiding hebben gehad op het gebied van pijngeneeskunde.

Bij het Pijnbehandelcentrum in het LUMC worden klachten ‘multidisciplinair’ bekeken. Dat wil zeggen dat de pijnspecialisten samenwerken met andere behandelaars, zoals fysiotherapeuten, psychologen, neurologen, internisten, (neuro)chirurgen en revalidatieartsen, om zo een beter resultaat te krijgen.

[Testimonial]

De ernstige pijnklachten waar Koos Mulder (54) zeven jaar mee worstelde, maakten hem wanhopig. Dankzij een operatie in het LUMC durft hij nu weer vooruit te kijken.

“‘Zet het raam maar open, dan spring ik eruit.’ Dat zei ik vijf jaar geleden tegen een specialist van een ander ziekenhuis. Hij had me toen net verteld dat ik maar met mijn gekmakende pijn moest leren leven. Pijn van gemiddeld zeven of acht op een schaal van tien. Pijn die ervoor zorgde dat ik niets meer kon. Pijn die er altijd was. Zo hoefde het leven van mij niet meer. Ik had al concreet in mijn hoofd hoe ik er een einde aan zou maken.

Begin 2009 was mijn galblaas verwijderd, met blijvende pijnklachten tot gevolg. In vier jaar heb ik even zoveel ziekenhuizen en een veelvoud aan specialisten gezien. Maar wat ze ook probeerden, de sensatie dat iemand een mes in mijn rechterzij stak en dat flink ronddraaide, hield aan. Inmiddels was ik mijn baan kwijt en kwam ik het huis niet meer uit. Mijn leven stond volledig stil.

Dat ik de moed niet heb opgegeven, was dankzij mijn familie en mijn fantastische huisarts. Die bleef geloven dat we een keer een oplossing zouden vinden. In 2013 verwees hij me door naar de pijnpoli van het LUMC. De zenuwblokkades die ik daar kreeg, boden wonder boven wonder verlichting. Toen die steeds minder lang gingen werken, besloot dokter Malessy mij eind vorig jaar te opereren en de pijn-veroorzakende zenuw door te knippen en te isoleren.

Meteen toen ik wakker werd, voelde ik: dit is anders. De pijn is niet weg, maar er is – zonder pijnstillers – mee te leven. Voor het eerst in zeven jaar kan ik weer kleine stukjes fietsen, en een paar dagen met mijn echtgenote weg. Mijn droom is om in de toekomst weer aan het werk te gaan. En bovenal om er weer voor mijn vrouw en drie kinderen te zijn. Want dat ik die al die jaren zo tekort heb gedaan, vind ik nog het allerergste.”

[Kader]

ZENUWPIJN

Pijnpatiënt Koos Mulder werd geopereerd door prof. Martijn Malessy, gerenommeerd neurochirurg en internationaal voorloper in de behandeling van zenuwpijn. Ongeveer één op de zes chronische pijnpatiënten lijdt aan zenuwpijn. Deze vaak heel heftige pijn reageert meestal slecht op pijnstillers. Voor hen richtte Malessy vorig jaar het eerste gespecialiseerde zenuwcentrum op, een landelijk expertisecentrum aangewezen door de minister van VWS, waar uit heel Nederland patiënten naartoe komen.

“Bij mensen met complexe zenuwpijn ga ik op zoek naar de veroorzaker van het probleem”, vertelt Malessy. “Dat kan bijvoorbeeld een beschadigde zenuw zijn, of een zenuw die in een gebied ligt met veel littekenweefsel, waardoor er extra pijnprikkels naar de hersenen gaan.”

Die zoektocht klinkt gemakkelijker dan hij is, want een zenuw is minuscuul klein. Bovendien hebben we wel zo’n 150 kilometer aan zenuwen in ons lichaam. Lukt het om de boosdoener te lokaliseren, dan probeert Malessy de zenuw te herstellen. Dikwijls is de schade daarvoor echter te groot. “In dat geval haal ik hem uit de ‘oorlogszone’ en verplaats ik hem naar een rustiger plek. Bij zo’n 30 tot 40 procent van de patiënten zorgt dat voor minder pijnklachten.”

Een belangrijke bijdrage van Malessy aan de pijnbehandeling is de introductie van een nieuwe zenuwhersteltechniek bij baby’s met zenuwletsel aan de arm, dat ontstaat tijdens de geboorte. Momenteel onderzoekt hij stoffen die de groei van beschadigde zenuwen kunnen bevorderen en zo pijn kunnen verminderen. “Mensen denken vaak: eenmaal kapot, blijft kapot. Maar dat hoeft bij zenuwen niet zo te zijn. Hoe eerder je erbij bent, hoe groter de kans dat je chronische klachten kunt voorkomen.”

[Kader]

Wetenschappelijk onderzoek naar pijn

Het LUMC speelt landelijk een belangrijke rol in het onderzoek naar de oorzaken, werking en behandeling van chronische pijn. Zo bracht het ziekenhuis eerder dit jaar naar buiten dat één op de tien jonge moeders in Nederland twee jaar na de geboorte van hun kind nog altijd kampt met pijn van de bevalling. “Zes procent van deze vrouwen ondervindt soms nog ernstige restverschijnselen van de baringspijn”, vertelt prof. Albert Dahan, hoofd van het wetenschappelijke onderzoek binnen de afdeling Anesthesiologie. “Soms zelfs dagelijks. Zij kunnen vaak niet meer werken en meedoen met alledaagse dingen. Verder hebben ze dikwijls last van depressie en angstige klachten. We gaan nu vervolgonderzoek doen om te kijken of we dit soort langdurige pijnklachten kunnen voorkomen.”

Onlangs is het team van Dahan ook gestart met een groot onderzoek naar het voorkomen van chronische pijn na een hartoperatie. Dat komt namelijk veel voor; 35 procent van de hartpatiënten heeft daar drie maanden later nog last van. “We behandelen ze nu twee weken vóór de operatie met medicijnen, met als doel hun pijngevoeligheid preventief te verminderen. Het idee is dat pijnprikkels die tijdens en na de operatie ontstaan als het ware minder diep worden ‘ingekerfd’ in de hersenen. Dat zou de kans dat die prikkels later – als de wond is genezen – blijven hangen, moeten doen afnemen.”

Rode draad in veel van het pijnonderzoek in het LUMC is dat je niet de achterliggende aandoening, maar het pijnmechanisme zelf behandelt. Dat lijkt bij veel ziektes namelijk verrassend vaak gelijkenissen te vertonen. Dahan: “En daarnaast kijken we juist hoe we steeds meer maatwerk kunnen leveren. Wat zijn de lichamelijke kenmerken van een patiënt? Hoe staat hij in het leven? Is hij somber of angstig? Al dat soort factoren spelen een rol. Door die informatie samen te voegen, kunnen we de combinatie van behandelingen kiezen die bij die specifieke patiënt de beste kans van slagen heeft.

HOEVEEL PARACETAMOL IS TE VEEL?

29 apr

Gepubliceerd in Margriet 18, 29 april 2016. 

Wekelijks geven (medisch) specialisten in Margriet antwoord op gezondheidsvragen van lezeressen. Deze keer de vraag van Karin (44): “Ik heb regelmatig erge last van pijn in mijn onderrug en slik dan een paar dagen veel paracetamol, soms meer dan in de bijsluiter staat dat mag. Kan dat kwaad?”

Apotheker Annemieke Horikx werkt bij het Geneesmiddel Informatie Centrum van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (KNMP).

“Vooropgesteld: paracetamol is een van de doeltreffendste en veiligste pijnstillers ter wereld, waar ongelofelijk veel mensen mee geholpen zijn. 87 procent van de Nederlanders slikt het middel wel eens, bleek in 2013 uit onderzoek van TNS-NIPO. Maar het is wel belangrijk dat je het op de juiste manier gebruikt. Baat het niet dan schaadt het niet, gaat wat paracetamol betreft namelijk echt niet op.

Veel mensen realiseren zich niet dat de maximale dosering van paracetamol dicht bij een giftige dosis ligt. Bij het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC) komen jaarlijks ruim 2500 meldingen binnen over paracetamolvergifging, oftewel zo’n zeven per dag. Het werkelijke aantal ligt waarschijnlijk nog hoger, want niet alle gevallen worden gemeld. Naar schatting belanden 1200 tot 1500 patiënten in het ziekenhuis.

Dat zit zo. Bij de afbraak van paracetamol in de lever ontstaat een giftig bijproduct. Zolang een patiënt zich aan de aanbevolen dosering houdt en het middel kort slikt, breekt de lever dat zelf snel af. Maar bij een hogere dosis of langdurig gebruik, lukt dat niet meer. Het ‘gif’ stapelt zich dan op en vernielt levercellen.

Vooral als je lang te veel paracetamol gebruikt, kan je lever ernstig beschadigd raken. Dat gebeurt dan dus geleidelijk, over een periode van maanden of zelfs jaren. Een gespreide overdosis noemen we dat. Patiënten – en zorgverleners – merken daar weinig van, tot het te laat is. Overigens kan het gebruik van vijftien tabletten binnen acht uur ook tot acute leverbeschadiging leiden. Bij zo’n hoeveelheid moet je direct de huisarts inschakelen.

Het is dus belangrijk om de voorschriften van de bijsluiter goed te volgen. Daarin staat dat je per 24 uur maximaal zes  tabletten mag slikken. Gebruik je langer dan een maand paracetamol, dan geldt een maximum van vijf. Je doet er verstandig aan tussen elke dosering minimaal vier uur te wachten.

Helaas houdt lang niet iedereen zich hieraan. 23 procent van de gebruikers neemt wel eens meer dan de maximale aanbevolen hoeveelheid, bleek uit TNS-NIPO-onderzoek. 35 procent wacht soms korter dan vier uur. 2 procent slikt zelfs wel eens meer dan twaalf tabletten per dag, of meer dan acht tabletten binnen acht uur. Beide kunnen gevaarlijk zijn.

Let ook extra op als je tegelijkertijd andere receptvrije geneesmiddelen gebruikt, zoals antigriepmiddelen. Ook daarin kan paracetamol zitten, wat onbedoeld tot overdosering kan leiden. Verder adviseren we om in principe niet meer dan een week achterelkaar paracetamol te nemen. Zijn de klachten dan nog niet over, overleg dan met je huisarts.”

Heb je ook een vraag die je wilt voorleggen aan de (medisch) specialisten van Margriet? Stuur hem naar rurbrieken@margriet.nl o.v.v. ‘vraag aan’.

 

%d bloggers liken dit: