Tag Archives: reumatoloog

‘MEDICIJNEN TEGEN REUMA WERKEN BIJ VROUWEN ANDERS’

23 Apr

Gepubliceerd in Plus Magazine, april 2018

Jarenlang werd medisch onderzoek vooral voor en door mannen gedaan. Terwijl bijvoorbeeld reuma zich bij vrouwen vaak anders uit dan bij mannen. Ook veel behandelingen tegen reuma werken bij hen verschillend. Dr Irene van der Horst-Bruinsma, reumatoloog in het VUmc in Amsterdam: “Niet alle reumatologen zijn zich hiervan bewust. Met als gevolg dat patiënten mogelijk niet altijd de juiste zorg krijgen.” 

 

Vanaf de dossierkast in haar werkkamer staart een meterhoog geraamte reumatoloog Irene van der Horst-Bruinsma dagelijks aan. Het mannelijke nepskelet komt handig van pas als ze uitleg wil geven over Axiale spondyloartritis, de verzamelnaam voor reumatische aandoeningen met ontstekingen in het bekken en de wervelkolom, waarvan de ziekte van Bechterew de bekendste is. Van der Horst-Bruinsma is hierin gespecialiseerd. “Ik realiseer me nu pas dat het model — natuurlijk — een mannetje is”, zegt ze verbaasd. “Het bewijst maar weer dat de medische wetenschap vooral op mannen is gefocust. Hoog tijd dus dat ik er eens een vrouw naast zet.” 

Wat zijn de belangrijkste verschillen tussen mannen en vrouwen met reuma? 

“Die zijn legio. Vrouwen hebben bijvoorbeeld twee keer zo vaak last van chronische gewrichtsreuma, officiële naam: reumatoïde artritis. Andere vormen van reuma, zoals de ziekte van Bechterew, komen weer meer bij mannen voor. Bij die laatste aandoening hebben vrouwen meer pijn, maar op een röntgenfoto zijn afwijkingen bij hen juist vaak minder goed te zien. Gemiddeld krijgen zij daardoor vijf jaar later een juiste Bechterew-diagnose, met als gevolg dat ze onnodig lang met chronische stijfheid en pijn rondlopen. Bovendien is eenmaal ontstane schade, net als bij andere vormen van reuma, onomkeerbaar. Vandaar dat snelle opsporing en behandeling zo belangrijk is.”

Hoe kan het dat dokters de ziekte missen? 

“Omdat ze zich niet bewust zijn van die verschillen. En als je niet weet waar je naar moet kijken, zie je het niet. Veel artsen hebben tijdens hun opleiding geleerd dat de ziekte van Bechterew tien keer zo vaak bij mannen voorkomt. Inmiddels is dat aantal bijgesteld naar drie keer zoveel, maar toch denken ze nog altijd minder snel aan Bechterew als er een jonge vrouw met rug- en bekkenklachten op hun spreekuur komt. Terwijl zij de ziekte dus óók kunnen krijgen.”

Wat is er nodig om hier verandering in te brengen?

“Medisch onderzoek, de ontwikkeling van nieuwe medicijnen, het opstellen van behandelprotocollen: bij reumatische aandoeningen zijn die decennialang vóór en dóór mannen gedaan. Voor het gemak gingen die er vanuit dat mannen- en vrouwenlichamen hetzelfde werken, en hetzelfde op bijvoorbeeld medicijnen reageren. Inmiddels weten we echter wel beter. Door meer kennis over de verschillen te vergaren, en meer bewustwording te creëren, willen we de kwaliteit van de zorg voor vrouwen verbeteren.” 

Hoe draagt u daar zelf aan bij? 

“Om iets te kunnen veranderen, moet je eerst weten wat het probleem precies is. Vandaar dat ik veel onderzoek doe naar bijvoorbeeld de verschillende effecten van medicijnen bij mannen en vrouwen met reuma. Twintig jaar geleden hadden we nauwelijks behandelmogelijkheden voor deze patiënten. Dat veranderde begin deze eeuw, toen er een nieuw soort reumaremmers op de markt kwam, zogenaamde TNF-blokkers. Die verbeterden de kwaliteit van leven van veel patiënten enorm. Maar bij onze vrouwelijke patiënten met Bechterew en artritis psoriatica bleek het positieve effect ervan minder groot dan bij mannen, terwijl dat bij reumatoïde artritis juist niet zo was. Daar moeten we meer over weten, dacht ik. Dus heb ik bij medicijnfabrikanten aangeklopt of ze in hun oude onderzoeken eens kritisch wilden kijken naar het onderscheid tussen mannen en vrouwen. Ik heb daar jarenlang om moeten zeuren.”

Waarom?

“Omdat het opnieuw uitpluizen van gegevens extra tijd en geld kost. Bovendien hebben fabrikanten er weinig baat bij. Als immers blijkt dat hun middel bij vrouwen minder goed werkt, zou dat ten koste kunnen gaan van de verkoop. Dus staan ze niet te springen om de informatie daarover te delen. Het is niet erg ethisch, maar zo werkt de markt nu eenmaal. Nu er één schaap over de dam is, volgen er hopelijk meer.”

Wat kwam eruit?

“Het bevestigde dat vrouwen met Bechterew minder baat hebben bij de bestaande medicijnen. Bovendien stoppen ze vaker met de behandeling, vermoedelijk omdat die minder goed werkt, of omdat ze meer bijwerkingen ervaren. Die uitkomsten zijn bekrachtigd in ons onderzoek bij onze eigen patiënten.”

Hoe kan dat? 

“We denken dat het te maken heeft met het hogere vetpercentage van vrouwen. Dat kan ervoor zorgen dat het lichaam meer ontsteking aanmaakt. Verder werken de lever en de nieren van vrouwen anders bij het afbreken van medicatie. Ook vrouwelijke hormonen hebben mogelijk effect. Als we al die invloeden beter begrijpen, kunnen we vrouwen gerichter gaan behandelen. Maar zo ver zijn we nog lang niet. Voorlopig zou het al heel wat zijn als de nieuwe inzichten ons helpen om verschillende vormen van reuma eerder op te sporen. Want hoe sneller je erbij bent, hoe meer schade je kunt voorkomen.”  

Heeft u, met de kennis van nu, zelf wel eens een vrouwelijke patiënte tekort gedaan?

“Nee, dat geloof ik niet; ik heb vrouwen — en mannen — altijd serieus genomen. Maar helaas krijg ik nog steeds vrouwen op mijn spreekuur, waarbij een andere arts de diagnose Bechterew heeft gemist. Vandaar dat ik mijn best doe om zoveel mogelijk collega’s  bewust te maken van de sekseverschillen. ‘Begin je daar nu weer over’, verzuchten die wel eens als ik binnenkom. Prima, denk ik dan, dat betekent dat ik in mijn missie ben geslaagd.” 

Zien reumatologen bij mannen ook wel eens iets over het hoofd? 

“Terechte vraag! Eén van de symptomen van Bechterew is botontkalking. Een typische aandoening van oudere vrouwen, maar bij Bechterew komt botontkalking juist weer vaker bij jonge mannen voor. Dat is dus iets waar mannen met deze aandoening — en hun artsen — extra alert op moeten zijn.” 

Wat is uw advies aan de lezers van Plus? 

“De zieke van Bechterew ontstaat bijna altijd tussen het 20ste en het 40ste levensjaar. 50-plussers met deze aandoening hebben vaak jaren geleden de boodschap gekregen dat er weinig aan te doen is, en dat ze zich maar moeten redden met oefentherapie en pijnstillers. Maar zelfs al je al lang aan de ziekte lijdt, kun je nog baat hebben bij de medicijnen die de afgelopen jaren zijn ontwikkeld. Dus ben je als Bechterew-patiënt nooit met TNF-blokkers behandeld, vraag daar dan alsnog om. ” 

[Kader]

CV

Reumatoloog dr. Irene van der Horst – Bruinsma (57) studeerde geneeskunde in Leiden. Na haar promotie ging ze bij het VUmc in Amsterdam aan de slag. Ze specialiseerde zich in de groep reumatische aandoeningen genaamd Axiale Spondyloartritis en richtte daar een speciaal kenniscentrum voor op. Daarnaast zet ze zich actief in voor de erkenning van man-vrouwverschillen bij reumatische ziekten. 

 

Advertenties

EINDELIJK VAN DE JICHT AF

11 Dec

PLN12_13A jicht1

Gepubliceerd in Plus Magazine, december 2017. 

Jos Wetzels (66) leed twintig jaar aan zeer pijnlijke jichtaanvallen. Tot hij bij een gespecialiseerde reumatoloog kwam, die een oplossing voor zijn klachten vond. 
“Het voelde alsof iemand een mes in mijn enkel zette en die in tweeën splitste. Zo erg was de pijn. Tijdens die eerste aanval, zo’n 25 jaar geleden, schrok ik me rot; ik had geen idee wat me overkwam. De huisarts stelde jicht vast. De pijnstillers die hij me gaf, haalden weinig uit. Wat was ik opgelucht toen de pijn na een paar dagen weer verdween! Helaas kreeg ik amper zes weken later een tweede aanval, al snel gevolgd door een derde en een vierde. De ene keer zat het in mijn enkel, de andere keer in mijn grote teen of knie. Waar ook, de vlammende pijn was altijd ondraaglijk.
Er doen nogal wat verhalen de ronde dat jicht het gevolg is van een overdadige leefstijl. Grotendeels onterecht, want het is een stofwisselingsziekte. Maar omdat ik best een Bourgondiër ben, dachten veel mensen in mijn omgeving dat het mijn eigen schuld was. Dat vond ik soms best lastig.
Toen mijn klachten bleven terugkomen, schreef mijn huisarts na een half jaar dagelijks 100 mg allopurinol voor, medicatie om de boosdoener, het teveel aan urinezuur in mijn bloed, aan te pakken. Het aantal jichtaanvallen nam daardoor weliswaar iets af, maar gemiddeld moest ik toch zo’n vijf keer per jaar van werk verstek laten gaan omdat de pijn te erg was. Bovendien kreeg ik last van artrose — slijtage — in mijn handen. De reumatoloog die ik op een gegeven moment bezocht, wist geen betere oplossing dan me nóg sterkere pijnstillers te geven. Zo modderde ik door.
Daar kwam pas verandering in toen ik een jaar of vijf geleden bij de gespecialiseerde reumatoloog Tim Jansen van het VieCuri Medisch Centrum in Venlo terechtkwam. Voor het eerst kreeg ik écht goede uitleg over wat jicht precies is, en wat je eraan kunt doen. Hij motiveerde me om een paar kilo af te vallen en in plaats van één minstens drie keer per week te gaan sporten. Verder verhoogde hij de dosering van mijn medicatie flink. Sindsdien ben ik zo goed als klachtenvrij. Pijnstillers slik in nauwelijks meer, en ik werk zonder problemen nog vier dagen per week. Achteraf denk ik: had ik mijn mond maar eerder opengetrokken, en was ik maar sneller naar een andere specialist op zoek gegaan. Dan was me vermoedelijk een boel ellende — en wellicht ook blijvende lichamelijke schade — bespaard gebleven.”

De laatste jaren zijn er belangrijke stappen gezet in de behandeling van jicht. Helaas profiteren nog lang niet alle patiënten daarvan, zegt reumatoloog Tim Jansen, voorzitter van de werkgroep jicht van de Nederlandse Vereniging voor Reumatologie (NVR). 

Komt het vaker voor dat jichtpatiënten niet of (te) laat de juiste behandeling krijgen?
Reumatoloog Tim Jansen, voorzitter van de werkgroep jicht van de Nederlandse Vereniging voor Reumatologie (NVR): “Helaas wel. Huisartsen behandelen meestal alleen de pijnklachten van jicht, niet de aanleiding. Maar we hebben tegenwoordig verschillende middelen tot onze beschikking waarmee we de achterliggende oorzaak kunnen aanpakken. Als reumatologen vinden we dat veel meer jichtpatiënten die voorgeschreven zouden moeten krijgen.”

Waarom is dat zo belangrijk?
“Omdat een acute jichtaanval het topje van de ijsberg is. Herhaalde aanvallen kunnen slijtage en schade aan gewrichten veroorzaken, met pijn, stijfheid en bewegingsbeperking tot gevolg. Eenmaal kapot blijft kapot. Bovendien hebben mensen met chronische jicht vaak een hoge bloeddruk en een grotere kans op hart- en vaatziekten. Waarom dat zo is, weten we nog niet precies; vermoedelijk heeft het met de ontstekingen in het lichaam te maken. Al die problemen wil je natuurlijk het liefst voorkomen. Met de juiste behandeling kan dat in veel gevallen ook.”

Even terug: wat is jicht ook weer precies?
“Je lichaam breekt voortdurend cellen af en vervangt die door nieuwe. Bij dat proces komt een stofje vrij, purine, dat afbrokkelt in urinezuur. Normaal gesproken lost urinezuur op in het bloed, waarna je het via de nieren uitplast. Bij mensen met jicht werkt dat stofwisselingsproces niet helemaal goed, waardoor ze te veel urinezuur in hun bloed krijgen. Het vormt dan kristallen, die onder andere neerslaan in de gewrichten. Het afweersysteem ziet die kristallen als onnatuurlijke indringers en gaat aan de slag om ze op te ruimen. De pijnlijke ontsteking waarmee dat gepaard gaat, heet een acute jichtaanval.”

Komt het veel voor?
“In Nederland zijn er bijna twee miljoen mensen met reumatische aandoeningen. Hoeveel daarvan jicht hebben, wordt niet apart bijgehouden, maar het gaat om serieuze aantallen.”

Wat zijn de belangrijkste klachten?
“Bij een jichtaanval hebben patiënten een heftige, brandende pijn in een gewricht, die bewegen moeilijk maakt. Het gewricht is rood, gezwollen en voelt warm aan. Soms komt er ook koorts bij. In 50 tot 60 procent van de gevallen treft de aanval de grote teen. Ook in andere gewrichten zoals de voet, enkel, knie, vinger, pols en de ellebogen kan jicht voorkomen, soms zelfs in meerdere tegelijk.”

Hoe gaat het daarna verder?
“Een aanval duurt meestal enkele dagen tot drie weken. Daarna gaan de klachten veelal vanzelf over, maar niet altijd. Soms blijft de aanval maar doorgaan.Tweederde van de patiënten krijgt binnen een jaar na de eerste aanval een tweede. Dan spreken we van chronische jicht. Na verloop van tijd kunnen bij de gewrichten verdikkingen onder huid — zogenaamde tophi of jichtknobbels — ontstaan. Meestal zijn ze niet pijnlijk.”

Klopt het jicht een typische mannenziekte is?
“Ja, het merendeel van de patiënten is man. Zij krijgen hun eerste jichtaanval meestal tussen hun 40ste en hun 50ste jaar, vrouwen na de overgang. Dat meer mannen er last van hebben, komt vermoedelijk doordat vrouwelijke hormonen een beschermend effect tegen jicht hebben. Verder speelt leefstijl mogelijk een rol. Overgewicht en alcoholgebruik vergroten de kans op een jichtaanval iets, en die zaken komen vaker bij mannen voor.”

Daarover gesproken: jicht wordt wel een welvaartsziekte genoemd. Terecht?
“Nee. Sommige voedingsmiddelen bezitten van nature veel purine, dat het urinezuurgehalte in het bloed verhoogt. Producten met veel natuurlijke of synthetische suikers bijvoorbeeld. Als je toch al veel purine in je lichaam hebt, kan verkeerde voeding een aanval uitlokken. Maar dat jicht uitsluitend een ziekte van drinkebroers en Bourgondiërs zou zijn, is echt een misverstand. Voeding is maar voor zo’n 10 procent verantwoordelijk voor het urinezuurgehalte in het bloed. De overige 90 procent wordt bepaald door factoren binnen het lichaam.”

Hoe wordt jicht behandeld?
“Bij een acute aanval krijgen patiënten ontstekingsremmende pijnstillers, zogenaamde NSAID’s, en eventueel een middel om gewrichtsontstekingen af te remmen, zoals prednison, colchicine of een zogenaamde interleukine-1-blokker. Komen de aanvallen vaker voor, dan is het zogezegd belangrijk om de achterliggende oorzaak aan te pakken en op die manier ernstiger problemen te voorkomen. Het meest gebruikte medicijn daarvoor is allopurinol. Dat verlaagt de hoeveelheid urinezuur in het bloed. Een op de tien patiënten krijgt daar darm- of huidklachten van. Voor hen is er een alternatief, febuxostat, met dezelfde werking. Zonodig kunnen we aanvullend benzbromaron geven, een middel dat ervoor zorgt dat je meer urinezuur uitplast. Soms is het even zoeken, maar met (een combinatie van) deze middelen kunnen we uiteindelijk 99 procent van de patiënten jichtvrij krijgen. Kortom, met de juiste aanpak kan jicht de wereld uit.”

Waarom geven (huis)artsen dit soort medicijnen dan niet altijd?
“Omdat lang niet alle dokters hiervan op de hoogte zijn. Verder verschillen huisartsen en reumatologen van mening over de beste aanpak van jicht. Waarschijnlijk heeft het ermee te maken dat de minder ernstige gevallen bij de huisarts komen, terwijl specialisten vooral patiënten met complexe problemen zien. Het gevolg is dat we verschillende behandelnormen hanteren. In de huisartsenrichtlijn staat dat patiënten met méér dan drie jichtaanvallen per jaar kunnen overwegen om medicatie te gaan slikken die de oorzaak bestrijdt. Reumatologen vinden dat advies veel te terughoudend. Wij zeggen: iedereen die binnen een jaar twee jichtaanvallen heeft gehad, zou deze medicijnen moeten nemen.”

Hoe lang moet je die gebruiken?
“Dat hangt van de situatie af, maar vaak doen patiënten er goed aan die voor de rest van hun leven te slikken.”

Hebben alternatieve behandelingen zin?
“Er zijn bijvoorbeeld homeopatische middelen om je urine minder zuur te maken. Dat zou tegen jicht helpen, maar het effect daarvan is nooit aangetoond. Hetzelfde geldt voor alle andere alternatieve middelen tegen jicht; er is geen enkel bewijs voor de werking. Kies je toch voor een alternatieve behandeling, meld dat dan altijd aan je arts. Stop nooit zomaar met je reguliere medicijnen.”

Wat kun je als patiënt verder zelf doen?
“Het belangrijkste is om ervoor te zorgen dat je snel de juiste behandeling krijgt. Heb je binnen een jaar twee jichtaanvallen, vraag je huisarts dan om allopurinol. Als dat onvoldoende helpt, is het verstandig om je naar een reumatoloog te laten doorverwijzen. Die kan aanvullend onderzoek doen en een maatwerkadvies geven. Verder doen jichtpatiënten er goed aan om dagelijks twee tot drie liter te drinken, om zoveel mogelijk urinezuur uit te plassen. Een gezond gewicht en een gezonde voeding vormen een belangrijke aanvullende behandeling. Dat alleen is meestal niet genoeg om helemaal van de jicht af te komen, maar het kan er soms wel voor zorgen dat je met een lagere dosering medicatie afkunt.”

[Kader]
Voedingsadvies bij jicht

  • Wees voorzichtig met alcohol, met name bier en maltbier. Alcohol bevordert het urinezuurgehalte in het bloed en maakt het voor de nieren moeilijk om urinezuur kwijt te raken.
  • Hoe meer fructose je dagelijks binnenkrijgt, hoe hoger het risico op een jichtaanval kan zijn. Fructose komt voor in veel zoete producten, zoals suikerhoudende frisdranken, fruitsappen, koek en snoep. Beperk het gebruik daarvan dus.
  • Magere zuivelproducten zijn juist goed. Bepaalde eiwitten in zuivelproducten bevorderen namelijk de uitscheiding van urinezuur. Hetzelfde geldt overigens voor koffie, mits je er minimaal ze kopjes per dag van drinkt.
  • Als je overgewicht hebt, is het verstandig om af te vallen tot een gezond gewicht. Bij een gezond gewicht zal het urinezuurgehalte in het bloed dalen.

Bron: Reumafonds.

%d bloggers liken dit: