Tag Archives: Hans Hamburger

‘SLAAPPILLEN HEBBEN ZELDEN ZIN’

23 Apr

Gepubliceerd in Plus Magazine, maart 2018

Naar schatting de helft van ons slaapt naar eigen zeggen regelmatig slecht. En dat heeft meer gevolgen dan we denken. Neuroloog Hans Hamburger: “Slaap is van levensbelang”. 

Hij zegt het liever niet tegen zijn patiënten, maar zelf is neuroloog en slaapdeskundige Hans Hamburger een uitstekende slaper. Hij noemt het zelfs “een van zijn favoriete hobby’s”. Maar op dat verhaal zitten de uitgeputte en soms zelfs wanhopige mensen die zich op Hamburgers slaapspreekuur melden natuurlijk niet op te wachten. Alhoewel? “Als er geen achterliggende ziekte is, zijn een paar relatief simpele tips over gezond slaapgedrag vaak voldoende om voor een betere nachtrust te zorgen.” 

Wat is dat, gezond slaapgedrag? 

“Na een actieve dag heeft je brein tijd nodig om terug te schakelen voor het in slaap kan vallen. Je doet er daarom goed aan om na acht uur ’s avonds alleen nog dingen te doen waarvan je ontspant. Voor veel mensen betekent dat: tv kijken, of op een computer, tablet of telefoon bezig zijn. Maar het blauwe licht dat dit soort apparaten afgeven, ontregelen je interne klok en verhinderen dat je in slaap valt. Zet alles dus minstens een uur voor je naar bed gaat uit.” 

Hoeveel mensen hebben last van slapeloosheid? 

“Ongeveer de helft van de Nederlanders slaapt naar eigen zeggen regelmatig slecht. Bij minder dan zes uur kom je echt tekort. Naar schatting één op de vijf mensen heeft een slaapziekte. Slapeloosheid vormt de grootste groep, maar ook slaapapneu, waarbij je tijdens het slapen steeds kort stopt met ademen, rusteloze benen en een verstoorde biologische klok — officiële naam ‘circadiane ritmestoornis’ — komen bijvoorbeeld veel voor.” 

Wat is het gevaar van te weinig slapen? 

“Mensen met een chronisch slaaptekort hebben onder andere een flink verhoogde kans op obesitas, diabetes type 2 en hart- en vaatziekten. Dat komt omdat slaap een belangrijke rol speelt bij onder andere de stofwisseling, de afweer en de aanmaak van veel hormonen. Verder onthoud je dingen minder goed als je te weinig slaapt, en ben je minder productief. Ook hebben slechte slapers vaker last van angsten, depressie, burn-out en/of verslaving.” 

Is er iets aan te doen? 

“Dat hangt van de oorzaak af, maar in de meeste gevallen wel. Belangrijk is om goed in kaart te brengen wat het slaapprobleem veroorzaakt. Dat kun je laten uitzoeken bij een gespecialiseerd slaapcentrum. De meest doeltreffende behandeling tegen slapeloosheid is een speciale vorm van cognitieve gedragstherapie.”

Waarom maakt u zich al dertig jaar hard voor behandeling van patiënten met slaapproblemen? 

“Omdat slaap voor je gezondheid minstens zo belangrijk is als gezond eten en drinken, en voldoende bewegen. Maar als het over levensstijl gaat, hoor je hier nog veel te weinig over. Bovendien beseffen mensen onvoldoende hoe groot de impact van een slaaptekort is.” 

Is daar in de zorg wel voldoende aandacht voor? 

“Absoluut niet! Veel huisartsen en specialisten weten het verschil niet tussen slaperigheid door een slaapziekte en vermoeidheid door een andere lichamelijke ziekte of depressie. Het gevolg is dat patiënten vaak geen goede diagnose krijgen. Ze worden dan naar huis gestuurd met slaappillen, terwijl die de oorzaak van het probleem helemaal niet aanpakken. In de helft van de gevallen is boezemfibrilleren het gevolg van slaapapneu. Daar is bij cardiologen nog veel te weinig aandacht voor. Verder hebben sommige medicijnen als bijwerking dat je er slechter van gaat slapen. Bètablokkers bijvoorbeeld, die veel mensen slikken tegen een hoge bloeddruk. De oplossing is dan niet om een slaapmiddel te geven, zoals vaak gebeurt, maar om te onderzoeken of een ander bloeddrukverlagend middel minder slaapklachten veroorzaakt.”  

Klopt het dat ouderen minder slaap nodig hebben?

“Tussen de 30 en 70 jaar heb je gemiddeld tussen de 7 en 8 uur slaap nodig. Boven de 70 vermindert dat iets, omdat mensen dan overdag minder actief zijn. Verder verandert je interne klok als je ouder wordt. Van nature gaan de meeste mensen tussen elf en twaalf uur ’s avonds slapen en worden ze om zeven uur ’s ochtends weer wakker. Bij ouderen schuift dat ritme vaak wat naar voren. Dat komt onder andere doordat de ogen met het ouder worden achteruit gaan. Daglicht dringt dan minder goed binnen. Het gevolg is dat ouderen’s avonds vaak eerder in slaap vallen. Als ze dan ’s ochtends om vier of vijf uur wakker worden, denken ze — onterecht — dat ze een slaapstoornis hebben. De oplossing is om overdag voldoende buiten te komen en actief te zijn, en ’s avonds niet te vroeg naar bed te gaan.”

Hebben slaapmiddelen zin?

“Zelden. Ze kunnen je weliswaar helpen om makkelijker in te slapen, maar vervolgens verstoren ze de natuurlijke slaapcyclus. Daardoor rust je er niet echt uit. Bovendien werken ze gemiddeld 24 uur, waardoor je overdag last houdt van suffigheid, vermoeidheid en geheugenproblemen. Dat kan gevaarlijke situaties opleveren, bijvoorbeeld in het verkeer. Ook kan je evenwicht verstoord raken, waardoor je sneller valt. Voor kalmerende middelen, zoals oxazepam, geldt trouwens precies hetzelfde. Bovendien veroorzaken al dit soort middelen afhankelijkheid, een mooi woord voor verslaving. Dat effect treedt al op na tien dagen gebruik.”

En vrij verkrijgbare middelen, zoals melatonine? 

“Het is eigenlijk raar — en niet ongevaarlijk — dat melatonine als hulpmiddel voor het slapen wordt verkocht. Melatonine is geen slaappil maar een hormoon, dat invloed heeft op je biologische klok. De eerste dagen maakt het je weliswaar een beetje slaperig, maar dat effect is na een week wel uitgewerkt. Dan blijf je zitten met enkel een ontregelde interne klok, waardoor je slaapproblemen alleen maar kunnen toenemen. Overleg dus altijd met je dokter voor je melatonine gaat gebruiken.”

Helpt het bekende slaapmutsje? 

“Ook al niet. Alcohol kan je weliswaar helpen om sneller in slaap te vallen, maar de stof zorgt er óók voor dat je onrustiger en minder diep slaapt. Het gevolg is dat je vaker tussendoor wakker wordt en de volgende dag minder uitgerust bent.” 

Wat kun je zelf dan wel doen om je lichaam een handje te helpen? 

“Zorg voor een donkere en koele slaapkamer, liefst rond de 18 graden. Om het licht buiten te houden kun je verduisteringsgordijnen aanschaffen. Een goedkopere oplossing is een slaapmasker. Routine is ook belangrijk. Ga elke dag op dezelfde tijd naar bed en sta op dezelfde tijd op. Daarmee instrueer je je lichaam dat het zich klaar moet maken voor het slapen. Zorg overdag voor veel licht overdag en voldoende beweging. Lekker buiten wandelen kortom.” 

[Kader]

CV

Neuroloog en somnoloog (specialist slaapgeneeskunde) Hans Hamburger (67) is oprichter van het Amsterdam Slaap Centrum, een van de eerste van zijn soort in Nederland, gevestigd in het Boerhaave Medisch Centrum. Hij specialiseerde zich vanaf de jaren ’90 in slaap(problemen). Hij organiseert congressen en trainingen voor slaapgeneeskundigen, en maakt zich er publiekelijk hard voor dat patiënten én zorgverleners slaapproblemen serieuzer nemen.

Advertenties

TOBBEN IN HET DONKER

7 Nov

Gepubliceerd in Radar+, najaar 2017.

Het is een van de meest onderschatte gezondheidsproblemen: chronisch slaapgebrek. Naar schatting 1 op de 10 Nederlanders lijdt daaraan, vaak met grote gevolgen. Gelukkig is er in veel gevallen iets aan te doen. Lees er alles over in dit slaapdossier.

Wat is slaap eigenlijk precies?
Neuroloog en somnoloog (specialist slaapgeneeskunde) Hans Hamburger van het Amsterdam Slaap Centrum, onderdeel van Boerhaave Medisch Centrum: “Een rusttoestand van de hersenen, waarin je je niet bewust bent van je zelf en je omgeving.”
Waar is dat goed voor?
“Om je klaar te maken voor de nieuwe dag. De meeste mensen weten wel dat je brein tijdens je slaap ervaringen verwerkt en dat slaap nodig is om dingen te leren en in je geheugen vast te leggen. Verder kan een tekort aan slaap een negatieve invloed hebben op je gedrag. Maar slaap speelt bij veel meer processen in het lichaam een cruciale rol. De aanmaak van veel hormonen is bijvoorbeeld afhankelijk van je slaap-waakritme. Dat is de reden dat kinderen die slecht slapen vaak achterblijven in de groei en dik worden. Maar ook bij volwassenen kunnen allerlei lichaamsprocessen ontregeld raken door een slaaptekort. Verder heeft slaap een grote invloed op de werking van je afweersysteem.”
Slaapgebrek kan je dus letterlijk ziek maken?
“Het kan in ieder geval van alles in de war schoppen, en het risico op bepaalde ziektes aanzienlijk vergroten. Mensen met een chronisch slaaptekort hebben bijvoorbeeld een flink verhoogde kans op obesitas, hart- en vaatziekten en op het ontwikkelen van diabetes.”
En geestelijk?
“Als je te weinig slaapt, onthoud je dingen minder goed. Je kunt je slechter concentreren en je bent minder productief. Verder interpreteer je emoties van anderen eerder verkeerd en word je sneller chagrijnig en agressief. Ook hebben mensen die te weinig slapen vaker last van angsten, depressie, burn-out en/of verslaving. Slaap is kortom essentieel voor je hele geestelijke en lichamelijke welzijn.”
Wat zijn de nieuwste inzichten over slaap?
“Dat je brein tijdens het slapen als het ware wordt schoongespoeld. Met het hersenvocht worden er allerlei afvalstoffen afgevoerd. Slaap je te weinig, dan kunnen bijvoorbeeld bepaalde eiwitten gaan klonteren, zoals het schadelijke beta-amyloïd, waardoor hersencellen mogelijk afsterven. Dat zou dan weer mede tot de ziekte van Alzheimer kunnen leiden.”
Hoeveel slaap is het minimum?
“Het verschilt van persoon tot persoon hoeveel slaap je nodig hebt om goed te functioneren. Gemiddeld hebben volwassenen tussen de zeven en de acht uur slaap nodig. Bij minder dan zes uur kom je echt tekort.”
Klopt het dat vrouwen meer slaap nodig hebben dan mannen?
“Dat valt mee; vrouwen in de vruchtbare leeftijd slapen gemiddeld twintig minuten langer. Wel zijn vrouwen vaker ochtendmensen, waardoor ze eerder naar bed gaan dan mannen. Het lijkt dan misschien alsof ze meer slaap nodig hebben.”
Er bestaat dus echt zoiets als een ochtendmens en een avondmens?
“Zeker weten. Van nature is de biologische klok bij de meeste mensen gemiddeld ingesteld. Dat wil zeggen dat je om elf uur ’s avonds kunt slapen om zeven uur ’s ochtends weer wakker wordt. 5 procent van de mensen is een extreem ochtendpersoon, 10 procent een extreem avondpersoon. Per levensfase verschilt dat ook nog eens. Bij pubers staat de klok bijvoorbeeld standaard wat later. Ouders denken dat het luie donders zijn, omdat ze te laat naar bed gaan en er ’s ochtends niet uit kunnen komen. Maar dat komt dus vooral doordat hun biologische ritme anders is afgesteld. Bij 15 tot 20 procent kan dat zo ontsporen, dat ze niet meer naar school kunnen. Bij ouderen schuift de klok juist vaak wat naar voren. Als gevolg van hormonale veranderingen kan het slaapritme bij vrouwen in de overgang ook veranderen.”
Kun je een slaaptekort inhalen?
“Als je een nacht één uur te weinig slaapt, heb je de volgende nacht anderhalf uur nodig om dat goed te maken. Slaap je de hele werkweek te weinig, dan haal je dat met uitslapen in het weekend nooit in. Bovendien heb je in de eerste uren van de nacht de meeste diepe slaap. Daarvan rust je het meest uit. ’s Ochtends is de slaap meer oppervlakkige, dus langer doorslapen heeft voor het krijgen van een uitgeruster gevoel dus weinig zijn.”
Wanneer spreek je over slapeloosheid?
“Officieel als je drie maanden lang minstens drie keer per week moeite hebt met inslapen of doorslapen, en/of te vroeg wakker wordt. Verder moet je zelf erg ontevreden over je slaap en moet dit je functioneren overdag beïnvloeden. Het niet kunnen slapen mag geen andere oorzaak hebben, zoals andere (slaap)ziekten, medicijngebruik, tijdelijke stress of geluidsoverlast van de buren.”
Hoeveel mensen hebben hier last van?
“Ongeveer de helft van de Nederlanders slaapt naar eigen zeggen regelmatig slecht. Naar schatting 1 op de 5 mensen heeft een echte slaapziekte. Het gaat dus om enorme aantallen. Er zijn 6 verschillende slaapstoornissen. Slapeloosheid is de grootste groep, maar ook slaapapneu, waarbij je tijdens het slapen steeds kort stopt met ademen, rusteloze benen en een verstoorde biologische klok — officiële naam circadiaanritme — komen bijvoorbeeld veel voor.”
Is er iets aan te doen?
“Dat hangt uiteraard van de oorzaak af, maar in veel gevallen wel. Heel belangrijk is om goed in kaart te brengen wat het slaapprobleem veroorzaakt. Is er een lichamelijke reden? Of heeft het vooral te maken met ongezond slaapgedrag? (Zie kader, red.) Dat kun je laten uitzoeken bij een gespecialiseerd slaapcentrum. Daar werken verschillende soorten specialisten samen om de beste oplossing voor het slaapprobleem te vinden. De beste behandeling tegen slapeloosheid is een speciale vorm van cognitieve gedragstherapie, gegeven door een daarin gespecialiseerde slaaptherapeut. Helaas vergoeden de meeste zorgverzekeraars deze behandeling niet.”
Hebben slaapmiddelen zin?
“Zelden. Ze kunnen je weliswaar helpen om makkelijker in te slapen, maar vervolgens verstoren ze de natuurlijke slaapcyclus. Daardoor rust je er niet echt uit. Bovendien werken ze gemiddeld 24 uur, waardoor je overdag last houdt van suffigheid en geheugenproblemen. Dat kan gevaarlijke situaties opleveren, bijvoorbeeld in het verkeer, of voor ouderen, die sneller vallen.”
En vrij verkrijgbare middelen, zoals melatonine?
“Het is eigenlijk raar — en niet ongevaarlijk — dat melatonine als hulpmiddel voor het slapen wordt verkocht. Dat is namelijk een hormoon dat invloed heeft op je biologische klok, geen echt slaapmiddel. De eerste dagen maakt het je weliswaar een beetje slaperig, maar dat effect is na een week wel uitgewerkt. Dan blijf je zitten met enkel een ontregelde interne klok, waardoor je slaapproblemen alleen maar kunnen toenemen. Dan ben je nog verder van huis. Overleg dus altijd met je dokter voor je melatonine gaat gebruiken.”

Daniëlle van Yperen (39), creative director bij een reclamebureau, worstelt al haar hele leven met slaapproblemen.
“Ik weet niet wat het betekent om uitgerust te zijn; dat gevoel ken ik niet. Als tiener zat ik al bij de dokter omdat ik zo ontzettend slecht sliep. Zes uur slaap is voor mij veel; meestal is drie of vier uur per nacht het maximum. Het lijkt wel of mijn biologische klok permanent op de Amerikaanse tijd staat. Ik kom pas aan het einde van de middag — als het in de VS ochtend is — op gang. ’s Avonds ben ik op mijn best, ook wat creativiteit betreft. Best lastig als je een baan met normale werktijden hebt.
Na een paar gebroken nachten wil dat mijn concentratie wel eens slechter zijn. Of ik ben thuis minder gezellig, omdat mijn lontje een stuk korter is. Maar over het algemeen functioneer ik wonderwel met zo weinig slaap. Ik weet niet beter.
Meestal ga ik rond tien uur naar bed, in de hoop op tijd in slaap te vallen. Maar de praktijk is dat ik meestal pas tegen een uur indut. Gedurende de nacht word ik ook nog eens heel vaak wakker. Dan lig ik meestal te piekeren en te draaien. Als het te lang duurt, ga ik eruit, mijn katten knuffelen.
Warme melk, lezen, wandelen, yoga, slaapmiddelen, hypnose-apps, homeopatische middelen, geen beeldschermen een uur voor het naar bed gaan; je kunt het zo gek niet bedenken, of ik heb het geprobeerd. Op z’n best werkt iets een paar dagen, en dan ben ik weer terug bij af. Het enige wat ooit echt hielp, was blowen. Maar daar kreeg ik dan weer angstaanvallen van.
Ik heb me jaren ontzettend druk gemaakt over mijn slaapgebrek. Maar die frustraties maken het natuurlijk alleen maar erger. Sinds ik een cursus mindfulness heb gevolgd, kan ik beter accepteren dat het is zoals het is. Kennelijk hoort dit bij mij. Overigens wel frappant: tijdens de mindfulnesslessen viel ik regelmatig in slaap.”

Zo help je je lichaam een handje

  • Bouw de dag rustig af
    Je brein heeft tijd nodig om terug te schakelen. Werk niet meer na acht uur ’s avonds. Dim de lichten. Doe ’s avonds iets waarvan je ontspant, zoals wandelen, mediteren of in bad gaan.
  • Koester routine en regelmaat
    Ga elke dag op dezelfde tijd naar bed en sta op dezelfde tijd op. Oók in het weekend. Doorloop altijd hetzelfde ritueel voor het naar bed gaan: deur op slot, tandenpoetsen, pyjama aan, etc. Daarmee instrueer je je hersenen als het ware dat ze zich klaar moeten maken voor het slapen.
  • Weg met de smartphone, tablet en laptop
    Het blauwe licht dat deze apparaten geven, doen je hersenen denken dat het nog dag is. Ze ontregelen daarmee je interne klok, en verhinderen dat je in slaap valt. Leg ze dus minstens een uur voor het naar bed gaan aan de kant. Lig je ’s nachts wakker, pak dan zeker niet je telefoon om de tijd te doden.
  • Sport alleen overdag
    Overdag sporten kan helpen om beter te slapen. Maar doe je dat ’s avonds, dan werkt de training averechts en maakt het je juist wakker en alert.
  • Laat cafeïne en alcohol staan
    Dat koffie en cola je wakker kunnen houden, weten de meeste mensen wel. Maar een alcoholisch slaapmutsje? Dat helpt goed, hoor je vaak. Toch is het onverstandig om dat te nemen. Je slaapt er namelijk onrustiger en minder diep door. Het gevolg: je wordt tussendoor wakker en bent de volgende dag minder uitgerust. (Zwaar) eten in de uren voor het naar bed gaan heeft trouwens hetzelfde effect.
  • Zorg voor een donkere en koele slaapkamer
    De optimale omstandigheden voor een goede nachtrust? Een niet te hoge temperatuur (het liefst rond de 18 graden) en zo weinig mogelijk licht. Kies bijvoorbeeld voor verduisteringsgordijnen, of gebruik een slaapmasker om het licht buiten te houden.

Houd vast, die droom!
Volgens neuroloog Emile Keuter, werkzaam in het Isala Diaconessenhuis in Meppel, is het heel waardevol om jezelf aan te leren om je dromen te onthouden. “Ze vormen het venster naar je onbewuste, en helpen je om je emoties te benoemen”, zegt hij. “Dat je je kennelijk onzeker of angstig voelt bijvoorbeeld. In plaats van dat ze onder het oppervlak blijven sluimeren, maken dromen je drijfveren inzichtelijk. Je leert jezelf er beter door kennen.”
Volgens Keuter kun je jezelf trainen om je dromen vast te houden. Dat doe je door ze, op het moment dat je wakker wordt, meteen hardop uit te spreken. “Dus nog voordat je op de wekker kijkt of goedemorgen tegen je partner zegt. Denk er tijdens de lunch en voor het slapen nog even aan terug. Daarmee veranker je de droom als het ware. Je zult dan zien dat je binnen een paar weken meer dromen onthoudt. En dat begrijpen waarom je voelt wat je voelt, rust geeft.”

Jaap Lancee, universitair docent klinische psychologie aan de Universiteit van Amsterdam, deed de afgelopen jaren veel onderzoek naar nachtmerries.
“Bijna iedereen heeft wel eens een nachtmerrie. Maar 2 à 3 procent van de bevolking – een half miljoen mensen – heeft één of meer nachtmerries per week. Zij zijn vaak bang om te gaan slapen en hebben overdag last van vermoeidheid en concentratieproblemen. Daardoor lopen ze bijvoorbeeld grotere kans op ongelukken, maar ook op angstklachten.
Je kunt een nachtmerrie vergelijken met een enge film die in je hersenen wordt afgespeeld. Hoe vaker de film zich herhaalt, hoe scherper de beelden in je geheugen worden gebrand. Sommige nachtmerries ontstaan na een ingrijpende gebeurtenis, zoals een ongeluk; drie kwart van de mensen met een traumatische ervaring heeft last van dit soort dromen. Anderen ontwikkelen zich in de loop van het leven. Die gaan meestal over een specifiek thema. Met stip op één: lichamelijke agressie, gevolgd door ruzie en mislukking/afgang.
Vrouwen rapporteren meer nachtmerries dan mannen. Of dat komt omdat ze daadwerkelijk meer onaangename dromen hebben of omdat ze ze beter onthouden, weten we niet. Wel is aangetoond dat zwangere vrouwen vaker vervelend dromen. Waarschijnlijk heeft dat te maken met hun veranderende hormoonhuishouding en de emoties die daarvan het gevolg zijn.
Mensen met veel nachtmerries denken vaak dat die bij ze horen, en dat ze er maar mee moeten leren leven. Net als huisartsen trouwens, die meestal niet verder komen dan het voorschrijven van slaappillen. Jammer, want nachtmerries blijken met goede hulp prima aan te pakken. Bijvoorbeeld door de droom actief te veranderen. Onder begeleiding van een psycholoog prent je je – terwijl je wakker bent – herhaaldelijk een goede afloop in. Dat zorgt ervoor dat de droom minder vaak terugkomt.
Soms hoor dat je beter niets aan nachtmerries zou kunnen doen, omdat ze je zouden helpen om nare ervaringen te verwerken. Dat is slechts ten dele waar. Alleen als het een gebeurtenis van kort geleden is, kan een nachtmerrie die functie vervullen. Daarna wordt het een soort irritante gewoonte, die je gelukkig dus ook weer kunt afleren.”

Piekerstop
Een belangrijke oorzaak van slapeloosheid is overmatig gepieker. Herkenbaar? Probeer deze tips dan eens toe te passen.

  • Merk je dat je gaat piekeren, zoek dan direct afleiding. Lezen bijvoorbeeld, of een podcast luisteren. Tegelijk tobben en iets doen waar je al je aandacht bij nodig hebt, is namelijk bijna onmogelijk. Het gepieker wegduwen heeft geen zin; dan komen de gedachten meestal twee keer zo hard terug.
  • Spreek met jezelf af dat je alleen op vaste momenten piekert, bijvoorbeeld ’s ochtends en ’s avonds een kwartiertje. Als er tussendoor piekergedachten opduiken, zegt je tegen jezelf: ‘niet nu, straks weer’. Of je schrijft ze kort op (ook ’s nachts). Dat helpt om ze tijdelijk van je af te zetten.
  • Een slimme truc om afstand te nemen van het probleem is om je voor te stellen dat iemand anders met dezelfde zorgen bij je aanklopt. Wat zou je hem of haar dan adviseren?
  • Ook harde feiten helpen om piekergedachten te relativeren. Uit onderzoek blijkt dat 40 procent daarvan gaat over situaties die zich nooit voordoen, en 30 procent over gebeurtenissen uit het verleden, die niet meer te veranderen zijn. In slechts 4 procent (!) van de gevallen gaat getob over problemen waar de piekeraar daadwerkelijk iets aan kan doen.

Slaap je slank?
Er doen verhalen de ronde dat je van te weinig slaap dik wordt. Zit daar iets in? “Jazeker”, zegt neuroloog en slaapdokter Hans Hamburger. “Als je te weinig slaapt, produceert je lichaam minder van het stofje leptine, dat je een vol gevoel geeft. Een ander stofje, grehline, wordt juist te veel aangemaakt. Dat zorgt voor meer trek, en ook nog eens in lekkere — vette — dingen. Bovendien heb je, als je weinig slaapt, letterlijk meer tijd om te eten. De kans dat je aankomt neemt door dit alles toe. Tot slot produceert je lijf bij een slaaptekort ook ontstekingseiwitten, die de gevoeligheid voor insuline remmen, met lichte diabetes type-2 tot gevolg. Ook daarvan kun je dikker worden.”

Feiten en cijfers

  • 65 procent van de volwassenen slaapt 7 à 8 uur. 8 procent kan met minder dan 6 uur slaap toe, terwijl 2 procent langer dan 10 uur slaap nodig heeft.
  • De gemiddelde inslaaptijd bedraagt ongeveer een kwartier.
  • 20 tot 30 procent van de volwassenen heeft last van slapeloosheid.
  • Slechts 10 tot 15 procent van hen raadpleegt hiervoor een arts.
  • Slapeloosheid komt vaker voor op latere leeftijd en bij vrouwen.
  • Bij zo’n 40 procent van de onbehandelde patiënten met kortdurende slapeloosheid worden de klachten chronisch.
  • Ongeveer 60 procent van de patiënten met slapeloosheid (als nieuwe klacht) krijgt van de huisarts een slaapmiddel voorgeschreven. 36 procent krijgt meer dan één recept. Na een jaar gebruikt ongeveer de helft van deze patiënten nog het slaapmiddel.

Bron: NHG-Standaard Slaapproblemen en slaapmiddelen.

 

 

%d bloggers liken dit: