Tag Archives: depressie

HOOP DOET LEVEN

15 Mei

Gepubliceerd in het Dagblad van het Noorden, 12 mei 2018 (Foto’s: Jaspar Moulijn)

Tien jaar geleden was Peter Smit (33) ernstig depressief en beschadigde hij zijn lichaam. Vandaag de dag heeft hij de allesoverheersende wanhoop achter zich gelaten, en helpt hij als ervaringsdeskundige psychiatrisch patiënten de regie over hun leven terug te krijgen. 

  • Naam: Peter Smit
  • Geboren: 9 september 1984 in Hoogezand-Sappemeer
  • Woonplaats: Emmen
  • Opleiding: MBO ICT, HBO Ervaringsdeskundige
  • Werk: werkt voltijd als ervaringsdeskundige in de psychiatrie
  • Privé: woont samen met zijn vriendin, hun hond Balin en hun twee katten Biruh en Misty.
  • Bijzonderheden: werd aangenomen bij het Korps Mariniers, maar besloot na twee maanden met de opleiding te stoppen

De littekens op zijn onderarmen zijn nog duidelijk zichtbaar. Witte lijnen en vlekken, die een dagelijkse herinnering vormen aan het verleden. De huid van de linkerarm is een wirwar van ontelbaar veel krassen, ingekerfd met messen, glasscherven of welk ander scherp voorwerp er ook maar voorhanden was. Op de rechterarm een haast sierlijk patroon van lichte vlekken, iets groter dan twee euromunten. Dat zijn de overblijfselen van de brandwonden die Peter Smit (33) zichzelf jarenlang toebracht. Tenminste, een deel ervan. De heftigste beschadigingen zijn operatief verwijderd, en met een huidtransplantatie van zijn been afgedekt. Hij schaamt zich er niet voor om zijn gehavende lijf aan de wereld te tonen. “Mijn littekens zijn onderdeel van mij en mijn verhaal”, zegt hij simpel.
Anders
Dat verhaal begint in het Friese Noordbergum, waar Smits vader dominee was. Het gezin — vader, moeder, Peter en zijn oudere zus — woonde in de pastorie, naast de kerk. Eind jaren ’80 telde het dorp een kleine 2000 inwoners. Dus toen bleek dat Smit ‘anders’ was dan de andere kinderen, waren de ogen al snel op hem gericht. “Ik snapte de wereld om me heen niet”, vertelt hij. “Op de basisschool liep ik daardoor vast. Het was net alsof ik door een andere bril keek. De rekentafels kreeg ik niet in mijn hoofd, terwijl ik alles wist van het heelal. Daar konden de juffen en meesters weinig mee. Ik voelde ook niet aan wat klasgenootjes van me verwachten. Wat voor hen vanzelfsprekend was, vond ik onbegrijpelijk. Ik had geen antenne voor hoe het hoorde, voor wat normaal was of niet. Gingen we belletje trekken, dan bleef ik staan terwijl de rest wegrende. Zo werd ik het sukkeltje van het dorp.”
Zijn leeftijdgenoten hadden al gauw door dat Smit van hen verschilde, en dus kwetsbaar was. Ze scholden hem uit, pakten zijn knikkers af, lieten hem niet meespelen. Dat werd nog erger toen hij op zijn zevende naar een lomschool in Leeuwarden moest. “‘Daar gaat de mongool’, riepen ze als ik ’s ochtends met een speciaal busje werd opgehaald.”
Gevaarlijk
Zijn liefhebbende ouders probeerden Smit zo goed mogelijk te helpen en te beschermen. Ze legden hem uit dat hij thuis in zijn eigen wereld kon leven, maar dat het aan de andere kant van de voordeur heel anders werkte. De boodschap die hij daar uithaalde was: buiten is het gevaarlijk. “Terwijl mijn klasgenoten in de pauze speelden, verzamelde ik stenen en scherven die ik zo nodig als wapen kon gebruiken als de chauffeur van het busje me zou ontvoeren, of iemand anders me kwaad zou doen.”
Ondertussen probeerde hij wanhopig om ‘normaal’ te zijn. Toen hij van zijn ouders vurig gewenste witte sportschoenen kreeg, wist hij het zeker: nu hoor ik erbij. Vol verwachting vertrok hij naar school, in de overtuiging dat hij overladen zou worden met complimenten. In plaats daarvan gingen de andere kinderen één voor één met hun vieze zolen op zijn nieuwe schoenen staan. “Hoe hard ik ook mijn best deed, het was niet genoeg. Ik snapte niet waarom; mijn verwachtingen klopten nooit met de werkelijkheid.”
Ook op de lomschool bleken ze Smit niet de hulp te kunnen bieden die hij nodig had. Op z’n elfde restte er niets anders dan dagbehandeling in een kliniek voor jeugdpsychiatrie. Daar kreeg hij in een huiselijke omgeving een jaar lang bijgebracht hoe het dagelijkse leven werkt. Dat je je jas ophangt en iemand een hand geeft als je binnenkomt, dat je stil bent als een ander voor het eten wil bidden, en dat je niet lacht als een klasgenoot pijn heeft of verdrietig is. Ook leerde hij op een andere manier te denken: oorzaak en gevolg scheiden, reflecteren, zich concentreren. “In praktische zin heb ik daar ongelofelijk veel aan gehad”, zegt hij. “Tegelijkertijd was dat jaar funest voor mijn zelfvertrouwen. Dat ik naar zo’n kliniek moest, was de ultieme bevestiging van mijn anders zijn. Toen ik er op mijn twaalfde vertrok, voelde ik me niets meer waard.”
Huisje, boompje, beestje
Het gezin verhuisde naar Emmen, waar Smit eerst naar het voorbereidend en later naar het middelbaar beroepsonderwijs ging. Met zijn nieuw verworven vaardigheden kon hij zich aardig staande houden. “Ik kom uit een familie van hoogopgeleide, succesvolle mensen met goede banen”, vertelt hij. “Daar wilde ik niet voor onderdoen. Ik meldde me bij het Korps Mariniers, in de hoop dat mensen me dan stoer zouden vinden. Maar na een paar weken wist ik al dat dat niets voor mij was. Later probeerde ik me te bewijzen door een vierjarige ICT- opleiding te doen volgen. Ook dat paste eigenlijk helemaal niet bij me.”
Al zijn keuzes draaiden om één ding: geaccepteerd worden. Het was ook de reden dat Smit op z’n 21ste samen met zijn eerste vriendin een huis kocht. Want huisje, boompje, beestje, zo hoorde het toch? “Achteraf was dat het slechtste wat ik kon doen”, zegt hij nu. “Ik raakte de stabiele, veilige omgeving van mijn ouderlijk huis kwijt. Bovendien dwong het samenwonen me om constant een rol te spelen. Op bezoek bij schoonfamilie, samen boodschappen halen: ik deed het omdat het van mezelf moest. Maar ik was steeds bang dat ik in de fout zou gaan, dat mensen me raar zouden vinden. Toch ploeterde ik voort. Want als ik dit ook niet tot een succes kon maken, wat bleef er dan nog voor me over?”
Dat voortdurend de schijn ophouden, eiste echter wel zijn tol. Smit werd kortaf en depressief. Zijn relatie begon scheuren te vertonen. Hij kwam veel aan, kreeg allerlei onverklaarbare lichamelijke klachten en moest zich steeds vaker ziek melden bij de computerwinkel waar hij werkte. Toen hij op z’n 23ste helemaal thuis kwam te zitten, ging het razendsnel bergafwaarts.
Pijn
Smit herinnert zich het moment als de dag van gisteren. Juni 2010 was het, toen hij een glas liet vallen. Bij het opruimen van de scherven sneed hij zich per ongeluk in zijn hand. “De pijn drong door al mijn verdoofde emoties heen. De wereld was voor mij één groot raadsel. Maar die pijn snapte ik wél. Hij paste bij de somberheid en boosheid in me. Wat een opluchting gaf dat. Het was het enige gevoel dat ik zelf onder controle had. Bovendien verdiende ik het als mislukkeling om te lijden, vond ik. Pijn was dus een passende straf.”
De dag na het incident wist Smit: die ontlading wil ik weer voelen. Hij begon zichzelf steeds vaker te beschadigen, vooral als de wanhoop de overhand kreeg. Het bleef overigens niet bij snijden; hij bracht zichzelf ook brandwonden toe, bijvoorbeeld door een paperclip in het vuur te houden tot die gloeiend heet was, en hem vervolgens op zijn huid te drukken. Zijn wonden verzorgde hij — zo goed en zo kwaad als het ging — zelf. “Op internet kun je alles bestellen, ook hechtdraad en
-naalden. Daarmee naaide ik de snijwonden dicht. Zonder verdoving uiteraard.”
Smit was in die periode in behandeling bij een psycholoog. Hij kwam daar regelmatig met z’n armen in het verband. De therapeut bood hem hulp, maar maakte hem ook verwijten. “Hij vond mijn zelfbeschadiging een vorm van aandachttrekkerij. Volgens hem probeerde ik de boel te manipuleren. Pas toen ik mezelf letterlijk aan stukken had gesneden en mijn vriendin mijn behandelaar in paniek opbelde, nam hij me serieus. Had hij dat eerder gedaan, dan had het vermoedelijk nooit zo ver hoeven komen.”
Vijfhonderd hechtingen
Smit werd opgenomen. Ondanks dat hij inmiddels twee zelfmoordpogingen had gedaan, kwam hij — tegen zijn zin — op een open afdeling terecht. “Voor mijn opname had ik scheermesjes onder de steunzool van mijn schoenen verstopt. Daarmee heb ik mijn polsen doorgesneden.”
Toen het bloed eruit gutste, raakte hij in paniek. ‘Hier zit ik niet op te wachten, ik zit net te eten’, verzuchtte de verpleegkundige bij wie hij zich totaal overstuur meldde. Ze bracht hem terug naar zijn kamer. “Pas na drie kwartier kwam er iemand om me naar de eerste hulp te brengen. Daar kreeg ik meer dan vijfhonderd hechtingen in mijn armen.”
Eén ding had hij met zijn wanhoopsdaad wel voor elkaar gekregen: hij mocht naar een gesloten afdeling. Maar ook daar lukte het hem om zichzelf te blijven beschadigen. “Dan vroeg ik bijvoorbeeld aan mijn ouders om een ringbandblok voor me mee te nemen, zodat ik wat kon schrijven. De spiraal gebruikte ik vervolgens om in mijn arm te kerven.”
De ommekeer kwam toen een nieuwe verpleegkundige haar intrede op de afdeling deed. Zij besloot het heel anders aan te pakken. “Ze vroeg me alle spullen waarmee ik mezelf pijn deed bij haar in te leveren, maar wel met de belofte dat ik ze altijd terug mocht vragen. Op het moment dat het me allemaal te veel werd, zocht ik haar op. ‘Kun je het nog even uitstellen?’, vroeg ze dan. Vaak lukte dat, soms niet. Dan sprak ik met haar af hoe lang ik mezelf zou  beschadigen. Daarna maakte ze me geen verwijten, maar vroeg ze me wat er was gebeurd dat ik het niet meer kon volhouden.”
Smit had in zijn leven al heel wat hulpverleners versleten. Maar door deze verpleegkundige voelde hij zich voor het eerst oprecht gezien en gehoord. “Zij is mijn redding geweest. Dankzij haar vond ik de moed om met mijn destructieve gedrag te stoppen.” Hij kreeg andere antidepressiva, waardoor hij snel opknapte. Voor de zekerheid werd hij — in overleg en op eigen verzoek — een maand lang 24 uur per dag in de gaten gehouden. Daarna mocht hij naar huis.
Gedaanteverandering
De acute crisis was weliswaar voorbij, maar daarmee waren de achterliggende problemen nog niet opgelost. Inmiddels was Smit alles kwijtgeraakt: zijn gezondheid, zijn baan, zijn vriendin, zijn huis en zijn geliefde katten. Onverzorgd en 170 kilo zwaar trok hij op z’n 28ste weer bij zijn ouders in. “Ik kon en durfde niets meer. Zelfs een brief posten was al te veel.”
Zijn alles overheersende minderwaardigheidsgevoel verlamde hem volledig. Uiteindelijk zou hij zichzelf dankzij de hulp van een begripvolle behandelaar langzaam terugvinden. “In heel kleine stapjes hielp hij me mijn leven weer op te bouwen. Vond ik dat ik naar Amsterdam moest kunnen, dan zei hij ‘loop eerst maar eens een rondje om het huis’.”
Na twee jaar hard werken was Smit er klaar voor om weer op zichzelf te gaan wonen. 75 kilo lichter, in een strak pak en medicijnvrij herkenden zijn oude hulpverleners hem nauwelijks terug. Ze vonden zijn gedaanteverandering zo inspirerend, dat ze hem vroegen of hij als ervaringsdeskundige — een zorgprofessional die spreekwoordelijke bruggen bouwt tussen hulpverleners en cliënten — bij hen wilde komen werken. Daarvoor moest hij dan wel eerst solliciteren en een tweejarige HBO-opleiding volgen.
“Ik stond op het punt om mijn psychiatrische verleden — inclusief het bijbehorende stigma — achter me te laten. Bovendien heb ik in de loop der jaren behoorlijk wat negatieve ervaringen met de GGZ gehad. Reden genoeg om de deur achter me dicht te trekken en nooit meer om te kijken, zou je denken. Maar na lang wikken en wegen ben ik toch op het aanbod ingegaan.”
De mogelijkheid om daadwerkelijk een verschil te kunnen maken gaf de doorslag. “Ik wil hulpverleners laten inzien dat cliënten vooral behoefte hebben aan erkenning, normalisering en menselijk contact. Dat weegt voor hen veelal zwaarder dan de therapieën, pillen en protocollen waar professionals vaak druk mee zijn. Herstellen lukt alleen als je de perspectieven van behandelaars en patiënten verenigt, en zo hun werelden samenbrengt. Ik vind het fantastisch dat ik daar nu een rol in kan spelen.”
Hoop
In 2014 begon Smit op kosten van zijn nieuwe werkgever aan zijn opleiding Ervaringsdeskundige in de zorg aan de Hanzehogeschool. Twee jaar later had hij zijn diploma en een baan op zak. Nu helpt hij hulpverleners om de belevingswereld van psychiatrische patiënten beter te begrijpen. “Het zit hem vaak in kleine dingen: nieuwsgierig zijn, een open houding hebben, de tijd voor iemand nemen, doorvragen. Daardoor voelen cliënten zich serieus genomen, en laten ze zich eerder helpen.” Behalve dat hij professionals adviseert, werkt hij ook met patiënten ze om de regie over hun leven terug te helpen terugkrijgen. “We hebben gedeelde ervaringen. Dat geeft een band en opent deuren.”
Voor Smit horen zijn suïcidale neigingen inmiddels tot het verleden. En na zijn opname heeft hij zichzelf ook nooit meer beschadigd. “Eind 2012 zat ik bij mijn ouders in een hoekje van de bank, 100 procent afgekeurd, mijn leven uitzichtloos. Nu werk ik voltijds. Ik kan andere mensen helpen, wat ik diep van binnen altijd al het wilde. Samen met mijn lieve vriendin heb ik net een huis gekocht. En als ik ’s avonds thuis kom, wachten er een hond en twee katten op me. Het allerbelangrijkste is dat ik op mijn 33ste eindelijk mezelf kan zijn, en daar nog trots op ben ook. Waarmee ik maar wil zeggen: er is altijd hoop.”

 

Advertenties

EEN BLIK IN DE TOEKOMST

26 Feb

Goed nieuws 2018

Gepubliceerd in Plus Magazine, januari 2018

Wat gaat er de komende jaren hopelijk anders en beter op het terrein van hart- en vaatziekten en psychische klachten? Twee specialisten werpen een blik vooruit. 

Bio
Cardioloog dr. Janneke Wittekoek (48), gespecialiseerd in hart- en vaatziekten bij vrouwen, is oprichter en directeur van de HeartLife Klinieken in Utrecht en schrijfster van het in 2017 verschenen boek Het vrouwenhart. Daarnaast is ze als medisch directeur betrokken bij het Landelijk Expertisecentrum Erfelijkheidsonderzoek Familiaire Hart- en vaatziekten (LEEFH).

Zijn hart is het hare niet
Janneke Wittekoek: “Het proces van aderverkalking verloopt bij vrouwen anders dan bij mannen. Mannen krijgen vaak een ernstige blokkade in de kransslagader, vrouwen hebben eerder last van aantasting van kleine hartvaatjes, verspreid over een groter gebied. Microvasculair syndroom noemen we dat. Dat maakt hartproblemen bij hen vaak lastiger vast te stellen. Bovendien uiten de klachten bij vrouwen zich veelal anders. Het gevolg: artsen concluderen bij vrouwen nog te vaak ten onrechte dat er niets aan de hand is. Gelukkig is er steeds meer bekend over de verschillen tussen mannen en vrouwen en wordt daar ook veel onderzoek naar gedaan, bijvoorbeeld naar de relatie tussen de overgang en de kans op hart- en vaatziekten.”
Voordeel voor de patiënt: Een snellere, betere diagnose en een behandeling-op-maat.

Cardioloog-op-afroep
Janneke Wittekoek: “Waar hartpatiënten tot voor kort regelmatig voor controle naar de huisarts of het ziekenhuis moesten, meten ze hun belangrijke waarden — bloeddruk, hartslag, hartritme — nu steeds vaker thuis. Dankzij nieuwe technologieën kunnen ze die gegevens gemakkelijk naar hun zorgverlener sturen, bijvoorbeeld via een app op hun telefoon. De arts of verpleegkundige kan zijn patiënten zo veel beter in de gaten houden, en op afstand advies geven over bijvoorbeeld het bijstellen van medicatie.”
Voordeel voor de patiënt: Korte lijnen met je behandelaar. Alleen naar het ziekenhuis als het echt nodig is.

Leefstijl als medicijn
Janneke Wittekoek: “We weten inmiddels dat je diabetes type 2 — een belangrijke risicofactor voor hart –en vaatziekten — met de juiste voeding kunt terugdraaien. Ook een verhoogde bloeddruk of cholesterolgehalte kun je positief beïnvloeden met voeding en beweging. Zoveel zelfs, dat medicatie soms niet meer nodig is.
Het betekent wel: een groter beroep op de eigen verantwoordelijkheid. Een pil nemen is immers makkelijker dan je leefstijl veranderen. Een goede eerste stap: meet minstens één keer per jaar je BMI, bloeddruk en cholesterol. Twijfel over je waarden, vraag dan advies aan je huisarts.”
Voordeel voor de patiënt: Als je je getallen kent, weet je of je actie moet ondernemen om die te verbeteren en zo problemen vóór te zijn.

Gezondheidstip voor 2018: Vraag zo nodig om een second opinion
Janneke Wittekoek: “Veel mensen — zeker vrouwen — vinden het lastig om een second opinion te vragen. Ze maken zich drukker om de gevoelens van hun eerste arts dan om hun eigen gezondheid. Word je langer dan een jaar voor hartklachten behandeld en is er nog geen oplossing, vraag dan om een andere arts om zijn of haar oordeel.”


 

Bio
Psychiater dr. Esther van Fenema (47) van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) is onder andere gespecialiseerd in ouderenpsychiatrie. Ze is een van de initiatiefnemers van het jaarlijkse Depressiegala en was nauw betrokken bij de landelijke publiekscampagne van het ministerie van VWS over het herkennen van depressie.

Betere diagnose en behandeling van depressie bij ouderen
Esther van Fenema: “‘Als je een depressie hebt, ben je vooral heel somber’, denken veel mensen. Maar zo duidelijk is het niet altijd. Depressieve ouderen kunnen het bijvoorbeeld vaak niet meer opbrengen om de deur uit te gaan. Of ze hebben geheugenproblemen, of zijn heel moe. Zaken waarvan de omgeving vaak gelooft dat die ‘gewoon’ bij ouderdom of ziektes horen. Het gevolg is dat depressieve klachten bij ouderen lang niet altijd worden herkend. Om daar verandering in te brengen, geven we als ouderenpsychiaters veel bijscholing aan huisartsen en verpleeghuisartsen. Trek vooral ook zelf aan de bel als je je somber voelt. Want een depressie hoort er nooit bij, hoe oud je ook bent. En een goede behandeling kan zelfs op hoge leeftijd een groot verschil maken.”
Voordeel voor de patiënt: “Vroegere opsporing en betere behandeling van depressie bij ouderen.”

Meer aandacht voor alcoholproblemen bij 55-plussers
Esther van Fenema: “21,2 procent van de mensen tussen 55 en de 70 jaar drinkt matig, 6,7 procent overmatig, aldus het Trimbos. Dat is veel meer dan bij 23 tot 54-jarigen (respectievelijk 13,7 en 3,8 procent, red.). Als je ouder wordt, gaat je lichaam alcohol steeds slechter verdragen, waardoor er sneller schade optreedt. Bovendien vergroot alcohol de kans stemmings- en angstklachten en geheugenproblemen. Van roken weet iedereen inmiddels hoe slecht het is. Ik hoop dat over tien jaar hetzelfde geldt voor alcohol.”
Voordeel voor de patiënt: “55-plussers zijn zich meer bewust van de nadelige gevolgen van alcohol.”

Onderzoek naar effecten van psychische klachten op lichamelijke gezondheid
Esther van Fenema: “Als je langere tijd somber, gestrest of angstig bent, blijft je lichaam alsmaar in een ongezonde toestand vastzitten. Met bijvoorbeeld hartkloppingen, hoofdpijn, slapeloosheid, vermoeidheid en concentratieproblemen tot gevolg. Op de lange duur zorgt dat voor een slijtageslag. Onder andere de bloeddruk en hartslag stijgen en de afweer verslechtert, waardoor je bijvoorbeeld meer kans loopt op hart- en vaatziekten. Lang was hier weinig aandacht voor, maar daar komt nu gelukkig verandering in. Zo heeft de Hartstichting geld uitgetrokken om te laten onderzoeken hoe psychologische klachten het risico op bepaalde hartziekten beïnvloeden, en of daarbij belangrijke verschillen zijn tussen mannen en vrouwen.”
Voordeel voor de patiënt: “Mensen met psychische klachten worden lichamelijk beter in de gaten gehouden.”

Gezondheidstip voor 2018: Let op je leefstijl
Esther van Fenema: “Wees je ervan bewust dat je leefstijl niet alleen invloed heeft op je lichamelijke, maar ook op je geestelijke gezondheid. Minder drinken, gezond eten en voldoende bewegen kunnen heel goed helpen om lichte of matige depressieve klachten te verminderen of zelfs te voorkomen.”

MINDER SOMBER DOOR YOGA

23 Feb

yoga en depressie jpg

Gepubliceerd in de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden, 22 februari 2018

Veel mensen die aan yoga doen, voelen zich daardoor beter. Lichamelijk én geestelijk. Maar kan yoga ook zinvol zijn bij de behandeling van depressieve klachten? Dat testen onderzoekers van GGZ-instelling Lentis en de Rijksuniversiteit Groningen momenteel.

Het begon allemaal met de behoefte aan meer ontspanning, en rust in haar hoofd. Dat was voor Nina Vollbehr (33), psycholoog en onderzoeker bij Lentis, de aanleiding om ruim tien jaar geleden zelf met yoga te starten. “Ik was een serieuze student die veel met haar neus in de boeken zat”, zegt ze. “Yoga leek me een daar een mooie tegenhanger voor.”
Het beviel zo goed, dat ze een fervente yogi werd, zoals de beoefenaars van yoga officieel heten. Maar geen haar op haar hoofd die er op dat moment aan dacht om daar professioneel iets mee te gaan doen. Dat kwam pas in 2012, nadat ze tijdens een sabbatical van vijf maanden als vrijwilliger bij het Kripalu Center for Yoga & Health in de Amerikaanse staat Massachusetts had gewerkt. Bij terugkomst ging ze aan de slag in het Centrum Integrale Psychiatrie (CIP) van Lentis, een gespecialiseerde GGZ-afdeling in Groningen. Daar kunnen patiënten behalve voor reguliere behandelingen bijvoorbeeld ook terecht voor leefstijltraining en op mindfulness gebaseerde inzichtstherapie. Yoga zou perfect bij in dat aanbod passen, dacht Vollbehr. Maar je kunt in de GGZ niet ‘zomaar’ een nieuwe behandeling aanbieden, zonder dat de werking daarvan is aangetoond. Wereldwijd is er weliswaar op meerdere plekken onderzoek naar gedaan, maar hard bewijs dat yoga als behandeling echt werkt, is er nauwelijks. Dus besloot Vollbehr daar zelf naar op zoek te gaan.
Jonge vrouwen
Ze volgde een opleiding tot yogadocent en ontwikkelde vervolgens samen met collega’s een 9-weeks yogaprogramma voor mensen met een depressie. Geen standaard yoga, maar groepslessen met yoga-, mindfulness- en ontspanningsoefeningen, aangevuld met online uitleg en oefeningen voor thuis. Het doel: minder gepieker en zelfkritiek, en anders leren omgaan met negatieve emoties.
“Al die zaken spelen een belangrijke rol bij het ontstaan, voortduren of terugkeren van een depressie”, legt Volbehr uit. “Het idee is dat je die denkmechanismen met behulp van yoga verandert, waardoor depressieve klachten afnemen.”
Om erachter te komen of dat daadwerkelijk zo is, onderzoeken Lentis en de Rijksuniversiteit Groningen nu 170 vrouwen tussen de 18 en 34 jaar met dit soort klachten. De helft neemt deel aan de yogatraining, de andere helft niet. (Zie kader.) “We hebben met opzet gekozen voor jonge vrouwen, omdat zij het grootste risico op een depressie lopen. Als de uitkomsten van het onderzoek positief zijn, willen we uiteraard ook graag kijken of de training bij mannen met vergelijkbare klachten dezelfde resultaten geeft.”
Minder stress
Maar hoe werkt dat dan in de praktijk? Daarvoor moet je eerst iets over yoga in het algemeen weten. Dat is een manier om lichaam én geest te trainen. Door het doen van verschillende oefeningen leer je je lijf als het ware om minder intens op prikkels te reageren, en dus minder snel in de stress te schieten. Prikkels van buiten, maar ook van binnen, bijvoorbeeld in de vorm van gepieker. Door meer te focussen op het hier en nu, krijgen zorgelijke gedachten over het verleden of de toekomst minder kracht.
“Ook negatieve emoties hebben veel invloed bij depressie”, zegt Volbehr. “Als je dat soort gevoelens probeert te vermijden of weg te stoppen, worden ze alleen maar intenser en houden ze langer aan. Yoga helpt je ze in plaats daarvan te accepteren voor wat ze zijn, en er minder waarde aan te hechten. Verder kan yoga ervoor zorgen dat je aardiger en milder voor jezelf wordt. Depressie gaat vaak samen met zelfkritiek, en gevoelens van schuld of falen. Door onbevooroordeeld en vriendelijk naar jezelf te kijken, ontstaat meer zelfcompassie. Ook dat kan helpen”
Ze benadrukt dat het niet de bedoeling is om yoga in plaats van bijvoorbeeld cognitieve gedragstherapie of medicatie in te zetten. “Die behandelingen zijn bewezen effectief. Maar ze werken niet bij iedereen even goed. Bovendien krijgen patiënten soms een terugval. Dus als we — in aanvulling op bestaande behandelingen — in de toekomst yoga kunnen aanbieden, vergroot dat hopelijk de kans op een langdurig succesvol resultaat.”

[Kader]
Onderzoek
Lentis en de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) doen gezamenlijk onderzoek naar yoga als aanvullende behandeling bij depressie. Jonge vrouwen (18-34 jaar) met een depressie die in behandeling zijn bij Centrum Integrale Psychiatrie, PsyQ Depressie Groningen, PsyQ Emmen, Lentis Stadskanaal, Lentis Winschoten, Lentis Delfzijl, Forte GGZ en INTER-PSY kunnen zich voor het onderzoek aanmelden. Patiënten die de afgelopen zes maanden al minstens 30 minuten per week yoga hebben gedaan, zijn uitgesloten.
Deelnemers worden willekeurig ingedeeld in een behandelgroep (die de 9-weekse yogatraining volgt) of een controlegroep (die de training niet krijgt). De reguliere behandelingen die zij ondergaan, lopen tijdens de training gewoon door.
Vlak voor en na de training, en ook zes en twaalf maanden na afloop ervan, vullen de deelnemers een vragenlijst in en maken ze verschillende computertaken. Daarmee brengen de onderzoekers klachten als negatieve stemming, lusteloosheid en concentratieproblemen in kaart, maar ook het gevoel van welzijn en de kwaliteit van leven.
Na afronding van het onderzoek (eind 2019) krijgen deelnemers uit de controlegroep alsnog de mogelijkheid om aan de yogatraining mee te doen. Naar verwachting worden de uitkomsten in 2020 gepubliceerd.
Meer informatie: yogabijdepressie.nl.

[Testimonial]
Docent Anne (33) raakte vier jaar geleden als gevolg van ernstige depressieve en angstklachten arbeidsongeschikt. In aanvulling op ‘praten en pillen’ heeft ze veel baat gehad bij de 9-weekse yogatraining van Lentis.
“Achteraf ging het al heel lang slecht met me. Maar ik wilde of kon dat niet zien. Ik functioneerde op de automatische piloot, deed dingen omdat ze hoorden. En toen stortte alles plotsklaps ineen. Ik was zo somber en bang, dat ik het huis nauwelijks nog uit durfde. Ik wilde niets liever dan me verstoppen, mijn gevoel verdoven, er niet meer zijn. Mijn huisarts verwees me door naar het Centrum Integrale Psychiatrie. Daar begon ik met gesprekstherapie en medicijnen. Na twee jaar vroeg Nina me of ik aan een yogaonderzoek wilde meedoen. Dat leek me wel wat, vooral omdat ik nog steeds moeite had om in contact met mijn gevoel te komen. Bovendien vond ik het heel fijn om eens niet te praten, maar te doen.
Een depressie komt je concentratie niet ten goede, dus van de uitleg tijdens de lessen heb ik niet veel meegekregen. Maar de oefeningen waren een openbaring. Ze hielpen me om op te merken wat er eigenlijk allemaal in mijn lichaam gebeurde, of ik gespannen was of niet. Na de 9-weekse training ben ik zelf verdergegaan met yoga. Het heeft me geleerd om verbinding met mezelf te maken, en aardiger voor mezelf te zijn. Ik focus op wat er nu gebeurt, wat nu goed voelt, in plaats van op wat ik later allemaal moet, of wat ik over vijf jaar wil hebben bereikt.
Een yogapose kun je niet in één keer, daar word je stapje voor stapje beter in. Die ervaring heeft me ook op andere terreinen geholpen. Ik durfde bijvoorbeeld niet meer auto te rijden, zag mezelf in gedachten de vreselijkste ongelukken veroorzaken. Door het als een yogaoefening te benaderen, rijd ik inmiddels weer overal naartoe. Nog een voordeel: ik heb meer grip mijn emoties gekregen. Als ik nu somber ben, kan ik er met een afstandje naar kijken, in plaats van dat het gevoel me overspoelt. Voorheen had de paniek meteen toegeslagen. ‘Ik heb een terugval!’ Inmiddels weet ik dat mijn gemoedstoestand op en neer gaat, en dat ik erop kan vertrouwen dat het goed komt. Depressie en angst slokken alle ruimte op, nu durf ik zelf meer ruimte in te nemen.”

[Testimonial]
Sociaal werker Barbara (31) was drie jaar geleden zo depressief, dat ze alleen nog maar kon huilen en slapen. Nu reist ze — met yogamat — vijftien maanden door Nieuw Zeeland.
“Toen ik op mijn 28ste hulp zocht, had ik al dertien jaar last van depressieve klachten. Naar de huisarts durfde ik niet, uit angst dat die me ‘gek’ zou verklaren. Dus ploeterde ik verder, en zakte ik steeds verder weg in de somberheid. Mijn relatie liep stuk, werken ging niet meer. Uiteindelijk heb ik negen maanden thuis gezeten. Bij het Centrum Integrale Psychiatrie kreeg ik de diagnose post-traumatische stressstoornis, als gevolg van een onstabiele gezinssituatie als kind. Meer wil ik daarover niet kwijt.
Ik heb verschillende behandelingen gehad, waaronder lichaamsgerichte en traumatherapie. Daarnaast heb ik meegedaan aan het yogaonderzoek. De eerste lessen voelde ik me lichamelijk heel ongemakkelijk. Als je zolang afgesloten bent geweest van je gevoel, is yoga best confronterend. Mijn lijf ging letterlijk protesteren, bijvoorbeeld door te trillen. Wat ook niet hielp, was dat ik — perfectionist die ik ben — alle houdingen meteen foutloos wilde doen. Ik heb dus echt moeten leren om dat los te laten. Toen dat eenmaal lukte, was de beloning groot. Na een les voelde ik me comfortabeler in mijn lijf, rustiger in mijn hoofd. Bijna alsof ik stoned was!
Dat ik nu alleen door Nieuw Zeeland reis, is de volgende stap in mijn persoonlijke ontdekkingsreis. Een soort verlenging van de therapie, maar dan mijn zonder hulp. Twee weken nadat ik hier was aangekomen, heb ik een mooie yogamat aangeschaft. Ik kan nu op elk moment mijn oefeningen doen, in de tuin, op het strand, waar ik maar ben. Dat voelt veel beter dan in paniek mijn psycholoog bellen, zoals ik vroeger regelmatig deed. Mede dankzij de yogatraining weet ik nu dat ik altijd en overal een rustpunt in mezelf kan vinden, en mezelf kan helen.”

Om privacyredenen zijn de namen van Anne en Barbara verzonnen. Hun echte namen zijn bij de redactie bekend.

ALLE DAGEN SOMBER

9 Jan

RA06_78TM81_DEPRESSIE_jpg

Verschenen in Radar+, winter 2017.

Van alle psychische aandoeningen komen depressies het meest voor. Een op de vijf volwassenen (tussen de 18 en 65) krijgt ermee te maken. Op ieder moment van het jaar lijden zo’n 550.000 Nederlanders eraan.

 

Jasper Zantvoord, psychiater bij de afdeling psychiatrie van het AMC Amsterdam, is gespecialiseerd in de behandeling van depressie.
“Jaarlijks krijgen naar schatting een miljoen Nederlanders antidepressiva voorgeschreven. Dat betekent echter niet dat zij allemaal depressief zijn. De medicijnen worden namelijk ook voor andere aandoeningen gebruikt. Bij een angststoornis of pijnklachten bijvoorbeeld.
De laatste jaren was er veel te doen over of antidepressiva eigenlijk wel werken. Dat kwam vooral omdat fabrikanten studies met een negatieve uitkomst voorheen lang niet altijd publiceerden. Gelukkig maken inmiddels steeds meer fabrikanten al hun resultaten openbaar, ook de minder gunstige. Daar zijn ook afspraken over gemaakt.
Recent hebben onafhankelijke onderzoekers de uitkomsten van 32 gepubliceerde én ongepubliceerde studies over het gebruik van antidepressiva bij depressieve patiënten opnieuw bekeken. Wat bleek? In ongeveer de helft van deze studies werkten de antidepressiva beter dan een neppil. Het effect was weliswaar relatief klein, maar dat geldt ook voor sommige andere veelgebruikte medicijnen, zoals bepaalde bloeddrukverlagers. Verder verschilt de werkzaamheid van geval tot geval. Bij een ernstige depressie is die bijvoorbeeld groter dan bij een milde.
Kortom: antidepressiva werken inderdaad niet bij iedereen. Maar het idee dat het overgrote deel van de mensen met een depressie onterecht dit soort middelen slikt, is dus pertinent onwaar. Belangrijk is om een goede en zekere diagnose te stellen. Vervolgens kunnen arts en patiënt samen de voor- en nadelen van medicatie tegen elkaar afwegen. Veel gebruikers ervaren namelijk wel bijwerkingen, zoals maag- en darmklachten, seksuele problemen en gewichtstoename.
Natuurlijk moeten artsen niet onnodig antidepressiva voorschrijven. Vergeet echter niet dat patiënten heel erg onder hun depressieve klachten kunnen lijden. Dan zijn medicijnen vaak hun redding. Kritisch discussiëren over nut en noodzaak van pillen bij depressie? Moeten we zeker doen. Maar dan wel op basis van feiten. Laten we vooral niet het kind met het badwater weggooien.”

Hoogleraar psychiatrie Anne Speckens is oprichter van het Radboud Centrum voor Mindfulness in Nijmegen.
“Uit wetenschappelijk onderzoek weten we dat een behandeling gebaseerd op mindfulness heel goed werkt bij depressie. Deze aandachtsgerichte cognitieve therapie leert je om op een andere manier naar je gevoelens en gedachten te kijken. Bij mensen die al vaker een depressie hebben gehad, helpt de behandeling om een nieuwe depressie te voorkomen. Ook bij patiënten met een acute depressie is de aanpak bewezen effectief.
Veel mensen vinden mindfulness een vaag begrip. Het makkelijkste is om het te zien als het tegenovergestelde van handelen op de automatische piloot. In plaats van dat je gedachteloos doorrent, geef je heel bewust aandacht aan wat er op dit moment in je lichaam en geest gebeurt. Mindfulness is heel nuttig voor mensen die blijven piekeren over het verleden, of steeds tobben over de toekomst.
Onbewust hebben we allerlei overtuigingen en oordelen over onszelf en de wereld. Dat je nooit zwak mag zijn bijvoorbeeld, of dat anderen je dom vinden. Die zijn heel bepalend voor hoe je je voelt. Meestal nemen we dit soort ideeën automatisch voor waar aan, en gaan we ons er ook naar gedragen. Of we onderdrukken onplezierige gedachten of gevoelens om ze op die manier onder controle te houden. Helaas werkt dat vaak averechts; het leidt er juist toe dat je ze meer hebt in plaats van minder.
Daar probeert aandachtsgerichte cognitieve therapie verandering in te brengen. De behandeling leert je dit soort gedachten en gevoelens te herkennen, en er zonder oordeel van een afstandje naar te kijken. Daardoor worden ze minder overheersend, en kun je ze beter relativeren. Dat helpt om op een andere manier op situaties te reageren. Daadkrachtig en positief in plaats van negatief en wantrouwend. Zo krijg je weer grip op je leven.”
Op de website van de Vereniging Mindfulness Based Trainers Nederland en Vlaanderen, www. vmbn.nl., vind je een trainer bij jou in de buurt.

Ria Pengel werkt als klinisch psycholoog i.o. en psychotherapeut bij De Bascule, academisch centrum voor kind- en jeugdpsychiatrie.
“Een depressief kind voelt zich langere tijd somber, verdrietig, waardeloos en mislukt. Daar kunnen allerlei klachten bijhoren. Nachtmerries, piekeren, (faal)angst, concentratieproblemen, een negatief zelfbeeld, besluiteloosheid, vermoeidheid, hoofdpijn, buikpijn en meer of juist minder slapen bijvoorbeeld. Ook heeft een depressief kind vaak de neiging om zich terug te trekken. Een aantal gaat blowen of drinken. De somberheid kan zo erg zijn dat een kind niet meer wil leven.
Uit onderzoek blijkt dat ongeveer 1 op de 20 kinderen en jongeren te maken krijgt met een depressie. Een veel grotere groep heeft last van sombere gevoelens. Er is niet altijd één duidelijke oorzaak; vaak gaat het om een optelsom van factoren. Erfelijke aanleg is belangrijk, maar ook de persoonlijkheid van het kind — de manier waarop hij of zij naar de wereld kijkt en met problemen omgaat — en de omstandigheden spelen een rol. Bovendien zijn jongeren in de vroege pubertijd, rond de overgang van de basis- naar de middelbare school, kwetsbaarder voor depressieve klachten.
Bij een milde depressie kan een aantal gesprekken met een hulpverlener op school voldoende helpen. Zijn de depressieve klachten ernstig, dan is cognitieve gedragstherapie het advies. Doel daarvan is om kinderen te leren minder waarde aan hun sombere en beangstigende gedachten te hechten. In aanvulling hierop zijn er trainingen om de sociale vaardigheden en het zelfvertrouwen van het kind te versterken. Zo nodig kunnen antidepressiva als steuntje in de rug geven. Ook ouders krijgen begeleiding.
Het allerbelangrijkste is: het kind weer in beweging krijgen. Het moet weer een reden hebben om zijn of haar bed uit te komen. Als ouders creëer je die door zoveel mogelijk structuur en regelmaat in de dag aan te brengen. Dus bijvoorbeeld samen ontbijten en je kind verantwoordelijk maken voor het uitlaten van de hond. Oók als hij of zij niet meer naar school gaat.”

Huisarts Jako Burgers is hoofd van de afdeling Richtlijnontwikkeling & Wetenschap bij het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) en bijzonder hoogleraar Bevorderen van persoonsgerichte zorg in richtlijnen aan de Universiteit Maastricht.
“In de huidige huisartsenrichtlijn over antidepressiva staat maar een paar regels over hoe je deze medicatie het beste kunt afbouwen. In de praktijk blijkt dat te weinig houvast te geven. Vandaar dat we er nu meer praktische tips en handvatten in gaan opnemen. Begin 2018 moet de nieuwe richtlijn klaar zijn.
Het minderen van antidepressiva is knap lastig. Gebruikers zijn bang dat ze zich zonder de medicijnen weer somberder gaan voelen. Bovendien kunnen ze tijdens het afbouwen last krijgen van lichamelijke ongemakken, zoals onrust, slaapproblemen of een grieperig gevoel. Vandaar dat je ook nooit ineens helemaal met de medicatie moet stoppen.
Omdat er zoveel bij komt kijken, is het voor huisartsen trouwens óók een ingewikkeld onderwerp. Misschien hebben we als dokters wel onderschat hoe moeilijk stoppen voor veel patiënten is. Vandaar dat we huisartsen ook extra nascholing over dit onderwerp willen bieden.
In de nieuwe versie van de richtlijn gaan we in op hoe we patiënten psychisch meer en beter kunnen ondersteunen bij het afbouwen. De praktijkondersteuner van de huisarts kan bijvoorbeeld regelmatig contact houden en tips geven. Verder besteden we aandacht aan verschillende doseringsschema’s om het afbouwen zo gemakkelijk mogelijk te maken. Nu al gebeurt dat geleidelijk, maar mogelijk gaat dit voor een aantal mensen toch nog te snel, vooral in de laatste fase. Een praktische oplossing is dan bijvoorbeeld om druppels of afbouwstrips met een heel lage dosering te gebruiken. Je huisarts kan ze met medewerking van je apotheek voorschrijven.
Sowieso is het goed om bij je huisarts aan de bel te trekken als je met antidepressiva zou willen minderen of stoppen. Daarvoor hoef je niet te wachten tot de nieuwe richtlijn er is; hij of zij helpt je graag verder.
Meer informatie: http://www.thuisarts.nl/depressie/ik-wil-antidepressiva-afbouwen

Ybe Meesters is klinisch psycholoog en hoofd van de polikliniek winterdepressie van het Universitair Medisch Centrum Groningen.
Zo’n 480.000 Nederlanders lijden aan seasonal affective disorder (SAD), zoals we een winterdepressie officieel noemen. Nog eens 1,3 miljoen mensen hebben een winterdip, met vergelijkbare, maar mildere klachten.
De symptomen van een winterdepressie en een ‘normale’ depressie lijken erg op elkaar: vermoeidheid, somberheid, moeite met concentreren en de neiging om je terug te trekken. Maar er zijn ook duidelijke verschillen. Meest kenmerkend is natuurlijk dat patiënten met een winterdepressie in de zomer helemaal geen klachten ervaren, maar wel nagenoeg elk jaar in de herfst en winter. Verder lijden mensen met een ‘gewone’ depressie vaak aan slapeloosheid en een gebrek aan eetlust. Bij een winterdepressie is het juist andersom; sommige patiënten slapen wel veertien uur per dag en zijn dan nog niet uitgeslapen. Bovendien hebben ze een grote behoefte aan eten, vooral koolhydraatrijk en zoet voedsel. Daardoor komen ze in de winter vaak aan.
Lang hadden we het vermoeden dat een tekort aan melatonine – het hormoon dat onze biologische klok regelt – een winterdepressie kon veroorzaken. Daarvoor is echter geen hard bewijs. Opvallend genoeg hebben vrouwen vier keer zo vaak last van een winterdepressie als mannen. Mogelijk heeft dat te maken met schommelingen in de vrouwelijke hormonen.
Helaas kun je een winterdepressie niet voorkomen. Maar er is gelukkig wel een effectieve behandeling: lichttherapie. Patiënten gaan daarbij gedurende een werkweek op de poli dagelijks 45 minuten onder een daglichtlamp. Het resultaat is indrukwekkend: 70 à 80 procent is daarna helemaal van hun klachten af. Als je er vroeg bij bent, is een patiënt vaak met één week therapie de hele winter klachtvrij. Overigens hoeft de depressie daarvoor niet heel ernstig te zijn; ook bij matige klachten heeft de behandeling zin. Er zijn veel klinieken in Nederland die lichttherapie aanbieden. Laat je wel door je huisarts doorverwijzen, anders is de kans groot dat je zorgverzekeraar de behandeling niet vergoedt.”

 

 

PSYCHIATER ANNE SPECKENS OVER MINDFULNESS

13 Mei

Gepubliceerd in Plus Magazine, mei 2017

Zweverig gedoe voor hardnekkige hippies. Dat is het vooroordeel waar psychiater Anne Speckens vaak tegenaan loopt als ze over mindfulness vertelt. Maar dat idee is volgens haar achterhaald. “Er is steeds meer wetenschappelijk bewijs dat mindfulness bij bijvoorbeeld depressie écht werkt.”

Voor Anne Speckens, hoogleraar psychiatrie en oprichter van het Radboud Centrum voor Mindfulness, is mindful leven een tweede natuur geworden. Dat betekent dat ze tijdens dit interview haar computer en haar telefoon uitzet, en niet nadenkt over wat ze later vandaag nog allemaal moet doen. In plaats daarvan luistert ze heel aandachtig naar de vragen, en denkt ze bewust na over hoe ze de lezers van Plus zo goed mogelijk kan informeren en helpen. “Op mindfulness gebaseerde therapie kan bij veel patiënten die een depressie hebben gehad een terugval voorkomen.”

Mindfulness is voor veel mensen maar een vaag begrip. Kunt u het concreet maken?
“Het makkelijkste is om het te zien als het tegenovergestelde van handelen op de automatische piloot. In plaats van dat je gedachteloos doorrent, geef je heel bewust en zonder oordeel aandacht aan wat er op dit moment in je lichaam en geest gebeurt.”

Hoe doe je dat?
“Je leert van een afstandje naar je eigen gedachten en gevoelens te kijken, en het verband zien tussen gedachten, emoties en lichamelijke sensaties. Dat helpt om je denkpatronen te herkennen, je af te vragen hoe behulpzaam die eigenlijk zijn en er misschien anders mee om te gaan.”

Dat gaat vast niet zomaar.
“Nee, het is een vaardigheid, net als lezen of rekenen. Het kost tijd om die aan te leren.”

Wat heb je eraan?
“Mensen die een training mindfulness bij ons centrum hebben gevolgd en daarmee aan de slag gaan, geven na een tijdje vaak aan dat ze zich minder overweldigd voelen, en weer grip krijgen op hun leven. En dat ze milder worden, naar zichzelf en naar anderen. Ze kunnen beter met uitdagingen omgaan en hebben bijvoorbeeld minder kans op een burn-out. Patiënten die een of meerdere depressies hebben gehad, verkleinen de kans op een terugval.”

Hoe werkt dat?
“Onbewust hebben we allerlei overtuigingen en oordelen. Dat je nooit zwak mag zijn bijvoorbeeld, of dat anderen je dom vinden. Die zijn heel bepalend voor hoe we ons voelen of gedragen. En niet altijd op een positieve manier. Als je dat ontdekt, realiseer je je dat je gedachten en gevoelens hébt, maar dat je ze niet bént. Dat bewustzijn helpt weer om je minder slachtoffer te voelen, te accepteren dat het is zoals het is, mededogen te ervaren en in het moment te zijn. Veel mensen vinden dat dat de kwaliteit van hun leven ten goede komt.”

Wat heeft u daar in uw werk als psychiater aan?
“Begin deze eeuw heeft een aantal collega’s een behandeling ontwikkeld met mindfulness als basis, waarbij patiënten leren om zich niet langer te vereenzelvigen met hun negatieve gedachten. De afgelopen jaren hebben we onder andere in het Radboud veel onderzoek gedaan naar het effect van deze mindfulness based cognitive therapy (MBCT), oftewel: ‘aandachtsgerichte cognitieve therapie’. Daarin blazen we wereldwijd echt een deuntje mee.”

Wat waren belangrijke uitkomsten?
“Inmiddels weten we dat MBCT bij mensen die al vaker een depressie hebben gehad, heel goed werkt om een nieuwe depressie te voorkomen. Ook bij patiënten met een acute depressie, angstklachten en ADHD is de aanpak bewezen effectief. Mensen met kanker en onbegrepen lichamelijke klachten, zoals chronische pijn, kunnen er eveneens veel baat bij hebben. Zij leren anders met hun ziekte om te gaan, waardoor ze bijvoorbeeld minder somber of angstig zijn.”

Wat wilt u nog bereiken?
“Zoveel! Lang niet alle patiënten die er baat zouden kunnen hebben, worden door hun huisarts of andere behandelaars op de mogelijkheden van mindfulness gewezen. Het is ook belangrijk dat MBCT voor alle GGZ-patiënten in Nederland beschikbaar komt, want dat is nu helaas nog niet zo. Verder vormen zorgverzekeraars nog altijd een groot obstakel. Die vergoeden een mindfulnesstraining nu alleen voor patiënten die meerdere depressies hebben gehad, terwijl we inmiddels weten dat MBCT bij heel veel andere aandoeningen ook doeltreffend is. Daar is dus nog een hoop werk aan de winkel. Tot slot zou ik het geweldig vinden als alle geneeskundestudenten tijdens hun studie standaard een mindfulnesstraining krijgen. Uit onderzoek dat we in Nijmegen hebben gedaan, blijkt dat namelijk te leiden tot minder burn-outs en beter functioneren van artsen in opleiding.”

Waarom voelt u zich geroepen om dat allemaal voor elkaar te krijgen?
“Ik ben psychiater geworden omdat ik geïnteresseerd ben in de mens als geheel, en mindfulness gaat over de kern van het mens zijn. Over wijsheid, compassie en acceptatie. Er is zo weinig tolerantie voor beperking en verlies. Terwijl niets of niemand perfect is. We kunnen kortom wel wat meer mildheid gebruiken, als individuen en als maatschappij. Als iedereen wat bewuster zou leven, zou de wereld een stuk mooier zijn.”

Heeft het zin om op latere leeftijd nog een mindfulnesstraining te doen?
“Zeker weten. Juist als je wat ouder wordt, krijg je vaak met allerlei ingrijpende veranderingen te maken, zoals ziekte en afscheid. Mindfulness kan je helpen om het verdriet hierover toe te laten en te accepteren dat het leven eindig is. Tegelijkertijd leert het je ook om te genieten van wat je nog wel hebt. En ook als je op latere leeftijd psychische klachten hebt, kan aandachtsgerichte cognitieve therapie nuttig zijn.”

Hoe vind je een goede trainer?
“Op de website van de Vereniging Mindfulness Based Trainers Nederland en Vlaanderen, vmbn.nl, kun je bijvoorbeeld op regio of soort training zoeken. De professionals die bij deze beroepsvereniging zijn aangesloten, voldoen allemaal aan bepaalde kwaliteitscriteria, geven een minimum aantal trainingen per jaar en volgen zelf na- en bijscholing.”

Hoe heeft mindfulness uw eigen leven veranderd?
“Net als heel veel anderen heb ik een overvolle agenda. Maar ik heb mezelf aangeleerd om mijn aandacht maar op één ding tegelijk te richten. Dat komt niet alleen de kwaliteit van mijn werk ten goede, het geeft me ook meer voldoening. Ik ervaar alles bewuster, sta meer open voor anderen en ben minder gestrest. In plaats van dat ik word geleefd, maak ik weloverwogen keuzes over wat ik wel en niet wil doen en zijn.”

[Kader]
CV
Psychiater Anne Speckens (51) studeerde medicijnen in Leiden. Na haar studie maakte ze snel carrière in Londen, waar ze op haar 34ste hoofd was van de afdeling voor angst- en dwangstoornissen van het gerenommeerde Maudsley Ziekenhuis. In 2004 werd ze benoemd tot hoogleraar psychiatrie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, waar ze het eerste universitaire mindfulnesscentrum van Nederland opzette. In 2015 werd ze door de Raad van Bestuur van het Radboud benoemd tot Principal Clinician, een predicaat voor zorgverleners die voorlopen in het vernieuwen van de patiëntenzorg.

HELPT MINDFULNESS BIJ DEPRESSIE?

11 Mei

M20 Vraag van de week Mindfulness depressie jpg

Gepubliceerd in Margriet 20, mei 2017.

Caro (59): “Omdat ik al twee keer een depressie heb gehad, ben ik bang dat dat nog een keer gebeurt. Nu raadde een vriendin me onlangs mindfulness aan. Kan dat helpen om een nieuwe depressie te voorkomen?”

Anne Speckens, hoogleraar psychiatrie en oprichter van het Radboud Centrum voor Mindfulness in Nijmegen:
“Onbewust hebben we allerlei overtuigingen en oordelen over onszelf en de wereld. Dat je nooit zwak mag zijn bijvoorbeeld, of dat anderen je dom vinden. Die zijn heel bepalend voor hoe je je voelt of gedraagt. En niet altijd op een positieve manier. Meestal nemen we dit soort ideeën automatisch voor waar aan en gaan we ons er ook naar gedragen. Of soms hebben we de neiging om onplezierige gedachten of gevoelens te onderdrukken of te vermijden om ze op die manier onder controle te houden. Helaas werkt dat vaak averechts. Pogingen om je te verzetten tegen nare gedachten en gevoelens leiden er namelijk meestal juist toe dat je ze meer hebt in plaats van minder. Met dat in het achterhoofd heeft een aantal collega’s begin deze eeuw een nieuwe vorm van therapie ontwikkeld, gebaseerd op mindfulness. Deze aandachtsgerichte cognitieve therapie – met de Engelse afkorting MBCT – leert je om op een andere manier naar je gevoelens en gedachten te kijken.
Veel mensen vinden mindfulness een vaag begrip. Het makkelijkste is om het te zien als het tegenovergestelde van handelen op de automatische piloot. In plaats van dat je gedachteloos doorrent, geef je heel bewust en zonder oordeel aandacht aan wat er op dit moment in je lichaam en geest gebeurt. Mindfulness is heel nuttig voor mensen die blijven piekeren over het verleden, of steeds tobben over de toekomst. Zij kunnen zo door hun zorgen in beslag genomen worden, dat ze vergeten om in het hier en nu te leven. Daar probeert MBCT verandering in te brengen. Je leert gedachten en gevoelens te herkennen en er zonder oordeel van een afstandje naar te kijken. Daardoor worden ze minder overheersend, en kun je ze beter relativeren. Dat helpt om op een andere manier op situaties te reageren. Daadkrachtig en positief in plaats van negatief en wantrouwend. Zo krijg je weer grip op je leven.
Inmiddels weten we dat MBCT bij mensen die al vaker een depressie hebben gehad heel goed werkt om een nieuwe depressie te voorkomen. Ook bij patiënten met een acute depressie, angstklachten en ADHD is de aanpak bewezen effectief. Mensen met kanker en onbegrepen lichamelijke klachten kunnen er trouwens eveneens baat bij hebben. Zij leren anders met hun ziekte omgaan, waardoor ze bijvoorbeeld minder somber of angstig zijn. Op de website van de Vereniging Mindfulness Based Trainers Nederland en Vlaanderen, www. vmbn.nl., kun je een trainer bij jou in de buurt vinden.”

%d bloggers liken dit: