Tag Archives: ziekte van Crohn

LEVENSLESSEN VAN CORRESPONDENT TIM DE WIT

20 apr

Schermafbeelding 2020-04-18 om 17.05.54

Gepubliceerd in Trouw, 18 april 2020. Foto: Joël van Houdt.

Groot-Brittannië-correspondent Tim de Wit heeft sinds 2005 de ziekte van Crohn. Ondanks de grote impact van de darmziekte op  zijn leven, laat hij zich daar niet door beperken. Integendeel. “Met de coronacrisis moet ik extra voorzichtig zijn. Maar dat ben ik altijd al.”

1 Correspondent ben je dag en nacht
“Mijn leven draait om het nieuws. Na het opstaan zet ik meteen het programma ‘Today’ op BBC Radio 4 aan, een soort Radio-1-journaal. Daarna lees ik zoveel mogelijk kranten op mijn iPad en check ik Twitter. Dan beginnen de telefoontjes. Ik overleg eindeloos veel. Bijvoorbeeld met de redacties van de NOS en Trouw over wat ik met bepaalde onderwerpen wil doen. Dan ga ik op pad voor reportages, doe ik zo nodig live verslag op radio en tv en schrijf ik stukken voor de krant.
Sinds 2009 heb ik op drie buitenlandse posten gezeten: in Zuid-Afrika, Duitsland en nu Groot-Brittannië. Een ware achtbaan. Het correspondentschap is de mooiste baan ter wereld, maar wel één die je hele leven in beslag neemt. Aan de brexit heb ik het afgelopen jaar zo’n beetje dag en nacht gewerkt. Het liet weinig ruimte in mijn hoofd voor andere dingen. Ik begin die verdieping echt te missen.”

2 Niets leuker dan verhalen vertellen
“Als kleine jongen maakte ik krantjes over onze familieweekenden. En tikte ik op een elektrische typemachine stukjes voor het blaadje van mijn voetbalclub. Toen al vond ik niets leuker dan anderen deelgenoot te maken van mijn ervaringen en gedachten. Toch was het niet vanzelfsprekend dat ik naar de School voor Journalistiek ging. ‘Weet je hoeveel journalisten er in mijn kaartenbak zitten, zei mijn vader, die bij de gemeente Amsterdam langdurig werklozen aan een baan hielp. Op zijn aandringen ging ik economie studeren.
Wat doe ik hier, dacht ik tijdens een werkbezoek aan een grote bank. Het geneuzel met statistiek en economische modellen was niets voor mij. Tijdens het kerstdiner vertelde ik mijn ouders dat ik alsnog journalistiek wilde doen. Als ik door het toelatingsexamen zou komen, zouden ze me steunen. Met zo’n vijfhonderd aspirant-studenten maakte ik dat in sportcomplex Vechtsebanen in Utrecht. Ik weet nog dat ik ook een essay moest schrijven over toenmalig burgemeester Bram Peper, die het jaar ervoor zijn bonnetjesaffaire had gehad. Toen de uitslag van het examen kwam, bleek ik als vijfde te zijn geëindigd. Daar kon ik mee thuiskomen.”

3 Kijk eens met de ogen van een ander
“Op de School voor Journalistiek leerde ik het handwerk: schrijven, presenteren, monteren. Heel waardevol, maar ik miste toen al die diepgang, duiding over hoe de wereld in elkaar zit. Daarom besloot ik, toen ik na mijn studie bij radioprogramma ‘Langs de lijn’ kon beginnen, tegelijkertijd een voltijd master Internationale Betrekkingen te doen. Als onderdeel daarvan ging ik zes maanden studeren aan de University of Western Cape in Kaapstad, in 1960 opgericht voor ‘kleurlingen’. Ik was een van de negen witte studenten.
Die ervaring opende mijn ogen. De blik waarmee Afrikanen naar Europeanen – hun voormalige kolonisators – kijken is zó anders dan waarmee we dat zelf doen. Ineens realiseerde ik me hoezeer je eigen perspectief je blik op de wereld bepaalt. En in wat voor beschermde bubbel ik tot dan toe had geleefd. Het versterkte mijn drang om anderen te begrijpen en hun verhalen te delen. Juist ook van mensen die ver van me afstaan. Neem de brexiteers, mensen die weg wilden uit de EU. Je kunt hen afdoen als domme populisten, of proberen ze te snappen.”

4 Tegenslag kan ook kracht geven
“In juni 2006 vertrok ik naar Zuid-Afrika, en in september werd ik doodziek. De steken in mijn buik waren zo heftig, dat ik letterlijk dubbelklapte van de pijn. En ik moest heel vaak naar het toilet. ‘Heimwee’, constateerde de universiteitsdokter. Van de kalmeringspillen die hij me gaf, sliep ik prima, maar de pijn bleef. De weken erna raakte ik volledig uitgeput. In razend tempo viel ik 18 kilo af. Op een vrijdagmiddag kon ik niet meer en liet ik mijn bloed prikken. Mijn ontstekingswaarde, die normaal onder de 10 ligt, was 393.
Met spoed meldde ik me bij een privékliniek — het voorrecht van een blanke buitenlander. ‘We kennen uw Nederlandse zorgverzekering niet’, zeiden ze daar. Ik kon praten als Brugman, maar ze wilden me niet opnemen. Toen ik in paniek mijn ouders belde, was mijn beltegoed binnen een minuut op. Uren later wisten zij te regelen dat mijn zorgverzekeraar een fax naar het Zuid-Afrikaanse ziekenhuis stuurde, met een garantstelling voor de kosten. Pas daarna ging de deur voor me open. Ik denk deze dagen, waarin het coronavirus ook razendsnel door de Zuid-Afrikaanse townships waart, regelmatig aan die ervaring terug. Wat een luxe dat de zorg in Nederland zo goed is geregeld. En dat nooit iemand in nood om financiële redenen wordt weggestuurd.
De ochtend na mijn opname in het ziekenhuis werd ik geopereerd. Ik bleek de ziekte van Crohn te hebben: een chronische darmontsteking met buikpijn, diarree en vermoeidheid als belangrijkste klachten. Toen ik de ziekte vanuit mijn ziekenhuisbed googelde – iets wat ik iedereen met klem afraad – schrok ik me rot. Ik las verhalen van mensen die niet meer konden werken. Op mijn 25ste zag ik mijn toekomst in een keer instorten. Zou ik mijn journalistieke dromen nog kunnen waarmaken? Zouden vrouwen nog met me durven zijn?
Gelukkig vond ik in Kaapstad een specialist met veel kennis van crohn. Hij gaf me heldere uitleg en schreef me azathioprine voor, een relatief licht crohn-medicijn, dat de ontsteking onderdrukt. Het middel werkt bij mij uitstekend. In 2011 heb ik nog een keer een heftige opvlamming gehad. Toen is 25 centimeter van mijn dunne darm operatief verwijderd en ben ik er ruim vier maanden uit geweest. Sindsdien kan ik mijn klachten goed managen.
Mijn ziekte heeft me veel ellende gebracht, maar óók een ongekende kracht en doorzettingsvermogen in me losgemaakt. Zodra ik uit het ziekenhuis kwam, besloot ik: dit gaat mijn leven niet dicteren. Misschien ben ik dankzij mijn ziekte juist wel extra ver gekomen.”

5 Je bent meer dan je ziekte
“Het eerste wat ik deed toen ik na mijn laatste operatie wakker werd, was op mijn buik voelen of ik een stoma had. Dat leek me vreselijk. Er kleeft nog altijd een taboe aan alles wat met ontlasting te maken heeft. Als ik eerlijk ben, vind ik het ook best spannend om zo open over mijn ziekte te vertellen. Normaal praat ik er zelden over. Van mijn opdrachtgevers weet slechts een handjevol mensen ervan. Met daten – ik ben single – is het ook ongemakkelijk. Want wanneer breng ik mijn crohn bij een vriendin ter sprake? Zeker in het begin maakte ik dat in mijn hoofd heel groot. Gelukkig is mijn onzekerheid hierover in de loop van de jaren afgenomen. Vooral omdat in de praktijk nog nooit iemand vervelend heeft gereageerd. Door mijn verhaal nu alsnog breder te delen, hoop ik anderen met een chronische aandoening moed in te spreken. Je bent je ziekte niet.”

6 Onvoorspelbaar werk vereist balans in je leven
“Hoewel ik niets voor mijn ziekte laat, is die wel altijd aanwezig. Ik leef zo gezond en regelmatig mogelijk, met voldoende beweging en slaap en weinig alcohol. Met mijn onvoorspelbare werk is dat trouwens knap lastig; ik ben voortdurend op zoek naar balans in mijn leven.
Het ingewikkeldste vind ik dat mijn darmen onaangekondigd kunnen opspelen. Dan moet ik snel naar het toilet kunnen. Waar ik ook naartoe ga, daar houd ik constant rekening mee. Ik heb een tijd in Oost-Londen gewoond. Van daar uit was het zeven metrohaltes naar mijn kantoor. Al snel wist ik bij elke halte waar de dichtstbijzijnde wc was, in een hotel of café. Die stress draag ik altijd bij me. Het was een belangrijke reden om naar het – belachelijk dure – centrum van Londen te verhuizen.
Nu met corona zorg ik nog beter voor mezelf dan anders. Door mijn afweeronderdrukkende medicijnen behoor ik tot de risicogroep. Al sinds half februari, toen de meeste Britten het virus nog niet erg serieus namen, trof ik voorzorgsmaatregelen. Door onderweg veelvuldig desinfecterende handgel te gebruiken en mijn schoenen bij thuiskomst met een alcoholspray te ontsmetten. Mondkapjes heb ik geprobeerd, maar als ik daardoor praat, beslaat mijn bril. Sowieso zit ik sinds begin maart in zelfopgelegde quarantaine. Bang om ziek te worden ben ik niet echt. Ik voel me al zo’n tijd goed dat ik erop vertrouw dat mijn immuunsysteem het aankan.”

7 Niets verbroedert zo als sport
“Sinds mijn vader me op mijn vijfde voor het eerst meenam naar een voetbalwedstrijd van Ajax, ben ik idolaat van sport: als beoefenaar – ik doe aan cricket, loop hard en ga naar de sportschool – en als toeschouwer. Sport gaat voor mij over kracht en vreugde en verbinding tussen mensen. Een fijne tegenhanger voor het vaak minder leuke nieuws, waar ik dagelijks mee bezig ben.
Mijn mooiste sportherinneringen stammen uit Zuid-Afrika. Daar mocht ik in 2010 voor de radio achtergrondverhalen maken over het WK voetbal. Dat Nederland de finale haalde, was fantastisch. Minstens zo indrukwekkend vond ik het om te ervaren wat het toernooi – het eerste WK voetbal op Afrikaanse bodem – met de Zuid-Afrikanen deed. Het bracht het hele land samen. De eenheid die ik toen voelde, had geen politieke partij ooit kunnen bereiken. Dat lukt alleen met sport.”

8 Mijn mening doet er niet toe
“Na de Britse verkiezingen afgelopen december gingen mensen op Twitter helemaal los tegen mij. Naar aanleiding van de lange rijen bij sommige stembussen had ik bij ‘Nieuwsuur’ gezegd dat een hoge opkomst historisch gezien vaak goed uitpakt voor Labour.
Ik werd overstelpt met aantijgingen. Dat ik het uithangbord was van bevooroordeelde linkse media. Dat mijn uitspraken wensdenken was van de NOS. Niet enkele, maar duizenden keren. Het naarst waren de persoonlijke bedreigingen die mensen me stuurden. Ik was een landverrader met wie ze in de Tweede Wereldoorlog wel raad hadden geweten, schreef iemand. Een ander meldde dat hij hard gas zou geven als ik voor zijn auto kwam.
Tegenwoordig horen dit soort reacties op sociale media – helaas – bij het vak. Over het algemeen kan ik ze redelijk goed van me afzetten. Waar ik wel moeite mee heb, is de vooringenomenheid. Dit soort mensen neemt direct stelling en gaat vol in de aanval, zonder te checken of wat ze zeggen klopt. Dat steekt, omdat het zo onrechtvaardig voelt. Ik neem mijn verantwoordelijkheid om objectief te berichten heel serieus. Sterker nog, het is de kern van mijn vak. Mijn mening doet er helemaal niet toe. Die zal ik vanuit mijn functie dus ook nooit verkondigen.”

[Kader]
Na de School voor Journalistiek en een master Internationale Betrekkingen aan de Universiteit Utrecht begon journalist Tim de Wit (Naarden, 1981) in 2007 op de buitenlandredactie van de NOS. In 2009 verruilde hij Hilversum voor Zuid-Afrika, waar hij twee jaar als freelance correspondent werkte. In die tijd begon hij ook met schrijven voor Trouw. Van 2011 tot 2015 was hij werkzaam in Berlijn. Daarna verhuisde hij naar Londen, waar hij sindsdien verslag doet voor onder andere Trouw, de NOS en Nieuwsuur. Daarnaast maakt hij voor de NPO samen met historicus Arend Jan Boekestijn de podcast ‘Europa draait door’, voor wie Europa beter wil begrijpen (nporadio1/podcasts/brexit-de-podcast).

 

 

%d bloggers liken dit: