Tag Archives: ouderenzorg

“DE NEDERLANDSE VERPLEEGHUISZORG IS HARTSTIKKE GOED”

18 mrt

Wilco Achterberg jpg.jpg

Gepubliceerd in LUMC Magazine, maart 2018. (Foto: Marc de Haan)

Als kind kon verpleeghuisarts en hoogleraar ouderengeneeskunde Wilco Achterberg (54) uren luisteren naar de verhalen van zijn grootouders. Onbewust motiveerden zij hem om zich als jonge arts in verpleeghuiszorg te willen specialiseren. Nu doet hij in het LUMC onderzoek naar hoe de zorg voor kwetsbare ouderen beter kan, en leidt hij jonge specialisten op om deze groep zo goed mogelijk bij te staan.

Verpleeghuizen komen bijna altijd negatief in het nieuws. Frusterend?
“Zeer! Vooral omdat dat zo onterecht is. De Nederlandse verpleeghuiszorg staat al jaren in de top 3 van de wereld. In heel Europa sterft ongeveer een derde van de dementiepatiënten in het ziekenhuis. In Nederland is dat één op de twintig. We doen het hier gewoon hartstikke goed.”

Vanwaar dan toch dat slechte imago?
“Dat heeft vooral te maken met onwetenheid. De verwachtingen die mensen hebben over de laatste levensfase zijn volstrekt niet realistisch. Ze denken dat je alles gewoon moet kunnen blijven doen, tot de dag dat je doodgaat. Maar zo werkt het in de praktijk niet. Neem dementie. Er heerst een hardnekkig misverstand dat patiënten met deze ziekte enkel geheugenproblemen hebben. Maar die aandoening beïnvloedt alle aspecten van het leven, bijvoorbeeld ook coördinatie en gedrag. Als je dat als naaste niet weet, is het ontluisterend om te zien wat er met je dierbare gebeurt. De verpleeghuiszorg krijgt daar vaak de schuld van.”

Het lijkt tegenwoordig soms wel alsof ouderdom een te genezen ziekte is, en dat iedereen met de juiste leefstijl vitaal oud kan worden.
“Daar heb ik inderdaad veel moeite mee. Het is belangrijk te accepteren dat achteruitgang bij het leven hoort. Alleen dan krijgen ouderen de waardering die ze verdienen. Ouderdom is een levensfase, net als de puberteit. Die zien we toch ook niet als ziekte? Als je op een gegeven moment minder kunt, maakt je dat als mens nog niet minder waard.”

Hoe is de verpleeghuiszorg de afgelopen decennia veranderd?
“Sinds ouderengeneeskunde in 1989 een officieel specialisme werd, is er ongelofelijk veel verbeterd. Tijdens colleges laat ik filmpjes zien over hoe het er in de jaren ’90 op een dementie-afdeling aan toeging. Patiënten kregen toen veel meer kalmerende medicatie, en werden vaker vastgebonden. Anno 2018 hebben we een totaal ander idee over wat goede verpleeghuiszorg is. Naast de basisvoorzieningen — eten, drinken, wassen — focussen we nu vooral op de kwaliteit van leven, en persoonlijke aandacht. In plaats van de ziekte staat de mens centraal.”

Even terug: waarom koos u als twintiger voor verpleeghuiskunde?
“Eigenlijk wilde ik tropenarts worden. Maar tijdens mijn studie kwam de liefde voor ouderen bovendrijven. Die stamt uit mijn jeugd. Toen ik een jaar of tien was, woonde mijn moeders moeder een jaar bij ons in. Het gaf me een goed gevoel om haar — en andere ouderen — te kunnen helpen; nadat onze oude buurman een beroerte had gehad, ging ik uit mezelf naar hem toe om oefeningen met hem te doen. De omgang met ouderen is voor mij dus altijd heel vanzelfsprekend geweest. Ook mijn andere oma speelde een belangrijke rol. Zij is 103 geworden. Haar laatste jaren waren niet altijd makkelijk. Ze was bijvoorbeeld moeilijk ter been, en heeft twee van haar kinderen moeten begraven. Zij motiveerde me om de ouderenzorg beter te willen maken. Dat had ik ook als internist-geriater kunnen doen, maar het verpleeghuis trok me aan omdat het daar over zoveel méér gaat dan alleen een ziekte. Alle aspecten van het leven komen er aan bod.”

Hoe ziet uw week eruit?
“Drie dagen per week werk ik bij het LUMC, als onderzoeker, opleider en zorgstagecoördinator. De andere twee dagen ben ik aan de slag als eerste geneeskundige bij Topaz, een organisatie met vijf woonzorgcentra, drie verpleeg- en behandelcentra en een revalidatiehotel.”

Waarom vindt u het belangrijk om met uw voeten in de klei te blijven staan?
“Verwondering begint aan het bed. Het is regelmatig voorgekomen dat ik aan het eind van de dag naar huis ging en dacht: dit kan beter. Dat gevoel van onvrede is het startpunt geweest van verschillende onderzoeken en uiteindelijke nieuwe werkwijzen.”

Wat is het belangrijkste dat u de afgelopen jaren voor elkaar hebt gekregen?
“Ik ben heel trots op de goede samenwerking die we vanuit het LUMC hebben met tien grote verpleeghuisorganisaties in de regio. Samen doen we veel praktijkonderzoek. De resultaten daarvan vinden snel hun weg naar de werkvloer. Een voorbeeld. Bij gedragsproblemen werd er in het verpleeghuis vroeger vaak meteen naar kalmeringsmiddelen gegrepen. Dankzij onderzoek weten we nu dat pijn dikwijls de oorzaak van dat soort problemen is. Dat heeft geleid tot een nieuwe behandelrichtlijn, en daarmee tot een betere kwaliteit van leven voor veel patiënten.”

Leven uw eigen ouders nog?
“Nee, die zijn allebei onverwacht gestorven. Ik was daar niet bij, waardoor ik tot mijn verdriet geen afscheid van ze heb kunnen nemen.”

Wat heeft u uw kinderen over ouderdom bijgebracht?
“Van jongs af aan heb ik onze zonen — inmiddels 20 en 17 — vertrouwd gemaakt met veroudering en achteruitgang. Hun crèche zat in het verpleeghuis waar ik toentertijd werkte, zodat ze als vanzelf met ouderen in contact kwamen. Toen mijn oudste zoon als tiener folders wilden gaan verspreiden, heb ik hem overgehaald om in plaats daarvan in het restaurant van het verpleeghuis te gaan werken. Of dat eraan heeft bijgedragen weet ik niet, maar nu wil hij zelf ook arts worden. Helaas is hij uitgeloot voor de studie geneeskunde. Onze jongste heeft minder met de zorg, die studeert econometrie.”

U weet als geen ander wat voor narigheid u op uw oude dag te wachten kan staan. Beangstigend?
“Niet per se. Veel mensen zien dementie als het ergste wat je kan overkomen. Uit ervaring weet ik echter dat dementie voor de familie vaak moeilijker is dan voor patiënten zelf. Persoonlijk maak ik me meer zorgen over afasie, een aandoening waarbij je je — als gevolg van hersenletsel — niet goed meer verstaanbaar kunt maken. Het lijkt me heel naar om niet met de mensen om je heen te kunnen communiceren, terwijl je brein nog goed werkt.”

Doet u uw best om gezond oud te worden?
“Mwah. Ik sport regelmatig, dat wel. En ik ben vorig jaar eindelijk gestopt met roken. Dat verbaast mensen ja; als dokter moest ik natuurlijk beter weten. Maar van een verslaving afkomen is ontzettend moeilijk. Uiteindelijk heeft mijn oudste zoon me het laatste duwtje gegeven. Toen hij stopte, kon ik voor mijn gevoel niet achterblijven.”

In Duitsland zijn mensen wettelijk verplicht om voor hun ouders te zorgen. Verwacht u dat uw kinderen u later in huis nemen?
“Ik weet niet wie daar meer moeite mee zouden hebben, zij of ik! Ik ben namelijk erg van het zelf doen; toen we twintig jaar geleden een kraamhulp in huis hadden, vond ik dat al benauwend. Verder wil ik mijn kinderen, net als de meeste ouders, niet tot last zijn. De vraag is natuurlijk of dat sentiment terecht is. Als klein jongetje heb ik tenslotte ervaren hoe fijn het kan zijn om iets voor je familie te kunnen betekenen. Het zou mooi zijn als dat gevoel in de samenleving weer meer voorop komt te staan. Maar in een verplichting geloof ik niet.”

Waar valt in de ouderenzorg de komende jaren nog winst te behalen?
“De zestiende-eeuwse legerarts en filosoof Ambroise Paré zei het zo: ‘Een goede arts geneest soms, verzacht vaak en troost altijd’. Dat vind ik een wijze uitspraak. Vandaag de dag staan artsen echter teveel in de behandelmodus. Het gaat vooral over wat we kunnen dóén, niet wat we kunnen laten. Maar in de laatste levensfase is handelen vaak niet de oplossing. Integendeel. Mensen van 90 hebben meestal helemaal geen baat bij cholesterolverlagers, ze ondervinden alleen maar nadelen van de bijwerkingen. Toch blijven we ze die geven. Kortom, de grootste vooruitgang in de ouderengeneeskunde zit hem misschien wel in het tijdig durven stoppen van behandelingen, in plaats van steeds nieuwe therapieën te bedenken.”

Wat kunnen lezers zelf doen om zich zo goed mogelijk op hun oude dag voor te bereiden?
“Niet hun kop in het zand steken. Denk na over hoe je volgende levensfase wilt invullen en anticipeer daarop. Bijvoorbeeld door je woning tijdig aan te passen. Maar het allerbelangrijkste is om in de mensen om je heen te investeren. Zorg goed voor elkaar, op elke leeftijd. Dat is het beste advies dat ik kan geven.”

Bekijk het hele LUMC Magazine hier

Advertenties

HOSPITAL@HOME

7 nov

Gepubliceerd in Plus Magazine, oktober 2017. (Foto: Linelle Deunk)

Een ziekenhuis is geen goede plek om te herstellen als je al wat ouder bent en te maken hebt met dementie of andere ziekten. Thuis herstel je sneller en beter, desnoods met een infuus in de slaapkamer. Dat gebeurt nog te weinig, omdat zorgverleners vaak het te veel geregel vinden. Internist-geriater Sophia de Rooij hoofd van het Universitair Medisch Centrum Groningen, wil dat veranderen met haar project Hospital@Home.

U zegt dat het ziekenhuis geen goede plek is om te verblijven. Waarom niet?
“Het ziekenhuis is een onbekende omgeving, alles gaat anders dan thuis. Daardoor loop je meer risico op vallen, infecties, ondervoeding en ernstige verwarring. Het negatieve effect daarvan merk je pas na ontslag. Een paar jaar geleden deed ik onderzoek bij 75-plussers die acuut waren opgenomen in het ziekenhuis. Ik onderzocht deze mensen opnieuw, drie maanden nadat ze uit het ziekenhuis waren ontslagen. Ik vergeet nooit het moment dat ik de uitslag zag: bijna een derde van deze mensen was inmiddels overleden. Het bleek te maken te hebben met het gebrek aan goede nazorg. Als ziekenhuizen mensen ontslaan, valt er soms een gat in de overdracht van zorg. Ineens zitten mensen thuis en voelen ze zich ontredderd. Ze vinden het moeilijk om bijvoorbeeld de medicijnen op de juiste manier in te nemen. Als ze er dan niemand is om vragen aan te stellen, gaat er gemakkelijk iets fout.”

Hoe moet het dan wel?
“Wij hebben ontdekt dat het veel beter is als de wijkverpleegkundige langs komt in het ziekenhuis vóór je ontslagen wordt. Zij kan helpen bij de overgang naar huis, bijvoorbeeld door het medicijngebruik thuis te controleren. Zo nodig kan ze thuis de huisarts, specialist, thuiszorg of mantelzorgers inschakelen. Op die manier hervinden mensen sneller hun evenwicht. We hebben die aanpak getest bij een groep van 337 ouderen. Van hen overleden er in de eerste drie maanden na de ziekenhuisopname 85. In een even grote groep die géén extra begeleiding kregen, stierven er in dezelfde periode veel meer, namelijk 104. We vermoeden dat de extra zorg dus echt heeft geholpen. Met Hospital@Home gaan we nog een stapje verder dan dit onderzoek. Simpel gezegd komt Hospital@Home erop neer dat kwetsbare ouderen na één nacht in het ziekenhuis teruggaan naar hun eigen, vertrouwde huis, om daar verder behandeld te worden met extra steun van ziekenhuis en de wijkzorg.”

Wat gebeurt er als je thuis herstelt? Hoe ziet dat eruit?
“Neem het voorbeeld van een 81-jarige longpatiënt, die steeds vergeetachtiger wordt. Elke keer als zijn benauwdheid oplaait, wordt hij een paar dagen in het ziekenhuis opgenomen. Bij zijn laatste bezoek aan de spoedeisende hulp krijgt hij de vraag of hij niet liever thuis behandeld wil worden. Hij is bezorgd of dat niet te zwaar is voor zijn 79-jarige vrouw. Maar zij vindt het juist fijn om haar man dichtbij te hebben, en niet telkens naar het ziekenhuis te hoeven rijden. We regelen een zuurstofapparaat en een infuuspomp voor medicatie. De longarts en de geriater komen thuis op visite. En de wijkverpleging is dag en nacht bereikbaar. Door het zo te regelen, kun je zelfs voorkomen dat hij opnieuw in het ziekenhuis moet worden opgenomen.”

Specialistische zorg wordt toch niet voor niets in een ziekenhuis gegeven? Kan dat wel thuis?
“Uiteraard nemen we geen onnodige risico’s. We kijken heel goed of de patiënt het lichamelijk aankan. Natuurlijk vinden sommige mensen het desondanks een spannend idee. In het ziekenhuis zitten toch de specialisten die er verstand van hebben, denken ze.  Maar nu krijgen mensen krijgen thuis ook al zuurstof- en vochttoediening, antibiotica in een infuus of bloedtransfusies. Alleen gebeurt dat nog op kleine schaal. Wij willen het voor meer patiënten beschikbaar maken. Daarvoor moeten ziekenhuizen en de thuiszorg anders gaan samenwerken.”

Willen mensen wel thuis herstellen?
“Uit onderzoek blijkt dat 83 procent van de kwetsbare oudere patiënten helemaal niet naar het ziekenhuis wil. Veel liever worden ze thuis behandeld. Ze vertellen me dat het ziekenhuis soms als een fabriek voelt, en dat ze veel meer op hun gemak zijn in hun eigen, vertrouwde omgeving. Dan moeten we ze die mogelijkheid toch bieden? Bijkomend voordeel is dat we met deze manier van werken hopelijk complicaties kunnen vermijden. Zo besparen we de maatschappij waarschijnlijk nog geld ook. Dat gaan we nu in Noord-Nederland onderzoeken.”

Waarom gaat het niet altijd zo?
“Omdat alle zorgverleners op hun eigen eilandjes zitten, met zijn eigen belangen. Specialisten, huisartsen, ambulancemedewerkers en de thuiszorg zijn niet gewend om zo nauw samen te werken. Voor we daadwerkelijk met Hospital@Home konden starten, moesten we dus heel veel praten en veel op papier zetten. Over wie waarvoor verantwoordelijk is, wie wat regelt en wie wat betaalt. Het was een hele toer om al die zaken aan elkaar te knopen.”

Wordt u daar nooit moedeloos van?
“Als ik wat heilige huisjes omver moet schoppen, dan is dat maar zo. Soms lukt het echt niet. Zo hebben we geprobeerd om gemeenten zo ver te krijgen dat ze binnen een paar dagen een woningaanpassing doen. Maar dat bleek een brug te ver. Patiënten die zo’n aanpassing nodig hebben om ziekenhuiszorg thuis te kunnen krijgen, komen dus niet voor Hospital@Home in aanmerking. Natuurlijk raak ik soms gefrustreerd over dit soort dingen. Maar als ik patiënten tegenover me heb, weet ik weer precies waar ik dit voor doe: de mensen achter de regels. Een betere motivatie is er niet.”

Hospital@Home is op dit moment alleen in Noord-Nederland beschikbaar. Wanneer kunnen patiënten in de rest van het land ziekenhuiszorg thuis krijgen?
“Zoals gezegd kan er thuis vaak al meer dan je denkt, ook in andere regio’s. Verder  willen we onze werkwijze in heel Nederland aanbieden. We financieren Hospital@Home met overheidsgeld, dus vind ik het niet meer dan logisch dat we er zoveel mogelijk Nederlanders van kunnen laten profiteren.”

Kunnen mensen zelf regelen dat ze thuis mogen herstellen?
“Absoluut! Kom je bij de spoedeisende hulp terecht, informeer dan naar de mogelijkheden van ziekenhuiszorg thuis. Daarmee herstel je sneller, en loop je minder kans op acute verwardheid, vallen en nieuwe infecties. Beter nog: bespreek het al met de huisarts vóórdat er iets mis gaat. Vraag bijvoorbeeld of je bij een longontsteking ook thuis behandeld kunt worden. Er zijn nu al 2,7 miljoen 65-plussers in Nederland. Als die allemaal hun stem laten horen bij hun arts, dan helpt dat ons om het landelijk te organiseren.”

[Kader]
CV
Internist-geriater Sophia de Rooij (1969) is hoogleraar geriatrie-ouderengeneeskunde, en hoofd van het Universitair Centrum Ouderengeneeskunde van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG). Daar doet  ze onder meer onderzoek doet naar delier (acute verwardheid). Hiervoor werkte ze als afdelingshoofd Geriatrie en principal investigator in het AMC Amsterdam, en was ze gastonderzoeker aan de Harvard Medical School (Boston, VS). Verder ontving ze grote subsidies voor onderzoek op het gebied van innovatieve ouderengeneeskunde en ontwikkelde ze de Delirium Experience, een interactieve videogame, die zorgprofessionals in staat stelt om te ervaren hoe het is om acuut in de war te raken en dan betere zorg te bieden. De Rooij is getrouwd en heeft een dochter.

Meer weten over thuis herstellen? Kijk op deze websites: hospitalathome.nl of beteroud.nl.

 

HOSPITAL@HOME

8 jan

Gepubliceerd in de AHA-bijlage van het Dagblad van het Noorden en de Leeuwarder Courant, 29 december 2016.

Ziekenhuiszorg thuis, dat is Hospital@Home. 1 januari start het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) met deze dienst voor kwetsbare patiënten en hun naasten.

Ze is er maar eerlijk over: een ziekenhuis is voor kwetsbare ouderen met bijvoorbeeld dementie niet per definitie een goede plek om te verblijven, aldus internist-geriater Sophia de Rooij, hoofd van het Universitair Centrum Ouderengeneeskunde van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG). Ze lopen er een groter risico op vallen, infecties, ondervoeding en ernstige verwarring, vaak al binnen een paar dagen. En misschien wel het allerbelangrijkste: 86 procent van de oudere patiënten wil helemaal niet naar het ziekenhuis. Veel liever worden ze thuis behandeld.
Dan gaan we dat doen, dacht De Rooij. Zo ontstond het idee voor Hospital@Home. Simpel gezegd komt het erop neer dat patiënten na een kort bezoek aan de Spoedeisende Hulp van het ziekenhuis direct teruggaan naar hun eigen, vertrouwde huis. Daar krijgen ze alle benodigde behandeling en zorg van een speciaal team van verpleegkundigen en artsen. Professionals uit het ziekenhuis, maar ook van de thuiszorg. Het team stemt alles af met de medisch specialist (die hoofdbehandelaar blijft) en met de eigen huisarts.
“Veel zaken als het geven van antibiotica en zuurstof- en vochttoediening worden nu ook al aan huis gedaan”, vertelt De Rooij. “Vandaar dat er voor dit project geen extra of anders opgeleid personeel nodig is. Het gaat erom dat we de zorg anders organiseren en beter samenwerken. Op die manier kunnen we meer recht doen aan de wensen van patiënten. Hopelijk besparen we mensen bovendien complicaties, en de maatschappij ook geld. Dat gaan we onderzoeken. ”
Toch had het heel wat voeten in de aarde om 1 januari met deze nieuwe vorm van zorg te kunnen starten. De initiatiefnemers moesten strakke afspraken maken over rollen, taken en verantwoordelijkheden met onder andere specialisten, huisartsen, thuiszorg en ambulancediensten. Ook de gemeente Groningen en zorgverzekeraar Menzis werden betrokken. Gezamenlijk ontwikkelden alle partners speciale protocollen om bijvoorbeeld het gebruik van medicatie en hulpmiddelen beter op elkaar af te stemmen. “En dan hebben we het nog niet eens gehad over alle verschillende geldstromen”, zegt De Rooij. “Thuiszorg, ziekenhuiszorg, hulpmiddelen; ze worden allemaal uit andere potjes betaald. Die bij elkaar brengen was een hele toer.”
Inmiddels staat een grote groep zorgpartners in Noord-Nederland en omgeving in de startblokken om met Hospital@Home aan de slag te gaan. Dat is ook in de rest van Nederland niet onopgemerkt gebleven. Eerder deze maand sprak de Tweede Kamer over het project. Vermoedelijk maakt de overheid er 100.000 euro voor vrij. Dat is niet zozeer bedoeld voor het betalen van de zorgverleners die meedoen (dat is op andere manieren geregeld), maar kan worden gebruikt om de aanpak landelijk in te gaan voeren.
“Het zou fantastisch als dat lukt”, besluit De Rooij. “Voor patiënten, maar óók voor hun naasten, die met kortdurend extra zorg erg geholpen zijn. Uiteindelijk wordt iedereen er dus beter van.”
Meer informatie: hospitalathome.nl.

%d bloggers liken dit: