Tag Archives: Lentis

ALS JE BREIN JE BEDRIEGT

15 apr

Gepubliceerd in Radar+, voorjaar 2016. 

Wat we zien is waar, en logisch denken gaat ons prima af. Toch? Mooi niet dus. Want alles wat ons brein registreert of onthoudt, is door ervaringen en verwachtingen gekleurd. Als de hersenen uit balans raken, gaat het soms helemaal mis. 5 deskundigen vertellen.

Sociaal psycholoog Suzanne Weusten is trainer, adviseur, publicist en directeur van De Denkacademie. Voor de Volkskrant schreef ze een serie columns over denkfouten, die zijn gebundeld in het boek Hoe we onszelf voor de gek houden.

“Wie denkt, maakt onvermijdelijk fouten. Dat gaat meestal onbewust. Met stip op één: losse gebeurtenissen aan elkaar rijgen zodat er een mooi verhaal uitkomt. Als meisje van zes maakte ik al boekjes en kranten. En kijk, dat doe ik nu nog steeds. Het is de rode draad van mijn leven waar ik alle gebeurtenissen zorgvuldig heb ingepast. Toevalligheden en betekenisloze stukjes filtert mijn brein eruit. Zo lijkt het alsof ik de regisseur van mijn leven ben en de omstandigheden naar mijn hand heb gezet.

Grip op de zaak willen hebben is sowieso een belangrijke motivator voor denkfouten. Wij mensen houden niet van onzekerheid. Dat geeft ons een ongemakkelijk gevoel, brengt ons aan het twijfelen. En dus doen onze hersenen er alles aan om van de chaotische, onvoorspelbare wereld om ons heen een logisch geheel te maken. Om dat voor elkaar te krijgen, zien we alleen wat we willen zien. Zoeken we naar informatie die onze persoonlijke mening bevestigt. Overschatten we ons eigen kunnen. En geloven we dat als iemand één positieve eigenschap heeft, hij of zij in alle opzichten een fijn mens is.

Op zich helemaal niet erg – de vooringenomenheid van ons brein maakt de complexe omgeving overzichtelijk, en voorkomt dat we vastlopen in eindeloze twijfels. Bovendien streelt het ons ego te denken dat we gelijk hebben en dat we goed zijn. Het gevaar schuilt hem er vooral in dat denkfouten maatschappelijke keuzes gaan bepalen. Jezelf een beetje voor de gek houden is tot daaraan toe, ministers en directeuren die zich door hun denkfouten laten leiden is natuurlijk andere koek. Daarom pleit ik voor het stellen van meer kritische vragen, aan onszelf en aan elkaar. Op die manier houden we ons brein het beste bij de les.”

Psychiater dr. Rikus Knegtering is gespecialiseerd in psychose. Hij werkt als behandelaar, opleider en hoofd research bij Lentis, een organisatie voor geestelijke gezondheidszorg in Noord-Nederland.

“Het brein is een ongelofelijk complexe fabriek met wel 80 miljard cellen, die intensief samenwerken om alle informatie die gedurende de dag binnenkomt op een goede manier te verwerken. Soms gaat daarbij wat fout. De hersenen weten dan niet meer hoe ze bepaalde waarnemingen de juiste betekenis moet geven. Zo kan het bijvoorbeeld gebeuren dat een gedachte foutief het label ‘stem van buiten’ krijgt opgeplakt. In het hoofd van de patiënt klinkt dan daadwerkelijk een stem, alsof iemand tegen hem praat, terwijl het feitelijk zijn eigen denkbeelden zijn. Een hallucinatie noemen we dat, één van de symptomen van een psychose. Een ander is wanen, oftewel: vertekende denkbeelden. Dat je afgeluisterd of achtervolgd wordt bijvoorbeeld. Ook die zijn het gevolg van een verkeerde interpretatie van informatie.

3,5 procent van alle Nederlanders krijgt in zijn of haar leven te maken met psychotische ervaringen, zoals verwardheid of dingen horen, zien of ruiken die er niet zijn. Bij 1 procent – zo’n 130.000 mensen – zijn de klachten langdurig en zo serieus dat hun dagelijkse leven eronder lijdt. We spreken dan van schizofrenie.

Een psychose heeft bijna nooit één oorzaak, het is meestal een combinatie van erfelijke aanleg en omgevingsfactoren die de samenwerking van hersencellen verstoren. Drugsgebruik kan een trigger zijn, maar ook een trauma door misbruik, mishandeling of pesten. Gelukkig is er in veel gevallen iets aan een psychose te doen. Met de juiste behandeling komt een op de vijf patiënten helemaal van de problemen af. Van de rest houdt grofweg de helft af en toe klachten, waar ze goed mee kunnen leren omgaan. Een kleine 30 procent van de schizofreniepatiënten heeft langdurig zorg nodig. Overigens is het een groot misverstand dat mensen met een psychose gevaarlijk zijn, dat is zelden het geval. Integendeel, door hun kwetsbaarheid zijn ze juist vaak zelf het slachtoffer van uitbuiting en geweld.

Marcel Kalisvaart, in 2003 (op zijn 20ste) en in 2012 uitgeroepen tot beste illusionist ter wereld, trad afgelopen jaar in elf landen op met zijn magische shows.

“Zonder misleiding geen illusies. Je kunt rustig stellen dat ik mijn brood verdien met breinbedrog. Of beter gezegd: met mensen doen geloven dan ze iets anders zien dan wat er daadwerkelijk is. Het draait allemaal om focus en afleiding; de hersenen zijn niet goed in staat om zich op verschillende dingen tegelijk te concentreren. Daar maken we als illusionisten dankbaar gebruik van. En ook van verwachtingen – het brein vult onbewust alvast in wat er vermoedelijk gaat gebeuren. Als je dat als goochelaar weet, kun je erop anticiperen.

Met behulp van onder andere belichting, geluid, kleur en beweging scheppen we een schijnwereld die voor het brein juist logisch voelt. Als toeschouwer krijg je dan twee tegenstrijdige boodschappen: rationeel weet je dat iets niet kan, maar je ziet het toch. Dat kan soms beangstigend zijn; na een televisieoptreden in Italië kreeg ik op Facebook reacties dat mijn show het werk van de duivel was. Gelukkig vinden de meeste mensen het vooral leuk om even aan de werkelijkheid te ontsnappen.

Sinds mijn 17e verdien ik mijn brood met goochelen. Om dat te kunnen, heb ik me onder andere goed in de psychologie verdiept. Ik verslind boeken over hoe het bewustzijn werkt, en hoe makkelijk mensen beïnvloedbaar zijn. Al die kennis gebruik ik voor het creëren van de ultieme illusie. Een truc die vaak veel indruk maakt, is die waarin ik in bed een laken over mijn hoofd trek. Als het laken een halve seconde later wordt teruggeslagen, lig niet ik, maar mijn mooie assistente daar. Ik heb die illusie een keer live bij De wereld draait door gedaan, terwijl Matthijs van Nieuwkerk er met zijn neus bovenop zat. Hij viel bijna van zijn stoel. Nee, ik verklap echt niet hoe het werkt. Dat is het geheim van de illusionist.

Psycholoog en filosoof prof. dr. Douwe Draaisma is hoogleraar geschiedenis van de psychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en schrijver van onder andere Het vergeetboek en De heimweefabriek – Geheugen, tijd en ouderdom.

“Als een broer en zus zich dezelfde gebeurtenis totaal verschillend herinneren, denken ze al snel van elkaar dat de ander een slecht geheugen heeft. Onterecht, want hoogstwaarschijnlijk hebben ze het evenement op het moment zelf al op een verschillende manier in hun brein vastgelegd. Dat heeft ermee te maken dat ieder mens door een eigen filter naar de wereld kijkt. Bijvoorbeeld je leeftijd, eerdere ervaringen en verwachtingen kleuren hoe een herinnering wordt opgeslagen.

Anders dan je misschien zou vermoeden, zijn herinneringen niet statisch. Sterker nog, iedere keer dat je ze oproept, pas je ze aan. Onze standpunten van nu bepalen namelijk onze herinneringen van vroeger. Krijg je bijvoorbeeld kinderen, dan veranderen de herinneringen aan je eigen jeugd. Stel, je vond je ouders vroeger heel autoritair. Maar als je zelf duidelijke regels voor je kinderen gaat stellen, lijkt je eigen opvoeding opeens een stuk minder streng. Terugkijkend herinner je je ouders dan opeens als ‘tamelijk makkelijk’. Zo kunnen herinneringen in de loop van de tijd daadwerkelijk een andere invulling krijgen.

Je geheugen kan je trouwens aardig bedriegen. In 1986 ontplofte de spaceshuttle Challenger. Ik zie me nog met mijn dochtertje voor de tv zitten, het ruimteveer als wit vuurwerk tegen een helderblauwe hemel. Tot mijn vrouw een keer zei dat we in 1986 nog een zwart-wittelevisie hadden. Die verkeerde voorstelling in mijn hoofd kon ontstaan omdat wij mensen een slecht geheugen hebben voor de herkomst van dingen. Later heb ik natuurlijk kleurenbeelden van de ontploffing gezien en die hebben mijn hersenen in mijn herinnering van het tv-beeld geplakt. Zo ontstond een – voor mij heel realistische – nieuwe herinnering. Waarmee ik maar wil zeggen dat het verstandig is om je herinneringen soms met een korreltje zout te nemen.

Internist-geriater dr. Sophia de Rooij is hoogleraar en afdelingshoofd Ouderengeneeskunde-Geriatrie in het Universitair Medisch Centrum Groningen:

“‘Het leek wel of hij ineens dement was geworden.’ Dat is wat ik vaak van naasten hoor. Hun familielid is opgenomen met bijvoorbeeld een gebroken heup of een longontsteking, en in het ziekenhuis raakt hij van het ene op het andere moment heel erg in de war. Hij wordt achterdochtig, slaapt overdag, herkent mensen niet meer of ziet dingen die er niet zijn. Een delier heet dat. Jaarlijks krijgen tussen de 75.000 en 100.000 patiënten daar rond een ziekenhuisopname last van.

Bij een delier raken de hersenen door lichamelijke problemen in de stress. Ze zijn dan tijdelijk niet in staat om alle prikkels die ze binnenkrijgen te verwerken tot een samenhangend beeld. Vaak is de oorzaak een infectie, maar bijvoorbeeld ook een operatie, een medicijnvergiftiging of ondervoeding kan een delier teweegbrengen. Zie het als een kettingbotsing: ergens in het lichaam gaat er iets fout, waardoor er ook op andere plekken – in dit geval in de hersenen – een onbalans in bepaalde stofjes ontstaat. Met een acute verwardheidstoestand tot gevolg.

Een delier is op zichzelf dus geen ziekte, maar een uiting van een achterliggend probleem: een alarmbel dat er elders iets mis is, of een waarschuwingssignaal voor naderend onheil. De helft van de mensen die een delier heeft doorgemaakt, overlijdt binnen drie maanden. Omdat hun algemene gezondheidstoestand al niet goed was, of omdat ze moeilijker herstellen. Door de verwardheid willen ze bijvoorbeeld niet meer eten, genezen ze slechter van een operatie of vallen ze eerder.

Patiënten zijn zich zelf vaak niet bewust zijn van hun veranderde gedrag. Twijfel je als naaste of het goed gaat, trek dan vooral tijdig aan de bel. Acute dementie bestaat namelijk niet, en met alcohol heeft het delier vrijwel nooit te maken.”

 

EEN LEVEN LANG AUTISME

11 apr

2016-04-09 DvhN Publieksacademie autisme

Gepubliceerd in het Dagblad van het Noorden, zaterdag 9 april 2016.

Autisme heb je niet voor even, maar voor je hele leven. Als kind of tiener lopen patiënten tegen andere problemen aan dan als volwassene. Omgaan met autisme in verschillende levensfasen: dat thema staat centraal tijdens de publieksacademie over autisme van het Dagblad van het Noorden en GGZ-instelling Lentis op 18 april. Voor patiënten én hun naasten.

“Mensen met autisme zijn niet egoïstisch. En ze hebben wel degelijk gevoelens. Heel veel zelfs.”

Henk Kuurstra (54) wil het maar gezegd hebben. Gevraagd naar de vooroordelen over zijn aandoening waar hij in zijn leven het meest last van heeft gehad, hoeft hij niet lang na te denken. “Mensen geloven dat je dom bent, of dat je niet echt van iemand kunt houden. Maar ik kan net als ieder ander gekwetst worden. Misschien wel meer zelfs, omdat zo weinig mensen me begrijpen. Dat kan heel eenzaam voelen.”

Henk woont sinds 1994 in een instelling. Zijn autisme is zo ernstig dat het hem niet lukt om zich zelfstandig te redden. Hij zit aan het uiterste van het autismespectrum, zoals dat heet. Maar er zijn enorm veel vormen en varianten van de aandoening, van licht tot zwaar.

“Het is een hardnekkig misverstand dat autisme één ding is”, zegt Inge van Balkom, (kinder- en jeugd) psychiater en directeur van Jonx , onderdeel van Lentis dat is gespecialiseerd in de diagnose en behandeling van autisme bij kinderen en volwassenen. “De mogelijke problemen verschillen niet alleen van persoon tot persoon, maar ook nog eens per levensfase. Een kind met autisme loopt bijvoorbeeld tegen heel andere obstakels aan dan een jonge vader, of een oude man. Dat is belangrijk om te weten als je de juiste hulp wilt organiseren.”

Gebrek aan verbinding

‘Het lijkt wel of iedereen tegenwoordig autisme heeft.’ Dat horen behandelaren nog al eens als het over het onderwerp gaat. “Het is echt niet zo dat anno 2016 meer mensen autisme hebben dan vijftig jaar geleden”, stelt Van Balkom. “Maar we slagen er wel beter in om de aandoening te herkennen. Dat komt onder andere omdat we steeds meer snappen van hoe autisme werkt. We pikken de signalen dus sneller op. Dat kunnen we tegenwoordig al bij kinderen van 1,5 jaar.”

Iets anders is dat onze samenleving steeds drukker en veeleisender wordt. Kantoortuinen, multitasken, netwerken: ze zorgen voor een overdaad aan prikkels, waardoor mensen met autisme eerder uitvallen en sneller hulp zoeken dan vroeger.

“Mensen met autisme vinden de omgang met anderen dikwijl lastig, omdat ze zich moeilijk kunnen inleven in de gevoelens en verwachtingen van een ander”, legt psycholoog Annemiek Landlust van het Autisme Team Noord-Nederland uit. “Het ontbreekt ze aan de sociale intuïtie die je vertelt hoe je van nature met elkaar omgaat. Patiënten beschrijven het als ‘een gebrek aan verbinding’. Dat maakt het vaak lastig om vriendschappen of relaties te onderhouden, of goed te functioneren in een baan. Als gevolg daarvan kunnen mensen met autisme zich een buitenstaander en erg eenzaam voelen.”

Dat veel patiënten (met een normale of hoge intelligentie) zich ondanks hun problemen toch staande weten te houden, komt volgens haar doordat ze keihard hun best doen om zich aan hun omgeving aan te passen. “In plaats van aan te voelen hoe ze zich in een bepaalde situatie moeten gedragen, beredeneren ze dat. Ze bekijken bijvoorbeeld wat anderen zeggen of doen, of ze denken terug aan wat er in een eerdere, vergelijkbare situatie van hen werd verwacht.”

Al dat denken en aanpassen kost ongelofelijk veel energie. Bovendien voelen mensen met autisme zich vaak onbegrepen, en worden ze regelmatig geteisterd door schuldgevoelens en onzekerheid. Ze voldoen immers vaak niet aan de verwachtingen van de omgeving, al begrijpen ze zelf niet goed waarom. Angst, depressie en overbelasting (burn-out) zijn dikwijls het gevolg; 40 tot 50 procent van de mensen met autisme krijgt daar last van.

Valkuilen herkennen

Lang werd gedacht dat alleen kinderen autisme hadden. En dat je er niet veel aan kon doen. Wat dat betreft zijn er de afgelopen jaren grote stappen vooruitgezet. Zo is er sinds 2012 – eindelijk – een behandelrichtlijn voor volwassenen. “Veel volwassen patiënten zijn enorm opgelucht door de diagnose”. aldus Landlust. “Eindelijk begrijpen ze waarom ze zich altijd anders hebben gevoeld en waarom wat in hun hoofd zit, er vaak niet helemaal uit komt. Dat geeft rust en zorgt voor minder schuldgevoel. Ook voor de omgeving is het heel fijn om te snappen wat er aan de hand is.”

Van autisme genezen kan niet. Maar je kunt volgens Van Balkom wel veel doen om het leven van patiënten én hun naasten in elke levensfase een stuk aangenamer te maken. “De behandeling bestaat vooral uit het anders leren omgaan met de problemen die bij autisme horen. Als je weet wat de valkuilen zijn, kun je die tijdig herkennen en zo mogelijk voorkomen. Praktisch betekent dat bijvoorbeeld: een vaste dagindeling invoeren, thuis afspraken maken over wat je wel en niet kunt doen, of een werkplek aanpassen zodat er minder drukte is. Er is ook ondersteuning mogelijk voor het gezin, met als doel om opvoed- of relatiestress te verminderen. Op die manier kijken we vooral naar wat iemand nog wél kan.”

[Kader]

Meer weten over (de behandeling van) autisme?

[Kader]

Gratis lezing

De Publieksacademie is een gezamenlijk initiatief van het Dagblad van het Noorden en Lentis, een organisatie voor geestelijke gezondheidszorg en ouderenzorg in de provincies Groningen, Drenthe en Friesland. Maandag 18 april 2016 om 20.00 uur verzorgt het Autisme Team Noord-Nederland in de Stadsschouwburg Groningen een gratis lezing over autisme in de verschillende levensfasen. Wat vraagt dit van de persoon zelf en van zijn omgeving? Hoe is het voor ouders en klasgenoten, maar ook voor een partner en kinderen? Deze en andere vragen komen tijdens deze Publieksacademie aan bod. De sprekers zijn experts van het Autisme Team Noord-Nederland van Jonx, een TOPGGz-team, gespecialiseerd in diagnostiek, behandeling en wetenschappelijk onderzoek. Ook komt er een ervaringsdeskundige aan het woord. Er is volop gelegenheid om vragen te stellen. Aanmelden kan via lentis.nl/lentis-publieksacademie.

[Kader]

Cijfers

Van ongeveer 3 procent van de kinderen van 4 tot 12 jaar zeggen de ouders of verzorgers dat ze autisme of een daaraan verwante stoornis (zoals het syndroom van Asperger of PDD-NOS) hebben. Dat betekent dat het om ongeveer 43.000 kinderen van 4 tot 12 jaar gaat. Deze cijfers zijn gebaseerd op de Gezondheidsenquête van het CBS (2014), gehouden onder ouders.

In Nederland is geen objectief onderzoek gedaan naar het vóórkomen van autisme. In het buitenland wordt het aantal geschat op ongeveer 1 procent van de bevolking. Duidelijk is autisme voor een groot deel erfelijk bepaald is, en dat het vaker voorkomt bij jongens en mannen dan bij meisjes en vrouwen. Tussen de 40 en 60 procent van de mensen met een stoornis in het autismespectrum heeft een verstandelijke beperking (Gezondheidsraad).

 

ALS JE BREIN JE BEDRIEGT

17 nov

2015-11-12 DvhN psychose

 

Gepubliceerd in het Dagblad van het Noorden, 12 november 2015. 

Hoe kunnen je hersenen beelden of geluiden produceren die er niet zijn, en je doen geloven dat die nog echt zijn ook? Die vraag staat centraal tijdens de publieksacademie van het Dagblad van het Noorden en GGZ-instelling Lentis over psychose op 30 november.

 

Een psychose, dat is iets engs. Een verwarde toestand waarin mensen stemmen horen en dingen zien die er niet zijn. En waarin ze, in het ergste geval, totaal doordraaien en zichzelf en anderen vreselijke dingen aandoen. Dat is althans het beeld dat de meeste van ons ervan hebben. Niet zo gek als je bedenkt dat die nare gevallen de enigen zijn die het nieuws halen. Maar de werkelijkheid is een heel andere, weet psychiater Rikus Knegtering. “Mensen met een psychose zijn zelden gevaarlijk. Sterker nog, door hun kwetsbaarheid zijn ze juist vaak zelf het slachtoffer van uitbuiting en geweld. Maar die verhalen komen nooit in de krant.”

Samen met zijn Lentis-collega medisch socioloog Stynke Castelein doet Knegtering al jaren onderzoek naar psychoses. Dat is hard nodig, want nog steeds snappen artsen niet precies wat een psychose precies veroorzaakt en wat er dan in de hersenen gebeurt. “Wat we wel weten, is dat het een combinatie is van aanleg en omgevingsfactoren”, zegt Knegtering. “Drugsgebruik kan een trigger zijn. Maar ook trauma’s als seksueel misbruik, mishandeling of pesten kunnen tot een psychose leiden. We vermoeden dat dat soort ervaringen het risico verhogen, omdat ze bijdragen aan een chronisch gevoel van onveiligheid, vernedering en er niet ‘bij horen’. Jongeren die daarmee opgroeien, lijken als volwassenen bij stress sneller psychosesymptomen te krijgen.”

Het lastige is dat die symptomen in de beginfase vaak lastig te herkennen zijn. Iemand is bijvoorbeeld een beetje achterdochtig of rusteloos, slaapt slechter, glimlacht steeds zonder duidelijke reden of trekt zich meer en meer terug. “Zeker in de puberteit – de periode waarin een psychose vaak voor het eerst optreedt – valt zulk gedrag niet direct op”, verklaart Stynke Castelein. “Toch is het belangrijk om tijdig aan de bel te trekken als je als omgeving het gevoel hebt dat er iets niet pluis is. Want hoe eerder een patiënt leert om goed met de verschijnselen om te gaan, hoe groter de kans dat je ergere problemen kunt voorkomen.”

Dat is des te belangrijker omdat patiënten bij een volle psychose vaak helemaal vastlopen. Hun bedriegende, beangstigende gedachten en beelden, bijvoorbeeld over mensen die hen afluisteren of achtervolgen, worden zo overheersend dat ze gaan botsen met het dagelijkse leven en de omgeving. Normaal functioneren lukt dan meestal niet meer.

Gelukkig is er in veel gevallen iets aan een psychose te doen. “Met de juiste behandeling komt een op de vijf patiënten helemaal van de problemen af”, aldus Knegtering. “Van de rest houdt grofweg de helft af en toe klachten, waar ze goed mee kunnen leren omgaan. De andere helft krijgt te maken met chronische verschijnselen. Zij hebben meestal langdurige zorg nodig.”

De juiste behandeling; ook daar wordt bij Lentis, samen met collega-instellingen, veel onderzoek naar gedaan. En dan gaat het over meer dan enkel medicijnen. “We doen breinonderzoek naar hoe we de hersenen kunnen stimuleren of kalmeren”, zegt Castelein. “Maar we kijken bijvoorbeeld ook hoe we gedragstherapie en lotgenotencontact kunnen inzetten, en hoe we familie beter kunnen betrekken. Die zaken blijken namelijk net zo goed van groot belang in het herstelproces.”

Er gebeurt in Noord-Nederland dus heel veel op het terrein van psychosezorg – niet voor niets heeft Lentis het Top GGZ-keurmerk voor de diagnose en behandeling van psychose. Nu nog ervoor zorgen dat mensen meer bekend met de aandoening raken.

“Ook als patiënten helemaal herstellen, krijgen ze in de maatschappij vaak te maken met vooroordelen en onbegrip”, besluit Knegtering. “Dat maakt het er voor hen niet makkelijker op. Zonde, vooral als je bedenkt dat zulke reacties vooral voortkomen uit onwetendheid. Wanneer omstanders begrijpen wat een psychose is en wat je eraan kunt doen, zijn ze vaak direct minder bang. En kunnen ze de mensen die er last van hebben het extra steuntje in de rug geven dat ze verdienen.”

[Kader]

Meer informatie over psychose

  • nl/behandeling/psychosen-zorgprogramma
  • nl
  • nl/psychowijzer
  • org (patiëntenvereniging)

[Kader]

Gratis lezing

De Publieksacademie is een gezamenlijk initiatief van het Dagblad van het Noorden en Lentis, een organisatie voor geestelijke gezondheidszorg en ouderenzorg in de provincies Groningen, Drenthe en Friesland. Maandag 30 november om 20.00 uur verzorgen psychiater Rikus Knegtering en onderzoeker Stynke Castelein in het Groninger Infoversum een gratis lezing over psychose. Aansluitend is er een paneldiscussie met sociaal psychiatrisch verpleegkundige Gerard Lohuis en ervaringswerker Lucien Kampijon. Er is volop de gelegenheid om vragen te stellen. Aanmelden kan via lentis.nl/lentis-publieksacademie.

[Kader]

Ervaringsverhaal

Na afloop van de publiekslezing over psychose op 30 november presenteert Douwe de Haan (42) het boek Wereldveroveraar. Hierin vertelt hij over zijn ervaringen met psychoses (in kader van een bipolaire stoornis) en geeft hij een boeiend inkijkje in de waanbeelden en complottheorieën die hem lange tijd teisterden. Lees meer over zijn verhaal op wereldveroveraar.com.

[Kader]

Cijfers

  • 3,5 procent van alle Nederlanders krijgt in zijn of haar leven te maken met psychotische symptomen zoals verwardheid of dingen horen of zien die er niet zijn.
  • Bij 1 procent van de bevolking (zo’n 130.000 mensen) zijn de psychotische klachten langdurig en zo serieus dat hun dagelijkse leven er (ernstig) onder lijdt. We spreken dan van schizofrenie.
  • Een psychose doet zich vaak (voor het eerst) voor tussen het 16e en het 30ste
  • Mannen krijgen ongeveer twee keer zo vaak met psychoses te maken als vrouwen. Waarom precies is niet bekend. Mogelijk heeft het vrouwelijke hormoon oestrogeen een beschermende werking.
  • Naar schatting zo’n 40 procent van de patiënten met een psychose krijgt niet of niet op tijd adequate hulp.

 

BEGINNENDE DEMENTIE

20 sep

 2015-09-17 DvhN Vroege dementie

Gepubliceerd in het Dagblad van het Noorden, 17 september 2015

Kennis vergroten. Begrip creëren. Vooroordelen wegnemen. Dat willen het Dagblad van het Noorden en GGZ-instelling Lentis bereiken met de nieuwe Publieksacademie over psychische problemen. 21 september 2015 vindt de eerste lezing plaats, over beginnende dementie.

“Vanaf je 40ste heb je steeds meer tijd nodig om iets nieuws te leren, of je dingen te herinneren. Dat hoort bij het natuurlijke proces van veroudering.” Klinisch neuropsycholoog Jeroen Kok wil het maar gezegd hebben. Want echt niet alle vergeetachtigheid duidt op beginnende dementie, zoals sommige mensen denken. “Als je er later alsnog opkomt, is dat goed nieuws. Dan is er meestal weinig serieus aan de hand. Maar heb je zelf of als omgeving het idee dat de achteruitgang abnormaal is, dan is het verstandig om aan de bel te trekken.”

1 op de 5 Nederlanders krijgt gedurende zijn leven dementie. Dat betekent dat bijna iedereen er – direct of indirect – mee te maken krijgt. En het aantal neemt de komende jaren alleen maar toe. (Zie kader.) Toch weten de meesten van ons maar weinig van de ziekte af. Het is bijvoorbeeld niet heel bekend dat er tientallen vormen van dementie zijn (waarvan Alzheimer de meest voorkomende is), en dat er veel meer symptomen zijn dan alleen vergeetachtigheid.

“Het begint er vaak mee dat mensen volgens hun omgeving ‘anders’ worden”, zegt Yvonne de Vries, die als casemanager jaarlijks tientallen mensen met (een vermoeden van) dementie bijstaat. “Ze vinden het bijvoorbeeld moeilijker om te plannen en overzicht te houden, hebben concentratieproblemen of stemmingswisselingen, stellen steeds meer uit, kunnen een gesprek minder goed volgen of trekken zich vaker terug. Soms doen ze ook dingen die eigenlijk helemaal niet bij hun karakter passen. Dan gaat een van nature zuinig iemand bijvoorbeeld plotseling veel geld uitgeven. Allemaal kleine signalen, die naasten het gevoel geven dat er iets niet helemaal klopt.”

Het ‘niet-pluis-gevoel’ noemt Jeroen Kok dat. En hoewel hij snapt het lastig is om daarmee naar de huisarts te gaan – je zal maar te horen krijgen dat jij of je naaste dementie heeft – raadt hij mensen aan dat toch te doen. “Al deze verschijnselen kunnen op beginnende dementie wijzen, maar dat hoeft niet. Er zijn tal van andere mogelijke oorzaken, zoals een depressie, schildklierprobleem of vitaminetekort. Aandoeningen die vaak prima te behandelen zijn. Kortom, door je niet te laten onderzoeken, doe je jezelf tekort.”

Er is nog een reden om bij twijfel toch hulp te zoeken, aldus Yvonne de Vries. Mensen piekeren vaak enorm over hun klachten. Al die stress helpt zeker niet. Sterker nog, het kan ervoor zorgen dat de problemen verergeren. En hoewel een eventuele diagnose dementie hard aankomt – de ziekte is (nog) niet te genezen – kan meer kennis erover volgens haar wel helpen om er beter mee om te leren gaan. Dat geldt voor de patiënten, maar zeker ook voor hun naasten.

“Als je begrijpt wat er in het hoofd van iemand met dementie gebeurt, kun je je ook beter in hem of haar inleven. En snap je dat je partner, ouder, buur of collega niet expres zo naar of lastig doet, maar dat dat het gevolg is van de veranderingen in zijn of haar hersenen. Dat helpt om meer begrip en geduld op te brengen, en ook om voor de patiënt een zo veilig mogelijke omgeving te creëren. Want dementie kan veel angst veroorzaken.”

Onze natuurlijk neiging is misschien om iemand die in de war raakt of steeds hetzelfde vertelt een beetje uit de weg te gaan. Begrijpelijk, maar ook verdrietig, vindt Jeroen Kok. “Ziek of niet, het blijven mensen, die zich net zo goed als ieder ander blij, verdrietig of eenzaam kunnen voelen. Mijn advies: geef een andere invulling aan het contact. Minder praten, meer doen. Ga er samen op uit, speel een spelletje, maak het gezellig. De ziekte genezen doet het niet, maar patiënten worden er wel beter van.”

[Fotobijschriften]

  • Klinisch neuropsycholoog Jeroen Kok werkt bij het Lentis Centrum voor Neuropsychiatrie en verpleeghuis De Enk in Zuidlaren.
  • Verpleegkundige en maatschappelijk werkster Yvonne de Vries is casemanager bij het (in dementie gespecialiseerde) Team290 van Lentis in Groningen, waar jaarlijks 1200 cliënten worden bijgestaan.

[Kader]

Gratis lezing

De Publieksacademie is een gezamenlijk initiatief van het Dagblad van het Noorden en Lentis, een organisatie voor geestelijke gezondheidszorg  en ouderenzorg in de provincies Groningen, Drenthe en Friesland. Maandag 21 september 2015 om 20.00 uur verzorgt klinisch neuropsycholoog Jeroen Kok in het Groninger Infoversum een gratis lezing over beginnende dementie. Daarna is er een forum met Jeroen Kok, casemanager Yvonne de Vries en ouderenpsycholoog Pieter Mul van Lentis, en Joke Oosterveld, wier man dementie heeft. Er is volop de gelegenheid om vragen te stellen. Aanmelden kan via lentis.nl/lentis-publieksacademie.

[Kader]

Cijfers

  • In Nederland hebben ruim 260.000 mensen dementie. De meeste voorkomende vorm is de ziekte van Alzheimer (70 procent), gevolgd door vasculaire dementie (16 procent).
  • Als gevolg van de vergrijzing neemt het aantal patiënten snel toe, naar meer dan een half miljoen in 2040. In 2055 bereiken we naar verwachting een piek van ruim 690.000.
  • Hoe ouder, hoe groter de kans op de ziekte. Van de 65-plussers heeft 10 procent dementie, van de 90-plussers 40 procent.
  • Mensen met dementie leven gemiddeld 8 jaar met de ziekte. Gedurende het ziekteproces neemt zowel het aantal als de ernst van de klachten toe.
  • 70 procent van de mensen met dementie woont thuis en wordt verzorgd door hun naaste familie en/of omgeving. De 300.000 mantelzorgers van mensen met dementie geven gemiddeld 20 uur zorg per week.

Bron: Alzheimer Nederland

%d bloggers liken dit: